Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4586

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-09-2020
Datum publicatie
20-10-2020
Zaaknummer
AWB- 20_7974 VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/7974 PW VV

uitspraak van 25 september 2020 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

gemachtigde: mr. P.W. Masselink,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 juli 2020 (bestreden besluit) van het college waarbij haar uitkering op grond van de Participatiewet, bij wijze van maatregel, voor de duur van twee maanden met 100% is verlaagd. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

In een besluit van 19 augustus 2020 heeft het college het bestreden besluit herzien, aldus dat de verlaging van de uitkering niet 100% maar 20% bedraagt.

Vervolgens heeft verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.

De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het besluit van 19 augustus 2020 dat het college in ieder geval gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het college te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.

Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde van € 525, en wegingsfactor 1).

3. Nu het college aan verzoekster is tegemoetgekomen, is er in beginsel aanleiding om het college tevens te veroordelen tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht. Een dergelijke veroordeling blijft achterwege nu verzoekster zich op betalingsonmacht heeft beroepen en geen griffierecht is betaald.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Oudkerk, griffier, op 25 september 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.