Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2019:2195

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-05-2019
Datum publicatie
17-05-2019
Zaaknummer
02-821116-17 en 02-665322-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

onderzoek Vari / Willis. verdachte werkte mee aan het verzenen van spam e-mails uit naam van de Rabobank. Indien slachtoffers vastliepen op de ‘nep’website waar mensen naartoe werden geleid, belde verdachte uit naam van de Rabobank en loodste hen door het proces. Slachtoffers waren in de waan dat zij een nieuwe pinpas aanvroegen, maar in werkelijkheid zorgde verdachte er voor dat medeverdachte de beschikking kreeg over mobiel bankieren van het slachtoffer. Vervolgens werd er door medeverdachte een nieuwe pinpas aangevraagd, die door een verdachte werd afgevangen. Hierna werd de rekening van het slachtoffer, met gebruikmaking van moneymles, leeggehaald. Verdacht krijgt 5 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van oplichting, computervredebreuk, diefstal en witwassen, allen meermalen gepleegd, deelname aan een criminele organisatie en valsheid in geschrifte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/821116-17 en 02/665322-18 (gevoegd ter zitting)

vonnis van de meervoudige kamer van 17 mei 2019

in de strafzaak tegen

[Verdachte] ,

geboren op [Geboortedag] 1990 te [Geboorteplaats]

wonende te [Adres]

raadsman mr. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 en 27 maart 2019, waarbij de officieren van justitie, mr. Van Setten en mr. Hermans, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

1. zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(telkens) een (groot) aantal [Naam 1] -klant(en) heeft/hebben bewogen tot het ter eschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- rekeninggevens en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor het (internet)bankieren van/bij de [Naam 1] ,

door - zakelijk weergegeven - onder meer:

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo's van de [Naam 1] en/of

- ( vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) om een nieuwe bank- en/of betaalpas(sen) aan te vragen en/of

- ( vervolgens) in die mail te vragen om een nieuwe bank- en/of betaalpas aan te vragen door op de (hyper)link in de mail te klikken en/of

- ( vervolgens) in die/dat (hyper)link/(aanvraag)formulier te vragen om voornoemde gegevens in te vullen en/of

- ( vervolgens) tijdens het invullen voornoemde perso(o)n(en) te bellen als zijnde een medewerker van de [Naam 1] om samen met voornoemde perso(o)n(en) de invulvelden door te lopen/in te vullen,

waardoor die [Naam 1] -klant(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegeven(s) en/of (vervolgens)

(telkens)

de [Naam 1] bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer bankpas(sen) en/of betaalpas(sen), in elk geval een of meer (goed)eren, door - zakelijk weergegeven -:

- in te loggen met de (eerder verkregen) (inlog)gegevens van voornoemde [Naam 1] -klant(en) op/in de beveiligde internetbankieren-omgeving van de [Naam 1] en/of

- ( vervolgens) in die omgeving een nieuwe bankpas aan te vragen, waardoor die [Naam 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

2. ( zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een of meer geautomatiseerd werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van/bij de [Naam 1] , althans in een deel daarvan, is/zijn binnengedrongen, waarbij zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) de toegang heeft/hebben verworven tot het/de geautomatiseerde werk(en)

- met behulp van (een) valse sleutel(s), te weten de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord) van/bij de [Naam 1] en/of

- door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als zijnde een of meer geautoriseerde [Naam 1] -klant(en);

3. ( zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Zij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer postbus(sen)/brievenbus(sen) heeft/hebben weggenomen (telkens)

een of meer poststuk(ken)/envelop(pen) inhoudende een of meer bankpas(sen) van de [Naam 1] , in elk geval een of meer goed(eren), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een (groot) aantal [Naam 1] -klant(en) en/of de [Naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen poststuk(ken)/envelop(pen) onder zijn en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s), te weten (een) niet daartoe bestemd(e)) sleutel(s) en/of vervolgens (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer geldautoma(a)t(en) en/of bankautoma(a)t(en) en/of pinautoma(a)t(en) heeft/hebben weggenomen (telkens) een of meer geldbedrag(en), in elk geval een of meer goed(eren), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan

- de [Naam 1] en/of

- [Naam 1] -klant(en)

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder haar en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten middels misdrijf verkregen [Naam 1] bankpas(sen) en/of betaalpas(sen) en (bij behorende) activatiecode en/of pincode;

4. ( zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer goed(eren) (van online winkels, waaronder [Naam 2] en/of [Naam 3] ) en/of

* een of meer geldbedrag(en)

(telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), (telkens) gebruik heeft/hebben gemaakt, en/of (telkens)

van een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer goed(eren) (van online winkels, waaronder [Naam 2] en/of [Naam 3] ) en/of

* een of meer geldbedrag(en)

(telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had/hadden, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)

- onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit een of meer misdrijf/misdrijven;

5. ( zaaksdossier 1 t/m 11, 14, 16 en proces-verbaal artikel 140 WvSr)

Zij, in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, gericht tegen (klanten van) de [Naam 1] , namelijk

- oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of

- een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven voorhanden hebben, waardoor toegang kan worden verkregen tot (een) (gedeelte van een) geautomatiseerd werk(en) (artikel 139d en/of 350d Wetboek van Strafrecht) en/of

- computervredebreuk (artikel138ab Wetboek van Strafrecht) en/of

- aantasting of manipulatie van computergegevens (artikel 350a Wetboek van Strafrecht) en/of

- diefstal door middel van braak/verbreking, inklimming en/of een valse sleutel (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en/of

- witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht).

Oorspronkelijk parketnummer 02/665322-18 (‘de parallelle dagvaarding’)

1. OVS België)

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2017 tot en met 30 juni 2017 te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere en/of Opwijk, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of België, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer [Naam 4] -klant(en), te weten

- [Naam 5] en/of

- [Naam 6]

(telkens) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- rekeninggegeven(s) en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor het (internet)bankieren van/bij de [Naam 4] , door - zakelijk weergegeven - onder meer: (telkens)

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo’s van de [Naam 4] en/of

- ( vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) om een nieuwe bank- en/of betaalpas(sen) aan te vragen en/of

- ( vervolgens) in die mail te vragen om een nieuwe bank- en/of betaalpas aan te vragen door op de (hyper) link in de mail te klikken en/of

- ( vervolgens) in die/dat (hyper)link/(aanvraag)formulier te vragen om voornoemde gegevens in te vullen, waardoor die person(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegevens en/of (vervolgens) (telkens)

- de [Naam 4] (telkens)heeft/hebben bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal 7041,- Euro, in elk geval een of meer (goed)eren, door - zakelijk weergegeven - onder meer: (telkens)

- in te loggen met de gephishte (inlog)gegevens van voornoemde [Naam 4] -klant(en), als zijnde (rechtmatige) [Naam 4] -klant(en) op/in de beveiligde internetbankieren-omgeving van de [Naam 4] en/of

- ( vervolgens) in die omgeving een of meer overboeking(en) te verrichten naar bankrekeningnummer [Rekeningnummer 1] ten name van [Naam 7] , althans naar een bankrekening waarover zij, verdachte en/of haar mededader(s), de beschikkingsmacht heeft/hebben, waardoor die [Naam 4] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n)

2. ( zaaksdossier 12)

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2015 tot en met 31 oktober 2017, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- een of meer loonstro(o)k(en) en/of salarisspecificatie(s), onder andere:

* van [Naam 8] (op naam van [Verdachte] ) van (de) periode(s) 1 (januari) en/of 5 (mei) en/of 6 (juni) en/of 7 (juli) 2017 en/of

* van [Naam 9] (op naam van [Naam 10] ), van (de) periode(s) 4 (april) en/of 5 (mei) en/of 6 (juni) en/of 7 (juli) en/of 8 (augustus) en/of 9 (september) 2017 en/of

* van [Naam 9] op naam van [Naam 11] ) van de maand april 2017 en/of

* van [Naam 12] op naam van [Naam 13] ) van (de) periode(s) 1 (29.12-04.01) en/of 2 (5.1-11.1) en/of 3 (12.1-18.1) en/of 4 (19.1-25.1) en/of 5 (26.1-1.2) en/of 6 (2.2-8.2) en/of 7 (9.2-15.2) en/of 8 (16.2-22.2) 2015

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft zij, verdachte, valselijk voornoemde (volledig valse) loonstro(o)k(en) en/of salarisspecificatie(s) opgemaakt, zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

3 De voorvragen

De geldigheid van de dagvaarding.

De raadsman heeft aangevoerd dat de tenlastelegging onbegrijpelijk is, in die zin dat deze onvoldoende feitelijk, onvolledig en daardoor onbegrijpelijk is. De termen “een groot aantal” en “onder meer” zijn van zichzelf al te weinig specifiek, maar ook verwijzingen naar zaaksdossiers en het niet concretiseren van de aangevers maken de tenlastelegging een onleesbaar geheel. Het is voor de verdediging ondoenlijk na te gaan welke aangever bij welk zaaksdossier voor welk bedrag is benadeeld. Daarbij komt dat er in een aantal zaken slechts sprake is van een pogingen, die niet ten laste zijn gelegd. Tot slot is niet nader gespecificeerd wat verstaan moet worden onder “ [Naam 1] ”. De [Naam 1] is een coöperatie met afzonderlijke vestigingen, waardoor telkens onduidelijk is welke [Naam 1] wordt bedoeld.

De rechtbank constateert dat het dossier is opgebouwd uit een algemeen dossier en zaaksdossiers die betrekking hebben op afzonderlijke zaken. Op de tenlastelegging staan ook verwijzingen naar de zaaksdossiers. Verder constateert de rechtbank dat naast een opsomming van mogelijke slachtoffers, in de zaaksdossiers door het Openbaar Ministerie voor meer dan tien gevallen nader is gespecificeerd wat verdachte (hierna ook te noemen: [Verdachte] ) in deze wordt verweten.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging, gelezen in combinatie met dossier, voldoende duidelijk is en verdachte in staat moet worden geacht op basis hiervan zich adequaat te kunnen verdedigen. Dat de tenlastelegging slechts spreekt over ‘de [Naam 1] ’, zonder nadere aanduiding van welke specifieke rechtspersoon het betreft, kan aan het voorgaande onvoldoende afdoen.

De dagvaarding voldoet dus aan de eisen gesteld in artikel 261 Sv en is daarmee geldig. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de verdediging.

De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

De raadsman heeft aangevoerd dat uit de stukken van de rechter-commissaris blijkt dat er door het Openbaar Ministerie, voor de doorzoeking van de woning van verdachte, een machtiging tot doorzoeking op grond van artikel 110 en van artikel 125i Sv is verzocht. De rechter-commissaris heeft alleen op grond van artikel 110 Sv een machtiging afgegeven. Er is, naar de mening van de verdediging, in strijd met deze – ‘beperkte’ – machtiging gehandeld. Bovendien zijn deze stukken tot op de dag van de zitting buiten het dossier gehouden. Hetzelfde geldt voor het doelbewust inzetten van misleiding ter verkrijging van een ‘open’ telefoon. Er is toestemming gegeven voor het opbellen van verdachte onder valse voorwendselen, om ervoor te zorgen dat de telefoon in gebruik was bij de aanhouding. Dit is naar de mening van de verdediging geen bevoegdheid op basis van de Politiewet, maar één die valt onder het regime van 126j Sv. Van deze actie is geen, althans pas op aanvraag van de verdediging, proces-verbaal opgemaakt.

Dit is een grove schending van de rechten van verdachte. Door deze schending wordt de kern van het systeem – het niet respecteren van een rechterlijke uitspraak en de verbaliseringsplicht – geraakt, wat tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dient te leiden.

De rechtbank stelt vast dat een machtiging ex artikel 125i Sv ertoe strekt een plaats te doorzoeken ter vastlegging van gegevens die op die plaats op een gegevensdrager zijn opgeslagen of vastgelegd. Bij de doorzoeking van de woning van verdachte zijn geen gegevens vastgelegd, maar gegevensdragers in beslag genomen (die later zijn onderzocht). Er is derhalve alleen op grond van een machtiging ex artikel 110 Sv gezocht, zodat de omstandigheid dat er geen machtiging is verleend ex artikel 125i Sv (die wel was aangevraagd, maar abusievelijk niet lijkt te zijn afgegeven door de rechter-commissaris) verder zonder belang is.

De rechtbank stelt vast dat het nagekomen proces-verbaal over de aanhouding van [Verdachte] , meer in het bijzonder de wijze waarop daarbij de mobiele telefoon van [Verdachte] in beslag is genomen, niet ten spoedigste als bedoeld in artikel 152 Sv is opgemaakt. De stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie op die wijze bewust getracht heeft informatie uit het dossier te houden ontbeert echter een begin van aannemelijkheid.

De rechtbank is niet gebleken van ernstige inbreuken op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling tekort is gedaan, noch van andere

feiten en omstandigheden die tot een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zouden kunnen leiden. De rechtbank verwerpt het verweer en acht het Openbaar Ministerie ontvankelijk.

De schorsing van de vervolging

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

Voor zover de verdediging tot slot nog heeft verzocht om alle eerder afgewezen verzoeken tot het horen van getuigen alsnog toe te wijzen overweegt de rechtbank dat zij dit niet noodzakelijk acht. Nu dit herhaalde verzoek niet is voorzien van een nadere onderbouwing volstaat de rechtbank voor de motivering van deze afwijzing te verwijzen naar hetgeen daarover eerder in deze procedure is overwogen.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Daarbij baseren de officieren van justitie zich in het bijzonder op de (verzamel)aangiftes, de informatie uit de in beslag genomen goederen, de processen-verbaal van observatie en de verklaring van medeverdachte [Medeverdachte 1] (hierna te noemen: [Medeverdachte 1] ).

Ten aanzien van ‘de parallelle dagvaarding’ baseren zij zich voor feit 1 met name op de aangifte van de [Naam 5] en het app-verkeer tussen [Verdachte] en medeverdachte [Medeverdachte 2] (hierna te noemen: [Medeverdachte 2] ), en voor feit 2 op de onder [Verdachte] in beslag genomen goederen en de getapte telefoongesprekken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verzoeken om bewijsuitsluiting

De verdediging heeft aangevoerd dat er ten onrechte geweld is toegepast bij de aanhouding van verdachte, waardoor niet voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Hierdoor werd de telefoon van verdachte verkregen in een stand waarin men er direct toegang toe had. Gelet op de vergaande consequenties van dit handelen, dient de inhoud van de telefoon te worden uitgesloten van het bewijs.

Voor uitsluiting van de inhoud van deze, maar ook van de andere onder verdachte in beslag genomen telefoons, is nog een tweede reden aanwezig. Verdachte heeft geen toestemming gegeven voor doorzoeking van haar telefoons. Desondanks zijn de telefoons doorzocht, wat een forse inbreuk op haar privacy met zich heeft gebracht. Niet alleen in haar dossier, maar ook bij de verhoren van medeverdachten zijn chatgesprekken, foto’s van Instagram en Facebook en voiceberichten voorgehouden. Een dergelijk ingrijpend onderzoek aan een smartphone levert een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 8 EVRM op. Nu een volledige uitlezing van deze telefoons heeft plaatsgevonden en uit het dossier niet blijkt dat daarvoor toereikende toestemming is verleend, is sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a lid 1 Sv. Nu dit een onherstelbaar verzuim betreft, dienen de doorzochte telefoons te worden uitgesloten van het bewijs.

Ook dient de inhoud van de doorzochte telefoons van [Medeverdachte 2] van het bewijs te worden uitgesloten. [Medeverdachte 2] heeft immers, zonder dat hij eerst op zijn rechten was gewezen, de pincode van zijn telefoon gegeven. De verdediging wijst daarbij op de jurisprudentie van het EHRM, in het bijzonder op Güner tegen Turkije, waarbij de Schutznorm werd gepasseerd wegens een ernstige schending van artikel 6 EVRM. Gelet op de ernst van het verzuim bij de aanhouding van [Medeverdachte 2] en de onherstelbaarheid hiervan, dient ook hier bewijsuitsluiting te volgen.

Als laatste verzoekt de verdediging om uitsluiting van de verklaring van [Medeverdachte 1] . [Medeverdachte 1] legde een belastende verklaring af, maar beriep zich op haar verschoningsrecht op het moment dat zij als getuige werd gehoord. De verdediging stelt dat, conform de Vidgen-jurisprudentie, de verklaring niet voor het bewijs mag worden gebruikt, nu dit het enige of doorslaggevende bewijs vormt en effectieve ondervraging onmogelijk bleek.

Inhoudelijke verweren

De verdediging merkt voor feit 1 op dat een pincode, maar ook een gebruikersnaam en wachtwoord om in te loggen voor het internetbankieren, geen gegevens zijn zoals opgenomen in de tenlastelegging. Daarbij komt dat niet voor iedere zaak bewezen kan worden verklaard dat verdachte een rol in het geheel had, dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is die zich uitgaf voor ‘ [Naam 14] ’ en dat het niet in iedere zaak tot een voltooid delict is gekomen. Daarom dient vrijspraak te volgen voor feit 1.

Voor feit 2 voert de verdediging aan dat niet duidelijk is tegenover welke klanten een valse hoedanigheid is aangenomen. Nu geen nadere concretisering heeft plaatsgevonden en niet kan worden vastgesteld welke bijdrage verdachte aan dit feit heeft geleverd, dient vrijspraak te volgen.

Ten aanzien van feit 3 geeft de verdediging aan dat, naast de al naar voren gebrachte verweren ten aanzien van de nietigheid van de dagvaarding en de verzoeken tot bewijsuitsluiting, verdachte dit feit ontkent. Subsidiair merkt de verdediging op dat er observaties in het dossier zitten, alsmede tapgesprekken waarin over diefstal van pinpassen wordt gesproken.

De verdediging stelt dat ook voor feit 4 vrijspraak dient te volgen. Het voorhanden hebben van gelden uit eigen misdrijven levert, zonder meer, geen witwassen op en verder is onvoldoende duidelijk over welke goederen en bedragen het gaat wanneer gesproken wordt over het omzetten van bedragen en goederen.

Ten aanzien van feit 5 merkt de verdediging op dat vrijspraak moet volgen, nu niet bewezen kan worden dat het oogmerk alleen op klanten van de [Naam 1] zag en het beschermd belang met betrekking tot art. 140 Sr de maatschappij is, en niet individuele klanten van de [Naam 1] . Nu de misdrijven gekoppeld zijn aan ‘klanten van de [Naam 1] ’ door het woord ‘namelijk’, kan de rechtbank na het eventuele strepen van ‘klanten van de [Naam 1] ’ evenmin tot een veroordeling komen.

Tot slot stelt de verdediging, maar dan subsidiair, dat geen sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Het eventueel medeplegen van losse feiten in een lange periode is niet gelijk aan deelname aan een criminele organisatie.

Voor de parallelle dagvaarding geldt dat onder feit 1 onvoldoende aanknopingspunten zijn om tot het ‘medeplegen’ van verdachte te komen. Verdachte betwist een bericht met inhoud “zijn wij dit” te hebben verstuurd. Zou zij dit wel hebben gedaan, dan is dat zelfs een contra-indicatie voor wetenschap.

Voor feit 2 geldt dat niet vast te stellen is dat verdachte de valse salarisstroken van zichzelf heeft opgemaakt. Nu zij de iMac pas later heeft overgenomen van een ander, hoefde zij ook niet te vermoeden dat er sprake was van vervalsing van documenten.

Ten aanzien van de overige loonstroken kan niet bewezen worden dat zij bestemd waren voor enig bewijs. Daar dient vrijspraak voor te volgen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

- Aanhouding en verkrijging telefoon verdachte

De rechtbank stelt vast dat het nagekomen proces-verbaal over de aanhouding van [Verdachte] , meer in het bijzonder de wijze waarop daarbij de mobiele telefoon van [Verdachte] in beslag is genomen, niet ten spoedigste als bedoeld in artikel 152 Sv is opgemaakt. De stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie op die wijze bewust getracht heeft informatie uit het dossier te houden ontbeert echter een begin van aannemelijkheid.

Daarbij overweegt de rechtbank dat uit geen van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat er sprake zou zijn geweest van buitenproportioneel geweld, dan wel het gebruik van ongeoorloofde middelen om de telefoon van verdachte in geopende toestand te verkrijgen. Sprake is geweest van slechts een geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [Verdachte] . Ook is geen sprake van een situatie waarin de integriteit van de opsporing in het geding is gekomen. Het bepaalde in artikel 3 van de Politiewet is dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet overschreden.

- beroep op Smartphone-arrest / doorzoeking telefoons

Het beroep op het zogenoemde ‘Smartphone-arrest’ gaat, naar het oordeel van de rechtbank, niet op. Dit arrest ziet op de inbeslagname van een smartphone door een opsporingsambtenaar, zonder machtiging. Het onderzoek aan de telefoon van [Verdachte] wordt gedekt door een daartoe rechtsgeldig afgegeven machtiging.

- Vormverzuimen in onderzoek jegens medeverdachte

De verdediging heeft verder betoogd dat de vormverzuimen in het onderzoek jegens [Medeverdachte 2] ertoe moeten leiden dat alles wat in de digitale gegevensdragers van [Medeverdachte 2] is aangetroffen moet worden uitgesloten als bewijsmiddel.

De rechtbank verwerpt ook dit beroep. Daargelaten de vraag of niet reeds de zogenoemde Schütznorm zich verzet tegen het honoreren van dit verweer, is naar het oordeel van de rechtbank in de zaak tegen [Medeverdachte 2] geen sprake geweest van vormverzuimen die tot bewijsuitsluiting aanleiding geven.

- bewijsuitsluiting getuigenverklaring [Medeverdachte 1]

De rechtbank constateert dat het verzoek om [Medeverdachte 1] als getuige te horen is toegewezen, dat hiertoe een poging is ondernomen, maar dat [Medeverdachte 1] zich in dat verhoor op haar verschoningsrecht heeft beroepen. Een effectieve ondervraging door de verdediging bleek onmogelijk. Conform de Vidgen-jurisprudentie zou bewijsuitsluiting van die verklaring op zijn plaats zijn in het geval dat het gaat om een verklaring die het enige of doorslaggevende bewijs levert voor de ten laste gelegde feiten (vgl. HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:123). De rechtbank overweegt dat van dit laatste geen sprake is en verwijst daarbij naar de hieronder vermelde opsomming van de bewijsmiddelen. Van bewijsuitsluiting kan dan ook geen sprake zijn en het verweer van de verdediging zal worden verworpen.

Parketnummer 02/821116-17, feiten 1 tot en met 5

4.3.1

Aanleiding van het onderzoek

Op 3 januari 2017 werd door aangeefster [Slachtoffer 1] aangifte gedaan namens [Naam 15] en [Naam 16] , beide gevestigd te Oosterland. Zij verklaarde dat haar partner, de directeur van beide genoemde bedrijven (hierna: [Naam 17] ), op 2 december 2016 een e-mailbericht had ontvangen waarvan hij dacht dat het afkomstig was van de [Naam 1] .1 In deze e-mail stond vermeld dat nog een oude betaalpas gebruikt werd. Er zou inmiddels een nieuwe, veiligere, betaalpas zijn die nu nog kosteloos zou kunnen worden aangevraagd. In de e-mail stond een link waarop geklikt kon worden om de nieuwe betaalpas aan te vragen.2

[Naam 17] heeft omstreeks 14 december 2016 op de link geklikt. Op het moment dat hij probeerde in te loggen met de [Naam 18] werd hij gebeld door een vrouwelijke medewerker van de [Naam 1] . Zij vertelde hem dat zij zag dat hij probeerde in te loggen en bood haar hulp aan. De nieuwe pas werd twee dagen later bezorgd. Op 28 december 2016 kwam er een e-mail van de [Naam 1] waarin melding werd gemaakt van de aanvraag van een nieuwe betaalpas. Deze pas is nooit aangekomen. Op 2 januari 2017 wilde [Naam 17] inloggen op de rekeningen, maar dit bleek niet mogelijk met de pas van [Naam 15] Met de pas van de VOF lukte dit wel, waarna hij zag dat er grote bedragen van de rekeningen waren gehaald.3 Uit de details van de transacties blijkt dat er onder andere betalingen aan de [Naam 3]4, [Naam 19]5, [Naam 20]6, [Naam 2]7 en [Naam 21] zijn gedaan.8

4.3.2

Technische gegevens servers

De door [Naam 17] ontvangen e-mail is overgedragen aan de politie en werd op 4 januari 2017 onderzocht. Uit de header van de e-mail kan worden afgeleid dat deze verzonden is vanuit een vps server, te weten: “ [Naam server 1] ”.9 Aan de leverancier van deze server, [Naam 22] , is verzocht om de gegevens van de huurder van deze server te verstrekken. Via de payment service provider van [Naam 22] ( [Naam 23] ) werd gezien dat er, met één en dezelfde iPhone, betalingen werden verricht voor dit account, maar ook voor tien anderen. Onder deze tien bevonden zich de accounts [Naam server 2] , [Naam server 3] , [Naam server 4] .10 Aan [Naam 22] is verzocht een kopie van de servers te verstrekken voor nader onderzoek. Op de server van account ‘ [Naam server 2] ’ stond [Naam server 5] geïnstalleerd. Daarnaast was het programma ‘ [Naam 24] ’ geïnstalleerd. Een licentie voor dit programma, noodzakelijk om een e-mail ineens naar tienduizenden e-mailadressen te sturen, werd afgegeven aan [E-mailadres 1]

In [Naam 24] stonden twee adreslijsten: “TEST” en “1”.

De lijst “Test” bevatte 3 e-mailadressen, waaronder [E-mailadres 2]

De lijst “1” bevatte 79.812 e-mailadressen van voornamelijk Nederlandse gebruikers.

In de documentmap “downloads” bevond zich een bestand genaamd [Naam 25] . De inhoud was gelijk aan de lijst “1”.

Voor het versturen van e-mails via [Naam 24] stond het volgende ingesteld:

Verstuurder: [E-mailadres 3]

Naam van verstuurder: [Naam 1]

Onderwerp: Onze nieuwe dienstverlening voor 2017 staat klaar voor gebruik

De vanuit [Naam 24] verstuurde berichten gingen over het aanvragen van een nieuwe betaalpas en hadden de huisstijl van de [Naam 1] . De e-mail bevatte een verkorte URL.11

Op de accounts [Naam server 3]12 en [Naam server 4]13 werd een gelijksoortige situatie aangetroffen, maar dan gericht op andere financiële instellingen.

4.3.3

Overeenkomsten in de verzonden e-mails

In de loop van het onderzoek ontvingen aangever [Naam 17] (2 december 2016)14, verbalisant [Naam 26] (12 april 2017)15, [Naam 27] (1 augustus 2017)16, en verbalisant [Naam 28] (2 september 2017)17 allen een e-mail die schijnbaar afkomstig was van de [Naam 1] . De e-mailberichten hadden dezelfde opbouw qua uiterlijk en de html opmaak in de broncode was gelijk. In alle e-mails stonden verkorte URL’s, die verwezen naar een website die veel gelijkenis vertoonde met die van de [Naam 1] .18 Op een van de servers, betrokken bij de phishingwebsite waarnaar gelinkt werd in de e-mail van verbalisant [Naam 26] , werd een e-mailbericht gevonden waarin een betaling aan [Naam website] werd geregistreerd. In dat bericht werd als account [E-mailadres 4] gebruikt. Dit e-mail adres werd eerder gebruikt voor het bestellen van goederen via de rekening van aangever [Naam 17] .19

4.3.4

Werking van de phishingwebsite

De door verbalisant [Naam 26] ontvangen e-mail is nader onderzocht door verbalisant [Naam 29] . Hij heeft op de link geklikt, via de domeinnaam het IP-adres en de server achterhaald en deze in beslag genomen. Op deze server vond hij phishing websites, waaronder een gericht op [Naam 1] rekeninghouders.20 De werkwijze zoals vervat in de website bestond uit vijf stappen:

1. Verkrijgen van het rekening- en pasnummer;21

2. Verkrijgen van gegevens van benadeelde, waaronder pincode, naam, adres, woonplaats, e-mailadres en telefoonnummer;22

3. Het laten verwerken van een kleurcode door de benadeelde, ter verkrijging van de verificatiecode;23

4. Het laten verwerken van een kleurcode door de benadeelde, ter verkrijging van de verificatiecode;24

5. Bevestigen van de ingevoerde gegevens en doorzenden naar de werkelijke site van de bank.25

Aan de phishingwebsites en het IP adres van de server waren verschillende domeinnamen gekoppeld. Voor ieder van deze domeinen geldt dat er, per genoemde bank, een map was aangemaakt met daarin de gegevens voor het doorsturen van de gephishte gegevens. De hiervoor ingestelde e-mailadressen waren onder andere [E-mailadres 5] en [E-mailadres 2]

De door een benadeelde ingevoerde gegevens werden opgeslagen in een bestand genaamd [Naam 30] . Opvallend daarbij is dat er, waar er op de website gevraagd wordt om een pasnummer en pincode, er in het tekstbestand wordt gesproken over een ‘spa’nr en een ‘nip’.26

De door stap 1 en stap 2 verkregen gegevens werden door de ontvanger gebruikt om via een smartphone in te loggen op de [Naam 1] bankieren app. Voor het koppelen van een nieuwe app aan een rekeningnummer is verificatie middels een kleurcode noodzakelijk. Hiervoor zijn de stappen 3 en 4 in de website gebouwd.27

De beheerder van de smartphone heeft nu de volledige controle over de (gekoppelde) rekening(en) van de benadeelde, waardoor er een nieuwe betaalpas kan worden aangevraagd.28

4.3.5

Overige zaaksdossiers (Vari)

Zaaksdossier 2

Op 28 december 2016 ontving aangever [Slachtoffer 2] een e-mail waarvan hij dacht dat die van de [Naam 1] afkomstig was. Er werd hem aangeraden zijn bankpas te vervangen. Hij klikte op de link en vulde zijn gegevens in. Op 6 januari 2017 ontving hij een bevestiging en op 10 januari 2017 kreeg hij een bevestiging van de verhoging van zijn paslimiet. Deze verhoging had hij zelf niet aangevraagd. Na contact met de [Naam 1] bleek dat er in Amstelveen op 10 januari 2017 € 1.640,- was opgenomen zonder zijn medeweten.29

Verbalisant [Naam 31] heeft de foto’s van deze pintransactie vergeleken met foto’s van een aantal andere pintransacties op 14 januari 2017 en 25 januari 2017, waarbij de moeder van [Verdachte] , [Naam 32] , haar dochter herkent op de beelden van 14 januari 2017. Verbalisant [Naam 31] herkent [Verdachte] ook op de andere beelden, mede gelet op de muts en de jas die zij op deze beelden telkens draagt.30

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [Medeverdachte 2] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B03.01.005.31 In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop gegevens terug te vinden zijn van aangever [Slachtoffer 2] , te weten een rekening- en pasnummer.32

Op 31 maart 2017 reageerde aangeefster [Slachtoffer 3] op een e-mail waarvan zij dacht dat die van de [Naam 1] afkomstig was. Zij klikte op de link in de e-mail om een nieuwe pinpas aan te vragen en vulde haar gegevens in op de site. Omdat het niet lukte, sloot zij alles af. Even later werd zij gebeld door een dame die zichzelf [Naam 14] noemde. Zij vertelde werkzaam te zijn bij de [Naam 1] , stuurde haar een nieuwe e-mail en hielp haar het aanvraagproces te doorlopen. Op 5 april 2017 bleek dat er buiten haar weten om 100 transacties waren gedaan.33 De [Naam 1] maakte in haar verzamelaangifte een overzicht van deze overschrijvingen en kwam, na veiligstelling van een aantal bedragen, tot een schadepost van € 29.109,34.34

Uit de aangifte van de [Naam 1] blijkt dat er op 31 maart 2017 een vervangende bankpas werd aangevraagd voor de rekening van aangeefster [Slachtoffer 3] .35

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [Medeverdachte 2] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B01.02.001.36 In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop een pinpas op naam van [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 3] staat afgebeeld.37

Uit de verklaring van [Medeverdachte 1] blijkt dat zij eenmaal gehoord heeft dat [Verdachte] een telefoongesprek voerde, waarbij ze zichzelf voorstelde als [Naam 14] , medewerkster Service en Veiligheid van de [Naam 1] .38

Op 31 oktober 2017 is onder [Verdachte] een laptop in beslag genomen, onder beslagnummer A01.03.00139. Op deze laptop werd een tekstbestand gevonden met daarin een belscript, waarin ‘ [Naam 14] ’ een klant helpt om een nieuwe betaalpas aan te vragen.40

Onder zaaksdossier 2 zijn nog meer aangiftes verzameld van personen die melding maken van het leeghalen van de rekening. Nu de werkwijze telkens gelijk was, volstaat de rechtbank hier met een opsomming van de gedupeerden, met verwijzing naar de vindplaats van de aangiftes.

- [Naam 33]41

- [Naam 34]42

- [Naam 35]43

- [Naam 36] .44

- [Naam 42]45

- [Naam 43]46

- [Naam 44]47

- [Naam 45]48

- [Naam 46]49.

Zaaksdossier 3

Op 9 januari 2017 reageerde aangever [Naam 47] , voorzitter van de [Naam 48] , op een e-mail waarvan hij dacht dat die van de [Naam 1] afkomstig was. Hij klikte op de link om een nieuwe pinpas aan te vragen, maar het aanvraagproces verliep moeizamer dan normaal. Op enig moment werd hij gebeld door een vrouw die vertelde werkzaam te zijn bij de [Naam 1] . Zij gaf aan te merken dat het moeizaam verliep en hielp met het doorlopen van het aanvraagproces. Op 16 januari 2017 hoorde aangever dat er voor een totaal van meer dan € 313.000,- aan overschrijvingen waren gedaan zonder medeweten van aangever.50

Op 31 oktober 2017 werd er onder [Medeverdachte 2] een iPhone in beslag genomen onder beslagnummer B03.01.005. In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop een bankpas op naam van [Naam 47] te zien is.51

Op 31 oktober 2017 is onder [Verdachte] een iMac computer in beslag genomen.52 Op deze iMac werd een back-up van een iPhone 7 aangetroffen, waarop een gesprek stond met “ [Medeverdachte 2] ” (zijnde [Medeverdachte 2] , zie paragraaf 4.3.8) Dit gesprek vond plaats op 9 januari 2017, waarbij er om 10:06 uur door [Medeverdachte 2] een bericht aan [Verdachte] wordt gestuurd met daarin rekeningnummer, pasnummer, telefoonnummer en e-mailadres van [Naam 48] . Om 10:07 uur stuurt [Medeverdachte 2] : “leb ff” aan [Verdachte] . Om 10:08 en 10:22 uur wordt er met [Telefoonnummer 1] gebeld naar het genoemde nummer van [Naam 48] .53

Op 13 januari 2017 gaat het gesprek verder over twee of drie ton dat van een katholieke school kan worden weggenomen. Er worden schermafbeeldingen van [Naam 1] internetbankieren over en weer gestuurd. Daarbij blijkt dat [Verdachte] de pas heeft, [Medeverdachte 2] bestellingen plaatst, [Verdachte] de door [Medeverdachte 2] doorgestuurde kleurcodes scant en [Medeverdachte 2] de door [Verdachte] geleverde signeercodes invoert.54

Op 14 januari 2017, om 2:36 uur, stuurt [Verdachte] een foto van een pinpas op naam van [Naam 49] naar [Verdachte] . Om 2:53 uur zegt [Verdachte] in een spraakbericht aan [Medeverdachte 2] : “ik ga het zelf opnemen ja. Hij gaat rijden, ik ga opnemen. [Medeverdachte 2] zoveel risico he”. Een minuut later appt zij [Medeverdachte 2] : “stuur die adje”. [Medeverdachte 2] antwoordt: “ [Straatnaam 1] .”

Dit betreft een adres van een pinautomaat in Amstelveen. Om 3:10 uur zegt [Verdachte] : “Ik loop nu naar die ATM” en binnen een minuut: “ik heb 4000 op kunnen nemen”.55

De beelden van deze pintransactie zijn in het dossier gevoegd. Op deze beelden wordt [Verdachte] herkend door haar moeder.56

Zaakdossier 4

Op 24 oktober 2017 doet de [Naam 1] aangifte ten behoeve van mevr. [Naam 51] . Op 22 september 2017 wordt er een nieuwe registratie voor de [Naam 1] bankieren app gezien op een mobiel apparaat. Op 9 oktober 2017 wordt er een nieuwe betaalpas aangevraagd en € 0,01 overgemaakt naar [Naam 52] . De [Naam 1] merkt nog op dat de nieuwe betaalpas is uitgegeven op 11 oktober 2017.57 Op 11 oktober heeft het observatieteam gezien dat [Verdachte] , samen met [Medeverdachte 1] , naar Barneveld is gereisd. In de [Straatnaam 2] liep [Medeverdachte 1] naar de oprit van nummer 39, zijnde de woning van mevrouw [Naam 51] , en kwam met een voorwerp, gelijkend op een envelop, weer terug.58

[Medeverdachte 1] heeft bekend dat zij, samen met [Verdachte] , een pinpas heeft weggehaald op dit adres.59

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [Medeverdachte 2] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B01.02.001. In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop de rekeninggegevens van [Naam 51] te zien zijn.60

Zaaksdossier 5

Op 5 september 2017 ontving aangever [Naam 53] een e-mail waarin stond dat er met succes een nieuwe betaalpas was aangevraagd voor de rekening.61 Waarschijnlijk heeft zijn moeder op een link geklikt in de e-mail die aan hen werd verzonden met daarin het verzoek een nieuwe betaalpas aan te vragen.62 Deze pas werd ontvangen en gebruikt, maar in het weekend van 14 oktober 2017 zijn de rekeningen van aangever leeggehaald.63

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [Medeverdachte 2] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B01.02.001. In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop de rekeninggegevens van aangever [Naam 53] te zien zijn.64 Ook werd er op deze telefoon een WhatsAppgroep aangetroffen met de naam ‘ [Naam 54] ’, aangemaakt door [Verdachte] . [Medeverdachte 2] geeft aanwijzingen over het bellen van [Naam 53] . Er moest een nieuwe pas worden aangevraagd vanwege een technische storing. Als [Verdachte] later vraagt hoe het zit met het ‘adje van 100k’, reageert [Medeverdachte 2] met een screenshot van de [Naam 1] bankieren app.65

Uit de bakengegevens van de auto van [Verdachte] blijkt dat zij op 13 oktober 2017 in Sint Annaparochie, de woonplaats van [Naam 53] , was. Ook ziet het observatieteam [Verdachte] over het industrieterrein lopen, tussen de adressen [Straatnaam 3] .66 Zij belt, op 13-10-2017, met [Naam 55] en zegt dat zij op job is, maar dat zij het niet kan pakken. Het zit er wel in, maar zij kan het niet pakken. [Verdachte] zegt dat [Naam 56] komt en het gaat pakken. Ook zegt zij dat het vandaag de verjaardag van [Medeverdachte 2] is.67

Zaaksdossier 6

Op woensdag 18 oktober 2017 wordt door het observatieteam waargenomen dat [Verdachte] , samen met [Medeverdachte 1] , naar Waalwijk is gegaan. Om 14:47 uur werd er door een medewerker van [Naam 57] iets in de brievenbus gedaan op het adres [Straatnaam 4] . Om 14:48 uur liep [Medeverdachte 1] naar het perceel en om 14:49 uur zag men dat [Medeverdachte 1] bij de brievenbus actief was. Zij stopte een of meerdere voorwerpen onder haar jas en liep terug in de richting van de auto van [Verdachte] .68 Uit de verklaring van [Medeverdachte 1] blijkt dat zij die dag uit die brievenbus een pinpas heeft weggenomen.69

Op 31 oktober 2017 is onder [Medeverdachte 2] een telefoon in beslag genomen onder nummer B01.02.001. In een notitie werden de naam van [Naam 38] , in combinatie met [Naam 58] en een rekeningnummer van deze B.V. terug gevonden. Dit bedrijf is gevestigd op het adres [Straatnaam 4] .70

Zaaksdossier 8

Op 28 oktober 2017 probeerde aangever [Naam 59] in te loggen op zijn account voor internetbankieren van de [Naam 1] . Nu dit met zijn eigen pas niet lukte, gebruikte hij een online keypass van de [Naam 1] . Hij zag dat zijn rekeningen zonder zijn medeweten waren leeggehaald. 71

Op 31 oktober 2017 vond er een doorzoeking plaats in de woning van [Medeverdachte 2] . Daarbij werd, onder andere, een iPhone in beslag genomen, onder beslagnummer B01.02.001. In deze telefoon is een afbeelding gevonden, waarop de rekeninggegevens van aangever [Naam 59] te zien zijn.72 In een andere, onder beslagnummer B01.02.002 in beslag genomen73, telefoon, werd de app “ [Naam 60] ” aangetroffen. Via deze app was de mailbox van [E-mailadres 2] te bereiken. In deze mailbox trof men een e-mail van 21 oktober 2017 aan, met daarin het rekening- en pasnummer, de pincode, het telefoonnummer en het e-mailadres van slager [Naam 59] .74 Ook werd gezien dat er een WhatsAppgroep werd aangemaakt op 21 oktober 2017, waarbij er gegevens van de slager werden doorgestuurd naar een ander nummer. Tijdens dit chatgesprek werden door de onder [Medeverdachte 2] in beslag genomen telefoon afbeeldingen gestuurd naar het andere nummer ( [Nummer 1] ), waarbij te zien is dat er toegang is tot de bankieren app onder naam van [Naam 59] .75

Op 31 oktober 2017 werd onder [Verdachte] een iPhone in beslag genomen onder goednummer A02.03.00176 Op deze telefoon werd dezelfde conversatie aangetroffen.77 Daarnaast werd gezien dat op 21 oktober 2017 om 12:41 uur gebeld werd naar het telefoonnummer van de slager, met behulp van de Skype app. Op de spraakberichten wordt de stem van [Verdachte] herkend.78 Op 25 oktober registreerde het peilbaken onder de auto van [Verdachte] dat zij in [Plaats] was, vlakbij het adres van [Naam 59] .79 [Medeverdachte 1] verklaart dat zij met [Verdachte] bij een slagerij is geweest om een pas te onderscheppen.80

Zaaksdossier 9

Op 19 oktober 2017 ontving aangeefster [Naam 61] een e-mail, schijnbaar afkomstig van de [Naam 1] , waarvan zij vermoedde dat het een phishing e-mail was. Zij verwijderde de e-mail, maar werd diezelfde dag nog gebeld door een man die zei dat hij van de [Naam 1] was. Aangeefster is gaan twijfelen over haar bankpas en vroeg online een nieuwe pas aan. Zij heeft deze pas nooit ontvangen. Op 26 oktober 2017 werd tweemaal € 2.000,- gepind van haar rekening en op 28 oktober 2017 vond aangeefster zeven nieuwe bankpassen met pincodes in haar brievenbus. Zij had deze niet aangevraagd. Bovendien bleek, na contact met de bank, dat haar spaarrekening zonder haar medeweten was leeggehaald.81

Op 31 oktober 2017 is, onder beslagnummer B01.02.002, een telefoon in beslag genomen.82 Op deze telefoon werd de app “ [Naam 60] ” aangetroffen. Via deze app was de mailbox van [E-mailadres 2] te bereiken. In deze mailbox trof men een e-mail aan met de gegevens van aangeefster [Naam 61] . In deze telefoon was ook een chatgesprek te zien met [Verdachte] , waarbij op 19 oktober 2017 de gegevens van [Naam 61] met [Verdachte] worden gedeeld. [Verdachte] geeft aan dat ze aan de lijn is en [Medeverdachte 2] zegt dat hij ‘signeer’ gaat zetten. [Verdachte] maant [Medeverdachte 2] tot spoed en [Medeverdachte 2] stuurt twee afbeeldingen naar [Verdachte] waaruit blijkt dat hij toegang heeft tot de rekeningen van aangeefster [Naam 61] .83

Op 24 oktober 2017 registreert het peilbaken onder de auto van [Verdachte] dat zij in Warmenhuizen is, in de buurt van het adres van aangeefster [Naam 61] .84 Uit de verklaring van [Medeverdachte 1] blijkt dat zij een pinpas heeft gestolen uit een brievenbus in Warmenhuizen.85

Op de telefoon van [Medeverdachte 2] (B01.02.002) wordt op 25 oktober 2017 een chatgesprek aangemaakt met naam ‘gooien’. De tweede deelnemer is [Nummer 1] , welk nummer als gebruiker staat geregistreerd op een onder [Verdachte] in beslag genomen toestel (A02.03.001)86. Door [Medeverdachte 2] worden diverse afbeeldingen naar [Verdachte] gezonden waarop te zien is dat overboekingen worden gedaan vanaf de rekening van [Naam 61] . Ook geeft [Medeverdachte 2] een overzicht van hetgeen is verdiend.87

4.3.6

Aanleiding onderzoek Willis

Aangeefster [Naam 62] , werkzaam voor [Naam 27] (Hierna: [Naam 27] ), verklaart dat zij op 2 augustus 2017 reageerde op een e-mail waarvan zij dacht dat die van de [Naam 1] afkomstig was. In de e-mail stond dat zij een nieuwe bankpas diende aan te vragen. Zij probeerde in te loggen, maar dit mislukte. Later die ochtend werd zij gebeld door een vrouw die zich kenbaar maakte als medewerkster van de [Naam 1] . Deze vrouw hielp bij het inloggen en aanvragen van nieuwe passen.88 De [Naam 1] heeft, bij monde van aangever [Naam 37] , verklaard dat vanaf een gekoppelde rekening van [Naam 27] diverse overschrijvingen en bestellingen zijn gedaan, die door [Naam 27] niet worden herkend. Een deel van de bestellingen die bij [Naam 2] waren geplaatst, kon worden geannuleerd. Daarbij konden de volgende bestel- en aflevergegevens worden achterhaald:

- een bestelling voor € 5.005,- t.a.v. [Naam 63] , [Straatnaam 5] , Delft;

- een bestelling voor € 5.256,- t.a.v. [Naam 64] , [Straatnaam 6] , Amsterdam;

- bestellingen voor € 6.294,- en € 6.255,- t.a.v. [Naam 65] , [Straatnaam 7] Den Haag.89

[Naam 27] ontving korte tijd later een tweede phishingmail, die door de politie werd onderzocht. De e-mail linkte naar een website, waarvan het IP-adres zich bevond in een domein geregistreerd bij [Naam 66] onder de naam [Naam 63] .90

De gegevens van de website zijn opgevraagd en doorzocht op “ [Naam 27] ”, waaruit bleek dat deze naam voorkwam in een tekstbestand met de naam “ [Naam 30] ”. Aangetroffen werd de volgende reeks:

[Naam 67]

[Naam 68]

[Naam 69]

[Naam 70]

[Naam 71]

[Naam 72]

[Naam 73]

[Naam 74]

[Naam 75] .91

Op 31 oktober 2017 werd onder [Medeverdachte 2] een telefoon in beslag genomen onder goednummer B01.02.001, imeinummer [Nummer 2] .92 Op deze telefoon werd een bericht aangetroffen met de inhoud:

“Mevrouw [Naam 76]

Rekeningnummer: [Rekeningnummer 2]

Pasnummer: [Nummer 3]

Telefoonnummer: [Telefoonnummer 2]

E-mailadres: [E-mailadres 6] .”

Dit bericht werd ook aangetroffen op een telefoon met imeinummer [Nummer 4] .93 Deze telefoon werd op 31 oktober 2017 aangetroffen in de auto van [Verdachte] .94

Het bericht werd op 2 augustus 2017 om 07:59 uur verstuurd van [Medeverdachte 2] naar [Verdachte] . Er volgt een WhatsApp conversatie, waarbij gesproken wordt over wat er tegen [Naam 27] gezegd moet worden. Uiteindelijk stuurt [Medeverdachte 2] een afbeelding naar [Verdachte] waaruit blijkt dat hij toegang heeft tot het internetbankieren van [Naam 27] .95 Hierna stuurt [Medeverdachte 2] twee afbeeldingen naar [Verdachte] waaruit duidelijk wordt dat een nieuwe bankpas wordt aangevraagd.96 Op 4 augustus 2017 stuurt [Medeverdachte 2] de afbeelding met daarop het afleveradres van de bankpas opnieuw naar [Verdachte] . Hierop volgt een conversatie waarin [Verdachte] onder andere (om 11:40 uur) aangeeft:

"Ze gingen net die post van gisteren eruit halen man. Want bode is nog niet geweest man. Ik ben goed aan het opletten. Hé hoe die bode er is haal ik het er gelijk weer uit. Ik wil niks horen ik moet die spa hebben man." 97

4.3.7

Zaaksdossiers Willis

Zaaksdossier 1

Op 6 augustus 2017, om 4:26 uur stuurt [Verdachte] een foto van een pinpas op naam van [Naam 77] door aan [Medeverdachte 2] . In de periode tussen 4:35 uur en 4:59 uur stuurde [Medeverdachte 2] telkens een screenshot van een overboeking die klaar stond ten gunste van die [Naam 1] van [Naam 77] , met daarbij de kleurcode die gescand dient te worden door de [Naam 18] van de [Naam 1] . [Verdachte] antwoordde daar telkens op met een afbeelding van een signeercode. Het betrof 6 overboekingen van in totaal € 5.000,-.98 Op 6 augustus 2017, om 4:56 uur, werd een poging gedaan om € 2.000,- te pinnen, maar dit ging de daglimiet te boven.99 Een bedrag van € 1.250,- kon wel worden opgenomen om 04:58 uur.100

Zaaksdossier 2

Op 5 augustus 2017, om 18:57 uur, ontving [Verdachte] een foto van een pinpas op naam van [Naam 78] , welke foto om 19:02 uur aan [Medeverdachte 2] werd doorgestuurd.101 [Medeverdachte 2] stuurde om 19:06 uur een foto naar [Verdachte] , waarop een overboeking van € 1.081,32 van [Naam 27] aan [Naam 78] te zien is, met een kleurcode. [Verdachte] antwoordt met een signeercode voor deze overboeking.102 Om 20:39 uur herhaalt zich dit, maar dan voor een bedrag van € 1.012,77.103

Op 5 augustus 2017 werd om 19:07 uur € 1.081,32 en om 20:40 uur € 1.012,77 overgemaakt van de rekening van [Naam 27] naar een rekening op naam van [Naam 78] .104

Tussen 5 augustus 2017 19:23 uur en 6 augustus 2017 00:59 uur werd in totaal € 1.750,44 gepind van de rekening op naam van [Naam 78] . Uit de door de [Naam 1] aangeleverde beelden blijkt dat [Naam 78] niet degene is die de opnames heeft gedaan.105

Zaaksdossiers 3 t/m 5, 7, 10 t/m 15, 18, 19 en 21

In deze zaaksdossiers is de handelwijze gelijk. Het geld werd van de rekening van [Naam 27] overgeboekt naar een andere rekening, waarbij [Medeverdachte 2] de betalingen telkens klaarzette en [Verdachte] zorgde voor signeercodes door het scannen van de kleurcodes. Hieronder zal volstaan worden met het verwijzen naar de pagina’s waarop het app-verkeer tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 2] kan worden teruggevonden.

3. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 79] , pag. 57, zaaksdossier 3 (dossier “Willis”).

4. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 80] , pag. 28, zaaksdossier 4 (dossier “Willis”).

5. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 81] , pag. 17, zaaksdossier 5 (dossier “Willis”).

7. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 82] , pag. 63, zaaksdossier 7 (dossier “Willis”).

10. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 83] , pag. 32, zaaksdossier 10 (dossier “Willis”).

11. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 84] , pag. 24, zaaksdossier 11 (dossier “Willis”).

12. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 85] , pag. 58, zaaksdossier 12 (dossier “Willis”).

13. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 86] , pag. 12, zaaksdossier 13 (dossier “Willis”).

14. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 87] , pag. 17, zaaksdossier 14 (dossier “Willis”).

15. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 88] , pag. 11, zaaksdossier 15 (dossier “Willis”).

18. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 89] , pag. 39, zaaksdossier 18 (dossier “Willis”).

19. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 90] , pag. 18, zaaksdossier 19 (dossier “Willis”).

21. proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 91] , pag. 10, zaaksdossier 21 (dossier “Willis”).

Zaaksdossiers 8 en 9

Op 5 augustus 2017 om 22:32 uur, ontving [Medeverdachte 2] een afbeelding van [Verdachte] , waarop een adres te zien was, te weten [Straatnaam 7] , Den Haag. Om 22:33 uur stuurde zij een bericht dat [Medeverdachte 2] moet opletten dat het 19D is. Om 22:51 uur stuurt [Verdachte] een tweede adres, [Straatnaam 5] in Delft. Op 6 augustus 2017, om 00:34 uur, wordt een nieuw groepsgesprek gestart tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 2] , genaamd “ [Naam 92] ”. In deze groep deelt [Medeverdachte 2] drie hyperlinks met Track-and-Trace codes van [Naam 57] , met de postcodes van (onder andere) de twee genoemde adressen, plus de [Straatnaam 6] te Amsterdam. [Medeverdachte 2] stuurt op 6 augustus 2017 om 16:45 uur twee afbeeldingen van bestellingen bij [Naam 93] , af te leveren op de [Straatnaam 7] in Den Haag, met de tekst “Chief”. Om 17:05 uur stuurt hij een afbeelding van een bestelling, af te leveren aan de [Straatnaam 6] in Amsterdam, met begeleidende tekst: “mijn kant”. Om 17:09 uur stuurt [Medeverdachte 2] afbeeldingen van twee bestellingen, af te leveren op de [Straatnaam 5] in Delft met tekst “Juice”.106

Voor deze betalingen stuurde [Medeverdachte 2] ook telkens een kleurcode door aan [Verdachte] , waarna [Verdachte] een signeercode aan [Medeverdachte 2] zond.107

4.3.8

[Medeverdachte 2] en [Verdachte]

[Medeverdachte 2]

is eerder in beeld gekomen in een onderzoek van de FIOD. In dit onderzoek verklaarde [Medeverdachte 2] gebruik te maken van het alias “ [Medeverdachte 2] ”.108 Ook is er op Facebook een foto van [Medeverdachte 2] gevonden, waarbij hij zichzelf “ [Medeverdachte 2] noemt.109 Ook blijkt uit een beluisterd tapgesprek van [Verdachte] dat [geboortedag medeverdachte 2] de verjaardag van [Medeverdachte 2] is.110 is geboren op [geboortedag medeverdachte 2] 1994.111

Onder [Medeverdachte 2] is een telefoon in beslag genomen onder beslagnummer B03.01.002.112 Op deze telefoon werd een aantal gebruikersaccounts voor verschillende apps aangetroffen, waaronder:

- [E-mailadres 7]

- “ [Medeverdachte 2] ” voor Facebook en Snapchat

- “ [Medeverdachte 2] ” voor Facebook

- “ [Medeverdachte 2] ” voor WhatsApp113

Ook werden afbeeldingen van [Medeverdachte 2] aangetroffen op deze telefoon, die ook terug werden gevonden op de telefoon onder goednummer B03.01.005.114

Tot slot is onderzoek gedaan naar de spraakberichten, aangetroffen op de telefoons B01.02.001, B03.01.002 en B03.01.005, alle in beslag genomen onder [Medeverdachte 2] . Op al deze telefoons werden spraakberichten aangetroffen waarop de stem van [Medeverdachte 2] werd herkend.115

De rechtbank merkt derhalve [Medeverdachte 2] aan als [Medeverdachte 2] .

[Verdachte]

Uit de verklaring van [Medeverdachte 1] blijkt dat zij [Verdachte] , getoond op een foto, kent als “ [Verdachte] ” en “ [Verdachte] ”.116 Uit de verklaring van de moeder van [Verdachte] , [Naam 32] , blijkt dat haar dochter gebruik maakt van een Facebook account onder de naam [Verdachte] Daarbij herkent [Naam 32] haar dochter op de foto’s op deze Facebookpagina.117 Op 31 oktober 2017 werd er onder [Verdachte] een iMac computer in beslag genomen.118 Hierop trof men een iPhone back-up aan van een iPhone7. Op deze back-up was te zien dat:

- het iCloude-mailadres was ingesteld op [Naam 94] ;

- de mailbox van [Naam 94] aanwezig was;

- de gebruiker werd aangesproken via WhatsApp met “ [Verdachte] ” of “ [Verdachte] ”;

- een gesprek met gebruiker “mam”. Het nummer is van [Naam 32] moeder van [Verdachte] . Zij noemt de gebruiker van de iPhone7 “ [Verdachte] ”;

- de stem van [Verdachte] , die in verschillende voiceberichten te horen is.119

De rechtbank merkt derhalve [Verdachte] aan als [Verdachte] .

4.3.9

Verdeling werkzaamheden

Op 7 oktober 2017 belt [Verdachte] met [Medeverdachte 2] , waarbij zij het volgende zegt:

“ [Medeverdachte 2] how are you ehm luister dan ik moet maandagochtend m'n auto brengen naar een ehm m'n moeder z'n vriend naar die garage. En aangezien ik nog een paar dingen moet leveren en ik met jou moet communiceren had ik dit in m'n hoofd ehm als jij mapst en er komen jobs binnen die gelebd moeten worden, leb ik die gewoon deze week en ik dacht gewoon voor donderdag of vrijdag of donderdag en vrijdag te sivven want ik denk dat dan m'n auto wel klaar is en ik heb ook een sivver die ook op woensdag of donderdag kan sivven dus ja dat wou ik je even laten weten. Dus laat ff weten wat jij ervan vindt.” 120

Uit dit gesprek, maar ook uit de hierboven opgesomde bewijsmiddelen, blijkt dat [Medeverdachte 2] degene is die de ‘technische’ kant van het geheel beheert. Hij is verantwoordelijk voor:

- het rondsturen van de spamberichten,

- het opzetten en beheren van de servers en phishingwebsites,

- het aansturen van [Verdachte] met betrekking tot het bellen van slachtoffers,

- het registreren van de bankieren app op een mobiele telefoon en aanvragen van nieuwe pinpas,

- het klaarzetten van de overboekingen naar de money mules.

[Verdachte] houdt zich op haar beurt bezig met:

- het bellen van de slachtoffers, indien nodig,

- de diefstallen van de pinpassen,

- het aanleveren van signeercodes voor verificatie van de door [Medeverdachte 2] klaar gezette overboekingen.

Uit de berichten blijkt verder dat zowel [Verdachte] als [Medeverdachte 2] derden gebruiken om de rekeningen van de money mules leeg te halen of om pakketten op te laten halen.

4.3.10

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien het gebruik van de in beslag genomen telefoons en de iMac

Onder zowel [Medeverdachte 2] als [Verdachte] is een aantal telefoons in beslag genomen, zoals blijkt uit de in de voorgaande paragrafen aangehaalde bewijsmiddelen. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat deze telefoons in gebruik waren bij [Medeverdachte 2] en [Verdachte] . Vooropgesteld, alle telefoons zijn aangetroffen in de woningen van [Medeverdachte 2] en [Verdachte] en in de auto van [Verdachte] . Op deze telefoons zijn telkens gesprekken terug gevonden tussen [Medeverdachte 2] en [Verdachte] . Gelet op hetgeen in 4.3.8 is opgenomen, is de rechtbank er van overtuigd dat dit de aliassen zijn die [Medeverdachte 2] en [Verdachte] gebruikten.

Daarbij komt dat er overeenkomsten zaten, te weten dezelfde afbeeldingen van [Medeverdachte 2] zelf, in de telefoon die [Medeverdachte 2] privé gebruikte en de telefoon waarop diverse phishing gerelateerde zaken terug te vinden waren.

Het eerst ter zitting aangevoerde en niet nader onderbouwde scenario dat een groep Nigerianen achter deze fraude zat, en dat [Medeverdachte 2] de in zijn huis aangetroffen telefoons slechts voor hen in bewaring had, vindt geen steun in het dossier en is volstrekt onaannemelijk, gelet op al hetgeen in de voorgaande paragrafen is weergegeven.

Hetzelfde geldt voor het verweer ten aanzien van de verkrijging van de iMac, waarbij [Verdachte] aangaf dat zij de iMac van een ander heeft overgenomen en dat de daarop aangetroffen zaken, waaronder de back-up van een iPhone, niet van haar zijn.

De rechtbank schuift deze scenario’s dan ook terzijde.

4.3.11

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het versluierd taalgebruik

In het dossier wordt veelvuldig gesproken over ‘sivven’, ‘lebben’, ‘mapsen’, ‘nippen’, en over een ‘nip’ en een ‘spa’.

De verdediging heeft ter zitting aangegeven te twijfelen aan de betekenis die de officieren van justitie aan deze woorden toekennen. De rechtbank overweegt dat het een dossier betreft waarin grootschalige phishing activiteiten worden blootgelegd en de woorden in dat kader zijn gebezigd. Hoewel ook zonder deze context (over)duidelijk is wat deze woorden zouden moeten betekenen, nu slechts sprake is van het achterstevoren spellen van de woorden, kunnen zij, in het licht van dit dossier, niets anders betekenen dan ‘vissen’, ‘bellen’, ‘spammen’, ‘pinnen’, een ‘pincode’ en een ‘pinpas’. Daarbij komt nog dat, waar er op de phishing website gevraagd wordt om een pasnummer en pincode in te voeren, deze gegevens worden doorgestuurd met “spanr’ en ‘nip’.

4.3.12

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de feiten

Parketnummer 02/820866-17, feiten 1 tot en met 5

Feit 1

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt dat in de ten laste gelegde periode op meerdere tijdstippen e-mails zijn verzonden naar klanten van de [Naam 1] , waarbij deze klanten werden aangespoord een nieuwe bankpas aan te vragen. Deze e-mailberichten leken van de [Naam 1] afkomstig, doordat de naam en huisstijl van de [Naam 1] werden gebruikt. Daarbij zorgde het programma “ [Naam 24] ” ervoor dat het ook leek alsof de e-mail werd verzonden vanaf een e-mailadres van de [Naam 1] . Uit de in beslag genomen telefoons blijkt dat [Medeverdachte 2] de servers van waar deze e-mails werden verzonden, huurde en beheerde. Ook blijkt uit de gesprekken tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 2] dat [Medeverdachte 2] degene is die de e-mails verstuurde (‘mapst’).

De hyperlink die vermeld werd in deze e-mail leidde hen naar een website waarop rekeningnummer, pasnummer, pincode, telefoonnummer en e-mailadres ingevoerd moesten worden. Die gegevens werden door de website automatisch doorgezonden naar [Medeverdachte 2] . Met deze gegevens kon [Medeverdachte 2] beginnen met het registreren van een nieuwe mobiele telefoon voor de [Naam 1] Bankieren app. Indien dit niet direct mogelijk was, deelde hij de gegevens met [Verdachte] , zodat zij de betreffende klant kon bellen. Terwijl [Verdachte] aan de lijn was met de klant, onderhielden [Verdachte] en [Medeverdachte 2] contact met elkaar om de timing goed te houden. [Medeverdachte 2] moest er op de achtergrond voor zorgen dat de juiste kleurcodes op de website verschenen, zodat hij de registratie kon voltooien. Na het scannen van twee kleurcodes had [Medeverdachte 2] de volledige controle over de betreffende rekening van het slachtoffer, alsmede over de daaraan gekoppelde rekeningnummers. Vanaf dat moment kon en werd er, zonder dat daarvoor een kleurcode hoefde te worden gescand, een nieuwe betaalpas aangevraagd. Deze betaalpas was nodig om het geld van de rekening van het slachtoffer door te boeken naar een andere rekening.

Voor de [Naam 1] leek het, door deze handelwijze, alsof de rechtmatige eigenaar van de rekening een verzoek deed om een nieuwe bankpas te mogen ontvangen, waardoor er tot uitgifte werd overgegaan.

De verdediging heeft gesteld dat een pincode geen gegeven is in de zin van het ten laste gelegde artikel, waardoor vrijspraak zou dienen te volgen. De rechtbank is van oordeel dat deze stelling geen steun vindt in het recht, waardoor het verweer zal worden verworpen.

Gelet op al hetgeen hier naar voren is gebracht, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [Verdachte] zich, in bewuste en nauwe samenwerking met een ander, schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit.

Feit 2

Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat [Medeverdachte 2] zich, met gebruikmaking van door de slachtoffers verstrekte gegevens, de toegang verschafte tot de online bankieren omgeving van de [Naam 1] . [Medeverdachte 2] kreeg de inlog gegevens in de inbox van e-mailaccounts die in zijn beheer waren, nadat deze door de slachtoffers op zijn website waren ingevuld. De combinatie van de gevraagde gegevens maakte het mogelijk om, onder naam van het slachtoffer, in te loggen. Hierdoor leek het alsof er rechtmatig toegang werd verkregen tot die omgeving. [Medeverdachte 2] was ook degene die, op het moment dat de rekeningen van de slachtoffers werden leeggehaald, de betalingen vanaf deze rekeningnummers klaarzette. Dit is niet mogelijk op het moment dat er niet is ingelogd.

[Verdachte] vervulde hierbij een ondersteunende, maar essentiële rol, nu zij de benadeelden telefonisch benaderde op het moment dat zij moeilijkheden ervaarden met het inloggen op de website die speciaal voor dit doel was gecreëerd. Daarbij komt dat zij op de hoogte was van de gehele werkwijze en een grote rol speelde in de hierna komende handelingen, met als doel om samen tot de beoogde resultaten te komen.

De rechtbank acht, gelet op al het bovenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat [Verdachte] zich in bewuste en nauwe samenwerking met een ander schuldig heeft gemaakt aan dit feit.

Feit 3

De rechtbank overweegt dat er een duidelijke verdeling was in de werkzaamheden. Een essentieel onderdeel van het proces betreft het verkrijgen van de pinpassen, behorend bij het rekeningnummer van het slachtoffer. Zonder deze pinpas kunnen geen overboekingen worden gedaan met het rekeningnummer van het slachtoffer. Om de pinpas in bezit te krijgen, moest een goede afstemming tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 2] plaatsvinden. [Verdachte] moest immers op de juiste dag op het juiste adres zijn om de pinpas te kunnen onderscheppen. Uit de hierboven opgesomde bewijsmiddelen blijkt dat [Medeverdachte 2] degene was die de controle had over de rekeningen van de slachtoffers en daarmee degene was die de pinpas aan moest vragen. Hij gaf door aan [Verdachte] op welke dagen hij dit had gedaan, waarna [Verdachte] wist op welke dag de pas bezorgd zou worden. [Verdachte] ging vervolgens, al dan niet in gezelschap van [Medeverdachte 1] , op pad om de pinpassen uit de brievenbussen te halen. De rechtbank is van oordeel dat het aanvragen van de pas en het feit dat een goede coördinatie nadien noodzakelijk was om de diefstal tot een succes te maken, voldoende is om bewezen te kunnen verklaren dat [Verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het in bewuste en nauwe samenwerking met anderen plegen van de diefstallen.

De tenlastelegging vermeldt dat deze diefstallen gepleegd zouden zijn door middel van inklimming. De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling of hiervan sprake is, blijkens de jurisprudentie121, dit begrip moet worden uitgelegd naar de betekenis in het normale spraakgebruik.

De rechtbank is van oordeel dat enkel het uit een brievenbus halen van een poststuk, waarbij er al dan niet gebruik wordt gemaakt van een hulpmiddel, of het in de brievenbus stoppen van een hand, naar algemeen spraakgebruik niet kan worden opgevat als inklimming. Voor dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Feit 4

Nadat [Medeverdachte 2] de controle verkreeg over de rekeningen van de slachtoffers, werden de tegoeden op deze rekeningen weggesluisd naar derden. Uit de hierboven opgesomde bewijsmiddelen blijkt dat [Medeverdachte 2] degene was die de betalingen door boekte naar andere rekeningen. Hij werd daarbij gestuurd door [Verdachte] , die hem telkens afbeeldingen stuurde van bankpassen. Hierdoor had [Medeverdachte 2] wetenschap van de rekeningen waarover [Verdachte] op dat moment de beschikking had, en waar hij het geld naar door kon boeken zodat het direct kon worden opgenomen. In andere gevallen werden er direct vanaf de rekening van de benadeelde bestellingen geplaatst bij online winkels, waaronder [Naam 2] en [Naam 3] . Deze bestellingen werden dan afgeleverd onder valse namen, op adressen waar verdachten zelf in ieder geval niet verbleven.

De rechtbank stelt allereerst vast dat er sprake is van opbrengsten uit eigen misdrijf.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 21 april 2015122 overwogen dat in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser – om tot de kwalificatie ‘witwassen’ te kunnen komen – in beginsel een handeling wordt gevergd die op verhullen/verbergen is gericht en dat dan uit de motivering door de rechter moet kunnen worden afgeleid dat de verdachte het voorwerp niet slechts heeft verworven of voorhanden heeft gehad, maar dat zijn gedragingen ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp.

De rechtbank is van oordeel dat het doorboeken van geld van de rekening van de slachtoffers naar andere rekeningen – die ook onder beheer, maar niet onder naam, van [Verdachte] en haar mededaders staan – een gedraging is die gericht is op het verhullen van de herkomst. Ook het aanschaffen van goederen met het geld van slachtoffers, waarbij de goederen telkens worden verstuurd naar een adres – opnieuw onder beheer, maar niet op naam, van [Verdachte] en haar mededaders – is naar het oordeel van de rechtbank een verhullingshandeling.

De rechtbank acht daarom ook wettig en overtuigend bewezen dat [Verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het in bewuste en nauwe samenwerking met een anderen plegen van witwassen.

Feit 5

Voor het vaststellen van het bestaan van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Sr blijken uit de geldende jurisprudentie de navolgende criteria.

Er moet sprake zijn van een samenwerkingsverband, van twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur en een bepaalde organisatiegraad, dat tot (feitelijk en gewenst) doel heeft het plegen van misdrijven. De deelnemers aan zo’n organisatie dienen niet ieder voor zich, maar in het verband van deze organisatie te participeren en dus te behoren tot de organisatie. Daarbij is het niet noodzakelijk dat zij bekend waren met alle andere personen die deel uitmaakten van de organisatie dan wel met alle andere personen in de organisatie samenwerken. De samenstelling van het samenwerkingsverband hoeft niet steeds dezelfde te zijn geweest.

Om iemand te kunnen aanmerken als deelnemer dient hij of zij tenminste een aandeel te

hebben in, dan wel ondersteuning te verlenen aan, gedragingen die strekken tot of

rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.

De bijdrage dient een zekere duur en intensiteit te hebben alvorens gesteld kan worden dat er sprake is van deelname. In dat verband is specifieke deelneming aan misdrijven waarop het oogmerk van de organisatie is gericht niet nodig, maar wel de wetenschap van het plegen van misdrijven in zijn algemeenheid. Daarbij is voorwaardelijk opzet niet voldoende. Wetenschap van één of verscheidene concrete misdrijven is niet vereist. Evenmin enige vorm van opzet op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven.

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt dat een grote mate van samenwerking bestond tussen meerdere personen, waarbij hoofdrollen voor [Medeverdachte 2] en [Verdachte] waren weggelegd. Zij hebben in de ten laste gelegde periode intensief contact met elkaar onderhouden, waarbij over en weer vitale informatie werd gedeeld. [Medeverdachte 2] zorgde voor de verzending van de spam berichten, beheerde de website, registreerde nieuwe mobiele apparaten voor de rekeningen van de slachtoffers, zorgde voor aanvragen voor nieuwe pinpassen en deed de overboekingen. [Verdachte] zorgde voor het nabellen van slachtoffers wanneer er niet voldoende informatie beschikbaar was, zorgde voor het wegnemen van de pinpassen en gaf telkens bij [Medeverdachte 2] aan op welke rekeningen geld gestort kon worden. Ook leverde zij de verificatiecodes voor de overboekingen die [Medeverdachte 2] had klaargezet, waardoor de gelden konden worden overgemaakt. Zowel [Verdachte] als [Medeverdachte 2] hadden personen die voor hen geld konden pinnen van de rekeningen waar het geld op gestort werd of bestelde pakketten op konden halen. Gelet op het tijdsbestek waarin dit alles diende te gebeuren, moet er een grote mate van organisatie zijn geweest om een en ander voor elkaar te krijgen. Voordat een slachtoffer door had dat geldbedragen werden afgeschreven, moest het geld immers al zijn opgenomen van de rekeningen van de money mules.

Gelet op de periode waarin [Medeverdachte 2] en [Verdachte] zich hiermee hebben bezig gehouden, de duidelijke taakverdeling tussen hen beiden, het delegeren van taken aan anderen en het duidelijke doel dat zij gezamenlijk voor ogen hadden, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat er een criminele organisatie bestond die tot oogmerk had oplichting, het voor handen hebben van een gegeven waarmee toegang kan worden verkregen tot geautomatiseerde werken, computervredebreuk, aantasting of manipulatie van computergegevens, diefstal door middel van een valse sleutel en witwassen. Uit het voorgaande volgt dat [Verdachte] en [Medeverdachte 2] als deelnemers van deze organisatie kunnen worden aangemerkt.

Oorspronkelijk parketnummer 02/665323-18, feiten 1 en 2

4.3.13

Feit 1

Op 10 april 2018 kreeg het IRC een verzoek van het Belgische justitie parket Halle-Vilvoorde ter overname van de vervolging van [Naam 96] .

De Belgische autoriteiten meldden dat de [Naam 5] (België) op 17 juni 2017 een e-mail ontvangt die van de [Naam 4] afkomstig lijkt. Er wordt gevraagd om op een link te klikken, om de zogenaamd verouderde bankkaart te vervangen. Zonder medeweten van de vereniging wordt vervolgens € 7.041,- overgeschreven naar een Nederlandse bankrekening van de [Naam 1] ( [Rekeningnummer 1] ) op naam van [Naam 7] . Uit Belgisch onderzoek is gebleken dat het e-mailbericht is verzonden vanaf een IP adres dat op naam staat van [Naam 97] . [Naam 96] is hiervan eigenaar.

Verbalisant [Naam 29] bekeek de e-mail die de benadeelde had ontvangen op 17 juni 2017. Dit is de e-mail waar benadeelde de link van vertrouwde en zijn gegevens heeft ingevoerd na op de link te hebben geklikt. De opbouw van deze e-mail had een grote gelijkenis met de opbouw van de phishing e-mails die van [Medeverdachte 2] afkomstig waren. [Naam 98] werd gebruikt voor de afbeeldingen, er werden kosten aangevoerd bij te lang wachten met aanvragen van een nieuwe pas en er werd afgesloten met “Afdeling service en veiligheid”.

Van deze e-mail was de header niet meer beschikbaar, waardoor er geen IP-adres kon worden herleid.

De tweede e-mail aan de vereniging, d.d. 24-8-2017, vertoonde geen gelijkenis met de e-mails van [Medeverdachte 2] . Wel kon, via de header, het IP adres worden achterhaald van waaruit deze e-mail was verzonden. Het e-mailbericht is verzonden vanaf een IP adres dat op naam staat van [Naam 97] . [Naam 96] is hiervan eigenaar.

Uit onderzoek in het dossier ‘Vari’ blijkt dat [Medeverdachte 2] en [Verdachte] het over deze phishing actie hebben gehad. In de veiliggestelde gegevens van de in beslag genomen telefoon van [Medeverdachte 2] (B01.02.001) vond verbalisant het volgende. Op 19 maart 2017 stuurt [Verdachte] een nieuwsbericht door aan [Medeverdachte 2] . In dit bericht staat een link naar de gebruikte phishingmail. [Verdachte] vraagt aan [Medeverdachte 2] : “zijn wij dit?” [Medeverdachte 2] geeft aan dat die e-mail niet van hen is. Het betreft de tweede door benadeelde ontvangen e-mail.

[Medeverdachte 2] stuurt vervolgens de e-mail die hij gebruikt door aan [Verdachte] . Dit is de eerste e-mail die benadeelde ontvangen heeft. De datum in die e-mail is eerder dan de e-mail gericht aan benadeelde.

In de notities van diezelfde telefoon zag verbalisant dat op 16-6-2017 een notitie werd aangemaakt waarin stond:

“…. [Naam 99] “

Deze link komt ook voor in het eerste phishingbericht dat benadeelde ontving.

Op 17-6-2017, om 20:57 uur, werd op deze telefoon een e-mail ontvangen in de mailbox van [E-mailadres 5] In deze e-mail stonden de gegevens van een Belgisch rekeningnummer, met daarbij de gegevens van [Naam 100] .

Op 17-6-2017, om 21:14 uur was er een gesprek tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 2] via WhatsApp, waarin [Medeverdachte 2] aangeeft dat hij 7k heeft overgemaakt naar ‘ [Naam 101] ’.

Op 18-6-2017, om 5:36 en 5:37 uur, geeft [Medeverdachte 2] aan dat ‘ze direct 4k moeten trekken’, gevolgd door een screenshot van een overboeking van € 7.041,- naar [Rekeningnummer 1] op naam van [Naam 7] .

Op 19-6-2017, om 1:27 en 1:28 uur, stuurt [Medeverdachte 2] berichten naar [Verdachte] waaruit blijkt dat hij die 7k naar de rekening van [Naam 7] heeft overgeboekt en dat het morgen wordt overgeschreven.

Op 20-6-2017, om 03:07 uur, stuurt [Medeverdachte 2] naar [Verdachte] dat [Naam 4] hem blij maakt, dat hij 7k heeft gehad.123

4.3.14

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 1

De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek Vari is gebleken dat [Verdachte] zich, samen met anderen, bezighoudt met grootschalige phishing praktijken. Hoewel het onderzoek Vari zich alleen heeft toegespitst op klanten van de [Naam 1] , zijn op de verschillende servers ook aanwijzingen gevonden voor phishing runs op andere bankinstellingen. Dat het onderzoek zich hier niet ook op heeft gericht, is – naar de rechtbank begrijpt – een kwestie van capaciteit geweest. De omvang zou te groot worden om een overzichtelijk geheel te behouden. In dit geval hebben de Belgische autoriteiten echter verzocht om tot actie over te gaan, waaraan gehoor is gegeven.

De overeenkomsten met deze zaak zijn, naar het oordeel van de rechtbank, overduidelijk. In de e-mail die is rondgestuurd wordt, net als in onderzoek Vari, verzocht om in te loggen om een nieuwe pinpas aan te vragen. Op de telefoon van [Medeverdachte 2] wordt een notitie gevonden met de tekst van de e-mail, en in een mailbox op deze telefoon ( [E-mailadres 5] ) worden de rekeninggegevens van [Naam 100] gevonden. [E-mailadres 5] is eerder in onderzoek Vari naar voren gekomen, bij onderzoek van de e-mail die verbalisant [Naam 26] ontving.

Daarnaast vraagt [Verdachte] aan [Medeverdachte 2] , naar aanleiding van een nieuwsbericht, of zij achter een bepaalde phishing run zaten, waarop [Medeverdachte 2] reageert met de e-mail die zij gebruiken. Later laat [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] weten dat hij via [Naam 4] € 7.000,- heeft verdiend, wat nagenoeg gelijk is aan het bedrag dat benadeelde [Naam 5] afhandig is gemaakt. Ook blijkt uit de screenshots die [Verdachte] en [Medeverdachte 2] elkaar sturen dat zij in bezit zijn van de pinpas van de rekening naar waar het geld is gestort. Gelet hierop, maar ook gelet op al hetgeen onder het onderzoek Vari bekend is geworden, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [Verdachte] dit feit in bewuste en nauwe samenwerking met een ander heeft gepleegd.

4.3.15

Feit 2

Op 31 oktober 2017 is onder [Verdachte] een iMac computer in beslag genomen. Uit onderzoek aan deze iMac bleek dat er een programma genaamd “ [Naam 102] ” op staat. Met dit programma kunnen loonstroken worden opgemaakt.124 In de handleiding van dit programma staat een voorbeeld van hoe de loonstroken er uit komen te zien.125

In de folder “ [Naam 103] ”, aangetroffen op dezelfde iMac, stonden loonstroken van:

- [Verdachte] , januari, mei, juni en juli 2017, supervisor bij [Naam 8]

- [Naam 10] , april t/m sept. 2017, timmerman bij [Naam 9]

- [Naam 11] , april 2017, timmerman bij [Naam 9]

Deze loonstroken hebben exact dezelfde layout als die van het voorbeeld uit de handleiding.126

Op 31 oktober 2017 is onder [Verdachte] eveneens een Packard Bell laptop in beslag genomen.127 Op deze laptop werd het programma “ [Naam 104] ” aangetroffen, wat een oudere versie van “ [Naam 102] ” betreft. In de folder \ [Naam 105] , aangetroffen op deze Packard Bell, stonden loonstroken, per week, over de maanden januari en februari 2015, op naam van [Naam 13] , havenmedewerker bij [Naam 12] . In de folder “\ [Naam 106] ” stond het bestand “ [Naam 108] .png”, wat gelijk was aan het op die loonstroken gebruikte logo.128

Getuige [Naam 107] verklaarde dat hij vanaf 1 september 2017 een appartement verhuurde aan [Verdachte] . Getuige vroeg aan [Verdachte] om een salarisspecificatie129 en ontving drie salarisspecificaties, van mei, juni en juli 2017, waarop staat dat [Verdachte] werkt voor [Naam 8] als supervisor.130 Uit contact met [Naam 8] is gebleken dat dit hotel pas in juli 2017 werd geopend en dat [Verdachte] nooit voor het hotel heeft gewerkt.131

Op 10 oktober 2017 voerde [Verdachte] een gesprek met een tot op heden onbekend gebleven persoon, waarin zij aangeeft valse loonstroken te kunnen leveren tegen betaling. Zij geeft aan deze zelf te maken en vraagt € 300,- voor een loonstrook van de afgelopen drie maanden. Een werkgeversverklaring kost € 100,- extra. Die kan zij ook maken. Een hele professionele, met stempels erbij, kost € 200,-. Als er ook nog bankafschriften bij moeten, dan kost dat € 150,- meer, omdat zij deze door een ander moet laten maken.132

4.3.16

Overwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 2

De rechtbank constateert dat op de computers die onder [Verdachte] in beslag zijn genomen programma’s zijn gevonden die gebruikt kunnen worden voor het opmaken van loonstroken. Zoals eerder, onder 4.3.10, is overwogen, houdt de rechtbank verdachte verantwoordelijk voor de inhoud van deze computers.

Het format wat door deze programma’s wordt gebruikt, is terug te zien in de loonstroken die, opnieuw op beide computers, zijn aangetroffen. Dit betrof zowel loonstroken op naam van verdachte, als loonstroken op naam van een ander. Van de loonstroken op naam van verdachte zelf kan met zekerheid worden gesteld dat deze valselijk zijn opgemaakt en gebruikt, nu het betreffende hotel [Verdachte] nooit in dienst heeft gehad. Desondanks heeft [Verdachte] deze documenten verstuurd naar getuige [Naam 107] , om hem ervan te overtuigen dat zij de huurpenningen zou kunnen voldoen.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat er salarisspecificaties op andere namen op de computer van [Verdachte] zijn aangetroffen en dat verdachte een telefoongesprek voert waarin zij verklaart deze tegen betaling op te kunnen maken. De rechtbank acht, gelet op deze combinatie van factoren, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze geschriften heeft opgemaakt om als echt en onvervalst door de daarop genoemde personen te doen gebruiken.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 821116-17

1.

zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(telkens) een (groot) aantal [Naam 1] -klant(en) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- rekeninggegevens en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor het (internet)bankieren van/bij de [Naam 1] , door, zakelijk weergegeven:

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo's van de [Naam 1] en/of

- (vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) om een nieuwe bank- en/of betaalpas(sen) aan te vragen en/of

- (vervolgens) in die mail te vragen om een nieuwe bank- en/of betaalpas aan te vragen door op de (hyper)link in de mail te klikken en/of

- (vervolgens) in die/dat (hyper)link/(aanvraag)formulier te vragen om voornoemde gegevens in te vullen en/of

- (vervolgens) tijdens het invullen voornoemde perso(o)n(en) te bellen als zijnde een medewerkster van de [Naam 1] om samen met voornoemde perso(o)n(en) de invulvelden door te lopen/in te vullen,

waardoor die [Naam 1] -klant(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegeven(s)

en/of (vervolgens)

(telkens) de [Naam 1] bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer bankpas(sen) en/of betaalpas(sen), in elk geval een of meer (goed)eren, door, zakelijk weergegeven:

- in te loggen met de (eerder verkregen) (inlog)gegevens van voornoemde [Naam 1] -klant(en) op/in de beveiligde internetbankieren-omgeving van de [Naam 1] en/of

- (vervolgens) in die omgeving een nieuwe bankpas aan te vragen,

waardoor die [Naam 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n).

2.

zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een of meer geautomatiseerde werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van/bij de [Naam 1] , althans in een deel daarvan, is/zijn binnengedrongen, waarbij zij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) de toegang heeft/hebben verworven tot het/de geautomatiseerde werk(en)

- met behulp van (een) valse sleutel(s), te weten de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord) van/bij de [Naam 1] en/of

- door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als zijnde een of meer geautoriseerde [Naam 1] -klant(en);

3.

zij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer postbus(sen)/brievenbus(sen) heeft/hebben weggenomen (telkens)

een of meer poststuk(ken)/envelop(pen) inhoudende een of meer bankpas(sen) van de [Naam 1] , in elk geval een of meer goed(eren), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een (groot) aantal [Naam 1] -klant(en) en/of de [Naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen poststuk(ken)/envelop(pen) onder zijn en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of (een) valse sleutel(s), te weten (een) niet daartoe bestemd(e)) sleutel(s)

en/of vervolgens (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer geldautoma(a)t(en) en/of bankautoma(a)t(en) en/of pinautoma(a)t(en) heeft/hebben weggenomen (telkens) een of meer geldbedrag(en), in elk geval een of meer goed(eren), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan

- de [Naam 1] en/of

- [Naam 1] -klant(en)

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn en/of hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten middels misdrijf verkregen [Naam 1] bankpas(sen) en/of betaalpas(sen) en (bijbehorende) activatiecode en/of pincode;

4.

zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer goed(eren) (van online winkels, waaronder [Naam 2] en/of [Naam 3] ) en/of

* een of meer geldbedrag(en)

(telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of heeft omgezet, althans van een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), (telkens) gebruik heeft/hebben gemaakt, en/of (telkens)

van een of meer voorwerp(en), te weten

* een of meer goed(eren) (van online winkels, waaronder [Naam 2] en/of [Naam 3] ) en/of

* een of meer geldbedrag(en)

(telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had/hadden, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)

- onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit een of meer misdrijf/misdrijven;

5.

hij, in de periode van 01 december 2016 tot en met 31 oktober 2017, te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, gericht tegen (klanten van) de [Naam 1] , namelijk

- oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of

- een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven voorhanden hebben, waardoor toegang kan worden verkregen tot (een) (gedeelte van een) geautomatiseerde werk(en) (artikel 139d en/of 350d Wetboek van Strafrecht) en/of

- computervredebreuk (artikel138ab Wetboek van Strafrecht) en/of

- aantasting of manipulatie van computergegevens (artikel 350a Wetboek van Strafrecht) en/of

- diefstal door middel van braak/verbreking, inklimming en/of een valse sleutel (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en/of

- witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht).

Parketnummer 665322-18

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2017 tot en met 30 juni 2017 te Oosterland en/of Amsterdam en/of Almere en/of Opwijk, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of België, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer [Naam 4] -klant(en), te weten

- [Naam 5] en/of

- [Naam 6]

(telkens) heeft/hebben bewogen tot het ter beschikking stellen van gegeven(s), te weten:

- rekeninggegeven(s) en/of

- pincode en/of

- verificatiecode en/of

- de (inlog)gegevens (gebruikersnaam en/of wachtwoord) van/voor het (internet) bankieren van/bij de [Naam 4] , door - zakelijk weergegeven - onder meer:

(telkens)

- gebruik te maken van de (valse) na(a)m(en) en/of bedrijfsna(a)m(en) en/of (bedrijfs)logo’s van de [Naam 4] en/of

- (vervolgens) een mail te sturen naar voornoemd(e) perso(o)n(en) om een nieuwe bank- en/of betaalpas(sen) aan te vragen en/of

- (vervolgens) in die mail te vragen om een nieuwe bank- en/of betaalpas aan te vragen door op de (hyper)link in de mail te klikken en/of

- (vervolgens) in die/dat (hyper)link/(aanvraag)formulier te vragen om voornoemde gegevens in te vullen, waardoor die person(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot het ter beschikking stellen van bovenomschreven gegevens en/of (vervolgens)

(telkens)

- de [Naam 4] (telkens) heeft/hebben bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal 7041,- Euro, in elk geval een of meer (goed)eren, door - zakelijk weergegeven - onder meer:

(telkens)

- in te loggen met de gephishte (inlog)gegevens van voornoemde [Naam 4] -klant(en), als zijnde (rechtmatige) [Naam 4] -klant(en) op/in de beveiligde internetbankieren-omgeving van de [Naam 4] en/of

- (vervolgens) in die omgeving een of meer overboeking(en) te verrichten naar bankrekeningnummer [Rekeningnummer 1] ten name van [Naam 7] , althans naar een bankrekening waarover zij, verdachte en/of haar mededader(s), de beschikkingsmacht heeft/hebben, waardoor die [Naam 4] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n).

2.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2015 tot en met 31 oktober 2017, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- een of meer loonstro(o)k(en) en/of salarisspecificatie(s), onder andere:

* van [Naam 8] (op naam van [Verdachte] ) van (de) periode(s) 1 (januari) en/of 5 (mei) en/of 6 (juni) en/of 7 (juli) 2017 en/of

* van [Naam 9] op naam van [Naam 10] ), van (de) periode(s) 4 (april) en/of 5 (mei) en/of 6 (juni) en/of 7 (juli) en/of 8 (augustus) en/of 9 (september) 2017 en/of

* van [Naam 9] (op naam van [Naam 11] ) van de maand april 2017 en/of

* van [Naam 12] (op naam van [Naam 13] ) van (de) periode(s) 1 (29.12-04.01) en/of 2 (5.1-11.1) en/of 3 (12.1-18.1) en/of 4 (19.1-25.1) en/of 5 (26.1-1.2) en/of 6 (2.2-8.2) en/of 7 (9.2-15.2) en/of 8 (16.2-22.2) 2015

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft zij, verdachte, valselijk voornoemde (volledig valse) loonstro(o)k(en) en/of salarisspecificatie(s) opgemaakt, zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie vorderen aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 jaar. Daarbij geven zij aan rekening te hebben gehouden met de samenloop van de feiten, maar ook voor de recidive van verdachte op het gebied van vermogensdelicten.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, om verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die het voorarrest overstijgt. Daarbij wijst de verdediging op een aantal gelijksoortige zaken, waarin onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd die veelal korter zijn dan de tijd die deze verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorbracht. Daarbij komt dat verdachte zich tijdens haar schorsing van de voorlopige hechtenis goed aan alle voorwaarden heeft gehouden en, volgens de reclassering, probeert haar oude gedragspatronen te doorbreken. Een lange gevangenisstraf zou al hetgeen zij nu heeft opgebouwd, haar studie en werk doorbreken. De verdediging verzoekt hier rekening mee te houden en, indien noodzakelijk, een forse voorwaardelijke straf met een proeftijd op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (medeplegen) van oplichting, computervredebreuk, diefstal, valsheid in geschrift en witwassen, allen meermalen gepleegd, alsmede aan deelname aan een criminele organisatie. Kort gezegd komt het er op neer dat verdachte deel heeft genomen aan een organisatie en daarin actief was door in groten getale misleidende e-mails te versturen uit naam van een bank dan wel een andere instelling, met daarin een link naar een ‘phishing website’. Op deze website werd slachtoffers verzocht hun gegevens achter te laten, waarmee verdachte en zijn mededaders toegang verkregen tot de online bankieren omgeving van de slachtoffers. Nadat een nieuwe pinpas was aangevraagd en afgevangen, kon de rekening van het slachtoffer middels overboekingen naar ‘money mules’ en pintransacties worden leeggehaald. Dat dit een nauwgezette planning en coördinatie vraagt, is uit het dossier wel gebleken. Op het moment dat een slachtoffer ‘vast liep’, werd door verdachte, in opdracht van [Medeverdachte 2] , gebeld, opnieuw uit naam van een ander, zodat men toch verder kon met het proces. Ook moest precies worden gepland wanneer een pinpas werd aangevraagd om deze op de bezorgdag uit de brievenbus van het slachtoffer te kunnen halen, en waren afspraken nodig om ervoor te zorgen dat overgeboekt geld ook direct cash werd opgenomen, of verder kon worden overgeboekt of uitgegeven.

Verdachte heeft in dit geheel een zeer grote rol gespeeld. Dit blijkt vooral uit de in beslag genomen gegevensdragers, waarin zeer veel berichten terug zijn te vinden die te maken hebben met de coördinatie van handelingen gericht op ‘phishing’. Verdachte belt met de vastgelopen slachtoffers, zorgt voor de diefstallen en het beheer van de pinpassen, en scant de kleurcodes die [Medeverdachte 2] nodig heeft om de geldbedragen uiteindelijk over te maken naar de rekening van de ‘money mules’.

Het onderzoek heeft zich, naar de rechtbank begrijpt omwille van de omvang, alleen gericht op klanten van de [Naam 1] . De door de [Naam 1] geschatte totale schade, veroorzaakt door verdachte en haar mededaders, wordt geschat op meer dan een miljoen euro.

Uit het dossier blijkt echter dat het niet alleen bij klanten van de [Naam 1] is gebleven. Ook klanten van [Naam 109] , [Naam 111] , [Naam 4] , [Naam 112] , en [Naam 113] zijn benaderd. Voor deze banken zijn ook ‘phishing websites’ met gelijksoortige inhoud als voor klanten van de [Naam 1] aangetroffen. Ook zijn op de servers waarvandaan de spam berichten werden verzonden e-mails aangetroffen die zich richtten op klanten van de genoemde banken. De rechtbank vermoedt dan ook dat de schade in feite een veelvoud is van het door de [Naam 1] genoemde bedrag. Dit vermoeden lijkt te worden bevestigd door de gesprekken die [Verdachte] en [Medeverdachte 2] met elkaar voeren, waarbij in één gesprek door [Medeverdachte 2] wordt aangegeven dat zij inmiddels al vijf jaar samenwerken. De rechtbank onderstreept dat andere zaken die niet ten laste zijn gelegd en buiten de pleegperiode vallen niet kunnen worden meegenomen bij de strafmaat, maar weegt wel mee dat verdachte een centrale rol heeft vervuld in een zeer professioneel opererende criminele organisatie.

De mate van organisatie en coördinatie, vereist om dit soort feiten te kunnen plegen, overschrijdt naar het oordeel van de rechtbank de ‘gewone’ fraude zaken. De potentiele schade en maatschappelijke impact van ‘phishing’ is enorm. Daarbij komt dat het een relatief ‘veilige’ vorm van criminaliteit is, waarbij verdachten zich vaak kunnen verschuilen achter een web van digitale versluieringen en daardoor heel moeilijk te traceren zijn. Het voorkomen van dit soort feiten vergt voortdurend een grote oplettendheid van banken, andere instellingen en al hun klanten. De bestrijding van phishingfraude is complex en vergt een grote inspanning van het Openbaar Ministerie.

De rechtbank dient bij de bepaling van de strafmaat mee te wegen dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. Daarbij was al sprake van een forse gevangenisstraf. Blijkbaar is daar niet voldoende afschrikkende werking van uitgegaan, nu verdachte hierin geen aanleiding heeft gezien zich te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten.

Gelet op al hetgeen hier genoemd is, is de rechtbank van oordeel dat een forse gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank heeft in de aangedragen persoonlijke omstandigheden niets gehoord wat in dit geval daaraan af zou kunnen doen. Zoals reeds toegelicht heeft verdachte een leidende, coördinerende en cruciale rol gehad in een zeer professioneel opererende criminele organisatie die verantwoordelijk is geweest voor het oplichten van een groot aantal klanten van (in deze zaak met name) de [Naam 1] . De aard en ernst van de feiten, de omvang van de schade en intensiteit van het samenwerkingsverband, alsmede de omstandigheid dat verdachte eerder is veroordeeld voor dezelfde delicten, maken dat de rechtbank komt tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De omstandigheid dat verdachte – naar de rechtbank heeft begrepen uit een mededeling van de raadsman van verdachte voor aanvang van het requisitoir van het Openbaar Ministerie – inmiddels in verwachting blijkt te zijn, kan aan al het voorgaande onvoldoende afdoen. Wel heeft de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat meegewogen in het voordeel van verdachte dat zij enige tijd geschorst is geweest waarbij haar locatie is gecontroleerd met behulp van een zogenoemde ‘enkelband’, hetgeen voor haar belastend is geweest..

7 De benadeelde partij

7.1

Vordering benadeelde partij [Naam 1]

De [Naam 1] heeft een vordering ingediend ter hoogte van € 265.455,72. Ter onderbouwing van deze vordering heeft zij aangevoerd dat klanten van de [Naam 1] door het handelen van verdachte zijn gedupeerd, en dat de [Naam 1] hen, uit coulance, heeft gecompenseerd.

De rechtbank overweegt dat uit artikel 51f, eerste lid, Sv blijkt dat “degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, [..] zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij [kan] voegen in het strafproces”. In deze zaak heeft de [Naam 1] schade van haar klanten vergoed. Hoewel die schade door verdachte en zijn mededaders is veroorzaakt, kan niet worden gesteld dat de [Naam 1] zelf deze schade rechtstreeks heeft geleden.

Dit maakt dat de rechtbank de [Naam 1] niet-ontvankelijk in haar vordering zal verklaren. De [Naam 1] kan haar vordering aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

7.2

Vorderingen benadeelde partijen [Naam 114] , [Naam 61] en [Naam 53]

De benadeelde partij [Naam 114] heeft een vordering ingediend, waarop geen schadebedrag staat vermeld. Nu niet duidelijk is of, en zo ja welke, schade wordt gevorderd, en de benadeelde partij niet ter zitting is verschenen, zou nader onderzoek plaats moeten vinden naar het bestaan en eventuele omvang van de schade.

De benadeelde partij [Naam 61] heeft een vordering ingediend ter hoogte van, naar de rechtbank begrijpt, € 1.220,-. Een deel daarvan zouden gederfde inkomsten betreffen, een ander deel reis- en belkosten. De laatste post is in zijn geheel niet onderbouwd. De gederfde inkomsten zijn onderbouwd met stukken onder andermans naam, waaruit de rechtbank niet op kan maken welke schade de benadeelde heeft geleden. Nu de benadeelde niet ter zitting is verschenen, zou nader onderzoek plaats moeten vinden om de juiste omvang van de schade vast te kunnen stellen.

De benadeelde partij [Naam 53] heeft een bedrag gevorderd ter hoogte van € 73.139,-. Dit bedrag wordt onderbouwd door toevoeging van de rekeningafschriften van de rekening van benadeelde. Uit het dossier komt echter naar voren dat er door de [Naam 1] aan diverse benadeelden geld is uitgekeerd ter compensatie van het geleden nadeel. Uit de verzamelaangifte van de [Naam 1] blijkt dat dit ook het geval is geweest ten aanzien van de benadeelde partij [Naam 53] . De rechtbank constateert dat het nog openstaande bedrag, volgens de berekeningen van de [Naam 1] , niet overeenkomt met de vordering van [Naam 53] . Nu de benadeelde niet ter zitting is verschenen, zou nader onderzoek plaats moeten vinden om de juiste omvang van de schade vast te kunnen stellen.

De rechtbank is van oordeel dat de verdere behandeling van deze vorderingen een onevenredige belasting op zal leveren voor het strafgeding, wat met zich brengt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen. Zij kunnen hun vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7.3

Vordering benadeelde partij [Naam 45]

De benadeelde partij [Naam 45] vordert € 137.480,35. Ter onderbouwing heeft de stichting de rekeningafschriften van haar rekening meegestuurd, waaruit blijkt dat er inderdaad een bedrag van deze hoogte is afgeschreven. Uit het ter terechtzitting overgelegde overzicht van de [Naam 1] blijkt dat geen vergoeding werd betaald aan deze benadeelde partij. Wel blijkt uit de verzamelaangifte van de [Naam 1] dat er een bedrag van € 12.063,42 veilig werd gesteld en terug kon worden gestort. In zoverre acht de rechtbank het bestaan van schade onvoldoende onderbouwd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de vordering van de stichting kan worden toegewezen tot een bedrag van € 124.416,93. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente.

Voor het overige deel zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Voor dit deel bepaalt de rechtbank dat de benadeelde partij zich kan richten tot de burgerlijke rechter.

Met betrekking tot het toegekende deel van de vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De rechtbank overweegt dat verdachte dit bedrag samen met [Verdachte] heeft buitgemaakt. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de gezamenlijke betalingsverplichting van dit bedrag.

8 Het beslag

8.1

De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpzijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en de feiten zijn begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47, 58, 138ab, 140, 225, 310, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding geldig;

- verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 02/821116-17

feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

feit 2: medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd

feit 3: medeplegen van diefstal, meermalen gepleegd

feit 4: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd

feit 5: deelname aan een criminele organisatie

Oorspronkelijk parketnummer 02/665322-18

feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

feit 2: valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn vermeld onder goednummers:

17-0379-001, 17-0379-002, 17-0379-003, 17-0379-004, 17-0379-005, 17-0379-006, 17-0379-007, 17-0379-008, 17-0379-009, 17-0396-001, 17-0396-002,

ZBRAA17009-423151, G 423156, G 423157 en G 423155

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Naam 45] van € 124.416,93, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, ter zake van immateriële schade;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [Naam 45] (feit 1), € 124.416,93 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- bepaalt dat verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor dit bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover [Medeverdachte 2] betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

- verklaart de benadeelde partijen:

* [Naam 114]

* [Naam 61]

* [Naam 53]

* [Naam 1]

niet-ontvankelijk in hun vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Goossens, voorzitter, mr. Felix en mr. Schild, rechters, in tegenwoordigheid van Van Rensch, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 mei 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRAA17009 (onderzoek “Vari”) van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 4657. Wanneer wordt verwezen naar een paginanummer van het onderzoek nummer DH3R017081 (eind-proces-verbaal nummer 2017223114) van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Den Haag Zuid, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 614, wordt er achter het paginanummer dossier “Willis” toegevoegd. Proces-verbaal van aangifte [Slachtoffer 1] , pag. 584

2 Geschrift, zijnde een uitdraai van de ontvangen e-mail, als bijlage bij de aangifte, pag. 591

3 Proces-verbaal van aangifte [Slachtoffer 1] , pag. 585

4 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 604

5 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 609

6 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 610

7 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 614

8 Geschrift, zijnde een uitdraai van de details van een transactie, pag. 618

9 Geschrift, zijnde een uitdraai van de header van de e-mail, pag. 639

10 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 642 e.v.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 95 e.v.

12 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 103 e.v.

13 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 115 e.v.

14 Geschrift, zijnde een e-mailbericht verzonden aan [Naam 17] , pag. 636

15 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 153 e.v.

16 Geschrift, zijnde een e-mailbericht verzonden aan [Naam 27] , pag. 104 (dossier “Willis”)

17 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 215 e.v.

18 Proces-verbaal van bevindingen beschrijving modus operandi, pag. 233

19 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek phishingkit server 107.6.187.202, Pag. 164

20 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek phishingkit server 107.6.187.202, Pag. 160

21 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 240

22 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 241

23 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 243-244

24 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 246-247

25 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek phishingkit server 107.6.187.202, Pag. 161

26 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek phishingkit server 107.6.187.202, pag. 168

27 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 242 e.v.

28 Proces-verbaal van bevindingen modus operandi, pag. 248

29 Proces-verbaal van aangifte [Slachtoffer 2] , pag. 1049

30 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1075 e.v.

31 Bijlage inbeslaggenomen goederen bij het proces-verbaal van binnentreden, pag. 3233

32 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [Naam 1] verzamelaangifte, pag. 1091

33 Proces-verbaal van aangifte, los aan het dossier toegevoegd onder nummer PL0600-2017157834-1

34 Proces-verbaal van aangifte [Naam 37] , pag. 859

35 Proces-verbaal van aangifte [Naam 37] , pag. 857

36 Bijlage inbeslaggenomen goederen bij het proces-verbaal van binnentreden, pag. 3226

37 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [Naam 1] verzamelaangifte, pag. 1090

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte [Medeverdachte 1] , pag. 3071

39 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3198

40 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 359

41 Proces-verbaal van aangifte [Naam 38] , PL2000-2017039487

42 Proces-verbaal van aangifte [Naam 39] , PL2000-2017083815

43 Proces-verbaal van aangifte [Naam 40] , PL1500-2017-021977

44 Proces-verbaal van aangifte [Naam 41] , PL0600-2017026693

45 Proces-verbaal van aangifte [Naam 42] , PL0600-2017038681

46 Verzamelaangifte van de [Naam 1] , pag. 965 ev.

47 Proces-verbaal van aangifte [Naam 44] , PL0100-2017268731

48 Proces-verbaal van aangifte [Naam 50] , PL0900-2017077438

49 Verzamelaangifte van de [Naam 1] , pag. 1039 ev.

50 Proces-verbaal van aangifte, los aan het dossier toegevoegd onder nummer PL0600-2017027903

51 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [Naam 1] verzamelaangifte, pag. 1089

52 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3204

53 Proces-verbaal van bevindingen digitaal phishing [Naam 48] , pag. 1209

54 Proces-verbaal van bevindingen digitaal phishing [Naam 48] , pag. 1210-1211

55 Proces-verbaal van bevindingen digitaal phishing [Naam 48] , pag. 1215-1216

56 Proces-verbaal van bevindingen digitaal phishing [Naam 48] , pag. 1223

57 Proces-verbaal van aangifte [Naam 1] , pag. 1240

58 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1234

59 Proces-verbaal van verhoor verdachte [Medeverdachte 1] , pag. 3064 e.v.

60 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [Naam 1] verzamelaangifte, pag. 1090

61 Proces-verbaal van aangifte [Naam 53] , pag. 1293

62 Geschrift, zijnde de e-mail die aan aangever is verzonden, gevoegd als bijlage bij de aangifte van [Naam 53] , pag. 1300

63 Proces-verbaal van aangifte [Naam 53] , pag. 1293 e.v., met op pagina 1307 het transactieoverzicht

64 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [Naam 1] verzamelaangifte, pag. 1091

65 Proces-verbaal van bevindingen omtrent phishing zaak Sint-Annaparochie, pag. 1362

66 Proces-verbaal van bevindingen omtrent phishing zaak Sint-Annaparochie, pag. 1362-1363

67 Geschrift, zijnde een uitgewerkt telefoongesprek, pag. 1376

68 Proces-verbaal van observatie, pag. 1389 e.v.

69 Proces-verbaal van verhoor verdachte [Medeverdachte 1] , pag. 3069

70 Geschrift, zijnde een notitie, gevonden in de telefoon van [Medeverdachte 2] , pag. 1400

71 Proces-verbaal van aangifte [Naam 59] , pag. 1433

72 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen gegevens [Naam 1] verzamelaangifte, pag. 1091

73 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3352

74 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1453

75 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1458

76 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3208

77 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1465

78 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1454

79 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1456

80 Proces-verbaal van verhoor verdachte [Medeverdachte 1] , pag. 3064

81 Proces-verbaal van aangifte [Naam 61] , pag. 1492 e.v.

82 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3352

83 Proces-verbaal van bevindingen omtrent phishing Warmenhuizen, pag. 1736 e.v.

84 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1749

85 Proces-verbaal van verhoor verdachte [Medeverdachte 1] , pag. 3064

86 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3208

87 Bijlage bij het Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1752

88 Proces-verbaal van aangifte, pag. 35 e.v. (dossier “Willis”)

89 Geschrift, zijnde een aangifte, opgemaakt namens de [Naam 1] door [Naam 37] , pag. 17 e.v. (dossier “Willis”)

90 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 113 (dossier “Willis”)

91 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 127 e.v. (dossier “Willis”)

92 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3350,

93 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek, pag. 173 (dossier “Willis”)

94 Proces-verbaal van bevindingen Onderzoek Skype database op telefoon [Verdachte] , pag. 281 (dossier “Willis”), in combinatie met kennisgeving van inbeslagneming pag. 3441

95 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek, pag. 174 (dossier “Willis”)

96 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek, pag. 175 (dossier “Willis”)

97 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek, pag. 177 (dossier “Willis”)

98 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 77] , pag. 104, zaaksdossier 1 (dossier “Willis”)

99 Geschrift, zijnde een afbeelding van een pintransactie, pag. 13, zaaksdossier 1 (dossier “Willis”)

100 Geschrift, zijnde een afbeelding van een pintransactie, pag. 17, zaaksdossier 1 (dossier “Willis”)

101 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 78] , pag. 119, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

102 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 78] , pag. 120, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

103 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 78] , pag. 124-125, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

104 Proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar [Naam 78] , pag. 117, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

105 Proces-verbaal van bevindingen [Naam 78] , pag. 7, zaaksdossier 2 (dossier “Willis”)

106 proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar bestellingen [Naam 2] , pag. 191 e.v., zaaksdossier 9 (dossier “Willis”)

107 proces-verbaal van bevindingen digitaal onderzoek telefoon [Verdachte] naar bestellingen [Naam 2] , pag. 201 e.v., zaaksdossier 9 (dossier “Willis”)

108 bijlage I bij proces-verbaal van bevindingen, pag. 2614

109 bijlage II bij proces-verbaal van bevindingen, pag. 2617

110 Bijlage 4 bij proces-verbaal van bevindingen, pag. 2621

111 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 2608

112 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3384

113 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag [Naam 95] 708, pag. 492 A, 13e pagina

114 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag [Naam 95] 708, pag. 492 A, 12e pagina, laatste alinea

115 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag [Naam 95] 708, pag. 492 A, 15e pagina

116 Proces-verbaal van verhoor verdachte [Medeverdachte 1] , pag. 3064 e.v.

117 Proces-verbaal van verhoor getuige [Naam 32] , pag. 534

118 Kennisgeving inbeslagneming, pag. 3204

119 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 446 e.v.

120 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 328

121 Zie bijvoorbeeld NJ 1999, 385 ECLI:PHR:1999:ZD1363

122 Vindplaats: ECLI:NL:HR:2015:1090

123 Proces-verbaal van bevindingen t.a.v. Rechtshulpverzoek België, los opgenomen in dossier

124 Proces-verbaal van bevindingen loonstroken [Verdachte] , pag. 1857

125 Proces-verbaal van bevindingen loonstroken [Verdachte] , pag. 1858

126 Proces-verbaal van bevindingen loonstroken [Verdachte] , pag. 1858-1860

127 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 3198

128 Proces-verbaal van bevindingen loonstroken [Verdachte] , pag. 1860

129 Proces-verbaal van verhoor getuige [Naam 107] , pag. 1883

130 Geschriften, zijnde salarisspecificaties, bijlages bij het pv van verhoor getuige [Naam 107] , pag. 1890

131 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1839

132 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1829 e.v.