Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:3882

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
17-02-2021
Zaaknummer
AWB- 19_3594
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 19/3594 WIA

uitspraak van 18 augustus 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te [plaatsnaam] , eiseres,

gemachtigde: mr. M.J.E.M. Edelman,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda ), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 juni 2019 (bestreden besluit) van het UWV inzake de toekenning en wijziging van een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

Partijen hebben toestemming gegeven om het beroep af te doen zonder zitting.

Op 10 juni 2020 is het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.

Overwegingen

1. Feiten

Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres is werkzaam geweest als praktijkondersteuner. Voor dat werk is zij uitgevallen vanwege pijnklachten en depressieve klachten.

Bij besluit van 24 september 2018 (primair besluit 1) heeft het UWV aan eiseres een WIA-uitkering toegekend met ingang van 8 juli 2016 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%.

Bij besluit van eveneens 24 september 2018 (primair besluit 2) heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 20 september 2018 vastgesteld op 39,74%. Eiseres heeft tegen beide primaire besluiten bezwaar gemaakt.

Bij het bestreden besluit heeft het UWV de bezwaren ongegrond verklaard. Daarbij heeft het UWV als gevolg van een kleine wijziging in het maatmaninkomen de mate van arbeidsongeschiktheid per 20 september 2018 vastgesteld op 39,80%.

2. Omvang geschil

In geschil is of het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 20 september 2018 heeft vastgesteld op 39,80%.

3. Wettelijk kader

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Van belang is dan ook:

- of eiseres medische beperkingen heeft en

- of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

4. Medische beoordeling

Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapportages van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

4.1

De verzekeringsarts heeft eiseres gezien op het spreekuur van 8 mei 2018 en het dossier en de ontvangen informatie bestudeerd. De verzekeringsarts rapporteert dat eiseres per 8 juli 2016 (einde wachttijd) volledig arbeidsongeschikt is wegens een intensieve behandeling. Verder rapporteert de verzekeringsarts dat de situatie van eiseres ten tijde van het spreekuur is dat zij is aangewezen op werk zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen, zonder veelvuldige deadlines of productiepieken en vooral geen constante tijdsdruk. Werk met een hoog handelingstempo is niet aangewezen. Zij is beperkt in het hanteren van conflicten en kan werk verrichten waarbij zij kan terugvallen op een directe collega of leidinggevende. Werk met leidinggevende taken is niet aangewezen. Werk met spier- en gewricht belastende trillingen evenmin. Voor werk met een toetsenbord en muis is zij in lichte mate beperkt, als ook voor (frequent) reiken. Het (frequent) buigen (tijdens het werk) is beperkt, als ook het duwen of trekken, tillen of dragen, het frequent hanteren van lichte voorwerpen en zware lasten tijdens het werk, het traplopen en klimmen, het staan, geknield of gehurkt actief zijn en het boven schouderhoogte actief zijn. Eiseres heeft nood aan structuur, regelmaat en overzicht. Daarom zijn avond- en nachtwerk en werk met onregelmatige werktijden niet aangewezen. Er zijn weinig argumenten voor een beperkte duurbelastbaarheid. Anderzijds dienen er grenzen bewaakt te worden. Daarom kan eiseres niet meer dan 8 uur per dag aangepast werk verrichten. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres heeft de verzekeringsarts neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 5 juli 2018.

De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien op de hoorzitting en dossieronderzoek verricht. De verzekeringsarts b&b concludeert dat er geen evident nieuwe medische feiten naar voren komen welke aanleiding geven tot wijziging van het medisch verzekeringsgeneeskundig oordeel per datum is geding. Eiseres is behoorlijk actief op micro, meso en macro niveau, rijdt auto, doet boodschappen, is actief in de huidhouding en heeft betekenisvolle contacten. Zij doet een cursus taxidermie. Opvallend is dat juist afwezigheid uit het arbeidsproces maar beperkt tot klachtenreductie heeft geleid. Niet gebleken is dat de primaire verzekeringsarts een onjuist of onvolledig beeld heeft gehad van de gezondheidstoestand van eiseres en de daaruit voortvloeiende medische beperkingen. Hij heeft zijn conclusie gebaseerd op een zorgvuldige anamnese en bestudering van onderzoeksgegevens, waaronder bij de curatieve sector ingewonnen informatie. De bevindingen van [naam revalidatiecentrum] van 9 juli 2018 sluiten aan bij deze bevindingen.

Ook de eigen observaties tijdens de hoorzitting sluiten aan bij de onderzoeksbevindingen van de verzekeringsarts. Er zijn geen medische gegevens waaruit blijkt dat er sprake is van ernstigere beperkingen dan waarvan bij de beslissing is uitgegaan.
Wat betreft de fibromyalgische klachten: fibromyalgie is een benaming voor chronische pijnklachten aan het houdings- en bewegingsapparaat, waarbij bij aanvullende onderzoek geen verklarende afwijkingen worden vastgesteld. Bij deze aandoening is er geen contra-indicatie voor een zoveel mogelijk normale belasting van het houdings- en bewegings-apparaat en is zoveel mogelijk bewegen juist raadzaam, ook volgens het advies in de patiëntenfolder van het Erasmus academisch ziekenhuis te Rotterdam.

De FML van 5 juli 2018 is meer dan passend bij de objectiveerbare stoornissen van eiseres.

Eiseres zal nog een MRI en mogelijk een neuropsychologisch onderzoek ondergaan. Mocht daaruit nog een zeer bijzondere pathologie naar voren komen, die interfereert met de huidige beperkingen, dan zal daarover separaat worden gerapporteerd.

Getoetst aan de verzekeringsgeneeskundige richtlijn ‘duurbelastbaarheid in arbeid’ is er geen medische reden om een urenbeperking toe te kennen. Er is geen sprake van verminderde beschikbaarheid voor arbeid in verband met opname in een AWBZ erkende instelling dan wel deeltijdtherapie op indicatie van een BIG-geregistreerde (para-)medisch beroepsbeoefenaar. Tevens is er geen sprake van een aandoening waarvan bekend is dat deze veelal gepaard gaat met energieverlies dan wel energieverlies als meest op de voorgrond staande symptoom als bedoeld in de richtlijn. Rekening houdend met de reeds gestelde beperkingen en voorwaarden in arbeid is er ook uit preventief oogpunt geen reden om een urenbeperking aan te nemen.

Er is geen aanleiding om af te wijken van de door de verzekeringsarts aangegeven mogelijkheden en beperkingen. Op 8 juli 2016 was eiseres nog volledig arbeidsongeschikt wegens intensieve behandeling. Op 20 september 2018 gelden de thans gestelde beperkingen.

4.2

Standpunt eiseres.

Eiseres stelt dat zij per 20 september 2018 nog altijd 80-100% arbeidsongeschikt dient te worden beschouwd. Zij voert aan dat de op 9 mei 2019 ontvangen informatie van neuroloog Van Oers meteen is verstuurd naar het UWV en ten onrechte niet is meegenomen in het bestreden besluit. Uit deze informatie volgt dat de specialist van mening is dat een hersenschudding uit 2008 een rol zou kunnen spelen bij de huidige klachten. Het zou kunnen verklaren waarom de geduide functies niet kunnen worden verricht. Anders dan in de rapportage van de verzekeringsarts wordt gesuggereerd, is de oorzaak van de klachten niet psychisch. Uit het voorgaande volgt dat de oorzaak is gelegen in een hersenbeschadiging.

Voor wat betreft de door de verzekeringsarts in de rapportage vermelde ‘wat ochtendstijfheid’ merkt eiseres op dat duidelijk is gezegd dat er sprake is van een enorme ochtendstijfheid. Het is ook niet juist dat zij zelf boodschappen doet. Zij bestelt haar boodschappen en komt nooit in een winkel vanwege haar klachten.

4.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder fibromyalgie en vermoeidheidsklachten. Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. Ten aanzien van de vraag of door het UWV in de bezwaarfase medische informatie van eiseres is ontvangen, kan niet worden vastgesteld of dat het geval is geweest. De verzekeringsarts b&b heeft in beroep de van neuroloog Van Oers afkomstige informatie alsnog betrokken bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres en concludeert dat die informatie de vastgestelde belastbaarheid bevestigt. Volgens deze informatie zijn de cognitieve functies goed en blijkt geen organische hersenschade. Hieruit blijkt niet dat eiseres meer beperkt is dan aangenomen. Dat kan ook niet volgen uit de door eiseres aangehaalde zinsnede in die informatie dat het minder waarschijnlijk is dat de hersenschudding van 2008 een rol speelt bij haar klachten, maar dat dit zou kunnen.

De verzekeringsarts b&b geeft verder aan dat hij ten onrechte heeft vermeld dat eiseres zelf boodschappen doet en dat hij, anders dan eiseres leest in de rapportage, niet uitgaat van een persoonlijkheidsstoornis.

Voorgaande geeft de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen. Niet gebleken is dat in de FML van 5 juli 2018 de beperkingen van eiseres zijn onderschat. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.

5. Geschiktheid voor de functies

5.1

Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: archiefmedewerker (Sbc-code 315132), receptionist (Sbc-code 315120) en administratief medewerker (Sbc-code 315133).

5.2

De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat de voor eiseres geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn. De rechtbank verwijst naar het rapport van de arbeidsdeskundige van 20 september 2018 en het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 4 juni 2019. Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiseres de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies.

De hiervoor genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

6. Mate van arbeidsongeschiktheid

Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies kan verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 39,80%. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.

Dit betekent dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 20 september 2018 heeft vastgesteld op 39,80 %.

7.Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van

mr. T.B. Both-Attema, griffier, op 18 augustus 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.