Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4062

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
01-09-2020
Zaaknummer
02/143598-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

vrijspraak voor poging doodslag. Herkenning voor verbalisanten op camerabeelden onvoldoende bewijs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/143598-20

vonnis van de meervoudige kamer van 1 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000

wonende te [geboortedag]
raadsman mr. K.R. Verkaart, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 augustus 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Wiegant, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen de heer [slachtoffer] heeft geprobeerd te doden, of hem zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, dan wel dit heeft geprobeerd toe te brengen, of in elk geval openlijk geweld heeft gepleegd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot doodslag. Verdachte is samen met zijn (half-)broers verhaal gaan halen en de officier van justitie gaat er vanuit dat het verdachte is geweest die aangever met zijn vuisten heeft geslagen en wijst hiervoor op de herkenning van verdachte op de camerabeelden door twee verbalisanten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman betoogt dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat er geen bewijs is voor de betrokkenheid van verdachte bij het geweld. Verdachte is weliswaar herkend op de beelden door twee verbalisanten, maar de verdediging betwist dat deze herkenning op basis van voldoende duidelijke, specifieke en onderscheidende persoonskenmerken heeft kunnen plaatsvinden nu deze persoon alleen van achteren zichtbaar is op de beelden. De herkenning door de verbalisanten zou daarnaast ook pas twee weken later en met een zekere vooringenomenheid zijn gedaan.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat er - behalve de herkenning van verdachte op de camerabeelden en de foto’s door twee verbalisanten - geen bewijsmiddel is wat verdachte op dat moment op de plaats delict brengt. Verbalisant [verbalisant 1] heeft verdachte op 13 mei 2020 op de bewegende camerabeelden herkend als de persoon die hij een dag eerder, op 12 mei 2020 heeft gecontroleerd in een door verdachtes broer gehuurde auto. Verbalisant [verbalisant 2] heeft verdachte op 17 mei 2020 herkend op de camerabeelden. Hij heeft verklaard dat hij de drie verdachten kent vanwege incidenten tijdens zijn werk en dat hij weet dat de drie mannen broers van elkaar zijn en dat hij ze onderling niet verwart.

Het is echter niet duidelijk op basis van welke uiterlijke kenmerken van de persoon op de beelden de verbalisanten de herkenning hebben gedaan. De rechtbank ziet op de ter zitting aan het dossier toegevoegde camerabeelden en de foto’s in het dossier geen gezicht van de derde persoon met het geblokte shirt en acht enkel het postuur en de haardracht van de achterkant van deze persoon onvoldoende specifiek om op basis daarvan te kunnen vaststellen dat verdachte hieraan zonder twijfel herkend kan worden door verbalisanten. De rechtbank acht de herkenning van verdachte door verbalisanten op de bewegende camerabeelden en op de stilstaande foto’s in het dossier dan ook niet voldoende overtuigend en zal verdachte van het feit vrijspreken.

5 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 22.174,98 voor dit feit.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Vliegenberg, voorzitter, mr. Van Kralingen en mr. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 september 2020.

Mr. Van Kralingen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I De tenlastelegging

Aan bovengenoemde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 4 mei 2020 te Roosendaal tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een metalen en/of stalen strip en/of een stalen en/of ijzeren staaf/buis/pijp, althans met een (hard) voorwerp, meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of zijn arm(en) en/of zijn rug, althans tegen het hoofd en/of lichaam, heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

hij op of omstreeks 4 mei 2020 te Roosendaal tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een (open) schedelbreuk en/of een diepe en/of grote snij(ver)wond(ing) en/of diepe en/of grote snee (van tien centimeter) op zijn hoofd en/of een diepe en/of grote snij(ver)wond(ingen) aan zijn linker onderarm, heeft toegebracht, door met een metalen en/of stalen strip en/of een stalen en/of ijzeren staaf/buis/pijp, althans met een (hard) voorwerp, meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of zijn arm(en) en/of zijn rug, althans tegen het hoofd en/of lichaam, te slaan;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 mei 2020 te Roosendaal tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan

[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een metalen en/of stalen strip en/of een stalen en/of ijzeren staaf/buis/pijp, althans met een (hard) voorwerp, meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of zijn arm(en) en/of zijn rug, althans tegen het hoofd en/of lichaam, heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 mei 2020 te Roosendaal met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Desmijndijk (ter hoogte van huisnummer [huisnummer] ), in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, welk geweld bestond uit het slaan met een metalen en/of stalen strip en/of een stalen en/of ijzeren staaf/buis/pijp, althans met een (hard) voorwerp, meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of zijn arm(en) en/of zijn rug, althans tegen het hoofd en/of lichaam en/of het dreigend opdringen naar en/of in de richting van [slachtoffer] en/of het dreigend insluiten en/of omsingelen van [slachtoffer]