Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2019:238

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23-01-2019
Datum publicatie
24-01-2019
Zaaknummer
02-820470-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

(pogingen tot) mensenhandel door uitbuiting via prostitutie, 5 slachtoffers onder wie een 16-jarig meisje. Van dit meisje is ook kinderporno vervaardigd en verspreid via o.a. sekssites op internet.

Artikel 273f Sr. Straf: 4 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/820470-17

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 januari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats]

wonende [adres]

gedetineerd in P.I. De Dordtse Poorten te Dordrecht

raadsman mr. K.R. Verkaart, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 13 november 2018 en 9 januari 2019, gelijktijdig maar niet gevoegd met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) met parketnummer 02/800061-18. Daarbij hebben de officier van justitie, mr. Van Dorst, en de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt. De sluiting van het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2019.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting van 15 mei 2018 overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en op de zitting van 9 januari 2019 overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 26 januari 2017 te Breda, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ander, te weten, [naam 1]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 1] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [naam 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft verdachte

- via de internetsite " [internetsite] " contact gezocht met die [naam 1] en/of

- haar gevraagd om sexy (naakt)foto's van zichzelf te sturen en/of

- haar vervolgens bij hem thuis uitgenodigd en/of

- haar geld aan geboden om seks met hem, verdachte, te hebben;

- haar vervolgens gezegd dat zij seks moest hebben met een of meer derde(n) (tegen betaling) en/of dat wanneer zij dit niet deed hij, verdachte, haar foto's op het internet zou zetten;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

artikel 45 Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 november 2016 tot en met 21 december 2016 te Breda, althans in Nederland ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om een persoon, genaamd [naam 2]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 2] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 2] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [naam 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft verdachte

- via de internetsite " [internetsite] " contact gezocht met die [naam 2] en/of

- haar gevraagd om sexy (naakt)foto's van zichzelf te sturen en/of

- haar vervolgens bij hem thuis uitgenodigd en/of

- haar geld aan geboden om seks met hem, verdachte, te hebben;

- haar vervolgens gezegd dat zij seks moest hebben met een of meer derde(n) (tegen betaling) en/of dat wanneer zij dit niet deed hij, verdachte, haar foto's op het internet zou zetten;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

artikel 45 Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2017 tot en met 31 juli 2017 te Breda, althans in Nederland, een ander, te weten [naam 3]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 3] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 3] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [naam 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

bestaande die enige handeling(en) hieruit dat verdachte

- via what's app contact heeft onderhouden met die [naam 3] en/of

- haar heeft gevraagd om (naakt)foto's van zichzelf te sturen en/of

- haar vervolgens heeft gezegd dat zij seks moest hebben met een of meer derde(n) en/of dat wanneer zij dit niet deed hij, verdachte, haar foto’s op het internet zou zetten en/of aan haar familie en/of vrienden zou sturen en/of

- die [naam 3] vervolgens (als prostitué) te werk heeft gesteld en/of

- zichzelf heeft voorgedaan als klant;

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2014 tot en met 03 november 2014 te Breda, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [naam 4]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 4] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 4] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [naam 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6°)

waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van die [naam 4] ,

en/of

(lid 1, onder 9°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 4] heeft/hebben bewogen hem, verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

bestaande die enige handeling(en) hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- via de internetsite " [internetsite] " contact gezocht met die [naam 4] en/of

- haar vervolgens bij hem thuis heeft uitgenodigd en/of

- zich door haar heeft/hebben laten pijpen en/of

- van deze seksuele handelingen foto's en/of filmpopnamen heeft/hebben gemaakt en/of

- haar heeft/hebben gezegd dat zij seks moest hebben met een of meer derde(n) en/of dat wanneer zij dit niet deed hij, verdachte en/of zijn mededader(s), haar foto's en/of filmpje op het internet zou(den) zetten en/of

- advertentie(s) voor sekssites heeft/hebben gemaakt en/of laten maken en/of

- de prijzen heeft/hebben bepaald waartegen die [naam 4] de seksuele handelingen moest verrichten en/of

- die [naam 4] een werktelefoon en/of werkkleding heeft/hebben gegeven en/of

- haar drugs heeft/hebben gegeven voordat zij ging werken en/of

- haar heeft/hebben geslagen als zij niet wilde werken en/of

- haar gedwongen voor en/of nadat zij klanten had gehad ook nog seks met hem verdachte en/of zijn mededader(s) te hebben en/of

- het door die [naam 4] verdiende geld (deels) heeft/hebben ingenomen en/of beheerd en/of (deels) aangewend voor zijn/hun eigen gebruik;

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2016 tot en met 31 maart 2017 te Breda, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [naam 5] (geboren op [geboortedag naam 5] 2000),

(lid 1, onder 2°)

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 5] , terwijl die [naam 5] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

(lid 1, onder 5°)

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [naam 5] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist en/of moest vermoeden dat die [naam 5] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen terwijl die [naam 5] de leeftijd van 18 jaar nog

niet had bereikt en/of

(lid 1, onder 8°)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [naam 5] met of voor een derde tegen betaling terwijl die [naam 5] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

immers heeft/hebben verdachte of (één van) de medeverdachte(n)

- die [naam 5] (meermalen) drugs gegeven en/of aangeboden en/of

- die [naam 5] opgedragen, althans gevraagd, om seks met hem/hen en zijn/hun vrienden te hebben en/of

- die [naam 5] vervolgens gevraagd en/of opgedragen om seks met anderen voor geld te hebben en/of

- seksueel/erotisch getinte foto's van die [naam 5] gemaakt en/of

- filmpjes van die [naam 5] gemaakt, waarbij zij, hem verdachte en/of zijn mededader(s) aan het pijpen is en/of

- een werknaam voor die [naam 5] aangemaakt waarmee zij als prostituee adverteerde en/of

- een of meerdere seksadvertenties gemaakt waarin de diensten van die [naam 5] worden aangeboden en/of

- die seksadvertenties op diverse sekssites geplaatst en/of

- die [naam 5] in het bezit gesteld van een of meer klantentelefoons en/of

- haar opgedragen de inkomende telefoontjes te beantwoorden en/of

- die [naam 5] naar klanten gebracht en/of

- het door die [naam 5] verdiende geld ingenomen en/of door die [naam 5] laten afdragen;

art 273f lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 5° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 27 september 2017 te Breda, althans in Nederland,

afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of gegevensdragers (te weten een Iphone 4 en/of een Acer telefoon) bevattende deze afbeeldingen (te weten foto’s en/of video’s) van seksuele gedragingen, waarbij [naam 5] , geboren op [geboortedag naam 5] 2000 die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

- in bezit heeft gehad en/of

- zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger/hand zichzelf betasten en/of zichzelf aanraken van haar geslachtsdeel en/of haar billen door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

- [afbeelding] (op Iphone) (pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december2018)

en/of

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [naam 5] gekleed is en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [naam 5] en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [naam 5] in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt tot seksuele prikkeling;

- [afbeelding] (op Acer) (pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december2018)

- [afbeelding] (op Acer) (pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [afbeelding] (op Iphone), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal

bevindingen d.d. 3december2018)

- [afbeelding] (op Iphone) (pag 594 eind proces verbaal en pagina 10 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 januari 2017 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s van seksuele gedragingen, waarbij [naam 5] , geboren op [geboortedag naam 5] 2000 die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben

- vervaardigd en/of

- verspreid (door het plaatsen op de internetsite “ [internetsite] ”) en/of

- openlijk tentoongesteld (door het plaatsen op de internetsite “ [internetsite] ”) en/of

- zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft/hebben verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger en/of hand zichzelf vaginaal penetreren van het lichaam door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

- [advertentie] ) (pag 594 proces verbaal en pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d. d. 3 december2018)

- [advertentie] ) (pag 594 proces verbaal en pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

en/of

het met de/een vinger/hand zichzelf betasten en/of zichzelf aanraken van haar geslachtsdeel en/of haar billen door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

- [afbeelding] (op Iphone) (pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ) (pag 594 proces verbaal en pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

en/of

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [naam 5] gekleed is en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [naam 5] en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [naam 5] in beeld gebracht wordt/worden,

(waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt tot seksuele prikkeling;

- [afbeelding] (op Acer) (pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [afbeelding] (op Acer) (pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december2018)

- [afbeelding] (op Iphone), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal

bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [afbeelding] (op Iphone) (pag 594 eind proces verbaal en pagina 10 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 8 van het

aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op de inhoud van het dossier en stelt zich op basis van dit dossier op het standpunt dat de door de aangeefsters genoemde [naam 7] dezelfde persoon is als [naam 8] en dat deze [naam 8] verdachte is. Van het bestaan van de door verdachte genoemde [naam 9] , die volgens hem [naam 7] zou zijn, is niets gebleken. Voorts is gebleken van een aantal opvallende overeenkomsten in de verklaringen van de aangeefsters.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de aan verdachte ten laste gelegde feiten kan komen en wijst er daarbij allereerst op dat allerminst vaststaat dat verdachte de door sommige aangeefsters genoemde [naam 7] is en dat de reële mogelijkheid bestaat dat deze [naam 7] de door verdachte genoemde [naam 9] is. Reeds op grond hiervan dient verdachte van de feiten 1, 2 en 3 te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de afzonderlijk ten laste gelegde feiten heeft de raadsman nog het volgende aangevoerd:

feit 1 ( [naam 1] ): onvoldoende blijkt dat bij verdachte het oogmerk van uitbuiting dan wel het opzet om haar te dwingen of te bewegen tot het verrichten van arbeid/diensten, bestond; er is evenmin voldoende bewijs voor een begin van uitvoering van het oogmerk van uitbuiting.

feit 2 ( [naam 2] : de verklaring van [naam 2] wordt niet ondersteund door enig andere bewijsmiddel. Er is voorts onvoldoende bewijs voor het oogmerk tot uitbuiting dan wel het opzet om [naam 2] te dwingen of te bewegen tot het verrichten van arbeid/diensten dan wel voor een begin van uitvoering van het oogmerk van uitbuiting.

feit 3 ( [naam 3] ): uit het dossier blijkt niet van enige dwang dan wel geweld of dreiging daarmee. Daarnaast is niet bewezen dat sprake is geweest van een oogmerk tot uitbuiting. Ook is niet bewezen dat er sprake is geweest van seks. De verklaring van [naam 3] daarover is onbetrouwbaar.

feit 4 ( [naam 4] ): weliswaar heeft [naam 4] prostitutiewerkzaamheden verricht, maar dat gebeurde vrijwillig. Er is geen steunbewijs voor de verklaring van [naam 4] dat er sprake is van uitbuiting en dwang. Haar verklaring is onbetrouwbaar, mede gelet op haar voorgeschiedenis. De foto’s en filmpjes waarop een vrolijke [naam 4] te zien is, geven geen blijk van een uitbuitingssituatie. Voorts verklaart [naam 4] wisselend over hetgeen waarmee zij werd gechanteerd en over het wel of niet willen van het door verdachte maken van opnames van seks. Daarnaast is er geen bewijs van het door verdachte plegen van geweld naar [naam 4] toe. Dat [naam 4] werd uitgebuit blijkt ook niet uit de verklaring van [naam 6] , voor zover deze verklaring al als betrouwbaar kan worden aangemerkt.

feit 5 ( [naam 5] ): de verklaring van [naam 5] wordt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Voorts dient de periode van prostitutiewerkzaamheden te worden beperkt tot begin januari 2017.

feiten 6 en 7 (bezit, vervaardigen en/of verspreiden van kinderporno van [naam 5] ): De kinderporno die op de Acer telefoon is aangetroffen kan verdachte niet verweten worden, nu deze telefoon niet van hem, maar van [naam 9] was. Voor het vervaardigen en verspreiden van kinderporno dient vrijspraak te volgen omdat uit de verklaring van [naam 5] niet overtuigend blijkt dat verdachte deze handelingen heeft verricht.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Inleiding

In het kader van het gedane onderzoek in dit dossier is een aantal aangeefsters dan wel getuigen gehoord die verklaren het slachtoffer te zijn geworden van (een poging tot) mensenhandel. De rechtbank zal hieronder aan de verklaringen van deze aangeefsters en getuigen op chronologische volgorde aandacht besteden.

4.3.2

[naam 4]

Zij heeft in een informatief gesprek op 20 november 2014 verklaard1 dat zij drie weken gedwongen in de prostitutie heeft gewerkt in Breda. Zij heeft seks tegen betaling met meerdere mannen moeten hebben en al het geld meteen moeten afdragen. Zij heeft nooit geld gekregen voor haar seksuele diensten. Zij heeft in een eerder stadium vrijwillige seks met verdachte gehad onder invloed van XTC. Hierdoor was zij zich niet helemaal bewust van wat er allemaal gebeurde en heeft de verdachte filmopnamen en fotografische opnamen gemaakt van deze seks. Nu bedreigt en chanteert hij haar hiermee door te zeggen dit aan haar vader te laten zien en op het internet te gaan plaatsen als zij niet doet wat hij wil. Zij heeft in drie weken tijd zes dagen per week van 17:00 uur tot diep in de nacht gewerkt. Zij beschrijft de verdachte als een persoon van Afrikaanse afkomst, brildragend, circa 1.70 meter lang, met kort donker kalend haar, ongeveer 27 jaar oud.

Zij verklaart2 in haar aangifte op 30 november 2014 dat zij [verdachte] , die zij [verdachte] noemt, in de zomer van 2014 via internet op datingsite “ [internetsite] ” heeft ontmoet. Hij heeft haar op een gegeven moment via [internetsite] gevraagd of zij in de prostitutie wilde werken. Zij heeft dat in eerste instantie geweigerd. Na een aantal weken kreeg zij weer via [internetsite] contact met hem. Zij hebben vervolgens telefoonnummers uitgewisseld, waarna er contact was via de app. Ook heeft zij verdachte toen aan de telefoon gesproken. Zij hebben toen met elkaar afgesproken. Zij is eind augustus 2014 naar het station in Breda gegaan waar verdachte haar heeft opgehaald. Zij zijn vervolgens naar zijn flatwoning aan de [adres] gegaan. De woning heeft een grote woonkamer en achter een klein muurtje lag zijn bed. Het bed bestond uit een matras op de grond. Zij hebben in het begin seks met elkaar gehad. Van die seks zijn door verdachte opnamen gemaakt met een iPhone. Zij wilde dit niet, maar verdachte zei dat hij er niets mee ging doen. Hij maakte ook een filmpje terwijl zij hem aan het pijpen was. Dat was ook in zijn huis. [naam 4] is later een paar keer teruggegaan naar de woning van verdachte. Zij heeft daar ook een andere jongen leren kennen die onder andere [medeverdachte] genoemd werd. Anderen noemen hem [medeverdachte] of [medeverdachte] . Zij heeft gedwongen in de prostitutie gewerkt op twee locaties (woningen) in Breda. Zij werd daar in de auto van verdachte naartoe gebracht. [medeverdachte] bestuurde de auto, omdat verdachte geen rijbewijs had. Indien zij in één van de woningen was en er kwam een klant, dan ging zij eerst met de klant naar boven en moest hij haar eerst op de kamer betalen. Hierna moest zij altijd even zeggen dat zij naar de wc moest. Zij liep dan naar beneden en moest het geld afdragen aan verdachte en/of [medeverdachte] . Zij heeft nooit iets van dit geld mogen houden. Zij heeft wel eens XTC gebruikt, waardoor zij eigenlijk niet goed weet wat zij met een klant heeft gedaan. Zij gebruikte ook wel eens bewust te veel, zodat zij het niet meer zo bewust meemaakte. Zij nam de telefoon aan en moest aan de klant uitleggen waar hij naartoe moest rijden. Zij kreeg klanten via [internetsite] en [internetsite] . Op haar telefoon staan screenshots van haar advertenties. Bij de advertenties staat een telefoonnummer. Die telefoon was van verdachte. Die kreeg zij regelmatig om klanten te woord te staan. Verdachte had wel 6 of 7 telefoons. [medeverdachte] maakte foto’s van haar. Hij zei hoe zij moest gaan staan. Toen zij naar verdachte toe ging om te zorgen dat de seksfilmpjes niet verder verspreid zouden worden, zei hij tegen haar dat hij niks met het filmpje zou doen als zij bij hem zou komen en lingerie en korte rokjes mee zou nemen. Dat heeft zij toen gedaan. Verdachte vertelde haar dat zij heel sexy moest doen tegen de klant. Zij hadden de prijzen bepaald die zij moest vragen: 150 euro per uur, voor een half uur 100 en voor een vluggertje 65. Zij heeft vaak escort gedaan. [medeverdachte] reed haar dan. Verdachte en [medeverdachte] hebben de advertenties gemaakt van [internetsite] en [internetsite] . Verdachte en [medeverdachte] bepaalden de werktijden en hoe lang zij moest werken.

Dit alles vond plaats in ieder geval 3 weken achter elkaar in oktober en

november 2014. Zij is op 13 oktober 2014 met de trein naar Breda gegaan met de afspraak

dat als zij naar hem toe zou gaan, de film en foto’s vernietigd zouden worden. Dit is niet gebeurd en daarna heeft zij die drie weken gedwongen voor hen in de prostitutie gewerkt.

Van al het geld heeft zij niets mogen houden dan wel gekregen. Zij heeft alles moeten afdragen.

Over haar persoonlijke omstandigheden heeft [naam 4] verklaard3 dat haar moeder drugsverslaafd is, schizofrenie heeft en in een tehuis zit. [naam 4] is zelf in het verleden op school veel gepest en zij had thuis veel ruzie. Zij heeft toen 4 maanden bij Accare gezeten, alwaar zij werd begeleid. Zij heeft ook bij andere opvanghuizen voor meisjes gezeten. Zij heeft een relatie gehad met een jongen die wilde dat zij, nadat zij drugs had gekregen, seks had met zijn vrienden. Zij heeft veel slechte ervaringen met jongens. Ten tijde van haar aangifte zat zij wederom in een opvanghuis. [naam 4] heeft ook nog verklaard4 dat Accare een psychiatrische kliniek is. Na Accare heeft zij 10 maanden bij Fier Fryslan gezeten. Toen zij verdachte op [internetsite] ontmoette was zijn naam op [internetsite] “ [nam 10] ”.

4.3.3

[naam 11]

Op 1 juni 2016 heeft [naam 11] bij de politie een melding5 gedaan over ene [naam 7] met telefoonnummer [telefoonnummer 1] en ene [naam 8] met telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Zij zou met [naam 7] via [internetsite] en WhatsApp contact hebben gekregen.

Zij verklaart6 als getuige op 7 september 2017 over de hiervoor genoemde melding dat zij via de site [internetsite] in contact is gekomen met [naam 7] . Hij benaderde haar via die site.

Hij begon met een normaal gesprek, maar midden in het gesprek bood hij haar direct veel geld om iets met hem en zijn vriend te doen. Zij denkt dat het 1600 euro was. Hij wilde een trio met zijn vriend samen en hij had het over haar kledingstijl, een kort rokje. Zij vond het veel geld, maar zij was er wel snel uit dat zij dat nooit zou doen. Zij was toen 16 jaar oud, bijna 17. Hij kon haar leeftijd op die site zien. Hij heeft haar over de app gezegd dat zij niet met hem in de buitenwereld wilde komen omdat zij nog geen 18 jaar oud was. Hij vertelde op een gegeven moment tegen haar dat hij 26 of 27 jaar oud was en daar schrok zij van.

In het begin verliep het contact via [internetsite] , maar zij gingen al heel snel over op WhatsApp. Tijdens het gesprek hebben zij telefoonnummers uitgewisseld.

Zij wist dat [naam 7] uit Breda kwam. Zij hebben ongeveer anderhalve maand geappt naar elkaar. Dit was ook seksueel getint. Hij vroeg ook om pikante foto’s van haar en die heeft zij ook gestuurd naar hem. Zij denkt dat [naam 7] gevraagd heeft om een afspraak te maken. Vervolgens is zij met de trein naar Breda gegaan. Toen zij in Breda op het station was aangekomen, appte hij haar dat hij nog even iets moest doen en dat hij iets later was. Zij heeft hem niet aan de telefoon gehad en zijn stem nog nooit gehoord. Vanaf het station hoorde zij van hem dat zij een bepaalde bus moest pakken naar de Ritsestraat in Breda en dat er daar een vriend zou staan die haar op kwam halen. Het zou een donkere jongen zijn met een zwarte scooter. Zij heeft daar nog even op die vriend moeten wachten. Die vriend vroeg of zij [naam 11] heette en hij stelde zich voor als [naam 8] . Zij is achterop gegaan met hem en naar zijn huis gegaan. [naam 7] had haar verteld dat zij met zijn vriend naar huis moest gaan en dat zij op hem moest wachten. De woning van [naam 8] was een appartement op de tweede verdieping, aan het einde van de galerij had je een spiegel. Er was een rekje in de woning voor de hond. Er was ook een balkon dat uitkeek op bomen. [naam 8] had een zwarte hond, die [naam hond] heette. Volgens haar was het een type Amerikaanse stepherd (de rechtbank begrijpt dat dit “stafford” moet zijn). [naam 8] was een donkere jongen, hij had een bril (een zwart montuur) en een petje op. Hij zei dat hij Afrikaans was. Hij had kort kroes haar, hij was een smalle jongen met een klein buikje. Hij zei dat hij 1 jaar ouder of jonger dan [naam 7] was. Zij is in de woning van [naam 8] blijven slapen omdat het al laat was. De volgende morgen kreeg zij al direct appjes van [naam 7] dat zij seks met [naam 8] moest hebben en filmpjes moest maken en als zij dit niet zou doen, dan zou hij haar foto’s op internet zetten.

In de eerder genoemde melding7 geeft [naam 11] aan dat de pikante foto’s van haar, die zij eerder aan [naam 7] via WhatsApp had gestuurd, op [internetsite] staan. [naam 7] heeft zij alleen via foto’s van WhatsApp gezien. Hij zou 26 jaar zijn, Surinamer, donker uiterlijk, dreadlocks, met tatoeages op zijn armen en hij zou gouden kettingen dragen.

4.3.4

[naam 13]

heeft tijdens een informatief gesprek bij de politie op 11 januari 2017 verklaard8 dat zij in augustus 2016 via een vriendin in Breda ene [naam 8] heeft leren kennen. Via WhatsApp heeft zij contact gehouden met deze [naam 8] . Eind september - begin oktober 2016 heeft zij [naam 8] voor het eerst fysiek gezien in Rotterdam. Zij hebben toen wat gedronken, waarna er weer via de app contact was. Zij heeft naaktfoto’s via WhatsApp naar [naam 8] gestuurd. Daarop is zij helemaal naakt te zien. Haar eerste seksuele contact met [naam 8] was in de eerste week van het nieuwe jaar, omstreeks 3 januari 20l7. Zij heeft toen met [naam 8] bij hem thuis afgesproken in Breda. Zij weet alleen nog dat het de [adres] was in Breda. Het telefoonnummer waar [naam 8] in eerste instantie op benaderde was [telefoonnummer 3] en later benaderde hij [naam 13] met telefoonnummer: [telefoonnummer 4] . Bij [naam 8] thuis in Breda was ook een vriend van [naam 8] , te weten [medeverdachte] , een Nederlandse jongen. Zij heeft toen met beiden seks gehad. Volgens [naam 8] is hier een filmpje van gemaakt. Dat heeft hij haar op 7 januari 2017 via de telefoon verteld, niet via WhatsApp. Zij had [naam 8] verteld dat zij terug ging naar haar vriend [naam 14] . [naam 8] belde toen en zei: waarom ga je terug naar die klootzak? [naam 8] zei: ik wil dat je hier komt, wij moeten praten. Zij is toen weer naar Breda gegaan. Zij hebben toen gepraat. Zij had [naam 8] eerder verteld over haar geldproblemen. [naam 8] zei dat zij regelingen moest treffen en hij zei dat hij een site voor haar had aangemaakt voor escort en zo van haar geldproblemen af kon komen. Zij heeft toen gezegd dat zij het eerst een keer wilde proberen. Zij is toen naar één klant gebracht. Dit was een verschrikkelijke ervaring. Zij kreeg een prepaid telefoon van [naam 8] en moest opnemen met de naam [naam 15] . Zij werd naar de klant gebracht door [naam 8] en een vriend [naam 16] . Samen brachten zij haar naar een adres in Breda. Zij moest van [naam 8] naar een bepaalde persoon toelopen en eerst het geld aanpakken en naar de auto brengen. Zij kreeg 105 euro en moest deze persoon oraal bevredigen. Zij heeft dit geld aan [naam 8] gegeven. Zij heeft zelf geen geld gehad. Zij heeft er nog om gevraagd maar heeft niets gekregen. Zij vond die seks niet fijn en heeft na die seks tegen [naam 8] lopen schreeuwen. Hij zei toen dat zij die dag nog 2 klanten te doen had en daarna uit zijn leven mocht gaan. Als zij het niet zou doen, zou hij het filmpje naar haar ouders sturen en het online zetten. De eerste klant heeft zij vrijwillig gedaan, maar de tweede en derde klant heeft zij gedaan omdat zij zich machteloos voelde. Die klanten heeft zij allebei gepijpt en zij heeft 105 euro per klant gekregen. [naam 8] heeft de prijs bepaald. Zij moest dit naar de auto brengen. Al deze keren heeft zij de 105 euro aan [naam 8] gegeven.

[naam 8] heeft haar daarna nog geappt en haar nog eens gedreigd met “als je vandaag niet komt om half vier dan gaat alles gebeuren. Ik heb alle contacten uit je lijst. Dan mag je me nog één keer pijpen en 100 euro aan mij geven dan ben je van me af.” Zij heeft toen tegen [naam 8] gezegd dat zij hem nooit meer wil zien. [naam 8] heeft 4 of 5 telefoontjes. [naam 8] heeft zelf geen rijbewijs. Hij heeft een speciale bril met gele glazen, hij heeft namelijk een oogaandoening. Hij is ongeveer 29 jaar oud. [naam 8] heeft een hond die lijkt op een Stafford.

Later die dag, na het informatieve gesprek, meldde [naam 13] aan de politie dat zij een vervelend dreig-smsje had ontvangen van [naam 8] met een link naar een advertentie op [internetsite] . Daar stond een advertentie op van stoute [naam 15] met foto’s van haar.

Op 24 september 2018 is aan [naam 13] als getuige9 bij de rechter-commissaris de foto van verdachte voorgehouden, waarna zij verklaarde dat zij deze persoon herkent als [naam 8] . Zij herkent hem aan de speciale bril. [naam 13] is ook de foto van medeverdachte [medeverdachte] voorgehouden. Zij herkent hem als de Nederlandse jongen ( [medeverdachte] ) over wie zij het in haar verklaring bij de politie had.

4.3.5

[naam 2]

Zij heeft tijdens een informatief gesprek met de politie op 22 december 2016 verklaard10 dat ze ongeveer 4 weken eerder een jongen genaamd [naam 7] uit Breda heeft leren kennen via de website [internetsite] . Op een gegeven moment vroeg [naam 7] aan haar of zij seks tegen betaling wilde hebben met hem. [naam 2] ging hier op in. Zij kon het geld goed gebruiken. Zij had in de tussentijd enkele naaktfoto’s van haarzelf naar [naam 7] opgestuurd. Uiteindelijk heeft zij met [naam 7] op 20 december 2016 afgesproken bij een bushalte aan de Tuinzichtlaan in Breda. Daar aangekomen gaf [naam 7] via WhatsApp te kennen dat hij niet kwam en dat zij opgehaald werd door een man die voor 1200 euro de gehele nacht seks met haar zou hebben. Zij gaf bij [naam 7] aan dat zij dit absoluut niet wilde. [naam 7] begon via de app dreigende berichtjes te sturen met daarin de tekst dat als ze niet zou meewerken hij haar naaktfoto’s op internet zou plaatsen. Het was inmiddels 23.30 uur. Zij is vervolgens naar een woning gelopen waar nog licht brandde en heeft aangebeld. De man die open deed, heeft haar verhaal aangehoord en haar naar huis gebracht. De volgende dag werd zij door onbekende mannen telefonisch benaderd. Volgens die mannen stond zij op [internetsite] en [internetsite] met een adres van haar moeder in Maassluis.

Zij toonde de politie via de internetsite [internetsite] een profielfoto van genoemde [naam 7] .

Bij haar aangifte op 17 oktober 2017 heeft [naam 2] verklaard11 dat [naam 7] de profielnaam [naam 7] had en haar als eerste een bericht heeft gestuurd. Zij zou 1200 euro krijgen voor seks met hem. [naam 7] zou eigenlijk naar haar komen, maar hij kon toen niet komen omdat hij laat klaar was met werken. Hij vroeg haar naar het station Breda te komen en dan zou hij haar daar op komen halen. Later zei hij dat zij het beste vanaf het station met de bus kon komen omdat hij haar toch niet op kon komen halen. Zij is bij de bushalte aan de Tuinzigtlaan in Breda uitgestapt en heeft daar twintig minuten op hem gewacht. Toen appte [naam 7] haar met: “Luister mami, iemand anders wil jou voor een hele nacht. Iemand anders komt jou zo ophalen.” Zij heeft hem toen geappt dat het zo niet werkte en dat zij het niet ging doen. Zij zei ook dat zij naar huis ging. Zij is toen vanaf de bushalte gaan rennen, omdat zij bang was dat iemand haar op zou halen bij de bushalte of zelfs zou ontvoeren. Zij heeft [naam 7] een paar keer proberen te bellen maar hij drukte haar weg. Zij heeft zijn stem nooit gehoord, omdat het contact altijd via WhatsApp ging. [naam 7] ging vervolgens verder appen met een ander telefoonnummer. Hij appte dat zij nog één kans kreeg en dat hij haar op internet zou zetten. In de tijd dat zij contact hadden had zij hem al twee halve naaktfoto’s gestuurd. Zij was ook echt bang dat hij de naaktfoto’s op Facebook zou zetten. Zij wist dat [naam 7] naaktfoto’s van haar op een sekssite had geplaatst, omdat zij werd gebeld door een man die haar vroeg of zij een bepaald bedrag per uur vroeg. Vervolgens kreeg zij wel twintig appjes met uitnodigingen voor seks tegen betaling. Zij had contact met [naam 7] via haar telefoonnummer [telefoonnummer 5] .

Op 21 december 2016 heeft [naam 2] verklaard dat [naam 7] twee telefoonnummers had, namelijk [telefoonnummer 6] en [telefoonnummer 3] en dat het een donker getinte man met dreads betrof.

4.3.6

[naam 5]

, geboren op [geboortedag naam 5] 2000, verklaart12 op 19 december 2017 dat zij op een datingsite contact kreeg met ene [naam 8] . Zij hebben verder gepraat via WhatsApp. Na 3 weken spraken zij af in Groningen. [naam 8] kwam met ene [medeverdachte] met de auto. Zij is met die jongens naar Breda gereden. [naam 8] had haar op WhatsApp al gevraagd of zij seks wilde hebben voor geld. Zij had geld nodig en wilde het wel een keer proberen. Toen zij naar Breda reed, wist zij al dat zij daar seks zou hebben voor geld. Ze gingen naar de flat waar [naam 8] woonde. In de flat waren al twee jongens. Zij rookte jointjes met de anderen. Zij heeft toen seks gehad met de vier jongens. Eerst met [naam 8] , daarna met de andere jongens. [naam 8] heeft gezegd dat zij een rood lingeriesetje aan moest doen. Zij heeft op WhatsApp tegen [naam 8] gezegd dat zij 17 jaar oud was. De volgende middag, nadat zij in de woning van [naam 8] had geslapen, kwam [medeverdachte] weer langs. [medeverdachte] heeft toen foto’s van haar gemaakt terwijl zij op bed lag. Zij had twee soorten lingeriesetjes aan. [naam 8] zei toen dat hij een account aan ging maken op [internetsite] Er zou 150 euro voor een uur, 70 voor en half uur en 50 euro voor een vluggertje worden gevraagd. Haar werknaam was [naam 15] . Die avond vroeg [medeverdachte] of zij cocaïne wilde gebruiken. Zij had dat nog nooit gedaan en wilde dat wel eens proberen. Zij had toen seks met [medeverdachte] en [naam 8] . Zij hield contact met [naam 8] via WhatsApp. Zij vond hem wel aardig. Aan [naam 5] is een foto van verdachte [verdachte] getoond. Zij herkende de persoon op de foto als [naam 8] waarover zij in haar verklaring spreekt. Voorts herkende [naam 5] bij het tonen van foto’s de buitenkant van het gebouw aan de [adres] in Breda waar de woning van [verdachte] is als het gebouw waar [naam 8] woonde. Zij herkende van foto’s ook de deur van de woning van [verdachte] , een deel van het interieur en de plaats waar het bed stond.

In januari 2017, 1 à 2 weken na de eerdere ontmoeting, is [naam 5] in het weekend weer naar Breda gegaan. Dat had ze met [naam 8] afgesproken. Ze is toen met [naam 8] naar zijn huis gereden. [medeverdachte] kwam daar ook. Zij zou gaan werken als prostituee. Zij moest die avond telefoontjes opnemen. Er belden veel mannen. De eerste afspraak was om 23.00 uur. Zij moest naar de klant als escort. [medeverdachte] en [naam 8] brachten haar met de auto. Ze konden het adres niet vinden en daarom ging het niet door. [naam 8] gaf haar een Nokia telefoon die zij gebruikte voor haar werk als prostituee. De volgende afspraak was om 11.30 uur in Breda bij twee studenten. [medeverdachte] en [naam 8] brachten haar weer. Ze had toen met ieder van die studenten een half uur seks. Zij betaalden ieder 70 euro. Zij moest het geld aan [naam 8] en [medeverdachte] geven. Zij kreeg daar 40 euro van. [naam 8] heeft ook filmpjes gemaakt met haar telefoon toen zij hem aan het pijpen was. De 2 filmpjes heeft hij naar zijn eigen telefoon gestuurd en daarna verwijderde hij de filmpjes op haar telefoon. [naam 8] heeft later, toen zij weer thuis was, gedreigd de filmpjes openbaar te maken. Zij heeft voor het laatst in maart 2017 contact met [naam 8] gehad. In het begin had zij op [internetsite] contact met een jongen die [naam 7] heette. Hij had een profielfoto van een donkere man met rastahaar in een luxe auto. Hij zou naar Groningen komen, maar is nooit geweest. [medeverdachte] omschrijft zij als een blanke jongen met een niet-Nederlandse afkomst. Als hij aan het schelden was, klonk dat Italiaans. Hij had zijn haar in een staartje en had een normaal postuur, geen tatoeages, leeftijd eind 20, donkerblond haar, geen bril of baard. Hij sprak Nederlands.

Bij een studioverhoor op 26 september 2018 heeft [naam 5] nog verklaard13 dat [medeverdachte] foto’s van haar heeft gemaakt met een smartphone. [medeverdachte] zei dan hoe zij moest gaan staan, liggen of poseren. [naam 8] was de enige persoon die daar verder bij was. Die foto’s van [medeverdachte] zijn toen op [internetsite] gezet. Dat heeft ze zelf gecheckt. Dat plaatsen heeft [naam 8] gedaan. Ze had [naam 8] op de telefoon bezig gezien en hij was bezig met dat [internetsite] -account op haar telefoon, waarschijnlijk heeft hij haar nummer in dat account gezet. Zij heeft gezien dat hij die foto’s op [internetsite] heeft gezet. Zij moest van [naam 8] en [medeverdachte] telefoontjes opnemen. Als mannen belden, vroeg zij eerst wat voor seks de klant wilde en er waren vaste prijzen die door [naam 8] bepaald waren.

In het begin, in november 2016, had zij op [internetsite] contact met een jongen die [naam 7] heette. De gesprekken met [naam 7] gingen veel over seks. Zij had ook contact met [naam 7] via WhatsApp. Zij spraken over het hebben van seks voor geld en dat zij dat wel zou doen.

Zij verklaart wanneer haar een foto wordt getoond van medeverdachte [medeverdachte] dat dat [medeverdachte] is.

4.3.7

[naam 1]

Zij verklaart14 op 1 februari 2017 dat zij begin januari 2017 via de chat-/datingsite [internetsite] een bericht kreeg van ene [naam 7] Het bericht van [naam 7] begon als volgt: “je bent sexy mami, ik geef je 900 euro als je ochtend middagje bij me wil komen of nachtje. Wil gewoon leuke ochtend middag of avond nacht met je lekkere muziek leuke film lekker drankje knuffele kussen gek doen met elkaar in slaapkamer. Kijk ik kom net uit een lange relatie heb een neigen bedrijf werk 50/60 uur per week ik heb geen zin en tijd om een meid te versieren als ik geen relatie moet ik hou ook niet van playe of lijntje houden daarom dat ik zo direct ben met mijn vraag”. Zij heeft als reactie haar telefoonnummer [telefoonnummer 7] aan hem gegeven met de vraag of hij haar via WhatsApp wilde benaderen. Zij kreeg daarop via haar WhatsApp berichten van [naam 7] . [naam 7] gebruikte daarbij het telefoonnummer [telefoonnummer 8] .

Op een gegeven moment vroeg hij aan haar wanneer zij naar hem toe zou komen. Zij vroeg toen aan hem hoe hij haar ging helpen qua geld. [naam 7] schreef dat zij die 900 euro zoals afgesproken zou krijgen. [naam 7] vroeg aan haar of zij sexy foto’s van haarzelf naar hem wilde toesturen. Zij heeft die naar hem toegestuurd. [naam 7] vroeg toen aan haar waar zij woonde, want dan kwam hij haar wel ophalen. Zij heeft toen haar straat waar zij woonde gegeven, maar niet het juiste huisnummer. Zij spraken af dat hij haar op 26 januari 2017 zou komen ophalen. Uiteindelijk nam [naam 7] pas om 17.00 uur contact met haar op. Hij zei dat hij haar niet op kon halen en dat zij met eigen vervoer naar Breda moest komen. Zij moest naar een bushalte in de Tuinzigtlaan in Breda gaan. [naam 7] zei dat hij haar lopend zou komen ophalen. Zij is toen met haar auto naar Breda gereden en is bij de bushalte gaan staan. Toen zij daar stond omstreeks 23.55 uur heeft zij [naam 7] een bericht gestuurd dat zij er stond. Zij kreeg toen na ongeveer 5 minuten via WhatsApp een bericht van [naam 7] “mami je kan nu of omkeren of meegaan met de man die jouw zo komt ophalen. Je doet alles wat hij zegt, zo niet dan plaats ik jouw foto’s die je mij hebt gestuurd op [internetsite] en social media”. Zij ontving ook een screenshot van [naam 7] wat hij zou plaatsen. Ondertussen had zij de politie in Breda gebeld en [naam 7] aan het lijntje gehouden totdat de politie er was.

Op een gegeven moment kreeg zij van ene [naam 8] , telefoonnummer [telefoonnummer 4] , een bericht via haar WhatsApp. Deze jongen vroeg aan haar waar zij stond, want dan kwam hij haar daar halen. Zij zei dat zij bij de bushalte stond. Inmiddels was de politie al gearriveerd bij haar. Zij heeft aan [naam 8] uitgelegd dat zij met [naam 7] had afgesproken voor 900 euro en niet met iemand anders. [naam 8] schreef dat hij 200 euro voor haar had betaald aan [naam 7] .

Ondertussen kreeg zij bericht van [naam 7] dat hij de sexy foto’s van haar had geplaatst op [internetsite] .com en op sexsites. Er was een nepprofiel aangemaakt op [internetsite] .com en op sexsites. Het nepprofiel op [internetsite] heette [naam 17] . Op dit profiel werd de tekst geplaatst “hoi [telefoonnummer 7] app me:*). Dat is haar telefoonnummer.

4.3.8

[naam 3]

heeft op 4 juli 2017 verklaard15 dat haar nicht ergens in mei heeft gezegd dat zij iemand had die meisjes zocht om in de prostitutie te werken. [naam 3] heeft toen ja gezegd. Zij kreeg de volgende dag al een app waarin iemand contact zocht. Het was met het nummer [telefoonnummer 3] . De man die haar appte zei dat hij [naam 7] was genaamd. Bij zijn profiel op WhatsApp stond geen naam. Hij vroeg de maten van haar lichaam. Toen hij dat vroeg heeft zij hem foto’s gestuurd. Op de naaktfoto’s staat haar gezicht niet, maar op de normale foto’s met kleding aan wel. Zij heeft ook een video gestuurd van een lapdance. Hij had daar om gevraagd omdat de klant wilde zien hoe zij een dansje deed. Een of twee dagen later heeft zij apps gestuurd dat zij niet meer wilde. Hij werd toen boos en zei dat zij niet meer terug kon. Hij zei dat hij een klant had die wist dat zij zou komen.

Ze moest daar van hem naar toe gaan, anders zou hij haar foto’s online gaan plaatsen. Vervolgens heeft [naam 7] ook een foto naar haar gestuurd van haar facebookpagina en ook van al haar vrienden. Zij was toen bang geworden dat hij dit ook werkelijk zou doen en was bang dat haar vader en vrienden erachter zouden komen dat ze in de prostitutie had gewerkt. [naam 3] heeft toen gezegd dat zij het nog één keer zou doen en dat hij het geld mocht houden maar dat het dan moest stoppen. Ze hoopte dat het dan ook afgelopen zou zijn met de dreigementen en ze van [naam 7] af zou zijn.16

Zij heeft verder verklaard17 dat zij begin juni naar de klant in Breda is gegaan. [naam 7] had haar een adres gestuurd van de bushalte waar zij naartoe moest. Het was de bushalte aan de Rithsestraat. Zij kwam om 23:00 uur of 23:30 aan bij de bushalte. Zij moest daar wachten. [naam 7] had haar via de app gezegd dat de klant haar op zou komen halen. Zij zag wat later een donkere man aankomen bij de halte. Zij heeft kennis met die man gemaakt en zij zijn naar zijn huis gelopen. De man was slank. Hij had een bril op. Het was een donker montuur en ook de glazen waren een beetje donker. Hij zei dat hij 29 jaar was. Hij zag er ook wel zo uit. Hij had platgeschoren haar en hij droeg een pet met een klep. Het was een bruine man, iets lichter dan zijzelf. Hij was ongeveer 1 meter 75 lang. Hij was Afrikaans. Hij had ook een hond bij zich. Het leek op een Stafford. De klant belde meerdere keren eerder op die dag. Zij had hem een aantal keren gesproken. Hij had dezelfde stem als de man bij de bushalte. Zij moesten ongeveer 10 minuten lopen naar zijn woning. Zijn huis was in een flat. Het was een studio want er waren geen aparte slaapkamers. Het tweepersoonsbed was gewoon in de hoek. In de woonkamer stond een lederen lichtbruine hoekbank. De klant had een zwarte smartphone en er lag ook nog een kleine Samsung telefoon en met die telefoon belde hij haar. Nadat zij wat gepraat hadden, vroeg hij haar om zich om te kleden. Zij heeft toen haar lingerie aangedaan. Hij vroeg haar toen om een lapdance te doen. Vervolgens gingen haar kleren uit. Zij heeft een aantal keer seks met hem gehad. Later is zij weer bij de bushalte afgezet. Toen zij thuis kwam stuurde [naam 7] haar een app dat zij voorlopig niets meer zou horen, maar dat het nog niet klaar was. Zij heeft [naam 7] nooit in het echt gesproken of gezien. Hij stuurde hierna ook nog berichten waarin hij zei dat hij wilde dat zij nog voor hem om de twee weken bleef werken. Er moesten ook nieuwe foto’s worden gemaakt. Die klant, dezelfde als waar zij was geweest, zou dan foto’s van haar maken. Zij zou dan met die klant gaan werken. Die klant zou haar naar klanten gaan brengen en zij zou bij hem blijven slapen. Zij zou dus met die man uit Breda samen moeten werken. Hij zou dan advertenties van haar op sekssites zetten. Dit is wat [naam 7] haar berichtte. Zij wist zelf al dat zij niet door zou gaan. Zij was al bij de politie geweest, omdat zij wilde dat het zou stoppen. [naam 7] dacht een keer dat zij hem had geblokkeerd op de app. Zij kreeg toen een app vanaf een ander telefoonnummer. Dat was het nummer [telefoonnummer 9] . Zij kreeg toen de volgende berichten: “je bent nu van mij” en “hij heeft gepasst” Met dat laatste bedoelt hij dat [naam 7] haar aan hem heeft gegeven. Op een vrijdag kreeg zij weer bericht van [naam 7] . Hij had weer gedreigd om haar foto’s te plaatsen. Zij had hem namelijk genegeerd op zijn vragen of zij naar hem toe zou komen voor het maken van foto’s. Op de profielfoto van [naam 7] is volgens [naam 3] een donkerbruine man met lange dreadlocks te zien.

[naam 3] heeft later aan de politie de flat aangewezen18 waar zij met de klant naar binnen is gegaan. Het betreft een flat aan de [adres] in Breda. De verhoorders delen aan [naam 3] mee dat zij de inhoud van haar telefoon hebben bekeken en delen mee dat op haar telefoon onder andere het WhatsApp-gesprek dat zij met [naam 18] heeft gevoerd staat en dat zij uit de context kunnen opmaken dat dit het gesprek is tussen haar en [naam 7] . [naam 3] herinnert zich dat [naam 7] op een gegeven moment een andere profielfoto had. Dat was een foto van een man. Hij zei dat hij die man was. Op die foto zie je een donker gekleurde man met lange dreadlocks. Nadat zij aangifte heeft gedaan heeft zij het nummer van [naam 7] geblokkeerd. Hij heeft haar toen met een aantal verschillende nummers WhatsApp-berichten gestuurd: [telefoonnummer 10] [telefoonnummer 11] . Op 11 mei 2017 om 23:04 uur appt [naam 7] “Of je komt of ik exposé je”. Op 10 juni 2017 gaat het in het gesprek tussen haar en [naam 7] over dat zij naar de klant gaat. Op 11 juni 2017 vraagt [naam 7] hoe het was gegaan. Op 17 juni 2017 om 16:16 uur appt [naam 7] “heeft hij lx over laten gaan”. Op dat zelfde tijdstip is in de telefoon van [naam 3] te zien dat zij is gebeld door het nummer [telefoonnummer 12] .

Op 22 juni 2018 heeft [naam 3] nog verklaard19 dat [naam 7] een naaktfoto van haar op facebook heeft geplaatst. Hij heeft volgens haar een profiel aangemaakt en hij heeft de foto daar geplaatst. Hij heeft gedreigd dat hij haar familie en vrienden ging toevoegen. Hij heeft één bekende van haar toegevoegd. De rechterfoto op pagina 868 van het dossier (de foto van verdachte op zijn ID-staat) is aan [naam 3] voorgehouden, waarna zij heeft verklaard dat dat de klant is.

De digitale inhoud van de telefoon van [naam 3] is onderzocht. In de WhatsApp-contacten stond het contact [naam 18] met telefoonnummer + [telefoonnummer 3] . Bij dit contact stond een foto van een donker getint persoon met dreadlock haren. Tussen 29 april 2017 en 4 juli 2017 had [naam 3] WhatsApp gesprekken met het contact [naam 18] .20

Deze gesprekken gaan over de eerste contacten, het sturen van foto’s, dreigementen aan het adres van [naam 3] , betalingen en instructies. Zo zegt [naam 18] op 8 mei 2017 “Ik heb mijn klant gezegd jij komt. Mami. Je gaat negeren ok. Ik verspreid jou nummer zet je op internet en Facebook enzo en stuur al jouw vrienden familie onze gesprekken en je foto’s” en “Of je komt of ik exposé je”. Op 5 juni 2017 zegt hij: “Weet je zet je nu wel op internet heb Screenshots van al je vrienden familie vast ook wel je vriendje zet je ook kk voorschut dan” en “Ik kom zo achter waar je woont” en “Je staat online” en “Of deze week stoot ik je door aan iemand en werk je voor hem pak ik mijn procenten wel van hem”.

Op 17 juni 2017 zegt hij tegen [naam 3] nadat zij vraagt wat het nummer is van de klant die met haar gaat werken “Heeft hij 1x over laten gaan” en nadat zij heeft gezegd dat zij volgende week gaat beginnen, vraagt hij “Kan jij zelf [internetsite] en [internetsite] aanmaken of moet ik doen?”, waarna zij zegt “Doe jij welke fotos gebruik je”.21

Uit de inhoud van die gesprekken in combinatie met de inhoud van de verklaring van [naam 3] leidt de rechtbank af dat [naam 18] de door [naam 3] genoemde [naam 7] is en dat deze [naam 7] wist hoe hij advertenties op [internetsite] en [internetsite] moest aanmaken.

4.3.9

Doorzoeking woning [adres] te Breda

Op woensdag 27 september 2017 vond een doorzoeking plaats in de woning [adres] te Breda, de woning van verdachte.22 De volgende goederen werden tijdens de doorzoeking inbeslaggenomen:

- Mobiele telefoon Acer aan achterzijde getapet met gele tape (A.2.1.1 beslagnummer 413337)

- Mobiele telefoon Apple iPhone in goudkleurig hoesje Diesel (A.1.2.1 beslagnummer 413357)

- Startpakket Lebara van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] (A.1.1.2 beslagnummer 413392).

Tijdens de doorzoeking bleek dat er in de woning een zwarte, op een Stafford gelijkende, hond aanwezig was. Tijdens de doorzoeking werden op verschillende plaatsen in de woning verpakkingen van simkaarten, simkaarthouders/uitdruk strips en een verpakking van een telefoon aangetroffen.

De woning van verdachte is door een verbalisant beschreven.23De woning was op de eerste etage gelegen van een flat. De voordeur van de woning was te bereiken vanaf een afgesloten galerij.

RUIMTE 4: BERGING

Naast de hal was de berging gelegen. In deze berging stond onder andere een houten kastje.

Goederen aangetroffen in dit kastje worden aangeduid met de code 4.1.

RUIMTE 1: WOONKAMER

De woonkamer was gelegen achter de hal. Aan de linkerzijde van de woonkamer stond een eettafel met stoelen eromheen. Goederen aangetroffen op deze tafel worden aangeduid met de code 1 .1. Achter de tafel, verder de woning in, stond een beigekleurige hoekbank met daarvoor een salontafel met lades. Goederen aangetroffen in deze tafel worden respectievelijk aangeduid met de code 1.2 voor de linker lade en 1.3 voor de rechterlade. Achter deze bank stond een stalen honden Bench. Achter deze Bench was het raam uitkijkend op het balkon. Voor het raam hingen zwartkleurige gordijnen.

RUIMTE 2: SLAAPKAMER

Naast de woonkamer was de slaapkamer gelegen. In de slaapkamer stond een bed met rechts daarnaast een nachtkastje. Goederen aangetroffen in of op dit nachtkastje worden aangeduid met de code 2.1. Aan het voeteneinde van het bed stond een televisie.

In ruimte 2.1 (nachtkastje in de slaapkamer) lag een verpakking en een simkaarthouder van de provider Lebara met het telefoonnummer [telefoonnummer 9] . De rechtbank stelt vast dat [naam 3] over dit telefoonnummer heeft verklaard dat dit het telefoonnummer is van de man aan wie ze door [naam 7] is “gepasst”.

In ruimte 4 (berging) lag een verpakking en een simkaarthouder van provider Lebara met het telefoonnummer [telefoonnummer 6] . [naam 2] heeft over dit nummer verklaard dat dit het telefoonnummer is van de door haar in haar verklaring genoemde [naam 7] .

In ruimte 3.1 (rechterlade van de salontafel) lag een verpakking en een simkaarthouder van de provider Lebara met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . De rechtbank stelt vast dat [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] hebben verklaard dat dit het telefoonnummer is van de door hen genoemde [naam 7] en dat [naam 13] heeft verklaard dat dit het telefoonnummer van [naam 8] is, waarbij de rechtbank van belang acht dat [naam 13] later bij het voorhouden van een foto van verdachte hem herkent als [naam 8] over wie zij heeft verklaard.24

4.3.10

Telefoons en telefoonnummers

Uit het voorgaande blijkt dat:

- telefoonnummer [telefoonnummer 4] wordt genoemd door [naam 1] en [naam 13] als het nummer van [naam 8] ;

- telefoonnummer [telefoonnummer 3] wordt genoemd door [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] wordt genoemd als het nummer van [naam 7] en wordt genoemd door [naam 13] als het nummer van [naam 8] ;

- telefoonnummer [telefoonnummer 6] wordt genoemd door [naam 2] als het nummer van [naam 7] ;

- telefoonnummer [telefoonnummer 2] wordt genoemd door [naam 11] als het nummer van [naam 8] ;

- telefoonnummer [telefoonnummer 9] wordt genoemd door [naam 3] als het nummer dat werd gebruikt door de vriend van [naam 7] ;

- telefoonnummer [telefoonnummer 10] wordt genoemd door [naam 3] als het nummer van [naam 7] ;

- telefoonnummer [telefoonnummer 11] wordt genoemd door [naam 3] als het nummer van [naam 7] ;

- telefoonnummer [telefoonnummer 12] wordt genoemd door [naam 3] als het nummer van [naam 7] dan wel de klant van [naam 7] ;

- telefoonnummer [telefoonnummer 1] wordt genoemd door [naam 11] als het nummer van [naam 7] ;

- de Acer telefoon en de simkaarthouder van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] zijn aangetroffen in of op het nachtkastje naast het bed in de slaapkamer;

- de iPhone en een simkaart Lebara [nummer] zijn aangetroffen in de linker lade van de salontafel in de woonkamer;

- een simkaarthouder van het telefoonnummer [telefoonnummer 6] lag in de berging;

- een simkaarthouder van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] lag in de rechterlade van de salontafel;

- een startpakket van Lebara van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] lag op de eettafel in de woonkamer.

25De in de woning van verdachte aangetroffen Acer telefoon met beslagnummer 413337 had het imei-nummer [imeinummer 1] en in deze telefoon zijn de volgende telefoonnummers gebruikt: [telefoonnummer 10] , [telefoonnummer 11] en [telefoonnummer 3] .

De in de woning van verdachte aangetroffen iPhone telefoon met beslagnummer 413357 had het imei-nummer [imeinummer 2] en in deze telefoon is het telefoonnummer

[telefoonnummer 2] gebruikt.

|

Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat de door de aangeefsters/getuigen genoemde telefoonnummers van [naam 8] [naam 7] of “de klant”, met uitzondering van de nummers [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 1] , zijn te herleiden tot telefoons, simkaarten en simkaarthouders die in de woning van verdachte zijn aangetroffen.

26Van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 12] zijn historische verkeersgegevens opgevraagd. Volgens de printlijst heeft er meermalen telefoonverkeer plaatsgevonden met een telefoonnummer in gebruik bij [naam 19] en een telefoonnummer in gebruik bij [naam 20] . Dit zijn broers van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat dit een aanwijzing is dat de telefoon met het nummer eindigend op [telefoonnummer 12] werd gebruikt door verdachte.

De in de woning van verdachte aangetroffen iPhone is digitaal onderzocht.27 Het telefoonnummer van deze telefoon is + [telefoonnummer 2] . In de telefoon zaten mappen van het programma WhatsApp. Voor elk contact met WhatsApp waarmee mediabestanden worden verstuurd maakt WhatsApp een map aan. In deze mappen zaten diverse foto’s en video’s met een aanmaakdatum van vóór 3 mei 2017. Er zaten 7 sms-berichten afkomstig van ene [naam 21] , waarbij in 6 van de 7 berichten de ontvanger van het bericht “ [verdachte] ” wordt genoemd, zijnde de voornaam van verdachte. Op de telefoon kwam het nummer [telefoonnummer 13] voor. Dit nummer is gebruikt in relatie tot advertenties die geplaatst zijn op [internetsite] en is in gebruik bij [naam 5] . In de WhatsApp-map behorende bij dit nummer zaten diverse submappen met videobestanden, onder andere een drietal videobestanden waarop een vrouw een donkergetinte man oraal bevredigt. De vrouw op die videobestanden vertoont gelijkenis met [naam 4] . Er zaten ook meerdere foto’s op de telefoon, waaronder foto’s van [naam 4] , [naam 13] , [naam 2] , [naam 5] en [naam 1] . Een aantal foto’s van [naam 13] en van [naam 5] komen ook voor in een advertentie op [internetsite] Op de iPhone stonden 253 foto’s van vrouwen in lingerie, deels naakt of geheel naakt. Ook stonden op deze telefoon afbeeldingen van een getint persoon met dreadlocks. De persoon op deze foto’s vertoont grote gelijkenis met de persoon op de foto die is gebruikt als profielfoto van [naam 7] bij het contact met [naam 2] en [naam 1] en als profielfoto van [naam 18] bij het contact met [naam 3] . Voorts stonden op de telefoon foto’s van verdachte zelf.

Verdachte heeft verklaard dat de aangetroffen iPhone met het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] van hem is.28

Verdachte heeft voorts verklaard dat de aangetroffen Acer telefoon en de aangetroffen simkaarten en simkaarthouders niet van hem zijn. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig, niet alleen vanwege de vindplaats van deze voorwerpen - met name de Acer telefoon op of in het nachtkastje - in de woning van verdachte, maar ook vanwege andere bevindingen die hierna nog zullen worden besproken.

4.3.11

Is verdachte [naam 8] / [naam 8] en/of [naam 7] ?

Verdachte heeft verklaard29 dat hij ook wel [naam 8] wordt genoemd. Hij heeft ook verklaard dat hij [naam 3] heeft ontmoet en dat zij met hem in zijn woning is geweest. Hij kent [naam 11] en erkent dat hij zichzelf [naam 8] heeft genoemd tegenover haar. [naam 11] is in zijn woning geweest en hij heeft telefonisch contact met haar gehad via zijn telefoon met het nummer beginnend met [telefoonnummer 2] en eindigend op [telefoonnummer 2] . Met [naam 4] heeft verdachte een relatie gehad. Hij heeft een filmpje van haar gemaakt terwijl zij hem aan het pijpen is. Hij herinnert zich ook dat er sexy foto’s van [naam 4] zijn gemaakt. Hij erkent ook dat hij wel eens is meegegaan als [naam 4] als prostituee naar klanten ging en hij weet dat zij op de website [internetsite] stond.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte de persoon [naam 8] / [naam 8] is die door [naam 13] , [naam 11] , [naam 5] en [naam 3] wordt genoemd in hun verklaringen. Hij wordt ook door hen herkend als [naam 8] , dan wel als de klant. Het signalement dat zij van de klant dan wel van [naam 8] geven komt grotendeels overeen met het signalement van verdachte. Sommigen herkennen ook de woning van verdachte als de woning waar zij zijn geweest met [naam 8] en ook de beschrijving van de hond van [naam 8] komt overeen met de hond die verdachte had.

Verdachte ontkent [naam 7] te zijn die door een aantal aangeefsters en getuigen wordt genoemd als de persoon met wie zij contact hadden. Hij heeft - overigens pas tijdens zijn 5e verhoor in januari 2018, nadat hij op de hoogte was van de bevindingen in het onderzoek en dus in staat was om zijn verklaring op die bevindingen aan te passen - verklaard dat [naam 7] [naam 9] is. [naam 9] heeft volgens verdachte gebruikt gemaakt van zijn iPhone en de in zijn woning aangetroffen Acer telefoon, simkaarthouders en simkaarten zijn van [naam 9] . [naam 9] zou een aantal foto’s van vrouwen naar de iPhone van verdachte hebben gestuurd omdat op de Acer van [naam 9] te weinig geheugenruimte was. Over [naam 9] weet verdachte dat hij van Marokkaanse afkomst is en in [straatnaam] woont bij zijn ouders. Verdachte zegt [naam 9] van vroeger te kennen en hij geeft een signalement van [naam 9] . Hij weet geen achternaam of verblijfplaats van [naam 9] .

De rechtbank leidt uit de verklaringen van [naam 1] en [naam 11] af dat zij via WhatsApp contact hadden met [naam 7] en dat zij met hem hadden afgesproken, maar dat zij in Breda zouden worden opgehaald door ene [naam 8] . Met [naam 7] hebben zij nimmer lijfelijk contact gehad. Opvallend is dat geen van de aangeefsters en getuigen [naam 7] in levende lijve heeft ontmoet. Sterker nog: alle contacten met [naam 7] verliepen via websites of WhatsApp, zodat geen van hen de stem van [naam 7] heeft gehoord. Voor zover door hen (profiel)foto’s van [naam 7] zijn gezien, betreft het foto’s van een getinte man met dreadlocks, welke foto’s op de iPhone van verdachte zijn aangetroffen, wat een aanwijzing is dat verdachte [naam 7] is.

Voorts stelt de rechtbank vast dat het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 3] is gebruikt door zowel [naam 8] (die door [naam 13] wordt herkend als verdachte) als door [naam 7] en dat op de iPhone van verdachte foto’s zijn aangetroffen van [naam 2] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 1] en [naam 13] , terwijl [naam 2] en [naam 1] hebben verklaard dat zij deze foto’s naar [naam 7] hebben gestuurd.

De verklaring van verdachte dat [naam 9] die foto’s naar zijn iPhone heeft gestuurd, omdat de Acer telefoon van [naam 9] te weinig geheugen had en dat hij, ondanks het feit dat hij die foto’s op zijn telefoon had gezien, het wel goed vond, acht de rechtbank, mede in het licht van de overige genoemde feiten en omstandigheden, ongeloofwaardig.

Het bestaan van [naam 9] wordt, anders dan door verdachte zelf, door niemand in dit onderzoek bevestigd. Er zijn geen getuigen die de naam [naam 9] noemen en verdachte zelf is niet in staat gebleken om concreet te maken wie deze persoon is. Hij weet geen achternaam, geen telefoonnummer en geen verblijfplaats te noemen van deze [naam 9] . Van verdachte had toch op zijn minst verwacht mogen worden dat hij bij vrienden, kennissen of anderen zodanig navraag had gedaan of laten doen naar [naam 9] dat hij op die manier meer te weten was gekomen. Dit klemt temeer nu verdachte gedetineerd was vanwege de verdenking dat hij zelf achter de ten laste gelegde feiten zat. Dat verdachte zelf enig onderzoek heeft gedaan, is niet gebleken.

De verklaring van verdachte over het bestaan van de door hem genoemde [naam 9] wordt dan ook door de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde geschoven. De verklaring van verdachte dat de door aangeefsters en getuigen genoemde [naam 7] dezelfde persoon is als [naam 9] kan dus ook geen stand houden.

De verklaring van verdachte dat de in zijn woning aangetroffen Acer telefoon, simkaarten en simkaarthouders van [naam 9] waren, houdt dan evenmin stand. Dat deze goederen van een ander waren dan van verdachte, is evenmin gebleken. Dat de woning van verdachte een “inloophuis” was en dat iedereen daar maar goederen kon neerleggen, wordt niet bevestigd door anderen en acht de rechtbank dan ook onaannemelijk. Er zou volgens verdachte naast [naam 9] nog een persoon over de sleutel van de woning beschikken. Verdachte heeft de naam van die persoon niet willen noemen. De rechtbank acht dan ook in het licht van de overige bevindingen, waaronder de verklaring van [naam 4] dat verdachte over 6 à 7 telefoons beschikte, bewezen dat de Acer telefoon, simkaarten en simkaarthouders van verdachte waren en dat deze door hem gebruikt zijn.

Uit al de hiervoor genoemde bevindingen en de verklaringen van aangeefsters en getuigen, leidt de rechtbank voorts af dat verdachte degene was die niet alleen onder de naam [naam 8] maar ook onder de naam [naam 7] contact had met de aangeefsters en getuigen die hebben verklaard via sites en WhatsApp contact te hebben gehad met [naam 7] .

4.3.12

Betrouwbaarheid verklaringen aangeefsters

Met betrekking tot de betrouwbaarheid van de door aangeefsters en getuigen afgelegde verklaringen stelt de rechtbank in het algemeen vast dat niet gebleken is dat de aangeefsters en getuigen elkaar kenden, waarbij de rechtbank betrekt dat deze personen uit verschillende delen van Nederland kwamen en dat de feiten waarover zij verklaren alle in verschillende perioden zijn gepleegd. De rechtbank neemt dan ook aan dat deze verklaringen onafhankelijk van elkaar zijn afgelegd. Desondanks ziet de rechtbank grote overeenkomsten in die verklaringen en in een aantal gevallen zelfs dezelfde modus operandi in de verklaringen over de werkwijze van verdachte, zoals bij [naam 1] , [naam 2] en [naam 11] . De rechtbank is ook niet gebleken dat er om andere redenen aan het waarheidsgehalte van die verklaringen zou moeten worden getwijfeld. Dit maakt die verklaringen naar het oordeel van de rechtbank betrouwbaar.

Dit geldt eveneens voor de verklaring van [naam 4] . De wijze waarop zij verklaart over de manier waarop verdachte dreigde met het op internet zetten van filmpjes of foto’s komt overeen met de verklaringen van andere aangeefsters. [naam 4] heeft al in november 2014 aangifte tegen verdachte gedaan. Zij was de eerste die belastend over hem verklaarde. De eerstvolgende die een verklaring over verdachte heeft afgelegd was [naam 11] in juni 2016. De verklaringen van [naam 4] kunnen dan ook niet ingegeven zijn door verklaringen van andere aangeefsters en getuigen die pas later een verklaring hebben afgelegd. Dat [naam 4] een voorgeschiedenis had, zoals de verdediging stelt, maakt niet dat haar verklaringen daardoor onbetrouwbaar zouden zijn. Ook het feit dat er filmpjes en foto’s van [naam 4] zijn waarop zij al dan niet samen met verdachte vrolijk is afgebeeld, doet niets aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen af. Dat [naam 4] op die foto’s en filmpjes vrolijk is, kan te maken hebben met de persoonlijkheid van [naam 4] , waarbij eveneens niet uit het oog verloren mag worden dat die opnames momentopnames zijn, dat [naam 4] een kwetsbaar persoon was die (in elk geval gedurende bepaalde periodes) verliefd was op verdachte. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat [naam 4] geen reden heeft gezien om later, bijvoorbeeld bij haar verhoor bij de rechter-commissaris op 22 juni 2018, haar verklaring over het handelen van verdachte in te trekken of te wijzigen ten gunste van verdachte. Bij de rechter-commissaris heeft zij nog eens nadrukkelijk verklaard dat zij nooit tegen verdachte heeft gezegd dat zij in de prostitutie wilde werken en dat het echt kwam doordat de foto’s op internet zijn gezet en verdachte haar chanteerde dat zij hierin is meegegaan.

4.3.13

Is er sprake van ‘unus testis, nullus testis’?

De verdediging heeft aangevoerd dat ten aanzien van de ten laste gelegde feiten met betrekking tot [naam 2] , [naam 4] en [naam 5] alleen de verklaring van deze personen als bewijsmiddel voorhanden is en dat er voor die feiten geen steunbewijs is dat hun verklaring ondersteunt. Ingevolge artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering zou dan vrijspraak voor die feiten moeten volgen, omdat er maar één getuige is, het zogenaamde ‘unus testis, nullus testis’ oftewel ‘één getuige is geen getuige’.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank stelt vast dat naast de verklaringen van de aangeefsters/getuigen over ‘hun eigen’ feit ook technisch bewijs voorhanden is, bestaande uit de resultaten van het onderzoek naar de contacten via de telefoon (WhatsApp, gestuurde foto’s). Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank steunbewijs aanwezig in de vorm van de aangiften van de andere meisjes/vrouwen, waarbij het handelen van verdachte een zelfde modus operandi vertoont. Zo vindt de benadering van de meisjes/vrouwen door verdachte veelal in eerste instantie plaats middels een chat- of datingsite ( [internetsite] ) waarbij hij meestal de naam [naam 7] gebruikt. Daarna wordt na uitwisseling van telefoonnummers contact met elkaar gezocht via WhatsApp. Verdachte gebruikt dan als profielfoto een foto van een getinte man met gouden tanden, gouden kettingen, dreadlocks en tatoeages. Hij doet zich tegenover meerdere vrouwen voor als iemand die net uit een lange relatie komt, een eigen bedrijf heeft, 50/60 uur per week werkt en geen tijd en zin heeft om een meid te versieren als hij geen relatie moet. Hij zegt er geld voor over te hebben als de vrouw tijd met hem wil doorbrengen. Hij vraagt in alle gevallen de vrouw sexy foto’s van zichzelf aan hem te sturen en de vrouwen doen dit vervolgens. Hij vraagt de vrouw naar Breda te komen en er wordt een afspraak gemaakt elkaar ergens te ontmoeten. Wanneer de vrouw onderweg is naar de afspraak zegt hij dat er iemand anders zal komen in plaats van hijzelf ( [naam 8] of “de klant”) en dat de vrouw zal moeten doen wat hij zegt, anders zal hij de foto’s die de vrouw heeft gestuurd plaatsen op het internet. Hij zegt ook dat de vrouw meer of andere foto’s of filmpjes van zichzelf moet sturen omdat hij haar anders online zal zetten. Hij plaatst profielen van de vrouwen op sites waar deze hun seksuele diensten aanbieden. Hij dwingt vrouwen tot seks (tegen betaling) met derden.

4.3.14

Beoordeling ten laste gelegde feiten

De rechtbank zal hieronder - na een korte schets van het juridisch kader bij mensenhandel - uitgaande van wat hiervoor reeds is overwogen en als bewijsmiddel is weergegeven, per feit - eveneens in chronologische volgorde - overwegen wat zij bewezen acht.

4.3.15

Juridisch kader mensenhandel

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – mensenhandel zoals omschreven in artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4, 5, 6, 8 en 9 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Naast de specifiek in de diverse sub-leden genoemde delictsbestanddelen zoals dwangmiddelen, gedragingen en opzetvarianten is een wezenlijk bestanddeel dat sprake is van uitbuiting en/of dat het oogmerk van verdachte daarop is gericht. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat instemming met de uitbuiting niet in de weg hoeft te staan aan bewezenverklaring van die uitbuiting, indien één van de in de wet omschreven dwangmiddelen is gebruikt. De beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is voldoende om een gedwongen karakter aan te nemen. Er hoeft geen sprake te zijn geweest van een zodanige dwang of druk dat voor het slachtoffer geen andere keuze meer mogelijk was. Ook mag de rechter (mede) uit de omstandigheden afleiden dat er sprake is van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misbruik van een kwetsbare positie.

Van een uitbuitingssituatie in de prostitutie kan worden gesproken wanneer de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin de "gemiddelde mondige prostituee in Nederland" pleegt te verkeren.

Tot slot wordt opgemerkt dat als het gaat om een minderjarig slachtoffer geen sprake hoeft te zijn geweest van het gebruik van een dwangmiddel om tot een bewezenverklaring van mensenhandel te kunnen komen. Anders dan geldt ten aanzien van sub 4, vormt ‘uitbuiting’ naast de overige bestanddelen geen impliciet bestanddeel van artikel 273f lid 1 sub 5 Sr.

In de hierna te volgen bewijsoverweging zal op de diverse onderdelen worden ingegaan.

4.3.16

Feit 4 [naam 4]

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [naam 4] over de wijze waarop zij gedwongen werd prostitutiewerkzaamheden te verrichten grote overeenkomsten vertoont met de verklaringen van andere aangeefsters/getuigen, die ook zeiden dat verdachte had gedreigd foto’s op internet te zetten als zij geen seksuele diensten bij derden wilden verrichten. Die verklaringen vormen steunbewijs voor de verklaringen van [naam 4] .

Op basis van de hiervoor weergegeven verklaringen van [naam 4] en de modus operandi van verdachte zoals die hierboven is weergegeven, acht de rechtbank de feitelijke

handelingen zoals die in de tenlastelegging onder feit 4 zijn vermeld, bewezen, met uitzondering van de zinsneden:

- haar heeft/hebben geslagen als zij niet wilde werken, en

- haar gedwongen voor en/of nadat zij klanten had gehad ook nog seks met hem verdachte en/of zijn mededader(s) te hebben.

Deze twee zinsneden passen niet in de weergegeven modus operandi van verdachte. Nu er verder geen steunbewijs is voor deze handelingen, dient verdachte van deze twee zinsneden te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht evenmin bewezen dat sprake is van medeplegen. Weliswaar heeft medeverdachte [medeverdachte] nauw en bewust samengewerkt bij het prostitueren van [naam 4] , maar de rechtbank acht niet overtuigend bewezen dat [medeverdachte] wetenschap had van de dwang die op [naam 4] is uitgeoefend door de chantage met de film en foto’s en het misbruik van haar kwetsbare positie.

Ook de verklaring van [naam 6] : “het is gegaan dat [verdachte] haar in de prostitutie wilde zetten. Dat hoorde ik van mijn ex-vriend.”, acht de rechtbank daarvoor onvoldoende, mede bezien in het licht dat [naam 6] ten tijde van het afleggen van deze verklaring de ex-vriendin van [medeverdachte] was en dat mogelijk haar verklaring is gekleurd door frictie tussen haar en [medeverdachte] .

Dat verdachte [naam 4] heeft gedreigd met een andere feitelijkheid, blijkt uit haar verklaring. Hij heeft immers gedreigd foto’s van haar op internet te zetten als zij niet zou doen wat hij zei. Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin [naam 4] verkeerde. [naam 4] heeft in haar verklaring over haar verleden gesproken. Verdachte heeft hierover verklaard30 dat [naam 4] hem heeft verteld over haar “kutverleden”, over haar moeder die een junk was en schizofreen was, dat zij een relatie had gehad met een jongen die haar pilletjes gaf en haar vasthield en dat haar vader haar mishandelde. Ze ging iedere avond met tranen naar bed. Voorts wist verdachte dat [naam 4] verliefd op hem was. Dit plaatste haar in een kwetsbare positie, die verdachte heeft misbruikt door haar te dwingen tot prostitutie.

Dat verdachte daarbij het oogmerk van uitbuiting van [naam 4] had, blijkt uit haar verklaring dat zij zich door de dreiging om foto’s en een film op internet te zetten in haar keuze beperkt voelde en zich gedwongen voelde om als prostituee te werken.

Daarmee acht de rechtbank hetgeen onder feit 4 met betrekking tot lid 1, sub 1, van artikel 273f Sr ten laste is gelegd, wettig en overtuigend bewezen.

Op grond van hetgeen ten aanzien van lid 1 sub 1 is overwogen kunnen ook lid 1 sub 4, lid 1 sub 6 en lid 1 sub 9 worden bewezen.

4.3.17

Feit 2 [naam 2]

Naast de verklaring van [naam 2] en het technisch bewijs, gebruikt de rechtbank ook de verklaring van [naam 1] als steunbewijs. Uit deze verklaringen blijkt van exact dezelfde modus operandi, zoals hierboven al is weergegeven.

Met dezelfde overweging als hiervoor bij feit 4 ( [naam 4] ) acht de rechtbank de dreiging met een andere feitelijkheid en het oogmerk van uitbuiting van [naam 2] wettig en overtuigend bewezen. Dat oogmerk van verdachte valt tevens af te leiden uit de overige bewezen verklaarde feiten, waarbij de rechtbank betrekt wat wordt verstaan onder dit oogmerk, zoals hierboven al is verwoord.

Anders dan de raadsman, die stelt dat niet gebleken is van een begin van uitvoering van het oogmerk van uitbuiting, acht de rechtbank wel degelijk bewezen dat verdachte heeft geprobeerd haar te bewegen tot prostitutiewerkzaamheden en dat hij daarbij het oogmerk had tot uitbuiting van [naam 2] , waarbij de rechtbank de bewijsmiddelen van de overige bewezen verklaarde feiten als steunbewijs betrekt. Immers de gedragingen van verdachte - zoals het zeggen tegen [naam 2] , toen zij al in Breda op de afgesproken plek was, dat zij seks met een derde moest hebben en later dat zij nog één kans kreeg en dat hij haar foto’s op internet zou zetten, wat hij vervolgens ook daadwerkelijk heeft gedaan - vormen naar hun uiterlijke verschijningsvorm reeds een begin van uitvoering van uitbuiting. [naam 2] werd door de dreigende woorden en daden van verdachte beperkt in haar keuzevrijheid. Het verweer van de raadsman op dit punt wordt dan ook verworpen.

4.3.18

Feit 5 [naam 5]

De verklaringen van [naam 5] worden ondersteund door de verklaringen van andere aangeefsters/getuigen die een zelfde modus operandi vertonen, waarmee de rechtbank

- anders dan de raadsman - wel degelijk steunbewijs voor haar verklaringen aanwezig acht.

De verdediging heeft nog aangevoerd dat verdachte zich [naam 5] niet herinnert. Zoals eerder al is overwogen heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van [naam 5] . Volgens [naam 5] heeft verdachte haar samen met [medeverdachte] opgehaald in Groningen. [naam 5] heeft verdachte van een foto herkend als de persoon [naam 8] waarover zij heeft verklaard en zij herkende ook de woning van verdachte als de woning waar zij met [naam 8] heeft verbleven. De rechtbank acht, gelet op de verklaring van [naam 5] , niet geloofwaardig dat verdachte haar niet (meer) kent.

[naam 5] was ten tijde van de door verdachte gepleegde feiten 16 jaar. Zoals hiervoor is aangegeven zijn dan geen dwangmiddelen vereist om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Voldoende is dat de verdachte een ander, die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling.

[naam 5] heeft over de medeverdachte [medeverdachte] , die zij bij de rechter-commissaris heeft herkend als degene die zij in haar verklaring [medeverdachte] noemt, verklaard dat hij haar samen met verdachte in Groningen is komen ophalen. In de woning van verdachte heeft [medeverdachte] sexy foto’s van haar gemaakt en heeft hij haar ook drugs gegeven. De foto’s van [medeverdachte] zijn op [internetsite] gezet door verdachte. Toen zij als prostituee werkte werd zij door verdachte en [medeverdachte] weggebracht naar de klant. Zij moest van verdachte en [medeverdachte] de telefoon opnemen als klanten belden. Zij moest het verdiende geld (deels) aan verdachte en [medeverdachte] afgeven.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] bij het ten laste gelegde feit die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank ook het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Uit de verklaring van [naam 5] concludeert de rechtbank dat verdachte:

- [naam 5] heeft verworven en vervoerd en dat hij daarbij het oogmerk van uitbuiting van [naam 5] had;

- [naam 5] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling;

- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van [naam 5] , terwijl die [naam 5] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

waarmee de rechtbank feit 5 wettig en overtuigend bewezen acht.

4.3.19

Feit 1 [naam 1]

Naast de verklaring van [naam 1] en het technisch bewijs, gebruikt de rechtbank ook de verklaring van [naam 2] als steunbewijs. Uit deze verklaringen blijkt exact dezelfde modus operandi, zoals hierboven al is weergegeven.

Met dezelfde overweging als hiervoor bij feit 4 ( [naam 4] ) acht de rechtbank de dreiging met een andere feitelijkheid en het oogmerk van uitbuiting van [naam 1] wettig en overtuigend bewezen. Dat oogmerk van verdachte valt tevens af te leiden uit de overige bewezen verklaarde feiten, waarbij de rechtbank betrekt wat wordt verstaan onder dit oogmerk, zoals hierboven al is verwoord.

Anders dan de raadsman, die stelt dat niet gebleken is van een begin van uitvoering van het oogmerk van uitbuiting, acht de rechtbank wel degelijk bewezen dat verdachte heeft geprobeerd haar te bewegen tot prostitutiewerkzaamheden en dat hij daarbij het oogmerk had tot uitbuiting van [naam 1] , waarbij de rechtbank de bewijsmiddelen van de overige bewezen verklaarde feiten als steunbewijs betrekt. Immers de gedragingen van verdachte - zoals het op het moment dat [naam 1] al in Breda op de afgesproken plek stond, zeggen tegen [naam 1] dat zij seks moest hebben met de man die haar zo dadelijk kwam halen en dat zij wanneer zij dat niet deed, hij haar foto’s op internet zou zetten, wat hij vervolgens ook daadwerkelijk heeft gedaan - vormen naar hun uiterlijke verschijningsvorm reeds een begin van uitvoering van uitbuiting, zoals bedoeld volgens de hiervoor beschreven wetsgeschiedenis. [naam 1] werd door de dreigende woorden en daden van verdachte beperkt in haar keuzevrijheid. Het verweer van de raadsman op dit punt wordt dan ook verworpen.

4.3.20

Feit 3 [naam 3]

Verdachte heeft verklaard31 dat hij [naam 3] ontmoet heeft. Hij heeft belcontact met haar gehad en toen een afspraak met haar gemaakt. Zij is in zijn woning geweest. Hij erkent ook een foto van haar te hebben gemaakt.

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [naam 3] over de wijze waarop zij gedwongen werd prostitutiewerkzaamheden te verrichten grote overeenkomsten vertoont met de verklaringen van andere aangeefsters/getuigen, die ook zeiden dat verdachte had gedreigd foto’s op internet te zetten als zij niet seksuele diensten bij derden wilden verrichten. Die verklaringen vormen steunbewijs voor de verklaringen van [naam 3] . Op basis van de hiervoor weergegeven verklaringen van [naam 3] en de modus operandi van verdachte zoals die hierboven is weergegeven, acht de rechtbank de feitelijke handelingen zoals die in de tenlastelegging onder feit 3 zijn vermeld, bewezen.

Dat verdachte [naam 3] heeft gedreigd met een andere feitelijkheid, blijkt uit haar verklaring. Hij heeft immers gedreigd foto’s van haar op internet te zetten als zij niet zou doen wat hij zei. Dat verdachte daarbij het oogmerk van uitbuiting van [naam 3] had, blijkt uit haar verklaring dat zij zich door de dreiging om foto’s en een film op internet te zetten in haar keuze beperkt voelde en zich gedwongen voelde om als prostituee te werken. Uit haar verklaring blijkt ook dat zij door verdachte is misleid door haar eerst te vragen om naaktfoto’s van haarzelf en een video van haarzelf te sturen waarop zij een lapdance deed die hij voor de klant nodig had, waarna hij haar heeft gedreigd die foto’s online te plaatsen als zij niet naar de klant zou gaan. Ook nadat zij één maal seks had gehad met een klant (die achteraf bezien verdachte zelf was) is verdachte doorgegaan met het dwang uitoefenen om haar tot verdere prostitutie te bewegen, door te dreigen seksuele foto’s van haar op internet te zetten en ook daadwerkelijk een naaktfoto op facebook te plaatsen.

Daarmee acht de rechtbank hetgeen onder feit 3 met betrekking tot lid 1, sub 1, van artikel 273f Sr ten laste is gelegd, wettig en overtuigend bewezen.

Op grond van hetgeen ten aanzien van lid 1 sub 1 is overwogen kan ook lid 1 sub 4 worden bewezen.

4.3.21

Feit 7 Vervaardigen en verspreiden kinderporno

[naam 5] heeft verklaard dat [medeverdachte] foto’s van haar heeft gemaakt, terwijl ze op bed lag bij [naam 8] thuis, waarbij ze twee soorten lingeriesetjes aanhad.32 [medeverdachte] zei dan hoe zij moest gaan staan, liggen of poseren en [naam 8] was daar bij. Die foto’s zijn toen op een website gezet door [naam 8] .33

Bij de doorzoeking in de woning van verdachte zijn een iPhone en een Acer-telefoon aangetroffen.34Zoals hiervoor onder 4.3.10 en 4.3.11 is overwogen, staat voor de rechtbank vast dat deze telefoons van verdachte waren en dat hij ze heeft gebruikt. Zowel op de iPhone35 als op de Acer36 zijn seksueel getinte foto’s aangetroffen van [naam 5] , geboren op [geboortedag naam 5] 2000, die destijds dus minderjarig was.

Bij onderzoek van de historische gegevens van advertenties op de website [internetsite] bleek sprake van drie advertenties [advertentie] , [advertentie] en [advertentie] ) waarin foto’s werden gebruikt van meerdere vrouwen, naakt of in lingerie.37 Op een aantal van die foto’s is [naam 5] te zien.38 Van de handelingen met die advertenties is een tijdslijn opgemaakt, waaruit op te maken valt dat de in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen waarvan de naam begint met [internetsite] bij de genoemde advertenties zijn geplaatst.39 Voor het plaatsen van die afbeeldingen werd gebruik gemaakt van het IP-adres [ip adres] . Dit is het IP-adres van de buurman van verdachte.40 Die heeft verklaard dat hij de wificode van zijn router meerdere keren aan verdachte heeft gegeven.41

Onder verwijzing naar wat hiervoor onder 4.3.6 en 4.3.18 is overwogen, stelt de rechtbank vast dat [naam 8] verdachte [verdachte] is en [medeverdachte] de medeverdachte [medeverdachte] .

Voor de rechtbank staat op grond van het voorgaande vast dat de foto’s van [naam 5] die zijn aangetroffen in de beide telefoons en bij advertenties op [internetsite] zijn gemaakt door [medeverdachte] . Een aantal foto’s is vervolgens door verdachte geplaatst bij advertenties op [internetsite]

Voor alle in de tenlastelegging onder feit 7 vermelde afbeeldingen geldt dat deze nader zijn onderzocht, waarbij is geconstateerd dat dit kinderpornografische afbeeldingen zijn met de in de tenlastelegging vermelde beschrijvingen van seksuele gedragingen.42

Hieruit volgt dat de verdachten zich gezamenlijk hebben schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno.

Bovendien zijn de onder feit 7 genoemde foto’s waarvan de naam begint met ‘ [internetsite] ’ geplaatst bij advertenties op [internetsite]43 waarmee deze foto’s zijn verspreid én openlijk tentoongesteld op het internet.

Naar het oordeel van de rechtbank is het maken en verspreiden van de foto’s geschied in een nauwe en bewuste samenwerking tussen beide verdachten, als onderdeel van de prostitutiewerkzaamheden die zij [naam 5] lieten verrichten. Daarbij was sprake van een taakverdeling: [medeverdachte] maakte de foto’s en [verdachte] plaatste ze vervolgens op het internet.

4.3.22

Feit 6 Bezit kinderporno

Op de iPhone44 en de Acer45 is nog een aantal seksueel getinte foto’s aangetroffen van [naam 5] . Bij nader onderzoek is geconstateerd dat op de iPhone en de Acer de vijf in de tenlastelegging onder feit 6 genoemde afbeeldingen staan met de daar vermelde beschrijvingen van de seksuele gedragingen.46

De rechtbank acht dan ook - in samenhang met wat eerder over het beschikken over en het gebruik van de iPhone en Acer is overwogen - wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in feit 6 vermelde kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 26 januari 2017 te Breda, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ander, te weten, [naam 1]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, te werven heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 1] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 1] heeft gedwongen en/of te bewegen bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [naam 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft verdachte

- via de internetsite " [internetsite] " contact gezocht met die [naam 1] en/of

- haar gevraagd om sexy (naakt)foto's van zichzelf te sturen en/of

- haar vervolgens bij hem thuis uitgenodigd en/of

- haar geld aan geboden om seks met hem, verdachte, te hebben en

- haar vervolgens gezegd dat zij seks moest hebben met een of meer derde(n) (tegen betaling) en/of dat wanneer zij dit niet deed hij, verdachte, haar foto's op het internet zou zetten;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 november 2016 tot en met 21 december 2016 te Breda, althans in Nederland ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om een persoon, genaamd [naam 2]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, te werven heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 2] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 2] heeft gedwongen en/of te bewegen bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [naam 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft verdachte

- via de internetsite " [internetsite] " contact gezocht met die [naam 2] en/of

- haar gevraagd om sexy (naakt)foto's van zichzelf te sturen en/of

- haar vervolgens bij hem thuis uitgenodigd en/of

- haar geld aan geboden om seks met hem, verdachte, te hebben en

- haar vervolgens gezegd dat zij seks moest hebben met een of meer derde(n) (tegen betaling) en/of dat wanneer zij dit niet deed hij, verdachte, haar foto's op het internet zou zetten;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2017 tot en met 31 juli 2017 te Breda, althans in Nederland, een ander, te weten [naam 3]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 3] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 3] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [naam 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

bestaande die enige handeling(en) hieruit dat verdachte

- via WhatsApp contact heeft onderhouden met die [naam 3] en/of

- haar heeft gevraagd om (naakt)foto's van zichzelf te sturen en/of

- haar vervolgens heeft gezegd dat zij seks moest hebben met een of meer derde(n) en/of dat wanneer zij dit niet deed hij, verdachte, haar foto’s op het internet zou zetten en/of aan haar familie en/of vrienden zou sturen en/of

- die [naam 3] vervolgens (als prostituee) te werk heeft gesteld en/of

- zichzelf heeft voorgedaan als klant;

4.

hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2014 tot en met 03 november 2014 te Breda, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [naam 4]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 4] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [naam 4] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen

tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [naam 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6°)

waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van die [naam 4] ,

en

(lid 1, onder 9°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie

die [naam 4] heeft/hebben bewogen hem, verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derden,

bestaande die enige handeling(en) hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- via de internetsite " [internetsite] " contact gezocht met die [naam 4] en/of

- haar vervolgens bij hem thuis heeft uitgenodigd en/of

- zich door haar heeft/hebben laten pijpen en/of

- van deze seksuele handelingen foto's en/of filmopnamen heeft/hebben gemaakt en/of

- haar heeft/hebben gezegd dat zij seks moest hebben met een of meer derde(n) en/of dat wanneer zij dit niet deed hij, verdachte en/of zijn mededader(s), haar foto's en/of filmpje op het internet zou(den) zetten en/of

- advertentie(s) voor sekssites heeft/hebben gemaakt en/of laten maken en/of

- de prijzen heeft/hebben bepaald waartegen die [naam 4] de seksuele handelingen moest verrichten en/of

- die [naam 4] een werktelefoon en/of werkkleding heeft/hebben gegeven en/of

- haar drugs heeft/hebben gegeven voordat zij ging werken en/of

- haar heeft/hebben geslagen als zij niet wilde werken en/of

- haar gedwongen voor en/of nadat zij klanten had gehad ook nog seks met hem verdachte en/of zijn mededader(s) te hebben en/of

- het door die [naam 4] verdiende geld (deels) heeft/hebben ingenomen en/of beheerd en/of (deels) aangewend voor zijn/hun eigen gebruik;

5.

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2016 tot en met 31 maart 2017 te Breda, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [naam 5] (geboren op [geboortedag naam 5] 2000),

(lid 1, onder 2°)

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 5] , terwijl die [naam 5] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

(lid 1, onder 5°)

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [naam 5] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist en/of moest vermoeden dat die [naam 5] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen terwijl die [naam 5] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

(lid 1, onder 8°)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [naam 5] met of voor een derde tegen betaling terwijl die [naam 5] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

immers heeft/hebben verdachte en of (één van) de medeverdachte(n)

- die [naam 5] (meermalen) drugs gegeven en/of aangeboden en/of

- die [naam 5] opgedragen, althans gevraagd, om seks met hem/hen en zijn/hun vrienden te hebben en/of

- die [naam 5] vervolgens gevraagd en/of opgedragen om seks met anderen voor geld te hebben en/of

- seksueel/erotisch getinte foto's van die [naam 5] gemaakt en/of

- filmpjes van die [naam 5] gemaakt, waarbij zij, hem verdachte en/of zijn mededader(s) aan het pijpen is en/of

- een werknaam voor die [naam 5] aangemaakt waarmee zij als prostituee adverteerde en/of

- - een of meerdere seksadvertenties gemaakt waarin de diensten van die [naam 5] worden aangeboden en/of

- die seksadvertenties op diverse sekssites geplaatst en/of

- die [naam 5] in het bezit gesteld van een of meer klantentelefoons en/of

- haar opgedragen de inkomende telefoontjes te beantwoorden en/of

- die [naam 5] naar klanten gebracht en/of

- het door die [naam 5] verdiende geld ingenomen en/of door die [naam 5] laten afdragen;

6.

hij op of omstreeks 27 september 2017 te Breda, althans in Nederland,

afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of gegevensdragers (te weten een iPhone 4 en/of een Acer telefoon) bevattende deze afbeeldingen (te weten foto’s en/of video’s) van seksuele gedragingen, waarbij [naam 5] , geboren op [geboortedag naam 5] 2000 die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

- in bezit heeft gehad en/of

- zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger/hand zichzelf betasten en/of zichzelf aanraken van haar geslachtsdeel en/of haar billen door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

- [afbeelding] (op Iphone) (pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december2018)

en/of

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [naam 5] gekleed is en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past

(waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [naam 5] en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [naam 5] in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling:

- [afbeelding] (op Acer) (pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december2018)

- [afbeelding] (op Acer) (pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [afbeelding] (op iPhone), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal

bevindingen d.d. 3december2018)

- [afbeelding] (op iPhone) (pag 594 eind proces verbaal en pagina 10 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018);

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 januari 2017 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s van seksuele gedragingen, waarbij [naam 5] , geboren op [geboortedag naam 5] 2000 die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben

- vervaardigd en/of

- verspreid (door het plaatsen op de internetsite “ [internetsite] ”) en/of

- openlijk tentoongesteld (door het plaatsen op de internetsite “ [internetsite] ”) en/of

- zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft/hebben verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger en/of hand zichzelf vaginaal penetreren van het lichaam door

eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

- [advertentie] ) (pag 594 proces verbaal en pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d. d. 3 december2018)

- [advertentie] (pag 594 proces verbaal en pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

en/of

het met de/een vinger/hand zichzelf betasten en/of zichzelf aanraken van haar geslachtsdeel

en/of haar billen door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

- [afbeelding] (op iPhone) (pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ) (pag 594 proces verbaal en pagina 7 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

en/of

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door eerdergenoemde [naam 5] die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [naam 5] gekleed is en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of

(waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [naam 5] en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [naam 5] in beeld gebracht wordt/worden,

(waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling;

- [afbeelding] (op Acer) (pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [afbeelding] (op Acer) (pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december2018)

- [afbeelding] (op iPhone), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal

bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [afbeelding] (op iPhone) (pag 594 eind proces verbaal en pagina 10 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 8 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] ), (pag 594 eind proces verbaal en pagina 8 van het

aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] , (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] , (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

- [advertentie] , (pag 594 eind proces verbaal en pagina 9 van het aanvullend proces verbaal bevindingen d.d. 3 december 2018)

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - indien de rechtbank zou komen tot een bewezenverklaring van een of meer ten laste gelegde feiten – gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en op de inhoud van de over hem uitgebrachte rapportages, gepleit voor het zoveel mogelijk beperken van een eventueel op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf tot het reeds ondergane voorarrest met daarnaast een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De ernst van de feiten en de gevolgen voor de slachtoffers

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan tweemaal een poging tot mensenhandel en driemaal een voltooide mensenhandel door uitbuiting via prostitutie van jonge vrouwen, onder wie ook een meisje van 16 jaar. Dat heeft hij gedaan in een periode van ruim 2½ jaar; het eerste bewezen verklaarde feit speelde zich af eind 2014 en het laatste in juli 2017. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het bezit, het vervaardigen en het verspreiden van kinderporno door van het minderjarige meisje foto’s te maken en deze op sekswebsites te zetten (bij advertenties).

Uit het dossier blijkt dat verdachte veelal op een zelfde manier te werk ging. Hij zocht contact met meisjes/jonge vrouwen via een chat- of datingsite (zoals [internetsite] ) onder een valse naam en met valse profielfoto’s, waarbij hij vaak de naam [naam 7] gebruikte. Daarna werd via WhatsApp een afspraak gemaakt om elkaar te ontmoeten. Hij vroeg de latere slachtoffers sexy foto’s van zichzelf aan hem te sturen, wat zij ook deden. Hij vroeg de slachtoffers naar Breda te komen en wanneer zij dan onderweg waren naar de afspraak met verdachte, zei hij via WhatsApp dat iemand anders zou komen in zijn plaats (namelijk ene [naam 8] of “de klant”) en dat zij moesten doen wat hij zei omdat hij anders de foto’s die zij eerder aan hem hadden gestuurd zou plaatsen op het internet. Verdachte heeft in een aantal gevallen ook daadwerkelijk, als hij niet (gelijk) zijn zin kreeg, profielen met foto’s van slachtoffers op sites gezet waar hun seksuele diensten werden aangeboden. In andere gevallen voelden de slachtoffers zich daadwerkelijk gedwongen tot seks (tegen betaling) met derden.

Uit deze manier van werken en uit de verklaringen van de slachtoffers blijkt dat verdachte op een wrede en meedogenloze wijze met de gevoelens van de slachtoffers speelde en hen niets ontziend in een zeer netelige positie bracht. Zij werden voor de onmogelijke keuze gesteld: óf meewerken aan zijn wensen óf de kans lopen met hun naaktfoto’s op internet te komen met het gevaar dat zij werden herkend door vrienden en familie. Verdachte ging zelfs zo ver met zijn dreigementen dat hij zei dat hij die foto’s naar hun ouders zou sturen. Een aantal slachtoffers bezweek onder de druk. Zij besloten toe te geven aan de wensen van verdachte en seks te hebben met klanten.

De meedogenloosheid van verdachte blijkt onder andere uit de WhatsApp-gesprekken die hij met het slachtoffer [naam 3] voerde. Telkens als [naam 3] aan verdachte schreef dat zij niet kon komen op een afspraak begon hij te dreigen haar foto’s online te zetten en/of haar “door te stoten” naar iemand anders voor wie zij dan zou komen te werken. Toen zij schreef dat zij weer een terugval had na een eerdere depressie en stemmingswisselingen, dat zij bang was dat verdachte haar leven kapot wilde maken en dat zij nu ziek thuis zat, wat de reden voor haar was om hem te vragen haar met rust te laten, antwoordde verdachte botweg dat zij zaterdagavond toch moest gaan (pagina 462 van het dossier).

Bij het eerste feit ( [naam 4] ) heeft hij er misbruik van gemaakt dat dit zeer kwetsbare meisje met wie hij een seksuele relatie had, verliefd op hem was, de “klassieke loverboymethode”. Maar ook haar heeft hij gedreigd foto’s en filmpjes op internet te zetten.

Wat betreft het 16-jarige slachtoffer dat werd gedreven tot prostitutiewerkzaamheden, overweegt de rechtbank dat niet van een 16-jarig meisje - zeker niet van dit meisje dat volgens haar bezorgde moeder al twee keer eerder van huis was weggelopen, vaak hele weekenden wegbleef en over veel dingen loog - verlangd kon worden dat zij weerstand bood aan de mooie verhalen die haar door verdachte werden voorgeschoteld over het verdienen van geld door het hebben van seks met anderen. Verdachte heeft samen met de medeverdachte foto’s van haar gemaakt en advertenties met die foto’s erbij op sekssites gezet. Verdachte had ook een filmpje gemaakt waarop zij verdachte oraal bevredigde. Zeer kwalijk acht de rechtbank dat verdachte haar later nog heeft gedreigd dit filmpje openbaar te maken. Verschillende van de gemaakte foto’s bevonden zich op zijn telefoons. Daarmee heeft hij zich schuldig gemaakt aan het bezit, het vervaardigen, het verspreiden en het openlijk tentoonstellen van die foto’s, die gelet op haar leeftijd kinderporno zijn.

Door zo te handelen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten, waarbij hij, met miskenning van de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers, zijn eigen gevoelens en (financiële) belangen op de voorgrond heeft gesteld.

De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog gedurende lange tijd psychische en emotionele schade hiervan ondervinden. De schriftelijke slachtofferverklaringen spreken wat dat betreft boekdelen.

[naam 3] schrijft dat zij zich mentaal geterroriseerd en maandenlang gepijnigd en depressief voelde. Zij heeft hulp in moeten schakelen om van die gevoelens af te komen en is door dit alles haar baan kwijt geraakt.

[naam 4] schrijft dat zij het door verdachte verspreiden van seksueel getinte foto’s van haar op internet erg moeilijk vond, omdat zij daarna het idee had dat zij door iedereen herkend werd en als hoer bekeken werd. Haar schoolprestaties gingen daardoor achteruit en zij moest haar opleiding opgeven. Zij voelde zich door de seks die ze met anderen mannen moest hebben, een slaaf die niets over zichzelf te vertellen had. Lichamelijk en emotioneel voelt zij alleen maar pijn en afkeer en zij heeft haar lichaam geestelijk afgesloten. Zij zit in therapie om de periode met verdachte te vergeten.

[naam 1] schrijft in haar vordering tot schadevergoeding dat door het plaatsen van foto’s van haar op verschillende sekssites met daarbij haar persoonlijke gegevens, haar vertrouwen in mensen is geschaad. Zij ervaart emotionele en fysieke pijn door deze gebeurtenissen. Zij heeft hulp van een psycholoog die haar moet helpen dit alles te verwerken.

De persoonlijke omstandigheden van verdachte

Over verdachte is een psychologisch rapport uitgebracht. Volgens de psycholoog zou verdachte, gelet op een door hem gemaakte test, op zwakbegaafd niveau functioneren. Volgens de psycholoog is verdachte vrij egocentrisch ingesteld en is sprake van een duurzaam patroon van disfunctioneren op diverse leefgebieden. Verdachte zouden de ten laste gelegde feiten, ondanks mogelijk een antisociale persoonlijkheidsstoornis, volledig toe te rekenen zijn.

Ook de reclassering heeft over verdachte gerapporteerd. De reclassering onthoudt zich van een advies over de op te leggen straf, maar merkt wel op dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat. De rechtbank heeft de inhoud van deze rapporten meegenomen in haar overwegingen omtrent de straf, evenals zijn (beperkte) strafblad en wat door of namens verdachte over zijn persoonlijke omstandigheden naar voren is gebracht, zoals zijn ernstige oogziekte.

Bij het bepalen van de (hoogte van de) straf heeft de rechtbank voorts gekeken naar straffen die eerder bij soortgelijke mensenhandelzaken zijn uitgesproken. Met name op grond daarvan komt de rechtbank tot een lagere straf dan de officier van justitie heeft geëist.

De rechtbank is – alles afwegende – van oordeel dat een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van voorarrest, een passende en geboden sanctie is.

7 De benadeelde partijen

7.1

[naam 1]

De benadeelde partij [naam 1] vordert een schadevergoeding van € 1.305,= (€ 805,= aan materiële schade en € 500,= aan immateriële schade) voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. De rechtbank acht, anders dan de raadsman, het causale verband tussen het handelen van verdachte en de schade genoegzaam aangetoond.

De gevorderde materiële schade (benzinekosten en kosten psycholoog) is voldoende aannemelijk gemaakt en ook de gevorderde immateriële schade acht de rechtbank voldoende onderbouwd en alleszins redelijk en billijk, zodat de vordering plus de wettelijke rente zal worden toegewezen.

7.2

[naam 4]

De benadeelde partij [naam 4] vordert een schadevergoeding van € 13.800,= (€ 3.800,= aan materiële schade en € 10.000,= aan immateriële schade) voor feit 4.

De gevorderde materiële schade bestaat uit het geld dat derden voor haar prostitutiewerkzaamheden hebben betaald, maar dat zij heeft moeten afdragen aan verdachte. De rechtbank is van oordeel dat dit schade is die een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Nu uit het dossier niet duidelijk blijkt wat [naam 4] voor verdachte heeft verdiend en aan hem heeft moeten afdragen, moet van die schade een schatting worden gemaakt. De door de gemachtigde van [naam 4] gemaakte schatting, te weten 19 dagen à € 200,- per dag, acht de rechtbank voldoende onderbouwd en aannemelijk, zodat het gevorderde bedrag van € 3.800,- zal worden toegewezen.

Het lijdt voor de rechtbank geen twijfel dat ieder slachtoffer van gedwongen prostitutie ernstig in haar lichamelijke en geestelijke integriteit wordt aangetast en dat deze daardoor immateriële schade lijdt. In het geval van [naam 4] is daarenboven sprake van een kwetsbaar persoon met psychische problemen. Anders dan dat de raadsman van verdachte heeft betoogd ziet de rechtbank hierin geen aanleiding om het causale verband met het bewezenverklaarde feit te betwijfelen. Het gevorderde bedrag aan immateriële schade acht de rechtbank voldoende onderbouwd en ook redelijk en billijk.

De gehele vordering plus de wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen.

7.3

[naam 3]

De benadeelde partij [naam 3] vordert een schadevergoeding van € 2.959,38 voor feit 3. Deze vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van € 2.757,88 (gederfde looninkomsten) en immateriële schade van € 201,50.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde gederfde looninkomsten niet zijn te verklaren uit de bij de vordering gevoegde loonspecificaties. Daarnaast constateert zij dat de gevorderde immateriële schade bestaat uit kosten die [naam 3] heeft moeten maken in verband met psychische klachten. Daargelaten dat dan sprake is van materiële schade, bestaat de onderbouwing van deze schadepost slechts uit een acceptgiro van Menzis van 30 september 2017, die op geen enkele wijze specificeert waar het bedrag van € 201,50 mee te maken heeft.

De rechtbank is van oordeel dat het beoordelen van deze vordering nader onderzoek vergt, en dat om die reden de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7.4

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot de twee toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Dit betekent dat de incasso geschiedt door het CJIB en dat bij niet (tijdige) betaling verdachte als dwangmiddel in hechtenis kan worden genomen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 57, 240b en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1 en 2: poging tot mensenhandel;

feit 3: mensenhandel;

feit 4: mensenhandel, jegens een persoon bij wie misbruik wordt gemaakt van een kwetsbare positie;

feit 5: mensenhandel jegens een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, gepleegd door twee verenigde personen;

feit 6: een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 7: medeplegen van: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, openlijk tentoonstellen en vervaardigen, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 1] van € 1.305,=, waarvan € 805,= ter zake van materiële schade en € 500,= ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 27 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 4] van € 13.800,=, waarvan € 3.800,= ter zake van materiële schade en € 10.000,= ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 3 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- [naam 1] (feit 1), € 1.305,=, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 27 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, 23 dagen hechtenis,

- [naam 4] (feit 4), € 13.800,=, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 3 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, 104 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; (BP04A)

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij [naam 3] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam 3] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.(BP.15)

Dit vonnis is gewezen door mr. Fleskens, voorzitter, mr. Breeman en mr. Bogaert, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 januari 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 121, onderzoek ZBRCC17003 De Baars, van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 1530. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 203 t/m 205.

2 Het proces-verbaal van aangifte [naam 4] , pagina’s 210 t/m 220.

3 Het proces-verbaal van aangifte [naam 4] , pagina’s 208 t/m 210.

4 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [naam 4] , pagina’s 225 en 226.

5 Het geschrift, te weten een mutatierapport van de politie, pagina 131.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 11] , pagina 136 t/m 138.

7 Het geschrift, te weten een mutatierapport van de politie, pagina 132 t/m 133.

8 Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. een informatief gesprek, pagina’s 68 t/m 71.

9 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 13] door de rechter-commissaris.

10 Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. een informatief gesprek, pagina 50.

11 Het proces-verbaal van aangifte [naam 2] , pagina’s 58 t/m 60.

12 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 5] , pagina’s 186 t/m 189.

13 Het proces-verbaal van het studioverhoor van getuige [naam 5] , los proces-verbaal.

14 Het proces-verbaal van aangifte [naam 1] , pagina’s 11 t/m 13.

15 Het proces-verbaal van aangifte [naam 3] , pagina 95.

16 Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. een informatief gesprek met [naam 3] , pagina 90.

17 Het proces-verbaal van aangifte [naam 3] , pagina 96 t/m 102.

18 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [naam 3] , pagina’s 111 en 112.

19 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] door de rechter-commissaris.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 436 t/m 438.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 453, 459, 460, 467 en 468.

22 Het proces-verbaal van bevindingen, relaas-pv pagina’s 40 en 41 van in totaal 43 pagina’s (voorafgaande aan nummering van eind-proces-verbaal).

23 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 767.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 827, 829 en 830.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 847.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 571 t/m 573.

27 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 579 t/m 605.

28 De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 13 november 2018.

29 De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 13 november 2018.

30 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1065.

31 De verklaring van verdachte ter zitting van 13 november 2018.

32 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 5] , pagina’s 186 t/m 189.

33 Het proces-verbaal van het studioverhoor van getuige [naam 5] , los proces-verbaal.

34 Het proces-verbaal van bevindingen, relaas-pv pagina’s 40 en 41 van in totaal 43 pagina’s. (voorafgaande aan nummering van eind-proces-verbaal).

35 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 588-589 en 594.

36 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 615.

37 Proces-verbaal, pagina 312-31.

38 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 171-172.

39 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 379 e.v.

40 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 396

41 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 22] , pagina 422-424

42 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 december 2018, los aangeleverd

43 Proces-verbaal van bevindingen 379 e.v.

44 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 588-589

45 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 615

46 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 december 2018, los aangeleverd