Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:2762

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-06-2020
Datum publicatie
08-07-2020
Zaaknummer
AWB- 19_6179
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WMO

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 19/6179

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2020 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,

gemachtigde: mr. C. van der Ent,

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge (het college), verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 7 mei 2019 (primair besluit) heeft het college de aanvraag van eiseres in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een sociaal alarmeringssysteem afgewezen.

In het besluit van 24 oktober 2019 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het beroep is besproken op de telefonische zitting van de rechtbank op 26 mei 2020.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. F. Kaloudis (kantoorgenoot van haar gemachtigde). Namens het college waren aanwezig mr. M. Bruin en [vertegenwoordiger] .

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1.1

Eiseres is alleenstaand en woont in een eengezinswoning. Zij is bekend met valgevaar, waarna zij niet zelfstandig kan opstaan.

1.2

Eiseres heeft een verzoek ingediend bij haar zorgverzekering voor een vergoeding van de kosten voor een persoonlijk alarmeringssysteem om medische redenen. Dit verzoek is afgewezen vanwege het ontbreken van een medische noodzaak. Op 10 april 2019 heeft eiseres een aanvraag voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een sociaal alarmeringssysteem ingediend bij het college.

1.3

Op 23 april 2019 heeft er een keukentafelgesprek plaatsgevonden naar aanleiding van de aanvraag.

1.4

Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat het sociale alarmeringssysteem niet bijdraagt aan de zelfredzaamheid van eiseres. Daarnaast is eiseres in de gelegenheid om gebruik te maken van een algemeen gebruikelijke voorziening, zoals de alarmtelefoon, om haar hulpvraag op te lossen.

Juridisch kader

2. Voor de toepasselijke bepalingen wordt verwezen naar de bijlage bij deze uitspraak. De tekst van de hierna te noemen bepalingen is in de bijlage te vinden.

De beoordeling door de rechtbank

3.1

Vast staat dat eiseres bekend is met valgevaar en dat zij na een val niet zelf kan opstaan. Tussen partijen is niet in geschil dat daarmee sprake is van een beperking in de zelfredzaamheid, zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015.

3.2

Met de inzet van het sociale alarmeringssysteem wordt beoogd dat eiseres hulp kan inschakelen om weer op te staan na een val. Partijen verschillen van mening over de vraag of het sociale alarmeringssysteem daarmee een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid van eiseres, zoals bedoeld in de Wmo 2015.

3.3

Eiseres heeft zowel medische als sociale redenen aangevoerd voor de aanvraag van de personenalarmering. Het college wordt gevolgd in het standpunt dat personenalarmering bij medische redenen onder de reikwijdte van de Zorgverzekeringswet valt en dat het daarmee een voorliggende voorziening is die aan de verstrekking van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 in de weg staat. Dat een eerdere aanvraag van eiseres op grond van de Zorgverzekeringswet is afgewezen, maakt nog niet dat zij in aanmerking komt voor de gevraagde maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.

3.4

Tijdens de telefonische zitting heeft eiseres toegelicht dat zij door het sociale alarmeringssysteem in haar eigen leefomgeving kan blijven wonen, omdat zij angstig is om alleen in haar woning te zijn. De alarmeringsapparatuur zou haar een veiliger gevoel geven.

3.5

Het college heeft erop gewezen dat uit het onderzoek niet is gebleken dat eiseres zodanige angsten ervaart dat zij niet zelfstandig thuis kan blijven wonen. De rechtbank volgt het college hierin. Uit het onderzoek blijkt enkel dat eiseres bekend is met valgevaar, waarvoor geen medische oorzaak is gevonden, en dat zij daarna niet zelfstandig kan opstaan. Eiseres heeft niet aangevoerd en evenmin is gebleken dat het door het college verrichte onderzoek onzorgvuldig of onvolledig is geweest. Gelet op het voorgaande heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat het sociale alarmeringssysteem geen passende voorziening is ter compensatie voor haar zelfredzaamheid en daarom niet in aanmerking komt voor de verzochte maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.

3.6

Het college heeft daarnaast, als subsidiair standpunt, naar voren gebracht dat er een algemeen gebruikelijke voorziening beschikbaar is in de vorm van de alarmtelefoon. De rechtbank merkt op dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een relevant verschil bestaat tussen het verzochte sociale alarmeringssysteem en de alarmtelefoon. Dat er bij de alarmtelefoon een abonnement moet worden afgesloten, maakt op zichzelf nog niet dat die geen adequate voorziening is. Daarbij heeft het college reeds in de bezwaarfase toegelicht dat een persoonlijk alarmeringssysteem en een alarmtelefoon functioneel vergelijkbaar zijn. Er zijn volgens het college ook alarmtelefoons beschikbaar die tegemoetkomen aan de specifieke behoeftes van eiseres, zoals de beschikbaarheid van een draadloze knop dit omgehangen kan worden. Dit is door eiseres niet weersproken. Het college heeft de alarmtelefoon dan ook als een algemeen gebruikelijke voorziening kunnen aanmerken. Dit betekent dat het college ook op deze grond niet gehouden is tot het verstrekken van de verzochte maatwerkvoorziening.

3.7

Het beroep is ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Skalonjic, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. van Sambeek, griffier, op 24 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Bijlage

Artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015 bepaalt dat in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

- maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:

1° ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,

2° ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,

3° ten behoeve van beschermd wonen en opvang;

- participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer;

- zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

Artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015 bepaalt dat het gemeentebestuur zorg draagt voor de maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 2.3.1 van de Wmo 2015 bepaalt dat het college er zorg voor draagt dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen, een maatwerkvoorziening wordt verstrekt.

Artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo bepaalt dat indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uitvoert overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.

Artikel 2.3.5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wmo 2015 bepaalt dat het college beslist op een aanvraag van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.

In het derde lid is bepaald dat het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

Artikel 8 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge 2018 (hierna: de Verordening) luidt, voor zover van belang, als volgt:

Criteria voor een maatwerkvoorziening

1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.

2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:

a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

[…]