Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:3865

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20-08-2020
Datum publicatie
20-08-2020
Zaaknummer
02-016072-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (art. 6 WVW). Hij is met zijn auto via de middenberm op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen, terwijl hij een meer dan forse hoeveelheid alcohol had gedronken. Door dit gedrag heeft verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-016072-20

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 augustus 2020

in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

raadsman mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 augustus 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Van der Hamsvoord, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat een aan de schuld van verdachte te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht (feit 1 primair), dan wel dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt (feit 1 subsidiair) en dat hij met te veel alcohol op heeft gereden (feit 2).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, omdat hij op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen terwijl hij alcohol had gedronken. Indien verdachte een stuurfout zou hebben gemaakt, dan had hij deze moeten kunnen corrigeren. De weg had immers twee rijstroken en een brede berm. Het slachtoffer heeft door dit ongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De officier van justitie acht ook het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte voor het onder 1 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad is geen sprake van ‘roekeloosheid’. Daarnaast is geen sprake van een ‘aanmerkelijke schuld’. De verdachte heeft weliswaar met te veel alcohol op gereden, maar dat is onvoldoende voor schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Ook is er geen sprake van een duidelijk causaal verband met het ongeval. Aan de hand van de remsporen kan worden geconcludeerd dat verdachte heeft geprobeerd zich te corrigeren om de auto onder controle te kunnen krijgen. Met betrekking tot het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Vaststaat dat verdachte een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of dit verkeersongeval te wijten is aan de schuld van verdachte in de zin van artikel 6 WVW.

Of sprake is van schuld hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met een of meer gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld. Ook een tijdelijke onoplettendheid in het verkeer hoeft nog geen schuld op te leveren. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte als bestuurder in een personenauto heeft gereden, terwijl hij meer dan de voor een bestuurder van een personenauto toegestane hoeveelheid alcohol had genuttigd. Om 01:27 uur is bij verdachte bloed afgenomen, terwijl het ongeval om 00:02 uur plaatsvond. Uit het bloedonderzoek blijkt dat het alcoholgehalte bij verdachte 2,14 milligram alcohol per milliliter bloed betrof. Dit is meer dan vier keer de hoeveelheid die wettelijk is toegestaan. Gelet op het tijdsverloop acht de rechtbank het waarschijnlijk dat dit gehalte ten tijde van het veroorzaken van het verkeersongeval nog hoger is geweest. Daar komt bij dat verdachte naar eigen zeggen moe was, omdat hij al de hele dag had gewerkt. Verdachte had nooit mogen rijden, maar heeft dat wel gedaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van alcohol de rijvaardigheid nadelig beïnvloedt, onder andere doordat het reactievermogen afneemt en de waarneming slechter wordt. Onder die omstandigheden is verdachte met zijn auto op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen en in botsing gekomen met de auto van de op die weghelft rijdende [slachtoffer] .

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij denkt dat hij de rechterberm heeft geraakt en heeft getracht terug te sturen, maar dit te fanatiek heeft gedaan, waardoor hij in de andere berm terecht is gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte een ernstige stuurfout gemaakt. Verdachte reed op de rechter weghelft van een weg met twee rijbanen aan beide zijden en daar tussen een brede middenberm. Verdachte is door die middenberm gereden om vervolgens frontaal op de auto van [slachtoffer] te botsen. Gelet op de remsporen op de weg heeft verdachte daarbij een forse stuurbeweging naar links gemaakt. Uit de foto’s blijkt dat ter plaatse sprake is van een rechtdoorgaande weg, met hooguit een lichte kromming van de weg. Het was op het moment van het ongeval weliswaar donker, maar de wegverlichting was brandend en het wegdek was droog. Er was aldus sprake van een overzichtelijke verkeerssituatie. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank niet aannemelijk dat een oplettende bestuurder met zijn auto de rechterberm raakt. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zeer regelmatig op deze weg rijdt en nog nooit in de berm is geraakt. In het geval dat een bestuurder wel met zijn banden de rechterberm raakt, dan geldt dat de verkeerssituatie ter plaatse voldoende ruimte en gelegenheid biedt om dat op een dusdanige manier te corrigeren dat de auto op de eigen rijbaan blijft. Had verdachte op de juiste wijze gecorrigeerd dan had de aanrijding niet plaatsgevonden. Aannemelijk is dat verdachte onder invloed van alcohol op abrupte wijze naar links heeft gestuurd, waardoor hij van zijn weghelft op de andere weghelft is geraakt.

Op grond van de hierboven genoemde omstandigheden acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dat het verkeersongeval dat daardoor is ontstaan aan zijn schuld te wijten is.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1 primair:

op 18 mei 2019 te Tilburg, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Burgemeester Letschertweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, niet het verloop van de rijbaan, waarop verdachte reed, te volgen, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een scheur in de dunne darm en een kneuzing van ribben, werd toegebracht, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 2:

op 18 mei 2019 te Tilburg, als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 2,14 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte voor feit 1 primair en feit 2 op te leggen een taakstraf van 120 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaar. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij een gewaarschuwd man was, maar ook dat hij openheid van zaken heeft geprobeerd te geven, er zelf ook niet ongeschonden uit is gekomen, zijn auto is kwijtgeraakt en zelf contact heeft gezocht met het slachtoffer. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient als stok achter de deur.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter zitting naar voren gebracht dat de verdediging zich kan vinden in het opleggen van een taakstraf. Er is gelet op de LOVS-oriëntatiepunten geen aanleiding om een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Daarnaast heeft de raadsman verzocht de rijontzegging geheel voorwaardelijk op te leggen. Verdachte heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk en is na 18 mei 2019 niet meer in de fout gegaan. Indien de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke rijontzegging zal opleggen, dan heeft de raadsman verzocht die zo beperkt mogelijk te houden. Verdachte werkte voor corona in de evenementenbranche en het evenementenseizoen zal waarschijnlijk weer vanaf maart 2021 beginnen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een verkeersongeval veroorzaakt, terwijl hij een meer dan forse hoeveelheid alcohol had gedronken. Bovendien was hij naar eigen zeggen moe omdat hij al de hele dag had gewerkt. Desondanks is hij gaan rijden. Ten gevolge van het verkeersongeval heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen, onder andere een scheur in de dunne darm en gekneusde ribben. Door zo te handelen heeft verdachte zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer miskend en heeft hij de veiligheid van andere verkeersdeelnemers in gevaar gebracht.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet recent is veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit. Wel is verdachte in 2010 veroordeeld in verband met rijden onder invloed en het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg. Hieruit blijkt dat verdachte een gewaarschuwd mens was.

De rechtbank neemt tot uitgangspunt de straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, zoals onder andere tot uitdrukking komend in de landelijke oriëntatiepunten. Daarvan uitgaande zal de rechtbank voor de misdrijven onder 1 primair en 2 aan verdachte opleggen een taakstraf van 120 uren, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. Door een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, beoogt de rechtbank de verdachte in de toekomst te weerhouden wederom onder invloed van alcohol een voertuig te besturen. In de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte, alsmede de omstandigheid dat hij sinds het ongeval niet meer in de fout is gegaan, ziet de rechtbank aanleiding om de rijontzegging deels voorwaardelijk op te leggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl degene die schuldig is aan dit feit, verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet;

feit 2: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van twee jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Janssen en mr. Dijkman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Gielen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 augustus 2020.

Mr. Dijkman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

9 Bijlage I

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1 primair:

hij op of omstreeks 18 mei 2019 te Tilburg, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, (de Burgemeester Letschertweg), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, niet het verloop van de rijbaan, waarop verdachte reed, te volgen, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een scheur in de dunne darm en/of een kneuzing van één of meer rib(ben), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede,

zesde, achtste of negende lid van genoemde wet;

feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 18 mei 2019 te Tilburg als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Burgemeester Letschertweg, niet het verloop van de rijbaan, waarop verdachte reed, heeft gevolgd, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

feit 2:

hij op of omstreeks 18 mei 2019 te Tilburg, als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 2,14 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.

10 Bijlage II

De bewijsmiddelen

Wanneer in de bewijsmiddelen hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt

- tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2019114356 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 40.

Ten aanzien van feiten 1 en 2

1. Het proces-verbaal aanrijding misdrijf van verbalisanten [naam 1] en [naam 2] , pagina 2 en verder van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Locatie ongeval

Datum: 18 mei 2019

Omstreeks: 00:02 uur

Adres: Burg Letschertweg

Plaats: Tilburg

Weersgesteldheid: Droog

Toestand van het wegdek: Droog

Wegverlichting: Wel brandend

Wegsituatie: Rechte weg

Maximumsnelheid: 80 km per uur

Sporen op de weg: Bandensporen

Sporen op voertuigen en andere objecten: Forse schade de volledige voorkant van beide voertuigen

Voertuig 1, een zilveren Kia Carens, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , reed over de Burg. Letschertweg, komende vanuit de richting Rijen. Voertuig 1 werd bestuurd door Versteeden. Versteeden is door de middenberm geschoten, frontaal op voertuig betrokkene 2 gereden. Voertuig 1 heeft hierdoor met zijn volledige voorzijde de volledige voorzijde van voertuig 2 geraakt. Voertuig 2, een zilveren Volkswagen Polo, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , reed over de Burg. Letschertweg te Tilburg, komende uit de tegenovergestelde richting, over een de

naast gelegen rijbaan vanuit de richting van de Rijksweg A58 en gaande richting Tilburg (Reeshof). Voertuig 2 werd bestuurd door Scholte. Ter plaatse roken wij dat de adem van Versteeden naar alcohol rook en dat hij met een dubbele tong sprak.

Op 1 oktober 2019, telefonisch contact opgenomen met slachtoffer [slachtoffer] . Hij gaf aan dat zijn herstel goed gaat en dat hij sinds vier weken weer aan het werk is voor drie dagen in de week. Hij gaf aan nog steeds last te hebben van zijn enkel en hiervoor onder behandeling te zijn bij de fysio. Daarnaast doet de zenuwfunctie van zijn linker grote teen niet meer en het herstel hiervan is onbekend.

2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 7 en verder van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik reed in een personenauto, merk Kia, type Carens, kleur grijs, voorzien van het kenteken [kenteken 1] . U vraagt mij of ik iets aan mijn auto heb gemerkt, nee ik heb daar niets aan gemerkt. Zover ik weet was de auto in goede technische staat. Ik ben de Burgemeester Letschertweg op gereden richting de rijksweg A58. Het zicht was goed. Het was droog weer. Ik weet iets van berm, dat ik koplampen zag en probeerde weg te sturen en gevolgd door een hele harde klap. Ik had wel alcohol gedronken.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] , pagina 12 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 18 mei 2019, omstreeks 00.00 uur, reed ik in mijn personenauto over de Burgemeester Letschertweg te Tilburg. Ik kwam uit de richting van de Rijksweg A58 en reed in de richting van Tilburg. De omstandigheden op de weg waren goed. Voor mij in dezelfde richting reed een grijze personenauto, merk Volkswagen, type Polo. Ik reed met een snelheid van ongeveer 70 km per uur en ik denk dat de bovengenoemde grijze auto ongeveer dezelfde snelheid had. Aan zijn rijgedrag viel mij niets op. Vervolgens zie ik twee koplampen uit de tegenovergestelde richting op doemen. Vervolgens volgde er een flinke klap en zie ik dat de spookrijder in botsing is gekomen met de grijze Volkswagen Polo.

4. Proces-verbaal rijden onder invloed van verbalisant [naam 2] , pagina 14 en verder van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 18 mei 2019 om 01:27 uur heeft de arts K. Gan, in aanwezigheid van mij, de verdachte bloed afgenomen. Ik heb de bloedmonsters gewaarmerkt, direct verpakt en verzegeld, alsmede het bloedafnameformulier voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TAAR7901NL en SIN-sticker "Tegen Onderzoek" met het nummer TAAR7902NL.

5. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring, op 19 juni 2019 opgemaakt door S. van Zutphen, chirurg, pagina 18 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Medische informatie betreffende [slachtoffer] .

Uitwendig waargenomen letsel:

- wond li (de rechtbank begrijpt: linker) knie

- kneuzing ribben

- scheur in dunne darm

- breuk li (de rechtbank begrijpt: linker) enkel

Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 18 mei 2019.

Overige van belang zijnde informatie:

- Dezelfde dag geopereerd i.v.m. letsel darm

- 29 mei operatie enkel

Geschatte duur van de genezing: 3-6 maanden (grove schatting)

6. Een geschrift, te weten een verslag van Eurofins Forensics, op 26 juni 2019 opgemaakt door J. Cordonnier, expert toxicoloog, pagina 21 en verder van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

TAAR7902NL: bloed van Versteeden.

Het bloed is afkomstig van het bloedblok met SIN TAAR7901.

Eindresultaat in bloed met TAAR7920NL: alcohol 2,14 milligram per milliliter.

De hiervoor vermelde bewijsmiddelen zijn – ook in hun onderdelen – telkens gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.