Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4199

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
08-09-2020
Zaaknummer
02-240377-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling bezit kinderporno

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-240377-19

vonnis van de meervoudige kamer van 8 september 2020

in de strafzaak tegen

[Verdachte]

geboren op [Geboortedag] 1964 te [Geboorteplaats]

wonende te [Adres]

raadsman mr. de Boer, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 augustus 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat

Feit 1

Verdachte foto’s van seksuele gedragingen van [Slachtoffer] , geboren op [Geboortedag slachtoffer] 2001, in zijn bezit heeft gehad en heeft vervaardigd;

Feit 2

Verdachte kinderpornografische afbeeldingen en films op zijn telefoon en pc aanwezig heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

feit 1

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen van [Slachtoffer] heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad. Verdachte heeft een bekennende verklaring ten aanzien van het bezit afgelegd. Ondanks de ontkennende verklaring van verdachte met betrekking tot het vervaardigen van de afbeeldingen, acht de officier van justitie ook dit bewezen. Zij verwijst hierbij naar pagina 92 van het proces-verbaal van bevindingen.

feit 2

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad. Verdachte heeft dit feit ook bekend.

4.2

Het standpunt van de verdediging

feit 1

De verdediging refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 aan het oordeel van de rechtbank voorzover die ziet op het bezit van de kinderpornografische foto’s van [Slachtoffer] . Er is echter onvoldoende overtuigend bewijs voor de vervaardiging van kinderporno gelet op de ontkennende verklaring van verdachte en het ontbreken van objectieve criteria. Volgens de verdediging kan niet worden vastgesteld dat de foto’s die met de telefoon van verdachte zijn gemaakt foto’s betreffen die verdachte heeft gemaakt van [Slachtoffer] en ook niet van een ander minderjarig meisje.

feit 2

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 2 met uitzondering van de afbeeldingen die geclassificeerd zijn als deleted. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte hier in de ten laste gelegde periode beschikkingsmacht over had, nu deze foto’s waren verwijderd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

feit 1

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen van [Slachtoffer] in zijn bezit heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte ook kinderpornografische afbeeldingen heeft vervaardigd.

Ter zitting is ter sprake gekomen dat het vervaardigen ziet op twee afbeeldingen die in het dossier zijn omschreven en die zouden zijn gemaakt met de telefoon van verdachte. Verdachte heeft ontkend dat hij seksueel getinte foto’s heeft gemaakt van [Slachtoffer] of van andere minderjarige meisjes.

Uit de omschrijving van de afbeeldingen blijkt dat op de betreffende foto’s geen gezicht zichtbaar is. Op de ene foto’s is enkel een vagina met een rode slip te zien, op de andere foto daarnaast nog een deel van een hand. De rechtbank heeft de foto’s bekeken en geconstateerd dat [Slachtoffer] daarop niet te herkennen is. Ook is uit de afbeeldingen niet af te leiden of het foto’s van een minderjarig meisje betreffen.

De verdere feiten en omstandigheden in het dossier zijn onvoldoende om op basis daarvan te kunnen vaststellen dat het om [Slachtoffer] zou gaan. Weliswaar gaat de politie daar blijkens het proces-verbaal van uit, maar het is de rechtbank niet duidelijk op basis waarvan de conclusie wordt getrokken dat [Slachtoffer] , op de dag dat de foto’s zouden zijn gemaakt (28 februari 2018), verdachte heeft ontmoet. De chatgesprekken wijzen enkel op een ontmoeting met seksueel contact op 16 april 2018 en verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij slechts eenmalig een afspraak met [Slachtoffer] heeft gehad, waarbij sprake was van seksueel contact. De rechtbank heeft of dit correct is niet kunnen nagaan. [Slachtoffer] is in deze zaak in het geheel niet gehoord.

De rechtbank kan dus niet vaststellen of de aangetroffen afbeeldingen, afbeeldingen van [Slachtoffer] betreffen dan wel van een ander minderjarig meisje. Het dossier bevat hiervoor onvoldoende aanwijzingen.

De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onderdeel vervaardigen van kinderporno zoals ten laste gelegd onder feit 1.

feit 2

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen en één film in zijn bezit heeft gehad.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken, namelijk van het bezit van de kinderpornografische afbeeldingen welke zijn geclassificeerd als deleted items in “unallocated” clusters. In de jurisprudentie is namelijk uitgemaakt dat het enkel aantreffen van bestanden met kinderporno die aangemerkt zijn als “deleted” onvoldoende is voor het aannemen van "bezit" van kinderporno in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De aanwezigheid van afbeeldingen of films in ‘unallocated clusters’ kan zonder bijkomende omstandigheden niet worden aangemerkt als het in bezit hebben van dit materiaal, nu niet is voldaan aan het vereiste element van beschikkingsmacht. Dit is wellicht anders wanneer de gebruiker van de computer of gegevensdrager over de technische kennis en mogelijkheden zou beschikken om deze bestanden weer zichtbaar te maken. Daarvan zou kunnen blijken wanneer op de computer daartoe bestemde software zou zijn geïnstalleerd. In het onderhavige geval is hiervan echter niet gebleken. Nu de bestanden verwijderd zijn, kan echter wel worden aangenomen dat deze bestanden op enig moment gelegen voor de inbeslagname wel te openen en voor verdachte zichtbaar moeten zijn geweest. Voor een bewezenverklaring van het in het bezit hebben van de bestanden is echter vereist dat de beelden gedurende een zekere periode voor verdachte beschikbaar zijn geweest, waarbij deze periode (deels) gelegen moet zijn in de tenlastegelegde periode. Het dossier biedt geen duidelijkheid met betrekking tot de vraag hoeveel tijd er heeft gezeten tussen de binnenkomst van het betreffende bestand en het verwijderen daarvan en tevens niet over wanneer de bestanden zijn binnengekomen en/of verwijderd. Het kan daarom niet worden uitgesloten dat verdachte de bestanden onmiddellijk na binnenkomst als ongewenst heeft verwijderd. Tevens kan niet worden uitgesloten dat een eventueel voorhanden hebben van de bestanden buiten de tenlastegelegde periode heeft plaatsgevonden.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

in de periode van 19 januari 2018 tot en met 25 april 2018 te Zundert, afbeeldingen, te weten foto’s van seksuele gedragingen, waarbij [Slachtoffer] , geboren op [Geboortedag slachtoffer] 2001, die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken in bezit heeft gehad en

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door die [Slachtoffer] , waarbij die [Slachtoffer] gekleed is en/of in een erotisch getinte houding is op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en billen van die [Slachtoffer] in beeld gebracht worden waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling (dossier pagina 72);

2

in de periode van 19 januari 2018 tot en met 25 april 2018 te Zundert , te weten een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S7) en harddisk(s) (WD RE2 en WD Caviar Green), bevattende afbeeldingen en één film van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad, en zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst tot die afbeeldingen en film de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (dossierpagina’s 57 t/m 68: [Nummers]

en

het met de vingers/handen betasten en aanraken van de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het zichzelf met de vingers betasten/aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [Nummers] , dossierpagina 67;)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op de foto's de borsten van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (dossierpagina 58: [Nummers]

en

het ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het houden van een stijve penis bij/naast het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (dossier pagina 57 t/m 68 [Nummers]

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis en daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf te bepalen op 1 dag en refereert zich voor het overige aan het oordeel van de rechtbank.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno. In totaal gaat het om 118 foto’s en een filmpje. Een groot aantal van deze foto’s waren van de minderjarige [Slachtoffer] . Dit betrof seksueel getinte foto’s die zij van zichzelf had gemaakt en aan verdachte had gestuurd. De rechtbank vind het zeer kwalijk dat verdachte een intieme, seksuele, relatie is aangegaan met dit toen zestienjarige meisje en dat hij haar dit soort foto’s aan hem liet sturen. Verdachte wist heel goed dat [Slachtoffer] minderjarig was, maar dit heeft hem niet ervan weerhouden om een maandenlange relatie met haar op te bouwen. Verdachte liet zich daarbij vooral leiden door zijn eigen gevoelens van opwinding en genot en heeft hierbij amper oog gehad voor de reeds uit haar leeftijd voortvloeiende, kwetsbare positie van [Slachtoffer] . De rechtbank vindt dit verwerpelijk.

Het voorhanden hebben van kinderporno is ook in zijn algemeenheid bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen.

De reclassering heeft op 30 juli 2020 een rapportage over verdachte opgemaakt. Zij adviseert een strafoplegging zonder bijzondere voorwaarden. Zij heeft daartoe aangegeven dat verdachte in 2018 vrijwillig in behandeling is gegaan bij FPP Fivoor. Deze behandeling zal vermoedelijk rond oktober 2020 positief afgesloten worden. Verdachte heeft hierbij veel handvatten gekregen, voornamelijk ten aanzien van het kunnen onderhouden van een intieme relatie die zowel op emotioneel als seksueel gebied in balans is en hoe hij voor zichzelf op kan komen. Verdachte lijkt hierin grote stappen te hebben gemaakt, maar het zal altijd een aandachtspunt in zijn leven blijven. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Het opleggen van een verplichte behandeling wordt om deze reden niet geadviseerd. Het is wetenschappelijk bewezen dat dit contra-indicatief is bij een lage inschatting op recidive bij zedendelinquenten.

De rechtbank vindt het positief dat verdachte in de afgelopen jaren zelf hulp heeft gezocht voor zijn problemen en daarmee ook aan de slag is gegaan. Zij ziet geen reden van het advies van de reclassering af te wijken en zal aan verdachte geen bijzondere voorwaarden opleggen.

De ernst en de aard van de feiten maken dat bij wet is bepaald dat ten aanzien van het bezit van kinderporno niet kan en mag worden volstaan met een taakstraf. Er is sprake van een zogenaamd taakstrafverbod. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in dergelijke zaken een passende sanctie. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat er in onderhavige zaak geen reden is om daarbij te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 dag.

Volgens de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) geldt als uitgangspunt, bij het bezit/verwerven en het zich door middel van een van een computer toegang verschaffen tot kinderporno, een taakstraf van 240 uur en een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk.

De rechtbank houdt bij haar strafoplegging in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat hij inzicht heeft getoond in de kwalijkheid van zijn handelen en zelf actie heeft ondernomen om de recidivekans te beperken door in therapie te gaan. Tenslotte houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat het lange tijd heeft geduurd voordat de zaak op zitting werd gepland.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist waarbij is opgemerkt dat de rechtbank ook tot een andere bewezenverklaring is gekomen, nu zij verdachte vrijspreekt van het vervaardigen van kinderporno.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken, waarvan 11 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, passend is. De rechtbank legt een groot deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op, enerzijds in verband met de hiervoor genoemde, in positieve zin te wegen, omstandigheden en daarnaast om te dienen als stevige stok achter de deur, om verdachte gemotiveerd te houden de behandeling voort te zetten en het juiste pad te blijven bewandelen. Daarnaast legt zij aan verdachte een taakstraf op de voor de duur van 240 uren te vervangen door 120 dagen hechtenis.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben;

feit 2: Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 weken, waarvan 11 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

Dit vonnis is gewezen door mr. Hoekstra, voorzitter, mr. Fleskens en mr. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Bles, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 8 september 2020.

Mr. Hoekstra is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

9 Bijlage I

Aan bovengenoemde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 januari 2018 tot en met 25 april 2018 te Zundert en/of elders in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s van seksuele

gedragingen, waarbij [Slachtoffer] , geboren op [Geboortedag slachtoffer] 2001, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit gehad en/of

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [Slachtoffer] , althans een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [Slachtoffer] gekleed is en/of in een (erotisch) getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto’s nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [Slachtoffer] in beeld gebracht wordt/ worden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling (dossier pagina 72);

(Artikel art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 januari 2018 tot en met 25 april 2018 te Zundert en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) afbeeldingen, te weten foto's en/of films en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S7) en/of harddisk(s) (WD RE2 en WD Caviar Green) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en/of in bezit gehad, zich daartoe en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (dossierpagina’s 57 t/m 68: [Nummers] ;

[Nummers]

en/of

het met de/een vinger(s)/hand(en) betasten en/of aanraken van de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

had bereikt en/of het zichzelf met de/een vinger(s)/hand(en) betasten/aanraken van de

geslachtsdelen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt [Nummers] (dossierpagina’s 57 t/m 68: [Nummers]

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (dossierpagina’s 57 t/m 68: [Nummers] )

en/of

het ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (dossier pagina 57 t/m 68 [Nummers] )

(Artikel art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)

10 Bijlage II

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Feit 1

Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en door de verdediging is geen vrijspraak bepleit. Daarom kan op grond van de wet worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, inhoudende:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 25 augustus 2020;

- het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal met bijlagen.

Feit 2

Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en door de verdediging is geen vrijspraak bepleit. Daarom kan op grond van de wet worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, inhoudende:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 25 augustus 2020;

- het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal met bijlagen.