Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:3596

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28-07-2020
Datum publicatie
04-08-2020
Zaaknummer
372823 KG ZA 20-284
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot opheffing blokkade digitaal platform ter zake zorgdeclaraties

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Locatie Breda

Cluster II Handelszaken

zaaknummer / rolnummer: C/02/372823 / KG ZA 20-284

Vonnis in kort geding van 28 juli 2020

in de zaak van

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BLUE-CARE BV,

gevestigd te Tilburg,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B-C BV,

gevestigd te Tilburg,

eiseressen,

advocaat mr. J. Witvoet te Langbroek,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon DE GEMEENTE TILBURG,

zetelend te Tilburg,

gedaagde,

advocaat mr. B.C.W. Smits te Tilburg.

Hierna zullen eiseressen tezamen in enkelvoud Blue-Care worden genoemd en gedaagde Gemeente Tilburg.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 de dagvaarding van 8 juni 2020 met producties 1 t/m 15, 17 en 18;

 de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 9;

 de brief van mr Witvoet van 6 juli 2020 met producties 16, 19 t/m 21;

 de brief van mr. Witvoet van 10 juli 2020 met productie 24;

 de mondelinge behandeling op 14 juli 2020;

 de pleitnota van Blue-Care.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Blue-Care vordert als voorlopige voorziening, samengevat:

a. a) Gemeente Tilburg te gebieden om al datgene te doen wat nodig is en binnen haar bevoegdheden ligt om de blokkade op het digitale platform van de SVB ter zake van de declaraties van Blue-Care voor zorg, verleend voor 1 maart 2020 en de uitbetaling daarvan, ongedaan te maken en vervolgens te houden dan wel om die maatregelen te nemen die nodig zijn om het ertoe te leiden dat de facturen van Blue-Care voor zorg, verleend voor 1 maart 2020 betaald worden, zulks op straffe van een dwangsom;

b) Gemeente Tilburg te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.2.

Gemeente Tilburg concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Blue-Care, met veroordeling van Blue-Care in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Tussen partijen staat het navolgende vast:

 Blue-Care is een zorgaanbieder. Zij biedt jongeren vanaf 16 jaar individuele en groepsbegeleiding aan op basis van de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De zorg wordt verleend op basis van zorgovereenkomsten met de cliënten aan wie een persoonsgebonden budget (pgb) is toegekend (hierna: de budgethouders).

 Gemeente Tilburg is op grond van de WMO 2015 en de Jeugdwet onder andere belast met het toezicht op de naleving van de hierin opgenomen wettelijke voorschriften en de daarmee verband houdende regelingen.

 Blue-Care factureert de budgethouders achteraf voor de door haar verleende zorg. De budgethouders, danwel hun wettelijk vertegenwoordigers, dienen die facturen ter declaratie in bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB vergoedt de gefactureerde bedragen aan Blue-Care.

 In september 2019 heeft Gemeente Tilburg een onderzoek naar de kwaliteit en rechtmatigheid van de door Blue-Care geboden ondersteuning aangekondigd. Door een toezichthouder van Gemeente Tilburg is het rechtmatigheidsonderzoek uitgevoerd en door GGD Hart voor Brabant is in opdracht van Gemeente Tilburg het kwaliteitsonderzoek uitgevoerd.

 Deze onderzoeken hebben geleid tot de conclusie dat de doelmatigheid, rechtmatigheid en kwaliteit van de ondersteuning die door Blue-Care wordt geboden onvoldoende zijn.

 Op 21 januari 2020 zijn het concept-rapport rechtmatigheidsonderzoek en het concept-rapport kwaliteitsonderzoek aan Blue-Care gestuurd en is Blue-Care in de gelegenheid gesteld uiterlijk 5 februari 2020 haar zienswijze te geven. De rapporten zijn op 13 februari 2020 definitief vastgesteld.

 Het college van Burgemeester en Wethouders van Gemeente Tilburg heeft in de vergadering van 18 februari 2020 het besluit genomen dat cliënten per direct, uiterlijk per 1 maart 2020, niet langer hun pgb bij zorgaanbieder Blue-Care mogen verzilveren en dat de ten onrechte verstrekte pgb-gelden in het kader van Wmo 2015 en Jeugdwet gedurende de periode 1 januari 2016 tot 18 februari 2020 worden teruggevorderd.

 Gemeente Tilburg heeft bij brief van 20 februari 2020 de definitief vastgestelde rapporten aan Blue-Care toegestuurd en daarbij Blue-Care het volgende meegedeeld:
Besluit

Gelet op het collegebesluit van 18 februari 2020 delen wij u mede dat de gemeente Tilburg Blue-Care per direct afkeurt. De lopende zorgovereenkomsten met Blue-Care worden per 1 maart 2020 afgekeurd. Dit betekent dat de Sociale Verzekeringsbank vanaf 1 maart 2020 geen betalingen meer verricht aan Blue-Care. Ook nieuwe aanvragen voor het inkopen van zorg bij Blue-Care keuren wij af. De cliënten die volgens onze gegevens zorg inkopen bij Blue-Care zijn hier door ons telefonisch en/of per brief van op de hoogte gesteld. Wij zijn met hen in overleg over een passend alternatief.”

 Blue-Care heeft aan tien budgethouders facturen gestuurd voor de door haar in de periode vóór 1 maart 2020 verleende zorg. Deze facturen konden door de budgethouders niet worden geüpload op het digitale platform van de SVB als gevolg van een door Gemeente Tilburg gelegde blokkade. Daardoor kunnen de facturen niet door SVB aan Blue-Care worden uitbetaald.

 Blue-Care heeft op 13 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen het besluit van Gemeente Tilburg van 18/20 februari 2020. Tevens heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de bestuursrechter van deze rechtbank. Dit verzoek is bij uitspraak van 23 april 2020 afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter heeft daartoe onder rechtsoverweging 4.5. overwogen:
“Verzoekster heeft met het indienen van facturen evenmin aannemelijk gemaakt dat sprake is van onverwijlde spoed. De facturen aan cliënten gaan over de periode september 2019 tot en met februari 2020. Ze gaan dus over een periode waarover de kosten nog verzilverd konden worden. Er blijkt bovendien niet van een verband met de besluitvorming door het college. Ook de facturen van twee zorgverleners voor geleverde begeleiding gaan over een periode waarover de kosten nog verzilverd konden worden. Daaruit blijkt evenmin van een verband met de besluitvorming door het college.”

 Op 14 mei 2020 is Blue Care (telefonisch) op haar bezwaar gehoord. Gemeente Tilburg heeft op 17 juni 2020 de bezwaren van Blue-Care ongegrond verklaard. Blue Care is daartegen op 2 juli 2020 in beroep gegaan bij deze rechtbank.

 Gemeente Tilburg heeft op 8 juli 2020 een brief gestuurd aan Blue-Care waarin zij een bedrag van € 484.154,40 (Stichting Blue-Care) respectievelijk € 142.782,00 (B-C) terugvordert.

 Blue-Care heeft bij brief van 10 juli 2020 bezwaar gemaakt tegen deze terugvordering.

3.2.

Blue-Care grondt haar vordering op onrechtmatige daad. Zij voert daartoe aan dat zij, gelet op de brief van Gemeente Tilburg van 20 februari 2020, in ieder geval tot 1 maart 2020 als zorginstelling in de zin van de Wmo 2015 werd beschouwd en dat zij dus betaald dient te worden voor de door haar tot 1 maart 2020 verleende zorg. Door het digitale platform van de SVB te blokkeren, waardoor de declaraties niet kunnen worden uitbetaald, handelt Gemeente Tilburg jegens haar onrechtmatig, te meer nu de voorzieningenrechter in de uitspraak van 23 april 2020 heeft overwogen dat de facturen betrekking hebben op een periode waarover de kosten nog verzilverd kunnen worden. Blue Care stelt een spoedeisend belang te hebben bij haar vordering nu door de blokkade de facturen ter grootte van in totaal ruim € 70.000,00 niet aan haar kunnen worden uitbetaald en zij dat geld nodig heeft om haar vaste lasten te betalen.

3.3.

Gemeente Tilburg betwist dat Blue-Care spoedeisend belang heeft bij haar vordering en stelt daarnaast dat er sprake is van een restitutierisico. Inhoudelijk voert zij als verweer aan dat Blue-Care niet heeft aangetoond dat de gedeclareerde zorg daadwerkelijk aan de cliënten is geleverd en dat de kwaliteit van de ondersteuning niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Ter onderbouwing van haar verweer verwijst zij naar de uitkomst van het rechtmatigheids- en het kwaliteitsonderzoek, vastgelegd in de rapporten die op 13 februari 2020 zijn vastgesteld. Tot slot beroept Gemeente Tilburg zich op verrekening van de vordering van Blue-Care met haar vordering tot terugbetaling van de ten onrechte verstrekte pgb-gelden over de periode 1 januari 2016 tot 18 februari 2020.

3.4.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat aan de verweren van Gemeente Tilburg de stelling ten grondslag ligt dat de SVB de gelden namens de pgb-verstrekker, in casu Gemeente Tilburg, aan de zorgverlener uitkeert en niet namens de budgethouder. Om die reden dient volgens Gemeente Tilburg de onderhavige vordering als een geldvordering te worden beschouwd. De voorzieningenrechter overweegt ter zake het volgende.

3.5.

Mensen met een beperking of aandoening kunnen bij hun gemeente aanspraak maken op ondersteuning op grond van – onder meer – de Wmo 2015. Zij hebben de mogelijkheid te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb) in plaats van zorg of ondersteuning in natura. Met het pgb, dat de gemeente aan de budgethouder beschikbaar stelt, kan de budgethouder zorg of ondersteuning inkopen. De budgethouder sluit daartoe een zorgovereenkomst met een zorgaanbieder. Een pgb wordt niet rechtstreeks aan de budgethouder uitgekeerd, maar door de gemeente op een rekening bij de SVB gestort. De zorgverlener declareert de verleende zorg aan de budgethouder, die vervolgens de declaratie indient bij de SVB. De SVB betaalt rechtstreeks uit aan de zorgaanbieder. In de bij de Wmo 2015 behorende Memorie van Toelichting (33841, nr. 3) wordt hierover het volgende opgemerkt:
‘(…) wordt, ter voorkoming van misstanden en oneigenlijk gebruik en ter bescherming van de aanvrager, niet langer een geldbedrag aan de aanvrager verstrekt waaruit hij zelf betalingen kan doen en waarover vervolgens hij verantwoording moet afleggen. De gemeente stelt de cliënt een persoonsgebonden budget beschikbaar, waaruit de Sociale verzekeringsbank namens het college [onderstreping voorzieningenrechter] betalingen doet aan degenen die de aanvrager, na een toets door het college of aan de gestelde voorwaarden is voldaan, heeft ingeschakeld. Op deze wijze is het mogelijk om te waarborgen dat de ingekochte ondersteuning of middelen kwalitatief van voldoende niveau zijn en wordt misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen. Naast de betalingen van de persoonsgebonden budgetten voert de Sociale verzekeringsbank ook het hiermee verbonden budgetbeheer uit.’ Gezien de Memorie van Toelichting en artikel 2.6.2 Wmo 2015, waarin eveneens is opgenomen dat de SVB namens het colleges de betalingen ten laste van de pgb’s uitvoert, stelt Gemeente Tilburg zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht op het standpunt dat de gelden door de SVB namens de gemeente worden uitgekeerd. Hierop sluit aan de in artikel 2b lid 6, aanhef en onder g, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 neergelegde bevoegdheid van de SVB om een betaling uit het pgb geheel of gedeeltelijk te beëindigen, weigeren of op te schorten indien het college de SVB daarom verzoekt.

3.6.

Gemeente Tilburg stelt dat haar verzoek aan de SVB om de declaraties van Blue-Care voor de tot 1 maart 2020 verleende zorg niet uit te betalen berust op artikel 2b lid 6, aanhef en onder g, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. Gemeente Tilburg heeft de declaratiemogelijkheid bij de SVB geblokkeerd, zo stelt zij, omdat Blue-Care niet heeft aangetoond dat de gedeclareerde zorg daadwerkelijk aan de cliënten is geleverd en dat de kwaliteit van de ondersteuning niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Tegen deze blokkade komt Blue-Care op met de stelling dat Gemeente Tilburg daarmee onder de gegeven omstandigheden onrechtmatig handelt. Hoewel een opheffing van de blokkade tot gevolg heeft dat de declaraties van Blue-Care door de budgethouders bij de SVB kunnen worden ingediend (geüpload op het digitale platform van de SVB) en zo kunnen worden verzilverd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vordering van Blue-Care, welke vordering strekt tot het opheffen van de blokkade op het digitale platform van de SVB, niet is aan te merken als een geldvordering. Gemeente Tilburg stelt zich dan ook ten onrechte op het standpunt dat het spoedeisend belang van Blue-Care moet worden getoetst aan de jurisprudentie ter zake geldvorderingen.

3.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Blue-Care het spoedeisend belang bij haar vordering voldoende heeft onderbouwd.

3.8.

Voor de beoordeling van de vraag of Gemeente Tilburg de declaratiemogelijkheid bij de SVB heeft mogen blokkeren, is van belang dat Gemeente Tilburg naar aanleiding van de uitkomsten van het rechtmatigheidsonderzoek en het kwaliteitsonderzoek Blue-Care bij brief van 20 februari 2020 heeft bericht dat de lopende zorgovereenkomsten met Blue-Care per 1 maart 2020 worden afgekeurd. Dat betekent, naar Blue-Care terecht stelt, dat zij onder de lopende zorgovereenkomsten tot 1 maart 2020 aanspraak kan maken op vergoeding voor door haar tot die datum verleende zorg. Blijkens de uitspraak van 23 april 2020 is ook de voorzieningenrechter daarvan uitgegaan. Gemeente Tilburg kan de betaling van de tot 1 maart 2020 verleende zorg niet tegenhouden met het argument dat Blue-Care toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Gemeente Tilburg is immers niet de contractuele wederpartij van Blue-Care. Dat zijn de budgethouders. Daar komt bij dat Gemeente Tilburg onvoldoende heeft onderbouwd dat door Blue-Care geen zorg zou zijn geleverd aan de budgethouders. De rapporten waarop zij zich beroept zien niet specifiek op de zorg waarop de onderhavige declaraties betrekking hebben. Volgens Blue-Care heeft zij haar declaraties aan de budgethouders gespecificeerd en heeft Gemeente Tilburg nooit om specificaties gevraagd. Ter onderbouwing van (de kwaliteit van) de door haar verleende zorg heeft Blue-Care een aantal verklaringen in het geding gebracht waarin de budgethouders hun waardering uitspreken voor de door Blue-Care verleende zorg.

3.9.

Het feit dat Gemeente Tilburg niet de contractuele wederpartij van Blue-Care is brengt tevens mee dat Gemeente Tilburg geen beroep kan doen op verrekening. Aan het vereiste van wederkerig schuldenaarschap als bedoeld in artikel 6:127 lid 2 BW is immers niet voldaan. Bovendien wordt de vordering van Gemeente Tilburg betwist, zodat de vordering van Gemeente Tilburg niet eenvoudig is vast te stellen als bedoeld in artikel 6:136 BW. De rapporten die aan de vordering van Gemeente Tilburg ten grondslag liggen zijn onderwerp van discussie in de tussen partijen aanhangige beroepsprocedure.

3.10.

Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op een geldvordering is het restitutierisico niet aan de orde.

3.11.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de verweren van Gemeente Tilburg niet slagen, zodat de vordering wordt toegewezen. Gelet op de toezegging van Gemeente Tilburg dat zij aan een veroordeling zal voldoen, zal hieraan geen dwangsommen worden verbonden.

3.12.

Gemeente Tilburg zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld als na te melden. De kosten aan de zijde van Blue-Care worden begroot op € 1.723,99.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

gebiedt gedaagde om al datgene te doen wat nodig is en binnen haar bevoegdheden ligt om de blokkade op het digitale platform van de SVB ter zake van de declaraties van eiseressen voor zorg, verleend voor 1 maart 2020 en de uitbetaling daarvan, ongedaan te maken en vervolgens te houden;

4.2.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseressen tot op heden begroot op € 1.723,99, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de 15e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

4.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. [voorletters] Hermans, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2020.