Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2019:5440

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-12-2019
Datum publicatie
14-01-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 994
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2020:4116, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting / controle d.m.v. geldsteekproef

De rechtbank oordeelt dat bepaalde uitgaven (deels) geen zakelijk belang hebben gediend. En voorts dat de inspecteur met de geldsteekproef aannemelijk heeft gemaakt dat de in de administratie gevonden fouten twijfel rechtvaardigen over de zakelijkheid van een bepaald bedrag aan kosten. Nu belanghebbende vervolgens niet met tegenbewijs is gekomen, is het beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 14-01-2020
V-N Vandaag 2020/118
FutD 2020-0193
NTFR 2020/690 met annotatie van mr.dr. R.M.P.G. Niessen-Cobben
Belastingadvies 2020/8.3
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 19/994

uitspraak van 5 december 2019

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , statutair gevestigd te [plaats] ,

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2013 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [aanslagnummer] .V.37.0112) vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 125.795 en bij gelijktijdige beschikking belastingrente in rekening gebracht tot een bedrag van € 5.598.

1.2.

De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 16 januari 2019 de navorderingsaanslag en de rentebeschikking gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 26 februari 2019, ontvangen bij de rechtbank op 27 februari 2019, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 345.

1.4.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De inspecteur heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan belanghebbende.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2019 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, mr. S.P. Meere, verbonden aan Witlox VCS te Breda, en namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , [inspecteur 3] en [inspecteur 4] .

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1.

Alle aandelen in belanghebbende worden gehouden door de heer en mevrouw [A] . Belanghebbende vormt een fiscale eenheid voor de Vpb met twee vennootschappen waarvan belanghebbende 100%-aandeelhouder is, te weten [Kraamzorg BV] (hierna: Kraamzorg) en [Borstvoedingscentrum BV] (hierna: Borstvoedingscentrum) Kraamzorg verleent kraamzorg en Borstvoedingscentrum exploiteert een adviescentrum dat met name cursussen geeft over borstvoeding.

2.2.

De zoon van de enig aandeelhouders van belanghebbende is in dienst van Kraamzorg. Hij drijft tevens de eenmanszaak [de eenmanszaak] (hierna: de eenmanszaak).

2.3.

De primitieve aanslag over het onderhavige jaar is berekend naar een belastbaar bedrag van € 41.801.

2.4.

Bij belanghebbende heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden naar, onder meer, de aanvaardbaarheid van de aangifte Vpb 2013. Het boekenonderzoek is aangevangen op 17 april 2015 en het rapport boekenonderzoek is gedateerd 31 mei 2018. In dit rapport boekenonderzoek staat onder meer:

“(…)

3 Geïntegreerde steekproef

3.1.

Statistische steekproef op de uitgaven

De juistheid van de fiscale behandeling van de uitgaven is gecontroleerd met behulp van een statistische steekproef, die bekend staat als de geldsteekproef.

(…)

3.1.1

Uitgangspunten

Bij de inrichting van de steekproef is –met het oog op de gewenste efficiëntie– het zo snel mogelijk goedkeuren van de populatie als uitgangspunt gehanteerd. In navolging op hetgeen binnen accountantskringen gebruikelijk is, is daarbij uitgegaan van een betrouwbaarheid van 95%.

Bij de trekking van de steekproef is verder uitgegaan van een materialiteit van € 120.000. De controletolerantie is gelijkgesteld aan de materialiteit. Verder is uitgegaan van een nulfoutenwaardering. Een en ander heeft geleid tot een interval van € 40.000.

3.1.2

Populatie en trekking

De steekproef is getrokken uit een populatie die bestaat uit uitgaven. Daarbij is gebruik gemaakt van cell sampling.

(…)

Als basis voor de samenstelling van de populatie worden de boekingen aan de creditzijde van de grootboekrekening 1606, Crediteuren in het dagboek 005, Inkoop genomen. Deze boekingen worden aangevuld met boekingen in de financiële dagboeken die zien op de uitgaven die direct bij de betaling geboekt zijn op de van toepassing zijnde grootboekrekeningen en dus buiten de crediteuren zijn gebleven.

(…)

De totale populatie bestaat uit 2.812.567 euro’s, waaruit aselect 72 geldeenheden ter controle zijn geselecteerd. Deze 72 geldeenheden maken deel uit van 50 boekingen.

3.1.3

Bevindingen

De controle van de geselecteerde geldeenheden heeft geleid tot de volgende bevindingen:

3.1.3.1 Brandstofkosten [belanghebbende]

(…) Het totaalbedrag van de nota bedraagt € 304,01. (…) Het bedrag voor de [Ford] met kenteken [kenteken] bedraagt € 104,32. De zakelijkheid van deze kosten kon niet worden aangetoond. De getrokken geldeenheid kan derhalve niet volledig worden goedgekeurd. De omvang van de foutfractie bedraagt 0,3432.

3.1.3.2 Kosten midweek [X] [Kraamzorg BV]

Boekstuknummer 15131(regel 609) heeft betrekking op een boeking van [hotel X] , geboekt op Representatiekosten. Het totaalbedrag van de nota bedraagt € 695,85.

Het betreft een factuur voor hotelovernachtingen voor een midweek te [X] . (…)

Door deze medewerkers zijn in een later stadium getekende verklaringen overgelegd. Hierin is door hen verklaard dat er op 12 en 13 maart (dus slechts 2 van de 4 midweekdagen) een samenwerkingsgesprek is gevoerd met enkel mevrouw [A] .

Voordat de schriftelijke verklaringen beschikbaar kwamen, is door belastingplichtige gesteld dat ook de heer [A] bij de besprekingen aanwezig is geweest. Thans staat vast dat dit niet zo is. Als vervangende verklaring voor de aanwezigheid van de heer [A] tijdens de gehele midweek is aangegeven dat de heer [A] diverse ziekenhuizen / zakelijke relaties in de regio heeft bezocht. De heer [A] heeft tijdens de bespreking op 21 oktober 2016 geen namen/adressen van deze relaties kunnen geven. In zijn thans beschikbare agenda zijn in die dagen geen zakelijke afspraken opgenomen, noch zijn er zakelijke ritten verantwoord door de heer [A] in die midweek.

(…)

De belastingdienst is van mening dat de onderbouwing van overgelegde stukken en verklaringen onvoldoende is om de volledige kosten als zakelijke kosten te kunnen accepteren. (…)

Voor 25% van de uitgave kan de zakelijkheid worden aangetoond. Voor 75% van de uitgave kon de zakelijkheid derhalve niet worden aangetoond.

De getrokken geldeenheid kan derhalve niet volledig worden goedgekeurd. De omvang van de foutfractie bedraagt 0,7500.

3.1.3.3 Kosten sponsoring [Kraamzorg BV]

(…) Het totaalbedrag van de nota bedraagt € 1.881,10.

Het betreft een factuur voor de sponsorbijdrage december 2013 van [de eenmanszaak] . In 2013 zijn 13 facturen inzake de maandelijkse sponsorbijdrage betaald, dus een totaalbedrag van € 22.571.

(…)

In de brief, welke via de mail op 21-10-2015 is ontvangen, antwoordt mevrouw [B] als volgt: ‘ [Kraamzorg BV] maakt reclame voor haar activiteiten. Zij doet dit o.a. via een reclamebord en een paardentrailer met [Kraamzorg BV] logo bij [de manage] . (…)

Tijdens de bespreking op 23 oktober 2015 licht de heer [A] toe dat de kosten van sponsoring zien op het deelnemen aan paardenconcoursen door [de eenmanszaak] in de regio. Hij heeft destijds voor deze wijze van sponsoring gekozen mede vanwege zijn eigen affiniteit met de paardensport. (…) Alle paarden dragen de naam [Kraamzorg BV] in zich, welke namen bij aanvang van een parcours worden afgeroepen. Ook zou de heer [A] tijdens de concoursen contacten leggen met potentiële klanten. (…)

De hoogte van het sponsorbedrag is volgens de heer [A] bepaald aan de hand van bedragen welke in de branche (lees: paardensport) gebruikelijk zijn. Een onderbouwing hiervan is er niet. Verder geeft hij aan dat de bijdrage zijn gebaseerd op een mondelinge afspraak tussen de BV en [de eenmanszaak] (lees: tussen vader en zoon). Er is geen sponsorcontract opgemaakt, waarin onder andere de rechten en plichten rondom de sponsoring worden vastgelegd, terwijl je dat bij sponsoring, van deze omvang naar de mening van de Belastingdienst, wel degelijk mag verwachten. (…)

Voor het verkrijgen van clientèle / naamsbekendheid, is [Kraamzorg BV] blijkbaar niet afhankelijk van grootschalige reclame/sponsoring. Het sponsorbudget betreft enkel de uitgaven die worden gedaan aan [de eenmanszaak] , waardoor slechts een selectieve en beperkte groep wordt bereikt als de naamsbekendheid al wordt vergroot.

Volgens belanghebbende dragen alle paarden de naam “ [Kraamzorg BV] ” in zicht. Dat is niet onderbouwd. Wij hebben de website van [de eenmanszaak] bekeken. Nergens op deze website vindt een verwijzing plaats naar (hoofdsponsor) [Kraamzorg BV] .

Van de zakelijke contacten die gelegd zouden worden tijdens hippische evenementen zijn geen concrete voorbeelden genoemd. Daarbij kan aanvullend nog vastgesteld worden dat het investeren in naamsbekendheid middels sponsoring in de paardensport in een wel zeer ver verwijderd causaal verband staat van de feitelijke bedrijfsactiviteiten van [Kraamzorg BV] (lees: het genereren van omzet middels kraamzorg in ruime zin aan aanstaande moeders). (…)

Dit gezien de verwevenheid tussen de heer en mevrouw [A] en [de eenmanszaak] . Deze verwevenheid bestaat uit de relatie (ouders – kind), [A] is in loondienst bij [Kraamzorg BV] , de heer en mevrouw [A] hebben persoonlijke affiniteit met de paardensport en bezitten in privé paarden welke worden verzorgd door [de eenmanszaak] , uit de agenda van mevrouw [A] blijkt dat ze persoonlijk betrokken is bij [de eenmanszaak] (…)

Belastingplichtige is niet geslaagd in het aannemelijk maken van de zakelijkheid van de uitgave. Voor de gehele uitgave kon de zakelijkheid niet worden aangetoond. De getrokken geldeenheid kan derhalve niet worden goedgekeurd.

Omdat echter is afgesproken dat slechts 80% van de uitgave zal worden gecorrigeerd, bedraagt de omvang van de foutfractie 0,8000.

(…)

3.1.4

Evaluatie

De geldsteekproef is uitgevoerd met als doel de onderzochte populatie zo snel mogelijk goed te keuren. Goedkeuring van de populatie is mogelijk indien de maximale omvang van de som van de fouten (de zogenaamde maximale fout) het bedrag van de materialiteit niet overschrijdt.

Ten aanzien van 17 boekingen is geconcludeerd dat goedkeuring (nog) niet mogelijk is; (…)

De berekende maximale fout binnen de populatie bedraagt € 245.418 en overstijgt daarmee het bedrag van de materialiteit (€ 120.000). Onder deze omstandigheden kan de onderzochte populatie –als gevolg van de daarin voorkomende fouten– niet worden goedgekeurd.

3.1.5

Gevolgschade per belastingmiddel

Aan belastingplichtige is gedurende het onderzoek gelegenheid geboden om onderzoek te doen naar de exacte omvang van het bedrag aan fouten binnen de populatie. Belastingplichtige heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

(…)

De berekening van de gevolgschade per belastingmiddel is opgenomen in het onderstaande overzicht.

nr.

Boekwaarde

VPB

IB

593

€ 304,01

0,34

15131

€ 695,85

0,75

19958

€ 1.881,10

0,80

(…)

Totaal taint

1,89

(…)

Interval

€ 40.000

(…)

Totaal gevolgschade

€ 75.600

(…)

(…)”

2.5.

Bij het opleggen van de navorderingsaanslag is, naast het in 2.4 genoemde bedrag van € 75.600, een correctie aangebracht van € 8.394 aan autokosten.

2.6.

Ter zitting heeft de inspecteur nog het volgende voorbeeld ten aanzien van cell sampling (zie 3.1.2 van het rapport boekenonderzoek) gegeven:

Blauw foutdichtheid = 0% foutdichtheid = 0%

Rood foutdichtheid = 20% foutdichtheid = 20%

Populatie, totaal 4.800.000 Steekproef, 120 euro’s,

interval 40.000

Blauw = 4.000.000 100 euro’s

Rood = 800.000 20 euro’s

Werkelijke fout Foutprojectie

Blauw = 4.000.000 x 0% 0 geen bevindingen 0,0000

Rood = 800.000 x 20% 160.000 som taints: 20 x 0,20 4,0000

160.000 4,0000

interval 40.000

foutprojectie 160.000

3 Geschil

3.1.

Tussen partijen is in geschil of de navorderingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

3.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de in 2.4 bedoelde brandstofkosten van € 104,32 niet zakelijk zijn en dat de in 2.5 bedoelde autokosten van € 8.394 terecht zijn gecorrigeerd.

3.3.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

3.4.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vermindering van de navorderingsaanslag en van de beschikking belastingrente.

3.5.

De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

Belanghebbende beklaagt zich er allereerst over dat de controle moeizaam is verlopen en lang heeft geduurd. En voorts dat de Belastingdienst buiten de steekproef om bij voortduring informatie heeft opgevraagd.

4.2.

De rechtbank overweegt dat er geen maximumduur bestaat voor een belastingcontrole. De navorderingaanslag moet wel binnen de navorderingstermijn worden opgelegd, hetgeen is gebeurd. De rechtbank overweegt voorts dat er geen rechtsregel bestaat die dicteert dat de Belastingdienst, indien de boekhouding aan een steekproef wordt onderworpen, daarnaast geen andere controlemiddelen mag inzetten en informatie mag opvragen. De rechtbank benadrukt dat alleen de uitgaven via een steekproef zijn gecontroleerd en niet de gehele administratie.

4.3.

Voorts stelt belanghebbende dat niet aannemelijk is geworden dat de correctie die voortvloeit uit de steekproef, tot een bedrag van € 75.600, terecht is. Belanghebbende stelt dat de kosten met betrekking tot het verblijf in [hotel X] en met betrekking tot de sponsoring van de eenmanszaak wel zakelijk zijn. Verder stelt belanghebbende dat de populatie waaruit de steekproef is getrokken niet homogeen is, omdat daarin is begrepen alles wat via de loonadministratie loopt, hetgeen door een derde worden geadministreerd, alsmede de overige kosten, die door belanghebbende zelf worden geadministreerd. De populatie van de steekproef bestaat uit ongeveer 2 miljoen aan loongerelateerde kosten en voor ongeveer 8 ton aan overige kosten. Door de getrokken euro’s (fouten) gevonden in de overige kosten over 2,8 miljoen te extrapoleren, krijgt de steekproef buitenproportionele gevolgen.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat op belanghebbende de last rust om aannemelijk te maken dat zakelijke kosten zijn gemaakt. De inspecteur bestrijdt niet dat de in 2.4 bedoelde kosten zijn gemaakt. De rechtbank overweegt dat dan op de inspecteur de last rust om aannemelijk te maken dat en in hoeverre er twijfel bestaat dat deze kosten een zakelijk karakter hebben. De inspecteur heeft daartoe verwezen naar de gevonden fouten in de overige kosten door middel van een steekproef (zie 2.4). Als gevolg van de steekproef heeft de inspecteur ten aanzien van drie getrokken euro’s de zakelijkheid betwist en hiertoe verwezen naar het rapport boekenonderzoek (zie 2.4). Het betreft de kosten sponsoring Kraamzorg, kosten midweek [X] Kraamzorg en de brandstofkosten [belanghebbende]

4.5.

De rechtbank overweegt dat een steekproef, mits op de juiste en op controleerbare wijze uitgevoerd, als bewijsmiddel kan dienen ter onderbouwing van een navorderingsaanslag.

4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat de brandstofkosten niet zakelijk zijn. De zakelijkheid van de midweek en de sponsoring is wel in geschil.

4.7.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur met onderdeel 3.1.3.2 van het rapport boekenonderzoek (zie 2.4) een begin van bewijs geleverd dat, gedurende het verblijf van de beide aandeelhouders van belanghebbende in [hotel X] , alleen mevrouw [A] zakelijke afspraken had en dan slechts gedurende twee van de vier dagen. Alsdan is niet aannemelijk dat meer dan de door de inspecteur geaccepteerde 25% van de kosten een zakelijk karakter hebben. Het is dan aan belanghebbende tegenbewijs te leveren, waaruit kan worden afgeleid dat toch meer dan 25% van de kosten als zakelijk is aan te merken. Met het enkele standpunt dat de kosten voor 100% als zakelijk zijn aan te merken is belanghebbende hierin niet geslaagd.

4.8.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur met onderdeel 3.1.3.3 van het rapport boekenonderzoek (zie 2.4) een begin van bewijs geleverd dat de sponsoring van de eenmanszaak door belanghebbende niet voor meer dan 20% een zakelijk belang diende. De rechtbank wijst er daarbij op dat een fors bedrag wordt betaald aan de eenmanszaak van de zoon van de beide aandeelhouders van belanghebbende, die beiden ook affiniteit met de paardensport hebben. De tijdens het boekenonderzoek door belanghebbende gestelde sponsoring, zoals de naamgeving van de paarden, blijkt niet uit de website noch uit andere stukken. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het vervolgens aan belanghebbende bewijs te leveren, waaruit kan worden afgeleid dat meer dan 20% van de kosten als zakelijk is aan te merken. Met het enkele standpunt dat de kosten voor 100% als zakelijk zijn aan te merken is belanghebbende hierin niet geslaagd.

4.9.

Beide partijen geven aan dat de populatie van de steekproef van ongeveer 2,8 miljoen voor ongeveer 2 miljoen ziet op loongerelateerde kosten (door een derde geadministreerd) (hierna: bak 1) en voor ongeveer 8 ton bestaat uit overige kosten (door belanghebbende zelf geadministreerd) (hierna: bak 2).

4.10.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur, met het controlerapport (zie 2.4), het in 2.6 bedoelde stuk en de uitleg daarbij ter zitting, aannemelijk gemaakt dat – ook als de populatie uit 2 bakken bestaat – bak 2 niet oververtegenwoordigd is in de steekproef. Door gebruik te maken van “cell sampling” vertegenwoordigt elke cell en daarmee elke getrokken euro in de steekproef een gelijk bedrag, in casu € 40.000. Door cell sampling worden uit de grotere bak (bak 1) meer euro’s getrokken dan uit de kleinere bak (bak 2). Dit maakt dat beide bakken evenredig in de steekproef zijn betrokken. De gevonden fouten in de overige kosten worden daarmee, anders dan belanghebbende stelt, naar evenredigheid doorgetrokken naar de gehele populatie. De inspecteur heeft hiermee aannemelijk gemaakt dat de drie gevonden fouten in de overige kosten twijfel rechtvaardigden over de zakelijkheid van de kosten voor een bedrag van € 75.600. Het is dan aan belanghebbende om met tegenbewijs te komen (vgl. Hoge Raad 23 december 1981, BNB 1982/155). Belanghebbende heeft dit niet gedaan, zodat de navorderingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Conclusie

4.11.

Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 5 december 2019 door mr. A.E. Keulemans, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I. van Wijk, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.