Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2019:2196

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-05-2019
Datum publicatie
17-05-2019
Zaaknummer
02-820866-17, 02-665323-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

onderzoek Vari / Willis. verdachte heeft spam e-mails verzonden uit naam van de Rabobank en beheerde de ‘nep’website waar mensen naartoe werden geleid. Slachtoffers waren in de waan dat zij een nieuwe pinpas aanvroegen, maar in werkelijkheid zorgde verdachte er voor dat hij de beschikking kreeg over mobiel bankieren van het slachtoffer. Vervolgens werd er door verdachte een nieuwe pinpas aangevraagd, die door een medeverdachte werd afgevangen. Hierna werd de rekening van het slachtoffer, met gebruikmaking van moneymles, leeggehaald. Verdacht krijgt 5 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van oplichting, computervredebreuk, diefstal en witwassen, allen meermalen gepleegd, en deelname aan een criminele organisatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummers: 02/820866-17 en 02/665323-18 (gevoegd ter zitting)

vonnis van de meervoudige kamer van 17 mei 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

raadsman mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 en 27 maart 2019, waarbij de officieren van justitie mr. Van Setten en mr. Hermans en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

1. zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(telkens) een (groot) aantal [naam 23] -klant(en) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- rekeninggevens en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor het (internet)bankieren van/bij de [naam 23] ,

door - zakelijk weergegeven - onder meer:

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo's van de [naam 23] en/of

- ( vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) om een nieuwe bank- en/of betaalpas(sen) aan te vragen en/of

- ( vervolgens) in die mail te vragen om een nieuwe bank- en/of betaalpas aan te vragen door op de (hyper)link in de mail te klikken en/of

- ( vervolgens) in die/dat (hyper)link/(aanvraag)formulier te vragen om voornoemde gegevens in te vullen en/of

- ( vervolgens) tijdens het invullen voornoemde perso(o)n(en) te bellen als zijnde een medewerker van de [naam 23] om samen met voornoemde perso(o)n(en) de invulvelden door te lopen/in te vullen,

waardoor die [naam 23] -klant(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegeven(s) en/of (vervolgens)

(telkens)

de [naam 23] bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer bankpas(sen) en/of betaalpas(sen), in elk geval een of meer (goed)eren, door - zakelijk weergegeven -:

- in te loggen met de (eerder verkregen) (inlog)gegevens van voornoemde [naam 23] -klant(en) op/in de beveiligde internetbankieren-omgeving van de [naam 23] en/of

- ( vervolgens) in die omgeving een nieuwe bankpas aan te vragen, waardoor die [naam 23] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

2. ( zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een of meer geautomatiseerd werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van/bij de [naam 23] , althans in een deel daarvan, is/zijn binnengedrongen, waarbij zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) de toegang heeft/hebben verworven tot het/de geautomatiseerde werk(en)

- met behulp van (een) valse sleutel(s), te weten de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord) van/bij de [naam 23] en/of

- door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als zijnde een of meer geautoriseerde [naam 23] -klant(en);

3. ( zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Hij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer postbus(sen)/brievenbus(sen) heeft/hebben weggenomen (telkens)

een of meer poststuk(ken)/envelop(pen) inhoudende een of meer bankpas(sen) van de [naam 23] , in elk geval een of meer goed(eren), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een (groot) aantal [naam 23] -klant(en) en/of de [naam 23] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen poststuk(ken)/envelop(pen) onder zijn en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s), te weten (een) niet daartoe bestemd(e)) sleutel(s) en/of vervolgens (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer geldautoma(a)t(en) en/of bankautoma(a)t(en) en/of pinautoma(a)t(en) heeft/hebben weggenomen (telkens) een of meer geldbedrag(en), in elk geval een of meer goed(eren), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan

- de [naam 23] en/of

- [naam 23] -klant(en)

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder haar en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten middels misdrijf verkregen [naam 23] bankpas(sen) en/of betaalpas(sen) en (bij behorende) activatiecode en/of pincode;

4. ( zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer goed(eren) (van online winkels, waaronder [naam 25] en/of [naam 24] ) en/of

* een of meer geldbedrag(en)

(telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), (telkens) gebruik heeft/hebben gemaakt, en/of (telkens)

van een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer goed(eren) (van online winkels, waaronder [naam 25] en/of [naam 24] ) en/of

* een of meer geldbedrag(en)

(telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had/hadden, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)

- onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit een of meer misdrijf/misdrijven;

5. ( zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Hij, in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, gericht tegen (klanten van) de [naam 23] , namelijk

- oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of

- een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven voorhanden hebben, waardoor toegang kan worden verkregen tot (een) (gedeelte van een) geautomatiseerd werk(en) (artikel 139d en/of 350d Wetboek van Strafrecht) en/of

- computervredebreuk (artikel138ab Wetboek van Strafrecht) en/of

- aantasting of manipulatie van computergegevens (artikel 350a Wetboek van Strafrecht) en/of

- diefstal door middel van braak/verbreking, inklimming en/of een valse sleutel (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en/of

- witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht).

Oorspronkelijk parketnummer 02/665323-18 (‘de parallelle dagvaarding’)

1. OVS België)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2017 tot en met 30 juni 2017 te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere en/of Opwijk, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of België, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door liet aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer [naam 29] -klant(en), te weten

- [naam 1] en/of

- [naam 2]

(telkens) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- rekeninggeven(s) en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor liet (internet) bankieren van/bij de [naam 29] , door - zakelijk weergegeven - onder meer:

(telkens)

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo’s van de [naam 29] en/of

- ( vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) om een nieuwe bank- en/of betaalpas(sen) aan te vragen en/of

- ( vervolgens) in die mail te vragen om een nieuwe bank- en/of betaalpas aan te vragen door op de (hyper)link in de mail te klikken en/of

- ( vervolgens) in die/dat (hyper)link/(aanvraag)formulier te vragen om voornoemde gegevens in te vullen, waardoor die person(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot liet ter beschikking stellen van bovenomschreven gegevens en/of (vervolgens)

(telkens)

- de [naam 29] (telkens) heeft/hebben bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer

geldbedrag(en), te weten in totaal 7041,- Euro, in elk geval een of meer (goed)eren, door - zakelijk weergegeven - onder meer:

telkens)

- in te loggen met de gephishte (inlog)gegevens van voornoemde [naam 29] -klant(en), als zijnde (rechtmatige) [naam 29] -klant(en) op/in de beveiligde internetbankieren-omgeving van de [naam 29] en/of

- ( vervolgens) in die omgeving een of meer overboeking (en) te verrichten naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [naam 3] , althans naar een bankrekening waarover hij, verdachte en/of zijn mededader(s), de beschikkingsmacht heeft/hebben, waardoor die [naam 29] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n)

2. ( zaaksdossier 15, [naam 111] )

hij op een of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2017 tot en met 30 mei 2017 te Vlissingen en/of Amsterdam en/of Almere en/of Tirna en/of Ommen en/of Hoevelaken en/of Utrecht en/of Barendrecht en/of Eindhoven, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer perso(o)n(en), onder andere;

- [naam 4] en/of

- [naam 5] en/of

- [naam 6] en/of

- [naam 7] en/of

- [naam 8] en/of

- [naam 9] en/of

- [naam 10] en/of

- [naam 11]

(telkens) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- een scan en/of foto (kopie) legitimatiebewijs/identiteitsbewijs door - zakelijk weergegeven - onder meer: (telkens)

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo’s van DigiD en/of

- ( vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) met liet verzoek zich opnieuw te identificeren/legitimeren en/of

- ( vervolgens) in die mail te vragen om (daartoe) een scan en/of foto (kopie) van zijn of haar legitimatiebewijs per mail op te sturen naar het e-mailadres [e-mailadres 4] , althans naar een e-mailadres waarover hij, verdachte en/of zijn mededader(s), de beschikkingsmacht heeft/hebben, waardoor die person(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegevens.

3 De voorvragen

De geldigheid van de dagvaarding.

De raadsman heeft aangevoerd dat de tenlastelegging onbegrijpelijk is, in die zin dat deze onvoldoende feitelijk, onvolledig en daardoor onbegrijpelijk is. De termen “een groot aantal” en “onder meer” zijn van zichzelf al te weinig specifiek, maar ook verwijzingen naar zaaksdossiers en het niet concretiseren van de aangevers maken de tenlastelegging een onleesbaar geheel. Het is voor de verdediging ondoenlijk na te gaan welke aangever bij welk zaaksdossier voor welk bedrag is benadeeld. Daarbij komt dat er in een aantal zaken slechts sprake is van een pogingen, die niet ten laste zijn gelegd. Tot slot is niet nader gespecificeerd wat verstaan moet worden onder “ [naam 23] ”. De [naam 23] is een coöperatie met afzonderlijke vestigingen, waardoor telkens onduidelijk is welke [naam 23] wordt bedoeld.

De rechtbank constateert dat het dossier is opgebouwd uit een algemeen dossier en zaaksdossiers die betrekking hebben op afzonderlijke zaken. Op de tenlastelegging staan ook verwijzingen naar de zaaksdossiers. Verder constateert de rechtbank dat naast een opsomming van mogelijke slachtoffers, in de zaaksdossiers door het Openbaar Ministerie voor meer dan tien gevallen nader is gespecificeerd wat verdachte (hierna ook te noemen: [verdachte] ) in deze wordt verweten.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging, gelezen in combinatie met dossier, voldoende duidelijk is en verdachte in staat moet worden geacht op basis hiervan zich adequaat te kunnen verdedigen. Dat de tenlastelegging slechts spreekt over ‘de [naam 23] ’, zonder nadere aanduiding van welke specifieke rechtspersoon het betreft, kan aan het voorgaande onvoldoende afdoen.

De dagvaarding voldoet dus aan de eisen gesteld in artikel 261 Sv en is daarmee geldig. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de verdediging.

De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

- Ontbreken machtiging en toepassen van geweld door het arrestatieteam

De raadsman heeft aangevoerd dat uit de stukken van de rechter-commissaris blijkt dat er door het Openbaar Ministerie, voor de doorzoeking van de woning van verdachte, een machtiging tot doorzoeking op grond van artikel 110 en van artikel 125i Sv is verzocht. De rechter-commissaris heeft alleen op grond van artikel 110 Sv een machtiging afgegeven. Er is, naar de mening van de verdediging, in strijd met deze – ‘beperkte’ – machtiging gehandeld. Bovendien zijn deze stukken tot op de dag van de zitting buiten het dossier gehouden. Dit is een grove schending van de rechten van verdachte. Door deze schending wordt de kern van het systeem – het niet respecteren van een rechterlijke uitspraak – geraakt, wat tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dient te leiden.

Daarnaast is er buitenproportioneel geweld gebruikt tegen verdachte, voorafgaande aan de doorzoeking van zijn huis, op een moment dat hij nog niet als verdachte was aangemerkt. Daarbij is hem de pincode van zijn telefoon ontfutseld. De verdediging is van mening dat door deze gang van zaken verdachte zodanig disproportioneel en onherstelbaar in zijn belangen is geschaad, dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

De rechtbank stelt vast dat:

- het arrestatieteam binnen is gevallen in de woning van verdachte, om de woning en de aldaar aanwezige gegevensdragers veilig te stellen;

- verdachte tot tweemaal toe niet voldeed aan het bevel te blijven staan en tot tweemaal toe niet voldeed aan het bevel zijn handen in de lucht te steken;

- verdachte hierop in zijn gezicht is geslagen, op de grond terecht kwam en onder controle werd genomen;

- verdachte meerdere malen verteld moest worden dat hij zijn handen op zijn hoofd moest houden en dat er anders geweld zou worden gebruikt;

- verdachte desondanks zijn handen naar zijn broekzakken bewoog en dat hij hierop een vuistslag in zijn maagstreek kreeg en in een stoel werd gezet;

- hierna aan verdachte is gevraagd om de pincode van zijn telefoontoestel, zonder dat hem vooraf de cautie was meegedeeld.

De rechtbank stelt voorts vast dat een machtiging ex artikel 125i Sv ertoe strekt een plaats te doorzoeken ter vastlegging van gegevens die op die plaats op een gegevensdrager zijn opgeslagen of vastgelegd. Bij de doorzoeking van de woning van verdachte zijn geen gegevens vastgelegd, maar gegevensdragers in beslag genomen (die later zijn onderzocht). Er is derhalve alleen op grond van een machtiging ex artikel 110 Sv gezocht, zodat de omstandigheid dat er geen machtiging is verleend ex artikel 125i Sv (die wel was aangevraagd, maar abusievelijk niet lijkt te zijn afgegeven door de rechter-commissaris) verder zonder belang is.

Verder stelt de rechtbank vast dat sprake is geweest van het gebruik van geweld jegens verdachte, maar is zij van oordeel dat geen sprake is geweest van disproportioneel geweld. Het geweld is immers toegepast in reactie op de recalcitrante houding van verdachte op dat moment. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te achten.

Ten aanzien van het verkrijgen van de pincode van de telefoontoestellen van verdachte zonder hem de cautie te geven, is de rechtbank wél van oordeel dat sprake is van een vormverzuim. Het Openbaar Ministerie heeft dit vormverzuim echter direct opgemerkt. De telefoon is in eerste instantie niet onderzocht. Aan het bedrijf [naam 15] is de opdracht gegeven de telefoon te kraken door middel van het gebruik van de extractiesoftware op welke wijze de pincode is achterhaald. Overigens is gebleken, uit onderzoek aan andere onder verdachte in beslag genomen telefoons, dat verdachte telkens gebruik maakte van dezelfde pincode met als gevolg dat het ook aannemelijk moet worden geacht dat het Openbaar Ministerie ook met gebruik van de reeds bekende pincode van verdachte toegang tot de telefoon had gekregen. Verder heeft verdachte, nadat hem de cautie was gegeven, zijn pincode ook nogmaals gemeld aan de rechter-commissaris. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet in zijn belangen is geschaad. De rechtbank volstaat met de constatering dat sprake is geweest van een vormverzuim.

- Vormverzuimen in onderzoek jegens medeverdachte

De verdediging heeft verder betoogd dat de vormverzuimen in het onderzoek jegens medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna te noemen: [medeverdachte 1] ) ertoe moeten leiden dat alles wat in de digitale gegevensdragers van [medeverdachte 1] is aangetroffen moet worden uitgesloten als bewijsmiddel.

De rechtbank verwerpt ook dit beroep. Daargelaten de vraag of niet reeds de zogenoemde Schütznorm zich verzet tegen het honoreren van dit verweer, is naar het oordeel van de rechtbank in de zaak tegen [medeverdachte 1] geen sprake geweest van vormverzuimen die tot bewijsuitsluiting aanleiding geven.

- Wijze van inbeslagname telefoon [medeverdachte 1]

De rechtbank stelt vast dat het nagekomen proces-verbaal over de aanhouding van [medeverdachte 1] , meer in het bijzonder de wijze waarop daarbij de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] in beslag is genomen, niet ten spoedigste als bedoeld in artikel 152 Sv is opgemaakt. De stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie op die wijze bewust getracht heeft informatie uit het dossier te houden ontbeert echter een begin van aannemelijkheid.

Ook overigens is de rechtbank niet gebleken van feiten en omstandigheden die tot een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zouden kunnen leiden. De rechtbank verwerpt alle voornoemde verweren en acht het Openbaar Ministerie ontvankelijk.

De schorsing van de vervolging

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

Voor zover de verdediging tot slot nog heeft verzocht om alle eerder afgewezen verzoeken tot het horen van getuigen alsnog toe te wijzen overweegt de rechtbank dat zij dit niet noodzakelijk acht. Nu dit herhaalde verzoek niet is voorzien van een nadere onderbouwing volstaat de rechtbank voor de motivering van deze afwijzing te verwijzen naar hetgeen daarover eerder in deze procedure is overwogen.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Daarbij baseren de officieren van justitie zich in het bijzonder op de (verzamel)aangiftes, de informatie uit de in beslag genomen goederen, de processen-verbaal van observatie en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna te noemen: [medeverdachte 2] ).

Ten aanzien van ‘de parallelle dagvaarding’ baseren zij zich voor feit 1 met name op de aangifte van de [naam 1] uit Opwijk en het app-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] , en voor feit 2 op de inhoud van de in beslag genomen goederen onder [verdachte] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst er daarbij op dat de inhoud van de onder verdachte in beslag genomen gegevensdragers dient te worden uitgesloten van het bewijs, met dezelfde redenering zoals eerder in het kader van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie naar voren is gebracht. Hetzelfde geldt voor de inhoud van de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen gegevensdragers, nu die onder soortgelijke onrechtmatige omstandigheden in beslag zijn genomen.

De raadsman stelt dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om verdachte aan ieder zaaksdossier te kunnen koppelen. Er zijn weliswaar spraakberichten aangetroffen, maar uit niets blijkt dat dit de stem van verdachte is, buiten een verklaring van een verbalisant die zegt dat hij de stem zoals te horen op de spraakberichten op de stem van verdachte vindt lijken. Ook blijkt uit niets dat het verdachte was die de belastende berichten verstuurde. Verdachte verklaart dat anderen – een groep Nigerianen – nog betrokken zijn in dit verhaal, en dat hij slechts werd ingezet om de telefoons te bewaren.

Ten aanzien van feit 3 merkt de verdediging op dat het vragen aan de postbode om een brief af te geven niet als diefstal kan worden bestempeld. Ook kan niet bewezen worden dat er in alle ten laste gelegde zaken daadwerkelijk poststukken zijn weggehaald.

Voor feit 4 voert de verdediging aan dat, gelet op de aangehaalde geldbedragen of goederen in de verschillende zaaksdossiers die zijn voorgehouden, het volstrekt onduidelijk is wat er nu zou zijn witgewassen. Dit wordt niet concreet gemaakt, waardoor verdachte dient te worden vrijgesproken.

Voor feit 5 merkt de verdediging op dat in het dossier meerdere aanwijzingen te vinden zijn dat er een organisatie actief was, gericht op het plegen van strafbare feiten. De tenlastelegging vermeldt enkel de [naam 23] als het doelwit van de organisatie, maar uit het dossier kan worden opgemaakt dat ook andere banken doelwit waren. Daarnaast kan de rol van verdachte niet verder worden geduid dan het in bewaring nemen van een aantal telefoons. De vraag is of dat voldoende is om tot een bewezenverklaring te komen. De verdediging meent dat hier vrijspraak zou moeten volgen.

De verdediging verzoekt de rechtbank dan ook verdachte integraal vrij te spreken van de hem ten laste gelegde feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwijst voor wat betreft het verweer ten aanzien van de bewijsuitsluiting van de inhoud van de gegevensdragers naar hetgeen hierboven onder “de ontvankelijkheid van het OM” is overwogen. De rechtbank volgt het betoog van de raadsman dan ook niet en zal de inhoud van de gegevensdragers niet uitsluiten van het bewijs.

Parketnummer 02/821116-17, feiten 1 tot en met 5

4.3.1

Aanleiding van het onderzoek

Op 3 januari 2017 werd door aangeefster [naam 12] aangifte gedaan namens [naam 13] en [naam 14] , beide gevestigd te Oosterland. Zij verklaarde dat haar partner, de directeur van beide genoemde bedrijven (hierna: [naam 7] ), op 2 december 2016 een e-mailbericht had ontvangen waarvan hij dacht dat het afkomstig was van de [naam 23] .1 In deze e-mail stond vermeld dat nog een oude betaalpas gebruikt werd. Er zou inmiddels een nieuwe, veiligere, betaalpas zijn die nu nog kosteloos zou kunnen worden aangevraagd. In de e-mail stond een link waarop geklikt kon worden om de nieuwe betaalpas aan te vragen.2

[naam 7] heeft omstreeks 14 december 2016 op de link geklikt. Op het moment dat hij probeerde in te loggen met de [naam 30] werd hij gebeld door een vrouwelijke medewerker van de [naam 23] . Zij vertelde hem dat zij zag dat hij probeerde in te loggen en bood haar hulp aan. De nieuwe pas werd twee dagen later bezorgd. Op 28 december 2016 kwam er een e-mail van de [naam 23] waarin melding werd gemaakt van de aanvraag van een nieuwe betaalpas. Deze pas is nooit aangekomen. Op 2 januari 2017 wilde [naam 7] inloggen op de rekeningen, maar dit bleek niet mogelijk met de pas van [naam 13] Met de pas van de [naam 14] lukte dit wel, waarna hij zag dat er grote bedragen van de rekeningen waren gehaald.3 Uit de details van de transacties blijkt dat er onder andere betalingen aan de [naam 24]4, [naam 26]5, [naam 27]6, [naam 25]7 en [naam 28] zijn gedaan.8

4.3.2

Technische gegevens servers

De door [naam 7] ontvangen e-mail is overgedragen aan de politie en werd op 4 januari 2017 onderzocht. Uit de header van de e-mail kan worden afgeleid dat deze verzonden is vanuit een vps server, te weten: “ [naam server] ”.9 Aan de leverancier van deze server, [naam 16] , is verzocht om de gegevens van de huurder van deze server te verstrekken. Via de payment service provider van [naam 16] ( [naam 17] ) werd gezien dat er, met één en dezelfde iPhone, betalingen werden verricht voor dit account, maar ook voor tien anderen. Onder deze tien bevonden zich de accounts [naam 18] , [naam 19] , [naam 20] .10 Aan [naam 16] is verzocht een kopie van de servers te verstrekken voor nader onderzoek. Op de server van account ‘ [naam 18] ’ stond [naam 21] geïnstalleerd. Daarnaast was het programma ‘ [naam 22] ’ geïnstalleerd. Een licentie voor dit programma, noodzakelijk om een e-mail ineens naar tienduizenden e-mailadressen te sturen, werd afgegeven aan [e-mailadres 1] .

In [naam 22] stonden twee adreslijsten: “TEST” en “1”.

De lijst “Test” bevatte 3 e-mailadressen, waaronder [e-mailadres 2] .

De lijst “1” bevatte 79.812 e-mailadressen van voornamelijk Nederlandse gebruikers.

In de documentmap “downloads” bevond zich een bestand genaamd 5.txt. De inhoud was gelijk aan de lijst “1”.

Voor het versturen van e-mails via [naam 22] stond het volgende ingesteld:

Verstuurder: [e-mailadres 3]

Naam van verstuurder: [naam 23]

Onderwerp: Onze nieuwe dienstverlening voor 2017 staat klaar voor gebruik

De vanuit [naam 22] verstuurde berichten gingen over het aanvragen van een nieuwe betaalpas en hadden de huisstijl van de [naam 23] . De e-mail bevatte een verkorte URL.11

Op de accounts [naam 19]12 en [naam 20]13 werd een gelijksoortige situatie aangetroffen, maar dan gericht op andere financiële instellingen.

4.3.3

Overeenkomsten in de verzonden e-mails

In de loop van het onderzoek ontvingen aangever [naam 7] (2 december 2016)14, verbalisant [naam 31] (12 april 2017)15, [naam 32] (1 augustus 2017)16, en verbalisant [naam 33] (2 september 2017)17 allen een e-mail die schijnbaar afkomstig was van de [naam 23] . De e-mailberichten hadden dezelfde opbouw qua uiterlijk en de html opmaak in de broncode was gelijk. In alle e-mails stonden verkorte URL’s, die verwezen naar een website die veel gelijkenis vertoonde met die van de [naam 23] .18 Op een van de servers, betrokken bij de phishingwebsite waarnaar gelinkt werd in de e-mail van verbalisant [naam 31] , werd een e-mailbericht gevonden waarin een betaling aan [naam 34] werd geregistreerd. In dat bericht werd als account [e-mailadres 5] gebruikt. Dit e-mail adres werd eerder gebruikt voor het bestellen van goederen via de rekening van aangever [naam 7] .19

4.3.4

Werking van de phishingwebsite

De door verbalisant [naam 31] ontvangen e-mail is nader onderzocht door verbalisant [naam 35] . Hij heeft op de link geklikt, via de domeinnaam het IP-adres en de server achterhaald en deze in beslag genomen. Op deze server vond hij phishing websites, waaronder een gericht op [naam 23] rekeninghouders.20 De werkwijze zoals vervat in de website bestond uit vijf stappen:

1. Verkrijgen van het rekening- en pasnummer;21

2. Verkrijgen van gegevens van benadeelde, waaronder pincode, naam, adres, woonplaats, e-mailadres en telefoonnummer;22

3. Het laten verwerken van een kleurcode door de benadeelde, ter verkrijging van de verificatiecode;23

4. Het laten verwerken van een kleurcode door de benadeelde, ter verkrijging van de verificatiecode;24

5. Bevestigen van de ingevoerde gegevens en doorzenden naar de werkelijke site van de bank.25

Aan de phishingwebsites en het IP adres van de server waren verschillende domeinnamen gekoppeld. Voor ieder van deze domeinen geldt dat er, per genoemde bank, een map was aangemaakt met daarin de gegevens voor het doorsturen van de gephishte gegevens. De hiervoor ingestelde e-mailadressen waren onder andere [e-mailadres 6] en [e-mailadres 2] .

De door een benadeelde ingevoerde gegevens werden opgeslagen in een bestand genaamd 1.txt. Opvallend daarbij is dat er, waar er op de website gevraagd wordt om een pasnummer en pincode, er in het tekstbestand wordt gesproken over een ‘spa’nr en een ‘nip’.26

De door stap 1 en stap 2 verkregen gegevens werden door de ontvanger gebruikt om via een smartphone in te loggen op de [naam 23] . Voor het koppelen van een nieuwe app aan een rekeningnummer is verificatie middels een kleurcode noodzakelijk. Hiervoor zijn de stappen 3 en 4 in de website gebouwd.27

De beheerder van de smartphone heeft nu de volledige controle over de (gekoppelde) rekening(en) van de benadeelde, waardoor er een nieuwe betaalpas kan worden aangevraagd.28

4.3.5

Overige zaaksdossiers (Vari)

Zaaksdossier 2

Op 28 december 2016 ontving aangever [naam 36] een e-mail waarvan hij dacht dat die van de [naam 23] afkomstig was. Er werd hem aangeraden zijn bankpas te vervangen. Hij klikte op de link en vulde zijn gegevens in. Op 6 januari 2017 ontving hij een bevestiging en op 10 januari 2017 kreeg hij een bevestiging van de verhoging van zijn paslimiet. Deze verhoging had hij zelf niet aangevraagd. Na contact met de [naam 23] bleek dat er in Amstelveen op 10 januari 2017 € 1.640,- was opgenomen zonder zijn medeweten.29

Verbalisant [naam 37] heeft de foto’s van deze pintransactie vergeleken met foto’s van een aantal andere pintransacties op 14 januari 2017 en 25 januari 2017, waarbij de moeder van [medeverdachte 1] , mevr. [naam 38] , haar dochter herkent op de beelden van 14 januari 2017. Verbalisant [naam 37] herkent [medeverdachte 1] ook op de andere beelden, mede gelet op de muts en de jas die zij op deze beelden telkens draagt.30

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [verdachte] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B03.01.005.31 In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop gegevens terug te vinden zijn van aangever [naam 36] , te weten een rekening- en pasnummer.32

Op 31 maart 2017 reageerde aangeefster [naam 39] op een e-mail waarvan zij dacht dat die van de [naam 23] afkomstig was. Zij klikte op de link in de e-mail om een nieuwe pinpas aan te vragen en vulde haar gegevens in op de site. Omdat het niet lukte, sloot zij alles af. Even later werd zij gebeld door een dame die zichzelf [naam 40] noemde. Zij vertelde werkzaam te zijn bij de [naam 23] , stuurde haar een nieuwe e-mail en hielp haar het aanvraagproces te doorlopen. Op 5 april 2017 bleek dat er buiten haar weten om 100 transacties waren gedaan.33 De [naam 23] maakte in haar verzamelaangifte een overzicht van deze overschrijvingen en kwam, na veiligstelling van een aantal bedragen, tot een schadepost van € 29.109,34.34

Uit de aangifte van de [naam 23] blijkt dat er op 31 maart 2017 een vervangende bankpas werd aangevraagd voor de rekening van aangeefster [naam 39] .35

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [verdachte] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B01.02.001.36 In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop een pinpas op naam van [naam 41] en/of [naam 39] staat afgebeeld.37

Uit de verklaring van [medeverdachte 2] blijkt dat zij eenmaal gehoord heeft dat [medeverdachte 1] een telefoongesprek voerde, waarbij ze zichzelf voorstelde als [naam 40] , medewerkster Service en Veiligheid van de [naam 23] .38

Op 31 oktober 2017 is onder [medeverdachte 1] een laptop in beslag genomen, onder beslagnummer A01.03.00139. Op deze laptop werd een tekstbestand gevonden met daarin een belscript, waarin ‘ [naam 40] ’ een klant helpt om een nieuwe betaalpas aan te vragen.40

Onder zaaksdossier 2 zijn nog meer aangiftes verzameld van personen die melding maken van het leeghalen van de rekening. Nu de werkwijze telkens gelijk was, volstaat de rechtbank hier met een opsomming van de gedupeerden, met verwijzing naar de vindplaats van de aangiftes.

- [naam 43]41

- [naam 44]42

- [naam 45]43

- [naam 46]44

- [naam 47]45

- [naam 48]46

- [naam 49]47

- [naam 50]48

- [naam 51]49.

Zaaksdossier 3

Op 9 januari 2017 reageerde aangever [naam 52] , voorzitter van de [naam 53] , op een e-mail waarvan hij dacht dat die van de [naam 23] afkomstig was. Hij klikte op de link om een nieuwe pinpas aan te vragen, maar het aanvraagproces verliep moeizamer dan normaal. Op enig moment werd hij gebeld door een vrouw die vertelde werkzaam te zijn bij de [naam 23] . Zij gaf aan te merken dat het moeizaam verliep en hielp met het doorlopen van het aanvraagproces. Op 16 januari 2017 hoorde aangever dat er voor een totaal van meer dan € 313.000,- aan overschrijvingen waren gedaan zonder medeweten van aangever.50

Op 31 oktober 2017 werd er onder [verdachte] een iPhone in beslag genomen onder beslagnummer B03.01.005. In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop een bankpas op naam van [naam 52] te zien is.51

Op 31 oktober 2017 is onder [medeverdachte 1] een iMac computer in beslag genomen.52 Op deze iMac werd een back-up van een iPhone 7 aangetroffen, waarop een gesprek stond met “ [verdachte] ” (zijnde verdachte [verdachte] , zie paragraaf 4.3.8) Dit gesprek vond plaats op 9 januari 2017, waarbij er om 10:06 uur door [verdachte] een bericht aan [medeverdachte 1] wordt gestuurd met daarin rekeningnummer, pasnummer, telefoonnummer en e-mailadres van [naam 53] . Om 10:07 uur stuurt [verdachte] : “leb ff” aan [medeverdachte 1] . Om 10:08 en 10:22 uur wordt er met [telefoonnummer 1] gebeld naar het genoemde nummer van [naam 53] .53

Op 13 januari 2017 gaat het gesprek verder over twee of drie ton dat van een katholieke school kan worden weggenomen. Er worden schermafbeeldingen van [naam 23] internetbankieren over en weer gestuurd. Daarbij blijkt dat [medeverdachte 1] de pas heeft, [verdachte] bestellingen plaatst, [medeverdachte 1] de door [verdachte] doorgestuurde kleurcodes scant en [verdachte] de door [medeverdachte 1] geleverde signeercodes invoert.54

Op 14 januari 2017, om 2:36 uur, stuurt [medeverdachte 1] een foto van een pinpas op naam van [naam 59] naar [medeverdachte 1] . Om 2:53 uur zegt [medeverdachte 1] in een spraakbericht aan [verdachte] : “ik ga het zelf opnemen ja. Hij gaat rijden, ik ga opnemen. [verdachte] zoveel risico he”. Een minuut later appt zij [verdachte] : “stuur die adje”. [verdachte] antwoordt: “ [adres 2] .”

Dit betreft een adres van een pinautomaat in Amstelveen. Om 3:10 uur zegt [medeverdachte 1] : “Ik loop nu naar die ATM” en binnen een minuut: “ik heb 4000 op kunnen nemen”.55

De beelden van deze pintransactie zijn in het dossier gevoegd. Op deze beelden wordt [medeverdachte 1] herkend door haar moeder.56

Zaakdossier 4

Op 24 oktober 2017 doet de [naam 23] aangifte ten behoeve van mevr. [naam 60] . Op 22 september 2017 wordt er een nieuwe registratie voor de [naam 23] bankieren app gezien op een mobiel apparaat. Op 9 oktober 2017 wordt er een nieuwe betaalpas aangevraagd en € 0,01 overgemaakt naar [naam 61] . De [naam 23] merkt nog op dat de nieuwe betaalpas is uitgegeven op 11 oktober 2017.57 Op 11 oktober heeft het observatieteam gezien dat [medeverdachte 1] , samen met [medeverdachte 2] , naar Barneveld is gereisd. In de [straatnaam] liep [medeverdachte 2] naar de oprit van nummer 39 , zijnde de woning van mevrouw [naam 60] , en kwam met een voorwerp, gelijkend op een envelop, weer terug.58

[medeverdachte 2] heeft bekend dat zij, samen met [medeverdachte 1] , een pinpas heeft weggehaald op dit adres.59

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [verdachte] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B01.02.001. In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop de rekeninggegevens van [naam 60] te zien zijn.60

Zaaksdossier 5

Op 5 september 2017 ontving aangever [naam 62] een e-mail waarin stond dat er met succes een nieuwe betaalpas was aangevraagd voor de rekening.61 Waarschijnlijk heeft zijn moeder op een link geklikt in de e-mail die aan hen werd verzonden met daarin het verzoek een nieuwe betaalpas aan te vragen.62 Deze pas werd ontvangen en gebruikt, maar in het weekend van 14 oktober 2017 zijn de rekeningen van aangever leeggehaald.63

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [verdachte] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B01.02.001. In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop de rekeninggegevens van aangever [naam 62] te zien zijn.64 Ook werd er op deze telefoon een WhatsAppgroep aangetroffen met de naam ‘ [naam 63] ’, aangemaakt door [medeverdachte 1] . [verdachte] geeft aanwijzingen over het bellen van [naam 62] . Er moest een nieuwe pas worden aangevraagd vanwege een technische storing. Als [medeverdachte 1] later vraagt hoe het zit met het ‘adje van 100k’, reageert [verdachte] met een screenshot van de [naam 23] bankieren app.65

Uit de bakengegevens van de auto van [medeverdachte 1] blijkt dat zij op 13 oktober 2017 in Sint Annaparochie, de woonplaats van [naam 62] , was. Ook ziet het observatieteam [medeverdachte 1] over het industrieterrein lopen, tussen de adressen [adressen] .66 Zij belt, op 13-10-2017, met [naam 64] en zegt dat zij op job is, maar dat zij het niet kan pakken. Het zit er wel in, maar zij kan het niet pakken. [medeverdachte 1] zegt dat [naam 112] komt en het gaat pakken. Ook zegt zij dat het vandaag de verjaardag van [verdachte] is.67

Zaaksdossier 6

Op woensdag 18 oktober 2017 wordt door het observatieteam waargenomen dat [medeverdachte 1] , samen met [medeverdachte 2] , naar Waalwijk is gegaan. Om 14:47 uur werd er door een medewerker van [naam 65] iets in de brievenbus gedaan op het adres [adres 3] . Om 14:48 uur liep [medeverdachte 2] naar het perceel en om 14:49 uur zag men dat [medeverdachte 2] bij de brievenbus actief was. Zij stopte een of meerdere voorwerpen onder haar jas en liep terug in de richting van de auto van [medeverdachte 1] .68 Uit de verklaring van [medeverdachte 2] blijkt dat zij die dag uit die brievenbus een pinpas heeft weggenomen.69

Op 31 oktober 2017 is onder [verdachte] een telefoon in beslag genomen onder nummer B01.02.001. In een notitie werden de naam van [naam 54] , in combinatie met [naam 66] en een rekeningnummer van deze B.V. terug gevonden. Dit bedrijf is gevestigd op het adres [adres 3] .70

Zaaksdossier 8

Op 28 oktober 2017 probeerde aangever [naam 67] in te loggen op zijn account voor internetbankieren van de [naam 23] . Nu dit met zijn eigen pas niet lukte, gebruikte hij een online keypass van de [naam 23] . Hij zag dat zijn rekeningen zonder zijn medeweten waren leeggehaald. 71

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [verdachte] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B01.02.001. In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop de rekeninggegevens van aangever [naam 67] te zien zijn.72 In een andere, onder beslagnummer B01.02.002 in beslag genomen73, telefoon, werd de app “ [naam 68] ” aangetroffen. Via deze app was de mailbox van [e-mailadres 2] te bereiken. In deze mailbox trof men een e-mail van 21 oktober 2017 aan, met daarin het rekening- en pasnummer, de pincode, het telefoonnummer en het e-mailadres van slager [naam 67] .74 Ook werd gezien dat er een WhatsAppgroep werd aangemaakt op 21 oktober 2017, waarbij er gegevens van de slager werden doorgestuurd naar een ander nummer. Tijdens dit chatgesprek werden door de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon afbeeldingen gestuurd naar het andere nummer ( [telefoonnummer 2] ), waarbij te zien is dat er toegang is tot de bankieren app onder naam van [naam 67] .75

Op 31 oktober 2017 werd onder [medeverdachte 1] een iPhone in beslag genomen onder goednummer A02.03.00176 Op deze telefoon werd dezelfde conversatie aangetroffen.77 Daarnaast werd gezien dat op 21 oktober 2017 om 12:41 uur gebeld werd naar het telefoonnummer van de slager, met behulp van de Skype app. Op de spraakberichten wordt de stem van [medeverdachte 1] herkend.78 Op 25 oktober registreerde het peilbaken onder de auto van [medeverdachte 1] dat zij in [plaatsnaam] was, vlakbij het adres van [naam 67] .79 [medeverdachte 2] verklaart dat zij met [medeverdachte 1] bij een slagerij is geweest om een pas te onderscheppen.80

Zaaksdossier 9

Op 19 oktober 2017 ontving aangeefster [naam 69] een e-mail, schijnbaar afkomstig van de [naam 23] , waarvan zij vermoedde dat het een phishing e-mail was. Zij verwijderde de e-mail, maar werd diezelfde dag nog gebeld door een man die zei dat hij van de [naam 23] was. Aangeefster is gaan twijfelen over haar bankpas en vroeg online een nieuwe pas aan. Zij heeft deze pas nooit ontvangen. Op 26 oktober 2017 werd tweemaal € 2.000,- gepind van haar rekening en op 28 oktober 2017 vond aangeefster zeven nieuwe bankpassen met pincodes in haar brievenbus. Zij had deze niet aangevraagd. Bovendien bleek, na contact met de bank, dat haar spaarrekening zonder haar medeweten was leeggehaald.81

Op 31 oktober 2017 is, onder beslagnummer B01.02.002, een telefoon in beslag genomen.82 Op deze telefoon werd de app “ [naam 68] ” aangetroffen. Via deze app was de mailbox van [e-mailadres 2] te bereiken. In deze mailbox trof men een e-mail aan met de gegevens van aangeefster [naam 69] . In deze telefoon was ook een chatgesprek te zien met [medeverdachte 1] , waarbij op 19 oktober 2017 de gegevens van [naam 69] met [medeverdachte 1] worden gedeeld. [medeverdachte 1] geeft aan dat ze aan de lijn is en [verdachte] zegt dat hij ‘signeer’ gaat zetten. [medeverdachte 1] maant [verdachte] tot spoed en [verdachte] stuurt twee afbeeldingen naar [medeverdachte 1] waaruit blijkt dat hij toegang heeft tot de rekeningen van aangeefster [naam 69] .83

Op 24 oktober 2017 registreert het peilbaken onder de auto van [medeverdachte 1] dat zij in Warmenhuizen is, in de buurt van het adres van aangeefster [naam 69] .84 Uit de verklaring van [medeverdachte 2] blijkt dat zij een pinpas heeft gestolen uit een brievenbus in Warmenhuizen.85

Op de telefoon van [verdachte] (B01.02.002) wordt op 25 oktober 2017 een chatgesprek aangemaakt met naam ‘gooien’. De tweede deelnemer is [telefoonnummer 2] , welk nummer als gebruiker staat geregistreerd op een onder [medeverdachte 1] in beslag genomen toestel (A02.03.001)86. Door [verdachte] worden diverse afbeeldingen naar [medeverdachte 1] gezonden waarop te zien is dat overboekingen worden gedaan vanaf de rekening van [naam 69] . Ook geeft [verdachte] een overzicht van hetgeen is verdiend.87

4.3.6

Aanleiding onderzoek Willis

Aangeefster [naam 70] , werkzaam voor [naam 71] (Hierna: [naam 71] ), verklaart dat zij op 2 augustus 2017 reageerde op een e-mail waarvan zij dacht dat die van de [naam 23] afkomstig was. In de e-mail stond dat zij een nieuwe bankpas diende aan te vragen. Zij probeerde in te loggen, maar dit mislukte. Later die ochtend werd zij gebeld door een vrouw die zich kenbaar maakte als medewerkster van de [naam 23] . Deze vrouw hielp bij het inloggen en aanvragen van nieuwe passen.88 De [naam 23] heeft, bij monde van aangever [naam 42] , verklaard dat vanaf een gekoppelde rekening van [naam 32] diverse overschrijvingen en bestellingen zijn gedaan, die door [naam 71] niet worden herkend. Een deel van de bestellingen die bij [naam 25] waren geplaatst, kon worden geannuleerd. Daarbij konden de volgende bestel- en aflevergegevens worden achterhaald:

- een bestelling voor € 5.005,- t.a.v. [naam 72] , [adres 4] ;

- een bestelling voor € 5.256,- t.a.v. [naam 73] , [adres 5] ;

- bestellingen voor € 6.294,- en € 6.255,- t.a.v. [naam 74] , [adres 6] .89

[naam 71] ontving korte tijd later een tweede phishingmail, die door de politie werd onderzocht. De e-mail linkte naar een website, waarvan het IP-adres zich bevond in een domein geregistreerd bij [naam 75] onder de naam [naam 72] .90

De gegevens van de website zijn opgevraagd en doorzocht op “ [naam 71] ”, waaruit bleek dat deze naam voorkwam in een tekstbestand met de naam “1.txt”. Aangetroffen werd de volgende reeks:

[naam 76]

[naam 77]

[naam 78]

[naam 79]

[naam 80]

[naam 81]

[naam 82]

[naam 83]

[naam 84] .91

Op 31 oktober 2017 werd onder [verdachte] een telefoon in beslag genomen onder goednummer B01.02.001, imeinummer [imeinummer 1] .92 Op deze telefoon werd een bericht aangetroffen met de inhoud:

“Mevrouw [naam 85]

Rekeningnummer: [rekeningnummer]

Pasnummer: [pasnummer]

Telefoonnummer: [telefoonnummer 3]

E-mailadres: [e-mailadres 7] .”

Dit bericht werd ook aangetroffen op een telefoon met imeinummer [imeinummer 2] .93 Deze telefoon werd op 31 oktober 2017 aangetroffen in de auto van [medeverdachte 1] .94

Het bericht werd op 2 augustus 2017 om 07:59 uur verstuurd van [verdachte] naar [medeverdachte 1] . Er volgt een WhatsApp conversatie, waarbij gesproken wordt over wat er tegen [naam 32] gezegd moet worden. Uiteindelijk stuurt [verdachte] een afbeelding naar [medeverdachte 1] waaruit blijkt dat hij toegang heeft tot het internetbankieren van [naam 32] .95 Hierna stuurt [verdachte] twee afbeeldingen naar [medeverdachte 1] waaruit duidelijk wordt dat een nieuwe bankpas wordt aangevraagd.96 Op 4 augustus 2017 stuurt [verdachte] de afbeelding met daarop het afleveradres van de bankpas opnieuw naar [medeverdachte 1] . Hierop volgt een conversatie waarin [medeverdachte 1] onder andere (om 11:40 uur) aangeeft:

"Ze gingen net die post van gisteren eruit halen man. Want bode is nog niet geweest man. Ik ben goed aan het opletten. Hé hoe die bode er is haal ik het er gelijk weer uit. Ik wil niks horen ik moet die spa hebben man." 97

4.3.7

Zaaksdossiers Willis

Zaaksdossier 1

Op 6 augustus 2017, om 4:26 uur stuurt [medeverdachte 1] een foto van een pinpas op naam van [naam 86] door aan [verdachte] . In de periode tussen 4:35 uur en 4:59 uur stuurde [verdachte] telkens een screenshot van een overboeking die klaar stond ten gunste van die [naam 23] van [naam 86] , met daarbij de kleurcode die gescand dient te worden door de [naam 30] van de [naam 23] . [medeverdachte 1] antwoordde daar telkens op met een afbeelding van een signeercode. Het betrof 6 overboekingen van in totaal € 5.000,-.98 Op 6 augustus 2017, om 4:56 uur, werd een poging gedaan om € 2.000,- te pinnen, maar dit ging de daglimiet te boven.99 Een bedrag van € 1.250,- kon wel worden opgenomen om 04:58 uur.100

Zaaksdossier 2

Op 5 augustus 2017, om 18:57 uur, ontving [medeverdachte 1] een foto van een pinpas op naam van [naam 87] , welke foto om 19:02 uur aan [verdachte] werd doorgestuurd.101 [verdachte] stuurde om 19:06 uur een foto naar [medeverdachte 1] , waarop een overboeking van € 1.081,32 van [naam 32] aan [naam 87] te zien is, met een kleurcode. [medeverdachte 1] antwoordt met een signeercode voor deze overboeking.102 Om 20:39 uur herhaalt zich dit, maar dan voor een bedrag van € 1.012,77.103

Op 5 augustus 2017 werd om 19:07 uur € 1.081,32 en om 20:40 uur € 1.012,77 overgemaakt van de rekening van [naam 32] naar een rekening op naam van [naam 87] .104

Tussen 5 augustus 2017 19:23 uur en 6 augustus 2017 00:59 uur werd in totaal € 1.750,44 gepind van de rekening op naam van [naam 87] . Uit de door de [naam 23] aangeleverde beelden blijkt dat [naam 87] niet degene is die de opnames heeft gedaan.105

Zaaksdossiers 3 t/m 5, 7, 10 t/m 15, 18, 19 en 21

In deze zaaksdossiers is de handelwijze gelijk. Het geld werd van de rekening van [naam 32] overgeboekt naar een andere rekening, waarbij [verdachte] de betalingen telkens klaarzette en [medeverdachte 1] zorgde voor signeercodes door het scannen van de kleurcodes. Hieronder zal volstaan worden met het verwijzen naar de pagina’s waarop het app-verkeer tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] kan worden teruggevonden.

3. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 88] , pag. 57, zaaksdossier 3 (dossier “Willis”).

4. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 89] , pag. 28, zaaksdossier 4 (dossier “Willis”).

5. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 90] , pag. 17, zaaksdossier 5 (dossier “Willis”).

7. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 91] , pag. 63, zaaksdossier 7 (dossier “Willis”).

10. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 92] , pag. 32, zaaksdossier 10 (dossier “Willis”).

11. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 93] , pag. 24, zaaksdossier 11 (dossier “Willis”).

12. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 94] , pag. 58, zaaksdossier 12 (dossier “Willis”).

13. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 95] , pag. 12, zaaksdossier 13 (dossier “Willis”).

14. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 96] , pag. 17, zaaksdossier 14 (dossier “Willis”).

15. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 97] , pag. 11, zaaksdossier 15 (dossier “Willis”).

18. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 98] , pag. 39, zaaksdossier 18 (dossier “Willis”).

19. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 99] , pag. 18, zaaksdossier 19 (dossier “Willis”).

21. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 100] , pag. 10, zaaksdossier 21 (dossier “Willis”).

Zaaksdossiers 8 en 9

Op 5 augustus 2017 om 22:32 uur, ontving [verdachte] een afbeelding van [medeverdachte 1] , waarop een adres te zien was, te weten [adres 6] . Om 22:33 uur stuurde zij een bericht dat [verdachte] moet opletten dat het 19D is. Om 22:51 uur stuurt [medeverdachte 1] een tweede adres, [adres 4] . Op 6 augustus 2017, om 00:34 uur, wordt een nieuw groepsgesprek gestart tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , genaamd “ [naam 113] ”. In deze groep deelt [verdachte] drie hyperlinks met Track-and-Trace codes van [naam 65] , met de postcodes van (onder andere) de twee genoemde adressen, plus de [adres 5] te Amsterdam. [verdachte] stuurt op 6 augustus 2017 om 16:45 uur twee afbeeldingen van bestellingen bij [website 1] , af te leveren op de [adres 6] , met de tekst “Chief”. Om 17:05 uur stuurt hij een afbeelding van een bestelling, af te leveren aan de [adres 5] in [adres 5] , met begeleidende tekst: “mijn kant”. Om 17:09 uur stuurt [verdachte] afbeeldingen van twee bestellingen, af te leveren op de [adres 4] met tekst “Juice”.106

Voor deze betalingen stuurde [verdachte] ook telkens een kleurcode door aan [medeverdachte 1] , waarna [medeverdachte 1] een signeercode aan [verdachte] zond.107

4.3.8

[verdachte] en [medeverdachte 1]

[verdachte]

is eerder in beeld gekomen in een onderzoek van de FIOD. In dit onderzoek verklaarde [verdachte] gebruik te maken van het alias “ [verdachte] ”.108 Ook is er op Facebook een foto van [verdachte] gevonden, waarbij hij zichzelf “ [verdachte] ” noemt.109 Ook blijkt uit een beluisterd tapgesprek van [medeverdachte 1] dat [geboortedag] de verjaardag van [verdachte] is.110 Verdachte [verdachte] is geboren op [geboortedag] 1994.111

Onder [verdachte] is een telefoon in beslag genomen onder beslagnummer B03.01.002.112 Op deze telefoon werd een aantal gebruikersaccounts voor verschillende apps aangetroffen, waaronder:

- [e-mailadres 8]

- “ [gebruikersnaam 1] ” voor Facebook en Snapchat

- “ [gebruikersnaam 2] ” voor Facebook

- “ [gebruikersnaam 3] ” voor WhatsApp113

Ook werden afbeeldingen van [verdachte] aangetroffen op deze telefoon, die ook terug werden gevonden op de telefoon onder goednummer B03.01.005.114

Tot slot is onderzoek gedaan naar de spraakberichten, aangetroffen op de telefoons B01.02.001, B03.01.002 en B03.01.005, alle in beslag genomen onder [verdachte] . Op al deze telefoons werden spraakberichten aangetroffen waarop de stem van [verdachte] werd herkend.115

De rechtbank merkt derhalve [verdachte] aan als [verdachte] .

[medeverdachte 1]

Uit de verklaring van [medeverdachte 2] blijkt dat zij [medeverdachte 1] , getoond op een foto, kent als “ [medeverdachte 1] ” en “ [medeverdachte 1] ”.116 Uit de verklaring van de moeder van [medeverdachte 1] , mevr. [naam 38] , blijkt dat haar dochter gebruik maakt van een Facebook account onder de naam “ [medeverdachte 1] ”. Daarbij herkent mevr. [naam 38] haar dochter op de foto’s op deze Facebookpagina.117 Op 31 oktober 2017 werd er onder [medeverdachte 1] een iMac computer in beslag genomen.118 Hierop trof men een iPhone back-up aan van een iPhone7. Op deze back-up was te zien dat:

- het iCloude-mailadres was ingesteld op [e-mailadres 9] ;

- de mailbox van [e-mailadres 9] aanwezig was;

- de gebruiker werd aangesproken via WhatsApp met “ [medeverdachte 1] ” of “ [medeverdachte 1] ”;

- een gesprek met gebruiker “mam”. Het nummer is van [naam 38] , moeder van [medeverdachte 1] . Zij noemt de gebruiker van de iPhone7 “ [medeverdachte 1] ”;

- de stem van [medeverdachte 1] , die in verschillende voiceberichten te horen is.119

De rechtbank merkt derhalve [medeverdachte 1] aan als [medeverdachte 1] .

4.3.9

Verdeling werkzaamheden

Op 7 oktober 2017 belt [medeverdachte 1] met [verdachte] , waarbij zij het volgende zegt:

“ [verdachte] how are you ehm luister dan ik moet maandagochtend m'n auto brengen naar een ehm m'n moeder z'n vriend naar die garage. En aangezien ik nog een paar dingen moet leveren en ik met jou moet communiceren had ik dit in m'n hoofd ehm als jij mapst en er komen jobs binnen die gelebd moeten worden, leb ik die gewoon deze week en ik dacht gewoon voor donderdag of vrijdag of donderdag en vrijdag te sivven want ik denk dat dan m'n auto wel klaar is en ik heb ook een sivver die ook op woensdag of donderdag kan sivven dus ja dat wou ik je even laten weten. Dus laat ff weten wat jij ervan vindt.” 120

Uit dit gesprek, maar ook uit de hierboven opgesomde bewijsmiddelen, blijkt dat [verdachte] degene is die de ‘technische’ kant van het geheel beheert. Hij is verantwoordelijk voor:

- het rondsturen van de spamberichten,

- het opzetten en beheren van de servers en phishingwebsites,

- het aansturen van [medeverdachte 1] met betrekking tot het bellen van slachtoffers,

- het registreren van de bankieren app op een mobiele telefoon en aanvragen van nieuwe pinpas,

- het klaarzetten van de overboekingen naar de money mules.

[medeverdachte 1] houdt zich op haar beurt bezig met:

- het bellen van de slachtoffers, indien nodig,

- de diefstallen van de pinpassen,

- het aanleveren van signeercodes voor verificatie van de door [verdachte] klaar gezette overboekingen.

Uit de berichten blijkt verder dat zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] derden gebruiken om de rekeningen van de money mules leeg te halen of om pakketten op te laten halen.

4.3.10

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien het gebruik van de in beslag genomen telefoons en de iMac

Onder zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] is een aantal telefoons in beslag genomen, zoals blijkt uit de in de voorgaande paragrafen aangehaalde bewijsmiddelen. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat deze telefoons in gebruik waren bij [verdachte] en [medeverdachte 1] . Vooropgesteld, alle telefoons zijn aangetroffen in de woningen van [verdachte] en [medeverdachte 1] en in de auto van [medeverdachte 1] . Op deze telefoons zijn telkens gesprekken terug gevonden tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . Gelet op hetgeen in 4.3.8 is opgenomen, is de rechtbank er van overtuigd dat dit de aliassen zijn die [verdachte] en [medeverdachte 1] gebruikten.

Daarbij komt dat er overeenkomsten zaten, te weten dezelfde afbeeldingen van [verdachte] zelf, in de telefoon die [verdachte] privé gebruikte en de telefoon waarop diverse phishing gerelateerde zaken terug te vinden waren.

Het eerst ter zitting aangevoerde en niet nader onderbouwde scenario dat een groep Nigerianen achter deze fraude zat, en dat [verdachte] de in zijn huis aangetroffen telefoons slechts voor hen in bewaring had, vindt geen steun in het dossier en is volstrekt onaannemelijk, gelet op al hetgeen in de voorgaande paragrafen is weergegeven.

Hetzelfde geldt voor het verweer ten aanzien van de verkrijging van de iMac, waarbij [medeverdachte 1] aangaf dat zij de iMac van een ander heeft overgenomen en dat de daarop aangetroffen zaken, waaronder de back-up van een iPhone, niet van haar zijn.

De rechtbank schuift deze scenario’s dan ook terzijde.

4.3.11

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het versluierd taalgebruik

In het dossier wordt veelvuldig gesproken over ‘sivven’, ‘lebben’, ‘mapsen’, ‘nippen’, en over een ‘nip’ en een ‘spa’.

De verdediging heeft ter zitting aangegeven te twijfelen aan de betekenis die de officieren van justitie aan deze woorden toekennen. De rechtbank overweegt dat het een dossier betreft waarin grootschalige phishing activiteiten worden blootgelegd en de woorden in dat kader zijn gebezigd. Hoewel ook zonder deze context (over)duidelijk is wat deze woorden zouden moeten betekenen, nu slechts sprake is van het achterstevoren spellen van de woorden, kunnen zij, in het licht van dit dossier, niets anders betekenen dan ‘vissen’, ‘bellen’, ‘spammen’, ‘pinnen’, een ‘pincode’ en een ‘pinpas’. Daarbij komt nog dat, waar er op de phishing website gevraagd wordt om een pasnummer en pincode in te voeren, deze gegevens worden doorgestuurd met “spanr’ en ‘nip’.

4.3.12

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de feiten

Parketnummer 02/820866-17, feiten 1 tot en met 5

Feit 1

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt dat in de ten laste gelegde periode op meerdere tijdstippen e-mails zijn verzonden naar klanten van de [naam 23] , waarbij deze klanten werden aangespoord een nieuwe bankpas aan te vragen. Deze e-mailberichten leken van de [naam 23] afkomstig, doordat de naam en huisstijl van de [naam 23] werden gebruikt. Daarbij zorgde het programma “ [naam 22] ” ervoor dat het ook leek alsof de e-mail werd verzonden vanaf een e-mailadres van de [naam 23] . Uit de in beslag genomen telefoons blijkt dat [verdachte] de servers van waar deze e-mails werden verzonden, huurde en beheerde. Ook blijkt uit de gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] dat [verdachte] degene is die de e-mails verstuurde (‘mapst’)

De hyperlink die vermeld werd in deze e-mail leidde hen naar een website waarop rekeningnummer, pasnummer, pincode, telefoonnummer en e-mailadres ingevoerd moesten worden. Die gegevens werden door de website automatisch doorgezonden naar [verdachte] . Met deze gegevens kon [verdachte] beginnen met het registreren van een nieuwe mobiele telefoon voor de [naam 23] Bankieren app. Indien dit niet direct mogelijk was, deelde hij de gegevens met [medeverdachte 1] , zodat zij de betreffende klant kon bellen. Terwijl [medeverdachte 1] aan de lijn was met de klant, onderhielden [medeverdachte 1] en [verdachte] contact met elkaar om de timing goed te houden. [verdachte] moest er op de achtergrond voor zorgen dat de juiste kleurcodes op de website verschenen, zodat hij de registratie kon voltooien. Na het scannen van twee kleurcodes had [verdachte] de volledige controle over de betreffende rekening van het slachtoffer, alsmede over de daaraan gekoppelde rekeningnummers. Vanaf dat moment kon en werd er, zonder dat daarvoor een kleurcode hoefde te worden gescand, een nieuwe betaalpas aangevraagd. Deze betaalpas was nodig om het geld van de rekening van het slachtoffer door te boeken naar een andere rekening.

Voor de [naam 23] leek het, door deze handelwijze, alsof de rechtmatige eigenaar van de rekening een verzoek deed om een nieuwe bankpas te mogen ontvangen, waardoor er tot uitgifte werd overgegaan.

De verdediging heeft gesteld dat een pincode geen gegeven is in de zin van het ten laste gelegde artikel, waardoor vrijspraak zou dienen te volgen. De rechtbank is van oordeel dat deze stelling geen steun vindt in het recht, waardoor het verweer zal worden verworpen.

Ten aanzien van het door de verdediging gevoerde bewijsuitsluitingsverweer ten aanzien van de verklaring van [medeverdachte 2] , is de rechtbank van oordeel dat er geen reden is waarom haar verklaring niet kan worden gebruikt voor het bewijs. Nog afgezien van het antwoord op de vraag of een (behoorlijke en effectieve) ondervragingsmogelijkheid van [medeverdachte 2] heeft bestaan, kan gelet op de ruime aanwezigheid van overige bewijsmiddelen, niet worden gesteld dat een veroordeling in beslissende mate op haar verklaring is gestoeld, met andere woorden: er is voldoende steunbewijs aanwezig.

Ook dit verweer zal derhalve worden verworpen.

Gelet op al hetgeen hier naar voren is gebracht, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich, in bewuste en nauwe samenwerking met een ander, schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit.

Feit 2

Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat [verdachte] zich, met gebruikmaking van door de slachtoffers verstrekte gegevens, de toegang verschafte tot de online bankieren omgeving van de [naam 23] . [verdachte] kreeg de inlog gegevens in de inbox van e-mailaccounts die in zijn beheer waren, nadat deze door de slachtoffers op zijn website waren ingevuld. De combinatie van de gevraagde gegevens maakte het mogelijk om, onder naam van het slachtoffer, in te loggen. Hierdoor leek het alsof er rechtmatig toegang werd verkregen tot die omgeving. [verdachte] was ook degene die, op het moment dat de rekeningen van de slachtoffers werden leeggehaald, de betalingen vanaf deze rekeningnummers klaarzette. Dit is niet mogelijk op het moment dat er niet is ingelogd.

De rechtbank acht, gelet op al het bovenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich in bewuste en nauwe samenwerking met een ander schuldig heeft gemaakt aan dit feit.

Feit 3

De rechtbank overweegt dat er een duidelijke verdeling was in de werkzaamheden. Een essentieel onderdeel van het proces betreft het verkrijgen van de pinpassen, behorend bij het rekeningnummer van het slachtoffer. Zonder deze pinpas kunnen geen overboekingen worden gedaan met het rekeningnummer van het slachtoffer. Om de pinpas in bezit te krijgen, moest een goede afstemming tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] plaatsvinden. [medeverdachte 1] moest immers op de juiste dag op het juiste adres zijn om de pinpas te kunnen onderscheppen. Uit de hierboven opgesomde bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] degene was die de controle had over de rekeningen van de slachtoffers en daarmee degene was die de pinpas aan moest vragen. Hij gaf door aan [medeverdachte 1] op welke dagen hij dit had gedaan, waarna [medeverdachte 1] wist op welke dag de pas bezorgd zou worden. Dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , of een ander persoon uiteindelijk de pas uit de brievenbus haalde, doet niet af aan het feit dat [verdachte] een essentiële rol speelde binnen deze diefstallen. De rechtbank is van oordeel dat het aanvragen van de pas en het feit dat een goede coördinatie nadien noodzakelijk was om de diefstal tot een succes te maken, voldoende is om bewezen te kunnen verklaren dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het in bewuste en nauwe samenwerking met anderen plegen van de diefstallen.

De tenlastelegging vermeldt dat deze diefstallen gepleegd zouden zijn door middel van inklimming. De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling of hiervan sprake is, blijkens de jurisprudentie,121 dit begrip moet worden uitgelegd naar de betekenis in het normale spraakgebruik.

De rechtbank is van oordeel dat enkel het uit een brievenbus halen van een poststuk, waarbij er al dan niet gebruik wordt gemaakt van een hulpmiddel, of het in de brievenbus stoppen van een hand, naar algemeen spraakgebruik niet kan worden opgevat als inklimming. Voor dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Feit 4

Nadat [verdachte] de controle verkreeg over de rekeningen van de slachtoffers, werden de tegoeden op deze rekeningen weggesluisd naar derden. Uit de hierboven opgesomde bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] degene was die de betalingen door boekte naar andere rekeningen. Hij werd daarbij gestuurd door [medeverdachte 1] , die hem telkens afbeeldingen stuurde van bankpassen. Hierdoor had [verdachte] wetenschap van de rekeningen waarover [medeverdachte 1] op dat moment de beschikking had, en waar hij het geld naar door kon boeken zodat het direct kon worden opgenomen. In andere gevallen werden er direct vanaf de rekening van de benadeelde bestellingen geplaatst bij online winkels, waaronder [naam 25] en [naam 24] . Deze bestellingen werden dan afgeleverd onder valse namen, op adressen waar verdachten zelf in ieder geval niet verbleven.

De rechtbank stelt allereerst vast dat er sprake is van opbrengsten uit eigen misdrijf.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 21 april 2015122 overwogen dat in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser – om tot de kwalificatie ‘witwassen’ te kunnen komen – in beginsel een handeling wordt gevergd die op verhullen/verbergen is gericht en dat dan uit de motivering door de rechter moet kunnen worden afgeleid dat de verdachte het voorwerp niet slechts heeft verworven of voorhanden heeft gehad, maar dat zijn gedragingen ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp.

De rechtbank is van oordeel dat het doorboeken van geld van de rekening van de slachtoffers naar andere rekeningen – die ook onder beheer, maar niet onder naam, van [verdachte] en zijn mededaders staan – een gedraging is die gericht is op het verhullen van de herkomst. Ook het aanschaffen van goederen met het geld van slachtoffers, waarbij de goederen telkens worden verstuurd naar een adres – opnieuw onder beheer, maar niet op naam, van [verdachte] en zijn mededaders – is naar het oordeel van de rechtbank een verhullingshandeling.

De rechtbank acht daarom ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het in bewuste en nauwe samenwerking met een anderen plegen van witwassen.

Feit 5

Voor het vaststellen van het bestaan van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Sr blijken uit de geldende jurisprudentie de navolgende criteria.

Er moet sprake zijn van een samenwerkingsverband, van twee of meer

personen met een zekere duurzaamheid en structuur en een bepaalde organisatiegraad, dat

tot (feitelijk en gewenst) doel heeft het plegen van misdrijven. De deelnemers aan zo’n organisatie dienen niet ieder voor zich, maar in het verband van deze organisatie te participeren en dus te behoren tot de organisatie. Daarbij is het niet noodzakelijk dat zij bekend waren met alle andere personen die deel uitmaakten van de organisatie dan wel met alle andere personen in de organisatie samenwerken. De samenstelling van het samenwerkingsverband hoeft niet steeds dezelfde te zijn geweest.

Om iemand te kunnen aanmerken als deelnemer dient hij of zij tenminste een aandeel te

hebben in, dan wel ondersteuning te verlenen aan, gedragingen die strekken tot of

rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.

De bijdrage dient een zekere duur en intensiteit te hebben alvorens gesteld kan worden dat er sprake is van deelname. In dat verband is specifieke deelneming aan misdrijven waarop het oogmerk van de organisatie is gericht niet nodig, maar wel de wetenschap van het plegen van misdrijven in zijn algemeenheid. Daarbij is voorwaardelijk opzet niet voldoende. Wetenschap van één of verscheidene concrete misdrijven is niet vereist. Evenmin enige vorm van opzet op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven.

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt dat een grote mate van samenwerking bestond tussen meerdere personen, waarbij hoofdrollen voor [verdachte] en [medeverdachte 1] waren weggelegd. Zij hebben in de ten laste gelegde periode intensief contact met elkaar onderhouden, waarbij over en weer vitale informatie werd gedeeld. [verdachte] zorgde voor de verzending van de spam berichten, beheerde de website, registreerde nieuwe mobiele apparaten voor de rekeningen van de slachtoffers, zorgde voor aanvragen voor nieuwe pinpassen en deed de overboekingen. [medeverdachte 1] zorgde voor het nabellen van slachtoffers wanneer er niet voldoende informatie beschikbaar was, zorgde voor het wegnemen van de pinpassen en gaf telkens bij [verdachte] aan op welke rekeningen geld gestort kon worden. Ook leverde zij de verificatiecodes voor de overboekingen die [verdachte] had klaargezet, waardoor de gelden konden worden overgemaakt. Zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] hadden personen die voor hen geld konden pinnen van de rekeningen waar het geld op gestort werd of bestelde pakketten op konden halen. Gelet op het tijdsbestek waarin dit alles diende te gebeuren, moet er een grote mate van organisatie zijn geweest om een en ander voor elkaar te krijgen. Voordat een slachtoffer door had dat geldbedragen werden afgeschreven, moest het geld immers al zijn opgenomen van de rekeningen van de money mules.

Gelet op de periode waarin [verdachte] en [medeverdachte 1] zich hiermee hebben bezig gehouden, de duidelijke taakverdeling tussen hen beiden, het delegeren van taken aan anderen en het duidelijke doel dat zij gezamenlijk voor ogen hadden, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat er een criminele organisatie bestond die tot oogmerk had oplichting, het voor handen hebben van een gegeven waarmee toegang kan worden verkregen tot geautomatiseerde werken, computervredebreuk, aantasting of manipulatie van computergegevens, diefstal door middel van een valse sleutel en witwassen. Uit het voorgaande volgt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] als deelnemers van deze organisatie kunnen worden aangemerkt.

Oorspronkelijk parketnummer 02/665323-18, feiten 1 en 2

4.3.13

Feit 1

Op 10 april 2018 kreeg het IRC een verzoek van het Belgische justitie parket Halle-Vilvoorde ter overname van de vervolging van [naam 101] .

De Belgische autoriteiten meldden dat de [naam 1] uit Opwijk (België) op 17 juni 2017 een e-mail ontvangt die van de [naam 29] afkomstig lijkt. Er wordt gevraagd om op een link te klikken, om de zogenaamd verouderde bankkaart te vervangen. Zonder medeweten van de vereniging wordt vervolgens € 7.041,- overgeschreven naar een Nederlandse bankrekening van de [naam 23] ( [bankrekeningnummer] ) op naam van [naam 3] . Uit Belgisch onderzoek is gebleken dat het e-mailbericht is verzonden vanaf een IP adres dat op naam staat van [naam 102] . [naam 101] is hiervan eigenaar.

Verbalisant [naam 35] bekeek de e-mail die de benadeelde had ontvangen op 17 juni 2017. Dit is de e-mail waar benadeelde de link van vertrouwde en zijn gegevens heeft ingevoerd na op de link te hebben geklikt. De opbouw van deze e-mail had een grote gelijkenis met de opbouw van de phishing e-mails die van [verdachte] afkomstig waren. [website 2] werd gebruikt voor de afbeeldingen, er werden kosten aangevoerd bij te lang wachten met aanvragen van een nieuwe pas en er werd afgesloten met “Afdeling service en veiligheid”.

Van deze e-mail was de header niet meer beschikbaar, waardoor er geen IP-adres kon worden herleid.

De tweede e-mail aan de vereniging, d.d. 24-8-2017, vertoonde geen gelijkenis met de e-mails van [verdachte] . Wel kon, via de header, het IP adres worden achterhaald van waaruit deze e-mail was verzonden. Het e-mailbericht is verzonden vanaf een IP adres dat op naam staat van [naam 102] . [naam 101] is hiervan eigenaar.

Uit onderzoek in het dossier ‘Vari’ blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] het over deze phishing actie hebben gehad. In de veiliggestelde gegevens van de in beslag genomen telefoon van [verdachte] (B01.02.001) vond verbalisant het volgende:

Op 19 maart 2017 stuurt [medeverdachte 1] een nieuwsbericht door aan [verdachte] . In dit bericht staat een link naar de gebruikte phishingmail. [medeverdachte 1] vraagt aan [verdachte] : “zijn wij dit?” [verdachte] geeft aan dat die e-mail niet van hen is. Het betreft de tweede door benadeelde ontvangen e-mail.

[verdachte] stuurt vervolgens de e-mail die hij gebruikt door aan [medeverdachte 1] . Dit is de eerste e-mail die benadeelde ontvangen heeft. De datum in die e-mail is eerder dan de e-mail gericht aan benadeelde.

In de notities van diezelfde telefoon zag verbalisant dat op 16-6-2017 een notitie werd aangemaakt waarin stond:

“…. [website 3] “

Deze link komt ook voor in het eerste phishingbericht dat benadeelde ontving.

Op 17-6-2017, om 20:57 uur, werd op deze telefoon een e-mail ontvangen in de mailbox van [e-mailadres 6] . In deze e-mail stonden de gegevens van een Belgisch rekeningnummer, met daarbij de gegevens van [naam 103] .

Op 17-6-2017, om 21:14 uur was er een gesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] via WhatsApp, waarin [verdachte] aangeeft dat hij 7k heeft overgemaakt naar ‘ [naam 104] ’.

Op 18-6-2017, om 5:36 en 5:37 uur, geeft [verdachte] aan dat ‘ze direct 4k moeten trekken’, gevolgd door een screenshot van een overboeking van € 7.041,- naar [bankrekeningnummer] op naam van [naam 3] .

Op 19-6-2017, om 1:27 en 1:28 uur, stuurt [verdachte] berichten naar [medeverdachte 1] waaruit blijkt dat hij die 7k naar de rekening van [naam 3] heeft overgeboekt en dat het morgen wordt overgeschreven.

Op 20-6-2017, om 03:07 uur, stuurt [verdachte] naar [medeverdachte 1] dat [naam 29] hem blij maakt, dat hij 7k heeft gehad.123

4.3.14

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 1

De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek Vari is gebleken dat [verdachte] zich, samen met anderen, bezighoudt met grootschalige phishing praktijken. Hoewel het onderzoek Vari zich alleen heeft toegespitst op klanten van de [naam 23] , zijn op de verschillende servers ook aanwijzingen gevonden voor phishing runs op andere bankinstellingen. Dat het onderzoek zich hier niet ook op heeft gericht, is – naar de rechtbank begrijpt – een kwestie van capaciteit geweest. De omvang zou te groot worden om een overzichtelijk geheel te behouden. In dit geval hebben de Belgische autoriteiten echter verzocht om tot actie over te gaan, waaraan gehoor is gegeven.

De overeenkomsten met deze zaak zijn, naar het oordeel van de rechtbank, overduidelijk. In de e-mail die is rondgestuurd wordt, net als in onderzoek Vari, verzocht om in te loggen om een nieuwe pinpas aan te vragen. Op de telefoon van [verdachte] wordt een notitie gevonden met de tekst van de e-mail, en in een mailbox op deze telefoon ( [e-mailadres 6] ) worden de rekeninggegevens van [naam 103] gevonden. [e-mailadres 6] is eerder in onderzoek Vari naar voren gekomen, bij onderzoek van de e-mail die verbalisant [naam 31] ontving.

Daarnaast vraagt [medeverdachte 1] aan [verdachte] , naar aanleiding van een nieuwsbericht, of zij achter een bepaalde phishing run zaten, waarop [verdachte] reageert met de e-mail die zij gebruiken. Later laat [verdachte] aan [medeverdachte 1] weten dat hij via [naam 29] € 7.000,- heeft verdiend, wat nagenoeg gelijk is aan het bedrag dat benadeelde [naam 1] uit Opwijk afhandig is gemaakt. Ook blijkt uit de screenshots die [medeverdachte 1] en [verdachte] elkaar sturen dat zij in bezit zijn van de pinpas van de rekening naar waar het geld is gestort. Gelet hierop, maar ook gelet op al hetgeen onder het onderzoek Vari bekend is geworden, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] dit feit in bewuste en nauwe samenwerking met een ander heeft gepleegd.

4.3.15

Feit 2

Op 28 april 2017 werden er diverse meldingen gedaan van een mogelijke phishing run, waarbij gevraagd werd een kopie van een identiteitskaart op te sturen naar [e-mailadres 4] . In de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon (B01.02.001) werd een notitie gevonden waarin dezelfde tekst was opgenomen als in de e-mail. Deze notitie werd aangemaakt een dag voordat de domeinnaam “ [domeinnaam] ” werd aangemaakt. De aanvrager van deze domeinnaam was [naam 105] , met e-mailadres [e-mailadres 10] . Op de genoemde telefoon van [verdachte] werd de registratie van dat e-mailadres teruggevonden in de mailbox van [e-mailadres 11] .124

Uit de aangiftes van onder andere [naam 10]125 en [naam 11]126 blijkt dat daadwerkelijk identiteitsgegevens naar het opgegeven e-mailadres zijn verzonden. Aangevers [naam 6]127, [naam 7]128, [naam 8]129 en [naam 9]130 hebben allen verklaard te hebben geprobeerd een kopie of scan op te sturen, maar een foutmelding te hebben gekregen of de e-mail retour te hebben ontvangen.

4.3.16

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 2

Gelet op de in de telefoon van [verdachte] aangetroffen gegevens, de tijdstippen waarop de notities zijn aangemaakt en de aangiftes concludeert de rechtbank dat [verdachte] de phishing e-mail heeft verzonden, en dat, in ieder geval in de hierboven genoemde aangiftes, sprake was van afgifte van identiteitsgegevens. [verdachte] deed het, net als het geval was bij de phishing e-mails uit naam van de [naam 23] , voorkomen alsof deze e-mail afkomstig was van een legitiem bedrijf, te weten DigiD. Onder die naam probeerde [verdachte] slachtoffers zover te krijgen hun gegevens door te sturen naar een e-mailadres wat onder zijn controle stond.

Met betrekking tot het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling overweegt de rechtbank dat in het onderzoek veelvuldig sprake is geweest van het gebruik van de namen en adressen van anderen, bijvoorbeeld voor het afleveren van pakketten, het huren van servers of het registreren van domeinnamen. Dit was nodig, omdat [verdachte] en zijn mededaders hun eigen identiteit wilden verhullen. Op deze wijze konden [verdachte] en zijn mededaders doorgaan met het plegen van de ten laste gelegde feiten, zonder dat zij ontdekt zouden worden. Door het plegen van dit feit kon [verdachte] zich verzekeren van voldoende identiteitsgegevens om in deze behoefte te voldoen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] dit feit heeft gepleegd.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 02/821116-17

1.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(telkens) een (groot) aantal [naam 23] -klant(en) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- rekeninggegevens en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor het (internet)bankieren van/bij de [naam 23] , door, zakelijk weergegeven:

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo's van de [naam 23] en/of

- (vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) om een nieuwe bank- en/of betaalpas(sen) aan te vragen en/of

- (vervolgens) in die mail te vragen om een nieuwe bank- en/of betaalpas aan te vragen door op de (hyper)link in de mail te klikken en/of

- (vervolgens) in die/dat (hyper)link/(aanvraag)formulier te vragen om voornoemde gegevens in te vullen en/of

- (vervolgens) tijdens het invullen voornoemde perso(o)n(en) te bellen als zijnde een medewerker van de [naam 23] om samen met voornoemde perso(o)n(en) de invulvelden door te lopen/in te vullen,

waardoor die [naam 23] -klant(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegeven(s)

en/of (vervolgens)

(telkens) de [naam 23] bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer bankpas(sen) en/of betaalpas(sen), in elk geval een of meer (goed)eren, door, zakelijk weergegeven:

- in te loggen met de (eerder verkregen) (inlog)gegevens van voornoemde [naam 23] -klant(en) op/in de beveiligde internetbankieren-omgeving van de [naam 23] en/of

- (vervolgens) in die omgeving een nieuwe bankpas aan te vragen,

waardoor die [naam 23] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n).

2.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een of meer geautomatiseerde werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van/bij de [naam 23] , althans in een deel daarvan, is/zijn binnengedrongen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) de toegang heeft/hebben verworven tot het/de geautomatiseerde werk(en)

- met behulp van (een) valse sleutel(s), te weten de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord) van/bij de [naam 23] en/of

- door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als zijnde een of meer geautoriseerde [naam 23] -klant(en);

3.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer postbus(sen)/brievenbus(sen) heeft/hebben weggenomen (telkens)

een of meer poststuk(ken)/envelop(pen) inhoudende een of meer bankpas(sen) van de [naam 23] , in elk geval een of meer goed(eren), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een (groot) aantal [naam 23] -klant(en) en/of de [naam 23] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen poststuk(ken)/envelop(pen) onder zijn en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s), te weten (een) niet daartoe bestemd(e)) sleutel(s)

en/of vervolgens (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer geldautoma(a)t(en) en/of bankautoma(a)t(en) en/of pinautoma(a)t(en) heeft/hebben weggenomen (telkens) een of meer geldbedrag(en), in elk geval een of meer goed(eren), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan

- de [naam 23] en/of

- [naam 23] -klant(en)

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten middels misdrijf verkregen [naam 23] bankpas(sen) en/of betaalpas(sen) en (bij behorende) activatiecode en/of pincode;

4.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer goed(eren) (van online winkels, waaronder [naam 25] en/of [naam 24] ) en/of

* een of meer geldbedrag(en)

(telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of heeft omgezet, althans van een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), (telkens) gebruik heeft/hebben gemaakt, en/of (telkens)

van een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer goed(eren) (van online winkels, waaronder [naam 25] en/of [naam 24] ) en/of

* een of meer geldbedrag(en)

(telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had/hadden, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)

- onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit een of meer misdrijf/misdrijven;

5.

hij, in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, gericht tegen (klanten van) de [naam 23] , namelijk

- oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of

- een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven voorhanden hebben, waardoor toegang kan worden verkregen tot (een) (gedeelte van een) geautomatiseerde werk(en) (artikel 139d en/of 350d Wetboek van Strafrecht) en/of

- computervredebreuk (artikel138ab Wetboek van Strafrecht) en/of

- aantasting of manipulatie van computergegevens (artikel 350a Wetboek van Strafrecht) en/of

- diefstal door middel van braak/verbreking, inklimming en/of een valse sleutel (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en/of

- witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht).

Oorspronkelijk parketnummer 02/665323-18

1. OVS België)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2017 tot en met 30 juni 2017 te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere en/of Opwijk, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of België, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer [naam 29] -klant(en), te weten

- [naam 1] en/of

- [naam 2]

(telkens) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- rekeninggegeven(s) en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor het (internet) bankieren van/bij de [naam 29] , door - zakelijk weergegeven - onder meer:

(telkens)

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo’s van de [naam 29] en/of

- (vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) om een nieuwe bank- en/of betaalpas(sen) aan te vragen en/of

- (vervolgens) in die mail te vragen om een nieuwe bank- en/of betaalpas aan te vragen door op de (hyper)link in de mail te klikken en/of

- (vervolgens) in die/dat (hyper)link/(aanvraag)formulier te vragen om voornoemde gegevens in te vullen, waardoor die person(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegevens en/of (vervolgens)

(telkens)

- de [naam 29] (telkens) heeft/hebben bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal 7041,- Euro, in elk geval een of meer (goed)eren, door - zakelijk weergegeven - onder meer:

(telkens)

- in te loggen met de gephishte (inlog)gegevens van voornoemde [naam 29] -klant(en), als zijnde (rechtmatige) [naam 29] -klant(en) op/in de beveiligde internetbankieren-omgeving van de [naam 29] en/of

- (vervolgens) in die omgeving een of meer overboeking(en) te verrichten naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [naam 3] , althans naar een bankrekening waarover hij, verdachte en/of zijn mededader(s), de beschikkingsmacht heeft/hebben, waardoor die [naam 29] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n)

2. ( zaaksdossier 15, [naam 111] )

hij op een of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2017 tot en met 30 mei 2017 in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer perso(o)n(en), onder andere;

- [naam 4] en/of

- [naam 5] en/of

- [naam 6] en/of

- [naam 7] en/of

- [naam 8] en/of

- [naam 9] en/of

- [naam 10] en/of

- [naam 11]

(telkens) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- een scan en/of foto (kopie) legitimatiebewijs/identiteitsbewijs door - zakelijk

weergegeven - onder meer: (telkens)

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo’s van DigiD en/of

- (vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) met het verzoek zich opnieuw te identificeren/legitimeren en/of

- (vervolgens) in die mail te vragen om (daartoe) een scan en/of foto (kopie) van zijn of haar legitimatiebewijs per mail op te sturen naar het emailadres [e-mailadres 4] , althans naar een emailadres waarover hij, verdachte en/of zijn mededader(s), de beschikkingsmacht heeft/hebben, waardoor die person(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegevens.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie vorderen aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 5 jaar. Daarbij geven zij aan rekening te hebben gehouden met het feit dat er sprake is van samenloop, alsook met het feit dat artikel 63 Sr van toepassing is.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is primair van oordeel dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken, waardoor geen straf of maatregel zou moeten worden opgelegd.

Subsidiair stelt de verdediging dat de eis, in vergelijking met andere fraude- en phishingzaken, veel te hoog is. De officieren van justitie stellen dat Nederland, door de lage straffen die doorgaans worden opgelegd “hackers paradise” wordt genoemd. Om dit te kenteren zou er forser gestraft moeten worden, wat maakt dat de officieren van justitie eisen zoals zij doen. De verdediging ziet niet waar dit op wordt gebaseerd en is van mening dat dit niet op deze wijze in de beoordeling moet worden meegenomen.

Daarbij merkt de verdediging op dat de [naam 23] ook een eigen aandeel in het geheel heeft. De [naam 23] kiest er als organisatie voor de bankpassen niet aangetekend te versturen of op te laten halen op de vestigingen, waardoor het plegen van fraude met de passen eenvoudig wordt gemaakt. Daarmee wil de verdediging niet zeggen dat de [naam 23] de feiten uitlokt, maar wel dat er andere mogelijkheden zijn om fraude tegen te gaan dan het opleggen van, in haar ogen, draconische straffen.

Het dient in ieder geval geen doel verdachte terug te sturen naar de gevangenis. Verdachte heeft geleerd van de periode die hij in detentie door heeft gebracht en heeft sindsdien, ook volgens de Reclassering Nederland, goede vorderingen gemaakt. Ondanks de omstandigheid dat hij, door zijn werk als postbezorger, volop mogelijkheden tot fraude heeft, zijn er geen incidenten geweest. Hij heeft concrete plannen voor zijn toekomst en is gemotiveerd hieraan te werken. Gelet op de alternatieven die voorhanden zijn, te weten een langdurige voorwaardelijke gevangenisstraf en proeftijd, verzoekt de verdediging om geen gevangenisstraf op te leggen. Daarbij wordt eveneens verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (medeplegen) van oplichting, computervredebreuk, diefstal en witwassen, allen meermalen gepleegd, alsmede aan deelname aan een criminele organisatie.

Kort gezegd komt het er op neer dat verdachte deel heeft genomen aan een organisatie en daarin actief was door in groten getale misleidende e-mails te versturen uit naam van een bank dan wel een andere instelling, met daarin een link naar een ‘phishing website’. Op deze website werd slachtoffers verzocht hun gegevens achter te laten, waarmee verdachte en zijn mededaders toegang verkregen tot de online bankieren omgeving van de slachtoffers. Nadat een nieuwe pinpas was aangevraagd en afgevangen, kon de rekening van het slachtoffer middels overboekingen naar ‘money mules’ en pintransacties worden leeggehaald. Dat dit een nauwgezette planning en coördinatie vraagt, is uit het dossier wel gebleken. Op het moment dat een slachtoffer ‘vast liep’, werd door verdachte opdracht gegeven aan [medeverdachte 1] om te bellen, opnieuw uit naam van een ander, zodat men toch verder kon met het proces. Ook moest precies worden gepland wanneer een pinpas werd aangevraagd om deze op de bezorgdag uit de brievenbus van het slachtoffer te kunnen halen, en waren afspraken nodig om ervoor te zorgen dat overgeboekt geld ook direct cash werd opgenomen, of verder kon worden overgeboekt of uitgegeven.

Verdachte heeft in dit geheel een zeer grote rol gespeeld. Dit blijkt vooral uit de in beslag genomen gegevensdragers, waarin zeer veel berichten terug zijn te vinden die te maken hebben met de coördinatie van handelingen gericht op ‘phishing’. Verdachte verstuurt de e-mails, beheert de servers van de websites, geeft opdracht te bellen naar slachtoffers aan [medeverdachte 1] en zet alle betalingen naar de ‘money mules’ klaar.

Het onderzoek heeft zich, naar de rechtbank begrijpt omwille van de omvang, alleen gericht op klanten van de [naam 23] . De door de [naam 23] geschatte totale schade, veroorzaakt door verdachte en zijn mededaders, wordt geschat op meer dan een miljoen euro.

Uit het dossier blijkt echter dat het niet alleen bij klanten van de [naam 23] is gebleven. Ook klanten van [naam 106] , [naam 107] , [naam 29] , [naam 108] , en [naam 109] zijn benaderd. Voor deze banken zijn ook ‘phishing websites’ met gelijksoortige inhoud als voor klanten van de [naam 23] aangetroffen. Ook zijn op de servers waarvandaan de spam berichten werden verzonden e-mails aangetroffen die zich richtten op klanten van de genoemde banken. De rechtbank vermoedt dan ook dat de schade in feite een veelvoud is van het door de [naam 23] genoemde bedrag. Dit vermoeden lijkt te worden bevestigd door de gesprekken die [medeverdachte 1] en [verdachte] met elkaar voeren, waarbij in één gesprek door [verdachte] wordt aangegeven dat zij inmiddels al vijf jaar samenwerken. De rechtbank onderstreept dat andere zaken die niet ten laste zijn gelegd en buiten de pleegperiode vallen niet kunnen worden meegenomen bij de strafmaat, maar weegt wel mee dat verdachte een centrale rol heeft vervuld in een zeer professioneel opererende criminele organisatie..

De mate van organisatie en coördinatie, vereist om dit soort feiten te kunnen plegen, overschrijdt naar het oordeel van de rechtbank de ‘gewone’ fraude zaken. De potentiele schade en maatschappelijke impact van ‘phishing’ is enorm. Daarbij komt dat het een relatief ‘veilige’ vorm van criminaliteit is, waarbij verdachten zich vaak kunnen verschuilen achter een web van digitale versluieringen en daardoor heel moeilijk te traceren zijn. Het voorkomen van dit soort feiten vergt voortdurend een grote oplettendheid van banken, andere instellingen en al hun klanten. De bestrijding van phishingfraude is complex en vergt een grote inspanning van het Openbaar Ministerie.

De rechtbank dient bij de bepaling van de strafmaat mee te wegen dat artikel 63 Sr van toepassing is. De strafmaat voor verdachte dient nu te worden beoordeeld als werden deze feiten meegenomen bij de zaak die vorig jaar tegen verdachte diende. Deze zaak betrof soortgelijke feiten. Die omstandigheid acht de rechtbank niet alleen straf verlagend maar tegelijkertijd in dit geval ook weer strafverzwarend. Terwijl een zaak voor soortgelijke feiten tegen verdachte aanhangig was, is verdachte doorgegaan met het plegen van soortgelijke feiten. Verdachte lijkt in zoverre slechts lering te hebben getrokken uit zijn eerdere vervolging, dat hij sindsdien zijn modus operandi verder heeft verfijnd. Zo is het de rechtbank opgevallen dat verdachte in de voorgaande zaak een ‘handtekening’ aanbracht in de broncode van zijn e-mails, maar dat deze handtekening ontbreekt in – verder identieke – e-mails in deze zaak.

Gelet op al hetgeen hier genoemd is, is de rechtbank van oordeel dat alleen een forse gevangenisstraf op zijn plaats kan zijn. De rechtbank heeft in de aangedragen persoonlijke omstandigheden niets gehoord wat in dit geval daaraan af zou kunnen doen. Zoals reeds toegelicht heeft verdachte een leidende, coördinerende en cruciale rol gehad in een zeer professioneel opererende criminele organisatie die verantwoordelijk is geweest voor het oplichten van een groot aantal klanten van (in deze zaak met name) de [naam 23] . De aard en ernst van de feiten, de omvang van de schade en intensiteit van het samenwerkingsverband, alsmede de omstandigheid dat verdachte eerder is veroordeeld voor dezelfde delicten, maken dat de rechtbank komt tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7 De benadeelde partijen

7.1

Vordering benadeelde partij [naam 23]

De [naam 23] heeft een vordering ingediend ter hoogte van € 265.455,72. Ter onderbouwing van deze vordering heeft zij aangevoerd dat klanten van de [naam 23] door het handelen van verdachte zijn gedupeerd, en dat de [naam 23] hen, uit coulance, heeft gecompenseerd.

De rechtbank overweegt dat uit artikel 51f, eerste lid, Sv blijkt dat “degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, [..] zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij [kan] voegen in het strafproces”. In deze zaak heeft de [naam 23] schade van haar klanten vergoed. Hoewel die schade door verdachte en zijn mededaders is veroorzaakt, kan niet worden gesteld dat de [naam 23] zelf deze schade rechtstreeks heeft geleden.

Dit maakt dat de rechtbank de [naam 23] niet-ontvankelijk in haar vordering zal verklaren. De [naam 23] kan haar vordering aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

7.2

Vorderingen benadeelde partijen [naam 10] , [naam 110] en [naam 62]

De benadeelde partij [naam 10] heeft een vordering ingediend, waarop geen schadebedrag staat vermeld. Nu niet duidelijk is of, en zo ja welke, schade wordt gevorderd, en de benadeelde partij niet ter zitting is verschenen, zou nader onderzoek plaats moeten vinden naar het bestaan en eventuele omvang van de schade.

De benadeelde partij [naam 110] heeft een vordering ingediend ter hoogte van, naar de rechtbank begrijpt, € 1.220,-. Een deel daarvan zouden gederfde inkomsten betreffen, een ander deel reis- en belkosten. De laatste post is in zijn geheel niet onderbouwd. De gederfde inkomsten zijn onderbouwd met stukken onder andermans naam, waaruit de rechtbank niet op kan maken welke schade de benadeelde heeft geleden. Nu de benadeelde niet ter zitting is verschenen, zou nader onderzoek plaats moeten vinden om de juiste omvang van de schade vast te kunnen stellen.

De benadeelde partij [naam 62] heeft een bedrag gevorderd ter hoogte van € 73.139,-. Dit bedrag wordt onderbouwd door toevoeging van de rekeningafschriften van de rekening van benadeelde. Uit het dossier komt echter naar voren dat er door de [naam 23] aan diverse benadeelden geld is uitgekeerd ter compensatie van het geleden nadeel. Uit de verzamelaangifte van de [naam 23] blijkt dat dit ook het geval is geweest ten aanzien van de benadeelde partij [naam 62] . De rechtbank constateert dat het nog openstaande bedrag, volgens de berekeningen van de [naam 23] , niet overeenkomt met de vordering van [naam 62] . Nu de benadeelde niet ter zitting is verschenen, zou nader onderzoek plaats moeten vinden om de juiste omvang van de schade vast te kunnen stellen.

De rechtbank is van oordeel dat de verdere behandeling van deze vorderingen een onevenredige belasting op zal leveren voor het strafgeding, wat met zich brengt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen. Zij kunnen hun vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7.3

Vordering benadeelde partij [naam 50]

De benadeelde partij [naam 50] vordert € 137.480,35. Ter onderbouwing heeft de stichting de rekeningafschriften van haar rekening meegestuurd, waaruit blijkt dat er inderdaad een bedrag van deze hoogte is afgeschreven. Uit het ter terechtzitting overgelegde overzicht van de [naam 23] blijkt dat geen vergoeding werd betaald aan deze benadeelde partij. Wel blijkt uit de verzamelaangifte van de [naam 23] dat er een bedrag van € 12.063,42 veilig werd gesteld en terug kon worden gestort. In zoverre acht de rechtbank het bestaan van schade onvoldoende onderbouwd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de vordering van de stichting kan worden toegewezen tot een bedrag van € 124.416,93. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente.

Voor het overige deel zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Voor dit deel bepaalt de rechtbank dat de benadeelde partij zich kan richten tot de burgerlijke rechter.

Met betrekking tot het toegekende deel van de vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De rechtbank overweegt dat verdachte dit bedrag samen met [medeverdachte 1] heeft buitgemaakt. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de gezamenlijke betalingsverplichting van dit bedrag.

8 Het beslag

8.1

De teruggave aan de rechthebbende

Ten aanzien van het onder beslagnummer B02.01.003 in beslag genomen goed, te weten het “adressenboekje moeder [verdachte] ”, is de rechtbank van oordeel dat dit dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

8.2

De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en de feiten zijn begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47, 58, 63, 138ab, 140, 310, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding geldig;

- verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 02/820866-17

feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

feit 2: medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd

feit 3: medeplegen van diefstal, meermalen gepleegd

feit 4: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd

feit 5: deelname aan een criminele organisatie

Oorspronkelijk parketnummer 02/665323-18

feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

feit 2: oplichting, meermalen gepleegd

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan rechthebbende, de moeder van [verdachte] , van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten “adressenboekje moeder [verdachte] ”, beslagnummer B02.01.003;

- verklaart verbeurd alle overige voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genoemd;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 50] van € 124.416,93, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, ter zake van immateriële schade;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam 50] (feit 1), € 124.416,93 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- bepaalt dat verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor dit bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover [verdachte] betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

- verklaart de benadeelde partijen:

* [naam 10]

* [naam 110]

* [naam 62]

* [naam 23]

niet-ontvankelijk in hun vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Goossens, voorzitter, mr. Felix en mr. Schild, rechters, in tegenwoordigheid van Van Rensch, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 mei 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRAA17009 (onderzoek “Vari”) van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 4657. Wanneer wordt verwezen naar een paginanummer van het onderzoek nummer DH3R017081 (eind-proces-verbaal nummer 2017223114) van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Den Haag Zuid, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 614, wordt er achter het paginanummer dossier “Willis” toegevoegd. Proces-verbaal van aangifte [naam 12] , pag. 584

2 Geschrift, zijnde een uitdraai van de ontvangen e-mail, als bijlage bij de aangifte, pag. 591

3 Proces-verbaal van aangifte [naam 12] , pag. 585

4 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 604

5 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 609

6 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 610

7 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 614

8 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 618

9 Geschrift, zijnde een uitdraai van de header van de e-mail, pag. 639

10 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 642 e.v.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 95 e.v.

12 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 103 e.v.

13 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 115 e.v.

14 Geschrift, zijnde een e-mailbericht verzonden aan [naam 7] , pag. 636

15 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 153 e.v.

16 Geschrift, zijnde een e-mailbericht verzonden aan [naam 32] , pag. 104 (dossier “Willis”)

17 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 215 e.v.

18 Proces-verbaal van bevindingen beschrijving modus operandi, pag. 233

19 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek phishingkit server 107.6.187.202, Pag. 164

20 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek phishingkit server 107.6.187.202, Pag. 160

21 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 240

22 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 241

23 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 243-244

24 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 246-247

25 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek phishingkit server 107.6.187.202, Pag. 161

26 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek phishingkit server 107.6.187.202, pag. 168

27 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 242 e.v.

28 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 248

29 Proces-verbaal van aangifte [naam 36] , pag. 1049

30 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1075 e.v.

31 Bijlage inbeslaggenomen goederen bij het proces-verbaal van binnentreden, pag. 3233

32 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [naam 23] verzamelaangifte, pag. 1091

33 Proces-verbaal van aangifte, los aan het dossier toegevoegd onder nummer PL0600-2017157834-1

34 Proces-verbaal van aangifte [naam 42] , pag. 859

35 Proces-verbaal van aangifte [naam 42] , pag. 857

36 Bijlage inbeslaggenomen goederen bij het proces-verbaal van binnentreden, pag. 3226

37 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [naam 23] verzamelaangifte, pag. 1090

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pag. 3071

39 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3198

40 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 359

41 Proces-verbaal van aangifte [naam 54] , PL2000-2017039487

42 Proces-verbaal van aangifte [naam 55] , PL2000-2017083815

43 Proces-verbaal van aangifte [naam 56] , PL1500-2017-021977

44 Proces-verbaal van aangifte [naam 58] , PL0600-2017026693

45 Proces-verbaal van aangifte [naam 47] , PL0600-2017038681

46 Verzamelaangifte van de [naam 23] , pag. 965 ev.

47 Proces-verbaal van aangifte [naam 49] , PL0100-2017268731

48 Proces-verbaal van aangifte [naam 57] , PL0900-2017077438

49 Verzamelaangifte van de [naam 23] , pag. 1039 ev.

50 Proces-verbaal van aangifte, los aan het dossier toegevoegd onder nummer PL0600-2017027903

51 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [naam 23] verzamelaangifte, pag. 1089

52 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3204

53 Proces-verbaal van bevindingen digitaal phishing [naam 53] , pag. 1209

54 Proces-verbaal van bevindingen digitaal phishing [naam 53] , pag. 1210-1211

55 Proces-verbaal van bevindingen digitaal phishing [naam 53] , pag. 1215-1216

56 Proces-verbaal van bevindingen digitaal phishing [naam 53] , pag. 1223

57 Proces-verbaal van aangifte [naam 23] , pag. 1240

58 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1234

59 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pag. 3064 e.v.

60 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [naam 23] verzamelaangifte, pag. 1090

61 Proces-verbaal van aangifte [naam 62] , pag. 1293

62 Geschrift, zijnde de e-mail die aan aangever is verzonden, gevoegd als bijlage bij de aangifte van [naam 62] , pag. 1300

63 Proces-verbaal van aangifte [naam 62] , pag. 1293 e.v., met op pagina 1307 het transactieoverzicht

64 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [naam 23] verzamelaangifte, pag. 1091

65 Proces-verbaal van bevindingen omtrent phishing zaak Sint-Annaparochie, pag. 1362

66 Proces-verbaal van bevindingen omtrent phishing zaak Sint-Annaparochie, pag. 1362-1363

67 Geschrift, zijnde een uitgewerkt telefoongesprek, pag. 1376

68 Proces-verbaal van observatie, pag. 1389 e.v.

69 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pag. 3069

70 Geschrift, zijnde een notitie, gevonden in de telefoon van [verdachte] , pag. 1400

71 Proces-verbaal van aangifte [naam 67] , pag. 1433

72 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [naam 23] verzamelaangifte, pag. 1091

73 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3352

74 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1453

75 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1458

76 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3208

77 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1465

78 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1454

79 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1456

80 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pag. 3064

81 Proces-verbaal van aangifte [naam 69] , pag. 1492 e.v.

82 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3352

83 Proces-verbaal van bevindingen omtrent phishing Warmenhuizen, pag. 1736 e.v.

84 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1749

85 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pag. 3064

86 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3208

87 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1752

88 Proces-verbaal van aangifte, pag. 35 e.v. (dossier “Willis”)

89 Geschrift, zijnde een aangifte, opgemaakt namens de [naam 23] door [naam 42] , pag. 17 e.v. (dossier “Willis”)

90 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 113 (dossier “Willis”)

91 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 127 e.v. (dossier “Willis”)

92 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3350,

93 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek, pag. 173 (dossier “Willis”)

94 Proces-verbaal van bevindingen Onderzoek Skype database op telefoon [medeverdachte 1] , pag. 281 (dossier “Willis”), in combinatie met kennisgeving van inbeslagneming pag. 3441

95 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek, pag. 174 (dossier “Willis”)

96 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek, pag. 175 (dossier “Willis”)

97 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek, pag. 177 (dossier “Willis”)

98 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 86] , pag. 104, zaaksdossier 1 (dossier “Willis”)

99 Geschrift, zijnde een afbeelding van een pintransactie, pag. 13, zaaksdossier 1 (dossier “Willis”)

100 Geschrift, zijnde een afbeelding van een pintransactie, pag. 17, zaaksdossier 1 (dossier “Willis”)

101 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 87] , pag. 119, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

102 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 87] , pag. 120, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

103 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 87] , pag. 124-125, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

104 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar [naam 87] , pag. 117, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

105 Proces-verbaal van bevindingen [naam 87] , pag. 7, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

106 proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar bestellingen [naam 25] , pag. 191 e.v., zaaksdossier 9 (dossier “Willis”)

107 proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [medeverdachte 1] naar bestellingen [naam 25] , pag. 201 e.v., zaaksdossier 9 (dossier “Willis”)

108 bijlage I bij proces-verbaal van bevindingen, pag. 2614

109 bijlage II bij proces-verbaal van bevindingen, pag. 2617

110 Bijlage 4 bij proces-verbaal van bevindingen, pag. 2621

111 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 2608

112 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3384

113 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag [naam 114] 708, pag. 492 A, 13e pagina

114 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag [naam 114] 708, pag. 492 A, 12e pagina, laatste alinea

115 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag [naam 114] 708, pag. 492 A, 15e pagina

116 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pag. 3064 e.v.

117 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 38] , pag. 534

118 Kennisgeving inbeslagneming, pag. 3204

119 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 446 e.v.

120 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 328

121 Zie bijvoorbeeld NJ 1999, 385 ECLI:PHR:1999:ZD1363

122 Vindplaats: ECLI:NL:HR:2015:1090

123 Proces-verbaal van bevindingen t.a.v. Rechtshulpverzoek België, los opgenomen in dossier

124 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 2204 e.v.

125 Proces-verbaal van aangifte [naam 10] , pag. 2353

126 Proces-verbaal van aangifte [naam 11] , pag. 2362

127 Proces-verbaal van aangifte [naam 6] , pag. 2308

128 Proces-verbaal van aangifte [naam 7] , pag. 2315

129 Proces-verbaal van aangifte [naam 8] , pag. 2346

130 Proces-verbaal van aangifte [naam 9] , pag. 2349