Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:2526

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
02-206209-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Amfetaminelab en omzettingslab (van MAPA naar BMK)

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het produceren van amfetamine(-olie) en de voorbereidingshandelingen daartoe

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-206209-19

vonnis van de meervoudige kamer van 16 juni 2020

in de strafzaak tegen

[Verdachte]
geboren op [Geboortedag] 1990 te [Geboorteplaats]
wonende te [Adres]
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting De Dordtse Poorten te Dordrecht
raadsman mr. B.G.J. de Rooij, advocaat te Eindhoven

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 mei 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Verhoeven-Ivankovic, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op 16 juni 2020 is het onderzoek gesloten.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, ter zake dat:

1

amfetaminelab Fijnaart

hij op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 30 juli 2019 tot en met 26 augustus 2019, in elk geval op of omstreeks 26 augustus 2019 te Fijnaart, in de gemeente Moerdijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en),

althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine(-olie), zijnde amfetamine(-olie) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens liet vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond D Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

2

omzettingslab (van MAPAA naar BMK)/voorbereidingshandelingen 10a OW Fijnaart

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 juli 2019 tot en met

26 augustus 2019, in elk geval op of omstreeks 26 augustus 2019 te Fijnaart, in de gemeente Moerdijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk vervaardigen van amfetamine(-olie), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(-olie), zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij

de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen

- ( telkens) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en) hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- ( onderde(e)l(en) van) een in werking zijnde productieopstelling, bedoeld voor de productie van MAPAA naar BMK en/of (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden en/of hardware voorhanden gehad, waaronder een of meerdere (grote) ketel(s) en/of gasfles(sen) en/of (gas)brander(s) en/of kol(f) (ven) en/of (een grote hoeveelheid) jerrycans en/of (IBC-)vaten en/of speciekuipen en/of maatbekers en/of

- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad, waaronder:

(circa) 260 liter BMK en/of MAPAA en/of (circa) 2000 liter formamide en/of (circa) 1000 liter mierenzuur en/of (circa)75 kilogram caustic soda;

(art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht).

3 De voorvragen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 19 mei 2020 naar voren gebracht dat zij een vordering nadere omschrijving ex artikel 314a Sv wilde indienen. Het concept hiervan had zij voorafgaand aan de zitting per e-mail toegestuurd.

De rechtbank heeft te kennen gegeven dat de officier van justitie op de eerdere zitting van 2 december 2019 reeds een definitieve tenlastelegging heeft voorgedragen, zodat een vordering nadere omschrijving niet meer mogelijk is, maar wel een vordering tot wijziging van de tenlastelegging.

De officier van justitie heeft vervolgens afgezien van het indienen van een vordering nadere omschrijving en heeft ook geen vordering tot wijziging ingediend. Het onderzoek ter zitting is, na de inhoudelijke behandeling van de zaak, onderbroken tot 16 juni 2020.

De rechtbank heeft na afloop van de zitting van 19 mei 2020 moeten vaststellen dat zij heeft miskend dat in de dagvaarding voor de terechtzitting van 2 december 2019 (aanmaakdatum: 07 november 2019) onder ‘bijzonderheden’ is vermeld:

Ik deel u voorts mede dat de tenlastelegging opgesteld is conform het bepaalde in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering en dat de hieronder vermelde tenlastelegging een opgave van de feiten behelst zoals omschreven in het bevel gevangenhouding dat verwijst naar het bevel bewaring en waarvan de geldigheidsduur niet meer kan worden verlengd.

De rechtbank heeft per e-mail van 8 juni 2020 de officier van justitie en de verdediging in kennis gesteld van deze omissie en heeft tevens medegedeeld dat deze tekortkoming uitsluitend kan worden hersteld op een volgende zitting op een nader te bepalen datum. Dit zou niet op 16 juni 2020 kunnen plaatsvinden, omdat het zittingsrooster dit niet toeliet.

De officier van justitie heeft in haar e-mail van 10 juni 2020 geschreven dat, na de mededeling van de rechtbank ter zitting van 19 mei 2020 naar haar oordeel voor alle aanwezigen het uitgangspunt was dat sprake was van een definitieve tenlastelegging c.q. dagvaarding. Hoewel administratief gezien sprake was van een dagvaarding ex artikel 261 lid 3 Sv voldeed de tenlastelegging aan de eisen die de wet daaraan stelt en kan zij fungeren als grondslag voor de terechtzitting en daarmee is de dagvaarding dus ook geldig. Voor alle procespartijen was het naar haar mening ook duidelijk voor welke strafbare feiten verdachten werden vervolgd en waartegen zij zich moesten verdedigen. Naar haar oordeel zijn de belangen van de verdachte/verdediging niet geschaad door het niet alsnog indienen van de vordering ex artikel 314a Sv dan wel door het alsnog vaststellen dat bij de inhoudelijke behandeling sprake is geweest van een definitieve dagvaarding.

De verdediging heeft in haar e-mail van 11 juni 2020 als haar standpunt te kennen gegeven zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding van 2 december 2019 inhoudelijk aan alle vereisten van artikel 261, eerste lid, Sv voldoet. Gelet op de standpunten van de officier van justitie en de verdediging is zij van oordeel dat de dagvaarding als definitieve dagvaarding kan worden aangemerkt.

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zowel het medeplegen van de productie van een grote hoeveelheid amfetamineolie (feit 1) als aan het voorbereiden van de productie van amfetamineolie (feit 2) in de periode van 30 juli 2019 tot en met 26 augustus 2019 in Fijnaart.

Zij baseert zich daarbij op de bevindingen van het Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) betreffende het aantreffen van de productieopstelling voor de omzetting van MAPA naar BMK, de productieopstelling voor de omzetting van BMK naar amfetamine, de grote hoeveelheden grondstoffen, de chemicaliën en hardware die zijn aangetroffen en het NFI rapport, waaruit blijkt dat in het onderzochte materiaal zowel BMK als amfetamine is aangetoond. Volgens de officier van justitie blijkt uit de observatieverslagen in combinatie met de peilbakengegevens dat verdachte met zijn vader, [Medeverdachte 1] , veelvuldig bij en in het lab is geweest en diverse goederen heeft aangeschaft ten behoeve van het productieproces. In de door middel van OVC opgenomen gesprekken wordt door hen ook gesproken over het productieproces. De officier van justitie betoogt dat verdachte is aan te merken als laborant. Hij is in het lab aangetroffen en heeft ook twee maal (14-15 augustus en 22-23 augustus 2019) de nacht in het lab doorgebracht en geen enkele verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid daar.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit kan komen. De verdediging betwist dat beide productieprocessen al in werking waren en wijst in dat verband op het feit dat in een emmer slechts een zeer geringe hoeveelheid amfetamine is aangetroffen, die vooral gevuld was met een alkalische waterige vloeistof. Dit wijst erop dat de amfetamine moet zijn vrijgekomen bij het reinigen van een eerder – ergens anders – gebruikte opstelling, nu een dergelijke geringe hoeveelheid niet bewust wordt geproduceerd. Het observatieteam had de verdachten vrijwel direct in beeld. Gelet op de tijd die de installatie van een dergelijke opstelling met zich meebrengt en de nodige tegenslagen die zij daarbij, gezien de opgenomen gesprekken, hebben gehad, is het volgens de verdediging dan ook onmogelijk dat er op deze locatie al daadwerkelijk amfetamine is geproduceerd. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit, maar bepleit wel dat de periode dient te worden ingekort.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal voor de leesbaarheid van dit vonnis verdachte en de medeverdachten aanduiden bij hun achternaam.

4.3.1

Aanleiding

Het onderzoek Inachus is gestart naar aanleiding van informatie, binnengekomen bij het TCI (Team Criminele Inlichtingen) in juni 2019. Die informatie hield in dat [Verdachte] zich als laborant laat inhuren om synthetische drugs te produceren. De vader van [Verdachte] fungeert als tussenpersoon tussen de eigenaar van het laboratorium en zijn zoon.

Uit het onderzoek Demeter 3 is gebleken dat [Verdachte] en zijn vader, [Medeverdachte 1] , zich eerder al bezig hielden met het vervoeren van goederen die gebruikt worden bij de productie van synthetische drugs, zoals blauwe vaten, warmtedekens, slangen, slangklemmen, slangstukken, afsluitventiel, doorvoerstukken en een dompelpomp.1

4.3.2

Het onderzoek, inzet (bijzondere) opsporingsmiddelen

Vervolgens zijn er in het onderzoek Inachus diverse (bijzondere) opsporingsmiddelen ingezet zoals, stelselmatige observatie (waaronder het plaatsen van peilbakens), telefoontaps en opnames van vertrouwelijke communicatie (hierna: OVC). Hieruit blijkt het volgende.

Nadat bleek dat de Peugeot 206, voorzien van het kenteken [Kenteken 1] , in gebruik was bij [Verdachte] en [Medeverdachte 1] is hierin een peilbaken geplaatst.2 Uit de gegevens van het geregistreerde baken bleek dat de auto op 30 juli 2019 stopte bij het adres aan de [Straatnaam 1] te Fijnaart. Tijdens een observatie werd gezien dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] in de auto zaten.3

Op 31 juli 2019 werd gezien dat de Peugeot 206 geparkeerd stond naast de loods aan de [Straatnaam 1] [Medeverdachte 1] en [Verdachte] werden herkend toen de auto weg reed.4

Op 6 augustus 2019 werd gezien dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] diverse goederen, zoals een

oranje gasslang op rol, kartonnen dozen en een stapel (10 à 12) emmers, in de Peugeot 206 legden. Ongeveer een uur later werd gezien dat de Peugeot 206 met geopende kofferbak achteruit in de inpandige ruimte in de loods aan de [Straatnaam 1] stond. Het observatieteam zag dat naast [Verdachte] en [Medeverdachte 1] ook [Medeverdachte 2] in en bij de loods aanwezig was en zij met elkaar overlegden. [Medeverdachte 2] pakte telkens spullen uit de (op naam van zijn dochter gestelde) zwarte Citroën C3, voorzien van kenteken [Kenteken 2] en ging daarbij de loods in en uit. Later die dag werd ook nog gezien dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] in [Naam 1] goederen hebben gekocht, waaronder koppelstukken, slangstukken, handschoenen, trechters en kogelkranen.5 Ook op 7 augustus 2019 werden de Peugeot 206 en Citroën C3 bij de loods gezien.6 De Peugeot 206 bevond zich op 9 augustus 2019 tussen 7:40 uur en 14:00 uur wederom op het terrein en in de loods van [Straatnaam 1]7

Op 12 augustus 2019 vond er een gesprek plaats tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 1] , waarin [Medeverdachte 1] vroeg of ze de volgende dag om acht uur zouden vertrekken. Hierop zei [Verdachte] : “Nee, gewoon wel het liefst zo vroeg mogelijk, want dan rijden we nog één keer gewoon zelf. En dan gaan we., ja., ik denk rond een uur of vier, vijf zijn we terug.. En dan eh.. Gaan we de dag erop gewoon blijven we gewoon.”8

Op 13 augustus 2019 werd gezien dat door [Verdachte] en [Medeverdachte 1] verspreid over de dag diverse goederen werden gekocht, die later in de loods aan de [Straatnaam 1] zijn aangetroffen, zoals een Tristar tosti apparaat, waterkoker, tandpasta, 3 tandenborstels, Dove 4 Men (zeep), badschuim, twee tuinstoelen met voetenbankje, twee blauwe kussentjes in de vorm van een hartje en twee koelboxen.9 In de ochtend werd gezien dat de Citroën C3 bij de loods aan [Straatnaam 1] stond.10

Op 14 augustus 2019 om 7:55 uur werd gezien dat de Peugeot 206 geparkeerd stond aan [Straatnaam 2] te Helvoirt.11 Ook de Citroën C3, in gebruik bij [Medeverdachte 2] , bleek er te zijn geparkeerd. Er werd een registrerend peilbaken geplaatst onder de Citroën C3. De volgende dag, op 15 augustus 2019, om 6:00 uur stonden beide auto’s nog steeds aan [Straatnaam 2] geparkeerd. Om 11:50 uur werd gezien dat een Volkswagen Transporter, voorzien van kenteken [Kenteken 3] , op [Straatnaam 2] arriveerde en naast de Peugeot 206 en Citroën C3 stopte. [Medeverdachte 3] werd herkend als de bestuurder van de Transporter. [Medeverdachte 2] stapte in de Citroën C3 en [Medeverdachte 1] en [Verdachte] stapten in de Peugeot 206. De Transporter reed weg en stopte bij [Naam 2] te Weesp.12 Later die dag werd gezien dat [Medeverdachte 3] met de Transporter stopte bij het bedrijf [Naam 3] in Ido Ambacht (fabrikant en leverancier van procesinstrumentatie op het gebied van niveau, druk, temperatuur, doorstroming en klimaat) en er met een klein doosje naar buiten kwam. Er werd ook nog gestopt bij [Naam 4] , [Naam 5] en [Naam 6] in Kaatsheuvel.13

Uit OVC-gesprekken van die dag volgt dat [Medeverdachte 1] tegen [Verdachte] heeft gezegd:

“Niets mee te maken [Verdachte] ik heb gewoon een hele hoop van die vuile lucht ingeademd. Ik doe dat echt niet meer. Als jij dat gaat doen zet ik hem aan en dan ga ik buiten staan.” [Verdachte] zegt daarop:

“of dan krijg je, ineens een masker op, dat is gewoon het beste”.14

Op 16 augustus 2019 om 6:09 uur werd de Peugeot 206 wederom geparkeerd aan [Straatnaam 2] te Helvoirt. Tijdens de rit (vanuit Tilburg) naar Helvoirt werd door [Medeverdachte 1] tegen [Verdachte] gezegd:

“Dan vatte gewoon een of twee, ik weet niet hoeveel of alles in een ton gaat.

(..) Kijk we maken er vanavond twee klaar, als het eventueel veul meer is, doen we er gewoon minder in. Dan doen we het over twee dingen.

Ja dat ding euh stoond man god nondeju wat was dat heet. (..) Dat vuil moet je in een keer afvoeren.” 15

Op 16 augustus 2019 parkeerde de Transporter om 9:48 uur bij [Naam 7] in Eindhoven.16 Die dag werd een peilbaken geplaatst onder de Volkswagen Transporter.17

Op 17 augustus 2019 om 6:10 uur verplaatste de Transporter zich naar [Straatnaam 1] en bleef er ongeveer een kwartier waarnaar het voertuig terugreed naar [Straatnaam 2] te Helvoirt. Direct daarna reed de Peugeot 206 vanuit de [Straatnaam 2] naar Tilburg. Tijdens deze rit vond er een gesprek plaats tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 1] waarin onder andere werd gezegd:

[Verdachte] : “moeten we 3 dagen laten staan”

[Medeverdachte 1] : “ niet van die vaten (fon). Van die branders onder (fon)”(..)

“ik zeg als je je ketel wilt testen. Ik zeg als je Apaan wil testen. Ik zeg dan moet je (nvt) toch?” 18

Om 11:30 uur reed de Transporter wederom naar [Straatnaam 1] en bleef er ongeveer 1,5 uur.19

Op 19 augustus 2019 stopte de Transporter om 12:32 uur bij [Straatnaam 1] , waar het voertuig om 13:46 uur weer vertrok.20

Uit het OVC-verslag van 20 augustus 2019 blijkt dat het volgende werd gezegd.

[Medeverdachte 1] : “Ja ja ja ja. Want er staat ook een magnetron. Ga ik ook wat spaghetti effe halen om morgen mee te nemen. Of is dat niks? Ja ik weet het ook niet, ik zeg ook maar wat. Als gij daar een paar dagen wil blijven. ’’

[Verdachte] : “Drie dagen, blijven we daar gewoon woensdag en donderdag en dan vrijdag naar huis. Ik zit ook een bietje met die kleine zijn verjaardag en zo. Dus ik moet gewoon, dan kunnen we maandag weer uh, want anders als je uh dan blijf je heel de tijd uh. Dan kunnen we 's maandags weer vers beginnen."21

Op woensdag 21 augustus 2019 kwam de Transporter om 6:54 uur aan op de carpoolplaats in Zevenbergen. Iets later stopte daar ook de Peugeot 206 en stapten [Verdachte] en [Medeverdachte 1] in de Transporter. [Medeverdachte 2] kwam aan met een Fiat Punto, voorzien van kenteken [Kenteken 4] . [Medeverdachte 2] pakte een bruine doos uit het voertuig en plaatste dat in de Transporter. Ook stapte hij zelf in de Transporter. [Medeverdachte 3] reed vervolgens met de Transporter met de drie mannen naar [Straatnaam 1] . De Transporter stond rond 7:26 uur in de loods met de achterzijde in de richting van een afzonderlijke inpandige ruimte, die afgesloten was met een grote schuifdeur. Er werden schuifgeluiden gehoord alsof er goederen in- of uit het voertuig werden geladen. Daarna reed [Medeverdachte 3] met de Transporter naar buiten, sloot de schuifdeuren en reed weg. Om 12:04 uur stopte [Medeverdachte 3] met een kleine vrachtwagen, Iveco, voorzien van kenteken [Kenteken 5] voor de loods en zei tegen [Naam 8] , de eigenaar van de loods: “Het is anders gelopen”. De Iveco werd achteruit de inpandige ruimte in de loods ingereden en er werden goederen in- of uitgeladen. Om 13:13 uur vertrok [Medeverdachte 3] met de Iveco en bracht [Verdachte] en [Medeverdachte 1] naar de carpoolplaats in Zevenbergen.22

[Verdachte] en [Medeverdachte 1] gingen vanaf de carpoolplaats met de Peugeot 206 huiswaarts. In de auto werd vervolgens onder ander gezegd:

[Medeverdachte 1] : “Ik blijf zelf ook niet. Wat moet ik hier doen? Hij had vanmorgen die motor ook op kunnen hangen”

[Verdachte] : “Hij weet toch zelf wel hoe lang het duurt om zoiets op te hangen.”

[Medeverdachte 1] : “Als hij (ntv) zo’n scheidtrechter (ntv) de verkeerde heeft..”

[Medeverdachte 1] : “Wat moeten we dan doen? Gewoon terug blijven smelten?”

[Verdachte] : “Ja, ik denk dat dat het beste is”

[Medeverdachte 1] : “Merge wel om kunnen zetten..”. (ntv)

[Medeverdachte 1] : "Misschien dat we nog 1 dinge kunnen doen? Hoe heet dat. Je weet toch wat ik bedoel toch? Dat ik daar wel uhh.. (ntv),"

[Verdachte] zegt: Ik heb het gisteren nog allemaal gevrage, 2 keer he, overdag heb ik het gevrage en 's avonds nog, is alles nou wel klaar want anders hoeven we daar niet naar toe te gaan. Ja alles is klaar." (ntv)

[Medeverdachte 1] zegt: "Het scheelt wel. (ntv) toevoeging mw003160 : Ja het scheelt wel. Ik vind het nog niet stinken hoor daar binnen.”

[Medeverdachte 1] zegt: “(ntv) afzuiger heb, wil ik wel dat ie het doet."

[Verdachte] zegt: "Voor die warmte heb je (ntv)."

[Medeverdachte 1] zegt:"(ntv) Staan we weer te puffen en te doen en uh.. en hij het er twee al staan he. Dat wordt uhh 200 graden he."

[Verdachte] zegt: “(ntv) ..komt de warmte van de ketel die is (ntv) nou heb jij hem tot zover open(fon) dus die warmte wordt dubbel (ntv)

[Medeverdachte 1] zegt:"(ntv) twee ketels, twee keer 150 graden."(…)

[Verdachte] zegt: "(ntv )allemaal met die bakwagen daar binnen en buiten (ntv).23

Op 22 augustus 2019 kwam de Transporter gereden vanuit Helvoirt om 6:27 uur aan op de carpoolplaats in Zevenbergen. De Peugeot 206 stopte daar om 6:55 uur. De Transporter reed vervolgens naar [Straatnaam 1] Na 2 minuten reed de Transporter weer terug naar Helvoirt. Om 9:39 uur stopte de Transporter weer bij de [Straatnaam 1] . Het voertuig reed om 10:00 uur weer weg. De Peugeot 206 bleef de rest van de dag en nacht op de carpoolplaats in Zevenbergen.24

[Medeverdachte 1] , [Verdachte] en [Medeverdachte 2] werden op 23 augustus 2019 rond 10:00 uur door [Medeverdachte 3] opgehaald bij [Straatnaam 1] en afgezet bij de carpoolplaats in Zevenbergen.25 Om 15:57 uur die dag stopte de Transporter weer bij [Straatnaam 1] om er om 17:10 uur weer te vertrekken.26

Ook in de ochtend van 26 augustus 2019, te weten om 9:48 uur, werden [Medeverdachte 1] , [Verdachte] en [Medeverdachte 2] opgehaald bij de carpoolplaats in Zevenbergen. In de Peugeot vond een gesprek plaats tussen [Medeverdachte 1] en [Verdachte] :

[Medeverdachte 1] : “Daar effekes allemaal in doen, steeds 20 of 25 in.”

[Verdachte] : “Ben benieuwd hoe het er uit ziet man.”

[Medeverdachte 1] : “Het heeft wel tijd gehad dat het helemaal opgetrokken is, snapte?”

[Verdachte] : “Moeten we kijken of we ’s avonds al terug rijden of de dag er op.”

[Medeverdachte 1] : “Het is wel het best dat het elke dag op trekt witte wel. Gewoon frisse lucht naar binnen blazen, en dat het goed afzuigt allemaal.”27

Om 9:52 uur kwam de Transporter aan bij [Straatnaam 1] . Er werd gezien dat [Medeverdachte 3] met een sleutel het loopdeurtje opende en vervolgens ook de grote schuifdeuren van de loods opende. Daarna reed [Medeverdachte 3] zijn Transporter in de loods en werden de schuifdeuren gesloten. Om 11:15 uur vertrok [Medeverdachte 3] met de Transporter.28

4.3.3

De ontmanteling van het drugslaboratorium

Op 26 augustus 2019 is een zogeheten actiedag gehouden. In de loods gelegen aan [Straatnaam 1] te Fijnaart werd, in de ruimte gelegen tussen twee hallen te bereiken via een schuifdeur, een in werking zijnde productielocatie voor synthetische drugs aangetroffen.29

Hierop zijn [Verdachte]30, [Medeverdachte 1]31 en [Medeverdachte 2]32 om 12:00 uur op heterdaad aangehouden, komend vanuit het tweede compartiment ter hoogte van twee openstaande schuifdeuren, in de loods gelegen aan [Straatnaam 1] te Fijnaart. Kort na het aantreffen van het drugslaboratorium werd ook [Medeverdachte 3] aangehouden.

Door de Forensische Opsporing werden in het drugslaboratorium en in de opslag diverse sporen veiliggesteld, waaronder sporen op:

 een peuk shag, lag te midden van drugslabspullen in drugslabruimte. De peuk kreeg [Nummers]

 een paar gele handschoenen, handschoenen lagen te midden van drugslabspullen in drugslabruimte ( [Nummers] ):
- de rechter handschoen kreeg [Nummers] ;

- de linker handschoen kreeg [Nummers]33

Het NFI heeft de peuk en handschoenen onderzocht op aanwezigheid van DNA en geconcludeerd:

- [Nummers] DNA-profiel van een man kan afkomstig zijn van [Medeverdachte 1] (matchkans is kleiner dan 1 op 1 miljard);

- [Nummers] afgeleid DNA hoofd-profiel, kan afkomstig zijn van [Medeverdachte 1] (matchkans is kleiner dan 1 op 1 miljard);

- [Nummers] DNA-profiel van een man, kan afkomstig zijn van [Medeverdachte 1] (matchkans is kleiner dan 1 op 1 miljard).34

Het is volgens het team Forensische Opsporing dan ook zeer waarschijnlijk dat de peuk is opgerookt door [Medeverdachte 1] en dat hij de handschoenen in het lab heeft gedragen.35

4.3.4

Onderzoek LFO

De Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) heeft op 26 augustus 2019 tussen 12.30 uur en 22.00 uur onderzoek gedaan naar de inrichting van het bedrijfspand op het perceel aan [Straatnaam 1] te Fijnaart.

De bedrijfsruimte die door de verdachten gebruikt werd lag in het middelste deel van de lange zijde van het bedrijfspand. Deze ruimte had een eigen afsluitbare toegangsdeur die tevens als poort functioneerde. Het voorste deel van de bedrijfsruimte werd hoofdzakelijk gebruikt als opslagruimte van onder andere chemicaliën, grond- en afvalstoffen. Het betroffen chemicaliën en grondstoffen gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs en/of precursoren. In het achterste deel van de bedrijfsruimte was, met behulp van sandwichplaten, over de volle breedte, een binnenruimte gecreëerd die in gebruik was genomen als productieruimte. Deze ruimte was opgesplitst in twee ruimtes, van gelijke afmetingen, die beide gebruikt werden als laboratorium-/productieruimte. Beide labruimtes waren voorzien van elektriciteit (220V en 380V), koud water

aansluitingen, ingeschakelde airconditioning, waterafvoer en in werking zijnde

afzuiginstallaties.

[Opslagruimte]

Wij zagen dat het voorste deel van de bedrijfsruimte gebruikt werd voor de opslag van onder andere chemicaliën, grondstoffen en afvalstoffen. Het betroffen chemicaliën en grondstoffen gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs en/of precursoren. Wij zagen bij binnenkomst, aan weerzijden, metalen stellingkasten staan. Eén sectie van deze kasten was afgedekt met een blauw dekzeil, kennelijk bedoeld om de jerrycans en klemdekselvaten in deze stellingkast aan het zicht te onttrekken.

Wij zagen dat in de opslagruimte een Intermediate Bulk Containers (IBC) stond die deels

gevuld was met een groene vloeistof met een bruine drijflaag. Deze vloeistof betrof mogelijk afval van de eerste kookstap van amfetamine middels de Leuckart methode.


In de labruimte 1 stonden twee roestvrijstalen reactieketels met elk een inhoud van 1000 liter, die elk gekoppeld waren aan IBC's. De twee ketels waren deels gevuld met respectievelijk een gele zure vloeistof en een gele zure vloeistof met kristallen. Tegenover de reactieketels stonden meerdere 200-liter klemdekselvaten die gevuld
waren met een soortgelijke gele zure vloeistof. Vermoedelijk zijn deze stoffen te relateren aan de omzetting van de methylester van alpha-phenylacetoacetic acid (MAPA) naar benzylmethylketon (BMK).

In labruimte 2 was aan de wand een koud water aansluiting en een wasbak gemonteerd. De uitloop van de spoelbak was aangesloten op een afvoerpijp die, door de wand heen, naar een IBC container voerde die in de voorste ruimte was geplaatst. Centraal in de labruimte stond een gebruiksklare stoomdestillatie-opstelling, die kennelijk eerder ter plaatse gebruikt was, voor destillatie van amfetamine. Verspreid over de ruimte stonden diverse onderdelen, ogenschijnlijk nieuw en onvervuild, die kennelijk bestemd waren voor een tweede, identieke stoomdestillatieopstelling. Tevens stonden er diverse grondstoffen en chemicaliën die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs en/of precursoren. In de ruimte stonden meerdere klemdekselvaten bij elkaar geplaatst op houten pallets, die vermoedelijk gebruikt werden voor de omzetting van MAPA naar BMK.

De volgende goederen werden aangetroffen:

O-Opslag

O1 34 lege kartonnen dozen, die waarschijnlijk 34 zakken met 25kg=circa 850 kg MAPA hebben bevat

O2 Weegschaal van het merk "Cas"

O3 Kartonnen doos met zwarte doppen voor jerrycans

O4 Kartonnen doos met klemmen om klemdekselvaten af te sluiten

O5 16 groene lege zakken

De aangetroffen kartonnen dozen (O1) die hebben vermoedelijk in groene zakken (O5) gezeten, om de dozen zaten 2 witte banden en 1 groenachtige band in deze dozen hebben vermoedelijk zakken pre-precursor gezeten.

O6 -10 volle verzegelde gasflessen van 29 kg “UN1965”

- 3 gebruikte gasflessen van 20 kg "UN1965"

O7 16 witte lege 20l jerrycans met een restant zure vloeistof, de jerrycans waren voorzien van rode strepen. 320L

O8 - 22 lege bruine vezel versterkte zakken FD- MAPA, deze bemonsterd

O8-A - een grote hoeveelheid zilverkleurige sealzakken en plastic zakken

O9 Een vuilniszak met daarin 17 lege zakken "Caustic Soda 25 kg", 425 kg

O10 12 witte 30L jerrycans met etiket "UN 1805 Centro-Chem Kwas Fosforowy 85%", 360l

O11 - 2 blauwe 30l jerrycans leeg

- 1 witte 20L jerrycan leeg

O12 - 3 blauwe 200L klemdekselvaten nieuw en ongebruikt

- 2 blauwe 120L klemdekselvaten nieuw en ongebruikt

O13 3 zakken "Caustic Soda 25 kg" ongeopend. In totaal 75 kg

O14 - 2 koelboxen met in 1 een flesje water en in de ander broodjes

- 3 stoelen

- 3 nekkussens

O15 3 plastic zakken met daarin bruine vezel versterkte zakken met

O15-A daarin dubbele plastic zakken met wit poeder ca. 25 kg. FD- MAPA,

deze bemonsterd. 75 kg

O16 - Plastic 5L maatbekers nieuw en ongebruikt

- 7x nieuwe Sonaconnect  = 25,4 cm x 10m isolatiemateriaal

- 2x afzuigslang  = 25,4 cm combi connect

- 1 nieuw koolstoffilter

O17 - 3 zwarte 60L speciekuipen ongebruikt

- Aansteker

- Handschoenen

- 2 RVS doseerders rechthoekig

- Waterkoker

- 2 brandblusser

O18 2 blauwe 220L dopvaten verzegeld en geheel gevuld met kleurloze

O18-A vloeistof. FD- Formamide Hiervan 1 bemonsterd. 400L

O19 Blauw 200L klemdekselvat gevuld met ca. 60L kleurloze zure

O19-A vloeistof met de geur van MAPA/BMK, deze bemonsterd

O20 l000L IBC gevuld met ca. 540L groene vloeistof (vermoedelijk 1e

O20-A fase afval) met een bruine drijflaag van ca. 3 cm, deze bemonsterd

O21 - 8 witte 30L jerrycans allen geheel gevuld met neutrale kleurloze vloeistof 2x FD- Formamide

O21-A - 17 witte 20L jerrycans allen geheel gevuld met neutrale kleurloze vloeistof 2x FD-Formamide 1 hiervan bemonsterd

- 8 witte 20L jerrycan allen geheel gevuld met neutrale kleurloze vloeistof 2x FD- Formamide

740L

O22 - 3 blauwe 200L klemdekselvaten allen leeg en vervuild

- 1 blauw 1201 klemdekselvat met ca. 5L waterige vloeistof PH7

O23 4 blauwe 220L dopvaten verzegeld en geheel gevuld met neutrale kleurloze vloeistof FD- 4x formamide. S00L

O24 Slakkenhuis

O25 - 32 witte 25L jerrycans allen geheel gevuld met zure kleurloze vloeistof

O25-A - 2 witte 30L jerrycans beide geheel gevuld met zure kleurloze vloeistof

FD- mierenzuur, 1 willekeurige bemonsterd

In totaal 860L

O26 1 witte 20L jerrycan geheel gevuld met zure kleurloze vloeistof,

O26-A deze bemonsterd

O27 l000L IBC met een restant bruine vloeistof, in deze IBC was in de vulopening bovenop een rode trechter geplaatst waarboven een afvoer van een stortbak in de labruimte uitkwam.

Gelet op de vervuiling was er reeds eerder vervuilde vloeistof uit de voornoemde stortbak in via de trechter in deze IBC terechtgekomen.

O28 190 witte l0L jerrycans nieuw en ongebruikt

O29 3 lege l000L IBC'S

L-Labruimte 1

L1 Vierkante RVS ketel 100 x l00x 100 cm die schuin naar voren op stenen was geplaatst met bovenop onder meer een elektromotor (via vertragingskast en RVS flenzen 15cm verbonden met roermechaniek in ketel) aangesloten op frequentieregelaar op de scheidingswand. Het roermechanisme was direct regelbaar via de

L1-B frequentieregelaar die op de netspanning was aangesloten. Bovenop de ketel was rechtsvoor als vulopening een RVS flens gemonteerd met 31cm binnenmaat en  48cm buitenmaat. Daarnaast was er op deze ketel een vierkante koelbuis/reflux l00x

L1-A (ol) 30x 30 gemonteerd die, middels gardena koppelingen en

L1-A (bl) waterslangen was aangesloten op aan- en afvoer van koelwater.

Aan de bovenzijde van deze koeler was een aansluiting gemaakt

met een buis doorliep naar een 1000L IBC welke diende als gaswasser. Deze was gevuld met ca. 860L neutrale kleurloze vloeistof met een bruine drijflaag van 3 cm, deze bemonsterd (Ll-B). Onder de ketel waren op stenen 4 branders geplaatst die met gasslangen per twee gekoppeld waren aan een gasfles. Aan de voorzijde van de ketel was rechtsonder een temperatuurmeter gemonteerd en was midden onder een aftap met kogelafsluiter gemonteerd.

De ketel bevatte ca. 600L lichtgele vloeistof op een gele vloeistof,

deze bemonsterd (A ol is onderlaag en A bl is bovenlaag)

L2 Vierkante RVS ketel 100 x l00x 100 cm die schuin naar voren op stenen was geplaatst met bovenop onder meer een elektromotor (via vertragingskast en RVS flenzen 15cm verbonden met roermechaniek in ketel) aangesloten op frequentieregelaar op de scheidingswand. Het roermechanisme was direct regelbaar via de

L2-B frequentieregelaar die op de netspanning was aangesloten. Bovenop de ketel was rechtsvoor als vulopening een RVS flens gemonteerd met 31cm binnenmaat en 48cm buitenmaat.

Daarnaast was er op deze ketel een vierkante koelbuis/reflux l00x

L2-A 30x 30 gemonteerd die, middels gardena koppelingen en waterslangen was aangesloten op aan- en afvoer van koelwater. Aan de bovenzijde van deze koeler was een aansluiting gemaakt met een buis doorliep naar een 1000L IBC welke diende als gaswasser.

Deze was met ca. 910L neutrale kleurloze vloeistof gevuld met een geringe bruine drijflaag, deze bemonsterd (L2-B).

Onder de ketel waren op stenen 4 branders geplaatst die met gasslangen per twee gekoppeld waren aan een gasfles. Aan de voorzijde van de ketel was rechtsonder een temperatuurmeter gemonteerd en was midden onder een aftap met kogelafsluiter

gemonteerd. De ketel bevatte ca. 150L gele vloeistof, deze bemonsterd (L2-A) in

deze vloeistof zaten kristallen.

L3 - 2 witte 30L jerrycans waarvan 1 met opschrift "RKI' en 1 met opschrift "B" beide leeg.

- 1 emmer met een bodempje zure substantie

L4 - 3 blauwe 200L klemdekselvaten met een restant lichtzure vloeistof

- 1 blauw 120L klemdekselvat met een restant vloeistof

L5 Blauw 200L klemdekselvat geheel gevuld met lichtzure vloeistof

L5-A met kristalachtige substantie, deze bemonsterd

L6 2 blauwe 200L klemdekselvaten beide geheel gevuld met

L6-A lichtgroene zure vloeistof, deze bemonsterd

L7 20 blauwe 120L klemdekselvaten allen half gevuld met sterk basische kleurloze vloeistof, vermoedelijk zijn dit loog oplossingen.

Mogelijk bestemd voor of het neutraliseren van BMK of gebruikt als 2e kookstap volgens de Leuckart methode (N- formylamfetamine met een oplossing van water met natriumhydroxide daar er ter plaatse buiten Formamide en Mierenzuur geen relevante hoeveelheid zoutzuur is aangetroffen.

L-Labruimte 2

L8 1 witte 30L jerrycan met opschrift "B" leeg

L9 2 witte 30L jerrycans waarvan 1 met etiket "Kwas Mrowwowy" en opschrift "Mier", waarvan lx vol en lx halfvol met zure kleurloze vloeistof FD- mierenzuur 2x In totaal 45L aanwezig

L10 3 blauwe 301 jerrycans allen geheel gevuld met zure kleurloze vloeistof FD- mierenzuur. In totaal 90L aanwezig

L11 2 plastic 5L maatbekers met witte kristallen en een zeef

L12 Zwarte emmer met daarin een vloeistofpomp

L13 Zwarte 60L speciekuip met ca. 15L kleurloze vloeistof neutraal

L14 Blauw 220L dopvat kwart gevuld met neutrale kleurloze vloeistof

FD-Formamide

L15 S-Vent ventilator nieuw in doos

L16 Blauw 120L klemdekselvat een kwart gevuld met bruine substantie, vermoedelijk destillatieafval

L17 5 witte 20L jerrycans waarvan op een enkele opschrift "1ste fase"

L17-A met daarin bruine olieresten, deze bemonsterd

L18 Een gebruiksklare destillatie opstelling bestaande uit een op drie poten staande vierkante RVS destillatieketel van 50x 50x 50

cm(125 liter) met daarop een temperatuurmeter tot 250 °Celsius, onder de ketel 3 branders op een metalen steun met hiertussen een aftap met kogelafsluiter. Twee van voornoemde branders waren op één gasfles aangesloten. De derde was met de brander

L18-A onder de stoomgenerator op één aparte gasfles aangesloten. Gelet

L18-B op de roetsporen op en boven de voornoemde branders zijn deze eerder ter plaatse in

werking geweest.

De destillatieketel was via een gewapende metalen slang gekoppeld aan een vierkante stoomgenerator van 50x 50x 50(125 liter) en via een snelkoppeling verbonden met een vierkante RVS koeler van 155x10x 10cm waarvan de uitloop uit kwam boven een doorzichtige 10L emmer welke gevuld is met ca. 7L vloeistof met een bruine drijflaag die positief testte op amfetamine. Uit de ketel werd een monster genomen van een restant bruine vloeistof (A) en uit de emmer werd een monster genomen (B)

L19 Gebruikte gasfles "UN1965"

L20 2 losse branders

L21 Vierkante RVS destillatieketel 50x 50x 50 leeg en ongebruikt, met de deksel op de vloer ernaast

L22 Stoomgenerator 50x 50x 50 cm, niet aangesloten

L23 7 blauwe 200L klemdekselvaten:

L23-A - Driekwart gevuld met lichtzure vloeistof met een gele drijflaag van 57 cm

FD-BMK deze bemonsterd

- Geheel gevuld met zure lichtgroene vloeistof

- Driekwart gevuld met lichtzure vloeistof en een laag kristallen en ca. 20 cm gele

drijflaag FD-BMK

- Geheel gevuld met lichtzure gele vloeistof ca. 18 cm FD- BMK op een kleurloze

vloeistof en war kristallen

- Geheel gevuld met lichtzure gele vloeistof ca. 16 cm FD- BMK op een kleurloze

vloeistof en war kristallen

L23-B - Geheel gevuld met zure lichtgroene vloeistof

- Geheel gevuld met gele vloeistof ca. 15cm en crèmekleurige substantie FD-

BMK, deze bemonsterd

In totaal 260L BMK

L24 Vierkante koeler 155 x 10 x 10 cm

L25 Op de tafel:

- Koppelstukken

- Pollepels

- Tape

- Gereedschap

- 5x 5L maatbekers

- 4x 3L maatbekers

- 8 emmers

- Temperatuurmeter

- 4 flessen Methanol 1l (3x vol en lx kwart gevuld)

- Dettol

- 2 rode trechters

- Zeef

- 3 flessen sla olie ( 2x vol en lx halfvol)

Onder de tafel:

- Zwarte emmer met aansluitingen waterslangen

- Gele waterslang

- 2 lege witte l0L jerrycans

- Doos met branders, divers installatiemateriaal

- 2 zwarte zakken met daarin een bruine vezel versterkte zak en een dubbele plastic

zak 25 kg/zak met wit poeder FD- MAPA, 50 kg

L-26 Een tafel met:

- Magnetron

- Waterkoker

- Tosti-apparaat

- Vuilniszakken

- Aanstekers

- Waterslangen

- Zwarte emmer met 4x Dasty, lx Dettol, 1 Dasty spray en lx lege Ajax.

De goederen zijn deels bemonsterd en voor analyse naar het NFI overgebracht.36

De LFO heeft in het proces-verbaal omschreven hoe de vervaardiging van amfetamine in zijn werk gaat:

Deelproces 1: De synthese van BMK

BMK wordt gevormd door een zogenaamde preprecursor (APAAN, APAA of MAPA) te mengen met een zuur (zwavelzuur, zoutzuur of fosforzuur). Hierbij vindt een chemische reactie plaats waarbij BMK ontstaat. Afhankelijk van het gekozen zuur moeten de vaten worden verwarmd.

Deelproces 2: De synthese van amfetamine

De synthese van amfetamine via de Leuckart methode bestaat uit twee kookstappen.

  1. vanuit de grondstoffen BMK en formamide wordt het tussenproduct N-formylamfetamine verkregen;

  2. het tussenproduct wordt omgezet in amfetamine.

In de eerste stap wordt de BMK met formamide, meestal in aanwezigheid van mierenzuur gekookt. Hiertoe wordt gedurende enige uren gekookt (140) in een RVS ketel. Na het afkoelen wordt het reactiemengsel gewassen door het met water te schudden. Deze wasstap wordt meestal uitgevoerd in scheidtrechters. Na enige tijd scheidt het tussenproduct N-formylamfetamine zich als een geel/bruine olieachtige laag af. Deze olielaag wordt bewerkt. De waterige laag is afval.

Vervolgens wordt het tussenproduct gedurende enkele uren gekookt (110) met geconcentreerd zoutzuur, waardoor amfetamine wordt gevormd. Om amfetamine te kunnen isoleren uit het reactiemengsel wordt aan de sterke zure oplossing een oplossing van caustische soda in water toegevoegd. Hierbij komt de ruwe amfetamine olie bovendrijven. De ruwe amfetamine base (olie, bruin van kleur) wordt meestal gezuiverd door middel van een stoomdestillatie.

Voorlopige conclusie

De LFO komt tot de volgende (voorlopige) conclusie.

De aangetroffen productiemiddelen, grondstoffen en chemicaliën zijn typisch voor locaties

waar synthetische drugs en/of precursoren worden vervaardigd.

De aangetroffen lege verpakkingen van MAPA [O-1, O-5 en O-8], alsmede de aanwezigheid van 260 liter BMK [L-23], duiden op een eerdere omzetting van MAPA naar BMK ter plaatse.

De aangetroffen zure vloeistoffen (en kristallen) in de RVS reactieketels [L-l en L-2] en klemdekselvaten [L-4 en L-5] zijn vermoedelijk te relateren aan een, nog niet volledig voltooide, omzetting van MAPA naar BMK.

De aangetroffen hoeveelheid BMK, samen met de aangetroffen zure vloeistoffen met daarin vermoedelijk MAPA, past bij het ter plaatse verwerken van circa 850 kg MAPA uit de 34 lege dozen(O-l).

Met de aanwezigheid van BMK, Formamide [O-18, O-21 en O-23], Mierenzuur [O-25] en

Caustic Soda [O-21] waren alle benodigde grondstoffen en chemicaliën voorhanden voor de

grootschalige vervaardiging van amfetamine via de Leuckart methode. Ook alle benodigde

productiemiddelen waren aanwezig.

De stoomdestillatie-opstelling [L-18] is, mede gelet op de roetsporen op en boven de

branders, waarschijnlijk ter plaatse gebruikt voor de destillatie van amfetamine. Het afval in

één van de IBC’s [O-20] is vermoedelijk afkomstig van de eerste kookfase van de vervaardiging van amfetamine via de Leuckart methode. Zowel de stoomdestillatie-opstelling, als het aangetroffen afval, zijn aanwijzingen dat er op deze locatie vermoedelijk eerder amfetamine is vervaardigd.37

4.3.5

Onderzoek NFI

Het NFI heeft vervolgens vastgesteld dat:

O8-A met [Nummers] , 550 kg, bevat MAPA;

O15-A met [Nummers] 75 kg, bevat MAPA;

O18-A met [Nummers] , 400 l, bevat formamide;

O19-A met [Nummers] , 60 l, bevat BMK en MAPA op verdund fosforzuur;

O20-A met [Nummers] , 540 l, bevat BMK, N-formylamfetamine en MAPA op lichtzure waterige vloeistof;

O21-A met [Nummers] 740 l, bevat formamide;

O25-A met [Nummers] , 860 l, bevat mierenzuur;

O26-A met [Nummers] , 20 l, bevat fosforzuur;

L1-B met [Nummers] , 860 l, bevat BMK op een waterige vloeistof;

L1-A (ol) met [Nummers] , 600 l, bevat BMK en MAPA op verdund fosforzuur;

L2-B met [Nummers] , 910 l, bevat BMK op een lichtzure waterige vloeistof;

L2-A met [Nummers] , 150 l, bevat een sterk zure waterige vloeistof op BMK en MAPA;

L5-A met [Nummers] , 200 l, olieachtige vloeistof bevat BMK en MAPA, kristallen bevatten MAPA;

L6-A met [Nummers] 2 x 200 l, bevat BMK in verdund fosforzuur;

L17-A met [Nummers] , 5 x 20 l, bevat N-formylamfetamine;

L18-A met [Nummers] bevat een lage concentratie amfetamine en aan amfetamine gerelateerde synthese verontreinigingen;

L18-B met [Nummers] , 7 l, bevat amfetamine en een alkalische waterige vloeistof;

L23-A met [Nummers] , bevat BMK en MAPA;

L23-B met [Nummers] , bevat BMK en MAPA.

Conclusie

Het NFI concludeert dat in het onderzoeksmateriaal amfetamine en BMK is aangetoond. Amfetamine is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet. BMK (benzylmethylketon; l-fenyl-2-propanon) is vermeld op bijlage I van de Verordening (EG) nummer 273/2004 inzake drugsprecursoren en de bijlage behorende bij Verordening (EG) nummer 111/2005 betreffende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren. Naar beide Verordeningen wordt verwezen in de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

In relatie tot de vervaardiging van synthetische drugs wordt MAPA (methyl 3-oxo-2-fenylbutanoaat) omgezet in BMK (benzylmethylketon), een grondstof voor o.a. amfetamine.
In relatie tot synthetische drugs zijn mierenzuur en formamide hulpstoffen voor de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode.
N-formylamfetamine is het tussenproduct bij de vervaardiging van amfetamine uit BMK (benzylmethylketon) met de Leuckartmethode. In relatie tot synthetische drugs kan fosforzuur worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.38

4.3.6

Interpretatie LFO

De LFO heeft vervolgens nader omschreven op basis waarvan zij van mening zijn dat er waarschijnlijk amfetamine is vervaardigd op [Straatnaam 1]

In de eerste kookstap van de amfetamine Leuckart methode wordt BenzylMethylKeton

(BMK), Formamide en mierenzuur gekookt waarbij het tussenproduct N-formylamfetamine

gevormd wordt. Monster O18 -O21-O23 en L14 betrof 2090L Formamide, monster O25-L9

en L10 betrof 995L mierenzuur wat aanwezig was op de locatie.

In de reactieketels die aanwezig waren L1 en L2 werd de omzetting van BMK uitgevoerd,

BMK was aanwezig. Deze reactieketels L1 en L2 kunnen gebruikt worden voor de omzetting van een pre-precursor naar BMK, de eerste kookstap en de tweede kookstap van de amfetamine Leuckart methode.

IBC O20 met 540 liter groene vloeistof met drijflaag van 3 cm die BMK,

N-Formylamfetamine en MAPA bevat. N-Fomylamfetamine is een (tussen)product wat in de eerste kookstap van de amfetamine Leuckart methode ontstaat. Dit betreft circa 540L afval van de eerste kookstap en past qua volume en soort afval exact bij het 1 keer uitvoeren van de 1e kookstap in een van de 1000 liter ketels L1 of L2.

Een monster uit de vijf 20 liter jerrycans L17 met bruine resten en enkele met opschrift

“bevat 1e fase” bevat ook N-Formylamfetamine.

Monster O9 bevat 17 lege zakken Caustic soda (425 kg), O13 bevat drie ongeopende zakken

Caustic soda (75 kg) en L7 betreft vers bereidde loogoplossingen in 20 half gevulde

klemdekselvaten. Met Caustic soda kan de tweede kookstap van de amfetamine Leuckart

methode worden uitgevoerd. N-formylamfetamine wordt samen met Caustic soda gekookt en amfetamine wordt gevormd.

Monster L16 betrof vermoedelijk destillatieafval, dit is een bruine substantie wat achter in de ketel blijft na destilleren, hiervan werd ca. 30L van aangetroffen.

Monster L18 de destillatieketel welke aangesloten stond op een stoomgenerator aan

gasflessen met onder de koeler een emmer als opvang werden bemonsterd, de ketel bevat

destillatieafval met amfetamine en de emmer bevat amfetamine.

Gelet op de volledig gebruiksklare amfetamine bevattende destillatieopstelling(L18), met

roetsporen en het aantreffen van een geelbruin doekje met amfetamine geur(om uitlekkende

vloeistof uit de koeler op te vangen) onder de koeler, op de amfetamine bevattende emmer

onder deze koeler, met het hiernaast aantreffen van destillatieafval (L16) achten zij het zeer

waarschijnlijk dat ter plaatse minimaal één keer amfetamineolie is gedestilleerd.

Het aantreffen van een IBC O20 met 540 liter 1e fase afval en de vijf jerrycans L17 met N-

formylamfetamine bevattende resten in combinatie met de gebruiksklare kookketels L1 en L2 en de benodigde Caustic Soda wijst er op dat de gedestilleerde ook ter plaatse vervaardigd is.39

4.3.7

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.

De rechtbank stelt op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden vast dat in de loods aan de Tonsdijk 2E te Fijnaart een productieopstelling voor het omzetten van MAPA in BMK en een productieopstelling voor de vervaardiging van amfetamine.

Er stonden twee RVS reactieketels (L1 en L2) met elk een inhoud van 1000 liter, stonden, die gekoppeld waren aan IBC’s, met er tegenover meerdere 200-liter klemdekselvaten (L4 en L5). In de laboratoriumruimte bevond zich een volledig gebruiksklare amfetamine bevattende stoomdestillatie-opstelling met roetsporen (L18).

Daarnaast waren de grondstoffen MAPA (O15, O15-A) en 260 liter BMK (L23, L23-A, L23-B) (MAPA en BMK O19-A, L5 en L5-A), resten van het tussenproduct N-formylamfetamine (L17, L17-A), de hulpstoffen: 2090 liter formamide (O18, O18A, O21, O21-A, O23 en L14) en chemicaliën: 995 liter mierenzuur (O25, O25-A, L9 en L10) en 75 kg caustic soda (O13) en een grote hoeveelheid vers bereide loogoplossingen in de loods aanwezig. Het vorenstaande in combinatie met het soort en de hoeveelheid aangetroffen afval aldaar, te weten lege verpakkingen van MAPA (O1, O5 en O8), 540 liter groene vloeistof met drijflaag van 3 cm die BMK, N-Formylamfetamine en MAPA bevat (O20), lege zakken Caustic soda (O9) en 30 liter destillatieafval (L16 en L18-A), leidt naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat in het laboratorium MAPA is omgezet in BMK en uit de BMK ter plaatse amfetamine is vervaardigd.

Uit de processen-verbaal van de LFO in combinatie met het rapport van het NFI volgt naar het oordeel van de rechtbank dat er ter plaatse ook daadwerkelijk amfetamine is geproduceerd. De rechtbank ziet, gelet op hetgeen is gerelateerd geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusies van de LFO. Dat ter plaatse geen relevante hoeveelheid zoutzuur is aangetroffen, terwijl deze stof doorgaans wordt gebruikt bij de tweede kookstap, maakt dit in dit geval niet anders. Er zijn 20 blauwe 120L klemdekselvaten aangetroffen die allemaal half gevuld waren met vers bereide loogoplossingen die volgens de LFO mogelijk gebruikt zijn als tweede kookstap volgens de Leuckart methode, omdat er naast Formamide en Mierenzuur geen relevante hoeveelheid zoutzuur is aangetroffen. Daarnaast stelt de LFO dat met de aanwezigheid van BMK, Formamide, Mierenzuur en Caustic Soda alle benodigde grondstoffen en chemicaliën voorhanden waren voor de grootschalige vervaardiging van amfetamine via de Leuckart methode. De rechtbank begrijpt deze informatie van de LFO aldus dat zoutzuur geen noodzakelijke stof is om de tweede kookstap te kunnen uitvoeren. Dat blijkt ook uit het aanvullend proces-verbaal van LFO van 18 februari 2020 waarin staat gerelateerd dat (ook, toevoeging rechtbank) met Caustic soda de tweede kookstap van de amfetamine Leuckart methode kan worden uitgevoerd. Daarbij wordt N-formylamfetamine samen met Caustic soda gekookt en amfetamine wordt gevormd. Bovendien is er in de loods N-formylamfetamine geproduceerd, maar geen significante hoeveelheid aangetroffen, hetgeen er ook op wijst dat er is omgezet.

Evenmin wordt door de LFO gesteld dat de aangetroffen hoeveelheid amfetamine dermate gering is dat deze een andere oorsprong kent of kan kennen dan ter plaatse vervaardigd. In tegendeel, gelet op alles wat is aangetroffen in onderlinge samenhang bezien, komt de LFO tot de conclusie dat er zeer waarschijnlijk amfetamineolie is gedestilleerd.

Dat er sprake zou zijn van een tweedehandsketel die ter plaatse is doorgespoeld, hetgeen de aanwezigheid van slechts een geringe hoeveelheid amfetamine op een alkalische waterige vloeistof zou kunnen verklaren, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. Uit het dossier komt in het geheel bovendien geen aanwijzing naar voren dat er gewerkt zou zijn met tweedehandsketels.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat er in de tenlastegelegde periode op de locatie aan [Straatnaam 1] te Fijnaart sprake is geweest van een laboratorium dat werd gebruikt voor de omzetting van MAPA naar BMK (feit 2) en voor de vervaardiging, bereiding, bewerking en verwerking van amfetamine(-olie) (feit 1).

De rechtbank gaat er gelet op de korte periode waarin verdachten daadwerkelijk met het proces bezig waren, vanuit dat men nog maar net een begin had gemaakt met de productie van amfetamine-(olie).

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden, of en zo ja: op welke wijze, [Verdachte] bij dit laboratorium betrokken is geweest. Verdachte heeft zich steeds beroepen op zijn zwijgrecht. In dit verband heeft de rechtbank acht geslagen op de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachte is op 26 augustus 2019 samen met [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] aangetroffen in het laboratorium. Hij is ook in de periode hieraan voorafgaand veelvuldig in de loods aanwezig geweest en heeft er ook goederen naar toe gebracht. Verder blijkt uit de OVC-gesprekken dat verdachte met medeverdachte [Medeverdachte 1] heeft gesproken over zaken, die betrekking hebben op een amfetaminelaboratorium of de voorbereidingshandelingen daartoe. Zo heeft [Medeverdachte 1] op 16 augustus 2019 tegen [Verdachte] gezegd: “Ik weet niet hoeveel of alles in ton gaat. Dan maken we er vanavond twee klaar. Wat was dat heet. Dat vuil moet je in een keer afvoeren.” Op 17 augustus 2019 hebben zij samen gesproken over vaten en branders en ketel en Apaan testen. In een gesprek op 21 augustus 2019 heeft [Medeverdachte 1] het in een gesprek met [Verdachte] over een scheitrechter en over twee ketels, twee keer 150 graden. De rechtbank hecht hierbij grote waarde aan de observaties en peilbakengegevens van 14 en 15 augustus 2019 en 22 en 23 augustus 2019, waaruit volgt dat verdachte twee keer met [Medeverdachte 1] in het laboratorium heeft overnacht. De rechtbank gaat er in combinatie met de inhoud van de OVC-gesprekken vanuit dat er op deze momenten een productieproces heeft plaatsgevonden.

De rechtbank gaat er gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien vanuit dat verdachte in samenwerking met anderen essentiële werkzaamheden heeft verricht bij de opbouw, inrichting en het daadwerkelijk functioneren van een laboratorium om amfetamine(-olie) te vervaardigen. Hij had kennelijk de rol van laborant. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het produceren van amfetamine(-olie) en de voorbereidingshandelingen daartoe.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

amfetaminelab Fijnaart

in de periode van 30 juli 2019 tot en met 26 augustus 2019, te Fijnaart, in de gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt en vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(-olie), zijnde amfetamine(-olie) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1;

2

omzettingslab (van MAPAA naar BMK)/voorbereidingshandelingen 10a OW Fijnaart

in de periode van 30 juli 2019 tot en met 26 augustus 2019, te Fijnaart, in de gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van amfetamine-olie, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en te bevorderen

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit hebbende hij, verdachte, en zijn mededaders

- ( onderdelen van) een in werking zijnde productieopstelling, bedoeld voor de productie van MAPA naar BMK en grote hoeveelheden (laboratorium)benodigdheden en hardware voorhanden gehad, waaronder meerdere grote ketels en gasflessen en (gas)branders en/of kolven en een grote hoeveelheid jerrycans en (IBC-)vaten en speciekuipen en maatbekers en

- grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad, waaronder:

(circa) 260 liter BMK en MAPA en (circa) 2000 liter formamide en (circa) 1000 liter mierenzuur en (circa) 75 kilogram caustic soda.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt er rekening mee te houden dat verdachte door de maatregelen rondom het coronavirus al gedurende 2,5 maand in voorlopige hechtenis in een verzwaard regime heeft gezeten. De raadsman betoogt dat hij zich beperkt heeft gevoeld in de besprekingen met zijn cliënt. De verdediging bepleit dat de straf dient te worden gemitigeerd en wijst hierbij ook op de zeer korte periode die bewezen kan worden verklaard.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het vervaardigen van amfetamine(-olie) en het verrichten van voorbereidingshandelingen daartoe. Deze verdovende middelen bevatten voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen. Het betreft hier verslavende en bewustzijnsbeïnvloedende middelen ten aanzien waarvan de wetgever (onder meer) om die reden de productie en het bezit heeft verboden. Met betrekking tot de amfetamine komen er bij de productie daarvan grote hoeveelheden chemische afvalstoffen vrij, die in de regel niet via de reguliere weg op verantwoorde wijze verwerkt, maar ergens worden gedumpt. Hierdoor ontstaat er ofwel een zeer grote kans op milieuschade, ofwel – bij tijdige ontdekking – zeer hoge kosten voor de samenleving omdat deze afvalstoffen zorgvuldig moeten worden verwijderd en er alsnog voor een verantwoorde verwerking van deze afvalstoffen moet worden zorggedragen. Bovendien is de vervaardiging van amfetamine bezwarend voor de directe leefomgeving van de locatie van het laboratorium, onder andere vanwege de gevaarlijke stoffen en het mogelijke explosiegevaar. De vervaardiging van synthetische drugs dient dan ook krachtig te worden bestreden.

De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij zich met de productie van synthetische drugs heeft ingelaten, kennelijk uit geldgewin, maar zonder acht te slaan op de mogelijke negatieve gevolgen voor anderen.

Voor deelname aan een dergelijk professioneel amfetaminelaboratorium in georganiseerd verband worden in de regel langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De straffen moeten immers voldoende afschrikkende werking hebben ten opzichte van het lucratieve karakter van de productie van synthetische drugs.

Gelet op de bewezen verklaarde feiten, de aantoonbare essentiële rol die verdachte heeft gehad bij dit amfetaminelaboratorium en straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, komt de rechtbank, alles in samenhang bezien, tot de slotsom dat een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van voorarrest, een passende en geboden reactie vormt.

7 Het beslag

7.1

De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben,

waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten;

  1. STK Personenauto, _553140, 69GBGK (Omschrijving: Blauw, merk: Peugeot)

  2. 4400 EUR, _553247, IBN 27-08-2019

  3. 150 EUR, _553264, IBN 27-08-2019

  4. 50 EUR, _553268, IBN 27-08-2019

  5. 1 STK Motorrijtuig (G_553229) (Omschrijving: Yamaha, chassisnr: [chassisnummer] )

  6. 1 STK Motorrijtuig (G_553226) (Omschrijving: Nitro Motors 50 CC, chassisnr: [chassisnummer] ).

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. Vliegenberg en

mr. Van der Linden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van den Hurk-Van der Zanden, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 juni 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer Zb4R019062, onderzoek Inachus, van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 1416. Proces-verbaal van verdenking, p. 1156-1158

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 984-989

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 501-503

4 Proces-verbaal van observatie, p. 504-506

5 Proces-verbaal van observatie, p. 514-518 en proces-verbaal van bevindingen, p. 563-566

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 524-526

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 995-996

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 455

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 527-531 en proces-verbaal van bevindingen, p. 779 en 783

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 564

11 Proces-verbaal van observatie, p. 532-533

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 564 en proces-verbaal van observatie, p. 534-535

13 Proces-verbaal van observatie, p. 537-539

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 721-722

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 723-724

16 Proces-verbaal van observatie, p. 540-543

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 997-999

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 725

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 998

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1002

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 744

22 Proces-verbaal van observatie, p. 548-552

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 726 en het gespreksverslag op pagina 737-738

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1004-1006 en proces-verbaal van bevindingen, p. 1011-1012

25 Proces-verbaal van observatie, p. 555-558

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1016-1017

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 728

28 Proces-verbaal van observatie, p. 559-561

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 750-752

30 AOT proces-verbaal van aanhouding, p. 145

31 AOT proces-verbaal van aanhouding, p. 324

32 AOT proces-verbaal van aanhouding, p. 230

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 814-815

34 Herzien rapport DNA onderzoek n.a.v. een overtreding van de Opiumwet in Fijnaart op 26 augustus 2019 d.d. 5 februari 2020.

35 Het proces-verbaal van bevindingen, Forensisch Opsporing Onderzoek Inachus d.d. 29 februari 2020

36 Proces-verbaal van bevindingen, p. 776-784

37 Proces-verbaal van bevindingen, p. 776-784

38 Rapport Nederlands Forensisch Instituut d.d. 24 oktober 2019, drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 26 augustus 2019 op de locatie [Straatnaam 1] te Fijnaart, p. 808-813

39 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen van verbalisant P. Clavan d.d. 18 februari 2020