Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4121

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
26-10-2020
Zaaknummer
C/02/373303 FA RK 20-3034
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie: Voornaamswijziging. Artikel 1:4 BW. De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornaam van verzoeker. Daarbij spelen de volgende omstandigheden een rol: het feit dat zijn officiële voornaam verzoeker herinnert aan het familielid naar wie hij is vernoemd, met welk familielid hij een slechte band heeft, en aan de geloofsgemeenschap waarvan hij afstand heeft genomen, het feit dat verzoeker al vanaf zijn geboorte een andere roepnaam voert en de (psychische en praktische) hinder die verzoeker ondervindt van zijn huidige officiële voornaam en het feit dat deze afwijkt van zijn roepnaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5580
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/373303 FA RK 20-3034

beschikking betreffende voornaamswijziging

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen verzoeker,

advocaat mr. A. Frederiksen.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 15 juni 2020 ontvangen verzoek met bijlagen;

- de akte met nummer 10A0757 van het jaar 1990 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] ;

- de op 9 juli 2020 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna te noemen belanghebbende.

Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .

2 Het verzoek

Het verzoek strekt tot wijziging van de voornaam van verzoeker.

3 De beoordeling

3.1

In voormelde geboorteakte staat als voornaam van verzoeker vermeld: ‘ [voornaam] ’.

3.2

Blijkens de overgelegde bewijsstukken heeft verzoeker de Nederlandse nationaliteit.

3.3

Nu verzoeker in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is in de onderhavige zaak bevoegd, nu de gewone verblijfplaats van verzoeker binnen haar rechtsgebied is gelegen. Ingevolge artikel 10:19 jo. 10:20 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.

3.4

Verzoeker verzoekt wijziging van zijn voornaam, in die zin dat deze voortaan luidt ‘ [voornaam2] ’, en legt aan dit verzoek het volgende ten grondslag. Verzoeker is geboren in een christelijke gemeenschap waarbij het als vaste traditie werd beschouwd om het eerstgeboren kind te vernoemen naar de grootvader. De grootouders van verzoeker stonden hoog in aanzien binnen de kerkelijke gemeenschap waardoor de ouders van verzoeker een sterke sociale druk ervoeren om verzoeker de naam van de grootvader, ‘ [voornaam] ’, te geven. Deze naam is echter nooit als werkelijke naam gevoerd door verzoeker. Vanaf zijn geboorte waren zijn ouders voornemens hem ‘ [voornaam2] ’ te noemen, zoals onder meer blijkt uit het overgelegde geboortekaartje, en zo is hij ook genoemd door de jaren heen. Verzoeker heeft nooit een goede band gehad met zijn grootvader. Vanwege de scheiding van zijn ouders werd het gezin, en met name zijn moeder en verzoeker zelf, niet geaccepteerd bij de grootouders. Daarbij speelde de strenge wijze waarop de grootouders het geloof beleefden en het gevoel van ontering een grote rol. Als kind ervoer verzoeker enorme spanningen bij een bezoek aan de grootouders. Door het karakter van de grootvader en de beschadigde relatie tussen zijn moeder en zijn grootvader, heeft verzoeker een aversie tegen zijn grootvader ontwikkeld. Verzoeker is niet religieus opgevoed en heeft bewust afstand genomen van religie en in het bijzonder de extreme vorm zoals de strenge gemeenschap van zijn grootvader.

Verzoeker heeft zijn hele leven psychische hinder ervaren van het gegeven, dat zijn doopnaam verwijst naar zijn grootvader. Deze naam komt telkens terug op alle officiële documenten en bij alle officiële gelegenheden. Hij wordt er ook in het dagelijks leven mee geconfronteerd, waarbij hij telkens moet uitleggen waarom hij zich ‘ [voornaam2] ’ noemt terwijl ‘ [voornaam] ’ zijn officiële naam is. Op school en onder collega’s wordt er vaak lacherig over gedaan. Thans is verzoeker werkzaam in een internationale omgeving waar het niet gebruikelijk is om af te wijken van de officiële naam. Hij wordt nu meer dan ooit ‘ [voornaam] ’ genoemd en deze naam is ook onderdeel van zijn zakelijke emailadres. De werkgever wil dit niet aanpassen aan zijn roepnaam. Verzoeker stelt aantoonbaar jarenlange overlast en psychische hinder te hebben vanwege de naam ‘ [voornaam] ’, welke naam nooit werkelijk voor en door hem is gevoerd. Verzoeker meent een voldoende zwaarwichtig belang te hebben bij wijziging van zijn officiële voornaam in zijn roepnaam ‘ [voornaam2] ’.

3.5

Blijkens voormelde instemmingsverklaring heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] geen bezwaar tegen toewijzing van het verzoek.

3.6

Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen ingevolge artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.

3.7

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornaam van verzoeker. Daarbij is in aanmerking genomen dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn huidige voornaam hem herinnert aan zijn grootvader, met wie hij een slechte band heeft, en aan de streng christelijke gemeenschap waarvan hij afstand heeft genomen. Uit het overgelegde geboortekaartje van verzoeker in combinatie met de verklaring van de zijn ouders blijkt dat zij verzoeker bij de geboorte de roepnaam ‘ [voornaam2] ’ hebben gegeven en dat verzoeker al sinds zijn geboorte uitsluitend de voornaam ‘ [voornaam2] ’ gebruikt. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat verzoeker zijn identiteit voor een belangrijk deel aan deze roepnaam ontleent. Gelet op hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht, acht de rechtbank tevens voldoende aannemelijk dat verzoeker met regelmaat (psychische en praktische) hinder ondervindt en zal ondervinden van het feit dat zijn officiële voornaam ‘ [voornaam] ’ luidt en afwijkt van zijn roepnaam.

Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen.

4 De beslissing

De rechtbank

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] de voornaam van verzoeker, zoals vermeld in de akte met nummer 10A0757 van het jaar 1990 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat deze voortaan luidt: ‘ [voornaam2] ’.

Deze beschikking is gegeven door mr. van de Kraats, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Laenen, griffier, in het openbaar uitgesproken op

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

1

1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.