Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:2658

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
AWB - 19_1554
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

VEROR

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2020/109
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 19/1554

uitspraak van 19 juni 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,

gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 26 februari 2019

(bestreden besluit) over een drietal verzoeken krachtens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 mei 2020 via Skype. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger] .

Overwegingen

1. Feiten

Op 16 september 2018 heeft eiser verweerder verzocht al zijn persoonsgegevens te verwijderen uit alle systemen van de gemeente Sluis (verzoek 1). Daarnaast vraagt eiser om te onderzoeken of de gemeente Sluis zijn persoonsgegevens heeft verwerkt door publicatie op het VNG-forum en/of door doorzending van zijn persoonsgegevens per mail aan andere bestuursorganen (verzoek 2). Als uit dit onderzoek blijkt dat de gemeente Sluis één van de voornoemde vormen van gegevensverwerking heeft verricht, dan verzoekt eiser om schadevergoeding van € 1000,- (verzoek 3).

Bij besluit van 4 oktober 2018 (primair besluit) geeft verweerder aan dat de persoonsgegevens van eiser in het archief van de gemeente allemaal zijn gerelateerd aan verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Wob-verzoeken moeten minstens 1 jaar bewaard worden. Verweerder geeft aan voornemens te zijn alle documenten waarin eisers persoonsgegevens voorkomen en die gedateerd zijn voor 1 januari 2018 te vernietigen in 2019. Ook worden deze gegevens uit de overige systemen verwijderd (beslissing 1). Verder stelt verweerder dat de persoonsgegevens van eiser niet door de gemeente Sluis zijn gedeeld op het VNG-forum of met andere bestuursorganen (beslissing 2). Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen (beslissing 3).

Het bezwaar van eiser richt zich tegen de beslissingen 2 en 3.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten. Eiser heeft volgens verweerder niet aangetoond dat zijn persoonsgegevens door de gemeente Sluis zijn verwerkt op het VNG-forum of anderszins zijn doorgegeven aan andere bestuursorganen. Er kan daarom volgens verweerder geen sprake zijn van schade.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

2. Beroepsgronden

Eiser voert, samengevat, aan dat [vertegenwoordiger] , werkzaam als ambtenaar in dienst van de gemeente Sluis, op 1 augustus 2017 om 09:45 uur naar eiser herleidbare persoonsgegevens heeft verwerkt door op het VNG-forum het volgende bericht te plaatsen:

“Sluis heeft hetzelfde verzoek van de ‘oude bekende’ ontvangen. Het bijgevoegde legitimatiebewijs is niet meer geldig (30 december 2015 verlopen) zodat ik neig naar niet in behandeling nemen (…)”.

Eiser meent dat verweerder onderzoek had moeten doen naar de activiteiten van [vertegenwoordiger] op het VNG-forum. Nu dat niet is gebeurd, is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid. Verder stelt eiser dat hij door toedoen van verweerder de controle over zijn persoons-gegevens heeft verloren. Hij vordert daarom een immateriële schadevergoeding van

€ 5.000,-.

3. Wettelijk kader

De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in een bijlage, die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.

4. Verwerking van persoonsgegevens (beslissing 2)

4.1

Inleiding

Partijen zijn het erover eens – en ook de rechtbank is van oordeel – dat het verzoek om duidelijkheid te verschaffen of, en zo ja, op welke wijze ambtenaren van de gemeente persoonsgegevens van eiser hebben verwerkt op het VNG-forum, moet worden aangemerkt als een verzoek in de zin van artikel 15, eerste lid, van de AVG.

Op grond van artikel 34 van de Uitvoeringswet AVG is de schriftelijke beslissing op een verzoek ex artikel 15 van de AVG een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat tegen deze beslissing bezwaar en beroep ingesteld kan worden.

4.2

Voldoende onderzoek?

Eiser meent dat verweerder onderzoek had moeten doen naar de activiteiten van [vertegenwoordiger] op het VNG-forum.

[vertegenwoordiger] heeft ter zitting verklaard dat hij als ambtenaar van de gemeente Sluis is belast met de afhandeling van verzoeken op grond van de AVG, de Wob en de Wbp. Hij verklaarde dat hij, afgezien van de discussie op 1 augustus 2017 op het VNG-forum, geen mails of andere berichten heeft gestuurd naar het forum of andere bestuursorganen, die betrekking hadden op eiser. Het forum was en is alleen bestemd voor ambtenaren die zich bezig houden met Wob-verzoeken.

In het licht van deze verklaring van [vertegenwoordiger] is de rechtbank van oordeel dat nader onderzoek naar het mogelijk gebruik van persoonsgegevens van eiser door ambtenaren van de gemeente Sluis op het VNG-forum niet nodig is. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring van [vertegenwoordiger] te twijfelen. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat er op enig andere moment dan op 1 augustus 2017 over (een verzoek van) hem is gesproken op het VNG-forum.

Gelet op de verklaring van [vertegenwoordiger] ter zitting, wijst de rechtbank het verzoek van eiser om [vertegenwoordiger] als getuige te horen, af. Ook het verzoek van eiser om een medewerker van de VNG als getuige te horen, wijst de rechtbank af, omdat de rechtbank van oordeel is dat dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak.

De beroepsgrond dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid, treft geen doel.

4.3

Zijn er op 1 augustus 2017 persoonsgegevens verwerkt?

Eiser stelt dat verweerder op 1 augustus 2017 zijn persoonsgegevens heeft verwerkt op het VNG-forum. Hij heeft zijn beroep ondersteund door inzending van schermafdrukken van de discussie op het VNG-forum.

Verweerder stelt dat op 1 augustus 2017 geen informatie is uitgewisseld op het forum die direct of indirect herleidbaar is tot eiser. De woorden “hetzelfde verzoek is hier ook ontvangen”, “oude bekende” en “bijgevoegd legitimatiebewijs is niet meer geldig (15 december 2015 verlopen)” zijn niet herleidbaar naar eiser. Eiser stelt dat dit topic over hem gaat, maar onderbouwt dat niet. Deze informatie betreft geen persoonsgegevens. Er zijn, aldus verweerder, veel personen die de afgelopen jaren landelijk Wob-verzoeken hebben ingediend.

Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder desgevraagd erkend dat de discussie van

1 augustus 2017 betrekking had op eiser.

De rechtbank overweegt het volgende.

Allereerst stelt de rechtbank vast dat de AVG op 25 mei 2018 in werking is getreden en onmiddellijke werking heeft. De onmiddellijke werking van de AVG betekent echter niet dat ook feiten die vóór de inwerkingtreding van de AVG hebben plaatsgevonden op grond van de AVG beoordeeld moeten worden.

De vraag of de verwerkte gegevens persoonsgegevens zijn, moet in dit geval worden beoordeeld op basis van de Wbp, omdat deze wet in 2017 van toepassing was. De rechtbank merkt daarbij op dat het materiële beoordelingskader door de inwerkingtreding van de AVG niet gewijzigd is.1

Artikel 1 van de Wbp definieert een persoonsgeven als elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Gegevens kunnen identificerend zijn als zij door hun onderlinge combinatie dusdanig uniek zijn, dat ze maar op één persoon betrekking kunnen hebben. Bij de beoordeling of er sprake is van identificeerbaarheid moeten de mogelijkheden van de derde, aan wie de gegevens worden verstrekt, om de identificatie tot stand te brengen, worden meegewogen. Het kan dus zijn dat een gegeven

voor de ene ontvanger wel een persoonsgegeven is, maar voor de andere niet.2

Naar het oordeel van de rechtbank dient de vraag of sprake is van persoonsgegevens dus naar de context te worden beoordeeld. Uit de door eiser overgelegde schermafdrukken leidt de rechtbank af dat verweerder op het VNG-forum spreekt over een persoon (man) die:

  • -

    een oude bekende van de gemeente is,

  • -

    eenzelfde verzoek op grond van de Wbp heeft gedaan,

  • -

    wiens legitimatiebewijs is verlopen sinds 30 december 2015.

Gelet op deze gegevens is de rechtbank van oordeel dat deze gegevens, bezien in onderlinge samenhang en in de context, zonder onevenredige inspanning door de ontvangers van die gegevens kunnen worden herleid tot eiser. Uit de tekstbijdragen van anderen op de overgelegde schermafdrukken valt op te maken dat deelnemers op het forum precies weten over welke persoon het gaat.3

Een en ander leidt de rechtbank tot de conclusie dat [vertegenwoordiger] , toen en nu werkzaam als ambtenaar van de gemeente Sluis, op 1 augustus 2017 persoonsgegevens van eiser heeft verwerkt. Verweerder was en is de (verwerkings)verantwoordelijke in de zin van artikel 1, aanhef en onder d, van de Wbp en artikel 4, aanhef en onder 7, van de AVG.4

Om die reden zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren. Zij zal het bestreden besluit, voor zover daarbij beslissing 2 in stand is gelaten, vernietigen en het bezwaar, voor zover gericht op beslissing 2, gegrond verklaren. De rechtbank zal zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat zij beslissing 2 zal herroepen en zal vaststellen dat op 1 augustus 2017 door verweerder persoonsgegevens van eiser zijn verwerkt op het VNG-forum. Eiser heeft daarmee de duidelijkheid heeft die hij tijdens deze procedure wilde verkrijgen.

5. Schadevergoeding (beslissing 3)

Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de AVG heeft eenieder die materiële schade heeft geleden ten gevolge van een inbreuk op deze verordening, het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker schadevergoeding te ontvangen voor de geleden schade.

Op 1 april 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: AbRS) geoordeeld dat titel 8.4 van de Awb van toepassing is op verzoeken om schadevergoeding als bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de AVG, die na 1 juli 2013 zijn gedaan.5 Daarom kan geen beroep worden ingesteld – en dus evenmin bezwaar worden

gemaakt – tegen beslissing 3.6

Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder het bezwaar tegen beslissing 3 ten onrechte inhoudelijk heeft beoordeeld. Ook om die reden zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren. Zij zal het bestreden besluit, voor zover daarbij beslissing 3 in stand is gelaten, vernietigen. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien, door het bezwaar, voor zover dit is gericht tegen beslissing 3, niet-ontvankelijk te verklaren.

6. Griffierecht en proceskosten

Nu de rechtbank het beroep (deels) gegrond zal verklaren, moet verweerder het voor de behandeling van dit geschil betaalde griffierecht aan eiser vergoeden.

De rechtbank zal verweerder veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die eiser voor het voeren van deze procedure heeft gemaakt, met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank stelt deze kosten vast op een bedrag van € 1.050, wegens de rechtsbijstand die de gemachtigde van eiser heeft verleend (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525 en wegingsfactor 1).

Omdat het bezwaar van eiser ook (deels) gegrond zal worden verklaard, komt hij ook in aanmerking voor vergoeding van de door hem gemaakte kosten van rechtsbijstand in bezwaar tot een bedrag van € 501 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van € 501 (= tarief 2018) en wegingsfactor 1).

7. Het verzoek tot schadevergoeding

De rechtbank merkt het bezwaarschrift, voor zover dit is gericht tegen beslissing 3, aan als een verzoek om schadevergoeding in de zin van artikel 8:90, eerste lid, van de Awb.

Zij kwalificeert het bestreden besluit, voor zover dit betrekking heeft op beslissing 3, als een verweerschrift, en het beroepschrift als een schriftelijke aanvulling op het verzoek om schadevergoeding. Partijen hebben ter zitting aangegeven hiermee te kunnen instemmen, als dit betekent dat de rechtbank een inhoudelijk oordeel kan geven over het verzoek om schadevergoeding. De heer [naam eiser] zal in dit kader worden aangeduid als ‘verzoeker’.

Verzoeker meent dat de verwerking van zijn persoonsgegevens op het VNG-forum onrechtmatig was. Verweerder is het daar niet mee eens. Als eerste moet dus de vraag worden beantwoord of de verwerking van de persoonsgegevens van verzoeker op 1 augustus 2017 op het VNG-forum onrechtmatig was.

Ook hier heeft te gelden dat de vraag of de verwerkte persoonsgegevens onrechtmatig zijn verwerkt, moet worden beoordeeld op basis van de Wbp, omdat deze wet in 2017 van toepassing was.

Artikel 8, aanhef en onder e, van de Wbp bepaalt dat persoonsgegevens mogen worden verwerkt indien dat noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt.

De AbRS heeft in haar eerder genoemde uitspraak van 1 april 2020 hierover het volgende opgemerkt in overweging 30:

“Bij het college kan op grond van de Wob een verzoek tot openbaarmaking en verstrekking van informatie over een bestuurlijke aangelegenheid worden verzocht. De uitvoering van de Wob is een publiekrechtelijke taak van het college. Voor het goed functioneren van de Wob is van belang dat onderzoek naar misbruik van de Wob wordt gedaan en dat eventueel misbruik wordt vastgesteld. De VNG heeft door middel van het VNG-Forum een digitaal platform opgericht om gemeenten in staat te stellen met elkaar te overleggen over de wijze van aanpak en afhandeling van de vele, veelal louter voor het innen van dwangsommen ingediende, Wob-verzoeken. (…).”

Overweging 31 luidt als volgt:

“Het op een verzoek van een andere gemeente noemen van de naam van [appellant] op het VNG-Forum had tot doel een goede uitvoering van de Wob te verzekeren en te voorkomen dat de Wob wordt misbruikt om dwangsommen te innen bij het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek. Dit doel is in overeenstemming met artikel 8, onder e van de Wbp (en artikel 6, eerste lid en onder e, van de AVG). Anders dan [appellant] betoogt, is er geen grond voor het oordeel dat de gegevensverwerking niet in overeenstemming met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit is. Het doel van de verwerking staat in verhouding tot de inbreuk op de privacy van [appellant] en kon niet met minder ingrijpende middelen worden bereikt. Het vermelden van de naam van [appellant] was noodzakelijk, omdat alleen op die manier kon worden nagegaan of hij bij meerdere gemeenten Wob-verzoeken had ingediend die mogelijk zijn gericht op het innen van een dwangsom. Het was evenmin bovenmatig om deze gegevens te delen op het VNG-Forum. Zoals het college heeft toegelicht ter zitting, hadden voor het onderdeel Wob/gemeenten van het VNG-Forum alleen degenen toegang die een specifieke functie hebben, gerelateerd aan de behandeling van Wob-verzoeken. Voor de stelling van [appellant] dat heel bestuurlijk Nederland kennis heeft kunnen nemen van zijn naam, is geen grond aanwezig. [appellant] heeft ook, desgevraagd, niet inzichtelijk gemaakt welke concrete nadelige gevolgen het resultaat zijn geweest van het noemen van zijn naam op het VNG-Forum.”

De rechtbank deelt het oordeel van de AbRS en de daaraan ten grondslag gelegde motivering zoals hiervoor aangehaald. Weliswaar ging de discussie van 1 augustus 2017 op het VNG-forum niet over een Wob-verzoek zoals in de uitspraak van de AbRS, maar over een Wbp-verzoek, maar ook hier geldt dezelfde problematiek over het landelijk indienen van vele verzoeken om vervolgens dwangsommen te kunnen innen als bestuursorganen er niet in slagen om tijdig op de verzoeken te beslissen. De rechtbank ziet geen aanleiding om hierover nog prejudiciële vragen te stellen of om aan de juistheid van het oordeel van de AbRS te twijfelen.

Een en ander leidt de rechtbank tot het oordeel dat de verwerking van de persoonsgegevens van verzoeker op het VNG-forum op 1 augustus 2017 door een ambtenaar van de gemeente Sluis niet onrechtmatig is. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de naam van verzoeker niet is genoemd, en dat een willekeurige buitenstaander uit de algemene omschrijving niet direct kan afleiden om wie het precies gaat. De handelwijze van verweerder maakt dus minder inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verzoeker dan de handelwijze die heeft geleid tot de uitspraak van de AbRS van 1 april 2020.

Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit voor zover dit betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens op het VNG-forum én op de weigering om schadevergoeding toe te kennen;

  • -

    ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens op het VNG-forum: verklaart het bezwaar gegrond, herroept het primaire besluit en stelt vast dat op 1 augustus 2017 om 09:45 uur persoonsgegevens van eiser zijn verwerkt op het VNG-forum;

  • -

    ten aanzien van de weigering om schadevergoeding toe te kennen: verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op het voor de behandeling van dit geschil betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 174, aan eiser te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten die eiser voor het voeren van deze procedure heeft gemaakt, tot een bedrag van € 1.551;

  • -

    wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.M. Koenraad, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bijlage

De wettelijke bepalingen zijn alleen opgenomen voor zover ze relevant zijn.

Artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb):

Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inzake vergoeding van schade wegens onrechtmatig bestuurshandelen.

Artikel 7.1, eerste lid, van de Awb:

Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij (…)

Artikel 8:90, eerste lid, van de Awb:

Het verzoek (tot schadevergoeding) wordt schriftelijk ingediend bij de bestuursrechter die bevoegd is kennis te nemen van het beroep tegen het besluit.

Artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp):

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

b. verwerking van persoonsgegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens;

c. (…)

d. verantwoordelijke: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of ieder ander die of het bestuursorgaan dat, alleen of tezamen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt;

Artikel 8, aanhef en onder e, van de Wbp:

Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt.

Artikel 4, aanhef en onder 7, van de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG):

7. verwerkingsverantwoordelijke: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt;

Artikel 15 van de AVG:

1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:

a. a) de verwerkingsdoeleinden;

b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;

c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;

d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;

e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;

f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;

g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;

h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.

2. Wanneer persoonsgegevens worden doorgegeven aan een derde land of een internationale organisatie, heeft de betrokkene het recht in kennis te worden gesteld van de passende waarborgen overeenkomstig artikel 46 inzake de doorgifte.

3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Indien de betrokkene om bijkomende kopieën verzoekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding aanrekenen. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt.

4. Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 82 van de AVG:

1. Eenieder die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een inbreuk op deze verordening, heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker schadevergoeding te ontvangen voor de geleden schade.

2. Elke verwerkingsverantwoordelijke die bij verwerking is betrokken, is aansprakelijk voor de schade die wordt veroorzaakt door verwerking die inbreuk maakt op deze verordening (…)

Artikel 34 van de Uitvoeringswet AVG:

Een schriftelijke beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening wordt genomen binnen de in artikel 12, derde lid, van de verordening genoemde termijnen en geldt, voor zover deze is genomen door een bestuursorgaan, als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

1 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:900, overwegingen 2 tot en met 4.

2 Zie de Handleiding Algemene Verordening Gegevensbescherming van 22 januari 2018, pagina 25.

3 Zie ook de uitspraak van 22 januari 2020 van de rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2020:364

4 Uitspraak van de AbRS van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:184.

5 ECLI:NL:RVS:2020:900.

6 Artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb, bezien in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb.