Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4597

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
02-118114-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Zakkenrollerij, diefstallen van pin- of bankpassen en de daarbij behorende afgekeken pincodes bij ouderen, waarbij gebruik werd gemaakt van afleidingsmanoeuvres en babbeltrucs. Oplegging van een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met bijzondere voorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-118114-19

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2020

in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Dordrecht,

raadsman mr. D.T. Stoof, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 september 2020, waarbij de officier van justitie, mr. De Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte, samen met een of meer anderen, in de periode van 20 juli 2018 tot en met 6 december 2018 meerdere pinpassen heeft gestolen en daar vervolgens geld mee heeft gepind.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle tenlastegeleg-de feiten heeft gepleegd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat verdachte de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Daarnaast heeft het observatieteam verdachte herkend en gezien dat hij in verschillende supermarkten rechtstreeks naar de kassa liep, vervolgens samen met een medeverdachte vlak achter een oudere dame ging staan en een pincode leek af te kijken. Bij alle feiten straalt het telefoonnummer van verdachte aan op de plaatsen waar de pinpassen zijn gestolen en waar vervolgens is gepind. Sommige feiten zijn gepleegd door of met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en verdachte is meerdere keren met hen gezien. De feiten kunnen worden bewezen aan de hand van de bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het gaat om een voortgezette handeling en dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken, omdat sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft verklaard dat hij zijn telefoon in de ten laste gelegde periode regelmatig heeft uitgeleend, dus het zou kunnen dat een ander met deze telefoon heeft gebeld op de tijdstippen waarop het telefoonnummer is aangestraald. Daarnaast wordt in een aangifte gesproken over een Aziatisch uitziende man, terwijl verdachte niet zo kan worden omschreven. Voorts is verdachte misschien weliswaar meerdere keren in winkels geweest en gedroeg hij zich niet als een doorsnee klant, maar hoefde hij - omdat hij toen met iemand anders was - ook niet de hele winkel door.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank stelt voorop dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] bij hem in gebruik is geweest. Voor de rechtbank staat vast dat dit ook gedu-rende de ten laste gelegde periode is geweest. Zij overweegt daartoe als volgt. Na onderzoek naar een aantal verschillende diefstallen waarbij gebruik gemaakt werd van een babbeltruc, is geconstateerd dat voornoemd nummer steeds rond de tijdstippen van de diefstallen aanstraalde op de aanpalende zendmast. Het telefoonnummer is vervolgens bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie bevraagd. Het nummer stond geregistreerd als een prepaid kaart van [naam 1] zonder tenaamstelling. Op 13 november 2018 is een tap aangesloten op het telefoonnummer. In een tapgesprek op 13 november 2018 wordt door degene die belt naar voornoemd telefoonnummer gezegd: ‘Hoe is het [verdachte] ?’. Op 26 november 2018 wordt + [telefoonnummer 1] gebeld en zegt de beller: ‘He [verdachte] .’. Op 14 november 2018 vindt een gesprek plaats tussen + [telefoonnummer 1] en + [telefoonnummer 2] en vraagt ‘ [naam 2] hoe het met [naam 3] en de kinderen gaat. Op 17 november 2018 vindt een gesprek plaats tussen + [telefoonnummer 1] en + [telefoonnummer 2] en zegt [naam 2] tegen [naam 3] dat hij over vijf minuten thuiskomt en zegt [naam 3] dat [naam 4] aan het douchen is. Op 26 juni 2017 is verdachte in een ander kader als verdachte gehoord en heeft hij verklaard dat hij voor de Romacultuur is getrouwd met [naam 5] en dat zij samen twee kinderen hebben. Het jongetje heet [naam 4] en het meisje [naam 6] . Op 28 november 2018 heeft verdachte verklaard elke week telefonisch contact te hebben met zijn vrouw om te horen hoe het met de kinderen gaat.

Uit voornoemde tapgesprekken volgt dat degene die belt naar het nummer + [telefoonnummer 1] de gebruiker van dit nummer aanspreekt met de voornaam van verdachte en ook niet verbaasd is dat hij of zij verdachte aan de lijn krijgt. Uit dit gegeven leidt de rechtbank af dat verdachte in de tenlastegelegde periode niet alleen af en toe gebruik maakte van het nummer + [telefoonnummer 1] , maar dat hij hiervan de hoofdgebruiker was.

De rechtbank overweegt voorts dat voor alle feiten geldt dat een telefoon met voornoemd telefoonnummer tijdens, kort voor en/of net na de diefstal van de bankpas en het daarop volgende pinnen aanstraalt op een zendmast die het dekkingsgebied van de plaats delict bestrijkt, of daar althans zeer nabij gelegen is. Voorts wordt voor bijna alle feiten geconstateerd dat er tijdens en/of kort voor de incidenten contact is tussen een telefoon met voornoemd nummer en een telefoonnummer dat in gebruik is bij een medeverdachte. Aangezien voor de rechtbank vaststaat dat verdachte in de tenlastegelegde periode gebruik maakte van voornoemd nummer en daarvan ook de hoofdgebruiker was, gaat zij er vanuit dat verdachte ook degene is geweest die hier op de momenten dat de strafbare feiten werden gepleegd, gebruik van maakte. De verklaring die verdachte ter zitting heeft afgelegd, te weten dat hij zijn telefoon regelmatig en ook voor langere duur uitleende aan familieleden en dat daarom mogelijk één van hen de strafbare feiten heeft gepleegd, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Verdachte heeft hierover bij de politie heel anders verklaard en komt pas op zitting voor het eerst met deze alternatieve verklaring. Daarnaast kon hij op vragen van de rechtbank en de officier van justitie naar aanleiding van zijn nieuwe verklaring niet goed antwoord geven en wilde hij geen namen noemen van familieleden aan wie hij zijn telefoon zou hebben uitgeleend. Dat verdachte in een periode van ruim vijf maanden zijn telefoon telkens gedurende langere periodes aan anderen heeft uitgeleend, precies op de dagen dat de dertien tenlastegelegde diefstallen hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank niet aannemelijk.

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen verder vast dat medeverdachte [medeverdachte 2] in de tenlastegelegde periode gebruik maakte van de telefoonnummers: [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] , dat [medeverdachte 3] gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] en dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] .

De rechtbank betrekt bij haar oordeel daarnaast het feit dat verdachte gedurende het onderzoek naar de feiten die in het dossier worden aangeduid als ‘feit 7’, ‘feit 9’ en ‘feit 10’ door verbalisanten is herkend op camerabeelden. De rechtbank is van oordeel dat de (stills van de) beelden onduidelijk zijn en stelt vast dat de verbalisanten die verdachte hebben herkend, niet omschrijven op welke uiterlijke kenmerken zij hun herkenning baseren. Gelet op deze feiten en omstandigheden zal de rechtbank de processen-verbaal van herkenning wel als wettig bewijsmiddel aanmerken, maar hier slechts in beperkte mate overtuigingskracht aan toekennen.

Ten slotte baseert de rechtbank haar oordeel op het proces-verbaal van observatie. Op 23 november 2018 is gezien dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 2] en een andere vrouw met de auto naar Bemmel, Huissen, Arnhem, Lent, Nijmegen en Oss is gereden. Deze andere vrouw blijkt later [medeverdachte 1] te zijn. Via de zendmastgegevens werd gezien dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 1] nagenoeg dezelfde route aflegde als verdachte. Voorts werd gezien dat verdachte en de twee vrouwen steeds in wisselende samenstelling diverse winkels bezochten, daarbij niet normaal winkelgedrag vertoonden en vrijwel direct naar de kassa gingen. Aldaar hadden zij veel aandacht voor oudere mensen en gingen zij kort op deze oudere mensen staan op het moment dat zij gingen pinnen. Tevens is die dag waargenomen dat verdachte en [medeverdachte 1] een oudere dame naar binnen volgden in een appartementencomplex in Bemmel en met haar in gesprek gingen. Verdachte heeft hierover ter zitting verklaard dat hij een lieve jongen is die zijn familie vaak helpt met het doen van boodschappen. Gelet op de veelheid aan verschillende plaatsen die op 23 november 2018 zijn aangedaan en de flinke afstanden die daarbij zijn afgelegd, acht de rechtbank deze verklaring niet geloofwaardig. Hoewel het handelen van verdachte op 23 november 2018 niet ten laste is gelegd, draagt deze observatie wel bij aan de overtuiging van de rechtbank dat verdachte de wel tenlastegelegde feiten heeft begaan. De modus operandi komt immers exact overeen met de modus operandi van de tenlastegelegde feiten. Deze modus operandi houdt in dat door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) in een winkel bij de kassa een pincode wordt afgekeken bij een ouder iemand (alle slachtoffers zijn 70 plus), dat deze persoon vervolgens gevolgd wordt en daarna wordt bevraagd omtrent bijvoorbeeld een benodigd adres van een apotheek of een familielid (oma), bij welk gesprek telkens de pinpas wordt ontvreemd. Kort daarna wordt dan gepind met diezelfde pinpas, althans in ieder geval wordt getracht daarmee te pinnen. Daarbij geldt dat de vrouwen met wie verdachte tijdens de observatiedag op pad is geweest, zijn herkend als [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Deze medeverdachten zijn bij meerdere van de tenlastegelegde feiten herkend, terwijl zij in de winkel achter de aangevers stonden of terwijl zij aan het pinnen waren met de gestolen pinpassen. Hoewel er geen wegnemingshandelingen van de bank- of pinpassen door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te zien zijn op de camerabeelden of anderszins terzake daarvan rechtstreeks bewijs voorhanden is, acht de rechtbank tevens bewezen dat de pinpassen steeds mede door hen zijn weggenomen. Het gebruik van de pinpas impliceert dat de dader zich daarover de macht heeft verschaft.

Bij de feiten 1, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13 en 15 in het dossier is telkens een man/jongen betrokken geweest bij het plegen van de diefstal, namelijk bij het uitvoeren van de babbeltruc, c.q. het ontvreemden van de pinpas, dan wel bij het afkijken van de pincode aan de kassa. Bij een van de feiten is verdachte herkend als degene die de pintransactie met de gestolen pinpas uitvoert. De rechtbank gaat er op basis van de bewijsmiddelen, telkens in onderling verband en in samenhang bezien vanuit dat verdachte in alle gevallen de man, c.q. jongen is die bij de feiten betrokken is.

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich 11 keer schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van een bank- of pinpas (feiten 1, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13 en 15 in het dossier) en het vervolgens wegnemen van geldbedragen uit geldautomaten vanaf de bij die bank- of pinpassen behorende bankrekening. Bij deze laatste wegneemhandeling is telkens gebruik gemaakt van een valse sleutel, te weten de gestolen bank- of pinpas en de daarbij behorende afgekeken pincode.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de incidenten die in het dossier zijn aangemerkt als ‘feit 4’ en ‘feit 14’. Op de camerabeelden behorende bij deze feiten worden door verbalisanten de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] herkend. Daarnaast straalt op het tijdstip van beide diefstallen het telefoonnummer van de telefoon die bij verdachte in gebruik is, aan op een zendmast nabij de plaats delict en wordt met de telefoon met dit nummer meermalen contact gezocht met de telefoon die medeverdachte [medeverdachte 2] in gebruik heeft.

De rechtbank stelt echter voorts vast dat in de aangiften en de uitwerking van de camerabeelden niet wordt gesproken over een mannelijke dader. Hoewel de rechtbank ervan uitgaat dat verdachte in de buurt van deze incidenten is geweest, kan zij onvoldoende vaststellen óf verdachte een actieve rol heeft gehad bij deze diefstallen en zo ja, hoe substantieel die rol is geweest. Dat betekent dat de rechtbank het medeplegen niet bewezen kan verklaren en verdachte daarom dient te worden vrijgesproken van deze feiten.

Voor de overige feiten acht de rechtbank het medeplegen wel bewezen. Uit de uit de bewijsmiddelen volgende opvolgende handelingen blijkt een nauwe en bewuste samenwerking die noodzakelijk is voor medeplegen. [verdachte] en de medeverdachte(n) trokken vanaf het begin samen op met het kennelijke doel om met een gestolen pinpas en afgekeken pincode te pinnen. Zij hadden daarbij ieder een wezenlijke rol: door (één van) hen werd steeds de pincode afgekeken, vervolgens werd korte tijd later de pin- of bankpas gestolen en met de gestolen pas het geld gepind. Dat verdachte en de medeverdachte(n) niet steeds te zien zijn op elk moment en bij alle handelingen, maakt dit niet anders. Hier is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De verschillende bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen (het afkijken van de pincode, het zakkenrollen van de portemonnee/pinpas en het pinnen met de gestolen pinpas) hangen naar het oordeel van de rechtbank zo nauw met elkaar samen dat verdachten daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. De rechtbank is op basis hiervan dan ook van oordeel dat alle bewezenverklaarde feiten in vereniging zijn gepleegd.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1

op 25 augustus 2018 te Oisterwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pinpas/bankpas, toebehorende aan [slachtoffer 1] (feit 1);

feit 2

op 25 augustus 2018 te Oisterwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bankrekening t.n.v. [slachtoffer 1] een geldbedrag van in totaal 1250 euro heeft weggenomen, toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten de bankpas van die [slachtoffer 1] en de bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd, gemachtigd en bevoegd waren (feit 1);

feit 3

op 1 september 2018 te Berkel-Enschot, gemeente Tilburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pinpas/bankpas, toebehorende aan [slachtoffer 2] (feit 3);

feit 4

op 1 september 2018 te Tilburg en Poppel en Ravels, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bankrekening t.n.v. [slachtoffer 2] een geldbedrag van in totaal ongeveer € 511,95 heeft weggenomen, toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten de bankpas van die [slachtoffer 2] en de bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd, gemachtigd en bevoegd waren (feit 3);

feit 5

in de periode van 20 juli 2018 tot en met 6 december 2018 te Tilburg en Nijkerk en Nijmegen en Heteren en Wageningen en Waalwijk en Gilze, telkens tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen goederen, toebehorende aan anderen dan aan verdachte en zijn mededader(s), te weten:

- op 8 augustus 2018 te Nijkerk een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 3] (feit 5)

- op 14 november 2018 te Nijmegen een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 4] (feit 6)

- op 15 november 2018 te Heteren een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 5] (feit 7)

- op 24 november 2018 te Tilburg een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 6] (feit 8)

- op 21 november 2018 te Wageningen een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 7] (feit 9)

- op 6 december 2018 te Nijmegen een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 8] (feit 10)

- op 20 juli 2018 te Waalwijk een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 9] (feit 12)

- op 10 augustus 2018 te Gilze en Rijen een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 11] (feit 13)

- op 5 december 2018 te Tilburg een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 12] (feit 15)

feit 6

in de periode van 20 juli 2018 tot en met 6 december 2018 te Tilburg en/ Nijkerk en Nijmegen en Druten en Wageningen en Waalwijk en Gilze en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen diverse geldbedragen van bankrekeningen, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten de bankpas(sen) en de bijbehorende pincode(s), tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd, gemachtigd en/of bevoegd waren; te weten:

- op 8 augustus 2018 te Nijkerk een geldbedrag van in totaal € 1.250,-, toebehorende aan [slachtoffer 3] (feit 5)

- op 14 november 2018 te Nijmegen een geldbedrag van in totaal € 1.109,-, toebehorende aan [slachtoffer 4] (feit 6)

- op 15 november 2018 te Druten een geldbedrag van in totaal € 1.200,-, toebehorende aan [slachtoffer 5] (feit 7)

- op 24 november 2018 te Tilburg een geldbedrag van in totaal € 1.909,-, toebehorende aan [slachtoffer 6] (feit 8)

- op 21 november 2018 te Wageningen een geldbedrag van in totaal € 1.000,-, toebehorende aan [slachtoffer 7] (feit 9)

- op 6 december 2018 te Nijmegen een geldbedrag van in totaal € 504,50, toebehorende aan [slachtoffer 8] (feit 10)

- op 20 juli 2018 te Waalwijk een geldbedrag van in totaal € 810,-, toebehorende aan [slachtoffer 9] (feit 12)

- op 10 augustus 2018 te Waalwijk en Gilze een geldbedrag van in totaal € 1.100,-, oebehorende aan [slachtoffer 11] (feit 13)

- op 5 en 6 december 2018 te Tilburg een geldbedrag van in totaal 2006,-, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 12] (feit 15).

Ten gevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging is, onder feit 5 na “een ander” nagelaten te vermelden “en/of anderen”. Daarnaast is onder feit 5 na “mededader” nagelaten te vermelden “(s)”. De rechtbank herstelt deze omissies en leest voormelde zinsneden zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat, gelet op de ernst en de frequentie van de feiten, het feit dat doelgericht werd gezocht naar kwetsbare slachtoffers en rekening houdend met het strafblad van verdachte, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Hij vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 48 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij een bewezenverklaring een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van de voorlopige hechtenis, met de bijzondere voorwaarden zoals die zijn vermeld in het reclasseringsadvies van 26 augustus 2020 gelet op het feit dat verdachte met zijn familie wil breken, een mbo-diploma heeft en zijn gedurende de gevangenschap geboren laatste kind nog niet heeft kunnen zien.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met een (of meer) ander(en) schuldig gemaakt aan elf diefstallen van een bankpas/pinpas, waarna aanzienlijke geldbedragen zijn gepind met de buitgemaakte pinpassen en de afgekeken pincodes, tot een bedrag van in totaal € 10.888,50. Dit zijn zonder uitzondering verwerpelijke en brutale acties geweest. Samen met anderen koos verdachte doelbewust zijn slachtoffers uit, namelijk bejaarde mensen, behorend tot een bijzonder kwetsbare doelgroep. Zij wisten vervolgens de bankpas te stelen en de bijbehorende pincode te ontfutselen, veelal zonder dat de slachtoffers iets in de gaten hadden. Hierbij werd gebruik gemaakt van afleidingsmanoeuvres en zogenaamde babbeltrucs. Een aantal keren zijn de slachtoffers zelfs tot in hun woning gevolgd en hebben verdachte en zijn mededaders misbruik gemaakt van de goedgelovigheid en behulpzaamheid van deze kwetsbare ouderen. Dit alles met het doel om de bankrekeningen van de slachtoffers zoveel mogelijk te plunderen. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

De feiten zijn gepleegd in een relatief korte periode. Dat duidt erop dat verdachte structureel te werk ging en kennelijk op deze wijze in zijn levensonderhoud voorzag. Dat sprake is van een professionele werkwijze blijkt uit de nauwe samenwerking met anderen, het feit dat bijna niemand van de slachtoffers iets van het wegnemen van de bankpas heeft gemerkt en de keuze voor de hoogbejaarde slachtoffers. Het heeft bij deze kwetsbare personen, die juist bescherming behoeven, ernstige gevoelens van angst, onveiligheid en onrust veroorzaakt.

In het reclasseringsadvies van 26 augustus 2020 wordt gerapporteerd dat verdachte in het verleden onder invloed van zijn familie delicten heeft gepleegd. Verdachte heeft geen vast woonadres, waardoor hij geen beroep kan doen op sociale voorzieningen. Het lukt hem gedurende drie à vier jaar niet om een baan te vinden en verdachte heeft schulden, waarvoor hij tijdens zijn detentie een betalingsregeling heeft getroffen. Het is noodzakelijk dat verdachte deelneemt aan een behandeling vanwege het terugkerend delictgedrag en zijn gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel, respect voor andermans eigendommen en empathie. De behandeling dient te zijn gericht op het doorbreken van delictgedrag en het loskomen van zijn criminele familie en sociale netwerk. Daarbij is praktische ondersteuning noodzakelijk, omdat het verdachte niet zelfstandig lukt om dit op orde te krijgen. Hoewel er nauwelijks beschermende factoren zijn, is het positief dat verdachte een mbo-diploma Horeca heeft behaald en positieve toekomstdoelen heeft. Om die redenen wordt door de reclassering, bij een veroordeling, geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft ter zitting verklaard mee te zullen werken aan de door de reclassering genoemde voorwaarden.

De rechtbank neemt de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt voor het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf. Voor zakkenrollerij waarbij in georganiseerd verband en professioneel te werk wordt gegaan, wordt doorgaans een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd, bij recidive een gevangenisstraf van drie maanden en bij veelvuldige recidive een gevangenisstraf van vier maanden.

De rechtbank weegt mee dat verdachte eerder is veroordeeld wegens dergelijke feiten. Verdachte heeft ook op geen enkele wijze inzicht gegeven in zijn handelen of motieven. Nu sprake is van een professionele, brutale en doortrapte wijze van zakkenrollerij en diefstal op grote schaal, en gelet op de impact die dit heeft voor de hoogbejaarde slachtoffers, kan de rechtbank niet anders dan een aanzienlijke gevangenisstraf opleggen, zowel ter vergelding als ter bescherming van de (kwetsbaren in de) maatschappij.

Alles afwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, passend en geboden. De rechtbank is van oordeel dat de bijzondere voorwaarden verdachte een kans geven een leven op te bouwen zonder crimineel gedrag. Om die reden zal de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 56, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1 en 2: de voortgezette handeling van diefstal door twee of meer verenigde personen en diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

feiten 3 en 4: de voortgezette handeling van diefstal door twee of meer verenigde personen en diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

feiten 5 en 6: de voortgezette handeling van diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft voor zover deze niet zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde, met name aan de nadere aanwijzingen en afspraken die verband houden met de bijzondere voorwaarden;

* dat verdachte zich bij het ingaan van de proeftijd zal melden bij de reclassering en zich daarna zal blijven melden zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

* dat verdachte deelneemt aan een behandeling gericht op het verminderen/voorkomen van delictgedrag en het loskomen van zijn negatieve familie/sociaal netwerk bij Ambulant Centrum Fivoor (Breda) of een behandeling volgt bij een soortgelijke ambulante forensische zorg, ter beoordeling van de reclassering waarbij betrokkene zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

* dat verdachte de volgende bijkomende bijzondere voorwaarden naleeft en zich houdt aan de opdrachten van de reclasseringsorganisatie die in het kader van het toezicht op de naleving van deze voorwaarden noodzakelijk zijn;

  • -

    verdachte heeft de inspanningsverplichting om mee te werken aan begeleiding gericht op dagbesteding en het volgen van een opleiding, vrijwillig/passend werk of andere soorten dagactiviteiten;

  • -

    verdachte heeft de inspanningsverplichting om een inkomen te verkrijgen;

  • -

    verdachte heeft de inspanningsverplichting om zijn schulden af te lossen;

  • -

    verdachte heeft de inspanningsverplichting om stabiele huisvesting te vinden;

- geeft opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte daarbij te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman, voorzitter, mr. Prenger en mr. Speekenbrink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Gielen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 september 2020.

Bijlage I

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op of omstreeks 25 augustus 2018 te Oisterwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerkt van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pinpas/bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (feit 1);

feit 2

hij op of omstreeks 25 augustus 2018 te Oisterwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bankrekening t.n.v. [slachtoffer 1] een geldbedrag van in totaal ongeveer 1250 euro heeft weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten de bankpas van die [slachtoffer 1] en de bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd, gemachtigd en/of bevoegd waren (feit 1);

feit 3

hij op of omstreeks 1 september 2018 te Berkel-Enschot, gemeente Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met he oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pinpas/bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (feit 3);

feit 4

hij op of omstreeks 1 september 2018 te Tilburg en/of Poppel en/of Ravels, althans in Nederland en/of Belgie, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bankrekening t.n.v. [slachtoffer 2] een geldbedrag van in totaal ongeveer € 511,95 heeft weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten de bankpas van die [slachtoffer 2] en de bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd, gemachtigd en/of bevoegd waren (feit 3);

feit 5

hij in de periode van 20 juli 2018 tot en met 6 december 2018 te Tilburg en/of Nijkerk en/of Nijmegen en/of Heteren en/of Wageningen en/of Waalwijk en/of Gilze-Rijen en/of elders in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen goederen, toebehorende aan anderen dan aan verdachte en zijn mededader, te weten:

- op 8 september 2018 te Tilburg een pinpas toebehorende aan [Slachtoffer 14] (feit 4)

- op 8 augustus 2018 te Nijkerk een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 3] (feit 5)

- op 14 november 2018 te Nijmegen een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 4] (feit 6)

- op 15 november 2018 te Heteren een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 5] (feit 7)

- op 24 november 2018 te Tilburg een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 6] (feit 8)

- op 21 november 2018 te Wageningen een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 7] (feit 9)

- op 6 december 2018 te Nijmegen een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 8] (feit 10)

- op 20 juli 2018 te Waalwijk een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 9] (feit 12)

- op 10 augustus 2018 te Gilze en Rijen een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 11] (feit 13)

- op 25 juli 2018 te Tilburg een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 13] (feit 14)

- op 5 december 2018 te Tilburg een pinpas toebehorende aan [slachtoffer 12] (feit 15)

feit 6

Hij in de periode van 20 juli 2018 tot en met 6 december 2018 te Tilburg en/of Nijkerk en/of Nijmegen en/of Druten en/of Heteren en/of Wageningen en/of Waalwijk en/of Gilze-Rijen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen diverse geldbedragen van bankrekeningen, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten de bankpas(sen) en de bijbehorende pincode(s), tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd, gemachtigd en/of bevoegd waren; te weten:

- op 8 september 2018 te Tilburg (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 2.800,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [Slachtoffer 14] (feit 4)

- op 8 augustus 2018 te Nijkerk (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 1.250,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 3] (feit 5)

- op 14 november 2018 te Nijmegen (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 1.109,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 4] (feit 6)

- op 15 november 2018 te Heteren en/of Druten (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 1.200,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 5] (feit 7)

- op 24 november 2018 te Tilburg (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 2.009,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 6] (feit 8)

- op 21 november 2018 te Wageningen (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 1.000,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 7] (feit 9)

- op 6 december 2018 te Nijmegen (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 504,50, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 8] (feit 10)

- op 20 juli 2018 te Waalwijk (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 810,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 9] (feit 12)

- op 10 augustus 2018 te Waalwijk en/of Gilze-Rijen (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 1.100,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 11] (feit 13)

- op 25 en/of 26 juli 2018 te Tilburg (een) geldbedrag(en) van (in totaal) € 3.180,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 13] (feit 14)

- op 5 en/of 6 december 2018 te Tilburg (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 2006,--, althans enig geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 12] (feit 15).

Bijlage II

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-ZB4R018101 (Bobslee) van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 2722.

Algemene bewijsmiddelen (geldend voor alle feiten):

I.

het ambtsedig proces-verbaal van Tap identificatie, opgenomen als pagina’s 453 t/m 456 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) bevraagd. Uit dit onderzoek bleek dat het nummer geregistreerd staat als een prepaid kaart van [naam 1] (KPN) zonder tenaamstelling.

Op 13 november 2018 werd een tap aangesloten op het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , welke verder wordt aangeduid als TA004.

Op 13 november 2018 om 13:45:32 uur vindt op TA004 met sessienummer 2 een gesprek tussen [telefoonnummer 6] , [naam 7] , en [telefoonnummer 1] , plaats. Er vond een inkomend gesprek plaats waarbij [naam 7] zei: “ Hoe ist [verdachte] ?

Op 17 november 2018 om 13:02:18 uur vindt op TA004 met sessienummer 226 een gesprek tussen [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 1] plaats. [naam 2] zegt tegen [naam 3] dat hij over vijf minuten thuis komt. [naam 3] zegt dat [naam 4] aan het douchen is.

Op 19 november 2018 om 18:07:26 uur vindt op TA004 met sessienummer 255 een gesprek tussen [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 1] plaats.

[naam 3] vraagt aan [naam 2] “Hou je van me”. [naam 2] zegt lachend “Ja wel mijn vrouw”. [naam 2] zegt: “Kijk hoe mij [naam 4] mij kijkt”.

Op 26 november 2018 om 18:52:44 uur vindt op TA004 met sessienummer 644 een gesprek tussen [telefoonnummer 6] en [telefoonnummer 1] plaats. In dit gesprek vraagt NM7645: “He [verdachte] . Whats up bro”

Op 26 juni 2017 wordt [verdachte] als verdachte gehoord te Dordrecht. [verdachte] verklaart dat hij voor de Romacultuur is getrouwd met [naam 5] . Samen hebben ze twee kinderen. Het jongetje heet [naam 4] .

II.

de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 15 september 2020, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Ik heb gebruik gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

III.

het ambtsedig proces-verbaal van observatie, opgenomen als pagina’s 465 t/m 470 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op vrijdag 23 november 2018 tussen 08.15 uur en 14.15 uur werden de volgende waarnemingen gedaan:

Tijd

Verbalisant

Omschrijving bevindingen

08.55 uur

K115

Zag ik dat een manspersoon, die ik ambtshalve herkende als [verdachte] , buiten kwam bij het pand, gelegen aan de [adres 1] . Ik zag dat hij dit pand verliet via een deur aan de zijde van de Schaepmanstraat.

08.56 uur

K115

Zag ik dat [verdachte] als bestuurder instapte in een Seat, type Ibiza, kleur zwart, kenteken [kenteken 1] en hiermee vertrok.

09.13 uur

K119 en K115

Zagen wij dat de Seat [kenteken 1] stilstond en dat een vrouwspersoon instapte als bijrijder in de [kenteken 1] , waarna deze vertrok. Wij herkenden deze vrouwspersoon later, als de ons ambtshalve bekende:

[medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag medeverdachte 2] 2001.

09.35 uur

K133 en K179

Zagen wij dat een vrouwpersoon als bijrijder instapte in de Seat [kenteken 1] , waarna deze vertrok.

10.33 uur

K103

Zag ik dat de Seat [kenteken 1] werd geparkeerd bij de [naam 8] , gevestigd te Bemmel. Ik zag dat [verdachte] en [naam 9] uitstapten en de [naam 8] binnen gingen.

10.37 uur 10.44 uur

K115 en K155

Tussen genoemde tijdstippen zagen wij in de [naam 8] :

- dat [verdachte] en [naam 9] direct na binnenkomst richting de kassa's liepen.

- dat [verdachte] in eerste instantie op de uitkijk stond.

- dat [naam 9] op enig moment in de rij bij de kassa plaatsnam achter een oudere dame met grijs haar.

- dat [naam 9] op het moment dat deze oudere dame wilde gaan pinnen de cassière aansprak.

- dat [verdachte] op dat moment kort op de oudere dame ging staan om kennelijk mee te kunnen kijken bij de pintransactie.

- dat [verdachte] en [naam 9] zich nog enige tijd voorbij de kassa’s ophielden en kennelijk aandacht hadden voor klanten bij de kassa's.

10.48 uur

K179

Zag ik dat [verdachte] en [naam 9] uitstapten en wegliepen in de richting van een appartementencomplex te Bemmel en dat [medeverdachte 2] kennelijk in de Seat [kenteken 1]

achterbleef.

Ik zag dat een oudere dame voor de deur van de centrale hal in haar tas aan het zoeken was en kort daarop de deur opende. Ik zag dat [verdachte] en [naam 9] direct na het openen van de deur met de oudere dame meeliepen de centrale hal in.

10.51 uur

K125

Zag ik dat [verdachte] en [naam 9] in de centrale hal van het complex kennelijk in gesprek waren met een oudere dame. Ik zag dat [verdachte] , [naam 9] en de oudere dame buiten kwamen en dat [verdachte] op dat moment een mobiele telefoon aan zijn oor hield. Bij het verlaten van de centrale hal was er kennelijk nog een gesprek gaande tussen het drietal, waarna [verdachte] en [naam 9] wegliepen in de richting van de Seat [kenteken 1] en de oudere dame in de richting van de [naam 25] voor mij uit beeld verdween.

11.31 uur

K155

Zag ik dat [verdachte] en [naam 9] in de [naam 10] , gevestigd te Huissen stonden.

11.32 uur

11.34 uur

K115 en K155

Tussen genoemde tijden zagen wij in de [naam 10] :

- dat [verdachte] en [naam 9] zich voortdurend rondom de kassa’s bevonden.

- dat [verdachte] en [naam 9] bij de kassa kort op een oudere dame stonden.

- dat Nnl de cassière aansprak op het moment dat de oudere dame ging pinnen.

- dat [verdachte] tijdens de pintransactie kennelijk zijn aandacht had gericht op de pinautomaat en op dat moment een voorwerp ter grootte van een mobiele telefoon in zijn handen hield.

12.27 uur

K114

Zag ik dat [verdachte] en [medeverdachte 2] uit de richting van de supermarkt, genaamd [naam 11] , gevestigd te Lent, kwamen gelopen. Ik zag dat [medeverdachte 2] kennelijk de muts droeg, die [naam 9] ook steeds droeg nadat zij was

uitgestapt. Ik zag dat zij instapten in de Seat [kenteken 1] , waarna deze vertrok.

13.48 uur

K135

Zag ik dat de Seat [kenteken 1] werd geparkeerd ter hoogte van de [naam 8] , gevestigd te Oss. Ik zag dat [verdachte] en [naam 9] uitstapten.

13.49 uur

14.00 uur

K155

Tussen genoemde tijdstippen zag ik in de [naam 8] :

- dat [verdachte] en Nnl zich voortdurend ophielden rondom de kassa’s.

- dat [naam 9] de caissière aansprak op het moment dat een klant, zijnde een oudere dame, wilde gaan pinnen.

- dat [verdachte] op dat moment dicht op de klant kwam staan en zijn aandacht kennelijk had gericht op de pintransactie en op dat moment wederom een voorwerp ter grootte van een mobiele telefoon in zijn

handen droeg.

- dat [verdachte] en Nnl hierna voorbij de kassa’s bleven staan en kennelijk aandacht hadden voor klanten die bij de kassa’s kwamen.

14.03 uur

K114

Zag ik dat de Seat [kenteken 1] werd geparkeerd ter hoogte van de [naam 12] , gevestigd te Oss. Ik zag dat [verdachte] en Nnl uitstapten, de [naam 12] binnen gingen en dat [medeverdachte 2] kennelijk in het voertuig achterbleef.

14.04 uur

14.11 uur

K125

Tussen genoemde tijdstippen zag ik in de [naam 12] :

- dat [verdachte] en [naam 9] zich ophielden ter hoogte van de pinkassa.

- dat Nnl met een mobiele telefoon aan haar oor kennelijk een gesprek aan het voeren was.

- dat [naam 9] achter een vrouwelijke klant in de rij plaatsnam en dat [verdachte] op afstand bleef staan.

- dat [naam 9] dicht op de klant voor haar ging staan toen zij ging afrekenen en dat [verdachte] hierop ook bij de klant ging staan, maar direct weer doorliep.

IV.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 490 t/m 497 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

De bevindingen van het observatieteam op 23 november 2018 tussen 08.15 uur en 14.15 uur betreffende het subject [verdachte] werden vergeleken met de tapgesprekken van de verschillende telefoonnummers waarop een tap was aangesloten.

Wat opvalt is dat het observatieteam zag dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en een onbekende vrouw gedurende de observatie bij elkaar waren dan wel kort bij elkaar in de buurt waren dan wel zich samen in een zwarte Seat Ibiza voorzien van het kenteken [kenteken 1] verplaatsten. Gedurende de observatie reden [verdachte] , [medeverdachte 2] en de onbekende vrouw naar verschillende plaatsen. Vanaf Tilburg reed men naar Bemmel, naar Huissen, Arnhem, Lent, Nijmegen en Oss.

De twee getapte telefoonnummers, [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 1] legden nagenoeg dezelfde route af op dezelfde tijdstippen. Daarbij viel op in de tapgesprekken dat er gedurende de observatie veel contact was tussen [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 4] .

De telefoon [telefoonnummer 1] werd alleen gebruikt door een man.

V.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 457 t/m 462 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Binnen het onderzoek Bobslee werd vastgesteld dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] betrokken was bij meerdere diefstallen.

Uit het onderzoek van de mastgegevens en de camerabeelden is gebleken dat er door de verdachte van een pinpasfraude op 25 augustus 2018 te 11.56.50 uur werd gepind bij een geldautomaat aan de [straatnaam 1] te Oisterwijk. Op de camerabeelden was te zien dat er door de verdachte tijdens de pintransactie telefonisch contact was met haar mobiele telefoon. De vrouw die te zien is op de camerabeelden herken ik, verbalisant [verbalisant 1] , als zijnde [medeverdachte 2].

Uit de historische verkeersgegevens volgt dat er op dat moment contact is tussen het

telefoonnummer [telefoonnummer 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Beide telefoonnummers straalden aan op de mast [mast] , zijnde de mast aan de [straatnaam 2] te Oisterwijk, maar met verschillende zendrichtingen.

De simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] zat in een toestel met het IMEI-nummer [nummer 1] . Uit onderzoek blijkt dat dit toestel is van [naam 13] , model: Ml250. Ik, verbalisant zag dat dit exact het zelfde toestel is als [medeverdachte 2] tijdens de pintransactie in haar hand heeft.

VI.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 762 t/m 764 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Uit eerder onderzoek naar de gebruikster van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] bleek dat zij de partner is van [naam 14] , geb. [geboortedag naam 14] -1994. Genoemde [naam 14] verklaarde op 28 november 2018 dat hij een dochtertje heeft van 3 jaar oud, genaamd [naam 15] en dat zijn partner [medeverdachte 1] is.

Door te raadplegen op facebook met de naam “ [medeverdachte 1] ” werd er een facebookaccount gevonden met de naam " [medeverdachte 1] ”. Volgens de Roma tolk betekent Volimte: houdt van. Op dit facebookaccount waren diverse foto’s en filmpjes geplaatst, waaronder van een man en vrouw samen, waarbij de man werd herkend als zijnde [naam 14] .

Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag sterke uiterlijke gelijkenissen met betrekking tot de vrouw in het filmpje op facebook van profiel “ [medeverdachte 1] ” en de politiefoto van [medeverdachte 1] .

Een collega verbalisant van de politie Rotterdam wist ambtshalve dat de partner van [naam 14] [medeverdachte 1] is.

VII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 965 t/m 968 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 18 november 2018 om 17.12.55 uur werd NN-vrouw met telefoonnummer [telefoonnummer 7] gebeld door NN-vrouw met telefoonnummer [telefoonnummer 4] . [naam 16] vraagt aan [naam 17] of [naam 18] haar kan ophalen. [naam 17] zegt: “even [naam 18] vragen", waarop de achtergrond hoorbaar was: “ [naam 18] , kan jij [medeverdachte 2] gaan ophalen bij de bioscoop”? (TA1 sessie 47). Uit bovenstaand gesprek valt op te maken dat [naam 16] [medeverdachte 2] genoemd wordt.

Op 26 november 2018 om 17.46.32 uur werd door NN-vrouw met telefoonnummer [telefoonnummer 7] gebeld naar NN-man met telefoonnummer [telefoonnummer 8] . In het gesprek met deze NN-man vraagt NN-vrouw waar [medeverdachte 2] is. NN-man zegt dat [medeverdachte 2] hier is. NN-vrouw wil [medeverdachte 2] iets vragen, waarop NN-man op de achtergrond roept: “ [medeverdachte 2] hier [medeverdachte 3] ”. Vervolgens kwam [naam 19] aan de telefoon van NN-man. (TA1 sessie 188) Uit bovenstaand gesprek is af te leiden dat [medeverdachte 2] mogelijk op hetzelfde adres verblijft als [naam 20] .

Uit het Basis Voorziening Handhavingssysteem van de politie bleek dat [naam 21] , geb. [geboortedag naam 21] 1996 sinds 25 november 2017 stond geregistreerd met het telefoonnummer [telefoonnummer 8] . Dit telefoonnummer wijkt 2 cijfers af met het telefoonnummer [telefoonnummer 8] , waardoor ik, verbalisant, het vermoeden heb dat er een typefout gemaakt is bij het registreren van het telefoonnummer van

[naam 21] in het politiesysteem. Gelet op het feit dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] in diverse afgeluisterde telefoongesprekken [naam 21] genoemd wordt, heb ik het vermoeden dat [naam 21] voornoemd is.

Uit onderzoek op facebook zag ik dat er een facebookprofiel is met de naam “ [naam 22] ”. Volgens de Roma tolk betekent “volimte” houdt van. Ik herkende op meerdere foto’s op dit facebookprofiel [naam 21] voornoemd. Ik herkende hem van de politiefoto uit december 2017. De vrouw waarmee hij stond afgebeeld herkende ik direct als de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 2] .

VIII.

het ambtsedig proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen als pagina 1610 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Onder [medeverdachte 2] , geb. [geboortedag medeverdachte 2] -2001, is bij haar aanhouding, na fouillering, in beslag genomen een telefoon van het merk/type: [naam 23] Onetouch, kleur: zwart, met registratienummer: [nummer 2]

IX.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 1614 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

In de mobiele telefoon, merk: [naam 23] , type: One Touch, met het imei nummer: [nummer 2] is een sim-kaart van [naam 1] aangetroffen met het mobiele nummer [telefoonnummer 4] .

X.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1115-1116 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Uit afgeluisterde telefoongesprekken gevoerd door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] bleek dat de hoofdgebruikster van dit telefoonnummer [medeverdachte 3] (fon) werd genoemd. Verder bleek dat ze geregeld werd gebeld met de vraag of men [naam 18] kon spreken, waarop ze haar telefoon overgaf aan een man. Uit tapgesprekken blijkt dat de gebruikster van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] geregeld contact had met een NN-man, die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] . Ze noemde de man “mijn man” en de man noemde haar “mijn vrouw”.

Ik zag vervolgens een tweetal registraties, waarin [medeverdachte 3] , geb. [geboortedag medeverdachte 3] -1990, werd gecontroleerd in het bijzijn van eerder genoemde [naam 18] . Deze controles vonden plaats op 1 en 4 augustus 2017 in respectievelijk Eindhoven en Schijndel.

Bewijsmiddelen per feit

Feit 1 en feit 2:

XI.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , opgenomen als pagina’s 358-359 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op zaterdag 25 augustus 2018, omstreeks 11:10 uur, ging ik naar de supermarkt genaamd de [naam 8] . Ik heb mijn boodschappen afgerekend en ben vervolgens naar huis gelopen. Omstreeks 11:45 uur, kwam ik bij mijn woning te Oisterwijk aan. Ik wilde naar binnen gaan en werd aangesproken door een jongen en een meisje. Ze spraken mij aan en vroegen naar mijn kassabonnetje. Ze gaven aan dat ze medewerkers waren van de supermarkt. Ze wilden controleren of ik alle producten op het bonnetje had afgerekend. Ik heb ze binnen in het halletje gelaten. Ik hoorde dat de jongen zei dat ik mijn pinpas op een apparaat moest leggen en nog één maal de pincode moest invoeren. Dit heb ik ook gedaan.

Op het afschrift van de bankrekening was te zien dat ze bij de [naam 24] hebben gepind aan [straatnaam] (te Oisterwijk). Mijn dochter is bij die bank geweest en die gaven aan dat ze camerabeelden hebben van de pintransactie. Volgens de bank hebben de daders om 11:56 uur gepind in de bank. Er is een bedrag van 1.250 euro gepind.

XII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 363 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Naar aanleiding van de aangifte van [slachtoffer 1] is er op 27 augustus 2018 contact geweest met aangeefster, waarbij aangeefster onder meer het volgende vertelde:

Zij heeft sinds het incident op zaterdag 25 augustus 2018 haar bankpas niet meer gezien en niet meer kunnen vinden.

XIII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 521-522 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Middels een vordering werden de camerabeelden van de pintransactie van 25 augustus 2018 te 11.56 uur bij de [naam 24] te Oisterwijk opgevraagd. Op deze camerabeelden is een vrouw te zien die de pintransactie uitvoert.

Ik, verbalisant [verbalisant 1] , herken de verdachte op deze foto als zijnde [medeverdachte 2]. Ik herken haar van de ronde vorm van haar hoofd, haar brede jukbeenderen en haar mond. Ik herken haar als zijnde dezelfde persoon die ik op afbeeldingen van camerabeelden bij andere feiten heb gezien.

XIV.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 458 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Uit het onderzoek van de mastgegevens en de camerabeelden is gebleken dat er door de verdachte van een pinpasfraude op 25 augustus 2018 te 11.56.50 uur werd gepind bij een geldautomaat aan de [straatnaam 1] te Oisterwijk.

Met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is op 25 augustus 2018 om 11.56.45 uur gebeld met het telefoonnummer [Telefoonnummer 10] , gedurende 6 seconden.

Het telefoonnummer [Telefoonnummer 10] straalde bij het bovengenoemde gesprek aan op de mast [mast] en het telefoonnummer [telefoonnummer 1] straalde aan op de mast [mast] . Het betrof in beide gevallen de mast aan de [straatnaam 2] te Oisterwijk, maar met verschillende zendrichtingen.

Feit 3 en feit 4:

XV.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , opgenomen als pagina’s 597-598 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op zaterdag 1 september 2018 ben ik naar het winkelcentrum in Berkel-Enschot gegaan en heb ik boodschappen gedaan bij de [naam 25] . De boodschappen heb ik bij de kassa gepind met mijn bankpas. Ik heb de boodschappen ingepakt en ben met de auto naar mijn huis in Berkel-Enschot gereden. Ik zag twee voor mij onbekende personen de oprit oplopen. Het ging om een man en een vrouw. De man vroeg aan mij of ik wist waar de huisartsenpost zat. De man vroeg of ik het op wilde schrijven. Ik wist dat ik een pen in mijn tasje had zitten. Het tasje was afgesloten met een slotje. Ik deed het tasje open en pakte de pen uit het tasje. Vervolgens deed ik het tasje niet meer op slot. De man hield een map op zodanige wijze vast dat ik geen zicht meer had op mijn tasje. Daarna zijn de man en de vrouw vertrokken. Op zondag 2 september 2018 ging ik internetbankieren. Er viel mij een aantal vreemde afschrijvingen op. Ik pakte mijn tasje waar mijn bankpas in zou moeten zitten. Ik zag dat het bankpasje niet meer in de portemonnee zat.

Ik ben teruggegaan naar de [naam 25] en heb de camerabeelden bekeken. Op de beelden was duidelijk te zien dat de man die ik had getroffen op mijn oprit achter mij stond aan de kassa.

XVI.

het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 2] , opgenomen als pagina 602 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

De pintransactie die plaatsvond bij de [naam 27] op de Heuvelring was op 1 september 2018 om 11.03 uur. Het bedrag 9,95 euro werd gepind op 1 september 2018 om 12.46 uur bij een winkel genaamd [naam 37] in Poppel en het bedrag 2,00 euro werd gepind op 1 september 2018 om 13.11 uur bij de winkel [Naam 38] in Ravels.

Ik heb op zaterdag 1 september 2018, om 10.28 uur, de pintransactie voor mijn boodschappen uitgevoerd bij de [naam 25] , gevestigd aan het [straatnaam 3] te Berkel-Enschot.

XVII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 647-648 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 1 september 2018 tussen 10.00 uur en 12.30 uur is er regelmatig telefonisch contact tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer 3] .

Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat de telefoonnummers [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 1] rondom het gepleegde feit te 10.00 uur aanstraalden op respectievelijk de masten [mast] [straatnaam 4] te Berkel Enschot en [mast] [straatnaam 5] te Berkel Enschot.

Rondom de pintransactie op 1 september 2018 te 11.02 uur aan de Heuvelring straalt het telefoonnummer [telefoonnummer 1] om 11.08 aan op [mast] [straatnaam 6] te Tilburg. Op 1 september 2018 te 11.11 uur straalt het telefoonnummer aan op een mast [mast] [straatnaam 7] te Tilburg. Beide masten zijn gelegen in de omgeving van de pintransactie aan de Heuvelring.

Feit 5 en feit 6:

Feit 5 in het procesdossier

XVIII.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , opgenomen als pagina’s 713-714 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op woensdag 8 augustus 2018, omstreeks 11.26 uur heb ik boodschappen afgerekend met mijn pinpas bij supermarkt de [naam 29] , gevestigd op het [adres 4] in Nijkerk. Ik woon in een appartementencomplex te Nijkerk en bij thuiskomst ben ik, toen ik mijn kelderbox net geopend had, aangesproken door drie personen. Deze drie personen waren twee meisjes en één jongen. De drie jongeren vroegen aan mij of ik wist zich waar hun oma woonde. Op hetzelfde moment wreef er één van de dames over mijn rug. Toen ik thuis in mijn appartement was, werd ik gebeld door de [naam 24] . De medewerker van de [naam 24] vertelde mij, dat er een bedrag van 1.250 euro om 11.53 uur van mijn rekening was gepind bij de [naam 24] , locatie [naam 30] . Ik gaf aan, dat ik niet had gepind op dat tijdstip. Vervolgens heb ik in mijn portemonnee gekeken en ik zag dat mijn pinpas uit mijn portemonnee was weggenomen.

XIX

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, met proces-verbaalnummer 2018357409-3, opgenomen als pagina’s 718-719 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

De verbalisant heeft de gevorderde camerabeelden van de supermarkt [naam 29] , gevestigd op het [adres 4] te Nijkerk van 8 augustus 2018 omstreeks 11.22 uur uitgekeken en daarbij de volgende bevindingen gedaan:

Aangever [slachtoffer 3] staat bij de kassa en pakt haar boodschappen in. Achter aangever staan een man en een vrouw in de rij. Aangever pakt een pinpas uit haar portemonnee en stopt deze in het pinapparaat. De vrouw, welke achter haar in de rij staat, doet een stap naar voren op het moment, dat aangever gaat pinnen. Terwijl aangever bezig is met pinnen, zag ik dat deze vrouw constant naar het pinapparaat kijkt. Als aangever haar pinpas uit het pinapparaat haalt, doet de vrouw een stap achteruit wendt haar hoofd weer af.

De man en vrouw lopen vanuit de winkel naar het parkeerterrein en stappen in een blauwe personenauto van het merk Volvo, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Daarna komt de aangever in haar scootmobiel naar buiten. De donkerkleurige auto rijdt achteruit en in de richting van aangever. Het kenteken van de auto staat op naam van: [naam 26] ( [geboortedag naam 26] -1985).

XX.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 718-719 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

De tenaamgestelde van het voertuig met kenteken [kenteken 2] , te weten [naam 26] ( [geboortedag naam 26] 1985) heeft ook het voertuig voorzien van kenteken: [kenteken 3] op zijn naam en dit kenteken heeft een registratie in het politiesysteem Bluespot. Dit voertuig is op 13 september 2018 in Uden gecontroleerd door de politie, waarbij de bestuurder [verdachte] ( [verdachte] ), geboren: [geboortedag] -1993, betrof. In Bluespot is een

foto van [verdachte] beschikbaar, deze vertoont gelijkenissen met een van de verdachten die te zien is op de camerabeelden (zie proces-verbaal van bevindingen: 2018357409-3). Echter op deze beelden draagt verdachte een pet en zonnebril. Hierdoor kan niet met volledige zekerheid worden gesteld dat [verdachte]

deze verdachte betreft.

XXI.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 733-734 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Ten tijde van de gekwalificeerde diefstal op 8 augustus 2018 tussen 11.26 uur en 13.51 uur te Nijkerk heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 1] veelvuldig kortstondig contact met het telefoonnummer [telefoonnummer 5] .

Op 8 augustus 2018 om 11.34.12 uur straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 1] aan op de [mast] mast te Nijkerk. De supermarkt de ‘ [naam 29] ’ gelegen aan het [adres 4] te Nijkerk valt binnen het bereik van deze mast.

Op 8 augustus 2018 om 11.53.48 uur straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 1] aan op de [mast] mast te Nijkerk. De [naam 24] aan de [adres 2] te Nijkerk valt binnen het bereik van deze mast. Het betreft ook het tijdstip dat er € 1250,- euro werd gepind bij deze [naam 24] .

XXII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 736 t/m 738 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 8 augustus 2018 om 11.34.12 uur wordt de [mast] mast te Nijkerk aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 5] . De supermarkt de ‘ [naam 29] ’ gelegen aan het [adres 4] te Nijkerk valt binnen het bereik van deze mast.

Op 8 augustus 2018 om 11.53.48 uur wordt de [mast] mast te Nijkerk aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 5] . De [naam 24] aan de [adres 2] te Nijkerk valt binnen het bereik van deze mast.

Feit 6 in het procesdossier

XXIII.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , opgenomen als pagina’s 769 t/m 771 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op woensdag 14 november 2018 omstreeks 11.50 uur heb ik boodschappen gedaan aan de Molenweg te Nijmegen. Thuis (te Nijmegen) aangekomen heb ik mijn boodschappen uitgeladen en de centrale voordeur geopend. De deuren waren nog niet gesloten toen ik zag dat er drie jonge mensen de lift in stapten. Ik zag dat het twee meisjes en een jongen waren. Ik hoorde de jongen, die vooral het woord deed, tegen mij zeggen dat ze niet precies wisten waar ze heen moesten omdat ze op zoek waren naar hun oma. Ik hoorde dat een meisje vroeg of ze bij mij naar de WC mocht. Dat vond ik goed. Het andere meisje vroeg mij om een glas water. Ik ben dat voor haar gaan halen. Ik had de boodschappen in de hal gezet. Mijn jas en schoudertas had ik om een stoel in de zitkamer gehangen. Ik hoorde de jongen aan mij vragen of hij even bij mij op de computer mocht kijken op Google Maps, naar het adres. Ik ben toen samen met die jongen gaan kijken of we een ander adres van oma konden vinden. Mijn schoudertas was toen achter mij. Nadat ik geluncht had, ben ik naar [naam 39] gegaan. Ik wilde daar iets afrekenen en zag toen dat mijn bankpas uit mijn portemonnee was weggenomen.

XXIV.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 775-776 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Van de bankrekening van aangeefster zijn de volgende bedragen afgeschreven:

- op 14-11-2018 te 12:48 uur is 509 euro opgenomen bij een muntautomaat van de [naam 27] te Nijmegen;

- op 14-11-2018 te 13:03 uur is 2x 300 euro gepind bij een [naam 28] automaat aan de [adres 5] in Nijmegen.

XXV.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 774 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Ten aanzien van de bankrekening van aangeefster hebben de volgende mistransacties plaatsgevonden:

- op woensdag 14 november 2018 te 12:49 uur, bij [naam 27] , voor een bedrag van 1009 euro, niet gelukt in verband met onvoldoende saldo;

- op woensdag 14 november 2018 te 13:39 uur, bij [naam 24] Oss-Bernheze,

voor een bedrag van 100 euro, niet gelukt in verband met onvoldoende saldo.

Bij zowel de [naam 27] als de [naam 24] zijn camerabeelden gevorderd.

XXVI.

het ambtsedig proces-verbaal van herkenning, opgenomen als pagina’s 816-817 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Ten aanzien van de diefstal op 14 november 2018 tussen 11:50 en 13:45 uur te Nijmegen zijn camerabeelden uitgekeken. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag op de beelden van de [naam 27] te Nijmegen twee vrouwen staan. Ik zie dat de vrouw met de grijze jas en zwarte muts met beige flos de pintransactie uitvoert. Ik herken de vrouw met de grijze jas als zijnde [medeverdachte 1]. Ik herken haar omdat ik in een ander onderzoek naar een zware mishandeling en openlijke geweldpleging, genaamd Biathlon als rechercheur betrokken was.

Tevens werd tijdens een observatie op 23-11-2018 gezien dat er na telefonisch contact tussen [verdachte] [telefoonnummer 1] en [medeverdachte 1] met het telefoonnummer [telefoonnummer 5] een vrouw werd opgepikt, die later werd herkend als zijnde [medeverdachte 1] . Ik zag dat [medeverdachte 1] bij de pintransactie bij feit 6 een soortgelijke jas en zwarte laarsjes draagt als bij de observatieactie op 23-11-2018.

XXVII.

ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 810-811 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zie op de beelden van feit 6 dat twee vrouwen voor de geldautomaat van de [naam 27] staan. Ik herken de vrouw met de zwarte jas als zijnde [medeverdachte 2]. Ik herken haar aan de ronde vorm van haar hoofd en haar postuur. Ik zie dat ze onder de zwarte jas een beige vest draagt. Dit vest draagt zij ook bij de feiten 2, 3 en 4 en heeft zij aan bij haar aanhouding op 7 februari 2019. Op de beelden van de geldautomaat van de [naam 28] bij de [naam 31] van 14-11-2018 te 13.06 uur zie ik dat [medeverdachte 2] in de winkel staat. Ik herken haar aan haar postuur, houding en de vorm van haar hoofd. Ik zie dat ze een zwarte muts op heeft een beige vest draagt en een grijze broek met een vale plek boven haar linkerknie. Ik zie dat ze een grijze schouder/handtas in haar handen heeft, soortgelijk aan de tas, die ze ook bij andere feiten bij zich heeft.

XXVIII.

ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 784 t/m 786 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] heeft op 14 november 2018 veelvuldig contact met telefoonnummer [telefoonnummer 5] , in het bijzonder rond de tijdstippen van de diefstal en de pintransacties.

Op 14 november 2018 om 11.37.55 uur wordt de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Het winkelcentrum waar aangeefster haar boodschappen deed aan de [adres 3] te Nijmegen valt binnen het bereik van deze mast.

Op 14 november 2018 om 12.49.04 wordt de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Deze mast is gesitueerd aan het [adres 6] te Nijmegen. De [naam 27] waar op 14 november 2018 om 12.48 uur een bedrag van € 509,- werd gepind en om 12.49 uur werd gepoogd te pinnen ligt aan het [adres 7] te Nijmegen.

Op 14 november 2018 op 13.41.06 uur wordt de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De [naam 24] aan de [adres 8] te Oss waar op 14 november 2018 om 13.39 uur gepoogd werd te pinnen valt binnen het bereik van deze mast.

XXIX.

ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 791-792 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 14 november 2018 zijn gesprekken getapt tussen telefoonnummers [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 1] .

Gesprek met sessienummer 28:

14 november 2018 te 11.37.55 uur wordt [telefoonnummer 5] gebeld door [telefoonnummer 1] .

Locatie beller: [adres 9] NIJMEGEN

[naam 32] : Hallo

[naam 2] : Kijk of je kunt kijken.

[naam 32] : Wie?....Gaat dat?..

[naam 2] : Die doet het niet?

[naam 32] : Nee., doet niemand

[naam 2] : Kijk naar die ouwe achter/naast je.. daar bij de kassa.

[naam 32] : Ok.

[naam 2] : Ik kan niet, die vrouw zag mij...

[naam 32] : Goed...

Gesprek met sessienummer 29:

14 november 2018 te 11.39.15 uur belde [telefoonnummer 5] naar [telefoonnummer 1] .

Locatie gebelde: [adres 9] NIJMEGEN

[naam 32] zegt: Ik heb geld (ntv)

Feit 7 in het procesdossier

XXX.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , met proces-verbaalnummer PLO600-2018516438-1, opgenomen als pagina’s 839-840 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 15 november 2018 ben ik vanaf mijn woning te Heteren naar de supermarkt de [naam 25] gelegen aan de [adres 10] te Heteren gegaan. Omstreeks 10.35 uur kwam ik bij de kassa aan. Ik heb mijn pincode ingevoerd, heb daarna mijn boodschappen ingepakt en ben vervolgens weer naar huis gegaan. Toen ik bezig was om de tuin in te rijden met mijn elektrische rolstoel zag ik dat er 3 personen aan kwamen lopen. Ik zag dat het om 2 vrouwen ging en 1 man. De man hielp mij toen om mij achteruit de tuin in te rijden. Nadat ik in de tuin stond, boden ze aan om mij te helpen met de boodschappen. Ze pakten mijn boodschappentas en mijn nektasje. In dit nektasje zitten mijn persoonlijke spullen zoals mijn portemonnee. Later ontdekte ik dat mijn pinpas uit mijn nektasje was ontvreemd. Ik weet zeker dat ik bij de winkel mijn pinpas weer in mijn portemonnee heb gedaan, ik heb mijn nektasje altijd om mijn nek hangen en heb deze, naast de vrouw 2, aan niemand anders gegeven. Ik heb meteen de bank gebeld. Ik hoorde van de medewerker welke ik aan de telefoon had, dat er inmiddels 1200,00 euro van onze rekening was geschreven. Als ik online inlog op mijn bankgegevens, kan ik zien dat er om 10:59 uur een bedrag van 1200,00 euro is afgeschreven. Dit heb ik absoluut niet zelf gepind.

XXXI.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 853 t/m 857 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Door de [naam 25] te Heteren werden camerabeelden ter beschikking gesteld. De beelden horen bij proces-verbaal van aangifte PL0600-2018516438.

Aangever pint zijn boodschappen bij de kassa, waarbij in ieder geval [verdachte] meekijkt tijdens het pinnen van aangever. [verdachte] is samen met een onbekende vrouw in de supermarkt. Zij staat achter aangever in de rij voor de kassa.

XXXII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 900-901 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Bevindingen ten aanzien van feit 7: Diefstal donderdag 15 november 2018 tussen 10.00 uur en 11:10 uur te Heteren: Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zie op de beelden van de [naam 25] supermarkt te Heteren dat een vrouw met geblondeerde haren, grijze lange jas met capuchon met lichte bontkraag, donkerkleurige shawl met witte bies, een zwarte broek en zwarte laarsjes, die ik herken als [medeverdachte 1] , de kassière afleidt terwijl de man achter haar die ik herken als zijnde [verdachte], de pincode afkijkt bij de man, die in het rood gekleed is en in een rolstoel zit.

XXXIII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 858 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende dat:

Uit onderzoek is gebleken dat er met de gestolen pinpas van de heer [slachtoffer 5] (feit 7) op 15 november 2018 om 10.59 uur 1.200,- euro werd opgenomen bij de [naam 24] in Druten.

Door de [naam 24] werden camerabeelden van deze pintransactie ter beschikking gesteld voor het onderzoek.

XXXIV.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 892 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Feit 7: Diefstal donderdag 15 november 2018 tussen 10.00 uur en 11:10 uur te Heteren: Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zie op de camerabeelden van de [naam 24] te Druten dat een vrouw die ik herken als zijnde [medeverdachte 2] (NB: de rechtbank gaat hierbij uit van een kennelijke verschrijving nu duidelijk is dat [medeverdachte 2] wordt bedoeld, mede gelet op het relaas-pv (p.46) waarin wel over [medeverdachte 2] wordt gesproken.) een pintransactie uitvoert. Ik herken haar aan de ronde vorm van haar hoofd en met name haar ronde jukbeenderen. Ik zie dat ze een zwarte muts draagt met een beige bol. Ik zie dat ze een zwarte jas draagt met een zwarte bontkraag. Ik zie dat ze een grijze handtas draagt en witte sportschoenen. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zie dat de jas, de muts, de tas en de witte sportschoenen soortgelijk zijn als de kleding die ze draagt bij feit 6.

XXXV.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 846 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Tapgesprek met sessienummer 83:

Op 15 november 2018 te 11.01.11 uur: [telefoonnummer 1] belt uit naar [telefoonnummer 5]

Locatie beller: [adres 11]

[naam 2] vraagt waar [naam 32] is.

Feit 8 uit het procesdossier

XXXVI.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , opgenomen als pagina 903 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 24 november 2018 ging ik naar de [naam 31] in het winkelcentrum [adres 12] om mijn boodschappen te doen. Ik deed dit met mijn scootmobiel. Ik heb mijn boodschappen met mijn pinpas betaald. Vandaag werd ik door mijn zoon gebeld dat er mogelijk iets met mijn rekening aan de hand was en dat er geld van de rekening was afgeschreven. Toen ik in mijn portemonnee keek, kon ik mijn pas niet meer vinden.

XXXVII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 905 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

De zoon van aangeefster liet op de bankafschriften van de rekening van aangeefster zien dat er op deze dag om 13.12 uur bij de [naam 28] op het [adres 13] 900 euro was afgeschreven. Ook werd er om 13.19 uur 1009 euro afgeschreven.

XXXVIII.

het ambtsedig proces-verbaal van aanvullend verhoor van aangeefster, opgenomen als pagina 907 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Toen ik na het boodschappen doen op 24 november 2018 bij mijn wooncomplex in Tilburg aankwam, zag ik ineens 3 personen in de lobby staan. Ik zag 2 vrouwen en 1 man staan. Ik zag dat de 3 personen ook de lift mee inliepen. Ik zag dat de man achter mij in de lift stond waarbij hij nog steeds de telefoon aan zijn oor hield. Ik zag dat de vrouw die mij eerder aansprak voor mij stond en dat de andere vrouw naast mij stond. Ik drukte hierna op de knop van de 3e verdieping. In de weg naar boven voelde en zag ik dat de man zich vanuit achteren over mij heen boog. Toen ik verder de hal in reed, zag ik mijn telefoon op mijn tas liggen. Achteraf weet ik eigenlijk zeker dat ik hem rechtop in een tas had gestoken.

XXXIX.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 910 t/m 921 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

De camerabeelden van de [naam 31] en het winkelcentrum [adres 12] , behorende bij de aangifte van [slachtoffer 6] van 25 november 2018 omstreeks 12:50 uur zijn bekeken door verbalisant [verbalisant 3] . Het slachtoffer werd tijdens het pinnen bij [naam 31] opvallend in de gaten wordt gehouden door een man met een rode “Spidermanmuts”. Nadat zij de [naam 31] had verlaten en verder door het winkelcentrum reed, werd zij gevolgd door een vrouw, gekleed in een beige jas met een donkerkleurige muts. Zij volgt de vrouw langere tijd zowel in als buiten het winkelcentrum.

XXXX

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 1004 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zie dat [medeverdachte 2] op de camerabeelden (van de [naam 27] en de [naam 31] ) bij feit 8 een beige jas draagt en een zwarte pet met parels. Ik herken haar aan de vorm van haar gezicht. Ik zie dat zij een soortgelijke jas draagt als die zij droeg toen ze werd herkend bij de observatie-actie op 23-11-2018.

XXXXI.

het ambtsedig proces-verbaal van herkenning, opgenomen als pagina’s 995 t/m 998 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zie op de camerabeelden van de [naam 27] te Tilburg (behorende bij feit 8) dat er omstreeks de pintransactie aldaar met de gestolen pinpas twee vrouwen binnenkomen. Ik zie een vrouw met een licht grijze jas en witte muts. Ik zie dat zij een donkerkleurige shawl draagt met een witte bies. Ik zie dat zij een lichtkleurige roze schoudertas op haar rechterzijde draagt. Ik zie dat de jas, de schoudertas en de witte muts soortgelijk zijn als degene die [medeverdachte 1] draagt de dag ervoor op bij de observatieactie van 23-11-2018.

XXXXII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 933-934 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op de camerabeelden (weergegeven tijd is 24/11/2018 te 13:11:5) van een pintransactie bij de [naam 28] geldautomaat aan het [adres 13] te Tilburg, waar 900 euro werd opgenomen met een pinpas die kort daarvoor is weggenomen (feit 8), is te zien dat twee vrouwen bij het pinautomaat staan. Te zien is dat de achterste vrouw een telefoon vast heeft en mogelijk een gesprek voert. In de uitgewerkte tapgesprekken van TA 006 sessienummer 172 is te zien dat er op 24-11-2018 te 13:11:46 uur een gesprek heeft plaats gevonden tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 5] . In de uitwerking van het gesprek staat dat er pingeluiden te horen zijn en zegt de [naam 32] tegen [naam 2] dat er van de twee er eentje gegeven heeft. Uit de mastgegevens blijkt dat ze op dat moment aanstraalt in de omgeving van het [adres 13] te Tilburg.

XXXXIII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 936 t/m 940 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 24 november 2018 tussen 10.00 uur en 14.00 uur heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 1] veelvuldig kortstondig contact met verschillende telefoonnummers, waaronder [telefoonnummer 5] .

Op 24 november 2018 om 12.07.41 uur werd de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De [naam 31] aan de [adres 14] te Tilburg valt binnen het bereik van deze mast.

Op 24 november 2018 om 13.11.44 uur werd de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De [naam 28] aan het [adres 13]

te Tilburg valt binnen het bereik van deze mast.

Op 24 november 2018 om 13.23.34 uur werd de [mast] mast

aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De [naam 27] aan de [adres 15] te Tilburg valt binnen het bereik van deze mast.

Feit 9 uit het procesdossier

XXXXIV.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , opgenomen als pagina’s 1010-1011 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op woensdag 21 november 2018 ben ik gaan winkelen in de winkel [naam 8] gelegen aan de [adres 16] te Wageningen. Ik heb die dag om 11:02 uur mijn boodschappen aan de kassa afgerekend met mijn bankpas. Na het betalen heb ik mijn bankpas weer terug gedaan in het ritsvakje van mijn zwarte portemonnee. Mijn zwarte portemonnee heb ik vervolgens weer in het mandje van mijn rollator gedaan. Ik weet nog dat ik mijn portemonnee aan de zijkant van het mandje naast mijn boodschappen had gestopt. Ik heb de boodschappen verder ingepakt in het mandje van de rollator. Ik weet nog dat er toen een man achter bij de kassa stond. Opvallend vond ik dat ik, toen ik bezig was met de boodschappen inpakken, ineens mijn portemonnee in het mandje van de rollator bovenop de boodschappen zag liggen. Ik vond dit vreemd omdat ik de portemonnee aan de zijkant van het mandje had gestopt. Ik weet nog dat ik dezelfde man weer buiten op straat, [adres 16] , zag lopen. Op vrijdag 23 november 2018, was ik in de [naam 33] . Ik wilde mijn boodschappen afrekenen. Ik kwam er toen achter dat mijn bankpas niet meer in het ritsvakje van mijn portemonnee zat. Ik heb telefonisch contact met de [naam 28] opgenomen. Ik kwam er achter dat mijn bankpas op 21 november 2018 moet zijn gestolen want de medewerker van de [naam 28] vertelde mij dat er op woensdag 21 november om 11:12 uur een bedrag van 1.000 euro van mijn bankrekening is weggenomen. De transactie is gepleegd bij een geldautomaat gelegen aan de [adres 16] te Wageningen.

XXXXV.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1014 t/m 1019 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op de camerabeelden van de [naam 8] te Wageningen van 21 november 2018 te 11.00 uur is te zien dat aangeefster haar boodschappen pint bij de kassa. [verdachte] komt de winkel binnen en gaat kort achter aangeefster staan, waardoor hij waarschijnlijk haar pincode kan zien. In de rij van de kassa staat een vrouw achter aangeefster die vermoedelijk bij [verdachte] hoort. Op de beelden is te zien dat zij een mobiele telefoon tegen haar oor houdt en kort daarop komt [verdachte] binnen.

XXXXVI.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1020 t/m 1022 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat er op 21-11-2018 om 11:07:19 uur contact is tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer 5] . Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] straalde op dat moment aan op de [mast] mast, gelegen te Wageningen.

Op 21 november 2018 om 11.03 uur straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 5] de [mast] mast aan. De [naam 8] aan de [adres 16] te Wageningen valt binnen dit gebied.

Op 21 november 2018 om 11.12 uur straalde het telefoonnummer [telefoonnummer 5] de [mast] mast aan. De [naam 28] aan de [adres 17] te Wageningen valt binnen dit gebied. Op 21 november 2018 om 11.12 uur werd er bij deze [naam 28] € 1000,- opgenomen.

Feit 10 uit het procesdossier

XXXXVII.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] , opgenomen als pagina’s 1067-1068 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op donderdag 6 december 2018 heb ik boodschappen gedaan bij de supermarkt [naam 25] aan de [adres 18] te Nijmegen. Ik heb daar om 13.10 uur met mijn [naam 28] bankpas betaald. Ik heb bij de kassa mijn bankpas uit het sleuteltasje gehaald en na het pinnen heb ik het pasje weer terug in het sleuteltasje gedaan. Ik ben daarna naar mijn huis in Nijmegen gelopen. Op het moment dat ik naar binnen liep, kwamen er een jongen en een meisje achter mij aan de centrale hal in. Zij gingen ook met mij mee de lift in. Zij liepen achter mij aan tot aan mijn woning. Ik wilde hen wel helpen waar ze moesten zijn. Ik heb toen de voordeur van mijn woning geopend en ben naar binnen gegaan. De jongen en het meisje bleven buiten staan maar ik heb de voordeur op een kier laten staan. Ik heb toen het sleuteltasje met daarin mijn [naam 28] bankpas op het kastje in de gang achter de voordeur gelegd. Ik ben naar de woonkamer gelopen, ben op bed gaan zitten en heb het adres van de huisartsenpraktijk op een briefje geschreven. Ik had vanaf mijn bed in de woonkamer geen direct zicht op het gangetje achter de voordeur. Na enkele minuten ben ik terug naar de voordeur gelopen en heb ik het briefje aan de jongen gegeven. Toen ze weg waren heb ik in het sleuteltasje gekeken. Ik zag dat mijn [naam 28] bankpas uit het tasje verdwenen was. Ik werd die dag gebeld door de fraudeafdeling van de [naam 28] . Zij hadden zojuist mijn bankpas uit voorzorg geblokkeerd omdat zij een verdachte transactie hadden gezien op mijn rekening.

XXXXVIII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1080 t/m 1086 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op de camerabeelden van de [naam 25] te Nijmegen op 6 december 2018 vanaf 13.23.45 uur is te zien dat aangeefster haar boodschappen bij de kassa pint, waarbij [verdachte] meekijkt tijdens het pinnen van aangeefster. Achter aangeefster staat een vrouw in de rij bij de kassa. Zij is aan het bellen met een mobiele telefoon.

Uit onderzoek is gebleken dat de volgende pintransacties hadden plaats gevonden met de gestolen [naam 28] pas van aangeefster.

-6-12-2018, 13:37 uur, bedrag 1.009,- (Niet geslaagd), muntrolautomaat MUA 167 [naam 27] , gelegen aan de [adres 7] in Nijmegen

- 6-12-2018, 13:38 uur, bedrag 504,50 euro (Wel geslaagd), muntrolautomaat MUA 138 [naam 27] , gelegen aan de [adres 7] in Nijmegen

Op de camerabeelden van de [naam 27] aan het [adres 7] te Nijmegen van 6 december 2018 vanaf 13.36 uur is te zien dat [verdachte] en [naam 9] de [naam 27] binnenkomen en naar de pinautomaat lopen. [verdachte] staat bij de automaat en stopt een oranje pasje in de automaat. Vervolgens voert hij meerdere handelingen uit aan de pinautomaat. Nadat [verdachte] een wit papiertje (bon) uit de automaat haalt, loopt hij naar de automaat ernaast. In deze automaat stopt hij ook een oranje pasje, voert handelingen uit en haalt vervolgens met beide handen iets uit de automaat en stopt het in zijn linker broekzak. Vervolgens komt er een wit papiertje uit de automaat. [verdachte] pakt deze en loopt samen met de Nnvrouw weg van de automaten.

XXXXIX.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1105 t/m 1107 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op de camerabeelden van de [naam 27] en de [naam 25] behorende bij feit 10 op donderdag 6 december 2018 tussen 13:10 uur en 13:38 uur te Nijmegen herken ik, verbalisant [verbalisant 1] , [medeverdachte 3]: ik herken haar hier aan de vorm van haar gezicht, haar neus en onderkin.

XXXXX.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1097 t/m 1100 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 6 december 2018 om 13.12.00 uur werd de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De [naam 25] aan het [adres 18] te Nijmegen waar aangeefster [slachtoffer 8] op 6 december 2018 om 13.10 uur haar boodschappen betaalde valt binnen het bereik van deze mast.

Op 6 december 2018 om 13.19.41 uur werd de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De woning van aangeefster te Nijmegen valt binnen het bereik van deze mast.

Feit 12 uit het procesdossier

XXXXXI.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van dhr. [slachtoffer 10] en mw. [slachtoffer 9] , opgenomen als pagina’s 1173-1174 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op vrijdag 20 juli 2018 kwamen mijn vrouw en ik thuis (te Waalwijk) omstreeks 15.30 uur. Wij waren naar winkelcentrum [naam 34] in Waalwijk geweest. Mijn vrouw heeft daar iets gekocht en afgerekend met haar bankpas. Ik hoorde ineens kloppen op de poort. Toen ik de poort opendeed, zag ik daar drie jonge mensen staan, twee vrouwen en een man. Mijn vrouw ging de keuken binnen, zette haar tas op het aanrecht en ging het adres en telefoonnummer van de dokter op een briefje schrijven. Mijn vrouw vertelde mij later dat een van de vrouwen haar achterna was gegaan en ook de keuken in was gekomen. Mijn vrouw stond met haar rug naar deze vrouw toe. De volgende dag ontdekte mijn vrouw dat haar bankpasje van de [naam 24] niet meer in haar pasjeshouder zat. Er is op vrijdag 20 juli 2018 om 15.39 uur een bedrag gepind van 20,00 euro en op dezelfde dag om 15.40 uur een bedrag gepind van 790,00 euro.

XXXXXII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 1209 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op de camerabeelden van de [naam 24] behorende bij feit 12: op 20 juli 2018 tussen 15:30 uur en 15:45 uur te Waalwijk, zie ik, verbalisant [verbalisant 1] , dat [medeverdachte 2] op de camerabeelden een wit vest aan heeft, waarbij op de armen een rood met zwarte bies. Ik zie dat zij over haar rechterschouder een tas draag met een wit schouderhengsel.

XXXXXIII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1185 t/m 1190 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op 20 juli 2018 om 15.24.39 uur werd de [mast] -mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Deze KPN mast bevindt zich te Waalwijk in de omgeving van de woning van aangever.

Op 20 juli 2018 om 15.24.39 uur werd de [mast] -mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Deze mast bevindt zich in de omgeving van de [naam 24] aan de [adres 19] te Waalwijk, waar op 20 juli 2018 om 15.39 uur een bedrag van € 20,- en om 15.40 uur een bedrag van € 790,- werd gepind.

Feit 13 uit het procesdossier

XXXXXIV.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , opgenomen als pagina’s 1214-1215 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende dat:

Ik ben op vrijdag 10 augustus 2018 omstreeks 12.00 uur vanuit thuis, [adres 20]

te Gilze, te voet naar de [naam 24] gegaan gevestigd aan het [adres 21] . Ik heb daar met mijn pinpas, welke ik in mijn portemonnee had zitten, een geldbedrag van 100 euro gepind. Daarna heb ik boodschappen gedaan bij de [naam 35] . Daarna ben ik te voet met de boodschappen en de tas naar huis gelopen. Toen ik voor mijn woning stond en de voordeur wilde openen, werd ik aangesproken door een meisje. Vervolgens zag ik dat er ineens twee andere personen bij haar kwamen staan. Het betroffen een man en een meisje. Ik ben toen verder naar binnen gelopen en toen zijn die drie personen achter mij ook de woning in gelopen. Ik had de tas met de portemonnee in de keuken op de keukentafel gelegd en ben toen naar de woonkamer gelopen. Ik zag dat de man meteen in de deuropening is gaan staan. Ik heb met de balpen op een stuk papier uitgetekend waar de apotheek was. Al die tijd hebben die twee meisjes in de keuken gestaan en ik had geen zicht op hun. Daarna is de man samen met die twee meisjes weggegaan. Ik heb toen de tas geopend met de bedoeling om de portemonnee met de pinpas in de kamer in de kast te leggen. Toen bemerkte ik dat de portemonnee er nog wel in zat, maar dat de pinpas er uit ontvreemd was.

Bij de [naam 28] in Tilburg kreeg ik te zien dat er om 12.34 uur bij de geldautomaat van de [naam 24] te Gilze 100 euro was gepind met de gestolen pinpas en dat er vervolgens om 13.00 uur bij de geldautomaat van een [naam 28] gevestigd aan de [adres 22] te Waalwijk een bedrag van 1000 euro was gepind met de gestolen pinpas.

XXXXXV.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 1279 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op de camerabeelden van de [naam 24] en de [naam 28] behorende bij feit 13: op vrijdag 10 augustus 2018 tussen 12:09 uur en 12:34 uur te Gilze, zie ik, verbalisant [verbalisant 1] , dat [medeverdachte 2] een zonnebril draagt in de kleur blauw, dat ze een zwarte tas met witte hengsels over haar schouder draagt. Ik zie dat ze witte parel oorbellen in haar oren draagt. Ik herken haar aan haar postuur en de vorm van haar hoofd en blonde haren met uitgroei.

XXXXXVI.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1250 t/m 1254 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] heeft veelvuldig kortstondig contact met [telefoonnummer 3] op 10 augustus 2018 tussen 11.42 uur en 13.04 uur ten tijde van de diefstal.

Op 10 augustus 2018 om 12.30.01 uur werd de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De [naam 24] aan de [adres 21] te Gilze waar op 10 augustus 2018 om 12.34 uur een bedrag van € 100,- werd gepind valt binnen het bereik van deze mast.

Op 10 augustus 2018 om 13.01.18 uur werd de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De [naam 28] aan de [adres 22] te Waalwijk waar op 10 augustus 2018 om 13.00 uur een geldbedrag van € 1000,- werd gepind valt binnen het bereik van deze mast.

Feit 15 uit het procesdossier

XXXXXVII.

het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] , opgenomen als pagina’s 1352-1353 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op woensdag 5 december 2018, ben ik naar de [naam 10] gegaan. Deze zit aan het [straatnaam 8] te Tilburg. Ik werd bij de voordeur van mijn woning aangesproken door een jongen en een meisje. De jongen sprak mij aan dat ik zojuist bij de [naam 10] was geweest en dat ik daar een blik soep niet had afgerekend. Ik heb vervolgens mijn pinpas uit mijn portemonnee gepakt. Ik zag dat de jongen een apparaatje in zijn hand had wat leek op een mobiele telefoon. Ik gaf hem daarop de pas. Daarop moest ik op het apparaatje de pincode in geven. Op woensdag 19 december 2018 zag ik toen ik in mijn portemonnee keek dat mijn pinpas was verdwenen. Ik ben vervolgens naar de [naam 27] gegaan aan [straatnaam 9] . Daar werd geconstateerd dat 7 maal was gepind met mijn pas. Dit voor een bedrag van 2.006,- euro.

XXXXXVIII.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 1361 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Door de [naam 24] te Tilburg waar met de gestolen pinpas bij de pinautomaat van de [naam 24] aan de [adres 23] op 6 december 2018 een bedrag van 100 euro en een bedrag van 150 euro van de rekening van aangever was gepind, zijn snapshots van de verdachte aangedragen. Daarop is een vrouw te zien.

XXXXXIX

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 1380 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Op de beelden van de [naam 24] te Tilburg, behorende bij feit 15, zie ik, verbalisant [verbalisant 1] , dat er een vrouw met witte schoenen, een grijze broek, zwarte jas, zwarte lange trui en met een zwart baseball-cap op een pintransactie doet. Ik zie dat de vrouw om haar middelvinger een forse zilveren ring draagt. Ik zie dat de vrouw hetzelfde signalement heeft als de beelden van feit 10. De vrouw bij feit 10 herken ik als [medeverdachte 3] . Ik zie op de beelden dat de “pinster” tijdens het pinnen haar handen voor haar gezicht houdt en haar kin probeert te verbergen. Het is mij, verbalisant, bekent dat [medeverdachte 3] een opvallende moedervlek/pukkel heeft die zich, rechtsvoor op haar kin bevindt.

XXXXXX.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1364 t/m 1370 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

De volgende pintransacties zijn uitgevoerd met de pinpas van aangeefster:

• 5 december 2018 11.21 uur [adres 12] Tilburg € 500,-

• 5 december 2018 11.34 uur [adres 15] Tilburg € 1006,-

• 6 december 2018 09.58 uur [adres 23] Tilburg € 100,-

• 6 december 2018 10.00 uur [adres 23] Tilburg € 150,-

• 6 december 2018 10.16 uur [adres 12] Tilburg € 100,-

• 6 december 2018 10.16 uur [adres 12] Tilburg € 100,-

• 6 december 2018 10.17 uur [adres 12] Tilburg € 50,-

Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] heeft met het telefoonnummer [telefoonnummer 7] contact rondom de tijdstippen van de diefstal en de pintransacties op 5 en 6 december 2018.

Op 5 december 2018 om 11.22.41 uur werd de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De pinautomaat aan de [adres 12] te Tilburg waar op 5 december 2018 om 11.21 uur een geldbedrag van € 500,- werd gepind valt binnen dit gebied.

Op 6 december 2018 om 10.16.48 uur werd de [mast] mast aangestraald door telefoonnummer [telefoonnummer 1] . De pinautomaat aan de [adres 12] te Tilburg waar op 6 december 2018 om 10.16 uur en 10.17 uur drie maal geldbedragen van € 100,-, € 100,- en € 50,- werden opgenomen valt binnen dit gebied.

XXXXXXI.

het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 1371 t/m 1373 in voornoemd eindproces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende dat:

Uit onderzoek van de tapgesprekken bleek dat er gedurende de getapte periode op 5 en 6 december 2018 gesprekken over de taplijn TA004 werden gevoerd die gezien de inhoud, de datum/tijd en of locatie overeen kwamen met de gekwalificeerde diefstal gepleegd op 5 december 2018 bij de [naam 10] aan het [straatnaam 8] te Tilburg.

TA004 sessienummer 884

5 december 2018 te 10.45.40 uur [naam 2] bum [naam 36]

Locatie beller mast [adres 24] te Tilburg.

V: Wat is er?

M: Is er iemand binnen?

V: Zo... een oude vrouw en die andere.

M: Is goed., maar die .. (ntv) bij de kassa is met autootje . als ... (M valt weg)

V: [naam 40]

M: heeft iets gekocht of ?

V: Ik weet het niet. even kijken....ik denk het wel...

M: Heeft iets al gekocht

V: Ik denk het., hij is naar de andere kant gegaan., zo te zien heeft iets gekocht.

M: Is goed dan., kijk maar (bedoel, zoek maar) zoiets ...

V: O, ja, ja, ja .. heb ik net goed gezien., heeft gekocht.... Er zijn niet zo veel..

M: Hier zijn de betere , binnen ...

V: Ja, er zijn twee a drie oudje

M: Is goed dan

V: Is goed., hang op..

Uit de verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] blijkt dat de telefoon tijdens dit gesprek aanstraalt op de mast [adres 24] te Tilburg.

TA004 sessienummer 885

5 december 2018 te 10.51.02 [naam 2] wgd [naam 36]

Locatie mast gebelde; [adres 24] te Tilburg.

M: Ja?

V: Kom naar binnen.

TA004 sessienummer 911

6 december 2018 te 10.16.48 uur [naam 2] BUM [naam 36]

Locatie mast beller [adres 25] te Tilburg

Nnman vraagt hoe het gaat.

NNvrouw zegt [ntv] [pingeluiden]....