Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2019:2552

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-06-2019
Datum publicatie
06-06-2019
Zaaknummer
7665695/az19-29
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst op de e-grond afgewezen; wel ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond; toekenning transitievergoeding; geen billijke vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiele kantonzaken

Middelburg

zaaknummer: 7665695 / AZ 19-29

Beschikking in de zaak van:

de stichting STICHTING OMROEP ZEELAND,

gevestigd te Oost-Souburg,

verzoekster,

verweerster in het zelfstandig verzoek,

verder te noemen: Omroep Zeeland,

gemachtigde: mr. N.H. van Everdingen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te Middelburg,

verweerder,

verzoeker in het zelfstandig verzoek,

verder te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. W. van der Meer de Walcheren.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift ter griffie ontvangen op 5 april 2019,

  • -

    het verweerschrift, tevens houdende een voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,

  • -

    de mondelinge behandeling van 22 mei 2019,

  • -

    de pleitnotities van mr. Van Everdingen,

  • -

    de pleitaantekeningen van mr. Van der Meer de Walcheren.

1.2.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten tijdens de zitting van 22 mei 2019 naar voren hebben gebracht.

2 Het verzoek en voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek

2.1.

Omroep Zeeland verzoekt de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a BW, primair in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW (verwijtbaar handelen en nalaten), subsidiair op grond van 7:669 lid 3, onderdeel g BW (verstoorde arbeidsverhouding). Omdat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [gedaagde] dient volgens Omroep Zeeland aan [gedaagde] geen transitievergoeding te worden toegekend.

2.2.

[gedaagde] voert verweer. Hij betwist ernstig verwijtbaar te hebben gehandeld, terwijl zijns inziens voorts geen sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. In het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [gedaagde] op grond van artikel 671b lid 8 onder c BW toekenning van een billijke vergoeding, waar Omroep Zeeland - samengevat - valse gronden heeft aangevoerd met als doel het creëren van een onwerkbare situatie.

3 De feiten

3.1.

[gedaagde] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 december 1989 in dienst getreden bij Omroep Zeeland. De laatste functie die [gedaagde] vervulde, is die van senior eindredacteur met een salaris van € 5.667,88 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en 6% decemberuitkering.

3.2.

Bestuurder van Omroep Zeeland is haar directeur [directeur] (hierna: [directeur] ). [hoofdredacteur] , hoofdredacteur bij Omroep Zeeland (hierna: [hoofdredacteur] ) is de direct leidinggevende van [gedaagde] . [gedaagde] vervangt [hoofdredacteur] bij diens afwezigheid. [gedaagde] stuurt normaliter 10-15 personen rechtstreeks aan.

3.3.

Op 24 januari 2019 had een afscheidsborrel plaats van een medewerker van Omroep Zeeland in een café te Middelburg waarbij circa 50 collega’s van Omroep Zeeland aanwezig waren. Een week nadien kwam Omroep Zeeland ter ore dat [gedaagde] tijdens voornoemde borrel overmatig alcohol had gebruikt en zich schuldig had gemaakt aan seksuele intimidatie jegens twee vrouwelijke collega’s.

3.4.

Omroep Zeeland heeft met de betrokken medewerksters gesproken en [gedaagde] met de meldingen geconfronteerd. In afwachting van verder onderzoek is [gedaagde] bij brief van 12 februari 2019 geschorst.

3.5.

Omroep Zeeland heeft nader onderzoek laten verrichten door Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. (hierna: Hoffmann), dat daartoe gesprekken heeft gevoerd met beide dames, met een aantal collega’s en met [gedaagde] zelf. Op 5 maart 2019 heeft Hoffmann haar rapport aan het bestuur van Omroep Zeeland uitgebracht. Als conclusie formuleert Hoffmann:

Uit het onderzoek werd bekend dat [gedaagde] tijdens het afscheidsfeest (…) op donderdag 24 januari 2019, twee medewerksters van Omroep Zeeland ongewenst heeft betast.

3.6.

Op 26 februari 2019 heeft [directeur] [gedaagde] geconfronteerd met de uitkomsten van het onderzoek van Hoffmann, waarop [gedaagde] zowel mondeling als schriftelijk spijt heeft betuigd over zijn gedrag tijdens de afscheidsborrel.

3.7.

Omroep Zeeland schreef [gedaagde] op 1 maart 2019 onder meer als volgt:

Voor Omroep Zeeland betekent dit bovenstaande dat het noodzakelijke vertrouwen in jou als werknemer ernstig is beschadigd. Jouw recente handelen levert juridisch gezien een dringende reden op voor ontslag op staande voet, zonder recht op vergoeding. Gezien de lengte van jouw dienstverband, je leeftijd en de omstandigheid dat jij, voor zover ons is bekend, je niet eerder schuldig hebt gemaakt aan ongewenste intimiteiten, hebben wij dat ontslagtraject (op staande voet of via de kantonrechter) niet direct in gang gezet. Mocht het overigens zo zijn dat wij alsnog worden geconfronteerd met vergelijkbare incidenten uit het verleden, dan volgt alsnog onmiddellijk ontslag.

Tijdens het gesprek van dinsdag 26 februari jl. heb je richting mij flinke spijt betuigd en er (eindelijk alsnog) blijk van gegeven in te zien hoe ernstig jouw gedrag is. Je realiseert je naar eigen zeggen nu welke gevolgen jouw handelen heeft (gehad) voor de betreffende werkneemsters die ondergeschikt aan jou zijn en aan het begin van hun carrière staan, evenals voor (de reputatie van) jouw werkgever Omroep Zeeland en voor hoofdredacteur [hoofdredacteur] en mijzelf als directeur.

Vanwege deze spijtbetuiging, het getoonde inzicht en jouw persoonlijke omstandigheden, (zoals het genoemde lange dienstverband en de grote gevolgen die dit ontslag zou hebben voor jouw verdere carrière), zijn wij bereid jou de kans te geven de verstoorde relatie te proberen te herstellen en mogelijk zelfs af te zien van het ontslagtraject. Daar zijn drie voorwaarden aan verbonden. Eerste voorwaarde is dat de werkrelatie tussen jou en de twee werkneemsters herstelt. Je hebt het aanbod om hieraan te werken onder leiding van een professioneel mediator aanvaard. Jouw inspanningen hebben ook tot een eerste resultaat geleid, in die zin dat het voor de betreffende werkneemsters weer mogelijk is de samenwerking met jou te hervatten.

Op de werkvloer zal je hier een vervolg aan moeten geven door professioneel met hen en andere collega’s om te gaan. Zij mogen op geen enkele wijze nadeel ondervinden van het feit dat zij jou hebben aangesproken op ongewenste gedrag.

Voorwaarde twee is dat de werkrelatie tussen jou en Omroep Zeeland herstelt. Je hebt je bereid getoond ook daarover te spreken onder leiding van een mediator. Die gesprekken – met [hoofdredacteur] en mijzelf – zullen op korte termijn worden gepland. Daarbij rekenen we op jouw inzet en motivatie, want – nogmaals – het onderling vertrouwen is zwaar beschadigd. Zonder herstel van die relatie is een professionele arbeidsverhouding niet (langer) mogelijk en resteert alsnog het eerdergenoemde ontslag.

Als derde voorwaarde geldt dat wij van je eisen dat je bij terugkeer op de werkvloer er alles aan zult doen om jouw inhoudelijk functioneren op peil te houden. Ondanks de omstandigheden eisen wij van je dat je de gestelde redactionele doelen realiseert op een manier die past bij een professionele eindredacteur, zijnde onderdeel van de hoofdredactie. Je pakt daarbij de verantwoordelijkheid die hoort bij je functie en je ondersteunt de hoofdredacteur naar behoren. Tevens onthoud je je van ieder ongewenst gedrag en ben je je er bij vrouwelijke collega’s van bewust dat je op eieren loopt. Daar dien je je ook naar te gedragen. (…)

Bovenstaande drie voorwaarden worden uiterlijk op 1 mei 2019 geëvalueerd. Als dan aan alle drie voorwaarden wordt voldaan, volstaat Omroep Zeeland met een schriftelijke berisping conform artikel 5 lid 2 van de cao voor Omroeppersoneel.

Wanneer onverhoopt niet aan de voorwaarden wordt voldaan of wanneer op enig moment in jouw verdere carrière bij Omroep Zeeland sprake is van een volgend incident – van welke aard ook – wordt jouw arbeidsovereenkomst alsnog beëindigd, al dan niet door middel van een ontslag op staande voet.

3.8.

In een bericht van 1 maart 2019 op de interne site van Omroep Zeeland heeft [gedaagde] als volgt verklaard;

(…) is onderzoek gedaan naar gebeurtenissen tijdens de afscheidsborrel van een collega op 24 januari. Bij die gelegenheid heb ik grensoverschrijdend gedrag vertoond. Dat is iets waarvoor ik mij schaam, omdat dit gedrag niet past bij collega’s onderling, laat staan bij een leidinggevende. (…) Ik wil op deze plaats mijn excuses aanbieden aan al diegenen die last hebben ondervonden van mijn gedrag op de bewuste 24 januari. (…)

3.9.

Op 19 maart 2019 heeft [gedaagde] op zijn privé-facebookpagina de navolgende blog geplaatst (productie 15 bij verzoekschrift):

Het is 14 augustus. Het is zomer op Times Square in New York. Drie mensen staan op het punt geschiedenis te schrijven. Een wonderlijke speling van het lot heeft hen samengebracht. Ze kennen elkaar niet en toch bewegen ze zich op loopafstand van elkaar. Een onzichtbare hand drijft hen bijeen voor één moment dat zichtbaar blijft in de eeuwigheid.

George Mendonsa (22) gooit een koud biertje achterover. En nog één. De drankjes kunnen zijn dorst amper lessen. Hij schuift zijn matrozenpet achterop zijn hoofd en kijkt eens om zich heen. Tussen al het volk in het hart van the Big Apple ziet hij vooral meiden lopen. Mooie meiden.

Het is 1945. Mendonsa heeft maandenlang op zee gezeten, op de Grote Oceaan. Met de voortdurende dreiging van de oorlog in zijn kielzog. Deze dag op Times Square heeft hij zijn uniform nog aan. Hij voelt zich uitgelaten en de paar drankjes dragen bij aan zijn stemming. Hij is heelhuids thuis. De wereld ligt aan zijn voeten.

Fotograaf Alfred Eisenstaedt (46) voelt dat hij getuige is van een historisch moment. Als Duitser van geboorte diende hij in de Eerste Wereldoorlog nog in het Duitse leger. Later vestigt hij zich in de Verenigde Staten. Hoewel hij als pers- en straatfotograaf meer dan negentig keer de cover van het wereldberoemde blad Life haalde, staat hij nu op het punt de foto van zijn leven te maken.

De oorlog is gewonnen, de Japanners zijn net gecapituleerd en in New York wordt uitbundig feest gevierd. De fotograaf proeft de unieke sfeer en maakt wat plaatjes van feestende mensen. Het is zo’n dag waarop kleur gegeven wordt aan de geschiedenis. Eisenstaedt heeft het “torinstinct” van een topvoetballer. Gevoel voor tijd en plaats. Dit is zijn moment.

Greta Zimmer Friedman (21) is tandartsassistente. In haar hagelwitte uniform trekt ze – zonder dat ze het in de gaten heeft – met haar collega’s de aandacht van de matrozen. Die middag besloten ze zich na hun dienst te storten in het feestgedruis op Times Square. Daar hangt een uitbundige sfeer waarin ze zich laten meevoeren.


De drie hoofdrolspelers zijn – door een wonderlijke speling van het lot en door een immense reeks toevalligheden – bij elkaar gebracht op een paar vierkante meter. Ze kennen elkaar niet en hebben elkaar nooit eerder ontmoet, maar deze samenloop van omstandigheden verandert alles.

Het vizier van George Mendonsa staat niet helemaal op scherp meer na een salvo aan alcoholische versnaperingen, maar als hij de jonge vrouw in het verpleegstersuniform ziet, meent hij in een opwelling een besluit dat hem wereldberoemd maakt.

Fotograaf Eisenstaedt heeft dan nét zijn camera in de aanslag. Hij is seconden verwijderd van de iconische foto waar hij al zijn hele leven van droomt. De sluiterknop van zijn toestel brandt onder zijn wijsvinger terwijl hij aarzelt met afdrukken.

Greta Zimmer Friedman voelt hoe ze bij haar arm wordt gepakt. In een vloeiende beweging belandt ze in de armen van matroos George Mendonsa. Die doet waarvoor hij is gekomen. Hij buigt zich voorover en drukt zijn lippen vól op de mond van de verpleegster. Precies op dat moment drukt de fotograaf die recht voor hem staat af. De vertrouwde “klik” van de camera die geschiedenis schrijft, is in het feestgedruis amper te horen.

Ruim 73 jaar ná dato, zijn de beide hoofdrolspelers niet meer onder ons. George en Greta lieten het bij die ene kus. Ze ontmoetten elkaar nog twee keer. Voor het laatst in 2012. Greta overleed in 2016. Begin vorige maand blies ook George, de stoere matroos van weleer, zijn laatste adem uit, twee dagen voor zijn 96e verjaardag.

Dus rest ons de foto. Fotograaf Alfred Eisenstaedt (hij overleed in 1995) liet ons George en Greta na. Klik!

3.10.

Onderstaand de foto waarop de voormelde blog betrekking heeft:

3.11.

Na plaatsing van de blog hebben [directeur] en [hoofdredacteur] naar aanleiding van desbetreffende klachten van collega’s, onder wie de op 24 januari 2019 door [gedaagde] betaste dames, [gedaagde] te verstaan gegeven dat de blog ernstige onrust heeft veroorzaakt op de werkvloer. Op 21 maart 2019 is [gedaagde] meegedeeld dat de arbeidsrelatie door zijn toedoen onherstelbaar is verstoord, waarna hij met behoud van loon op non-actief is gesteld.

3.12.

[gedaagde] is sedert eind maart 2019 arbeidsongeschikt.

4 De beoordeling

4.1.

Navolgend gaat de kantonrechter, voor zover van belang op de stellingen en weren van partijen in.

Ten aanzien van het verzoek

Ernstig verwijtbaar gedrag

4.2.

Primair verzoekt Omroep Zeeland ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen van [gedaagde] , te weten grensoverschrijdend gedrag, bestaande niet alleen uit seksuele intimidatie op 24 januari 2019, doch ook uit het enige maanden nadien plaatsen van een blog over een gebeurtenis die in het huidige #MeToo-tijdperk volgens Omroep Zeeland door velen wordt aangemerkt als een publieke aanranding.

4.3.

De kantonrechter oordeelt vaststaand dat [gedaagde] op 24 januari 2019 seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond richting de twee betrokken medewerksters van Omroep Zeeland. De kantonrechter verwijst hiervoor naar de ter zake ten overstaan van Hoffmann door beide dames, alsmede door drie collega’s afgelegde verklaringen, naar de conclusie van Hoffmann, alsmede naar de erkenning van [gedaagde] in zijn bericht van 1 maart 2019 op de interne site van Omroep Zeeland. Dat [gedaagde] ter zitting heeft betoogd dat de onderhavige zaak te zwaar is aangezet, doet aan de ernst van de feiten als zodanig niet af.

4.4.

Hoewel bedoelde onoorbare gedragingen een dringende reden kunnen opleveren voor ontslag, is de kantonrechter van oordeel dat de gebeurtenissen van 24 januari 2019 op zich ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond thans niet rechtvaardigen. Immers, in haar brief van 1 maart 2019 heeft Omroep Zeeland uitdrukkelijk verklaard dat het incident van 24 januari 2019 zou worden afgedaan met een schriftelijke berisping, zijnde de lichtste sanctie waarin de op de arbeidsverhouding van partijen toepasselijke cao voorziet. De kantonrechter is van oordeel dat op deze brief door Omroep Zeeland niet eenzijdig kan worden teruggekomen, waartoe hij overweegt dat Omroep Zeeland tegenover het desbetreffende verweer van [gedaagde] haar stelling dat niet aan de drie in de brief opgesomde voorwaarden is voldaan onvoldoende onderbouwd heeft gehandhaafd. Niet weersproken is dat [gedaagde] tezamen met de twee betrokken dames met behulp van mediation erin was geslaagd een werkbare arbeidsrelatie tussen hen te creëren. Hetzelfde geldt ten aanzien van zijn arbeidsverhouding met Omroep Zeeland als werkgeefster. Gegeven is dat [gedaagde] gesprekken heeft gevoerd met de directie, de eindredacteuren en circa 50 medewerkers, waarbij hij zich omstandig heeft verontschuldigd voor zijn omstreden gedrag. Ten slotte is gesteld noch gebleken dat het inhoudelijk functioneren van [gedaagde] na terugkeer op de werkvloer te wensen overliet.

4.5.

Ook het betoog van Omroep Zeeland dat [gedaagde] door het plaatsen van de in

r.o. 3.9 geciteerde blog ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, treft geen doel. De kantonrechter volgt Omroep Zeeland niet in haar stelling dat de inhoud van de blog in het huidige #Me Too-tijdperk zodanig gevoelig is dat plaatsing ervan na hetgeen op 24 januari 2019 was voorgevallen, onaanvaardbaar was. Als uitgangspunt overweegt de kantonrechter in zijn algemeenheid dat [gedaagde] in beginsel het recht heeft zelf te bepalen wat hij op zijn privé-facebookpagina schrijft, tenzij de inhoud strijd oplevert met de wet, de goede zeden of (toegespitst op het onderhavige arbeidsgeschil) zich kennelijk niet verdraagt met goed werknemerschap. De kantonrechter volgt [gedaagde] in zijn betoog dat zijn blog dient te worden beschouwd in het historisch perspectief van het moment waarop de foto is genomen: de euforie van de Amerikaanse strijdmacht en bevolking onmiddellijk na de capitulatie van Japan in 1945. Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet zonder nadere onderbouwing worden aangenomen dat [gedaagde] met het plaatsen van de blog iets anders heeft beoogd dan wat hij heeft aangevoerd: het geven van een journalistieke reactie op het recente overlijden van de laatste nog levende persoon die bij de wereldberoemde foto was betrokken (de matroos Mendonsa) en de unieke toevallige samenloop van omstandigheden en samenkomst van de drie personen die tot de bijzondere foto aanleiding hadden gegeven. Dat enige collega’s van Omroep Zeeland en in het verlengde daarvan de twee bewuste medewerksters de inhoud van de blog niet waardeerden vanuit de historische context van de foto maar de blog plaatsten in het kader van de hedendaagse #MeToo-emoties en de gebeurtenissen van 24 januari 2019 en dientengevolge aanstoot namen aan de blog, maakt dit niet anders. De kantonrechter volgt Omroep Zeeland ook niet waar zij, naar de kantonrechter begrijpt, stelt dat [gedaagde] , gelet op de gevolgen van zijn eerdere ongewenste gedragingen, wist of had moeten begrijpen dat zijn blog bij de beide dames fout zou vallen en emotionele schade zou opleveren. Afgezien van wat de kantonrechter reeds heeft overwogen ten aanzien van het moment waarop de foto is genomen, heeft [gedaagde] op 24 januari 2019 geen vrouwelijke collega tegen haar wil gekust dan wel gepoogd te kussen, terwijl ook anderszins de feiten zodanig ver uiteenlopen dat naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid voor [gedaagde] niet was te voorzien dat sommigen een verband zouden leggen tussen enerzijds zijn blog en anderzijds zijn laakbare handelingen op

24 januari 2019. Waar [gedaagde] ervan gewag maakt dat de matroos in dronken toestand verkeerde en op jacht was naar vrouwen, kan dat hem niet worden aangerekend nu dit nu eenmaal strookt met de toenmalige situatie, wat wordt ondersteund door de artikelen die door Omroep Zeeland zelf als productie 16 in het geding zijn gebracht. Enige citaten:

- Mendonsa deed het altijd af als een dronken vreugdekus.

- Mendonsa: I had quite a few drinks that day (… )

- Mendonsa, tipsy on a few drinks (…)

- he kissed her (…) and because he had a few drinks.

- Alfred Eisenstaedt: I was walking through the crowds on V-J Day, looking for pictures. I noticed a

sailor coming my way. He was grabbing every female he could find and kissing them all – young girls

and old ladies alike

Dat [gedaagde] bij de afscheidsborrel van 24 januari 2019 zelf, naar alle waarschijnlijkheid onder invloed van alcohol, zich heeft misdragen, brengt naar het oordeel van de kantonrechter niet met zich dat hij niet had mogen reppen over de dronkenschap en de losbandigheid van de matroos en dat hij, door het wel te doen, verwijtbaar heeft gehandeld.

Verstoorde arbeidsverhouding

4.6.

Daargelaten hetgeen de kantonrechter reeds ten aanzien van de vermeende ernstige verwijtbaarheid van het handelen van [gedaagde] heeft overwogen, oordeelt de kantonrechter evenals Omroep Zeeland de tussen partijen bestaande arbeidsverhouding zodanig ernstig en blijvend verstoord dat van Omroep Zeeland in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te laten voortduren. Een substantieel aantal collega’s acht het onbegrijpelijk dat [gedaagde] de blog heeft uitgebracht, nu zij deze in verband hebben gebracht met de gebeurtenissen op 24 januari 2019, en toont zich, net als de twee vrouwelijke collega’s, daardoor diep geschokt. Hetzelfde geldt ten aanzien van de leiding van Omroep Zeeland, wat werd onderstreept door haar uitspraken en reacties tijdens de mondelinge behandeling. Of het koppelen van de blog en de voorvallen van 24 januari 2019 al dan niet terecht is, speelt bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie geen rol. Vaststaat dat het bestuur, de Raad van Toezicht en een aanzienlijk aantal collega’s, onder wie de twee betrokken medewerksters, geen enkel vertrouwen meer hebben in de persoon [gedaagde] en in diens functioneren als leidinggevende, waarbij zij te kennen hebben gegeven nimmer meer met [gedaagde] te willen werken. De kantonrechter verwijst in dit verband naar de vele verklaringen die door Omroep Zeeland in het geding zijn gebracht. Dat enkele van die verklaringen wellicht niet door betrokkenen zelf zijn geredigeerd, laat de kantonrechter buiten beschouwing nu zij door het plaatsen van hun handtekening van hun instemming met de inhoud ervan hebben blijkgegeven. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat [gedaagde] , althans zoals hij niet onderbouwd stelt, de steun geniet van een aantal andere collega’s. De kantonrechter oordeelt de kans op een succesvolle terugkeer van [gedaagde] in de organisatie van Omroep Zeeland te verwaarlozen, hierbij tevens overwegende dat een mediationtraject reeds eerder heeft plaatsgehad en daarnaast [gedaagde] ook zelf kennelijk geen vertrouwen meer heeft in Omroep Zeeland, waar hij stelt dat de rel rond zijn blog is voortgekomen uit een wraakexercitie van de directeur en hoofdredacteur naar aanleiding van eerdere uitlatingen zijnerzijds op ander gebied.

4.7.

Gelet op de voornoemde omstandigheden is herplaatsing van [gedaagde] in de zin van artikel 7:669 lid 1 BW bij Omroep Zeeland binnen een redelijke termijn niet mogelijk. De kantonrechter zal dan ook het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de

g-grond toewijzen. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met het opzegverbod tijdens ziekte of enig ander opzegverbod. Gelet op hetgeen eerder ten aanzien van de blog is overwogen, oordeelt de kantonrechter het ontstaan van de verstoorde arbeidsverhouding niet ernstig verwijtbaar aan [gedaagde] . De kantonrechter acht dan ook geen termen aanwezig bij de vaststelling van de ontbindingsdatum geen rekening te houden met de opzegtermijn, zoals door Omroep Zeeland verzocht. Nu partijen zich niet over de opzegtermijn als zodanig hebben uitgelaten, gaat de kantonrechter op grond van artikel 7:672 BW uit van een opzegtermijn van vier maanden. Gelet op de duur van de procedure zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden met ingang van 1 september 2019.

Transitievergoeding

4.8.

Omroep Zeeland stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] geen transitievergoeding toekomt nu hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is ernstig verwijtbaar handelen van [gedaagde] niet aan de orde, zodat hem op grond van artikel 7:673 BW een transitievergoeding toekomt.

Ten aanzien van het zelfstandig tegenverzoek

Billijke vergoeding

4.9.

De kantonrechter wijst het, door de toewijzing van het ontbindingsverzoek onvoorwaardelijk geworden, zelfstandig verzoek van [gedaagde] strekkende tot toekenning van een billijke vergoeding af. Gelet op artikel 7:671b lid 8, aanhef en onder c BW is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Omroep Zeeland. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren, zoals door [gedaagde] wordt gepretendeerd.

4.10.

Zoals in r.o. 4.6. overwogen, staat vast dat het bestuur van Omroep Zeeland direct na de plaatsing van de blog van [gedaagde] op facebook werd geconfronteerd met verontwaardigde en boze reacties van medewerkers, waarop onverwijld diende te worden gereageerd. Nu reeds eerder rond de persoon van [gedaagde] een zodanige onrust was ontstaan, dat de organisatie daardoor in zekere mate was ontwricht, ligt het voor de hand dat het bestuur de hernieuwde deining naar aanleiding van handelen van [gedaagde] een halt heeft willen toeroepen. Wellicht heeft het bestuur zich daarbij te veel laten leiden door de emoties op de werkvloer naar aanleiding van de blog en zich te weinig ingespannen deze emoties te kanaliseren en af te remmen, doch dit kan, mede gelet op de voorgeschiedenis van deze zaak, naar het oordeel van de kantonrechter niet als ernstig verwijtbaar worden gekwalificeerd. De stelling van [gedaagde] dat Omroep Zeeland de kwestie rond de blog heeft aangevoerd met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren, wordt door de kantonrechter als onvoldoende onderbouwd verworpen. Hetzelfde geldt ten aanzien van de stelling dat die kwestie slechts is aangegrepen als wraakexercitie naar aanleiding van een eerder geschil op ander gebied.

Ten aanzien van het verzoek en zelfstandig tegenverzoek

4.11.

Gelet op de omstandigheden van de onderhavige zaak en het feit dat beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, zal de kantonrechter de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

ten aanzien van het verzoek

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 september 2019;

wijst het meer of anders verzochte af;

ten aanzien van het zelfstandig tegenverzoek

wijst het verzoek af;

ten aanzien van het verzoek en het zelfstandig tegenverzoek

bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.M. Raaijmaakers-Rottier, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.