Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:3790

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13-08-2020
Datum publicatie
03-11-2020
Zaaknummer
AWB- 19_6182
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WSFBSF

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 19/6182 WSFBSF

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2020 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 24 augustus 2019 (primaire besluit) heeft DUO eiseres studiefinanciering toegekend met ingang van 1 augustus 2019 en een reisvoorziening met ingang van september 2019.

In het besluit van 21 oktober 2019 (bestreden besluit) heeft DUO het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

DUO heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op een telefonische de zitting van de rechtbank op 2 juli 2020. Hierbij was namens eiseres haar vader [naam vader] aanwezig. Namens DUO was mr. B.C. Rots aanwezig.

Overwegingen

1. Eiseres heeft op 24 augustus 2019 per 1 augustus 2019 studiefinanciering in de vorm van een basisbeurs aangevraagd. Bij het primaire besluit is de aanvraag toegekend per augustus 2019. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij stelt dat zij op 27 mei 2019 18 jaar oud is geworden en daarom per deze datum recht heeft op een basisbeurs.

Bij het betreden besluit heeft DUO het bezwaar ongegrond verklaard. DUO wijst er op dat een basisbeurs met terugwerkende kracht kan worden toegekend tot het begin van het lopende studiejaar. Een studiejaar in het beroepsonderwijs begint op 1 augustus en eindigt op 31 juli. Op 24 augustus 2019 heeft eiseres de basisbeurs aangevraagd, dit betekent volgens DUO dat de terugwerkende kracht mogelijk was tot de start van het studiejaar, 1 augustus 2019.

2. Aan de orde is de vraag of DUO eiseres op goede gronden een basisbeurs per 1 augustus 2019 heeft toegekend.

3.1

Eiseres voert aan dat zij op 27 mei 2019 18 jaar oud is geworden. Het kwartaal volgend op haar 18e verjaardag zou zij recht hebben op studiefinanciering. Dit zou dan ook juli 2019 zijn. Omdat er in deze maand geen studiefinanciering werd bijgeschreven heeft eiseres telefonisch contact gezocht met DUO. Haar werd geadviseerd de studiefinanciering met terugwerkende kracht aan te vragen. Zij heeft dit op 24 augustus 2019 ook gedaan, maar er werd geen studiefinanciering met terugwerkende kracht verleend. Zij heeft niet begrepen dat zij voor haar 18e verjaardag studiefinanciering diende aan te vragen. Eiseres wijst er op dat zij hierover niet proactief door DUO is geïnformeerd. Zij heeft geen informatie ontvangen over het aanvragen van studiefinanciering of uitleg over de te volgen procedure. Ten aanzien van het studentenreisproduct is eiseres wel door DUO geïnformeerd, zodat zij er op mocht vertrouwen dat ook ten aanzien van de aanvraag van de basisbeurs zij geïnformeerd zou worden

3.2

DUO stelt zich op het standpunt dat informatie over de voorwaarden van studiefinanciering is te vinden op de website van DUO. Hierin staat uitdrukkelijk vermeld dat studiefinanciering met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd, tot en met het begin van het lopende studiejaar. Eiseres had redelijkerwijs kunnen weten dat zij uiterlijk 31 juli 2019 de basisbeurs over het studiejaar 2018-2019 aan had moeten vragen. DUO wijst erop dat zij niet verplicht is proactief aan studenten informatie te verstrekken. Eiseres heeft niet aangetoond dat door een medewerker van DUO onjuiste informatie zou zijn verstrekt.

4. Het wettelijk kader is in de bijlage bij deze uitspraak opgenomen.

5.1

Vast staat dat eiseres op 27 mei 2019 18 jaar oud is geworden en dat zij op 24 augustus 2019 studiefinanciering in de vorm van een basisbeurs heeft aangevraagd. Gelet op het bepaalde in artikel 3.21, derde lid, van de Wsf 2000 wordt studiefinanciering niet toegekend voor een periode voorafgaan aan het studiejaar waarin de aanvraag wordt ingediend. Nu de aanvraag is ingediend in studiejaar 2019-2020, wordt niet eerder dan

1 augustus 2019 studiefinanciering toegekend.

5.2

Hoewel de rechtbank het kan begrijpen dat dat eiseres het wenselijk zou vinden dat zij voorafgaand aan haar 18e verjaardag van DUO bericht zou ontvangen over de mogelijkheid om een basisbeurs aan te vragen, bestaat hiertoe voor DUO geen wettelijke verplichting. Daarbij komt dat informatie over het aanvragen van een basisbeurs en de daaraan verbonden voorwaarden is terug te lezen van de website van DUO.

Dat eiseres ten aanzien van het studentenreisproduct wel voorafgaand aan haar 18e verjaardag is geïnformeerd over de aanvraagprocedure, maakt niet dat zij ook ten aanzien van het aanvragen van de basisbeurs geïnformeerd had moeten worden.

6. Het beroep is ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Vermunt, griffier, op 13 augustus 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid

de uitspraak mede te ondertekenen. rechter

Afschrift verzond

en aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Bijlage – wettelijk kader

In artikel 3.21, eerste lid, van de Wsf 2000 is bepaald dat studiefinanciering wordt toegekend per studiefinancieringstijdvak.

In artikel 3.21, tweede lid, van de Wsf 2000 is bepaald dat een aanvraag voor studiefinanciering vòòr het einde van het studiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft wordt ingediend.

In artikel 3.21, derde lid, van de Wsf 2000 is bepaald dat studiefinanciering of de verhoging daarvan niet wordt toegekend voor een periode voorafgaand aan het studiejaar waarin de aanvraag is ingediend.

In artikel 1 van de Wsf 2000 is bepaald dat onder studiejaar in het beroepsonderwijs wordt verstaan het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daarop volgend.