Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:1307

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
19-03-2020
Zaaknummer
02-113768-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Op 10 mei 2019 werd bij toeval op een binnenvaartschip een enorm drugslaboratorium aangetroffen, waar op dat moment het productieproces van chrystal meth in volle gang was. De eigenaar van het schip en drie Mexicanen (de “laboranten”) werden aangehouden. De eigenaar van het schip had zijn schip voor de productie van verdovende middelen aan onbekenden ter beschikking gesteld en wordt daarom veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf voor de medeplichtigheid aan de productie, medeplichtigheid aan het voorhanden hebben van chrystal meth en het plegen van voorbereidingshandelingen van Opiumwetfeiten. De drie Mexicanen worden veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor het medeplegen van diezelfde feiten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/113768-19

vonnis van de meervoudige kamer van 19 maart 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats]

niet als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Middelburg

raadsman mr. Koopman, advocaat te Amsterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 en 13 februari 2020 en 19 maart 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Gudde, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

1

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 december 2018 tot en met l0 mei 2019 te Moerdijk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende methamfetamine en/of methamfetamine-olie, (telkens) (een) middel(en) vermeld op lijst I bij de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende één of meer middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid l ahf/sub l Wetboek van Strafrecht )

2

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 december 2018 tot en met 10 mei 20 I 9 te Moerdijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van methamfetamine en/of methamfetamine-olie, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, (telkens) zijnde methamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst Ivoor te bereiden en/ofte bevorderen, zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)(telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen voorhanden gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of

ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en), immers, heeft/hebben hij, verdachte en/of(een of meer van) zijn mededader(s) (telkens) in de voornoemde periode in voornoemde pleegplaats

- een grote hoeveelheid jerrycans en/of vaten en/of(andere soorten) verpakkingen met daarin grote hoeveelheden chemicaliën en/of grondstoffen voorhanden gehad, waaronder calcic soda, en/of

- meerdere onderdelen van (een) productieopstelling(en) voorhanden gehad, waaronder een of meerdere: vrieskist(en) en/of koolstoffilter(s) en/of een destillatievat en/of centrifuge(s) en/of een elektrisch fornuis;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art l0a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 47 lid l ahf 7 sub l Wetboek van Strafrecht )

3

hij op of omstreeks 10 mei 2019 te Moerdijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 70,949 kilogram methamfetamine en/of 147,7 liter methamfetamine(olie), in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende methamfetamine, zijnde

methamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3 De voorvragen

3.1

De dagvaarding is geldig.

3.2

De rechtbank is bevoegd.

3.3

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 11 februari 2020 heeft de raadsman van verdachte zich aangesloten bij het preliminaire niet-ontvankelijkheidsverweer dat werd gevoerd door mr. Welvaart in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte 1] . De raadsman heeft in zijn pleidooi op 13 februari 2020 dit niet-ontvankelijkheidsverweer niet herhaald. Gezien echter het in de overige zaken gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer, zal de rechtbank zich ook in de zaak van verdachte ambtshalve uitlaten met betrekking tot de niet-ontvankelijkheid.

De eerste vraag die naar het oordeel van de rechtbank beantwoord moet worden, is of de verbalisanten in strijd met de waarheid hebben verbaliseerd en verklaard.

Daarbij gaat het met name over de punten:

- de aanwezigheid van [medeverdachte 1] in ruimte 2 (het lab);

- het roken door [medeverdachte 1] in aanwezigheid van verbalisanten;

- door wie is er geklopt op de deur die toegang gaf tot het lab.

De rechtbank betrekt in haar beoordeling van deze vraag de volgende processen-verbaal.

Het proces-verbaal van 10 mei 2019 dat handelt over de verdenking en de wijze waarop toegang werd verkregen tot het lab, opgemaakt door [naam 2] en [naam 1] samen en door hen beiden ondertekend.

Daarin staat over voornoemde drie punten:

 ” ”Wij klopten op die deur” (De rechtbank begrijpt dat verbalisanten daarmee zichzelf bedoelen en dat het de deur betreft die toegang geeft tot het lab);

 ” De verbalisanten treffen 3 mannen aan in ruimte 2 (het lab);

 ” In het proces-verbaal wordt niets gezegd over waar de verdachten hebben plaatsgenomen om te wachten en niets over het al dan niet roken. Ook staat daarin niet vermeld of [medeverdachte 1] in ruimte 2 (het lab) is geweest.

Het proces-verbaal van 19 november 2019, opgemaakt en ondertekend door [naam 2] . In dit proces-verbaal staat onder andere over voornoemde punten het volgende

 De verbalisanten zagen in het ruim nog een deur. [medeverdachte 1] probeerde de deur te openen door aan de klink te trekken. Dat lukte niet omdat deze op slot was. [medeverdachte 1] klopte daarna 2 à 3 keer op de deur van de tweede ruimte. Daarna werd de deur van de tweede ruimte geopend;

 De verbalisanten zagen toen 3 personen;

 Door een van de verdachten werd gevraagd of hij mocht roken. (de rechtbank begrijpt uit de context dat daarmee een van de Mexicanen wordt bedoeld). Dat werd verboden;

 De situatie ter plaatse werd vervolgens bevroren;

 Ze zijn met [medeverdachte 1] het ruim ingegaan en daar heeft [medeverdachte 1] niet gerookt of een shaggie gedraaid;

 In het proces-verbaal wordt niet vermeld of [medeverdachte 1] in ruimte 2 (het lab) is geweest.

Het proces-verbaal van 10 mei 2019 opgemaakt en ondertekend door verbalisant [naam 3] . Hierin wordt aangegeven dat hij in het ruim zag dat er nog een deuropening was naar een tweede ruimte en dat er 4 personen in die ruimte waren, waaronder een Nederlands sprekende oudere man. Hij treft zijn collega’s [naam 1] en [naam 2] aan.

De verhoren bij de rechter-commissaris van de verbalisanten [naam 1] en [naam 2] op 4 februari 2020.

Daarin wordt door hen over deze punten het volgende verklaard:

[naam 1] :

 Hij heeft gevraagd of [medeverdachte 1] de deur wilde open maken naar de volgende ruimte. [medeverdachte 1] wilde de deur openen en dat lukte niet. [medeverdachte 1] klopte toen op de deur, waarna die werd geopend;

 Hij heeft [medeverdachte 1] in die ruimte gezet. Hij is daar op een stoel gaan zitten;

 Er is niet gerookt. [medeverdachte 1] vroeg of hij mocht roken. Dat mocht niet. Hij heeft geen sigaretten gezien bij [medeverdachte 1] ;

 Het was een laboratorium en hij wilde niet dat daar gerookt werd.

[naam 2] :

 Tegen [medeverdachte 1] is door hem gezegd de deur open te maken naar de volgende ruimte. [medeverdachte 1] heeft toen die deur open gemaakt. [medeverdachte 1] klopte eerst op de deur;

 [medeverdachte 1] is niet in de tweede ruimte geweest. Hij heeft [medeverdachte 1] daar niet gezien;

 Hij zelf is één keer kort weg geweest;

 Hij was aanwezig toen twee collega’s in het ruim kwamen. Hij stond toen in het ruim. Hij heeft drie kwartier in de ruimte gewacht op assistentie. Hij heeft [naam 1] gevraagd om de boel in de gaten te houden;

 Hij heeft [medeverdachte 1] en de Mexicanen niet zien roken. De Mexicanen hebben gevraagd of ze dat mochten. Dat mochten ze niet;

 Hij kan zich niet herinneren dat door [medeverdachte 1] aan [naam 1] is gevraagd of er gerookt mocht worden.

De rechtbank stelt voorop dat processen-verbaal een zakelijke weergave zijn. En dat daarom niet altijd alle details daarin staan vermeld. Ook de rechtbank ziet dat over de vraag wie er heeft geklopt, de verbalisanten wisselend verklaren. Ten aanzien van het punt of [medeverdachte 1] in ruimte 2 heeft plaatsgenomen verklaren de verbalisanten niet eenduidig. Dat maakt echter nog niet dat sprake is van het bewust valselijk opstellen van processen-verbaal. Van enig opzet is de rechtbank niet gebleken. Het niet overeenstemmen op dat punt kan gelegen zijn in het feit dat [naam 2] niet constant zicht heeft gehad op wat er in ruimte 2 gebeurde toen hij stond te wachten op collega’s en [naam 1] had gevraagd de boel in de gaten te houden. Als verbalisanten daadwerkelijk valse processen-verbaal hadden willen opmaken over bepaalde details, dan zouden de verbalisanten naar het oordeel van de rechtbank wel gelijkluidend en ten nadele van [medeverdachte 1] hebben verklaard, hetgeen niet het geval is.

Over het roken zijn de verbalisanten steeds eenduidig: er is niet gerookt.

Dat een van de medeverdachten ter zitting als getuige onder ede heeft gezegd dat er wel is gerookt, hetgeen de verklaring van [medeverdachte 1] zou ondersteunen, overtuigt de rechtbank geenszins van het betoog van de verdediging. De verklaringen van de verbalisanten, die door de verdediging in volle omvang getoetst zijn kunnen worden, wegen naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan wat door [medeverdachte 1] en een van de medeverdachten is verklaard, welke verklaringen noch voor de rechtbank noch voor de officier van justitie op eventuele afstemming en daarmee op hun waarheidsgehalte kunnen worden getoetst.

De tweede vraag die beantwoord dient te worden is of sprake is geweest van (ongeoorloofde) beïnvloeding van getuigen.

De rechtbank heeft ook geconstateerd dat niet alle details vanaf het begin in de processen-verbaal zijn opgenomen. In het dossier is te zien dat tactisch coördinator van het onderzoek verbalisant [naam 4] degene is die nadere informatie heeft opgevraagd naar aanleiding van handelingen die in eerste instantie niet waren opgenomen en wellicht toen niet zo belangrijk leken. Het vragen van nadere toelichting betrof niet alleen de zaken die de verdediging thans aan de orde stelt. Dit blijkt uit de mails maar bijvoorbeeld ook uit het proces-verbaal van [naam 4] van 13 mei 2019 waarin hij nadere informatie vraagt omtrent de tijdspanne tussen aanhouding en voorgeleiding. Naar aanleiding van onduidelijkheden in het dossier of alternatieve scenario’s, bijvoorbeeld ten aanzien van de wijze waarop de peuk in het lab terecht is gekomen, worden door hem nadere vragen aan [naam 2] en [naam 1] gesteld en worden aanvullende processen-verbaal opgesteld. Dat de e-mails waarin dat ter sprake komt, niet door de officier van justitie aan het dossier zijn toegevoegd is niet ongebruikelijk. Dit betreffen namelijk interne stukken die normaal gesproken niet in een dossier worden gevoegd. Dat deze e-mails nu aan het proces-verbaal bij de rechter-commissaris zijn gehecht, komt omdat de verbalisant de e-mails zelf noemde en ze daarna op verzoek van de rechter-commissaris aan het proces-verbaal zijn gehecht. [naam 2] zegt bij de rechter-commissaris dat de reden van een tweede aanvullend proces-verbaal ook was, dat er nog wat zaken onduidelijk waren en om de puntjes op de “i” te zetten.

Daar komt bij dat uit de e-mails blijkt, dat er voorafgaand aan de mails eerst telefonisch contact is geweest, alvorens [naam 4] zijn e-mail stuurt. In dat telefoongesprek was de informatie die de verbalisant nog kon geven al besproken en het lijkt erop dat de e-mail slechts een bevestiging daarvan is met een nadere duiding welke details ook daadwerkelijk op papier moesten komen in de vorm van een aanvullend proces-verbaal. Dat in de voorafgaande gesprekken sprake is geweest van aansturing en/of beïnvloeding door [naam 4] over wat er in het proces-verbaal moest worden verklaard is gesteld noch gebleken.

Van de zijde van de verdediging is nog aangevoerd dat in de e-mails wordt gesproken over opplussen en dat er dus doelbewust bepaalde details in het dossier moesten worden gevoegd. De rechtbank verwerpt ook dit punt nu dit inherent is aan de taak van de politie, namelijk opsporing en het onderzoeken van alternatieve scenario’s. Bovendien is een dergelijk handelen alleen verwijtbaar als het gaat om het opplussen met onjuist informatie, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank, zoals hiervoor al overwogen, niet het geval is.

De rechtbank hecht er in dat kader nog aan de volgorde van de gebeurtenissen weer te geven:

 12 12 november 2019 wordt door de voorzitter ter zitting gevraagd waar de peuk is aangetroffen, waarna de officier van justitie aangeeft daarachter aan te hebben gebeld;

 12 De e-mails van 14 en 18 november 2019 van [naam 4] , waarin met name informatie wordt gevraagd over het openen van de deur en de indeling van het schip;

 12 19 november 2019 het hiervoor genoemde aanvullend proces-verbaal van [naam 2] ;

 12 29 november 2019 een aanvullend proces-verbaal van verbalisant [naam 5] over het aantreffen van de peuk, het merk, en het uitdrukken, opgemaakt op verzoek van verbalisant [naam 6] ;

 12 4 december 2019 het verhoor van [medeverdachte 1] over de peuk;

 12 18 december 2019 opgave horen verbalisanten;

 12 De e-mail van 7 januari 2019 van [naam 4] waarin wordt aangegeven dat de peuk onderwerp van inzet is en waarin wordt gevraagd nader informatie te geven over waar [medeverdachte 1] verbleef;

 12 Het aanvullend proces-verbaal van [naam 2] van 7 januari 2020 waarin door [naam 2] wordt verklaard dat [medeverdachte 1] niet in ruimte 2 is geweest.

Uit vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank geen vooropgezet plan worden afgeleid om koste wat kost [medeverdachte 1] op zodanige wijze te linken aan de peuk dat daaruit eenduidig naar voren zou komen dat hij eerder dan op 10 mei 2019 in ruimte 2 was geweest. De noodzaak daartoe ontgaat de rechtbank ook. Het aantreffen van die peuk zegt hoogstens wat over de wetenschap van [medeverdachte 1] over de aanwezigheid van een drugslab in welke vorm dan ook, maar de verdenking daarover was door de eigen verklaring van [medeverdachte 1] op de zitting van 22 augustus 2019 al versterkt toen hij aangaf te weten dat men iets met XTC deed. Hij verklaarde:

“U vraagt mij wat ze hebben gezegd dat ze kwamen doen. Ze hebben toen gezegd dat ze iets met pillen gingen maken. Ik heb gevraagd wat voor pillen. Dat zou dan XTC moeten zijn. U vraagt mij of ik toen niet heb gezegd dat ik dat niet wilde in mijn boot. In eerste instantie wel, maar later heb ik het toegelaten.”

De rechtbank gaat er, gezien voorgaande van uit dat geen sprake is geweest van invulling, sturing of beïnvloeding van de zijde van [naam 4] .

Gelet op voorgaande behoeft het standpunt van het al dan niet ruiken van een wietlucht of het al dan niet kennen van [medeverdachte 1] geen bespreking meer in het kader van de beoordeling van de ontvankelijkheid van de officier van justitie. De rechtbank hecht er echter aan dat de stof die de officier van justitie ter zitting heeft laten ruiken, op afstand bij sommigen deed denken aan de geur van hennep. In ieder geval heeft de rechtbank dit ter zitting zelf waargenomen.

Het verweer van de raadslieden wordt dan ook gepasseerd. De officier van justitie is ontvankelijk.

De rechtbank ziet, gelet op voorgaande en hetgeen door de verdediging aan het verzoek tot aanhouding ten grondslag is gelegd, voorts geen aanleiding de zaak aan te houden voor nader onderzoek in dit kader.

3.4

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat op het binnenvaartschip [naam schip] op 10 mei 2019 een drugslaboratorium werd ontdekt en dat verdachte op die dag in dat laboratorium werd aangetroffen terwijl hij op dat moment in dat laboratorium met het productieproces bezig was. Daarnaast werden DNA-matches gevonden op een volgelaatsmasker, latex handschoenen en een spaflesje van de drie Mexicaanse verdachten, waaronder verdachte. Voorts werden op de plaats delict verschillende telefoons aangetroffen waarop foto’s en films te zien zijn gerelateerd aan het productieproces op de boot.

Op de telefoon in gebruik bij verdachte [verdachte] staan foto’s vanaf 22 december 2018 van de [naam schip] en het drugslaboratorium.

Voorts heeft de officier van justitie aangevoerd dat in totaal ook 70,949 kilogram methamfetamine en 147,7 liter methamfetamine-olie aangetroffen.

De officier van justitie is op grond van de bewijsmiddelen dan ook van mening dat de aan verdachte tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat [verdachte] (hierna telkens [verdachte] ) een grotendeels bekennende verklaringen heeft afgelegd en dat zijn broer [medeverdachte 2] telkens [medeverdachte 2] ) zich daarbij heeft aangesloten. Met betrekking tot de verklaring van [verdachte] heeft de raadsman aangegeven dat hij heeft verklaard dat ze vanaf eind maart 2019 in opdracht van anderen werkzaamheden hebben verricht en dat ze niet betrokken zijn geweest bij het opzetten van het laboratorium. Ook het feit dat [verdachte] en dus ook zijn broer [medeverdachte 2] een in grote lijnen bekennende verklaring hebben afgelegd, duidt erop dat zij niet de zware criminelen zijn achter dit laboratorium.

Betreffende de hoeveelheden methamfetamine is de verdediging van mening dat een hoeveelheid van 70,940 gram niet bewezen kan worden omdat het proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2020 geen bewijswaarde heeft en dient te worden uitgesloten van het bewijs. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de in het proces-verbaal van 5 februari 2020 genoemde 58,55 kilogram methamfetaminetartraat eerder als methamfetamine werd aangemerkt. Daarom heeft de raadsman aangevoerd dat vrijspraak moet volgen voor de hoeveelheid 70,949 kilogram methamfetamine. De raadsman heeft daar nog aan toegevoegd dat methamfetaminetartraat niet in de tenlastelegging is opgenomen zodat vrijspraak hiervan moet volgen en daarnaast dat methamfetaminetartraat iets anders is dan methamfetamine. Daarom wordt betwist dat het voorhanden hebben daarvan strafbaar is.

Met betrekking tot de methamfetamine-olie heeft de verdediging aangevoerd dat het totaal aantal liters niet klopt en het bewijs voor de tenlastegelegde hoeveelheid ontbreekt.

Tot slot is de raadsman van mening dat de onder 1 en 2 tenlastegelegde periode niet bewezen kan worden, althans niet loopt vanaf 12 december 2018. Hiervoor zijn er hooguit enkele foto’s voorhanden, die kunnen zijn gestuurd. De raadsman heeft aangevoerd dat het op grond van de aangetroffen WhatsApp gesprekken redelijk en aannemelijk is om de onder 1 en 2 genoemde periode omstreeks 12 maart 2019 te laten aanvangen en heeft daarbij ook gewezen op de verklaring van [verdachte] op dat punt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Het onderzoek in het binnenvaartschip [naam schip]

Op 10 mei 2019 leggen verbalisanten [naam 2] en [naam 1] hun patrouilleboot aan in de Haven van Moerdijk in de buurt van de [naam schip] en zij ruiken dan een weedlucht. Dit is voor hen aanleiding naar de [naam schip] toe te varen. Op het schip was een man aanwezig die aangaf dat hij de schipper en tevens mede-eigenaar was. De schipper bleek later medeverdachte [medeverdachte 1] te zij. Op grond van de Opiumwet werd aan medeverdachte [medeverdachte 1] gevraagd om de laadruimte open te maken en hij heeft aan dit verzoek gevolg gegeven. Bij het onderzoek in de laadruimte troffen de verbalisanten een afzuiginstallatie aan. Daarnaast werd in het laadruim een zeecontainer aangetroffen en een over de breedte van het laadruim opgetrokken scheidingswand met daarin een deur. Achter die deur werd een werk- c.q. opslagruimte aangetroffen en daarachter opnieuw een scheidingswand met een afgesloten deur. Op het moment dat de verbalisanten achter die deur geroezemoes van stemmen horen, heeft [medeverdachte 1] gezegd dat men daar bezig was met reparaties aan de motor1. Omdat de deur op slot was en die deur van de zijde waar de verbalisanten met [medeverdachte 1] stonden niet kon worden geopend, is op die deur geklopt waarna aan de andere zijde van die deur een schuif werd geopend. In die tweede ruimte werd een drugslaboratorium aangetroffen en drie mannen die op dat moment bezig waren met het overhevelen van een vloeistof. Alle drie deze personen hadden een mondkapje op en één of meerdere van deze personen had een soort lepel in de hand. Hierop werden naast [medeverdachte 1] (hierna telkens: [medeverdachte 1] ), ook de verdachten [medeverdachte 2] (hierna telkens: [medeverdachte 2] ), [verdachte] (hierna telkens: [verdachte] ) en [medeverdachte 3] (hierna telkens: [medeverdachte 3] ) aangehouden2.

De ontmanteling van het drugslaboratorium

Door de dienst LFO werd na het aantreffen van het drugslaboratorium in de laadruimte van de [naam schip] een uitgebreid onderzoek ingesteld teneinde tot de ontmanteling van het drugslaboratorium te komen. Bij dat onderzoek werden voorzieningen aangetroffen voor langdurige, professionele en grootschalige productie, bewerking en/of verwerking van methamfetamine3. Ook werd een groot en professioneel luchtafzuigsysteem aangetroffen.

In de voorste werkruimte stonden twee vrieskisten, werktafels en een goot aantal goederen waaronder centrifuges, koelemmers, kunststofbakken, balans, metalen pannen, speciekuipen, zeven, jerrycans met chemicaliën en/of (half)product, witte diepvriesbakjes en dergelijke. In de zeecontainer stonden een zeer groot aantal jerrycans, vaten, koolstoffilters, emmers met een etiket MSN (=methylsulfon), twee zakken wijnsteenzuur en een zak caustic soda.

In de tweede ruimte waren op diverse plaatsen zwarte flexibele luchtslangen

zichtbaar welke door de aangebracht isolatiewanden heen staken. Er was op die manier een afzuigsysteem aangebracht, dat was aangesloten op twee grote zelfgebouwde afzuigkappen. Onder een van deze afzuigkappen stond een werktafel waarop twee elektrische inductiekooplaten stonden. Op deze werktafel stonden ook twee metalen pannen, een weegschaal en diverse gebruiksgoederen. Daarnaast stonden in de werkruimte een aantal blauwe en bruine klem en schroefdekselvaten en tussen deze vaten stond een RVS destillatieketel, voorzien van een koel-destillatiebuis en aan de onderzijde een gasbrander. Op een verhoging stonden vier centrifuges en onder iedere centrifuge stond een pan of klemdekselvat, allen voor de helft gevuld met circa 30 liter bruine olieachtige vloeistof. Een monster uit een van deze klemdekselvaten werd indicatief geïdentificeerd als methamfetamine.

Onder een afzuigkap stonden 3 grote metalen pannen en een blauw klemdekselvat. In twee van deze pannen zat een restant bruine olie. De derde pan was voor meer dan de helft gevuld met een licht bruine olie. Tussen de twee afzuigkappen stonden twee blauwe klemdekselvaten, twee jerrycans, een maatbeker en een grote witte emmer. Een klemdekselvat, de emmer en een jerrycan bevatte een olieachtige vloeistof wat indicatief werd geïdentificeerd als methamfetamine.

In de twee werkruimtes is een groot aantal goederen aangetroffen welke zijn en/of kunnen worden gebruikt voor de productie, bewerking en/of verwerking van synthetische drugs in casu methamfetamine. Er is een aanzienlijke hoeveelheid lege verpakkingen en vloeibare afvalstoffen aangetroffen welke het gevolg zijn van mogelijk eerdere productie. Voorts werden onder andere aluminium folie, kwik(II)chlonde, tolueen, dimethylsulfon, benzylmethylketon en methamfetamine aangetroffen. Deze stoffen wijzen op het produceren, bewerken en/of verwerken van methamfetamine4.

De aangetroffen verdovende middelen

In het binnenvaartschip werden stoffen in kristal of poedervorm en vloeibare substanties aangetroffen5 die door het onderzoeksteam werden bemonsterd en later werden onderzocht door het NFI6. In het proces-verbaal van verbalisant [naam 7] van 6 februari 20207 zijn de resultaten van dit onderzoek nog een keer schematisch weergegeven en daaruit en uit de daaraan ten grondslag liggende onderzoeksrapporten en processen-verbaal, is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat de volgende verdovende middelen in de [naam schip] werden aangetroffen:

V7 592 gram kristallen, het NFI heeft vastgestelde dat het gaat om methamfetamine (pagina 272 van het eind-proces-verbaal)

V28 228 gram pasta, het NFI heeft vastgestelde dat het gaat om methamfetamine (pagina 273 van het eind-proces-verbaal)
V35 239 gram bruine substantie. Niet onderzocht door NFI. Slechts indicatief getest en zal daarom niet bij het totaal worden meegerekend

C2 5340 gram poeder, het NFI heeft vastgestelde dat het gaat om methamfetamine (pagina 274 van het eind-proces-verbaal)
K1 6000 gram kristallen, het NFI heeft vastgestelde dat het gaat om methamfetamine (pagina 275 van het eind-proces-verbaal)
Totaal 12.160 gram methamfetamine


L10: Betreft de twee vuilniszakken, inhoudende 31,6 en 26,95 kilogram. Het NFI heeft vastgestelde dat het gaat om methamfetaminetartraat (pagina 274 van het eind- proces-verbaal).

Totaal: 58,55 kilogram methamfetaminetartraat

In het proces-verbaal van verbalisant [naam 7] van 6 februari 2020 is met betrekking tot methamfetaminetartraat nog opgemerkt dat methamfetaminetartraat een zout is van methamfetamine en dat het daardoor, volgens artikel I, onder 2 van de Opiumwet, wordt gelijkgesteld aan methamfetamine.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande dan ook van oordeel dat wettig en overtuigen bewezen kan worden dat op 10 mei 2019 in de [naam schip] in totaal 12,16 kilogram en 58,55 kilogram = 70,71 kilogram methamfetamine in poeder- of in kristalvorm aanwezig was.

V33 7,0 liter geelachtige vloeistof en kleurloze kristallen op de bodem. Het NFI heeft vastgesteld dat deze vloeistof methamfetamine een waterige vloeistof bevat (pagina 273 van het eind-proces-verbaal)

L3 29,7 liter geelachtige vloeistof. Het NFI heeft vastgesteld dat deze vloeistof methamfetamine bevat en de grondstof BMK (pagina 273 van het eind-proces- verbaal)

L7 60,0 liter geelachtige vloeistof, 18,01 liter gelige vloeistof en 28,01 gelige vloeistof. Het NFI heeft vastgesteld dat deze vloeistof methamfetamine bevat en de grondstof BMK (pagina 273 van het eind-proces-verbaal)
L9 5,0 liter. Bruine vloeistof met kristal-laag. Uit het dossier blijkt niet dat deze vloeistof getest is.

Op grond van het vorenstaande, te weten de vaststelling dat methamfetamine-olie vermengd was met een waterige vloeistof en de grondstof BMK én niet bekend is geworden of de 5 liter bruine vloeistof methamfetamine is of bevat, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden het voorhanden hebben van de tenlastegelegde 147,7 liter methamfetamine-olie. Wel kan naar het oordeel van de rechtbank bewezen worden dat een hoeveelheid methamfetamine-olie op het schip [naam schip] aanwezig was.

De aangetroffen DNA-sporen

In de laadruimte van het schip [naam schip] en meer in het bijzonder in de werkruimtes en het laboratorium heeft naast het onderzoek naar verdovende middelen ook een forensisch onderzoek plaatsgevonden8. Bij dat forensisch onderzoek zijn bemonsteringen uitgevoerd en sporendragers veiliggesteld. Acht sporendragers zijn aangeboden bij het TMFI voor vervolgonderzoek9, te weten:

 bemonstering binnenzijde rechter volgelaatsmasker, voorkamer SIN AAMH5638NL

 bemonstering binnenzijde linker volgelaatsmasker, voorkamer SIN AAMH5640NL

 bemonstering binnenzijde volgelaatsmasker op tafel rechterwand, lab SIN AAMH5644NL

 bemonstering linker spa flesje achter aansteker op tafel rechterwand SIN AMH5648NL

 latex handschoenen, direct na binnenkomst rechts op grond SIN AAMH5642NL

 latex handschoenen (bij elkaar) op de vloer ter hoogte van blauw vat tegen de rechter tafel aan de linkerwand SIN AAMH5651NL

 latex handschoen op rechter tafel tegen linker wand SIN AAMH5653NL

Deze sporendragers zijn vergeleken met referentiemateriaal van de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] en uit de uitgevoerde analyse is het volgende vast komen te staan:

  • -

    aan de binnenzijde van de rechter volgelaatsmasker (SIN AAMH5638NL) is een DNA profiel van een man aangetroffen. Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] en het is zeer waarschijnlijk dat [verdachte] de aangetroffen rechter volgelaatsmasker in de voorkamer gedragen heeft;

  • -

    aan de binnenzijde van de linker volgelaatsmasker (SIN AAMH5640NL) is een DNA profiel van een man aangetroffen. Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 3] . Het is zeer waarschijnlijk dat [medeverdachte 3] de aangetroffen linker volgelaatsmasker in de voorkamer gedragen heeft;

  • -

    aan de binnenzijde van de volgelaatsmasker aangetroffen in het lab (SIN AAMH5644NL) is een DNA-profiel van een man aangetroffen. Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] . Het is zeer waarschijnlijk dat [medeverdachte 2] het aangetroffen volgelaatmasker in het lab gedragen heeft;

  • -

    in de bemonstering van het linker spa flesje in het lab (SIN AAMH5648NL) is een DNA-mengprofiel aangetroffen van celmateriaal van minimaal twee donoren van wie zeker één man. [medeverdachte 3] en [verdachte] kunnen donor zijn. Het is weer waarschijnlijk dat [medeverdachte 3] en [verdachte] uit het flesje welke is aangetroffen in het lab, hebben gedronken.

  • -

    aan de binnenzijde van de blauwe handschoenen, direct na binnenkomst rechts op de grond (SIN AAMH5642NL) is een DNA-profiel van een man aangetroffen. Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] . Het is zeer waarschijnlijk dat de aangetroffen handschoen in het lab door [medeverdachte 2] gedragen is.

  • -

    aan de binnenzijde van de witte latex handschoenen aangetroffen op de vloer ter hoogte van blauw vat tegen rechter tafel aan de linkerwand is in één handschoen (SIN AMH5651NL#01) een DNA-mengprofiel aangetroffen afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren van wie zeker één man. [medeverdachte 3] kan donor zijn.

  • -

    aan de binnenzijde van de andere handschoen (SIN AAMH5651NL#02) is een DNA-profiel aangetroffen van een man. Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 3] . Het is zeer waarschijnlijk dat [medeverdachte 3] drager is van een van de twee handschoenen aangetroffen in het lab.

  • -

    aan de binnenzijde van de latex handschoen op rechter tafel tegen linker wand (SIN AAMH5653NL) is een DNA-profiel van een man aangetroffen. Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] . Het is zeer waarschijnlijk dat de aangetroffen handschoen in het lab gedragen is door [medeverdachte 2]10;

Het onderzoek aan de inbeslaggenomen telefoons

Tijdens de doorzoeking van het laboratorium en de woongedeeltes op de [naam schip] zijn meerdere mobiele telefoons inbeslaggenomen en de inhoud van deze mobiele telefoons is bekeken en onderzocht11. Uit dit onderzoek is het volgende vast komen te staan.

 Mobiele telefoon Iphone 612

Dit toestel werd aangetroffen in een tasje met daarbij het paspoort van [medeverdachte 2] . In het toestel zat een SIM-kaart met telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit nummer kwam ook voor in de contactenlijst van de telefoon die zeer vermoedelijk in gebruik was bij [verdachte] . Net als op de telefoon van [verdachte] , werden op de iPhone van [medeverdachte 2] drugsgerelateerde foto’s aangetroffen. Het drugslaboratorium/de binnenkant van motorschip ‘ [naam schip] ’ was te zien en ook de herkenbare oranje zeecontainer, de rode vloer, het groene plastic, de zelfgemaakte zeef in blauw afdruiprek, de blauwe vaten en de witte isolatiewanden zoals die in de [naam schip] werden aangetroffen. Ook waren foto’s van zeer vermoedelijk grondstoffen/substanties voor de productie van crystal meth te zien en waren vermoedelijke eindproducten crystal meth te zien op foto’s uitgespreid over de werktafels, liggend op een hand/arm van een persoon en verdeeld in de aangetroffen witte diepvriesbakken met blauwe deksels.
Enkele foto’s van deze diepvriesbakjes gevuld met crystal meth waren ook gemaakt in het voorste woongedeelte van het schip. Het voorts deel werd herkend aan het kenmerkende tafelzeil dat op tafel lag. Op de iPhone stonden tevens foto’s van geschreven aantekeningen. Eén foto betrof een opengeslagen notitieboek, wederom op hetzelfde kenmerkende tafelzeil, met daarin Spaanstalige aantekeningen. Vertaald vanuit het Spaans stond er:
“Tweede werk met D.” “11 van het bedrijf
15 april, 17 april, [...]
Honderdtien dozen in totaal + 80 gram
Verder stonden er verschillende aantallen opgeschreven met daarachter ‘100%’. De aantallen bij elkaar opgeteld maken een totaal van 110, wat overeenkomt met de Spaanse tekst over 110 dozen. Bij de laatste vier aantallen stonden er data achter geschreven: 15, 17, 19 en 22 april.

 Samsung Galaxy J613

Vermoedelijke gebruiker [verdachte] (op basis van google-account ' [verdachte] ', een op de telefoon aangetroffen selfie en een aangetroffen email betreffende een boeking van een hotel met als naam van de boeker [verdachte] .
De telefoon werd aangetroffen in het drugslaboratorium op een vrieskist.
Op de telefoon werden onder meer foto’s van een schip en zeer veel drugsgerelateerde foto’s en filmpjes aangetroffen. Tussen de foto’s werden veel overeenkomsten gevonden, zoals het schip in de haven van Moerdijk, de oranje zeecontainer, de witte isolatiewanden, de rode vloer en verschillende apparatuur/benodigdheden (ventilator, destilleerketel, afzuiging).
De overige drugsgerelateerde foto’s betroffen vermoedelijk foto’s van grondstoffen ten behoeve van de productie van crystal meth, jerrycans gevuld met vloeistoffen, bruine mengsels/substanties, delen van het productieproces en foto’s van het eindproduct crystal meth. Daarnaast stonden er op de telefoon foto’s van verschillende lijstjes: lijstjes met producten, kilogrammen, liters, procenten en andere aantallen. Op een groot deel van de foto’s waren wederom de rode vloer, de witte isolatiewanden en het groene plastic te zien.

Aan de foto’s en filmpjes zijn bepaalde gegevens gekoppeld. Zo kan uit het 'pad/path' afgeleid worden met welke applicatie de foto's/filmpjes gemaakt of verzonden zijn en of het bijvoorbeeld een screenshot is. Verder worden de dag, datum en het tijdstip waarop de ze gemaakt of verstuurd zijn door de telefoon geregistreerd.

Op basis van de data die aan de foto’s hangt, komt de volgende tijdlijn naar voren:

 12 12 december 2018 Foto ‘boodschappenlijst’ met daarop onder andere 30kg aluminium, thermometers, dozen latex handschoenen, lepels

 12 12 december 2018 Filmpje van roeren in geelbruine vloeistof/substantie in plastic bak

 12 13 december 2018 Verschillende substanties/poeders en twee kristallen in aluminiumfolie

 12 14 december 2018 Brok kristal in zeef

 12 17 december 2018 Foto’s verpakkingen 25 kg 'tartaric acid', ofwel wijnsteenzuur

 12 17 t/m 21 december 2018 Foto’s van poeders, bruine pasta, gele substanties

 12 22 december 2018 Kristallen in zeef

 12 22 december 2018 Foto’s in en op het schip de ‘ [naam schip] ’, waaronder de laadruimte met oranje zeecontainer, de werkruimte en de ruimte met gaswassers/koolstoffilters

 12 5 t/m 7 januari 2019 Kristal in maatbeker, brok helder kristal op zeef en eindproduct crystal meth

 12 3 maart 2019 Geelkleurige en heldere kristallen in zeef en eindproduct crystal meth

 12 19 t/m 24 maart 2019 Gelige substanties in maatbeker, poeder, kristallen in zeef en eindproduct crystal meth

 12 29 en 30 maart 2019 Poeder met lepel in plastic bakken, geel-/bruinkleurige vloeistof in maatbeker

 12 31 maart 2019 Brok kristal in afdruiprek met zeef

 12 6 april 2019 Foto destillatieketel

 12 9 april 2019 Poeders in plastic bakken

 12 13 en 14 april 2019 Grote brok kristal in afdruiprek met zeef. Grote hoeveelheden eindproduct crystal meth op werktafels en vervolgens in bakjes met het opschrift 100%

 12 15 april 2019 Jerrycans met bruinkleurige vloeistof

 12 21 april 2019 Foto van weegschaal op werktafel, met op het display een gewicht van 91,75kg

 12 24 april 2019 Filmpjes van grote hoeveelheden crystal meth, uitgespreid over groen plastic.

 12 Samsung Galaxy A514

De telefoon lag op het bureau in het leefgedeelte van de kapitein op het schip [naam schip] , tussen de laptop en de BQ Aquaris telefoon. Uit de onderzochte gegevens bleek dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van de telefoon en veelvuldig met die telefoon contacten had met zijn zoon. Een relevante passage uit die contacten is:
2 mei 2019
[naam 8] : “Om 7 uur komen hier spullen kom je helpen"
[naam 9] : “Nee mijn eten is bijna klaar”

[naam 8] : "Das fijn moet ik het alleen doen"
[naam 9] “Nee er zijn 3 Mexicaanse”
“Maar is al goed kom eraan”

Tussenconclusie

Op grond van het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat op het binnenvaartschip genaamd [naam schip] , eigendom van [medeverdachte 1] , in ieder geval vanaf 12 december 2018 tot 10 mei 2019 een amfetamine laboratorium is opgebouwd en in bedrijf was en dat er ook op grote schaal methamfetamine en methamfetamine-olie werd vervaardigd. Op grond van de foto’s aangetroffen op de telefoons die in gebruik waren bij de Mexicaanse verdachten en de data die aan iedere foto hangen, en met name de telefoon die in gebruik was bij [verdachte] , is de rechtbank van oordeel dat in ieder geval vanaf 3 maart 2019 foto’s te zien zijn van eindproducten die afkomstig zijn uit het productieproces van het drugslaboratorium in de [naam schip]15.

Uit de bijlage bij het opgemaakte proces-verbaal met betrekking tot het onderzoek aan de telefoon van [verdachte] volgt dat er een foto op de telefoon staat welke op 3 maart 2019 is gemaakt. [verdachte] heeft ter zitting ten aanzien van op zijn telefoon aangetroffen foto’s verklaard dat een aantal foto’s aan hem zijn toegestuurd. In het extraction rapport (bijlage 6) staat bij betreffende foto echter ‘created’, hetgeen betekent dat deze foto met zijn telefoon is gemaakt. Gelet hierop alsmede op het feit dat hiervoor geen andere verklaring door [verdachte] is gegeven, kan van het toesturen van de foto die op 3 maart 2019 is genomen geen sprake zijn. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] vanaf 1 maart 2019 op de [naam schip] aanwezig is geweest. Hierbij slaat de rechtbank ook acht op de verklaring van [verdachte] daar waar hij aangeeft foto’s te hebben gemaakt van hetgeen zij aan het doen waren op de [naam schip] en waar hij vanaf half maart 2019 verbleef.

De rol van verdachte

Verdachte heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting een grotendeels bekennende verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij in oktober 2018 met zijn broer [medeverdachte 2] en zijn vriend [medeverdachte 3] naar Nederland is gekomen om hier te werken en dat ze vanaf ongeveer half maart 2019 ook met z’n drieën werkzaamheden hebben uitgevoerd op de boot waar ze op 10 mei 2019 werden aangehouden. Verdachte heeft niet willen verklaren wie zijn opdrachtgever was. Wel heeft hij verklaard dat hij van zijn opdrachtgever via WhatsApp opdrachten ontving. Voorts heeft hij verklaard dat de drugsgerelateerde foto’s op zijn telefoon op de boot van [medeverdachte 1] zijn gemaakt en dat hij die foto’s ook heeft doorgestuurd aan zijn opdrachtgever16.

De rechtbank is op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen, waaronder met name de aangetroffen DNA-matches op volgelaatmaskers en handschoenen, en de verklaring van verdachte, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met zijn broer [medeverdachte 2] en zijn vriend [medeverdachte 3] vanaf in ieder geval 1 maart 2019 tot 10 mei 2019 in het binnenvaartschip [naam schip] op grote schaal methamfetamine hebben bereid en verwerkt, hiertoe voorbereidingshandelingen hebben verricht, in die zin dat zij grondstoffen en onderdelen van een productieopstelling voorhanden hebben gehad en ook een grote hoeveelheid methamfetamine en methamfetamine-olie voorhanden hebben gehad.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

in de periode van 1 maart 2019 tot en met 10 mei 2019 te Moerdijk,

tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt hoeveelheden van een materiaal bevattende methamfetamine en methamfetamine-olie, middelen vermeld op lijst I bij de Opiumwet;

2

hij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 10 mei 2019 te Moerdijk, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van methamfetamine en methamfetamine-olie, zijnde methamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1 voor te bereiden en te bevorderen, zich en anderen gelegenheid tot het plegen van die feiten heeft verschaft , hebbende verdachte voorwerpen en een vervoermiddel en stoffen voorhanden gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat zij

bestemd waren tot het plegen van die delicten,

immers, hebben hij, verdachte en zijn mededaders (telkens) in de voornoemde periode in voornoemde pleegplaats

- een grote hoeveelheid jerrycans en vaten en andere soorten verpakkingen met daarin grote hoeveelheden chemicaliën en grondstoffen voorhanden gehad, waaronder calcic soda, en

- meerdere onderdelen van een productieopstelling voorhanden gehad, waaronder meerdere: vrieskisten en koolstoffilters en een destillatievat en centrifuges en een elektrisch fornuis;

3

op 10 mei 2019 te Moerdijk tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 70,710 kilogram methamfetamine en een hoeveelheid methamfetamine-olie, zijnde methamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar, met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte in Nederland first offender is en ook in Mexico geen antecedenten heeft. Omdat verdachte in Mexico een karig loon ontving is hij in de verleiding gekomen om voor werkzaamheden naar Nederland te gaan en pas hier in Nederland heeft hij gehoord waaruit die werkzaamheden zouden bestaan. Voorts is aangevoerd dat verdachte maar een korte periode heeft gewerkt en voor die risicovolle werkzaamheden, voor Nederlandse begrippen maar een beperkte beloning zou krijgen. De verdediging heeft verdachte daarom betiteld als “onderknuppel” en voor wat betreft de straftoemeting heeft de verdediging een aantal uitspraken ingebracht betreffende laboratoria.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is betrapt in een omvangrijk drugslaboratorium in het ruim van het binnenvaartschip [naam schip] te Moerdijk. Dit drugslaboratorium was geschikt voor het op zeer grote schaal produceren van methamfetamine en professioneel opgezet getuige onder andere de wijze van luchtzuivering. Op het moment dat het drugslaboratorium werd ontdekt, was verdachte daar werkzaamheden aan het verrichten. Naast het drugslaboratorium werd ook een grote hoeveelheid methamfetamine en methamfetamine-olie aangetroffen en grondstoffen en voorwerpen voor de productie van methamfetamine.

De raadsman van de verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] heeft hen, bij de rol die zij hebben gespeeld bij het productieproces, aangeduid als werknemers, als ondergeschikten en de raadsman heeft daarbij zelfs de term “onderknuppels” gebruikt.

De rechtbank is ervan overtuigd dat verdachten niet de grote ‘bazen’ zijn achter dit grote laboratorium, echter zij is evenwel van oordeel dat deze verdachte niet moeten worden gezien als enkel een ondergeschikte of als één van de werkers die enkel en alleen het vieze werk doet. De rechtbank is van oordeel dat de verdediging daarmee de rol van verdachte bagatelliseert. Het is de rechtbank immers uit het verleden ambtshalve bekend geworden dat het productieproces van amfetamine en methamfetamine niet een kwestie is van chemicaliën bij elkaar voegen, roeren, opwarmen en klaar. Zeker niet. Het is een gevaarlijk chemisch proces, hetgeen ook moge blijken uit de ongelukken die de laatste jaren in illegale laboratoria hebben plaatsgevonden en waarbij ook “laboranten” om het leven zijn gekomen. Het productieproces vergt van de “laboranten” specifieke kennis en vaardigheden om op een veilige manier tot een hoogwaardig eindproduct te komen. Die specifieke kennis en vaardigheden waren bij deze verdachte zeker aanwezig. Verdachte werd immers niet voor niets speciaal voor dit laborantenwerk overgevlogen vanuit Mexico naar Nederland, juist omdat in Mexico die specifieke knowhow aanwezig is. Daarnaast is ook gebleken dat verdachte en zijn Mexicaanse mededaders in staat waren om te komen tot hoogwaardige eindproducten. Zij waren het immers zelf die vol trots die eindproducten op foto’s hebben vastgelegd, mede ook, zoals [verdachte] zelf heeft verklaard, om hun opdrachtgevers te informeren en tevreden te stellen.

Voor wat betreft de stof methamfetamine of chrystal meth zoals het ook wel wordt genoemd, kan worden gesteld dat dit wellicht de meest gevaarlijke drug is die momenteel op de markt wordt gebracht. Een kleine zoektocht op het internet is voldoende om het gevaar voor de volksgezondheid van die drug in beeld te brengen. Chrystal meth werkt bijzonder verslavend en deze drug heeft op de mens een bijna verwoestende uitwerking.

Verdachte heeft bewust zijn medewerking verleend aan het productieproces en heeft daarmee indirect de volksgezondheid in gevaar gebracht. Het mag dan zo zijn dat het leven in Mexico voor verdachte niet makkelijk was en dat de verleiding voor hem ook groot was om tegen een voor Mexicaanse begrippen vorstelijk salaris deze werkzaamheden in Nederland uit te voeren. Dat mag echter naar het oordeel van de rechtbank geen excuus zijn en de rechtbank houdt verdachte met zijn mededaders te volle verantwoordelijk voor hetgeen op 10 mei 2019 in de haven van Moerdijk werd aangetroffen.

Op grond van dit alles is de rechtbank van oordeel dat, rekening houdend ook met de straffen die in soortgelijke gevallen doorgaans worden opgelegd, een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.

Rekening houdend daarnaast met het gegeven dat verdachte ver van huis en ver van zijn familie zijn detentie dient te ondergaan, zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 48 maanden. Bij de bepaling van deze straf is de rechtbank ervan uitgegaan dat de drie bewezenverklaarde feiten in eendaadse samenloop zijn gepleegd.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij de [naam 10] vordert een schadevergoeding van € 33.653,56. Ter onderbouwing van die vordering is aangevoerd dat ter voorkoming van milieuschade (afwenden zinken van het schip) de [naam 10] het met drugsafval vervuilde bilgewater uit het ruim van het vrachtschip [naam schip] heeft moeten leegpompen en voorts dat dit vervuilde water moest worden afgevoerd door een gespecialiseerde aannemer en dat de vervuilde kade moest worden gereinigd.

De rechtbank heeft geconstateerd dat de verdachten in deze zaak op 10 mei 2019 om 13.25 uur door de politie zijn aangehouden en dat het schip [naam schip] tijdens de ontmanteling van het drugslaboratorium plotseling water ging maken, waardoor het nodig was om in te grijpen. Aanvankelijk bestond het vermoeden dat door verdachten in het schip een boobytrap was aangebracht en dat het vollopen/zinken van het schip veroorzaakt werd door die boobytrap. Uit onderzoek door de politie is echter vast komen te staan dat er van een boobytrap geen sprake was en dat aan boord van het schip een pomp was aangezet. Voorts is niet gebleken dat het mogelijk was om die pomp op afstand te activeren. De rechtbank concludeert uit het vorenstaande dat het laten onderlopen van het schip [naam schip] heeft plaatsgevonden op het moment dat op het schip beslag was gelegd door justitie en onderhavige verdachten al in verzekering waren gesteld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de door de [naam 10] gevorderde schade veroorzaakt is door het handelen van deze verdachte en daarmee ook niet een rechtstreeks gevolg is van de bewezenverklaarde feiten. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

feit 3: Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

terwijl bij de feiten 1, 2 en 3 van eendaadse samenloop in de zin van artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht sprake is.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 48 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [naam 10] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam 10] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Dekker en mr. Fleskens, rechters, in tegenwoordigheid van Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 maart 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met onderzoeksnummer ZB2RO19048 Diemme van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 1573. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 38 van voornoemd eind-proces-verbaal

2 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 36 van voornoemd eind-proces-verbaal

3 Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs, pagina 262 van voornoemd eind-proces-verbaal

4 Het proces-verbaal bevindingen van het LFO, pagina 110 van voornoemd eind-proces-verbaal

5 Het eindproces-verbaal van het LFO, pagina 175 van voornoemd eind-proces-verbaal

6 Het rapport van het NFI, pagina 262 van voornoemd eind-proces-verbaal

7 Het aanvullend proces-verbaal van [naam 7] van het LFO, gedateerd 6 februari 2020

8 Het proces-verbaal van het forensisch onderzoek, pagina 74 van voornoemd eind-proces-verbaal

9 Het proces-verbaal forensische opsporing, pagina 435 van het eind-proces-verbaal

10 Het deskundigenonderzoek van het MFI d.d. 11 november 2019

11 Proces-verbaal van doorzoeking, pagina 284 van voornoemd eind-proces-verbaal en het proces-verbaal van doorzoeking, pagina 300 van voornoemd eind-proces-verbaal

12 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 541 van voornoemd eind-proces-verbaal

13 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 671 van voornoemd eind-proces-verbaal

14 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 791 van voornoemd eind-proces-verbaal

15 Proces-verbaal van bevindingen, onderzoek telefoon Samsung Galaxy J6, pagina’s 673 en 674 van het eind-proces-verbaal

16 De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 11 februari 2020