Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4138

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28-08-2020
Datum publicatie
12-03-2021
Zaaknummer
AWB- 19_6566
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 19/6566 WIA

uitspraak van 28 augustus 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , wonende te [woonplaats eiser] , eiser,

gemachtigde: mr. M.H.J. Provó Kluit,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 november 2019 (bestreden besluit) van het UWV inzake de weigering hem een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 17 juli 2020. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld. Namens het UWV was aanwezig mr. M. Reitsma.

Overwegingen

1. Feiten

Eiser is vanaf 1 januari 2012 werkzaam geweest als hoofd P&O voor 30 uur per week.

Voor dat werk is hij in maart 2017 uitgevallen vanwege medische klachten ten gevolge van alcoholverslaving.

Eiser heeft bij het UWV een WIA-uitkering aangevraagd.

Bij besluit van 14 mei 2019 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd aan eiser per
22 maart 2019 een WIA-uitkering toe te kennen. Daaraan heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiser het werk dat hij deed voordat hij ziek werd weer kan doen.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

2. Omvang geschil

In geschil is of het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd per 22 maart 2019.

3. Wettelijk kader

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Van belang is dan ook:

- of eiser medische beperkingen heeft en

- of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

4. Medische beoordeling

Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapportages van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

4.1

De verzekeringsarts b&b heeft op 25 oktober 2019 gerapporteerd dat de verzekeringsarts naar zijn mening goed op de hoogte was van de geobjectiveerde medische problematiek van eiser (gedecompenseerde leverziekte waarvoor naast medicatie diverse compenserende ingrepen plaatsvonden, status van verzwakte buikwand wegens ingrepen op de darm). De op basis hiervan aangenomen arbeidsbeperkingen zijn volgens de verzekeringsarts b&b zowel qua aard als qua ernst toereikend en passend bij de ziektebeelden. In bezwaar zijn geen nieuwe medische feiten naar voren gekomen die een ander licht werpen op de gezondheidssituatie van eiser op de datum in geding (22 maart 2019).

Dat eiser op grond van ziekte energetisch beperkt is, wordt onderkend. De combinatie van de beperkte werktijden met de totaliteit van de aangenomen beperkte fysieke (lees: inspanningsgebonden) handelingen en houdingen komt voldoende tegemoet aan de verminderde energetische mogelijkheden van eiser. In fysiek lichte arbeid is tot ongeveer dagelijks 6 uur werken per etmaal medisch mogelijk, zo stelt de verzekeringsarts b&b.

De verzekeringsarts b&b volgt eiser niet in zijn claim van volledige arbeidsongeschiktheid. Daartoe stelt de verzekeringsarts b&b dat op basis van de aanwezige stoornissen niet gesteld kan worden dat eiser op uitsluitend medische gronden, getoetst aan het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, geen benutbare mogelijkheden ten aanzien van arbeid heeft. Hij is niet opgenomen in een AWBZ-erkend ziekenhuis of instelling, hij is niet chronisch bedlegerig, hij is niet volledig ADL-afhankelijk (algemene dagelijks levensverrichtingen), en hij lijdt niet aan een kwaadaardige ziekte met slechte prognose op korte termijn. Ook kan niet gesteld worden dat eiser psychisch dusdanig disfunctioneert dat hij niet zelfredzaam is én op het niveau van zelfverzorging én op het niveau van samenlevingsverband én op het niveau van sociale contacten en/of werkrelaties. De verzekeringsarts b&b voert een correctie door op de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op het punt geknield of gehurkt actief zijn. De beperkingen en de belastbaarheid van eiser zijn neergelegd in de FML van
25 oktober 2019.

4.2

Eiser heeft in beroep tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat hij, mede door alle ingrepen sinds december 2017, een enorme energieke beperking en last van zijn ziekte ervaart. Hierdoor is hij niet in staat om wekelijks te voldoen aan de verplichtingen die volgen uit een arbeidsovereenkomst. Eiser heeft namelijk enkele goede en vele slechte dagen, wat betekent dat hij zeer regelmatig geen werkzaamheden kan verrichten.

Verder voert eiser aan dat hij minimaal één tot twee keer per week naar het ziekenhuis moet in verband met ingrepen, behandelingen en controles. Afgezien daarvan zorgt dit ervoor dat eiser zich over het algemeen futloos voelt. Te meer nu eiser zijn medische gesteldheid op dit moment als uitzichtloos ervaart. As gevolg van de matige lichamelijke gesteldheid van eiser, is hij niet mobiel en aan huis gebonden. Eiser is ‘wiebelig’ op de been en kan moeilijk lopen; hij heeft een stok nodig. Eiser kan daardoor ook niet fietsen, autorijden in druk verkeer of reizen met het openbaar vervoer.

Eiser stelt dat de verzekeringsarts b&b ten onrechte geen overleg heeft gepleegd met zijn behandelend specialisten. Eiser is energetisch zeer beperkt en kan daarom niet werken, althans geen 30 uur per week. Eiser ervaart beperkingen op persoonlijk functioneren. Daarnaast ervaart eiser grote beperkingen ten aanzien van vervoer, dynamische en statische handelingen.

4.3

De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat zij eiser hebben gezien en op de hoogte waren van de door eiser gestelde klachten, waaronder de energetische klachten en de buikklachten. Tevens beschikten zij over medische informatie van de MDL-arts (maag, darm, lever), die is meegewogen bij de beoordeling. Bij de opstelling van de FML is naar het oordeel van de rechtbank met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. De rechtbank begrijpt dat eiser veel klachten en beperkingen ervaart. Volgens vaste rechtspraak van de hoogste rechter in WIA-zaken, de Centrale Raad van Beroep, is de subjectieve beleving en ervaring van iemands klachten echter niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin zijn vast te stellen. Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn daarbij van belang. Eiser heeft in beroep geen medische informatie overgelegd die de rechtbank aanleiding geeft te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen.

Eisers stelling dat hij in het geheel niet in staat is tot het verrichten van arbeid, wordt niet onderbouwd met objectief medische gegevens die voor dat standpunt steun bieden.

Eisers stelling dat hij niet mobiel is en aan huis is gebonden, vindt geen steun in het dossier. Uit de rapportage van de verzekeringsarts volgt dat eiser zou hebben verklaard dat hij twee maal per dag een half tot één uur zijn hond uitlaat. Ook zou eiser verklaard hebben dat hij auto rijdt en dat dat goed gaat.

Verder stelt eiser dat beperkingen zouden moeten worden aangenomen ten aanzien van persoonlijk functioneren, maar ook dat is niet onderbouwd. Uit het in het dossier aanwezige neuropsychologisch onderzoek (NPO) van 11 juli 2018 bleek daarentegen dat eiser geen beperkingen had ten aanzien van cognitief functioneren en dat hij gemiddelde of zelfs hogere scores had.

Alles overwegende is de rechtbank niet gebleken dat in de FML van 25 oktober 2019 de beperkingen van eiser zijn onderschat. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid van eiser die is neergelegd in die FML.

5. Arbeidskundige beoordeling

5.1

De arbeidsdeskundigen van het UWV hebben zich op het standpunt gesteld dat eiser, met de belastbaarheid zoals die door de verzekeringsartsen is vastgesteld in de FML, geschikt moet worden geacht voor het uitoefenen van de maatmanfunctie, te weten hoofd P&O voor 30 uur per week.

5.2

De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat deze functie in medisch opzicht niet passend is. De rechtbank verwijst naar het rapport van de arbeidsdeskundige van 13 mei 2019 en het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 1 november 2019. In het rapport van de arbeidsdeskundige is naar het oordeel van de rechtbank voldoende inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiser de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functie.

Eisers standpunt dat hij niet in staat is de maatmanfunctie te verrichten, vloeit voort uit zijn opvatting dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 4.3 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist.

6. Conclusie

Dit betekent dat het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser per 22 maart 2019 niet arbeidsongeschikt is. Het UWV heeft de WIA-uitkering terecht geweigerd.

Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard en voor een proceskostenveroordeling is geen reden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 28 augustus 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.