Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:2664

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
AWB 18_976
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 18/976 WIA

uitspraak van 19 juni 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,

gemachtigde: mr. O. Labordus,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 januari 2018 (bestreden besluit) van het UWV over de weigering een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 15 november 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar moeder [naam moeder] en door haar gemachtigde. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.W. van Schaik. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft het onderzoek op 13 december 2018 heropend en heeft H.M.Th. Offermans, verzekeringsarts, benoemd als deskundige (hierna: deskundige) voor het doen van onderzoek.

De deskundige heeft op 6 mei 2019 een rapport aan de rechtbank uitgebracht.

Het UWV heeft op 13 juni 2019 gereageerd met het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van 11 juni 2019. Eiseres heeft op 18 juni 2019 gereageerd.

Op 18 oktober 2019 heeft de deskundige nadere vragen van de rechtbank beantwoord.

Eiseres heeft op 6 november 2019 gereageerd, en het UWV op 19 november 2019, met een rapport van de verzekeringsarts b&b van 18 november 2019.

Geen van de partijen heeft aangegeven dat opnieuw op een zitting te willen worden gehoord. De rechtbank heeft vervolgens op 31 maart 2020 het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak met zes weken verlengd.

Overwegingen

1. Feiten

Eiseres is werkzaam geweest als medewerkster callcenter. Voor dat werk is zij, vanuit een situatie van werkloosheid, uitgevallen vanwege psychische en lichamelijke klachten.

In een besluit van 26 juni 2017 heeft het UWV geweigerd per 13 juli 2017 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

In het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

2. Omvang geschil

In geschil is of het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd per 13 juli 2017 (datum in geding).

3. Beroepsgronden

Eiseres heeft aangevoerd dat zij als gevolg van haar psychische en lichamelijke klachten (recidiverende hydradenitis, fibromyalgie, slaapproblemen, migraine, hypermobiliteit, allergieën) meer beperkt is dan de verzekeringsarts b&b heeft aangenomen. Zij heeft bovendien altijd pijn en verliest daardoor veel energie. Er zal, wanneer zij gaat werken, sprake zijn van excessief ziekteverzuim. Daarom kunnen er in redelijkheid geen functies worden geduid. De geduide functies zijn bovendien niet geschikt omdat eiseres meer beperkt is dan de verzekeringsarts b&b heeft aangenomen.

4. Wettelijk kader

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Van belang is dan ook:

- of eiseres medische beperkingen heeft en

- of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

5. Medische beoordeling

Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapportages van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

5.1

Verzekeringsgeneeskundig standpunt van het UWV

De verzekeringsarts heeft het dossier van eiseres bestudeerd. Ook heeft hij eiseres gezien op het spreekuur van 8 juni 2017 en toen haar psyche onderzocht. De verzekeringsarts vindt dat eiseres vanwege haar psychische en lichamelijke klachten beperkt is in haar mogelijkheden. De beperkingen en de belastbaarheid zijn neergelegd in de FML van 8 juni 2017.

De verzekeringsarts b&b heeft het dossier van eiseres bestudeerd, waaronder de door eiseres ingebrachte brief van de huisarts van 7 december 2017. Ook heeft zij eiseres gezien tijdens de hoorzitting van 12 december 2017. Eiseres heeft toen een foto laten zien van een abces in haar lies.

Volgens de verzekeringsarts b&b moeten in de FML ook beperkingen worden opgenomen voor de allergische reacties van eiseres op kappersmateriaal, ammoniumdisulfaten, gelei, zeep en shampoo etc. Als het gaat om de hypermobiliteit en de fibromyalgie, is geen sprake van grote aantoonbare afwijkingen. Enige toelichting op een aantal beperkingen is echter wel plausibel, met name voor bovennormale belasting in diverse langdurige dan wel zware belastingen. Eiseres heeft ondanks de recidiverende ontstekingen in de liezen in de afgelopen functie gewoon gefunctioneerd. Wel moet eiseres voor gebogen werk en activiteiten waarbij zij langdurig moet zitten of gebogen werk moet leveren of langdurig moet staan iets meer beperkt worden geacht, met name in bovennormale belasting. In de FML zijn in verband met de psychische klachten diverse beperkingen aangenomen. In verband met de slaapstoornissen vindt de verzekeringsarts b&b eiseres beperkt voor bovennormale belasting voor aandacht, concentratie en herinneren. De overige beperkingen in verband met de psychische klachten zijn voldoende te achten, waarbij ook beperkingen voor onregelmatige werktijden en voor uren zijn vastgesteld. Eiseres is niet volledig arbeidsongeschikt omdat geen sprake is van volledige bedlegerigheid, opname of ernstig persoonlijk disfunctioneren.

De verzekeringsarts b&b heeft de beperkingen en de belastbaarheid van eiseres neergelegd in de FML van 12 december 2017.

De verzekeringsarts b&b rapporteert op 6 november 2018 dat de beroepsgronden en de medische gegevens die eiseres in beroep heeft ingediend geen aanleiding vormen om haar eerdere standpunt te wijzigen. De veelheid aan hoofdpijnaanvallen en de soorten hoofdpijnklachten lijken niet realistisch of objectiveerbaar. Bovendien heeft eiseres met deze klachten haar laatste werk gewoon kunnen doen. De opgenomen beperkingen in de FML van 12 december 2017 zijn voldoende. De mate waarin de huisarts stelt dat eiseres last heeft van de hydradenitisklachten, kan de verzekeringsarts b&b onvoldoende objectiveren. Eiseres kon immers in haar laatste werk hiermee gewoon functioneren. Bovendien wordt zij nu pas hiervoor naar de dermatoloog verwezen. Ook met deze klachten is in de FML voldoende rekening gehouden. Daarin is eveneens voldoende rekening gehouden met de stoffen waarvan eiseres zegt dat ze er allergisch voor is. Specifieke medische informatie over de allergieën ontbreekt.

5.2

Rapport van de deskundige van 6 mei 2019

De deskundige heeft het dossier bestudeerd en eiseres op 1 mei 2019 gesproken en onderzocht. Hij heeft ook met haar moeder gesproken.

Volgens de deskundige had eiseres op de datum in geding (13 juli 2017) de volgende gezondheidsstoornissen:

- stoornissen die van invloed zijn op de algemene fitheid: de klachten van het bewegingsstelsel, die de reumatoloog heeft geclassificeerd als fibromyalgie/SOLK respectievelijk hypermobiliteit, en onvoldoende restauratieve slaap samenhangend met pavor nocturnus;

- stoornissen van de huid: uit allergologisch onderzoek blijkt dat eiseres een allergie heeft voor ammoniumverbindingen die in de kapperspraktijk worden aangewend. De huid is ook kwetsbaar gebleken bij blootstelling aan materialen en/of omstandigheden waarbij de huidbarrière op de proef wordt gesteld. Het betreft een overgevoeligheid voor aspecifieke factoren, die de huid kunnen beschadigen of kwetsbaarder maken voor beschadiging. De hydradenitis is een andere huidaandoening en leidt door de lokalisatie in de liezen regelmatig tot specifieke problemen;

- migraine/hoofdpijnklachten: deze lijken deels gerelateerd te zijn aan (gebrek aan) fitheid en mogelijk ook aan spanningen. Migraineaanvallen kunnen deels gecoupeerd worden door middel van medicatie;

- psychisch welbevinden: dit wordt negatief beïnvloed door het klachtenscala en door afhankelijke trekken in de persoonlijkheidsstructuur van eiseres.

De verzekeringsarts b&b heeft merendeels rekening gehouden met deze stoornissen en de gevolgen daarvan voor de belastbaarheid in arbeid. De deskundige kan zich verenigen met het uitgangspunt dat eiseres in staat geacht moet worden om gedurende een beperkt aantal uren per dag/week fysiek en mentaal licht belastend werk te verrichten. Uit het samenstel van de aandoeningen vloeit voort dat eiseres energetisch-locomotorisch beperkt belastbaar is, beperkt in persoonlijk en sociaal functioneren, in aanpassingsmogelijkheden aan fysieke omgevingseisen en in duurbelastbaarheid.

Om het (opnieuw) ontstaan van problemen van de huid van de handen en vingers te voorkomen moeten er aanvullende voorwaarden worden gesteld ten aanzien van de blootstelling van de huid van de handen, aan materialen en/of omstandigheden die de huid kunnen aantasten. Dit betekent concreet dat:

- veelvuldig contact van de huid van de handen/vingers met reinigingsmiddelen, oplosmiddelen, stof/vuil, materialen met een zuur dan wel een basisch of anderszins etsend karakter moet worden vermeden;

- blootstelling van de huid van de handen/vingers aan kou, koude materialen (droog en nat) of zeer droge atmosfeer moet worden vermeden;

- occlusie van de huid door middel van het langer dan zeer kort dragen van handschoenen die geen vocht doorlaten moet worden vermeden. Het dragen van deze handschoenen is contra-geïndiceerd. Het dragen van stoffen handschoenen is wel verantwoord, mits deze na maximaal 30 minuten kunnen worden uitgedaan en op die momenten uitdroging door kou of tocht kan worden voorkomen.

Er moeten aanvullende beperkingen worden aangenomen in verband met de huidproblemen in de liesstreek. Langdurig aanhoudende druk van kleding/onderkleding op de huid in de liesregio moet worden vermeden. Langdurig aaneengesloten flexie van de heupgewrichten, zoals doorgaans het geval is tijdens zitten, is niet verantwoord. De maximale aaneengesloten zitduur is 15 minuten. Eiseres moet het zitten regelmatig afwisselen met staan en/of vertreden/kortdurend lopen. De totale loopduur tijdens een hele werkdag is maximaal 1 uur, met het oog op de drukbelasting van de huid in de liesregio door (onder)kleding.

De deskundige stemt voor het overige in met de beperkingen en belastbaarheid van eiseres die zijn neergelegd in de FML van 12 december 2017. Hij vindt de beperking van de duurbelastbaarheid tot 4 uur per dag en 20 uur per week afdoende.

De deskundige vindt verder dat in passende werkzaamheden rekening moet worden gehouden met een verhoogd verzuimrisico in relatie tot de exacerbaties van de hydradenitisproblematiek en/of migraine, maar hij kan niet stellen dat er omstreeks de datum in geding sprake moet zijn geweest van een verzuimvolume van 25% of meer van het te werken aantal uren.

5.3

Reacties van partijen

5.3.1

De verzekeringsarts b&b heeft op 11 juni 2019 gerapporteerd dat zij haar standpunt handhaaft. De FML bevat al uitgebreide beperkingen.

De deskundige gaat weliswaar uit van een aspecifieke hypergevoeligheid van de huid van de handen en vingers, maar dat wordt niet medisch onderbouwd omdat er bij allergologisch onderzoek alleen een allergie voor ammoniumverbindingen is vastgesteld. Desondanks zijn in de FML ook beperkingen aangenomen voor handschoenen, kappersspullen, shampoo en wasverzachter etc. De deskundige gaat alleen af op de beschreven klachten van eiseres. Hij gaat nu uit van een aspecifieke hypergevoeligheid, die geenszins medisch onderbouwd kan worden. Dit terwijl hij bij zijn onderzoek op 1 mei 2019 geen afwijkingen aan de huid van de handen en vingers heeft gezien en evenmin van de nagels. Kennelijk leidt het dagelijks leven van eiseres niet tot aandoeningen of afwijkingen van de huid. Verder blijkt al uit de FML dat eiseres geen latex handschoenen kan dragen maar wel katoenen handschoenen.

Er is evenmin een medisch onderbouwde reden om in verband met de huidklachten in de liesregio aanvullende beperkingen vast te stellen. De behandeling die de dermatoloog in 2018 heeft voorgeschreven was immers beperkt. Bovendien zag de deskundige tijdens zijn onderzoek alleen maar enkele erwt-grote zwellingen en littekens. Zo nodig kan eiseres ondergoed en bovenkleding dragen waarbij de randen niet per se in de lies hoeven te drukken. Uit het verslag van de deskundige blijkt niet van een onderbouwing dat eiseres na een kwartier zitten moet opstaan. Een verdergaande beperking voor zitten en lopen past niet bij het dagverhaal van eiseres tegenover de verzekeringsarts op 8 juni 2017. Dat eiseres maximaal 1 uur kan lopen op een dag wordt bovendien niet medisch onderbouwd vanuit een al langer bestaande hydradenitis zonder verdere ontstekingsverschijnselen in beide liezen.

5.3.2

Eiseres heeft de rechtbank laten weten dat zij zich kan verenigen met de conclusies van de deskundige.

5.4

Nader rapport van de deskundige van 18 oktober 2019

Volgens de deskundige betekent het feit dat de FML van 12 december 2017 al uitgebreide beperkingen bevat niet automatisch dat die beperkingen afdoende zijn.

De deskundige rapporteert dat uit de anamnese en de brief van de huisarts van 7 december 2017 blijkt dat eiseres meerdere jaren last heeft van de hydradenitis in de liezen en de bilplooi. Chirurgische behandelingen boden geen soelaas. Daarna bestond de behandeling uit het door de huisarts ontlasten van abcessen die gelet op hun lokalisatie onoverkomelijke hinder veroorzaken. De dermatoloog schreef antibiotica en zalven voor. Tijdens de contacten van eiseres met de verzekeringsartsen in het kader van de procedures over de uitkeringen op grond van de Ziektewet (ZW) en de WIA kwam de hydradenitis steeds ter sprake, maar de verzekeringsartsen hebben daarnaar nooit een lichamelijk onderzoek verricht. De verzekeringsarts b&b in het kader van de ZW zag op 23 augustus 2016 een foto die eiseres toonde, waarop een purulente (huid)ontsteking te zien was. De deskundige heeft als enige verzekeringsarts lichamelijk onderzoek verricht. Hij zag daarbij in de liesplooien littekens en zwellingen, en interpreteert dit als restverschijnselen van eerdere min of meer recente met abcesvorming gepaard gaande ontstekingen. Uit dit alles blijkt dat sprake is van recidiverende diepe ontstekingen met abcesvorming in de lies- en bilplooien die geluxeerd worden door bijvoorbeeld zithouding en (druk)contact met kleding. Om nieuwe ontstekingen en abcessen tegen te gaan, heeft eiseres haar activiteiten aangepast. De aandoening heeft periodiek een invaliderend karakter. De beperkingen die de verzekeringsarts b&b heeft aangenomen zijn onvoldoende om het ontstaan van nieuwe ontstekingen/abcessen afdoende te beperken.

Het doet niet ter zake hoe uitgebreid de behandeling door de dermatoloog is. Die behandeling past bij het specialisme. Andere behandelingen waren onvoldoende effectief. Omdat de behandeling door de dermatoloog ook onvoldoende effectief was, is eiseres daarmee gestopt en heeft zij zich beperkt tot het aanpassen van haar activiteiten en kleding/onderkleding om exacerbaties te voorkomen. Zij doet dit door te proberen druk op de huid ter plaatse en langdurige flexie in de liezen te vermijden. Uit de bevindingen van het lichamelijk onderzoek blijkt dat deze aanpak gedeeltelijk effectief is.

De omvang van de zwellingen is niet relevant, maar wel het feit dat deze zwellingen aanwezig zijn. Het zijn immers restverschijnselen van eerdere abcessen die eiseres kennelijk nog steeds krijgt, ook al heeft zij haar leefstijl en activiteiten aangepast.

De deskundige handhaaft zijn eerdere conclusies over de belastbaarheid van eiseres.

5.5

Reacties van partijen

5.5.1

Eiseres heeft de rechtbank laten weten dat zij zich kan verenigen met de conclusies van de deskundige.

5.5.2

De verzekeringsarts b&b heeft op 18 november 2019 gerapporteerd dat zij haar standpunt handhaaft.

Volgens de verzekeringsarts b&b wordt gelet op de minimale zichtbare afwijking in de lies, het dagverhaal en de activiteiten van eiseres zoals die in eerdere rapporten worden beschreven niet onderbouwd waarom eiseres maar 15 minuten achtereen kan zitten. Ook blijkt uit het verslag van de deskundige niet dat eiseres tijdens het gesprek met de deskundige regelmatig moest verzitten of vertreden. Dat eiseres over de dag heen maximaal 1 uur kan lopen wordt evenmin medisch onderbouwd.

Verder gaat de deskundige niet in op de reactie van de verzekeringsarts b&b over de extra beperkingen die volgens de deskundige nodig zijn in verband met de huid van de handen en vingers.

5.6

Oordeel van rechtbank

5.6.1

Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt.

De rapporten van de deskundige geven blijk van een zorgvuldig onderzoek. De deskundige heeft het dossier bestudeerd, eiseres gesproken en lichamelijk onderzocht op 1 mei 2019 en toen ook met haar moeder gesproken. Ook heeft de deskundige uitgebreid gereageerd op de reactie van de verzekeringsarts b&b.

5.6.2

Tussen partijen is niet in geschil dat bij eiseres op de datum in geding sprake was van hydradenitis in de liesstreek en bilplooien. Wel is in geschil of de verzekeringsarts b&b in verband met hiermee voldoende beperkingen heeft vastgesteld.

De rechtbank vindt de zienswijze van de deskundige hierover overtuigend en goed gemotiveerd. De deskundige heeft inzichtelijk en consistent gemotiveerd dat er een objectief medische noodzaak is om eiseres in verband met de hydradenitis, in aanvulling op de beperkingen die al in de FML van 12 december 2017 zijn opgenomen, ook beperkt te achten tot maximaal 15 minuten aaneengesloten zitten en maximaal 1 uur per dag lopen. De rechtbank kan de deskundige volgen in zijn redenering dat de littekens en erwtgrote zwellingen die hij bij zijn onderzoek op 1 mei 2019 waarnam in beide liezen bij de punten waar (druk)contact van het ondergoed op de huid plaatsvindt, moeten worden geïnterpreteerd als late gevolgen van eerdere met abcesvorming gepaard gaande ontstekingen en dat ook zo was op de datum in geding. De bezwaren die de verzekeringsarts b&b heeft aangevoerd tegen het standpunt van de deskundige vormen geen aanleiding om diens conclusie met betrekking tot de hydradenitis niet te volgen. Dat er op het moment van zijn onderzoek geen actieve ontstekingen te zien waren, vindt de rechtbank van minder belang omdat eiseres haar leefstijl, waaronder kleding, en activiteiten heeft aangepast om nieuwe ontstekingen te voorkomen.

5.6.3

De rechtbank begrijpt uit het rapport van de deskundige dat eiseres op basis van allergologisch onderzoek beperkt is voor alle ammoniumverbindingen. Gelet hierop lijken er in de FML echter onvoldoende beperkingen te zijn aangenomen, omdat daarin alleen over een beperking voor ammoniumpersulfaat wordt gesproken. Bovendien schrijft de verzekeringsarts b&b in het rapport van 14 december 2017 dat eiseres beperkt is voor ammoniumdisulfaten. Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank de deskundige in zijn oordeel dat eiseres beperkt is voor alle ammoniumverbindingen.

De rechtbank voegt daaraan toe dat in de FML van 12 december 2017 wordt vermeld dat eiseres in verband met allergie beperkt is voor het dragen van handschoenen. Uit de rapporten van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van 11 april 2018 en van de verzekeringsarts b&b van 11 juni 2019 blijkt echter dat het alleen gaat om het dragen van latex handschoenen.

Het valt de rechtbank ook op dat de verzekeringsarts b&b in het rapport van 14 december 2017 vermeldt dat eiseres allergisch reageert op zeep en dat dit in de FML moet worden opgenomen. De rechtbank ziet deze beperking echter niet terug in de FML.

De rechtbank volgt de deskundige niet in zijn standpunt dat er extra beperkingen moeten worden aangenomen in verband met de huidklachten van eiseres aan de handen en vingers. De verzekeringsarts b&b heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de deskundige zijn standpunt onvoldoende heeft onderbouwd met concrete medische gegevens. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat er bij allergologisch onderzoek (plaktests) alleen een allergie voor ammoniumverbindingen is vastgesteld. Daarna heeft er geen onderzoek meer plaats gevonden naar andere allergieën. Bovendien heeft de deskundige bij het onderzoek van de handen en vingers geen eczeemefflorescenties (roodheid, bultjes, blaasjes, kloofjes, schilfers, krabeffecten) gezien en was er een normaal aspect van de nagels. De deskundige is tot slot in zijn rapport van 18 oktober 2019 niet ingegaan op de bezwaren van de verzekeringsarts b&b tegen de door de deskundige gestelde noodzaak van extra beperkingen.

5.6.4

De rechtbank volgt wel het standpunt van de deskundige dat er in de FML van 12 december 2017 voldoende beperkingen zijn opgenomen in verband met de klachten van het bewegingsstelsel, de slaapklachten, de migraine- en hoofdpijnklachten en de psychische klachten. Eiseres heeft dit niet weersproken.

5.6.5

De rechtbank volgt de deskundige ook in zijn standpunt dat er in passende werkzaamheden rekening moet worden gehouden met een verhoogd verzuimrisico in relatie tot de exacerbaties van de hydradenitisproblematiek en/of migraine, maar dat niet gesteld kan worden dat er omstreeks de datum in geding sprake moet zijn geweest van een verzuimvolume van 25% of meer van het te werken aantal uren. Eiseres heeft ook dit standpunt niet weersproken.

5.6.6

De rechtbank concludeert dat de verzekeringsarts b&b de beperkingen die eiseres op 13 juli 2017 ondervond bij het verrichten van arbeid niet volledig, dan wel niet op de juiste wijze heeft vertaald in de FML van 12 december 2017. Het bestreden besluit is daarom niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, en zal daarom worden vernietigd. Het UWV zal de verzekeringsarts b&b een nieuwe FML moeten laten opstellen met inachtneming van wat hiervoor is overwogen.

6. Arbeidskundige beoordeling

Een arbeidsdeskundige b&b van het UWV heeft, rekening houdend met de FML van 12 december 2017 de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (Sbc-code 111180), samensteller kunststof en rubberproducten (Sbc-code 271130) en medewerker tuinbouw (planten, bloemen en vruchten) (Sbc-code 111010).

Omdat de rechtbank van oordeel is dat de beperkingen van eiseres per 13 juli 2017 niet volledig dan wel niet juist zijn weergegeven in de FML van 12 december 2017, zal de arbeidsdeskundige b&b, nadat een nieuwe FML is opgesteld een nieuw arbeidskundig onderzoek moeten instellen naar de geschiktheid van eiseres voor arbeid.

7. Conclusie

Het beroep zal gegrond worden verklaard en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen.

Gelet op het nog te verrichten onderzoek, kan de rechtbank niet de rechtsgevolgen in stand laten of zelf in de zaak voorzien. Ook vindt de rechtbank het toepassen van een bestuurlijke lus geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze om de zaak af te doen, omdat niet duidelijk is tot welke mate van arbeidsongeschiktheid het te verrichten onderzoek zal leiden.

Het UWV zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken. Daarbij merkt de rechtbank op dat deze termijn pas begint nadat de termijn voor het instellen van hoger beroep ongebruikt is verstreken of, als hoger beroep is ingesteld, nadat op dat hoger beroep is beslist.

8. Griffierecht en proceskosten

Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, moet het UWV aan eiseres het griffierecht vergoeden.

De rechtbank zal het UWV veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.312,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting en 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze op het verslag van de deskundige, met een waarde per punt van € 525,00 en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt het UWV op binnen acht weken nadat deze uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 46,00 aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.312,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J. Tolner, griffier, op 19 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.