Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:1832

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14-04-2020
Datum publicatie
22-04-2020
Zaaknummer
AWB - 18 _ 8045
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BELEI

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 18/8045 BELEI

uitspraak van de enkelvoudige kamer van uiterlijk 14 april 2020 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres

en

de directie van FMMU Advies B.V. (FMMU), verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 29 augustus 2018 (primaire besluit) heeft FMMU de aanvraag van eiseres voor een hoog persoonlijk kilometer budget (hoog pkb) afgewezen.

In het besluit van 8 november 2018 (bestreden besluit) heeft FMMU het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Namens FMMU is een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 13 november 2019.

Hierbij waren aanwezig eiseres, D.J.A. Drommond, als schrijftolk en mr. E.S. Träger namens de directie van FMMU Advies B.V.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst ten einde FMMU in de gelegenheid te stellen om nader onderzoek te doen naar de medische situatie van eiseres en het effect daarvan op de mogelijkheid om te reizen met de trein.

FMMU heeft op 8 januari 2020 nadere stukken aan de rechtbank toegezonden. Eiseres heeft hierop bij brief van 10 februari 2020 gereageerd.

Bij brief van 13 februari 2020 heeft de rechtbank aangegeven dat een nadere zitting achterwege zal worden gelaten tenzij één van partijen aangeeft dat zij mondeling op een zitting wil worden gehoord.

Partijen hebben niet op deze brief gereageerd waarna de rechtbank het onderzoek op 20 maart 2020 heeft gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1938, heeft een cochleair implantaat, palpitaties/gevoel van onregelmatige hartslag bij veel ventriculaire extrasystiolen en draaiduizeligheid. Eiseres beschikt over een Valys-pas (taxivervoer voor mensen met een chronische ziekte of handicap en voor ouderen) en gebruikt een rollator. Met haar huidige pas beschikt eiseres over een standaard of laag kilometer budget (laag pkb), waarmee zij recht heeft om op jaarbasis maximaal 600 kilometer met de taxi te reizen tegen een tarief van € 0,20 per kilometer. Gehandicapten die geen gebruik kunnen maken van de trein en geen alternatief voor het taxivervoer hebben, komen in aanmerking voor het hoog pkb, waarmee op jaarbasis maximaal 2250 kilometer tegen € 0,20 per kilometer van de taxi gebruik kan worden gemaakt.

Op 6 augustus 2018 heeft eiseres een aanvraag gedaan voor een hoog pkb.

Deze aanvraag is bij het primaire besluit afgewezen.

Bij het bestreden besluit zijn de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.

2. Ter beoordeling ligt aan de rechtbank voor of het besluit van FMMU, waarbij aan eiseres een hoog pkb is geweigerd, op goede gronden is genomen.

3. Eiseres voert aan dat zij niet met de trein kan reizen en daarom in aanmerking moet komen voor een hoog pkb. FMMU stelt zich op het standpunt dat het reizen met de trein met de beperkingen van eiseres mogelijk is.

4. Eiseres voert vervolgens aan dat geen rekening is gehouden met de ernst van de chronische aandoening. Als de draaiduizeligheid zich manifesteert, is normaal functioneren onmogelijk. Vlak liggen is dan noodzakelijk. Het is strikt medisch gezien niet mogelijk om met de trein te reizen, ook niet met begeleiding. De informatie van de huisarts is niet meegewogen. De misselijkheid doet zich voor als gevolg van een aanval van draaiduizeligheid die niet met medicatie te stoppen is. Het advies om niet bij het raam te zitten in een trein is buiten proportie aangezien dit met een rolstoel niet mogelijk is.

5.1.

FMMU beoordeelt aanvragen om toekenning van een hoog pkb op grond van het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (het Protocol). Daarbij hanteert FMMU de volgende toekenningscriteria:

1. de aanvrager beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart en

2. gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of

3. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.

In de toelichting bij het Protocol is, voor zover van belang, vermeld: Doel van de inhoudelijke beoordeling is vast te stellen of een aanvrager gezien zijn ergonomische belemmeringen (criterium 2) en/of chronische medische toetsbare beperkingen (criterium 3) niet met de trein kan reizen. Omgevingsgebonden factoren, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stations en perrons, zijn in beginsel geen reden voor toekenning van een hoog pkb. FMMU gaat er bij de beoordeling van uit dat pashouders bij het reizen zo nodig gebruik maken van individuele begeleiding en/of de door NS en Valys ter beschikking gestelde voorzieningen, zoals invalidentoiletten in de stations en in de treinen en NS-assistentieverlening. (…) Het feit dat vrienden en familie ver weg wonen vormt in beginsel geen bijzondere omstandigheid die afwijking van het protocol rechtvaardigt.

5.2.

Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, bijvoorbeeld de uitspraken van 13 juni 2012 en 23 december 2015 (ECLI:NL:CRVB:2012:BW8656 en ECLI:NL:CRVB:2015:4770), gaan de in het Protocol neergelegde toetsingscriteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten.

5.3.

Ter zitting is door de gemachtigde van FMMU gesteld dat de beslissing op bezwaar onzorgvuldig is genomen en dat nader onderzoek door een arts dient plaats te vinden.

De rechtbank ziet geen reden om hierover zelfstandig anders te oordelen zodat er sprake is van een motiveringsgebrek en het beroep is reeds hierom gegrond. De rechtbank zal de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand laten en overweegt daartoe het volgende.

5.4.

Door de FMMU is in de beroepsfase nog een rapport van [naam arts HPKB] , arts HPKB, KNO-arts (niet praktiserend) overgelegd.

Deze arts stelt dat geen oorzakelijk verband is aangetoond tussen het inbrengen van een cochleair implantaat en de duizeligheidsklachten van eiseres. De aanvallen van draaimisselijkheid en treinreizen baseert eiseres op twee persoonlijke ervaringen. Dit is volgens de arts statistisch onvoldoende om met enige zekerheid tot een oorzakelijk verband te kunnen concluderen en evenmin is aannemelijk dat deze klachten zich uitsluitend bij reizen met de trein zouden voordoen en niet bij reizen met een taxibus. De klachten wijzen op een aandoening van het perifere vestibulaire apparaat (het evenwichtsorgaan). Daaraan kunnen tal van diagnoses ten grondslag liggen. Bij een aanval gaan liggen met gesloten ogen zal bij het reizen met een taxi(bus) ook niet mogelijk zijn. De taxibus beschikt niet over een toilet en kan slechts in beperkte mate afwijken van de route om zonodig een openbaar toilet te vinden voor eiseres.

5.4.

Met deze rapportage van [naam arts HPKB] en de eerder ingebrachte verklaringen van [naam arts FMMU1] en [naam arts FMMU2] , FMMU-artsen heeft FMMU voldoende aannemelijk gemaakt dat niet is gebleken van een oorzakelijk verband tussen het bij eiseres geplaatste cochleair implantaat en de draaiduizeligheid bij het reizen met de trein. FMMU wijst er ook terecht op dat uit de toegestuurde medische informatie niet is te verklaren waarom het reizen met de taxi wel mogelijk zou zijn en met de trein niet. Ook komt uit de beschikbare medische documentatie niet naar voren wat de oorzaak is van de draaiduizeligheid en waarom dit wordt getriggerd door treinreizen.

De artsen van FMMU hebben aan eiseres toestemming gevraagd om contact op te nemen met de KNO-arts die het cochleair implantaat heeft geplaatst om nadere informatie in te winnen. Eiseres heeft echter geweigerd deze toestemming te verlenen, zodat verder onderzoek door FMMU ook niet mogelijk was.

5.5.

Eiseres heeft verder aangevoerd dat zij haar zoon in Alkmaar wil bezoeken en daarom in aanmerking wil komen voor een hoog pkb. Zoals eerder vermeld, speelt een uitgebreide vervoersbehoefte op zichzelf in het beoordelingskader van het Protocol in beginsel geen rol. De rechtbank ziet derhalve ook in deze omstandigheid geen aanleiding om te oordelen dat FMMU eiseres in aanmerking had moeten brengen voor een hoog pkb.

5.6.

Er bestaat slechts aanspraak op een hoog pkb als eiseres door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.

Eiseres heeft in beroep zelf geen nadere medische gegevens overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt dat zij vanwege haar lichamelijke conditie enkel met een taxi kan reizen. Zij heeft voorts geweigerd om aan de artsen van FMMU toestemming te verlenen om nadere medische informatie in te winnen bij de KNO-arts die het cochleair implantaat heeft geplaatst. Tot slot bieden de gedingstukken ook verder geen aanknopingspunten voor de conclusie dat eiseres vanuit strikt medische optiek niet samen met een begeleider met de trein zou kunnen reizen.

6. Gelet op het overwogene in rechtsoverweging 5.3. is het beroep gegrond. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.

7. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet FMMU aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;

  • -

    draagt de FMMU op het betaalde griffierecht van € 170,00 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M. Zandbergen, griffier, op 14 april 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.