Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:1433

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27-03-2020
Datum publicatie
27-03-2020
Zaaknummer
02-152847-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

medeplegen (poging) gewapende overval; mate van geweld; strafmaat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/152847-19

vonnis van de meervoudige kamer van 27 maart 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Dordrecht,

raadsvrouw mr. E.A. Blok, advocaat te Rotterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 maart 2020, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

1.

hij op of omstreeks 8 juni 2019 te Terneuzen, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen,

een bedrag van ongeveer 180 euro, in elk geval een hoeveelheid geld,

dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan de Poolse supermarkt

“ [naam 1] ” Terneuzen en/of [naam 2] , heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 3] en/of

[naam 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad,

aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

door die [naam 3] met een vinger in zijn oog te steken en/of met

een pistool, in elk geval met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

te bedreigen en/of te slaan/stompen en/of door die [naam 4]

meermalen, althans eenmaal met een of meer messen te

steken/snijden;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 juni 2019 te Terneuzen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de Poolse

supermarkt “ [naam 1] ” Terneuzen weg te nemen een

hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan de Poolse

supermarkt “ [naam 1] ” Terneuzen en/of [naam 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan

en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [naam 3] en/of [naam 4]

, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 3]

en/of [naam 4] te dwingen tot afgifte van een

hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan de Poolse

supermarkt “ [naam 1] ” Terneuzen en/of [naam 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

met voormeld oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen, met gedeeltelijk bedekt gezicht en/of met medeneming van

(een) mes(sen) en/of een pistool/vuurwapen, althans een op een

pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, voornoemde supermarkt is

binnengegaan (via het magazijn met gebruikmaking van een valse

sleutel) en/of vervolgens de in de supermarkt aanwezige perso(o)n(en)

[naam 3] en/of [naam 4] heeft aangevallen en/of

bedreigd - door die [naam 3] met een vinger in zijn oog te steken

en/of met een pistool, in elk geval met een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp te bedreigen en/of te slaan/stompen en/of door die [naam 4]

meermalen, althans eenmaal met een of meer messen

te steken/snijden - en/of (hierbij) heeft geroepen "money, money",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 8 juni 2019 te Terneuzen, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie I,

onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een balletjespistool

(opdruk Walther P99, cal. 6mm BB), zijnde een voorwerp dat voor wat

betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde

met een vuurwapen/pistool (merk Walter, model P99), voorhanden

heeft gehad;

3.

dat hij op of omstreeks 22 mei 2019, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de supermarkt

“ [naam 5] ”, heeft weggenomen, een kassalade met een (grote)

hoeveelheid geld (ongeveer 15.000 euro, in elk geval een hoeveelheid

geld) en/of een of meer flessen drank, geheel of ten dele toebehorende

aan Supermarkt “ [naam 5] ” en/of [naam 6] , in elk geval aan (een)

ander(en) dan aan hem, verdachte,

waarbij hij, verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft verschaft en/of de/het weg te nemen geld en/of goed(eren) onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te

weten door gebruikmaking van een (gestolen) sleutel en/of een zgn.

beveiligingsdruppel.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde poging tot diefstal met geweld en het onder feit 2 tenlastegelegde verboden wapenbezit in vereniging en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier. De officier van justitie vordert vrijspraak van feit 3.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van feit 1 primair, wegens het gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dat er een geldbedrag gestolen is. Verdachte ontkent feit 1 subsidiair en feit 2 te hebben gepleegd, zodat wordt verzocht verdachte ook hiervan vrij te spreken. Ten aanzien van feit 3 verzoekt de verdediging bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs verdachte vrij te spreken. Indien de rechtbank niet komt tot vrijspraak, doet de verdediging het voorwaardelijk verzoek tot

het horen van de getuigen [naam 6] en [naam 7] en het bekijken van de beelden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

feit 1

Onder feit 1 primair wordt verdachte ten laste gelegd, kort samengevat, dat hij samen met een ander een gewapende overval heeft gepleegd op een Poolse supermarkt waarbij geld is gestolen.

In zijn aangifte heeft [naam 3] verklaard dat er geen geld is meegenomen bij de overval op de Poolse Supermarkt. Aangever [naam 4] heeft verklaard dat hij niet weet of de overvallers iets hebben weggenomen. Een week na de overval is door de eigenaar van de Poolse Supermarkt verklaard dat er na het opmaken van de kas een tekort van € 180,- was en dit bedrag vermoedelijk tijdens de overval op 8 juni 2019 is weggenomen. Op de camerabeelden van de overval is niet te zien dat verdachte en/of de mededader geld uit de kassa heeft meegenomen.

Gelet op het voorgaande kan de rechtbank niet vaststellen dat de overvallers een geldbedrag hebben weggenomen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het primair tenlastegelegde feit - de voltooide diefstal met geweld in vereniging - moet worden vrijgesproken.

Subsidiair is ten laste gelegd de poging tot diefstal met geweld in vereniging en/of de poging tot afpersing in vereniging.

Op 8 juni 2019 deed [naam 3] aangifte. Hij verklaarde dat hij die dag aan het werk was in de winkel. Nadat de winkel was afgesloten, is aangever de kassa’s gaan tellen. Hij schrok toen er mensen op hem afkwamen. Eén man had een vuurwapen vast. Aangever wilde hem pakken en viel op de grond. De man stak zijn vinger in zijn rechteroog tijdens het gevecht. Toen kwam zijn collega [naam 4] . De eerste man die binnenkwam had het pistool. De tweede persoon zag aangever later pas. Ze vochten achter de kassa, maar de man kon niet via die kant vluchten. Hij rende toen via het magazijn om te vluchten. Aangever is gewond geraakt bij zijn rechteroog. Het was rood. Ook deed zijn rug pijn en hij had een schram op zijn rug.1 Bij de rechter-commissaris heeft aangever verklaard dat hij tijdens het gevecht met een van de verdachten het masker van diens gezicht had getrokken. Hij zag dat het [verdachte] was (de rechtbank begrijpt: verdachte). [verdachte] heeft hem gebeten en aangevallen. [verdachte] had een pistool in zijn handen en dat was gericht op aangever. Ten tijde van het politieverhoor was aangever bang, maar hij heeft daarna tegen de winkeleigenaar, [naam 2] , gezegd dat hij [verdachte] herkende. Aangever heeft dit niet op een later moment alsnog tegen de politie gezegd, omdat hij bang was en nog steeds is.2

Op 17 juni 2019 deed [naam 4] aangifte. Hij verklaarde dat hij op 8 juni 2019 werkzaam was in de Poolse Market in Terneuzen aan [adres 3] . Rond 21.00 uur is hij de ‘market’ af gaan sluiten. Toen aangever in het kantoor was, zag hij twee mensen bij de kassa staan. Hij zag dat zij ruzie hadden met zijn collega. Ook zag hij dat die twee personen een kap over hun hoofd hadden. Hij is vervolgens vanuit het kantoor hard naar die overvallers toegelopen en is er met zijn vuisten op los gaan slaan. Ze waren toen met zijn vieren achter de kassa. Aangever voelde dat zijn lichaam warm werd van het bloed. Hij heeft ook messen gezien op dat moment. Hij is terug gerend en wilde een bezem van achter de kassa pakken om de overvallers weg te slaan. De overvaller kwam toen weer met de twee messen naar hem toe en maakte zijn rechterhand kapot. Aangever lag half op de grond. Hij zag dat de overvaller hem wilde steken in zijn borst. Om dit tegen te houden heeft hij het lemmet van het mes gepakt. Hierdoor raakte zijn rechterhand kapot. Aangever heeft niet gevoeld waar de overvaller hem allemaal gestoken heeft. Zijn hele lichaam deed pijn. Het bloed stroomde over zijn gezicht en zijn kleding zat onder het bloed. Ook werd hij licht in zijn hoofd. De overvaller zei toen "want money, money". Toen aangever kon opstaan, is hij hard naar buiten gerend en heeft "help, help" geroepen. Aangever is inmiddels twee keer geopereerd aan zijn duim, omdat deze niet meer bewoog. Hij had meerdere steekwonden in zijn lichaam en verwondingen aan zijn hoofd. Links zijn meerdere krammen geplaatst en hij is aan zijn voorhoofd gehecht met draadhechtingen. Aan zijn rechter bovenarm had hij ook hechtingen en in zijn rechterhand zaten heel veel hechtingen.3 Bij de rechter-commissaris heeft aangever verklaard dat de ene overvaller een wapen in zijn handen had en de andere had twee messen in zijn handen.4

Getuige [naam 2] verklaarde op 10 juni 2019 dat hij als vennoot betrokken is bij de winkel [naam 1] in Terneuzen, die op 8 juni 2019 is overvallen.5

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij zich samen met zijn vriend [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) schuldig heeft gemaakt aan de overval. Zijn vriend vroeg of hij geld wilde verdienen en gooide toen de sleutel van de zaak op tafel. Hij zei dat dit de sleutel van een supermarkt was. De sleutel was van een vriend van hem. Hij vertelde dat hij in een auto had gezeten met die vriend en dat hij, toen die vriend ging tanken, de sleutel heeft gepakt. Hij kende die supermarkt en degene die daar werkt. Hij zei dat die twee jongens die daar werken tot ongeveer 21.00 uur daar zijn. Om 21.00 uur gaan die jongens de voorkant op slot doen. Er is een deur aan de achterkant, waarvan hij de sleutel had. Via de achterkant zou hij om 21.00 uur naar binnen gaan. Rond die tijd staat één jongen bij de kassa. Hij telt het geld. Die andere jongen is daar ook. In die minuten zou hij naar de kassa gaan, de man bang maken, zijn handen vastbinden, het geld van de kassa pakken en terugkomen. Hij zei dat hij een pistool had, maar geen echt pistool. Daarmee ging hij die jongen bang maken en het geld pakken. Hij zei dat als [medeverdachte] met hem mee ging, hij ook iets moest hebben om hen bang te maken. Zijn vriend ging naar zijn keuken, trok de keukenla open en zag de messen. Hij zei dat met deze messen iemand bang zou worden. Hij zei dat hij het pistool zou pakken om iemand bang te maken en [medeverdachte] de messen. Hij had ook iets voor hem gemaakt voor over zijn hoofd. Ze zijn op 8 juni 2019 met de auto naar Terneuzen gereden en naar de supermarkt gelopen. Ze hebben iets op hun hoofd gedaan. Ze hadden een tas en zijn vriend pakte het mes en gaf dat aan hem. Zijn vriend pakte het pistool en heeft de deur geopend met de sleutel. Ze liepen de supermarkt in en [medeverdachte] liep achter zijn vriend. Hij liep naar de kassa en zag dat zijn vriend ruzie had met de man bij de kassa. Hij heeft toen de andere man gepakt. In die minuten heeft die man de messen gepakt. Hij zei tegen de man ‘only money, I want to do anything.’ Ze zijn daarna weer naar de auto gegaan. Het rode mes kwam bij hem vandaan en het grijze mes bij zijn vriend.6 Bij de rechter-commissaris heeft medeverdachte [medeverdachte] verklaard dat zijn vriend het plan bedacht had. Ongeveer anderhalve maand voor de overval is [verdachte] bij hem thuis geweest en hij had de sleutels van de winkel bij zich. Hij vertelde dat hij de mensen die daar werkzaam zijn kende. Hij wilde een inval doen en geld stelen. Hij heeft op meerdere manieren geprobeerd hem te overtuigen om samen de overval te plegen. [medeverdachte] is met hem meegegaan op 8 juni 2019. Toen zij in de winkel waren, moest hij de spullen uit de tas halen. Toen zag hij grote messen in de tas zitten en gebeurde wat er gebeurde. Zijn vriend viel de ene man bij de kassa aan. Hij zag dat ze in gevecht raakten.7

Op de plaats delict werd forensisch onderzoek verricht. In het magazijn vond men een rugzak op de vloer. Van deze rugzak werd vastgesteld dat deze niet van een van de medewerkers was en dus van een van de daders was. In de rugzak zaten de volgende goederen die werden veiliggesteld en voorzien van een SIN:

- een grijze baseballpet van het merk New Era, AAMJ2006NL;

- een blauwe zonnebril, AAMJ2007NL.

Voor, achter en op de toonbank lagen verschillende goederen. Tussen deze goederen werd het volgende veiliggesteld en voorzien van een SIN:

- op de balie een deel van een witte handschoen, AAMJ2019NL;

- op de balie een aantal losse haren, AAMJ2020NL.8

Uit vergelijkend DNA-onderzoek bleek dat de verkregen DNA-profielen van de op de balie aangetroffen haren, de in de achtergebleven rugzak aangetroffen baseballpet en zonnebril en het op de toonbank aangetroffen stukje handschoen matchen met het DNA-profiel van

verdachte met een matchkans kleiner dan één op één miljard.9

Uit de historische gegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , dat in gebruik bleek te zijn bij verdachte, bleek de telefoon op zaterdag 8 juni 2019 te 19.18 uur een mast aan te stralen aan [straatnaam 1] te Terneuzen. Op 21.25 uur daaropvolgend straalde de telefoon een mast aan [adres 2] te Hoek aan.10 Tevens bleek er op de dag van de overval in Terneuzen om 16.40 uur contact te zijn geweest met het nummer [telefoonnummer 2] dat in gebruik is bij medeverdachte [medeverdachte] . Verder bleek uit analyse van de historische gegevens dat de telefoon van verdachte zich op de dag van de overval te Terneuzen vanaf

's-Hertogenbosch naar Terneuzen verplaatste en omgekeerd.11

De rechtbank stelt het volgende vast.

Zowel door aangever [naam 3] als door medeverdachte [medeverdachte] wordt verdachte aangewezen als een van de overvallers, namelijk degene met het wapen. Hun verklaringen worden ondersteund door het na de overval in de supermarkt aangetroffen DNA van verdachte en de gegevens uit zijn telefoon. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair tenlastegelegde poging tot diefstal met geweld dan wel poging tot afpersing.

Dat er sprake zou zijn van een complot tegen verdachte, zoals ter zitting door de verdediging naar voren is gebracht, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden.

De rechtbank is van oordeel dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten. Daarbij hebben beide verdachten een wezenlijke bijdrage geleverd aan de overval. Van tevoren zijn plannen gemaakt. De verdachten zijn samen naar Terneuzen gereden en hebben wapens meegenomen. De verdachten hebben tegelijk de supermarkt betreden, waarbij verdachte gebruik heeft gemaakt van een valse (gestolen) sleutel, waarna zij de feitelijke handelingen zoals in de tenlastelegging genoemd hebben uitgevoerd. Daarom acht de rechtbank bewezen dat verdachten de overval tezamen en in vereniging hebben gepleegd.

feit 2

Het wapen dat bij de hiervoor onder feit 1 bewezenverklaarde overval door verdachte werd gebruikt, werd na de overval aangetroffen in de supermarkt op de plaats waar het gevecht bij de toonbank had plaatsgevonden.12 Dit voorwerp werd onderzocht en bleek een airsoftpistool met de opdrukken ‘Walther’, ‘P99’ en ‘cal. 6 mm BB’. Genoemd pistool betreft een zogenaamde BB-gun voor het verschieten van kleine plastic balletjes, gebaseerd op airsoft. Dit pistool betreft een nabootsing en komt echter wat vorm, gewicht en afmetingen betreft zeer sterk overeen met een echt pistool van Walter P99. Dit voorwerp is dan ook een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie.13

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] voornoemd balletjespistool voorhanden heeft gehad tijdens de overval in Terneuzen op 8 juni 2019.

feit 3

Op 22 mei 2019 werd aangifte gedaan van een inbraak, die nacht gepleegd bij supermarkt [naam 5] in Kerkdriel. De kassalade met een inhoud van meer dan € 15.000,-- bleek weg te zijn. Op de camerabeelden van de winkel was te zien dat een man met een sleutel de winkel in kwam en het alarm van de winkel uitzette. De man liep door naar het kantoor en nam de kassalade met inhoud mee. Ook nam hij nog wat flessen drank mee toen hij wegging. Op de camerabeelden wordt de man niet herkend.

De beveiligingsdruppel waarmee het alarm was uitgeschakeld bleek van de mede-eigenaar van de supermarkt te zijn, wiens sleutel ook bij de hiervoor onder feit 1 bewezenverklaarde overval door verdachte was gebruikt.

Dit maakt echter niet noodzakelijkerwijs dat verdachte degene was die de inbraak heeft gepleegd. Andere bewijsmiddelen daarvoor ontbreken in het dossier. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het hem onder feit 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 8 juni 2019 te Terneuzen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de Poolse supermarkt “ [naam 1] ” Terneuzen weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan de Poolse

supermarkt “ [naam 1] ” Terneuzen, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen van geweld tegen [naam 3] en [naam 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

en

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

[naam 3] en [naam 4] te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan de Poolse supermarkt “ [naam 1] ” Terneuzen,

met voormeld oogmerk met zijn mededader met gedeeltelijk bedekt gezicht en met medeneming van messen en een op een pistool gelijkend voorwerp, voornoemde supermarkt is binnengegaan (via het magazijn met gebruikmaking van een valse sleutel) en vervolgens de in de supermarkt aanwezige personen [naam 3] en [naam 4] heeft aangevallen en bedreigd - door die [naam 3] met een vinger in zijn oog te steken

en met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te bedreigen en door die [naam 4] meermalen met een of meer messen te steken - en (hierbij) heeft geroepen "money, money",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 8 juni 2019 te Terneuzen, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een balletjespistool

(opdruk Walther P99, cal. 6mm BB), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een pistool (merk Walter, model P99), voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn psychische en lichamelijke gezondheid en zijn thuissituatie. Verdachte kan wanneer hij vrijkomt direct aan de slag bij zijn werkgever. De verdediging verzoekt bij de strafoplegging aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten van de LOVS.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een supermarkt. Samen met de mededader is hij op een zaterdagavond na sluitingstijd via het magazijn met gebruikmaking van een gestolen sleutel de supermarkt binnengedrongen, waar op dat moment twee supermarktmedewerkers aanwezig waren. Zij hebben deze slachtoffers vervolgens aangevallen en bedreigd met een airsoftpistool dat op een echt pistool leek. Een van de slachtoffers werd daarbij met een vinger in zijn oog gestoken en het andere slachtoffer werd meerdere keren met een mes gestoken. De rechtbank rekent verdachte en de mededader met name de mate van geweld die zij gebruikt hebben en de angst die zij daarmee bij de slachtoffers hebben veroorzaakt, zeer aan. Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Zij ondervinden hiervan nog steeds de nadelige gevolgen. Zo blijkt onder meer uit de ter zitting namens aangever [naam 3] voorgedragen slachtofferverklaring dat hij tot aan de dag van vandaag voelt wat hem op 8 juni 2019 is overkomen. Hij slaapt erg slecht en heeft nachtmerries over die avond in de winkel. Namens aangever [naam 4] is ter zitting naar voren gebracht dat hij nog steeds pijn en nachtmerries heeft en nog altijd bang is. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van anderen, op deze manier snel aan geld te komen. Het is algemeen bekend dat een overval grote gevolgen heeft voor slachtoffers en dat het niet ondenkbaar is dat zij daar nog lang mee zullen worden geconfronteerd. Feiten als deze horen bovendien tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving veroorzaken.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder met justitie in aanraking is geweest, maar niet voor een vergelijkbaar vergrijp.

Uit het rapport van de reclassering van 8 november 2019 blijkt dat er geen sprake is van een delictpatroon, maar wel van een toename in ernst van gepleegde delicten. Er worden enige problemen gezien op het gebied van psychisch functioneren en continuering van schoolgang wordt geïndiceerd geacht. Gelet op de ontkenning van verdachte kunnen de diverse leefgebieden niet worden gerelateerd aan het vermeende delictgedrag. Positief om te benoemen is dat verdachte gemotiveerd is voor hulpverlening en zijn Nederlands graag wil verbeteren. Hij beschikt tevens over huisvesting en er lijkt sprake van een steunend netwerk.

De rechtbank heeft uitspraken in vergelijkbare zaken en oriëntatiepunten die strafrechters in Nederland hanteren tot uitgangspunt genomen. Voor een overval op een winkel met geweld is het uitgangspunt een gevangenisstraf van drie jaar.

Zoals hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat naast het verboden wapenbezit de poging tot diefstal met geweld en de poging tot afpersing kunnen worden bewezen. Dit leidt in beginsel tot een lagere straf dan bij een voltooid delict. De rechtbank is echter van oordeel dat het weliswaar bij een poging is gebleven, maar dat dit volledig te danken is aan het handelen van de slachtoffers die verzet hebben durven bieden tegen verdachte en de mededader. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat er strafverzwarende omstandigheden aan de orde zijn, zoals de extreem gewelddadige wijze waarop verdachte en de mededader zich tijdens de overval met behulp van wapens hebben gedragen en het letsel dat daardoor bij de slachtoffers is ontstaan. Verder weegt de rechtbank mee dat er sprake is van medeplegen en houdt de rechtbank rekening met de initiërende rol die verdachte in het geheel heeft gehad.

Daarnaast weegt de rechtbank mee dat er sprake is van eendaadse samenloop.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst en de aard van met name de overval, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en noodzakelijk is. De rechtbank komt tot het opleggen van een gevangenisstraf van zesendertig maanden met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

7 De benadeelde partijen

[benadeelde partij]

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 4.650,54 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, voor feit 1.

De rechtbank stelt vast dat uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel dat bij de vordering tot schadevergoeding van [benadeelde partij] is gevoegd, blijkt dat [benadeelde partij] op 15 november 2019 is opgericht, terwijl feit 1 is gepleegd op 8 juni 2019. Aangezien door de benadeelde partij hieromtrent geen nadere stukken zijn overgelegd, kan de rechtbank niet vaststellen dat [benadeelde partij] de rechtsopvolger is van de vennootschap onder firma was die de supermarkt exploiteerde ten tijde van de overval.

De rechtbank is van oordeel dat aanhouding van de zaak in het kader van de verdere behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[naam 3]

De benadeelde partij [naam 3] vordert een schadevergoeding van € 10.000,- ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van € 5.000,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en niet betwist. Zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het oogletsel van de benadeelde partij, waar de vordering deels op is gebaseerd, niet objectiveerbaar is vastgesteld en ook de psychische klachten ten gevolge van het bewezenverklaarde feit naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende zijn onderbouwd. Zij zal de benadeelde partij voor het overige deel daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de vordering benadeelde partij hoofdelijk toewijzen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk opleggen, aangezien deze vordering tevens is ingediend in de strafzaak tegen de medeverdachte. Verdachte wordt aldus veroordeeld aan de benadeelde partij het toegewezen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, te betalen voor zover deze vordering niet reeds door of namens een ander is betaald.

[naam 4]

De benadeelde partij [naam 4] vordert een schadevergoeding van € 10.122,08, waarvan € 1.622,08 ter zake van materiële schade en € 8.500,- ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt en niet betwist, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de vordering benadeelde partij hoofdelijk toewijzen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk opleggen, aangezien deze vordering tevens is ingediend in de strafzaak tegen de medeverdachte. Verdachte wordt aldus veroordeeld aan de benadeelde partij het toegewezen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, te betalen voor zover deze vordering niet reeds door of namens een ander is betaald.

[naam 5]

De benadeelde partij [naam 5] vordert een schadevergoeding van € 15.000,- ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, voor feit 3.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

8 Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en feit 1 is begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 55, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en 3 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair: poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 3] van € 5.000,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag of dat gedeelte aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 4] van € 10.122,08, waarvan € 1.622,08 ter zake van materiële schade en € 8.500,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag of dat gedeelte aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij [naam 5] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam 5] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen;

- bepaalt dat bij niet betaling het daarbij vermelde aantal dagen gijzeling kan worden toegepast;

* benadeelde partij [naam 3] (feit 1), € 5.000,-, 60 dagen gijzeling, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

* benadeelde partij [naam 4] (feit ), € 10.122,08, 85 dagen gijzeling, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover deze bedragen of een gedeelte daarvan door de mededader zijn betaald, verdachte niet gehouden is deze bedragen of dat gedeelte daarvan aan de benadeelde partij te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

* 2 stuks messen, G2053476.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, voorzitter, mr. G.H. Nomes en

mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.E.A.M. van der Ven - van de Riet, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 maart 2020.

Mrs. Mullers en Van der Ven - van de Riet zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met proces-verbaalnummer ZB1R019060/ARENDT van de politie eenheid Zeeland - West-Brabant, districtsrecherche Zeeland, onderzoek ARENDT, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van pagina 1 tot en met 779. Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] van 8 juni 2019, pagina 443, vijfde alinea, pagina 444, eerste en tweede alinea, en pagina 445, eerste alinea, en pagina 446, eerste alinea.

2 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] bij de rechter-commissaris van 4 maart 2020, blad 3, derde alinea.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] van 17 juni 2019, pagina 469, eerste en tweede alinea, en pagina 470, eerste en tweede alinea.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] bij de rechter-commissaris van 4 maart 2020, blad 3, tweede alinea.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] van 10 juni 2019, pagina 625, laatste alinea, en pagina 627, vijfde alinea..

6 Het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] van 1 juli 2019, pagina 124, derde alinea, pagina 125, derde alinea, pagina 127, tweede en vierde alinea, pagina 128, tweede en derde alinea, pagina 131, vierde alinea, pagina 132, eerste, derde en dertiende alinea, en pagina 133, veertiende alinea.

7 Het proces-verbaal van verhoor verdachte/getuige [medeverdachte] bij de rechter-commissaris van 4 maart 2020, blad 3, tweede alinea.

8 Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [straatnaam 2] Terneuzen) van 12 oktober 2019, pagina 24, tweede en zevende alinea, opgenomen in het procesdossier Forensische Opsporing (los).

9 Het schriftelijk stuk, inhoudende een deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van 17 september 2019, pagina 98, opgenomen in het procesdossier Forensische Opsporing (los).

10 Het proces-verbaal van bevindingen van 14 juni 2019, pagina 62, tweede tot en met vijfde alinea, en pagina 63.

11 Het proces-verbaal van bevindingen van 3 juli 2019, pagina 64, tweede en derde alinea.

12 Het proces-verbaal van bevindingen van 4 juli 2019, pagina 695, eerste alinea.

13 Het proces-verbaal onderzoek wapens en munitie van 2 juli 2019, pagina 692, vijfde en zevende alinea.