Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2019:4450

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
15-10-2019
Zaaknummer
02-820990-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdenking van (poging) deelname aan een terroristische organisatie of voorbe¬reiding van moord of doodslag met een terroristisch oogmerk. Verdachte heeft erkend in 2016 gedurende 8 maanden via een app en internet contact te hebben onderhouden met een man die volgens haar in Syrië verbleef en waarmee zij plannen maakte om af te reizen naar Syrië. De rechtbank volgt verdachte in haar niet-terroristische scenario voor dit contact en vindt verdachte ook niet geradicaliseerd. Uit het handelen van verdachte blijkt niet dat zij daadwerkelijk opzet heeft gehad op het deelnemen aan een organisatie die misdrijven met een terroristisch oogmerk wil plegen of het oogmerk heeft gehad om moord dan wel doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden of te bevorderen. Integrale vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/820990-16

vonnis van de meervoudige kamer van 15 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] ,

raadsvrouw mr. T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 oktober 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Hendriks, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2016tot en met 31 augustus 2016 te Tilburg althans in Nederland, ter uitvoering aan het door verdachte voorgenomen misdrijf, om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om deel te nemen aan een (terroristische) organisatie, te weten Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant(ISIL) en/of Jabhat al-Nusra, althans aan IS(IS) en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewapende jihadstrijd voorstaat, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke tot nu toe onbekende personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 Wetboek van Strafrecht, te weten:

- deelname aan de gewapende terroristische strijd in Syrië en/of Irak en/of elders,

daartoe heeft verdachte en/of haar mededader(s):

- gezocht naar vliegtickets op internet naar Antakya, althans een plaats in Turkije, en/of

- haar koffer(s) gepakt en/of

- een of meer hotel(s) in Turkije geboekt en/of getracht te boeken en/of

- afspraken gemaakt met (een) man(nen) (al dan niet verblijvend in Syrië en/of Irak) wanneer en waar zij opgehaald kon worden en/of

- plannen gemaakt met (die) man(nen) (al dan niet verblijvend in Syrië en/of Irak) om af te reizen naar Syrie en/of Irak en/of

- een instagram account aangemaakt ( [naam 1] ) voor [naam 2] en/of [naam 4] en/of [naam 3] , in elk geval voor (een) man(nen) in Syrië en/of Irak en/of het Verenigd-Koninkrijk en/of

- op dat account ( [naam 1] ) gewelddadige jihadistische afbeeldingen en/of videobestanden geplaatst/laten plaatsen en/of

- een instagram account ( [naam 5] ) geverifieerd voor [naam 2] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] , in elk geval voor (een) man(nen) in Syrië en/of Irak en/of het Verenigd-Koninkrijk en/of

- een facebook account met de naam [naam 10] aangemaakt en/of

- op dat facebook account gewelddadige jihadistische afbeeldingen en/of videobestanden geplaatst/laten plaatsen en/of

- een of meer app(s) geïnstalleerd (waaronder de app [naam 11] ) en/of

- ( telkens) een (nieuw) telefoonnummer/simkaart gekocht/gebruikt, en/of

- zich geuit over haar wens zich te begeven naar Syrië teneinde zich aan te sluiten bij de gewapende Jihadstrijd, en/of

- zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk eigen gemaakt en/of

- ( daartoe) (onder meer via chatberichten/sociale media/internet) contact gelegd/gehad en/of onderhouden met een of meer (voormalig) actieve en/of in het strijdgebied (in Syrië en/of Irak) actieve strijder(s) van een gewelddadig jihadistische (terroristische) organisatie en/of

- een organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, bestudeert en/of zich eigen gemaakt en/of verheerlijkt en/of uitgedragen, en/of

- een of meerdere gegevens/informatiedragers voorhanden gehad en/of gedownload en/of bekeken (documenten en/of afbeeldingen en/of videobestanden en/of geluidsfragmenten) en/of op internet informatie verkregen betreffende het (gewelddadig extremistisch) Jihadistisch gedachtegoed en/of het bij die strijd bereiken van het martelaarschap, en/of aanwijzingen om zich aan te sluiten bij de gewapende Jihadstrijd, en/of aanwijzingen hoe aanslagen te plegen in Europa

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

2.

zij, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 augustus 2016 te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) (of meer) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om moord en/of doodslag, zulks (telkens) te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden en/of te bevorderen, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het/de misdrijf/misdrijven zich en/of aan zijn mededader(s) heeft getracht te verschaffen

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s), tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

- gezocht naar vliegtickets op internet naar Antakya, althans een plaats in Turkije, en/of

- haar koffer(s) gepakt en/of

- een of meer hotel(s) in Turkije geboekt en/of getracht te boeken en/of

- afspraken gemaakt met (een) man(nen) (al dan niet verblijvend in Syrië en/of Irak) wanneer en waar zij opgehaald kon worden en/of

- plannen gemaakt met (die) man(nen) (al dan niet verblijvend in Syrië en/of Irak) om af te reizen naar Syrie en/of Irak en/of

- een instagram account aangemaakt ( [naam 1] ) voor [naam 2] en/of [naam 4] en/of [naam 3] , in elk geval voor (een) man(nen) in Syrië en/of Irak en/of het Verenigd Koninkrijk en/of

- op dat account ( [naam 1] ) gewelddadige jihadistische afbeeldingen en/of

- een instagram account ( [naam 5] ) geverifieerd voor [naam 2] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] , in elk geval voor (een) man(nen) in Syrië en/of Irak en/of het Verenigd-Koninkrijk en/of

- een facebook account met de naam [naam 10] aangemaakt en/of

- op dat facebook account gewelddadige jihadistische afbeeldingen en/of videobestanden geplaatst/laten plaatsen en/of

- een of meer app(s) geïnstalleerd (waaronder de app [naam 11] ) en/of

- ( telkens) een (nieuw) telefoonnummer/simkaart gekocht/gebruikt, en/of

- zich geuit over haar wens zich te begeven naar Syrië teneinde zich aan te sluiten bij de gewapende Jihadstrijd, en/of

- zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk eigen gemaakt en/of

- ( daartoe) (onder meer via chatberichten/sociale media/internet) contact gelegd/gehad en/of onderhouden met een of meer (voormalig) actieve en/of in het strijdgebied (in Syrië en/of Irak) actieve strijder(s) van een gewelddadig jihadistische (terroristische) organisatie en/of

- een organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, bestudeert en/of zich eigen gemaakt en/of verheerlijkt en/of uitgedragen, en/of

- een of meerdere gegevens/informatiedragers voorhanden gehad en/of gedownload en/of bekeken (documenten en/of afbeeldingen en/of videobestanden en/of geluidsfragmenten) en/of op internet informatie verkregen betreffende het (gewelddadig extremistisch) Jihadistisch gedachtegoed en/of het bij die strijd bereiken van het martelaarschap, en/of aanwijzingen om zich aan te sluiten bij de gewapende Jihadstrijd, en/of aanwijzingen hoe aanslagen te plegen in Europa.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. Daarbij is sprake van samenloop, nu voor beide feiten dezelfde feitelijke handelingen zijn opgenomen in de tenlastelegging. Op basis van de stukken in het dossier kunnen volgens de officier van justitie alle feitelijke handelingen worden bewezenverklaard. Volgens de officier van justitie is de tijd van naïviteit over motieven waarop verdachten zich beroepen wanneer ze geconfronteerd worden met hun handelingen voorbij. Gelet hierop acht de officier van justitie de verklaring van verdachte ongeloofwaardig dat zij bepaalde handelingen heeft verricht teneinde een liefdevolle chatrelatie op te kunnen bouwen met [naam 4] alias [naam 2] (hierna: [naam 4] ). Alle gedachtestreepjes van de tenlastelegging als puzzelstukjes bij elkaar vormen naar de mening van de officier van justitie niet het beeld van een eenzame vrouw, maar van een vrouw die geradicaliseerd is, die veel extremistisch propagandamateriaal bezit en die heel bewust handelingen heeft verricht voor extremisten. Uit de bewijsmiddelen blijkt volgens de officier van justitie van sinister strafbaar handelen en van het actief pogen om een uitreis naar Syrië mogelijk te maken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen dat verdachte ook daadwerkelijk het voornemen had om deel te nemen aan een terroristische organisatie. De verdediging wijst daarbij op de omstandigheid dat het tussen [naam 4] en verdachte besproken plan om op 31 augustus 2016 via Turkije naar Syrië te reizen om met [naam 4] te trouwen volledig fictief was. Indien de rechtbank echter zou aannemen dat verdachte wél wilde uitreizen naar Syrië, dan nog is niet voldaan aan een voornemen om deel te nemen aan een terroristische organisatie. Uit de contacten die verdachte had met [naam 4] is niet gebleken dat zij zich bij hem wilde voegen omdat hij een jihadist zou zijn, verdachte was bij hem slechts op zoek naar genegenheid. Van een onvoorwaardelijk opzet op het deelnemen aan een organisatie die misdrijven met een terroristisch oogmerk wil plegen, is in het geheel niet gebleken volgens de verdediging. Evenmin is gebleken van enige ontwikkeling richting radicalisering of terroristisch gedachtegoed, waaruit opzet op het plegen van misdrijven met een terroristisch oogmerk zou moeten blijken. De verdediging is dan ook van mening dat niet kan worden bewezen dat verdachte het voornemen had om deel te nemen aan een terroristische organisatie of dat zij het oogmerk had om moord of doodslag voor te bereiden of te bevorderen met een terroristisch oogmerk. De verdediging bepleit een algehele vrijspraak van verdachte.

Voor zover de feiten wel bewezen zouden kunnen worden, kunnen zij naar de mening van de verdediging niet worden gekwalificeerd als (poging) deelname aan een terroristische organisatie of voorbereiding van moord of doodslag met een terroristisch oogmerk. Nu de tenlastelegging geen concrete misdrijven noemt waarop het oogmerk van de organisatie zou zien, kan er om die reden niet gekwalificeerd worden als deelname aan een terroristische organisatie. Ook is uit de stukken in het dossier niet gebleken dat en zo ja, bij welke organisatie [naam 4] was aangesloten en/of dit een terroristische organisatie was. Zelfs als wordt aangenomen dat verdachte zich wilde voegen bij een man die mogelijk strijder was voor een terroristische organisatie, kan volgens de verdediging nog niet worden aangenomen dat verdachte zelf ook zou gaan deelnemen aan een terroristische organisatie. Bij een eventuele bewezenverklaring vormen de in de tenlastelegging opgenomen feitelijke handelingen nog geen begin van uitvoering van deelneming. Het betreffen dan feiten en handelingen die in de voorbereidingsfase van een eventuele uitreis zijn blijven steken. Zij zien niet direct op het bevorderen of voorbereiden van moord of doodslag met een terroristisch oogmerk en leveren dan ook geen medeplegen op van voorbereidingshandelingen daartoe.

Tot slot heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Start en verloop onderzoek

Op 31 augustus 2016 ontving de infocel Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (CTER), via de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD), informatie dat een vrouw rond 31 augustus 2016 zou willen uitreizen naar Syrië en dat deze zich bij een kennis zou willen voegen die in Syrië strijd voert bij een terroristische organisatie. Na veredeling bleek verdachte die vrouw te zijn. Haar in de informatie genoemde Facebookaccount werd onderzocht. Daaruit bleek dat het account maar één koppeling met een ander account van Facebook had. Op de pagina van dat gekoppelde account werden twee foto's aangetroffen, waarop respectievelijk een zogenaamd Katana-zwaard met een Arabische tekst erop en vier automatische vuurwapens, gelijkend op Kalasjnikovs (AK-47), te zien waren.

Verdachte is vervolgens nog diezelfde dag om 19:30 uur aangehouden en haar toenmalige woning in Tilburg werd doorzocht. Daarbij werden diverse gegevensdragers en schriftelijke bescheiden aangetroffen en in beslag genomen. In het politieonderzoek daarna zijn met name de gegevensdragers onderzocht en is ook nog een aantal getuigen gehoord. Ook verdachte is gehoord. Van de overige stukken in het dossier noemt de rechtbank hier nog expliciet de rapporten over verdachte van respectievelijk een godsdienstdeskundige en een psycholoog. Voorafgaand aan de uiteindelijke inhoudelijke behandeling van de strafzaak ter zitting hebben drie zogenaamde pro forma-zittingen plaatsgevonden.

Thans dient de rechtbank allereerst te onderzoeken of de twee aan verdachte tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Het gaat daarbij om - kort samengevat - (1) poging deelneming aan een terroristische organisatie en (2) voorbereiding of bevordering van moord of doodslag met een terroristisch oogmerk. Pas daarna komen eventueel de kwalificatie en de strafmaat aan de orde.

Bewijsbare feitelijke handelingen

In de tenlastelegging van beide feiten zijn dezelfde feitelijke handelingen van verdachte opgenomen, onderverdeeld in zeventien gedachtestreepjes. De rechtbank zal eerst kort weergeven welke feitelijke handelingen wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De rechtbank doet dit kort, omdat zij daarna de centrale vraag zal bespreken en beantwoorden. Dat is de vraag of verdachte met die handelingen (voor feit 1) voornemens was deel te gaan nemen aan een terroristische organisatie en/of (voor feit 2) het oogmerk had om moord of doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden of te bevorderen.

Niet ter discussie staat dat verdachte in de tenlastegelegde periode via een app en internet contact heeft onderhouden met een man die volgens haar in Syrië verbleef en die zij kende onder de namen [naam 2] en [naam 4] . Met [naam 4] heeft zij op die manier ook plannen gemaakt om af te reizen naar Syrië. In dat verband heeft verdachte op internet gezocht naar vliegtickets naar Antakya, dat in Turkije ligt, dicht bij de grens met Syrië. Zij heeft eerder voor [naam 4] een Instagramaccount aangemaakt en een andere Instagramaccount geverifieerd. Verdachte heeft dit niet alleen bij de politie, maar ook ter zitting erkend. Die feitelijke handelingen van verdachte kunnen dus wettig en overtuigend bewezen worden. Over de centrale vraag overweegt de rechtbank vervolgens als volgt.

Waarop was het voornemen en/of oogmerk verdachte gericht?

Op de dag van haar aanhouding, 31 augustus 2016, heeft verdachte via een app gechat met [naam 4] . Daarbij vertelt zij hem rond 09:45 uur dat zij op de taxi aan het wachten is en dat zij tegen een nicht die wilde komen, heeft gezegd dat ze niet thuis is. Rond 12:45 uur bericht verdachte [naam 4] dat zij niet op de vlucht zit, omdat het reisbureau haar niet geboekt had, en dat ze terug naar huis gaat. Dat is in lijn met de uitreisinformatie van de AIVD die die dag verstrekt is en welke dus terecht tot de aanhouding van verdachte en het strafrechtelijk onderzoek heeft geleid.

Na afronding van het opsporingsonderzoek en het onderzoek ter zitting is de rechtbank echter anders dan de officier van justitie, maar met de verdediging, van oordeel dat voornoemd appgesprek en de daarvoor genoemde handelingen van verdachte niet voortkwamen uit een voornemen om daadwerkelijk deel te gaan nemen aan een terroristische organisatie of om moord of doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden of te bevorderen. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Alternatief scenario verdachte

Verdachte heeft van meet af aan verklaard dat haar onlinecontacten met [naam 4] en met ook andere mannen bedoeld waren om in haar behoefte aan aandacht en liefde te voorzien. Daarvoor ging zij mee in de onderwerpen die die mannen belangrijk vonden, in dit geval in die van [naam 4] . Om zo lang mogelijk van zijn aandacht te kunnen genieten, aarzelde zij niet om tegen hem te liegen. Op die manier creëerde zij een fantasiewereld. Zij was nooit van plan daadwerkelijk uit te reizen, maar loog tegen [naam 4] om zijn aandacht niet te verliezen. Anders dan de officier van justitie vindt de rechtbank deze verklaring voor haar online-gedrag geloofwaardig. Die verklaring wordt namelijk ondersteund door verschillende onderzoeksresultaten, waarvan de meeste ook door de raadsvrouw zijn genoemd in haar pleidooi.

Allereerst concludeert de psycholoog die over verdachte heeft gerapporteerd dat zij een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis heeft met vermijdende trekken. Verdachte heeft een negatief zelfbeeld ten gevolge van overgewicht. Vanuit haar afhankelijke persoonlijkheid heeft zij extreem veel behoefte aan bevestiging, die zij bij een partner hoopt te vinden. Haar vermijdende trekken maken dat zij eerder geneigd is om toe te geven aan moeilijke zaken dan zich ergens overheen te zetten (niet op iemand afstappen ondanks overgewicht en in plaats daarvan jezelf verbergen achter de computer). Vanwege een recente relatiebreuk was zij op internet op zoek naar nieuwe potentiële partners of in ieder geval naar mannen die haar bevestigende woorden zouden toespreken. Zij loog deze mannen voor uit schaamte voor wie zij werkelijk is (iemand met overgewicht) en om voor de ander een aantrekkelijk beeld van zichzelf neer te zetten. De eigen identiteit ontlenen aan hoe je denkt dat de ander je wil zien, is volgens de psycholoog typerend voor mensen met een afhankelijke persoonlijkheid en verdachte lijkt zichzelf hierin volgens de psycholoog verloren te hebben. Op deze manier raakte verdachte ook in contact met een man uit Syrië die betrokken zou zijn bij de oorlog. Verdachte heeft ook tegen de psycholoog gezegd hiervoor geen enkele interesse te hebben gehad en uitsluitend haar focus te hebben gehad op het krijgen van bevestiging. De man vroeg haar naar Syrië te komen en betrokkene zegde hem dit toe, maar bedacht ook allerlei excuses om niet te gaan of de reis uit te stellen. Verdachte heeft tegen de psycholoog gezegd dat ze überhaupt niet van plan was te gaan, maar de bevestiging die de man haar gaf niet kwijt te willen raken. Omdat het haar te heet onder de voeten werd, was zij van plan het contact langzaam te verbreken zodat hij niet boos zou worden of haar zwart zou maken op internet. Toen werd verdachte echter vanwege haar gesprekken met de man over afreizen naar Syrië opgepakt.

Dat verdachte niet de waarheid sprak in de gesprekken met [naam 4] blijkt uit verschillende onderzoeksresultaten. Op de momenten van het eerder aangehaalde appgesprek over de taxirit (naar de luchthaven) en dat ze een paar uur later teruggaat naar huis, omdat ze niet op de vlucht geboekt bleek te zijn door het reisbureau, is verdachte in werkelijkheid nog steeds in Tilburg. Dat blijkt uit de zendmastgegevens van haar telefoon. Zij heeft die dag ook gewoon contact met haar vriendin [naam 12] en met haar zus en haar moeder. Geen van de vliegtuigmaatschappijen die die dag naar Turkije vlogen heeft enige boeking van verdachte in het systeem staan, ook geen overboeking. Bovendien lagen haar paspoort en die van haar kinderen bij haar moeder, terwijl alleen al om te vliegen naar een plaats in Turkije een paspoort of identiteitskaart vereist is.

Verdachte heeft bovendien over meer zaken aantoonbaar gelogen tegen [naam 4] . Zij heeft verklaard dat zij foto’s van haar nichtje – in plaats van haar eigen foto’s – aan hem heeft gestuurd om [naam 4] het idee te geven dat zij heel knap was. In lijn daarmee heeft de politie vastgesteld dat verdachte in de cache van het door haar gebruikte appprogramma Telegram Messenger meerdere sexy foto’s van een jonge vrouw had. Verdachte liegt in de appgesprekken met [naam 4] ook over het feit dat zij slechts één dochter heeft, nu zij immers vier kinderen heeft. Daarnaast doet ze alsof zij op vakantie in Hongarije is geweest, terwijl ze eigenlijk naar Roemenië is geweest. Tot slot was onderdeel van het gecreëerde afreisplan dat verdachte haar auto zou verkopen, maar zij heeft nooit een auto gehad.

De rechtbank merkt verder op dat op 31 augustus 2016 een koffer met kleding is aangetroffen in de woning van verdachte. Er is echter niet gebleken dat die koffer door verdachte is (in)gepakt om ermee af te reizen, laat staan naar [naam 4] in Syrië, zoals door de officier van justitie is betoogd. Niet alleen is de precieze kledinginhoud niet vastgesteld, maar bovendien blijkt uit de foto op pagina 57 van het eindproces-verbaal dat die kleding ook nog eens in een doorzichtige plastic zak zat. Dat past naar het oordeel van de rechtbank bij de verklaring van verdachte dat het overtollige kleding was. Die heeft zij uit haar kledingkast gehaald toen zij er de door haar moeder gewassen kleding van de vakantie in Roemenië in terug hing kort voor de actiedag, 31 augustus 2016.

Tot slot is de rechtbank anders dan de officier van justitie, maar met de verdediging van oordeel dat niet is gebleken dat verdachte geradicaliseerd was. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Niet geradicaliseerd

In de toenmalige woning van verdachte is het boek “ [naam 13] ” aangetroffen, waarin volgens de politie de extremistische wahabbistische leer wordt genoemd. Verdachte heeft echter verklaard dat zij vele boeken over de islam heeft verzameld sinds zij op haar zeventiende tot de Islam is bekeerd. Die zijn ook bij haar thuis aangetroffen. Wat er ook zij van de kwalificatie door de politie van ‘de wahabbistische leer’ die blijkbaar slechts in dit ene, specifieke boek wordt genoemd; dat verdachte één zo’n boek thuis heeft liggen, wil niet zeggen dat zij zich het radicaal gedachtengoed van de gewapende Jihadstrijd heeft eigen gemaakt. Laat staan eigen gemaakt met het oog op deelname aan een terroristische organisatie. Datzelfde geldt voor een app op haar telefoon van een volgens de politie en de officier van justitie islamitische prediker, recruteerder en propagandist. De rechtbank ziet bovendien niet in waarom zij verdachte niet zou moeten geloven in haar verklaring dat zij slechts een paar minuten naar die app heeft geluisterd, omdat de stem haar niet aansprak.

Verder kan niet bewezen worden dat het verdachte is geweest die op een Instagram- en een Facebookaccount gewelddadige jihadistische afbeeldingen en/of videobestanden heeft geplaatst of laten plaatsen. Verdachte zelf ontkent dat. Zij heeft wel eens kennis genomen van de gewelddadige inhoud van filmpjes of afbeeldingen. Daar kwam zij dan meestal op via grotere openbare chatgroepen of links in instagrambiografieën. Het geweld sprak haar echter niet aan, laat staan dat zij dergelijk geweld zelf zou willen uitvoeren.

Ook de door politie gehoorde getuigen uit haar omgeving hebben geen radicalisering bij verdachte waargenomen. Uit de verklaring van verdachtes’ moeder blijkt naar het oordeel van de rechtbank juist het tegendeel. Relatief kort voor de aanhouding van verdachte is zij met haar vier kinderen en haar moeder op vakantie geweest in Roemenië. Op verzoek van haar moeder heeft verdachte daar niet haar moslimkleding gedragen. Verdachte deed dat zonder verzet. Bovendien heeft verdachte volgens haar moeder in Roemenië ook niet halal gegeten. Deze manier van omgaan met haar geloof door verdachte sluit naar het oordeel van de rechtbank aan bij de conclusies van de godsdienstdeskundige die over haar heeft gerapporteerd. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank dit onderzoek, net als de verdediging, wel degelijk van belang.

De godsdienstdeskundige heeft een interdisciplinaire methodiek gehanteerd; namelijk een combinatie van de zelfconfrontatie methode, het signaal-frustratie model en The Behavioral Economic Model. Hij heeft de gegevens voor zijn onderzoek verzameld door twee diepte interviews met verdachte en een door haar geschreven reflectieverslag. Uit de toepassing van deze drie methoden blijkt volgens de deskundige duidelijk dat verdachte een geringe kennis van de islam heeft. Zij heeft geen idee van de jihad-stromingen en van de twee jihad-ideologische concepten: het dogma van de defensieve jihad en het dogma van loyaliteit aan moslims en afwijzing van niet moslims. De geloofsbelevenis van de betrokkene is die van een (gewone) moslima die op zoek is naar haar religieuze identiteit.

Verdachte heeft ook bij de godsdienstdeskundige aangegeven dat zij jihadfilmpjes heeft bekeken en dat zij berichten naar jihadjongens heeft verstuurd. Tijdens de gesprekken met de deskundige heeft ze deze berichten afgekeurd en benadrukt ze dat zij zich niet bewust was van de gevolgen van deze berichten. De berichten die zij heeft verstuurd zijn zeer zorgelijk, maar er zijn tijdens de gesprekken geen indicatoren geconstateerd die duidelijk aangeven dat ze beïnvloed is door een extremistische ideologie. Uit de gesprekken met verdachte blijkt volgens de godsdienstdeskundige dat zij:

  1. niet tot geweld oproept, of haat zaait, of intimideert, of bedreigt of ronselt;

  2. niet beïnvloed is door een complottheorie;

  3. de jihad-ideologie niet verdedigt;

  4. e slachtofferrol niet speelt.

Naar het oordeel van de rechtbank sluit die laatste conclusie van de godsdienstdeskundige, dat verdachte de slachtofferrol niet speelt, weer aan bij de als eerste aangehaalde conclusie van de psycholoog dat verdachte een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis heeft met vermijdende trekken.

Oordeel over feit 1 en 2

Gelet op wat hiervoor is overwogen, gelooft de rechtbank het alternatieve scenario van verdachte en ziet zij verdachte niet als een geradicaliseerde moslima. De rechtbank is dan ook met de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte daadwerkelijk opzet heeft gehad op het deelnemen aan een organisatie die misdrijven met een terroristisch oogmerk wil plegen. De rechtbank zal verdachte om die reden vrijspreken van feit 1. Om dezelfde redenen kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte het oogmerk heeft gehad om moord dan wel doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden of te bevorderen. De rechtbank zal verdachte om die reden ook vrijspreken van feit 2.

Gelet op de integrale vrijspraak behoeven de overige verweren geen bespreking.

5 De overwegingen omtrent het beslag.

5.1

De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer en deze onder verdachte in beslag zijn genomen.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

1. STK Kaart Kl: wit Lycamobile;

4 1.00 STK Mobiele telefoon Kl: wit Samsung Galaxy;

5 1.00 STK Mobiele telefoon Kl: wit Samsung Galaxy S4;

6 1.00 STK Computer Kl: rood HP Slate7;

7 1.00 STK Mobiele telefoon Kl: blauw Samsung;

8 1.00 STK Computer Kl: rood Samsung notebook;

9 1.00 STK Computertoebehoren Kl: rood;

10 1.00 STK Computertoebehoren Kl: blauw;

11 1.00 STK Computertoebehoren Kl: zwart;

12 1.00 STK Computertoebehoren Kl: grijs;

13 1.00 STK Computer Kl: zwart Samsung tablet;

14 1.00 STK Computer Kl: zwart HP notebook;

16 1.00 STK Telefoonkaart GT Microsim;

17 1.00 STK Computertoebehoren;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. Goossens, voorzitter, mr. Bogaert en mr. De Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Berkel-de Jongh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 oktober 2019.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.