Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4288

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-09-2020
Datum publicatie
10-09-2020
Zaaknummer
02-007580-91
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

-Ontvankelijkheid OM.

-Verlenging van de TBS-maatregel voor de duur van twee jaar en voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02/007580-91

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 10 september 2020

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van

[terbeschikkinggestelde]

geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats]

wonende op het adres: [adres] .

1 Destukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:

- de voortgangsverslagen van reclasseringsinstelling Iriszorg, d.d. 18 oktober 2019, 11 december 2019, 19 maart 2020 en 5 juni 2020;

- een officiële waarschuwing afgegeven door Iriszorg op 17 januari 2020, wegens overtreding van een bijzondere voorwaarde van het proefverlof;

- het Pro Justitia rapport (psychiatrisch onderzoek) van dr. Kaiser, gedateerd 8 juni 2020;

- het Pro Justitia rapport (psychologisch onderzoek) van dr. Geurkink, van 10 juni 2020;

- het rapport van Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) de Pompestichting van 30 juni 2020, waarin het advies van de behandelkliniek is vermeld;

- de brief van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, gedateerd 2 juli 2020, inhoudende de expiratiedatum en de termijn waarin het Openbaar Ministerie zijn vordering moet hebben ingediend;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 8 juli 2020, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met één jaar;

- het rapport van Iriszorg, gedateerd 25 augustus 2020, inhoudende het advies tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;

- de door de officier van justitie ter zitting toegezonden informatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid omtrent de plaatsing van de terbeschikkinggestelde.

2 Deprocesgang

Bij beslissing van de arrondissementsrechtbank Breda van 18 mei 1992 is [terbeschikkinggestelde] , wegens het medeplegen van moord, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien jaar en TBS met verpleging van overheidswege.

De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Uit de vordering tot verlenging volgt dat de TBS is aangevangen op 22 oktober 1998.

De TBS is bij beslissing van deze rechtbank, van 26 augustus 2019, voor het laatst verlengd met een termijn van één jaar.

Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 27 augustus 2020 is de officier van justitie in de gelegenheid gesteld haar standpunt naar voren te brengen. Daarnaast is [terbeschikkinggestelde] gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ’s-Gravenhage. Voorts hebben twee deskundigen ter zitting het advies nader toegelicht, te weten [naam 1] (GZ-psycholoog en behandelcoördinator bij FPC de Pompestichting) en [naam 2] (reclasseringswerker verbonden aan reclasseringsinstantie GGZ Iriszorg).

3 Het psychiatrisch onderzoek en psychologisch onderzoek (Pro Justitia)

Uit het multidisciplinair onderzoek dat door de extern deskundigen is verricht, blijkt dat [terbeschikkinggestelde] lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Er is sprake van een niet nader gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische, antisociale en afhankelijke trekken. Verder doet zich voor een stemmingsstoornis NAO, met name depressies. De middelengerelateerde problematiek (alcohol, cocaïne, amfetamine en cannabis) is in langdurige remissie.

Het recidiverisico wordt als laag ingeschat op het moment dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk wordt beëindigd. In een dergelijke situatie is van groot belang dat de huidige vorm van begeleiding en het toezicht behouden blijft. De betrokken ondersteuning die [terbeschikkinggestelde] heeft ontvangen van het RIBW, het forensisch FACT-team en de reclassering moet worden voortgezet. De psychiater en psycholoog zien mogelijkheden om tot een voorwaardelijke beëindiging van de TBS over te gaan, maar verschillen van inzicht over de termijn waarmee de maatregel moet worden verlengd.
Het belang van een geschikte woonvoorziening, waarbij voldoende professionele ondersteuning aanwezig is, wordt door beiden onderschreven. Het (zelfstandig) woontraject en het monitoren daarvan zal nog een geruime tijd in beslag nemen, temeer omdat het een destabiliserende factor kan zijn en vereenzaming moet worden voorkomen. Dit gegeven is voor de psychiater aanleiding om te adviseren de maatregel met twee jaar te verlengen, terwijl de psycholoog voldoende redenen ziet te adviseren om over een jaar de stand van zaken van het resocialisatietraject te beoordelen.

4 Het advies van FPC de Pompestichting

De kernproblematiek die is vastgesteld bij [terbeschikkinggestelde] bestaat uit een dysthyme stoornis, een gemengde persoonlijkheidsstoornis en (morbide) obesitas. De middelengerelateerde problematiek is onder toezicht in remissie. Er is sprake van een kwetsbare, sociaal emotioneel gehandicapte man met chronische gevoelens van leegte, identiteitsloosheid en beperkte copingvaardigheden. Hij is niet in staat om zich langdurig in te zetten voor het realiseren van belangrijke doelen met betrekking tot zelfzorg, zorg voor zijn omgeving, een structurele daginvulling en het realiseren van meer zelfstandige sociale en maatschappelijke resocialisatie. Er zijn al vele jaren geen agressieve incidenten geweest of harddrugs gebruikt. Het aangeven van spanningen en frustraties door hem zelf blijft een aandachtspunt.

Het recidiverisico is in het geval van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege laag tot matig. Betrokkene verblijft momenteel in een RIBW (24-uursvoorziening) van waaruit naar een passende zelfstandige woonlocatie wordt gezocht. De samenwerking met de reclassering en de ambulante begeleiding van het ForFactteam verlopen binnen het proefverlof naar wens. Het risico op herhaling kan ten hoogste oplopen tot matig zodra betrokkene een stap naar zelfstandig wonen heeft gezet en daarbij niet in beeld blijft of bereikbaar is voor zijn begeleiders. Indien tegelijkertijd door stress of eenzaamheid een terugval ontstaat in middelengebruik en hij betrokken raakt bij criminele activiteiten kan dat recidivegevaar optreden.

Er is geen geschikte vervolgvoorziening binnen het RIBW beschikbaar. Daarnaast heeft [terbeschikkinggestelde] op sommige momenten moeite om medewerking te verlenen aan het behandeltraject. De Pompestichting zal trachten om een zelfstandige woonvorm met voldoende ondersteuning en begeleiding te realiseren. Daarnaast is besloten om de fase van het proefverlof af te ronden. De kliniek heeft geadviseerd om de TBS te verlengen met een termijn van één jaar en de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen, mits de reclassering daarover een positief advies zal uitbrengen.

Ter zitting heeft deskundige [naam 1] betoogd dat de verlengingstermijn is bepaald op één jaar om [terbeschikkinggestelde] gemotiveerd te houden. Er is geen enkel inhoudelijk argument om de termijn van de TBS met één jaar te verlengen, gelet op de stappen die nog moeten worden gezet tijdens het resocialisatietraject en de ontwikkelingen die nog moet plaatsvinden. De verpleging van overheidswege kan voorwaardelijk worden beëindigd. De behandeling dient verder door de reclassering te worden vormgegeven en richt zich met name op het realiseren van een woonvoorziening, het verbeteren van persoonlijke verzorging en maken van prosociaal contact. Er is geen meerwaarde voor het laten voortduren van het klinisch behandeltraject, aldus [naam 1] .

5 Het advies van de reclassering

Volgens de reclassering heeft [terbeschikkinggestelde] moeite om zich op consequente wijze in te spannen voor het resocialisatietraject, ondanks het proefverlof dat is verleend en de hulp die door de betrokken instanties wordt geboden. De dagbesteding is nog niet van de grond gekomen en de samenwerking met het RIBW is stroef verlopen. Daarnaast heeft hij een ongezonde levensstijl, verzorgt hij zichzelf onvoldoende en is er sprake van blijvende passiviteit.
De verwachtingen voor wat betreft zijn mogelijkheden moeten hierdoor worden bijgesteld. Er zijn eerder twee resocialisatiepogingen ondernomen die voortijdig zijn afgebroken. Het recidiverisico wordt echter onder de huidige omstandigheden als laag beschouwd. [terbeschikkinggestelde] stelt zich positief en open op naar de reclassering, de Pompestichting en Kairos. Voorts is hij afsprakentrouw en van goede wil om zijn resocialisatie vorm te geven. De kliniek en reclassering zijn met [terbeschikkinggestelde] overeengekomen dat hij zelf de mogelijkheid moet krijgen om, binnen het kader van de TBS, te onderzoeken in hoeverre hij in staat is regie te voeren over zijn eigen leven. Zijn hang naar autonomie en zijn beperking om concreet stappen te maken veroorzaken soms echter een scheefgroei. Hij zal in de komende periode de gelegenheid krijgen om een eigen woning te betrekken. Hij wordt op de achtergrond begeleid door Zorgplus en Kairos. Het recidivegevaar is beheersbaar gemaakt en de hulpverlening zal niet zonder tegenslagen of weerstand vormgegeven kunnen worden. De reclassering stelt zich op het standpunt dat, ondanks het stroeve verloop, de TBS voorwaardelijk kan worden beëindigd en heeft hiervoor een achttiental voorwaarden geformuleerd.

Deskundige [naam 2] heeft ter zitting aangegeven dat een succesvol behandeltraject wordt bemoeilijkt door het ambivalente gedrag van [terbeschikkinggestelde] . Hierdoor moeten verwachtingen en afspraken regelmatig worden bijgesteld. De voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is verantwoord omdat de kernproblematiek voldoende is ondervangen en het recidivegevaar onder controle is. De behandeling en begeleiding zal worden verzorgd door Zorgplus, Kairos en de reclassering. Het accent is op de eerste plaats het vinden van geschikte woonruimte en van daaruit het verder verwezenlijken van resocialisatiedoelen.

6 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd dat zij ontvankelijk is in de vordering. Er mag worden verondersteld dat de brief van de Dienst Justitiële Inrichtingen, met vermelding van de termijn waarin de vordering moet zijn ingediend, correct is. Daarnaast is niet gebleken dat [terbeschikkinggestelde] hierdoor op enige wijze in zijn belangen is geschaad.
Voorts is aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de maatregel voldaan. De kernproblematiek is actueel en bij het definitief beëindigen van de maatregel loopt het recidivegevaar op tot matig of hoog niveau. Gelet op de vooruitgang die in het behandeltraject moet plaatsvinden valt niet te verwachten dat dit in één jaar is gerealiseerd. Er is nog geen geschikte woonvoorziening gevonden, het prosociale netwerk moet verder worden bestendigd en de nieuwe vorm van begeleiding en ondersteuning moet beter zijn ingebed. Op basis van deze stand van zaken concludeert de officier, in afwijking van de schriftelijk ingediende vordering, dat de termijn van TBS met twee jaar moet worden verlengd. Tot slot kan de officier van justitie zich vinden in het advies om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen, onder de voorwaarden zoals die in het maatregelenrapport zijn vermeld.

7 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering van de officier van justitie prematuur is ingediend. De verdediging heeft gewezen op de aanvangsdatum van de TBS (22 oktober 1998) in vergelijking tot de datum van indiening van de vordering (8 juli 2020). De tenuitvoerlegging van de maatregel is niet op enig moment opgeschort. Het primaire standpunt luidt daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. Daarnaast komt uit de verslaglegging naar voren dat [terbeschikkinggestelde] een positieve ontwikkeling heeft doorlopen op meerdere leefgebieden en dat hij gemotiveerd blijft dit voort te zetten. Het subsidiaire standpunt luidt om de termijn van de TBS met één jaar te verlengen en de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen.

8 Het oordeel van de rechtbank

De ontvankelijkheid van de officier van justitie
De Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid hebben tot taak het Openbaar Ministerie te informeren op welke datum de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zal eindigen en binnen welke periode een vordering tot verlenging van de TBS moet zijn ingediend. Het Openbaar Ministerie mag erop vertrouwen dat deze data correct zijn. Indien later blijkt dat de expiratiedatum onjuist is en als gevolg hiervan de vordering te laat is ingediend, zullen hieraan in beginsel geen consequenties worden verbonden. Dit geldt eveneens voor de situatie waarin zou blijken dat de vordering te vroeg is ingediend. De terbeschikkinggestelde is in dat geval niet in zijn belangen geschaad, waardoor hieraan geen rechtsgevolg verbonden wordt (vgl. ECLI:NL:GHARN:2012:BX2342). In onderhavig geval doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die aanleiding geven om hiervan af te wijken. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vordering.

De rechtbank geeft de officier van justitie in overweging om bij de volgende (verlengings)zitting duidelijkheid te verschaffen over de expiratiedatum in vergelijking met de ingangsdatum van TBS.

De verlengingstermijn
Het uitgangspunt in de jurisprudentie is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de TBS met een termijn van één jaar, de maatregel verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren.


Met inachtneming van de adviezen van de kliniek, de extern deskundigen, de reclassering en het verhandelde ter zitting ziet de rechtbank geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Gebleken is immers dat de ontwikkelingen die nog moeten plaatsvinden in het resocialisatietraject langer dan één jaar zullen duren. Op de eerste plaats dient het begeleidend en ondersteunend kader opnieuw te worden opgezet. Daarnaast moet een geschikte woonvoorziening worden gevonden, die nog niet beschikbaar is. Op de derde plaats is er nog geen sprake van een bestendig prosociaal netwerk en moet er nog invulling worden gegeven aan zinvolle dagbesteding. Tot slot blijkt [terbeschikkinggestelde] niet voortdurend intrinsiek gemotiveerd te zijn om deel te nemen aan zijn behandeling. Gelet hierop en gelet op de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, dient de termijn van TBS te worden verlengd voor de duur van twee jaren.

De voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Op grond van de bevindingen van alle deskundigen en de daarop ter zitting gegeven toelichting is het gevaar op herhaling van strafbare feiten laag en is de kernproblematiek in het klinisch kader voldoende ondervangen. Het wordt als verantwoord beschouwd om de verpleging van overheidswege onder nader te stellen voorwaarden te beëindigen. Dit punt is ter zitting ook niet door partijen betwist. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk kan worden beëindigd onder de hierna te melden voorwaarden.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De beslissing berust op de artikelen 38, 38a, 38e en 38g van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met twee jaar;

- beëindigt de verpleging van overheidswege voorwaardelijk;

- verbindt daaraan de volgende voorwaarden:

algemene voorwaarde:

1) dat [terbeschikkinggestelde] zich niet schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten;

bijzondere voorwaarden :

2) dat [terbeschikkinggestelde] zich zal melden op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

3) dat [terbeschikkinggestelde] één of meer vingerafdrukken laat afnemen en een geldig identiteitsbewijs toont teneinde zijn identiteit vast te stellen;

4) dat [terbeschikkinggestelde] zich zal houden aan aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om [terbeschikkinggestelde] te helpen bij naleving van de voorwaarden;

5) dat [terbeschikkinggestelde] een actuele foto aan de reclassering zal verschaffen waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig ter opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

6) dat [terbeschikkinggestelde] medewerking zal verlenen aan huisbezoeken;

7) dat [terbeschikkinggestelde] de reclassering inzicht zal verschaffen in de voortgang van begeleiding en behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

8) dat [terbeschikkinggestelde] zich niet zal vestigen op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

9) dat [terbeschikkinggestelde] medewerking zal verlenen aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die met hem contact hebben, voor zover dit van belang is voor het toezicht;
10) dat [terbeschikkinggestelde] medewerking zal verlenen aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;

11) dat [terbeschikkinggestelde] niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen zal reizen, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;

12) dat [terbeschikkinggestelde] zich zal laten begeleiden door Zorgplus of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Hij houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

13) dat [terbeschikkinggestelde] zich laat behandelen en/of begeleiden door het Kairos FACT-team of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Hij houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

14) dat [terbeschikkinggestelde] kan worden aangemeld voor behandeling en/of begeleiding door de Polikliniek van IrisZorg of een soortgelijke zorgverlener, mocht de reclassering dat nodig achten. Hiervoor geldt dat hij zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling en duurt zolang de reclassering dit nodig acht. Mocht de reclassering het nodig achten, kan [terbeschikkinggestelde] aangemeld worden voor een korte klinische opname bij Iriszorg of een soortgelijke instelling met als doel detoxificatie van maximaal zeven weken. Hiervoor geldt eveneens dat hij zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling en duurt zolang de reclassering het nodig acht;
15) dat [terbeschikkinggestelde] in een andere instelling zal verblijven voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, zolang de reclassering dat nodig acht. Hij houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

16) dat [terbeschikkinggestelde] geen harddrugs zal gebruiken. Hij werkt mee aan controle op dit verbod. [terbeschikkinggestelde] mag cannabis gebruiken onder de voorwaarde dat hij de afspraken die hij hieromtrent met de reclassering maakt, nakomt. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak hij wordt gecontroleerd;

17) dat [terbeschikkinggestelde] geen alcohol zal gebruiken indien en zolang de reclassering dit nodig acht. Hij werkt mee aan controle op dit alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest);

18) dat [terbeschikkinggestelde] een door de reclassering goedgekeurde vorm van dagbesteding zal volgen;

19) dat [terbeschikkinggestelde] de reclassering de mogelijkheid zal geven om contact op te nemen met de stichting die de erfenis van betrokkene beheert. Zo kan de reclassering informatie verstrekt krijgen over de financiële mogelijkheden op korte en lange termijn die van invloed zijn op het resocialisatietraject van betrokkene.

Deze beslissing is gegeven door mr. Felix, voorzitter, mr. Veldhuizen en mr. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Admiraal en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september 2020.