Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2019:5972

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-12-2019
Datum publicatie
09-01-2020
Zaaknummer
C/02/362453 JERK 19-1626
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing deel verzoek gesloten machtiging uithuisplaatsing in verband met niet langer beschikbaar zijn passende plek. Ook elders geen geschikte plek voorhanden op korte termijn. Inspanningsverlichting gemeente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2020/27.17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaakgegevens : C/02/362453 / JE RK 19-1626

datum uitspraak:

nadere beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE RUCPHEN,

hierna te noemen het College,

betreffende

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

bijgestaan door mr. T van Riel, de advocaat.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[minderjarige 1] , voornoemd,

[belanghebbende 1] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende te St. Willebrord,

[belanghebbende 2] ,

hierna te noemen de vader,

wonende te St. Willebrord.

Het verder procesverloop

Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 6 september 2019 en alle daarin genoemde stukken;

- een e-mailbericht met bijlagen van het College van 6 november 2019;

- een brief met bijlagen van het College van 6 november 2019, ingekomen bij de griffie van deze rechtbank op 11 november 2019;

- een e-mailbericht van mr. T. van Riel van 13 november 2019.

Op 21 november 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting – met gesloten deuren –behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [minderjarige 1] , die ook apart is gehoord in het bijzijn van zijn advocaat,

- de moeder,

- de vader,
- twee vertegenwoordigsters van het College.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de ouders.

[minderjarige 1] verblijft bij De Vliethoeve van Juzt.

Bij beschikking van 6 september 2019 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [minderjarige 1] verleend tot uiterlijk 6 december 2019. Het resterende verzoek is aangehouden.

Het aangehouden verzoek


Het College heeft in de aangehouden zaak in eerste instantie verzocht om een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [minderjarige 1] te verlenen tot uiterlijk 6 maart 2020.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft het College het verzoek beperkt, in die zin dat wordt verzocht het restant van het verzoek toe te wijzen tot en met 31 december 2019.

Bij het oorspronkelijke verzoek zijn een verleningsbeslissing gesloten jeugdhulp door het College en een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper overgelegd.

De ouders stemmen in met het verblijf in een gesloten accommodatie tot uiterlijk

31 december 2019.

Het standpunt van de verzoeker

De vertegenwoordigsters van het College hebben ter zitting in aanvulling op het schriftelijke voortgangsverslag de volgende toelichting gegeven. Inmiddels is duidelijk geworden dat De Vliethoeve per 31 december 2019 zal sluiten. In de afgelopen periode is er nagedacht over een plan van aanpak voor de komende periode, waarbij een groot aantal mogelijke vervolgplekken in overweging zijn genomen. De ouders hebben een WLZ-aanvraag gedaan. Dit is nodig om een zorgaanbieder te vinden waar [minderjarige 1] langdurig kan verblijven. Helaas is er op dit moment nog geen zicht op een perspectiefbiedende vervolgplek voor [minderjarige 1] . Op 22 november 2019 ontvangen de ouders bericht van Titurel of [minderjarige 1] daar kan worden geplaatst. Opgemerkt wordt dat dit een perspectiefbiedende plek betreft, maar dat er sprake is van forse wachtlijstproblematiek. Een tijdelijke overbruggingsplek zal om die reden onvermijdelijk en daarom noodzakelijk zijn. Een tijdelijke (gesloten) vervolgplek bij Almata is geen optie, omdat [minderjarige 1] dan drie keer zal moeten wisselen van verblijfplaats. De Vliethoeve heeft geadviseerd om [minderjarige 1] zo min mogelijk te belasten met overplaatsingen. Daarnaast is een plaatsing in een gesloten setting na 31 december 2019 niet in het belang van [minderjarige 1] , omdat hem onvoldoende maatwerk kan worden geboden. Een mogelijkheid ten aanzien van een overbruggingsperiode is dat [minderjarige 1] gedurende die periode tijdelijk in de thuissituatie van de ouders verblijft, waarbij de ouders ondersteuning krijgen van de hulpverlening. Naast het vinden van een geschikte vervolgplek, is er inmiddels een begin gemaakt om hulpverlening in de thuissituatie van de ouders mogelijk te kunnen maken voor het geval een overbrugging daar nodig blijkt te zijn. Daarover zal binnen de gemeente nog verder overleg moeten plaatsvinden. De vertegenwoordigsters van het College realiseren zich dat het noodzakelijk is dat er tijdig een geschikte vervolgplek wordt gevonden voor [minderjarige 1] en dat, indien dit niet haalbaar is, er dan hulpverlening wordt geregeld in de thuissituatie van de ouders.

De standpunten van de belanghebbenden

De minderjarige [minderjarige 1] heeft, afzonderlijk gehoord, het volgende aangegeven. Hij heeft aangegeven dat hij kan instemmen met een machtiging gesloten jeugdhulp tot de sluiting van De Vliethoeve, te weten tot 31 december 2019. Hoewel een gesloten setting niet leuk is, merkt [minderjarige 1] dat hij baat heeft bij de structuur die hem daar wordt geboden. Op dit moment probeert [minderjarige 1] zich te focussen op zijn eigen ontwikkeling. Echter, vanwege de aankondiging van de sluiting van De Vliethoeve hangt er een aparte sfeer die onrust veroorzaakt in de instelling. [minderjarige 1] maakt zich zorgen over het feit dat er thans nog steeds geen geschikte vervolgplek beschikbaar is. Hij stelt, onder verwijzing naar de beschikking van de kinderrechter van 6 september 2019, dat er in de afgelopen drie maanden een concreet plan van aanpak moest worden opgesteld, zodat er duidelijk zou komen over een vervolgplek en de in te zetten hulpverlening. Helaas is er nog steeds geen duidelijkheid over een geschikte vervolgplek. Wel zijn er contacten gelegd met verschillende instellingen, waaronder Titurel in Putte. Dit zou een geschikte definitieve plek kunnen zijn. Wel is daar sprake van wachtlijstproblematiek, waardoor [minderjarige 1] daar pas over één jaar terecht zou kunnen, indien hij een akkoord krijgt voor een plaatsing daar. [minderjarige 1] heeft de wens om in de toekomst zelfstandig begeleid te wonen. Hij realiseert zich dat hij nog een aantal stappen zal moeten zetten om dat resultaat te kunnen bewerkstelligen.

Door de advocaat is ter zitting namens [minderjarige 1] bevestigd dat hij inderdaad kan instemmen met een machtiging gesloten jeugdhulp tot de sluiting van De Vliethoeve. Ten gevolge van de sluiting van De Vliethoeve zit [minderjarige 1] – en met hem veel andere minderjarigen – in een vervelende situatie. Hoewel de ouders niet zullen toestaan dat [minderjarige 1] op straat komt te staan of naar een ongeschikte plek moet verhuizen, kan [minderjarige 1] niet zomaar in hun thuissituatie worden geplaatst. Daarvoor is hulpverlening en ondersteuning vanuit de gemeente nodig, zoals gesteld door de ouders. Hopelijk komt er zo spoedig mogelijk duidelijkheid voor [minderjarige 1] .

De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij kan instemmen met een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige 1] tot de sluiting van De Vliethoeve. Hoewel De Vliethoeve officieel op 31 december 2019 haar deuren sluit, zullen alle minderjarigen De Vliethoeve op 20 december 2019 verlaten middels een verlofregeling. De sluiting wordt betreurd, omdat de gesloten setting bij De Vliethoeve goed aansluit bij de behoeften van [minderjarige 1] . Dit heeft te maken met de omstandigheid dat De Vliethoeve een aangepast programma heeft samengesteld voor [minderjarige 1] , waarbij rekening is gehouden met zijn problematiek. Almata kan een soortgelijk programma niet bieden. Bovendien is de verwachting dat na de sluiting van De Vliethoeve een grote groep minderjarigen bij Almata terecht komt. [minderjarige 1] is gebaat bij een kleinschalige setting. Overeenkomstig het advies van de betrokken partijen zullen de ouders geen toestemming verlenen voor een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige 1] ten aanzien van de periode ná 31 december 2019.

De vader heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat hij achter een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige 1] staat tot 31 december 2019. Gezien wordt dat de gesloten setting bij De Vliethoeve aansluit bij de behoeften van [minderjarige 1] , omdat zij in staat zijn om maatwerk te leveren. Vanwege de sluiting van De Vliethoeve moet er worden gekeken naar een geschikte vervolgplek. De vader betreurt dat er tot op heden nog geen concreet plan van aanpak voorhanden is, ondanks de uitdrukkelijke opdracht van de kinderrechter in de laatste beslissing. Het is heel moeilijk gebleken om een vervolgplek voor [minderjarige 1] te vinden gelet op zijn complexe problematiek. Daarbij komt dat er ongeveer 500 andere minderjarigen moeten worden overgeplaatst met forse wachtlijstproblematiek als gevolg. Inmiddels is er een geschikte perspectiefbiedende plek gevonden, te weten Titurel. Wel wordt de kanttekening geplaatst dat daar momenteel sprake is van een wachtlijst van één jaar. Op 22 november 2019 zal bekend worden of [minderjarige 1] daar geplaatst kan worden. Indien dat mogelijk is, zal er nog wel een tijdelijke vervolgplek moeten worden gevonden ter overbrugging. Gelet op de complexe problematiek van [minderjarige 1] moeten de wisselingen van verblijf worden beperkt tot het minimum. Voorkomen moet worden dat [minderjarige 1] door meerdere overplaatsingen beschadigd wordt. Eerdere ervaringen hebben uitgewezen dat een tijdelijke thuisplaatsing van [minderjarige 1] in principe niet aan de orde kan zijn. Echter, gelet op de actuele stand van zaken is de verwachting dat een passende oplossing op korte termijn niet haalbaar zal zijn. Dit betekent dat een tijdelijke thuiskomst van [minderjarige 1] onvermijdelijk is. Indien [minderjarige 1] een periode thuis zal moeten overbruggen, zullen er maatregelen moeten worden getroffen, zodat voor alle gezinsleden de veiligheid in de thuissituatie kan worden gewaarborgd. In dit kader is hulpverlening vanuit de gemeente gedurende 8 tot 10 uur per dag noodzakelijk. Ook moet een zorgboerderij geregeld worden. Daarbij dienen er aanpassingen te worden verricht aan de woning, de materialen liggen klaar, maar er is mankracht nodig. Afgelopen dinsdag heeft de vader daar een gesprek over gevoerd met de gemeente.

De nadere beoordeling

De kinderrechter overweegt als volgt.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat alle betrokkenen het erover eens zijn dat een voortzetting van de gesloten jeugdhulp bij De Vliethoeve voor [minderjarige 1] nog steeds noodzakelijk is, gelet op de grote zorgen die er zijn. Deze zorgen hebben betrekking op zijn kindeigen problematiek (ASS, gedragsstoornis NAO, ADHD gecombineerd type en een disharmonisch intelligentieprofiel) en de risico’s die deze problematiek tot gevolg heeft, onder meer bestaande uit wegloopgedrag en geweldsescalaties. [minderjarige 1] kent een lange geschiedenis van hulpverlening en eerdere plaatsingen in open residentiële settingen zijn beëindigd, omdat men [minderjarige 1] niet de hulp kon bieden die hij nodig heeft.

Hoewel [minderjarige 1] begrijpelijkerwijs liever meer vrijheden heeft, wordt gezien, ook door hemzelf, dat hij veel baat heeft bij de rust, regelmaat en structuur die hem bij De Vliethoeve wordt geboden. De Vliethoeve biedt een specifieke benadering van [minderjarige 1] , afgestemd op zijn behoeftes. Zo wordt hem onder andere veel nabijheid van de groepsleiding geboden, heeft hij een aangepast dagprogramma, mag hij zijn ouders bellen als de spanning bij hem hoog oploopt en is de inpandigheid voor [minderjarige 1] na een aantal dagen opgeheven, omdat het voor hem belangrijk is om naar buiten te gaan en te bewegen.

Voor [minderjarige 1] is nodig dat hij het bij De Vliethoeve ingezette traject kan afronden en geleidelijk een overgang kan maken naar een bij hem passende en perspectief biedende vervolgsetting, waar hij kan werken aan zelfstandigheid.

Ingeschat wordt dat de resterende duur van de gesloten machtiging (in ieder geval) nodig is om het gewenste resultaat te bereiken.

In beginsel zou het verzoek daarmee voor toewijzing gereed liggen.

Echter, inmiddels is gebleken dat De Vliethoeve uiterlijk per 31 december 2019 zal sluiten. Dit betekent voor [minderjarige 1] dat hij zijn behandeling daar niet kan afronden.

De Vliethoeve adviseert om [minderjarige 1] na de sluiting door te laten stromen naar een open plek waar hij kan blijven totdat hij geplaatst kan worden op een perspectief biedende plek.

Voor [minderjarige 1] is het namelijk belangrijk dat er zo weinig mogelijk wisselingen plaatsvinden in zijn verblijfplek. Mocht een gesloten machtiging worden afgegeven, dan wordt geadviseerd [minderjarige 1] te plaatsen bij Almata.

Het College, de ouders en [minderjarige 1] zijn het erover eens dat het voortzetten van de gesloten machtiging bij Almata niet in het belang van [minderjarige 1] is. Dit betekent dat [minderjarige 2] een extra wisseling moet meemaken, wat voor veel onrust bij [minderjarige 1] zorgt en waarbij betwijfeld wordt of Almata de voor [minderjarige 3] benodigde specifieke individuele aanpak kan bieden. Daar komt bij dat Almata veel van de gesloten geplaatste jongeren die niet langer bij De Vliethoeve kunnen verblijven zal gaan opvangen en daaraan de handen vol zal hebben.

Het College heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven per 31 december 2019 voor [minderjarige 1] geen perspectief biedende plek beschikbaar te hebben waar hij terecht kan. Ook is er geen passende overbruggingsplek voor hem.

De kinderrechter heeft in de vorige beschikking van 6 september 2019 overwogen dat van het College verwacht mag worden dat er bij een verzoek tot machtiging gesloten plaatsing een concreet en goed gemotiveerd plan van aanpak ligt, omdat duidelijkheid dient te bestaan over wat er in de komende periode gaat gebeuren met [minderjarige 1] , en dan meer specifiek waar hij zal worden geplaatst en welke hulpverlening wordt ingezet. De kinderrechter heeft daarbij opgemerkt dat het moeilijk uit te leggen is aan [minderjarige 1] en zijn ouders dat onzekerheid bestaat over de wijze waarop de bescherming in de komende periode aan [minderjarige 1] zal worden geboden.

Het is uiterst betreurenswaardig dat op dit moment geconstateerd moet worden dat er in plaats van een dergelijk concreet plan van aanpak, alleen maar veel meer onduidelijkheid voor [minderjarige 1] en zijn ouders is ontstaan. Door de sluiting van De Vliethoeve stagneert niet alleen het positieve traject dat door [minderjarige 1] is ingezet, maar is er weer een periode van grote onzekerheid voor [minderjarige 1] en zijn ouders aangebroken. Op korte termijn lijkt, gelet op de problematiek van [minderjarige 1] , een passende overbruggingsplek niet beschikbaar en voor eventuele geschikte perspectief biedende plekken geldt een (jarenlange) wachtlijst.

Dit betekent naar alle waarschijnlijkheid dat er voor [minderjarige 1] na de sluiting van De Vliethoeve geen geschikte residentiële plek is en hij (wederom) door zijn ouders opgevangen zal moeten worden, omdat hij anders op straat staat.

Deze gang van zaken is niet uit te leggen aan [minderjarige 1] , zijn ouders en de maatschappij. Er is sprake van heftige gedragsproblematiek en grensoverschrijdende agressieproblematiek.

[minderjarige 1] beleeft de wereld als zeer complex en heeft grote moeite overzicht te houden. Wanneer hij de situatie niet meer overziet, reageert hij met externaliserende gedragsproblemen. [minderjarige 1] wordt door zijn disharmonisch intelligentieniveau constant overvraagd, wat zorgt voor spanning/ frustratie en dit mondt geregeld uit in escalaties.

Wanneer [minderjarige 1] thuis is, moeten de ouders hem continu begeleiden en aansturen om onveilige situaties te voorkomen. [minderjarige 1] heeft permanent toezicht nodig. Thuis laat [minderjarige 1] , die inmiddels 17 jaar is en een flink postuur heeft, geregeld verbaal en fysiek grensoverschrijdend gedrag zien. Het is voor de ouders eigenlijk niet haalbaar om [minderjarige 1] vaker dan eenmaal per vier weken een weekend thuis te hebben. Voor zijn jongere broertje is het onveilig om met [minderjarige 1] alleen in huis te zijn.

Vanaf dat [minderjarige 1] vier jaar oud is wordt hij intensief behandeld. Sinds zijn tiende jaar is [minderjarige 1] in residentiële settingen geplaatst, omdat thuis blijven wonen niet haalbaar was. In het verleden is meerdere malen geprobeerd om [minderjarige 1] in de thuissituatie te laten wonen, maar dit is telkens niet gelukt.

De ouders geven aan dat in het geval [minderjarige 1] weer thuis komt, zij dagelijks uitgebreide ondersteuning nodig hebben van zorgverleners en dat in verband met de veiligheid van het gezin aanpassingen in de woning verricht zullen moeten worden. Zij verwachten dat de gemeente hen hierin zal bijstaan.

Vastgesteld moet worden dat het systeem in dit geval faalt om [minderjarige 1] , een kwetsbare minderjarige, te beschermen en hem een passende plek te bieden om op te groeien en de benodigde behandeling te ondergaan.

Weliswaar blijkt dat het College inspanningen heeft verricht om een geschikte vervolgplek voor [minderjarige 1] te vinden, maar het stelt daarbij afhankelijk te zijn van derden, waarbij wachtlijsten en het ontbreken van een geschikt aanbod belemmerend werken. Feitelijk zal [minderjarige 1] daarom zeer waarschijnlijk na de sluiting van De Vliethoeve door de ouders opgevangen moeten worden en komt de last van het eerder genoemde falen van het systeem volledig op hun schouders terecht. De hulpvragen van de ouders in het geval dat [minderjarige 1] thuis moet gaan wonen zijn bij het College bekend en worden door het College intern besproken. Tijdens de mondelinge behandeling kon geen duidelijkheid worden verschaft over de toekenning van de verzochte ondersteuning.

De kinderrechter benadrukt dat op het College een inspanningsverplichting rust om een passende en veilige plek voor [minderjarige 1] te realiseren. Het College zal daarom niet alleen moeten blijven zoeken naar een op zo kort mogelijke termijn beschikbare en geschikte plek voor [minderjarige 1] , maar daarnaast ook de ouders moeten faciliteren bij het tijdelijk thuis laten wonen van [minderjarige 1] . Het is aan het College de benodigde ondersteuning tijdig te verzorgen en de daarvoor vereiste middelen vrij te maken en er voor te zorgen dat de veiligheid van [minderjarige 1] , zijn gezinsleden en de maatschappij gewaarborgd is.

De kinderrechter kan, naast het overwegen van het vorenstaande, echter niets anders doen dan beslissen op het verzoek van het College.

De kinderrechter zal, gelet op het vorenstaande, de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen en de duur van de machtiging beperken, en wel tot de sluiting van De Vliethoeve, te weten met ingang van 6 december 2019 tot uiterlijk 31 december 2019. Het resterende deel van het aangehouden verzoek zal, hoewel nog steeds noodzakelijk worden afgewezen vanwege het ontbreken van een passende plek en daarmee de toestemming van de ouders na genoemde datum.

Dit betekent dat als volgt wordt beslist.

De beslissing


De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [minderjarige 1] tot het moment van de sluiting van De Vliethoeve, te weten van 6 december 2019 tot uiterlijk 31 december 2019;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R. Combee, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

mr. Z.A.M. Visvalingam als griffier en in het openbaar uitgesproken op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
's-Hertogenbosch