Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:7397

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12-10-2018
Datum publicatie
17-06-2021
Zaaknummer
02/821265-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in de periode 1 september 2015 tot en met 18 maart 2018 samen met anderen binnen een crimineel georganiseerd verband een reeks vermogensdelicten, dan wel pogingen daartoe, gepleegd. Het betreft met name bedrijfsinbraken, waarbij verdachte het voorzien had op de inhoud van kluizen. Naast de bedrijfsinbraken heeft verdachte een inbraak in een leegstaande woning gepleegd, heeft hij auto’s geheeld en gestolen om daarmee andere strafbare feiten te plegen en heeft hij door middel van witwaspraktijken de opbrengsten van zijn criminele activiteiten in het reguliere betalingsverkeer gebracht. De rechtbank baseert het bewijs grotendeels op de inhoud van de aanwezige OVC-gesprekken. Zij legt een gevangenisstraf op van 45 maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/821265-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 oktober 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]

thans uit andere hoofde gedetineerd in het Justitieel Complex te Zaanstad

raadsman mr. A.A. Nunnikhoven, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 27 en 28 augustus 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Koning, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter zitting is op 28 september 2018 gesloten.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Voorts heeft de officier van justitie ter zitting, op grond van artikel 312 van het Wetboek van Strafvordering, aan feit 3 meer subsidiair mondeling opzetwitwassen toegevoegd aan het reeds tenlastegelegde schuldwitwassen. Daarmee beoogt de officier van justitie van het meer subsidiair ten laste gelegde een impliciet cumulatieve tenlastelegging te maken door er opzetwitwassen en daarmee een extra grondfeit aan toe te voegen. Daar is artikel 312 Sv niet voor bedoeld. Met de schriftelijke wijziging tenlastelegging van 29 januari 2018 was echter al het opzetwitwassen toegevoegd aan feit 3 meer subsidiair, zodat deze mondelinge tenlastelegging ook niet nodig was geweest.

Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 18 maart 2016

te Tilburg en/of te Oosterhout, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan

een organisatie, bestaande uit (een samenwerkingsverband van natuurlijke

personen, te weten) verdachte en:

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van o.a. de volgende misdrijven:

- het plegen van (een of meer vormen van gekwalificeerde) diefstallen

(310/311/312/317 Wetboek van Strafrecht) (o.a. blijkend uit de door hem en/of

zijn mededader(s) gepleegde feiten 2, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 7, 8

primair, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 17) en/of

- het plegen van (een of meer vormen van) heling (416/417/417bis Wetboek van

Strafrecht) (o.a. blijkend uit de door hem en/of zijn mededader(s) gepleegde

feiten 3 subsidiair, 4 subsidiair, alsmede 8 subsidiair) en/of

- het plegen van (een of meer vormen van) witwassen (420bis/420ter/420quater)

Wetboek van Strafrecht (o.a. blijkend uit de door hem en/of zijn mededader(s)

gepleegde feiten 3 meer subsidiair, 4 meer en nog meer subsidiair, 8 meer en

nog meer subsidiair, alsmede 18);

feit 2:

hij op of omstreeks 4 september 2015 te Oisterwijk tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een kledingwinkel ( [kledingwinkel] , gelegen aan de [adres 1]

) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid kleding (circa 234 stuks

kleding, merken: Stone Island en/of 7 jeans), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [naam 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen kleding onder zijn/hun bereik hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking van (voor)deur en/of (een deel

van de) pui van die winkel;

feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 3 september 2015 tot en met 4 september 2015

te Dongen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Opel

Astra (kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 5] en/of [naam 6] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks de periode van 4 september 2015 te Oisterwijk, in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen een Opel Astra (kenteken [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden

heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten

tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 subsidiair niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks de periode van 4 september 2015 te Oisterwijk, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van (een) voorwerp(en), te weten een personenauto van het merk/type Opel Astra (kenteken [kenteken 1] )), de herkomst en/of vindplaats en/of de verplaatsing en/of de rechthebbende, heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of voornoemd voorwerp voorhanden heeft gehad en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 4:

hij in of omstreeks de periode van 24 juli 2015 tot en met 14 augustus 2015

te Klazienaveen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een personenauto (merk BMW, type 535 met (oorspronkelijk) kenteken [kenteken 2] ,

chassisnummer: [chassisnummer 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders

die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik hebben gebracht door

middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 september 2015 te Oisterwijk, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een BMW 535

(oorspronkelijk kenteken [kenteken 2] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van

het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 subsidiair niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 september 2015 te Oisterwijk, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een

voorwerp, te weten een personenauto (merk BMW, type 535 met (oorspronkelijk)

kenteken [kenteken 2] , chassisnummer: [chassisnummer 1] ), althans een goed,

de herkomst en/of vindplaats en/of de verplaatsing en/of de rechthebbende, heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of voornoemd voorwerp, voorhanden heeft gehad en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 5:

hij in of omstreeks de periode van 3 september 2015 tot en met 4 september

2015 te Oisterwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanuit een

woning/huis aan [adres 2] aldaar) heeft weggenomen voedingswaar en/of

koffiemokken en/of 3 afstandsbedieningen en/of een damesfiets, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 8] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij

verdachte en/of zijn mededaders die weg te nemen goederen onder zijn/hun

bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 3 september 2015 tot en met 4 september

2015 te Oisterwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een cilinderslot van een deur

en/of een of meerdere ra(a)m(en) (van een leegstaande woning aan [adres 2]

aldaar), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

feit 6:

hij in of omstreeks de periode van 3 september 2015 tot en met 4 september

2015 te Oisterwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning of in een besloten

lokaal, gelegen aan [adres 2] aldaar en in gebruik bij [naam 8] ,

althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s).

feit 7:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 14 februari 2016 tot en met 15 februari 2016 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (van [bedrijf 1] aan de [adres 3] aldaar) heeft weggenomen een geldbedrag van circa 13.000,- euro en/of een geldbedrag van circa 3.000,- euro aan buitenlandse

valuta (w.o. Hongkong dollars) en/of reservesleutels van 3 voertuigen en/of

twee iPhones en/of een brandblusser, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [naam 9] en/of [bedrijf 1] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (van een

(voor)deur van dat pand) en/of inklimming;

feit 8:

hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2016 tot en met 18 februari

2016 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een Audi S5 (kenteken [kenteken 3] , chassisnummer [chassisnummer 2] ), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 10] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders die weg te nemen personenauto onder

zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

door middel van een valse sleutel;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 8 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 17

februari 2016 tot en met 14 maart 2016, in elk geval op of omstreeks 14 maart

2016 te Tilburg en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een Audi S5 (met kenteken

[kenteken 3] , chassisnummer [chassisnummer 2] ) heeft verworven, voorhanden gehad

en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 8 subsidiair niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2016 tot en met 14 maart 2016

te Tilburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

van een voorwerp, te weten een personenauto (Audi S5, kenteken [kenteken 3] ,

chassisnummer [chassisnummer 2] ), althans een goed,

de herkomst en/of vindplaats en/of de verplaatsing en/of de rechthebbende, heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of voornoemd voorwerp, voorhanden heeft gehad en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 9:

hij op of omstreeks 22 februari 2016 te Tilburg tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijf, zijnde [bedrijf 2] heeft weggenomen een

of meer kluizen (inhoudende o.a. een of meerdere geldbedragen, groot circa

3500 euro, althans een geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [naam 11] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij

verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kluis/kluizen

en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking van een of meerdere ra(a)m(en) en/of deur(en) van dat

bedrijfspand (gelegen aan de [adres 4] aldaar) en/of door middel van

een valse sleutel;

feit 10:

hij op of omstreeks 23 februari 2016 te Breda ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een winkelpand (van [bedrijf 3] , gelegen aan de [adres 5] aldaar) weg te nemen een hoeveelheid kleding en/of (andere) goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 3] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de

toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen kleding onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, hebbende, hij, verdachte en/of zijn mededader(s) met (inbrekers)gereedschap een deur

en/of deurkozijn van dat winkelpand geprobeerd te openen, in elk geval te

forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 11:

hij in of omstreeks de periode van 10 maart 2016 tot en met 17 maart 2016 te Tilburg en/of te Goirle en/of elders in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld en/of afpersing, al dan niet in vereniging te plegen, opzettelijk een of meerdere voorwerp(en), zijnde een VW Polo en/of een personenauto Audi S5 en/of een blauw zwaailicht, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad;

feit 12:

hij op of omstreeks 15 oktober 2015 te Tilburg ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een winkelpand (van kledingwinkel [bedrijf 4] , gelegen aan de [adres 6] aldaar) weg te nemen een hoeveelheid kleding en/of (andere) goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 12] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang

tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen

kleding onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming, hebbende, hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

met een (personen)auto/voertuig (Audi A2) geprobeerd (een deel van) de pui

en/of de (toegangs)deur(en) van die winkel (deels) open te breken, in elk

geval te forceren om zich zodoende toegang tot die winkel te verschaffen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 13:

hij op of omstreeks 25 januari 2016 te Tilburg tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijf, zijnde cafe [café] (gelegen aan het

[adres 7] aldaar) heeft weggenomen een kluis ( inhoudende o.a. een of

meerdere geldbedrag(en), groot circa 675 euro, althans een geldbedrag), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 13]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kluis

en/of geld onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking van een of meerdere ra(a)m(en) en/of deur(en) van dat

bedrijfspand (gelegen aan het [adres 7] aldaar);

feit 14:

hij op of omstreeks 22 februari 2016 te Goirle tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijfspand, zijnde [bedrijf 5] (gelegen

aan de [adres 8] aldaar) heeft weggenomen 3 geldkluisjes met daarin een

hoeveelheid geld, groot circa 250 euro, althans een geldbedrag), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kluisjes en/of het geld

onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking van een of meerdere ra(a)m(en) van dat bedrijfspand;

feit 15:

hij op of omstreeks 25 februari 2016 te Yerseke ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een bedrijfspand (van [bedrijf 6] , gelegen aan de [adres 9] aldaar) weg te nemen een hoeveelheid goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6] , in geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich

daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat

weg te nemen goed(eren)onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak

en/of verbreking en/of inklimming, hebbende, hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) een hekwerk geforceerd en/of een zak om een camera gedaan en/of

het slot van een heftruck geforceerd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

feit 16:

hij op of omstreeks 10 maart 2016 te Rijen tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres 10] aldaar)

heeft weggenomen een geldkistje met daarin een hoeveelheid geld, groot circa

300 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 14] en/of [naam 15] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn

mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft

en/of die/dat weg te nemen kluisjes en/of het geld onder zijn/haar/hun bereik

hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking van een of meerdere

ra(a)m(en) en/of (toegangs)deur(en) van dat bedrijfspand

feit 17:

hij op of omstreeks 10 maart 2016 te Zutphen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een bedrijfspand (van Ten [bedrijf 7] gelegen aan de [adres 11] aldaar) weg te nemen een kluis en/of een hoeveelheid andere goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 7] en/of [naam 16] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en

zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die weg te nemen kluis en/of andere goederen onder zijn/hun bereik te brengen

door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, hebbende, hij, verdachte en/of zijn mededader(s) met een heftruck geprobeerd die kluis te openen, in elk geval te forceren (waardoor forse schade is ontstaan), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

feit 18:

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2015 tot en met 18 maart

2016, te Tilburg, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een

gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan

(schuld)witwassen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s), van

meerdere (contante) geldbedragen, waaronder:

een bedrag van 445,- euro en/of 95,- euro en/of 269,- euro en/of 245,- euro

en/of 829,95 euro en/of 550,- euro en/of 179,99 euro en/of 475,- euro en/of

375,- euro en/of 73,85 euro en/of 239,95 euro en/of 50,- euro en/of 259,99

euro en/of 134,98 euro en/of 159 euro en/of 999,95 euro en/of 850,- euro

en/of 12.334,- euro en/of 398,- euro en/of 469,- euro en/of 500,- euro,

althans van enig(e)(contante) geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de

herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing

verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is

en/of

enig(e) (andere) geldbedrag(en) en/of goed(eren) verworven en/of voorhanden

gehad en/of overgedragen en/of omgezet (aan o.a. luxe kleding en/of schoenen

en/of iPhones en/of een Balance board en/of aan een of meer

hotelovernachtingen), terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze (contante)

geldbedrag(en) en/of goed(eren) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf.

3 De voorvragen

3.1

Geldigheid van de dagvaarding
De dagvaarding is geldig.

3.2

Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is bevoegd.

3.3

De ontvankelijkheid van de officier van justitie
De raadsman heeft aangevoerd dat het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van het onder 18 tenlastegelegde witwassen. Daartoe is aangevoerd dat de onder verdachte (hierna: [verdachte] ) in beslag genomen kleding is vernietigd in strijd met de Aanwijzing inbeslagneming, waardoor [verdachte] zich niet over de specifiek in beslag genomen kleding heeft kunnen uitlaten. Daardoor is hij ernstig in zijn verdedigingsmogelijkheden geschaad.

De rechtbank verwerpt het verweer dat het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Door de verdediging is niet gemotiveerd op welke wijze [verdachte] is benadeeld door het gestelde vormverzuim, te weten het vernietigen van de kleding in strijd met de Aanwijzing inbeslagneming. In het kader van de witwasverdenking is het onder omstandigheden aan de verdediging om een verklaring te geven over de herkomst van bepaalde goederen. Door of namens [verdachte] is in deze echter geen begin van een verklaring gegeven over de herkomst van de in beslag genomen kleding. Door de verdediging is ook niet aangevoerd welk onderzoek zij aan de kleding had willen laten verrichten. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat [verdachte] ernstig in zijn verdedigingsbelang is geschaad door vernietiging van de kleding.
Ook overigens is de rechtbank van oordeel dat het OM ontvankelijk is ten aanzien van de overige feiten.

3.4

Schorsing van de vervolging
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

feit 1:

Gelet op de feiten die de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen acht, concludeert hij dat [verdachte] , tezamen met [naam 1] en [naam 2] , heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. De officier van justitie wijst er op dat verdachten planmatig en op bestelling werkten, er sprake was van facilitators en dat zij professioneel te werk gingen.

feit 2 tot en met 6:

De officier van justitie heeft aangegeven dat deze feiten met elkaar verband houden.

Hij acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] tezamen met de medeverdachten [naam 1] en [naam 3] de diefstal met braak bij [kledingwinkel] heeft gepleegd, zoals tenlastegelegd onder feit 2.

Ten aanzien van feit 3 acht de officier van justitie het medeplegen van witwassen van de Opel Astra, hetgeen meer subsidiair is tenlastegelegd, wettig en overtuigend bewezen. Als medeplegers kunnen ook hier [naam 1] en [naam 3] worden aangemerkt.

Het medeplegen van witwassen van de BMW 535, zoals onder feit 4 meer subsidiair is tenlastegelegd, kan eveneens wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Dit feit zou zijn begaan door [verdachte] , [naam 1] en [naam 3] .

Volgens de officier van justitie kan wettig en overtuigend worden bewezen dat [verdachte] en [naam 1] hebben ingebroken in de woning aan [adres 2] te Oisterwijk en aldaar goederen hebben gestolen, hetgeen onder feit 5 in de tenlastelegging is opgenomen.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van feit 6, de huisvredebreuk betreffende de woning aan [adres 2] , nu in zijn optiek niet kan worden bewezen dat dit huis ‘bij een ander in gebruik’ is, zoals bedoeld in artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie baseert zich ten aanzien van deze feiten op de aangifte [naam 17] namens [kledingwinkel] , de aangifte van [naam 18] aangaande de ontvreemde Opel Astra, de aangifte van [naam 19] inzake de gestolen BMW 535, de aangifte van [naam 20] als eigenaar van de woning aan [adres 2] te Oisterwijk, de camerabeelden van de inbraak bij [kledingwinkel] , het proces-verbaal sporenonderzoek [adres 2] , het NFI-rapport omtrent het aangetroffen DNA-profiel op een sigarettenpeuk in de woning aan [adres 2] , het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] over het aantreffen van de BMW en andere goederen in de garage van de woning aan [adres 2] en het proces-verbaal bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] aangaande de televisie-uitzendingen van Bureau Brabant en Opsporing Verzocht.

Daarnaast heeft de officier van justitie de volgende processen-verbaal betreffende de uitwerkingen van OVC-gesprekken vanuit de Volkswagen Polo in aanmerking genomen:

Sessie 90, sessie 66, sessie 66 tweede luisteraar, sessie 94, sessie 88, sessie 251, sessie 332, 411 en 350. Het volgende OVC-gesprek vanuit de Peugeot is tevens meegenomen: sessie 37b.

feit 7:

Gelet op de volgende bewijsmiddelen kan naar de mening van de officier van justitie wettig en overtuigend worden bewezen dat [verdachte] , [naam 1] en [naam 3] de inbraak bij [bedrijf 8] hebben gepleegd:

De aangifte van [naam 9] namens [bedrijf 8] , het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] over het politiedossier in de gestolen kluis, de beelden van de beveiligingscamera van [bedrijf 10] , de camerabeelden van [bedrijf 9] aan de Ringbaan-Oost, het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] inzake het uitlezen van telefoongegevens van [naam 1] , het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons van verbalisant [verbalisant 5] , het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] over het aantreffen van de gestolen kluis in een sloot, het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] betreffende de ligging van [bedrijf 8] , het proces-verbaal van uitwerking OVC-sessie Volkswagen Polo nummer 27, de processen-verbaal van uitwerking OVC-sessies Peugeot nummers 37 en 91, alsmede de peilbakengegevens van de voornoemde voertuigen die tijdens deze sessies bekend zijn geworden.

feit 8:

De officier van justitie acht in het licht van de overige feiten – zoals de poging inbraak bij [bedrijf 3] waarbij met de Audi S5 is gereden – het meer subsidiair tenlastegelegde feit, te weten het witwassen van de Audi S5 door [verdachte] , [naam 1] en [naam 2] , wettig en overtuigend bewezen.

Hij baseert zich daarbij op de aangifte van [naam 10] , het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] over het aantreffen van een slotplaatje, het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] inzake het aantreffen van de Audi S5 en matzwarte verf in de garagebox aan de [adres 12] te Tilburg, de processen-verbaal van uitwerking van OVC-sessies Peugeot 91 van 18 februari 2016 onder meer nummers 91, 93 en de processen-verbaal van uitwerking OVC-sessies Volkswagen Polo nummers 34, 92 en 142, 165.

feit 9:

In de visie van de officier van justitie kan wettig en overtuigend worden bewezen dat [verdachte] en de medeverdachten [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] hebben ingebroken bij [bedrijf 2] . Hij heeft daarvoor acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

De aangifte van [naam 11] namens [bedrijf 2] , het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] omtrent het alarm bij [bedrijf 2] , de aanwezige camerabeelden van dit bedrijf, het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons van verbalisant [verbalisant 5] , het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] over het aantreffen van een bodywarmer in de woning van [naam 3] , het proces-verbaal bevindingen mogelijke vluchtroute van verbalisant [verbalisant 5] , de processen-verbaal van uitwerking OVC-sessies Volkswagen Polo nummers 57, 69, 71, 73 en 74 en het proces-verbaal van uitwerking OVC-sessie Peugeot nummer 37.

feit 10:

De officier van justitie acht de poging tot diefstal bij [bedrijf 3] wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van [naam 21] namens [bedrijf 3] , de aanwezige camerabeelden, het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] over de achtervolging van een zwarte Audi, het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons van verbalisant [verbalisant 5] en de processen-verbaal van uitwerking OVC-sessies Volkswagen Polo nummers 35, 90, 92 tweede luisteraar, 107 en 110. [verdachte] heeft dit feit met medeverdachten [naam 1] en [naam 2] gepleegd, aldus de officier van justitie.

feit 11:

De tenlastegelegde voorbereidingshandelingen kunnen volgens de officier van justitie wettig en overtuigend worden bewezen op grond van de aanwezige video-opnamen van de [bedrijf 11] te Poppel, het proces-verbaal tactische zoeking Audi S5 van de verbalisanten [verbalisant 17] en [verbalisant 4] en de processen-verbaal van uitwerking OVC-sessies Volkswagen Polo nummers 161, 332, 392, 411, 494.

Volgens de officier van justitie heeft [verdachte] dit feit tezamen en in vereniging met medeverdachte [naam 2] gepleegd.

feit 12:

De officier van justitie heeft tot vrijspraak gerequireerd van de poging tot diefstal bij kledingwinkel [bedrijf 4] wegens gebrek aan bewijs.

feit 13:

De officier van justitie acht de inbraak bij café [café] wettig en overtuigend bewezen, welk feit tezamen en in vereniging is gepleegd door [verdachte] en [naam 1] . Daarbij heeft hij acht geslagen op de aangifte van [naam 22] namens [café] , het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] aangaande de door hem bekeken beelden van het videobewakingssysteem bij het café en het aantreffen van een portofoon in de woning van [verdachte] , de processen-verbaal van uitwerking OVC-sessies Volkswagen Polo nummers 297 en 345.

feit 14:

Volgens de officier van justitie is er onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring van de inbraak bij [bedrijf 5] te kunnen komen. Hij heeft dan ook gevorderd [verdachte] van dit feit vrij te spreken.

feit 15:

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] en [naam 1] hebben gepoogd in te breken bij [bedrijf 6] . Daarbij baseert hij zich op het proces-verbaal onderzoek poging inbraak Yerseke, het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons van verbalisant [verbalisant 5] , het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [Verbalisant 18] betreffende de algemene controle van de Volkswagen Polo, het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] over het aantreffen van de Audi S5 in de garagebox aan de [adres 13] te Tilburg en het proces-verbaal van uitwerking OVC-sessie Volkswagen Polo 163.

feit 16:

De officier van justitie concludeert dat de inbraak bij [naam 15] wettig en overtuigend kan worden bewezen. [verdachte] heeft dit feit tezamen en in vereniging met [naam 1] en [naam 2] gepleegd. De officier van justitie heeft daarbij acht geslagen op de aangifte van [naam 14] , de beelden van de bewakingscamera’s van [naam 15] , het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons van verbalisant [verbalisant 5] , het proces-verbaal van bevindingen [naam 15] van verbalisant [verbalisant 5] inzake het aantreffen van een moker en breekijzer in de gestolen Audi S5 en de locatiebepaling van de Volkswagen Polo, alsmede het proces-verbaal van uitwerking OVC-sessie Volkswagen Polo nummer 375.

feit 17:

Op grond van de aangifte van [naam 16] , het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons van verbalisant [verbalisant 5] , de beelden van de beveiligingscamera van [bedrijf 12] ., het proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbraak Zutphen van verbalisant [verbalisant 11] en de processen-verbaal van uitwerking OVC-sessies Volkswagen Polo nummers 375 en 411, is de officier van justitie van mening dat [verdachte] en [naam 1] zich schuldig hebben gemaakt aan de poging inbraak bij Ten [bedrijf 7]

feit 18:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. De officier van justitie wijst er op dat een aanmerkelijk verschil bestaat tussen zijn uitgaven en legale inkomsten.

4.2

Het standpunt van de verdediging


De rechtmatigheid van het opnemen van vertrouwelijke communicatie

De verdediging heeft betoogd dat de vertrouwelijk opgenomen gesprekken op grond van artikel 359a Sv van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Daartoe is – kort samengevat – aangevoerd dat op onjuiste gronden is besloten om een vordering bij de rechter-commissaris te doen tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel, dat door de officier van justitie foutieve, althans onvolledige informatie aan de vordering is ten grondslag gelegd waardoor de rechter-commissaris bij de aanvraag en bij de verlengingen van de machtigingen op het verkeerde been is gezet en dat de rechter-commissaris op onjuiste gronden tot het verlenen van een verlenging van de machtiging heeft besloten. Daar komt bij dat geen sprake is van een verdenking die een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Aldus is sprake van een onherstelbaar vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting noopt, aldus de verdediging.

De raadsman heeft ten aanzien van de tenlastegelegde feiten subsidiair betoogd dat voorzichtigheid geboden is bij de interpretatie en daarmee het gebruik van de inhoud van de beschikbare OVC-gesprekken. In dit verband wijst de raadsman op de problematiek die [verdachte] heeft ervaren bij het uitluisteren van de gesprekken. Zo is [verdachte] niet de gelegenheid gegeven of zijn hem niet de juiste middelen ter beschikking gesteld om de gesprekken goed te beluisteren. De gesprekken die [verdachte] op dvd’s heeft kunnen beluisteren zijn volgens hem niet te verstaan vanwege de slechte geluidskwaliteit daarvan. Derhalve kan niet aan [verdachte] worden tegengeworpen dat hij in sommige gevallen niet de interpretatie aan de opgenomen gesproken heeft kunnen geven, aldus de raadsman.

feit 1:

De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van deelname aan een criminele organisatie, nu van een duurzaam, een gestructureerd karakter van de samenwerking en planmatigheid geen sprake is geweest. Hij heeft daarom verzocht [verdachte] vrij te spreken.

feit 2:

Volgens de raadsman ligt er volstrekt onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van de ramkraak bij [kledingwinkel] . Het gesprek waarin wordt gezegd “de vorige keer ging ik echt op m’n bakkes”(p. 2264) hoeft geen betrekking te hebben op de tenlastegelegde ramkraak. Daarnaast is op de camerabeelden niet te zien dat één van de daders valt, zoals door het openbaar ministerie wordt gesteld. De raadsman verzoekt [verdachte] vrij te spreken van dit feit.

feit 3 en feit 4:

Omdat nergens uit zou blijken dat [verdachte] de Opel Astra en de BMW heeft gestolen, voorhanden heeft gehad of heeft witgewassen, ook niet tezamen en in vereniging, vraagt de raadsman vrijspraak van deze feiten.

feit 5:

De raadsman heeft voor dit feit eveneens vrijspraak bepleit. Volgens de raadsman is het enige bewijs ten aanzien van de inbraak bij de woning aan [adres 2] te Oisterwijk de sigarettenpeuk met daarop het DNA van [verdachte] , welke peuk in de woning is aangetroffen. De raadsman stelt dat dit DNA-bewijs echter verplaatsbaar is. Hij wijst in dit verband op de mogelijkheid dat de peuk in het reliëf van een zool van een sportschoen mee naar binnen kan zijn gelopen en daar is achter gelaten.

Uit het procesdossier is niet op te maken dat [verdachte] in de woning is geweest, zodat vrijspraak dient te volgen.

feit 6:

De raadsman heeft primair vrijspraak betoogd van de huisvredebreuk, omdat de woning aan [adres 2] te Oisterwijk niet als zodanig, als woning werd gebruikt. De woning stond immers leeg. Ook herhaalt de raadsman zijn betoog over het DNA van [verdachte] op de sigarettenpeuk (feit 5). Uit niets komt naar voren dat [verdachte] zich in de woning heeft begeven.

De raadsman heeft subsidiair aangevoerd dat eendaadse samenloop aan de orde is ten opzichte van feit 5. De huisvredebreuk wordt daardoor als het ware geabsorbeerd door het meer indringende en meeromvattende verwijt van de inbraak, aldus de raadsman.

Meer subsidiair is door de raadsman opgemerkt dat, indien bewezen wordt geacht dat [verdachte] op meerdere momenten in de woning is geweest, de feiten (5 en 6) in een zodanig verband met elkaar staan dat zij moeten worden beschouwd als een voortgezette handeling.

feit 7:

De raadsman heeft betoogd dat op hetzelfde moment dat [verdachte] zich bij het benzinestation bevond er in het pand van [bedrijf 8] inbrekers aanwezig zijn. [verdachte] kan derhalve niet worden aangemerkt als dader. Tevens heeft de raadsman erop gewezen, dat de omstandigheid dat er telefoons worden uit- en ingeschakeld geen link oplevert met het onderhavige feit, omdat dit vaker gebeurt blijkens het dossier. Voorts betrof de auto bij [bedrijf 1] een BMW 4 serie, terwijl in de film van het openbaar ministerie wordt gesproken over de types M5 en 328i. De raadsman vraagt vrijspraak voor dit feit.

feit 8:

Omdat uit het dossier niet blijkt dat [verdachte] de Audi S5 voorhanden heeft gehad dan wel erover heeft kunnen beschikken, heeft de raadsman integraal vrijspraak gevraagd van de tenlastegelegde feiten.

feit 9:

De raadsman heeft aangevoerd dat op de camerabeelden geen persoon is waar te nemen van wie de kleding en het postuur overeenkomt met het signalement van [verdachte] . Uit de OVC-gesprekken blijkt niet dat deze over [bedrijf 2] gaan, dat er sprake is van daderinformatie bij [verdachte] of dat hij heeft meegedeeld in de buit. Een nauwe en bewuste samenwerking, waarbij [verdachte] een voldoende substantiële rol heeft gehad, is niet aan de orde. Daarom moet volgens de raadsman [verdachte] worden vrijgesproken van dit feit.

feit 10:

De raadsman heeft aangegeven dat [verdachte] dit feit heeft bekend. Hij refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank.

feit 11:

Volgens de raadsman volgt uit de OVC-gesprekken niet dat een link aanwezig is tussen de blauwe zwaailamp en de voorbereidingshandelingen voor een overval. Daarnaast is het onmogelijk om in een Volkswagen Polo of in een Audi S5 een grote hoeveelheid sigaretten te vervoeren. Deze voertuigen zijn dan ook niet deugdelijk als voorbereidingsmiddel. Gelet op de inhoud van de OVC-gesprekken zijn er bovendien geen concrete stappen gezet in de richting van een overval. De raadsman stelt dat het hier hooguit gaat om een fantasie van verdachten, zodat vrijspraak dient te volgen.

feit 12:

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van dit feit – de poging inbraak bij [bedrijf 4] – nu de door de getuigen opgegeven signalementen van de daders op de scooters niet met elkaar overeenstemmen en evenmin wijzen in de richting van [verdachte] . De raadsman noemt het tevens opvallend dat nergens in het dossier verder terugkomt dat door [verdachte] of medeverdachten van een scooter gebruik wordt gemaakt. De beschikbare OVC-informatie ten aanzien van dit feit is naar de mening van de raadsman te summier.

feit 13:

De raadsman heeft betoogd dat weliswaar een portofoon bij [verdachte] is gevonden, maar dat onduidelijk is gebleven of dit dezelfde portofoon betreft als die bij de inbraak in café [café] is gebruikt. Ook blijkt niet uit het dossier dat [verdachte] portofoons zou hebben gebruikt in relatie tot andere feiten. De raadsman geeft voorts aan met betrekking tot een OVC-gesprek tussen [naam 2] en [naam 1] , dat zich in Nederland meerdere [café] cafés bevinden en dat [verdachte] heeft verklaard dat een ex-partner op het [bedrijf 13] heeft gezeten. Het gesprek tussen [naam 2] en [naam 1] kan dan ook over een andere [café] of over voornoemde school zijn gegaan. De raadsman heeft verzocht [verdachte] vrij te spreken.

feit 14:

Door de raadsman is aangevoerd dat de aanwijzingen die kunnen duiden op de betrokkenheid van [verdachte] bij [bedrijf 5] , te algemeen van aard zijn. Als voorbeelden geeft hij daarbij het gebruik van een zwarte Audi A5 of A7 die bij de plaats delict zou zijn gezien en het uitschakelen van de mobiele telefoons. Bovendien acht de raadsman het onmogelijk dat [verdachte] bij [bedrijf 5] zou inbreken, nu hij zich blijkens het dossier op hetzelfde ogenblik nabij [bedrijf 2] zou bevinden. [verdachte] dient volgens de raadsman dan ook te worden vrijgesproken.

feit 15:

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak van de poging inbraak bij [bedrijf 6] Hij geeft aan dat het enige directe aanknopingspunt een op de camerabeelden waar te nemen vouwtrap is, waarvan het onvoldoende duidelijk is of dit de trap betreft die daadwerkelijk is gevonden in de garagebox aan de [adres 13] te Tilburg. Tevens vindt hij het onduidelijk wat getuige [naam 36] heeft gezien en wie de Audi S5 heeft gebruikt. Ook het uit- en inschakelen van de mobiele telefoons door [verdachte] en [naam 1] en de reistijd naar Yerseke in combinatie bezien met het ophalen van de Audi leiden in de visie van de raadsman niet tot bruikbaar bewijs.

feit 16:

De raadsman heeft aangevoerd dat het onduidelijk is gebleven of de in de Audi gevonden breekijzers dezelfde zijn als die op de camerabeelden zijn te zien. Hij voegt daaraan toe dat breekijzers in het algemeen rood zijn, zodat deze kleur geen uniek kenmerk is. Uit OVC-gesprekken volgt niet dat [verdachte] bij de inbraak betrokken is geweest. Op nagenoeg hetzelfde tijdstip van de inbraak bij [naam 15] zouden [verdachte] , [naam 2] en [naam 1] (om 23.50 uur) een inbraak hebben gepleegd bij een drankenhandel in Beringen (België), waarvoor zij recent zijn veroordeeld. De kluis die destijds is gestolen, is in Reusel opengemaakt en daar ook later teruggevonden. Dit maakt dat de reistijd vanuit Beringen inclusief de omweg naar Reusel te lang is voor de verdachten om eveneens de inbraak bij [naam 15] in Rijen te kunnen plegen. [verdachte] dient volgens de raadsman te worden vrijgesproken.

feit 17:

Nu volstrekt niet helder is over welk ‘concreet plan’ in de OVC-gesprek 375 wordt gesproken, een reistijd van ‘een uur, anderhalf uur’ vanaf Tilburg ook kan slaan op andere plaatsen in Nederland, België of Duitsland dan Zutphen, uit OVC-gesprek 411 niet blijkt over welke personen wordt gesproken, nergens uit volgt dat [verdachte] en [naam 1] ten tijde van het tenlastegelegde bij elkaar zijn geweest en de door het openbaar ministerie genoemde reistijden volgens het dossier niet kunnen kloppen, heeft de raadsman gevraagd [verdachte] vrij te spreken van de poging ramkraak bij [bedrijf 7] .

feit 18:

De raadsman heeft verzocht om [verdachte] vrij te spreken van het witwassen, nu onderzoek aan de kleding onmogelijk is gemaakt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank


De rechtmatigheid van het opnemen van vertrouwelijke communicatie
Op grond van artikel 126l Sv kan de officier van justitie bevelen dat een opsporingsambtenaar vertrouwelijke communicatie opneemt met een technisch hulpmiddel. Het moet dan gaan om de verdenking van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. De bevoegdheid mag daarnaast pas worden toegepast indien het onderzoek dit dringend vordert, waarmee de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit tot uitdrukking worden gebracht.

Het wettelijk systeem van toedeling van de bevoegdheid tot het bevelen van opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel houdt in dat die bevoegdheid aan de officier van justitie is verleend. De rechter-commissaris dient tevoren een schriftelijke machtiging te hebben verstrekt.

Het staat daarbij in eerste instantie ter beoordeling van de officier van justitie of sprake is van een verdenking als bedoeld in art. 126m, eerste lid, Sv en of het onderzoek dringend vordert dat gegevensverkeer wordt opgenomen. Bij deze laatste toetsing spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol.

De rechter-commissaris dient vervolgens bij de vraag of een machtiging kan worden verstrekt, te toetsen of aan bovenstaande wettelijke voorwaarden is voldaan. Aan de zittingsrechter ten slotte staat de rechtmatigheid van de toepassing van de bevoegdheid ter beoordeling. In het wettelijk systeem houdt die beoordeling, in een geval als het onderhavige waarin de rechter-commissaris tevoren een machtiging heeft verstrekt, een beantwoording in van de vraag of de rechter-commissaris in redelijkheid tot zijn oordeel omtrent die machtiging heeft kunnen komen.

Voorts omvat die beoordeling de vraag of het gebruik dat de officier van justitie vervolgens heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot het bevelen van het opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel in overeenstemming is met die machtiging en ook overigens rechtmatig is.

In de zaak tegen [verdachte] is voor het eerst op 21 januari 2016 naar aanleiding van een schriftelijke aanvraag van diezelfde datum, door de rechter-commissaris een machtiging verleend voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie voor een periode van vier weken in de Peugeot 307, voorzien van het kenteken [kenteken 4] op naam van [naam 23] , de vriendin van [verdachte] . Aan die vordering lag ten grondslag het proces-verbaal aanvraag bevel opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel van 18 januari 2016 (p. 3262). Daarin wordt, mede onder verwijzing naar het (start)proces-verbaal van verdenking (pv 10) uiteen gezet wat de verdenking is en waarom het belang van het onderzoek dringend vordert dat vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen met een technisch hulpmiddel. De rechter-commissaris heeft op 9 maart 2016, op schriftelijke vordering van de officier van justitie van 8 maart 2016, een machtiging tot verlenging van het bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel afgegeven voor een periode van ten hoogste vier weken.

In het onderzoek naar [verdachte] heeft de officier van justitie tevens op 10 februari 2016 mondeling gevorderd dat de rechter-commissaris een machtiging zal verlenen tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel in de Volkswagen Polo, voorzien van het kenteken [kenteken 5] . Deze mondelinge vordering is op 18 februari 2016 schriftelijk bevestigd. Op die datum heeft de rechter-commissaris de op 10 februari 2016 mondeling toegestane vordering schriftelijk bevestigd. Op schriftelijke vordering van de officier van justitie van 8 maart 2016 heeft de rechter-commissaris op 9 maart 2016 een machtiging tot verlenging van het bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel afgegeven voor een periode van ten hoogste vier weken.

De rechtbank dient dus te toetsen of de rechter-commissaris in redelijkheid heeft kunnen komen tot het verlenen van de schriftelijke machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie en de verlengingen daarvan. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend, gelet op het navolgende.

Uit het eerdergenoemde proces-verbaal van 18 januari 2016 en het proces-verbaal van verdenking volgt dat er tegen [verdachte] een verdenking bestond van betrokkenheid bij de ramkraak bij [kledingwinkel] te Oisterwijk, waarbij een gestolen auto als ramauto werd gebruikt. De drie daders vertrokken in een BMW. Ook was er ingebroken in een woning aan [adres 2] te Oisterwijk. In de garage behorende bij de woning werd kennelijk de vluchtauto, de BMW, aangetroffen. Deze auto bleek gestolen te zijn en was voorzien van gestolen kentekenplaten. Uit de garage werd een fiets gestolen. In de woning werd een peuk gevonden waarop het DNA van [verdachte] is aangetroffen.

Uit het proces-verbaal volgt voorts dat [verdachte] gebruik maakt van de auto van zijn vriendin, een Peugeot 307, kenteken [kenteken 4] . Uit informatie van de Belgische politie is gebleken dat in de grensstreek op 9 en 11 november 2015 twee ramkraken plaatsvonden, op 11 november een voorverkenning en op 12 november een inbraak. Uit ANPR-gegevens van de Belgische overheid bleek dat de Peugeot 307, kenteken [kenteken 4] tweemaal geregistreerd was rondom de tijdstippen dat deze feiten plaatsvonden. [verdachte] werd in augustus 2015 nog veroordeeld voor een ramkraak (onderzoek “Anjer”).

Het voorgaande in onderling verband bezien, leverde naar het oordeel van de rechtbank de verdenking op dat [verdachte] betrokken is bij verschillende strafbare feiten, waaronder ramkraken, meer in het bijzonder de ramkraak bij [kledingwinkel] te Oisterwijk. De stelling van de verdediging dat slechts sprake is van verdenking van een woninginbraak in een leegstaande woning, miskent het voorgaande. De aangetroffen peuk, bezien in samenhang met de aangetroffen BMW, rechtvaardigen de verdenking dat [verdachte] betrokken was bij de ramkraak op [kledingwinkel] . Naar het oordeel van de rechtbank leveren deze misdrijven in samenhang bezien een ernstige inbreuk op de rechtsorde op en rechtvaardigen de feiten de inzet van dit opsporingsmiddel.

In het proces-verbaal is gerelateerd dat het onderzoek de inzet van dit opsporingsmiddel dringend vorderde, omdat uit het eerdere onderzoek (onderzoek “Anjer”) is gebleken dat [verdachte] erg voorzichtig is tijdens telefoongesprekken, hij communiceert via Facetime, hij regelmatig van telefoon of telefoonnummer wisselde en dat hij regelmatig door anderen werd opgehaald of zelf anderen ophaalde, waardoor de politie de onderlinge communicatie niet geheel kon meekrijgen. Ook beschikte men op het moment van de aanvraag nog niet over het actuele telefoonnummer van [verdachte] . De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende is onderbouwd dat het onderzoek de inzet van het opsporingsmiddel dringend vorderde.

De verdediging heeft gesteld dat uit onderzoek “Anjer” in het geheel niet is gebleken dat [verdachte] voorzichtig via de telefoon communiceerde of vaak van telefoon of telefoonnummer wisselde en de rechter-commissaris daarmee op het verkeerde been is gezet. De rechtbank stelt vast dat het proces-verbaal op ambtseed is opgemaakt, zodat in beginsel van de juistheid daarvan mag worden uitgegaan. Het dossier van onderzoek “Anjer” maakt geen onderdeel uit van de processtukken in onderhavige zaak. De verdediging heeft haar, eerst ter zitting ingenomen stelling, ook niet nader onderbouwd. Dat de rechter-commissaris op het verkeerde been is gezet, is dan ook niet gebleken. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij.

Voor zover de stellingen van de verdediging met betrekking tot de telefonische communicatie door [verdachte] zien op de verleende machtiging en de verlenging daarvan voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie in de Volkswagen Polo heeft hetzelfde te gelden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de rechter-commissaris in redelijkheid een machtiging af kunnen geven tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie in de Peugeot 307. Dat geldt ook voor de verlenging van die machtiging. Ook overigens is niet gebleken dat de officier van justitie op onrechtmatige wijze gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid.

Uit het voorgaande volgt dat van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv geen sprake is. De rechtbank verwerpt het verweer.


Gebruik inhoud OVC-gesprekken als bewijsmiddel
Nu de rechtbank het bewijs grotendeels baseert op de inhoud van de aanwezige OVC-gesprekken en de raadsman aangaande dit onderwerp een verweer heeft gevoerd, overweegt zij het navolgende.

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot stemherkenning door verbalisanten de nodige voorzichtigheid moet worden betracht, omdat een dergelijke waarneming een sterk subjectief zintuigelijk element omvat. De rechtbank dient rekening te houden met de mogelijkheid dat een verbalisant zich kan vergissen. De rechtbank ziet echter in de onderhavige zaak geen aanleiding tot twijfel aan de stemherkenningen van de politie. Zo zijn er vele OVC-gesprekken beluisterd, waarin doorgaans dezelfde stemmen/personen zijn te horen. Daarnaast zijn de gesprekken door meerdere verbalisanten beluisterd en uitgewerkt, zodat ook daardoor de kans op een foutieve stemherkenning wordt verkleind. De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de constateringen van de verbalisanten met betrekking tot de stemherkenningen in de processen-verbaal waarin de OVC-gesprekken zijn opgenomen alsmede in de afzonderlijk opgemaakte processen-verbaal hieromtrent, waaronder ook een herstelproces-verbaal ter zake van een drietal fragmenten waarin de stemmen van medeverdachten [naam 1] , [naam 2] en/of [naam 3] zijn verwisseld. De rechtbank heeft in de processen-verbaal ter zake van de stemherkenningen geen onregelmatigheden opgemerkt. Indien geen stemherkenning heeft kunnen plaatsvinden, is in de OVC-gesprekken vermeld dat de sprekende persoon onbekend is, een ‘ [naam 38] ’ is.

De rechtbank is van oordeel dat de gehanteerde methodiek van de politie ter zake van de stemherkenningen dan ook zorgvuldig en met voldoende waarborgen is omkleed. Overigens is door de verdediging ook niet betwist dat [verdachte] op de OVC-gesprekken te horen is, daar waar uitlatingen aan hem worden toegeschreven.

De verdediging heeft betoogd dat de geluidskwaliteit van de dvd’s met de OVC-gesprekken zodanig slecht zou zijn geweest, dat deze gesprekken niet zijn te verstaan en dat ze daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd.

De rechtbank overweegt evenwel dat de verdediging in voldoende mate in de gelegenheid is gesteld om de dvd’s/usb-sticks met de OVC-gesprekken te beluisteren en daarvoor de eventueel nog benodigde computerapparatuur heeft ontvangen. De raadsman heeft immers in de periode tussen de eerdere zittingen van 16 juni 2016 en 8 september 2016 al dvd’s met de OVC-gesprekken ontvangen. De verdediging is er, naast de officier van justitie, door de rechtbank ter zitting van 29 januari 2018 nog nadrukkelijk op gewezen dat zij zich ook zelf moet inspannen om het beluisteren van de gesprekken mogelijk te maken. De recente inspanningen aan de zijde van het openbaar ministerie blijken uit de aanvullende processen-verbaal van de verbalisanten [verbalisant 5] en [naam 39] van, respectievelijk, 17 augustus 2018 en 9 februari 2018. Daarin wordt uiteengezet dat [verdachte] en medeverdachten op 6 februari 2018 een usb-stick met de OVC-gesprekken uitgereikt hebben gekregen, voormelde verbalisanten een instructie hebben gegeven over de indeling van de bestanden, de verbalisanten zich ervan hebben vergewist dat de bestanden te beluisteren zijn en de verdachten weten hoe de bestanden moeten worden beluisterd. Daarbij zijn de verdachten laptops en koptelefoons verschaft. Met behulp van de koptelefoons zijn de gesprekken volgens de verbalisanten beter hoorbaar. De verbalisanten hebben voorts opgemerkt dat bewoordingen/gesprekken, die niet te verstaan zijn, ook niet zijn uitgewerkt.

Ter zitting van 27 augustus 2018 is bovendien een aantal relevante fragmenten van OVC-gesprekken, als onderdeel van een film over een aantal feiten in het dossier, duidelijk te beluisteren geweest tijdens het requisitoir van de officier van justitie. [verdachte] heeft ter zitting aangegeven dat hij deze film ook voorafgaand aan de zitting heeft bekeken en beluisterd. Daarnaast merkt de rechtbank op dat [verdachte] ook aan de hand van de op papier uitgewerkte OVC-gesprekken zijn interpretatie had kunnen geven.

De rechtbank komt tot de slotsom dat alle OVC-gesprekken kunnen worden gebruikt als bewijsmiddelen.

De rechtbank zal eerst de feiten 2 tot en met 18 bespreken alvorens over te gaan tot bespreking van feit 1.

feiten 2 t/m 6:

Bewijs

Blijkens zijn aangifte1 had [naam 4] op 3 september 2015 omstreeks 22.00 uur zijn kledingwinkel genaamd [kledingwinkel] , gelegen aan [adres 14] te Oisterwijk afgesloten. Op 4 september 2015 omstreeks 04.30 uur vernam [naam 17] van de politie dat een ramkraak was gepleegd op zijn winkel. Toen [naam 17] aankwam bij zijn winkel, zag hij dat het gehele kozijn van de hoofdingang eruit was gereden.
2 heeft later verklaard dat in totaal 234 stuks kleding van het merk Stone Island en de gehele voorraad spijkerbroeken van het merk Seven Jeans zijn weggenomen.

Van deze ramkraak is beeldmateriaal opgenomen met een beveiligingscamera vanuit de winkel, die gericht was op de voordeur van het pand. Deze camerabeelden zijn uitgekeken door verbalisant [verbalisant 11]3. [verbalisant 11] vermeldt dat de tijdweergave een uur achter loopt op de werkelijke tijd van de inbraak. Hij nam het volgende waar:

- 03.27.40 uur:
Gezien vanuit de winkel kwam van de linkerzijde over de weg een stationwagen aangereden die achterwaarts werd ingeparkeerd en stopte voor het rechter etalageraam. Van links kwam daarna een man aangelopen. Van rechts stapte een man uit. Beide mannen liepen naar de kofferbak van de auto, openden deze en namen daaruit twee grote lichtkleurige zakken van ongeveer een meter hoog en met hengsels.
- 03.28.32 uur:

Er kwam van links nog een auto aangereden. Deze stopte ter hoogte van die eerste auto, reed meteen achteruit en ramde in een keer het rolhek en de deur van de winkel. De auto kwam na die ramactie in de winkel tot stilstand, doch werd direct weer naar buiten gereden.

- 03.28.50 uur:

De twee mannen die als eerste waren gearriveerd liepen via de geforceerde deuropening naar binnen, waarbij ze het rolhek opzij duwden. Beiden droegen een bivakmuts. Kort hierna kwam de bestuurder, ook met bivakmuts, uit de ramauto en ging ook de winkel binnen. Ondertussen is te zien dat er enkele lichtflitsen in de winkel waren, waarschijnlijk van één of meer zaklantaarns.

- 03.30.30 uur:

De drie mannen verlieten achter elkaar het winkelpand. Twee van hen hebben de eerder omschreven bags bij zich die gevuld leken te zijn. Eén van de mannen viel nog voordat hij de winkel kon verlaten. De bags werden door de drie mannen in de kofferruimte van de eerst gearriveerde auto gepropt. Eén van de mannen liep naar de linkerzijde van de auto en was kennelijk de chauffeur, evenals bij aankomst. De andere twee stapten aan de rechterzijde in, zowel voor als achter, hetgeen betekent dat het voertuig kennelijk voorzien is van vijf deuren. Het voertuig reed linksaf over [adres 1] weg, in verboden richting.

Verbalisant [verbalisant 12]4 was op 4 september 2015 omstreeks 04.30 uur ter plaatse aan [adres 14] te Oisterwijk en zag dat de voorgevel van de winkel kapot was. Hij zag tevens voor de ingang op het trottoir een oude Opel Astra Station met draaiende motor staan. Deze Opel stond met de achterzijde richting de entree van het pand. Dit voertuig was voorzien van kenteken [kenteken 1] .

In het proces-verbaal aantreffen gesignaleerd motorvoertuig5 is opgenomen dat de achterzijde van de Opel was beschadigd.

De Opel bleek te zijn gestolen bij een bedrijfspand te Dongen tussen 3 september 2015 te 21.00 uur en 4 september 2015 te 04.30 uur. Naast een aangifte van [naam 6]6, zijnde de eigenaar van het pand, ligt daarvan een aangifte van [naam 18]7, in wiens bedrijfsvoorraad de Opel stond. [naam 18] zag dat het hekwerk aan de zijkant van het bedrijfspand was weggeknipt en dat ook het hek bij het pand van de buren was opengeknipt.

Op 4 september 2015 werd geconstateerd dat in een leegstaand pand, dat te koop stond, aan de [adres 2] te Oisterwijk was ingebroken. Aangever [naam 8]8 heeft verklaard dat hij samen met zijn vrouw op 3 september 16.30 uur voor het laatst in die woning was geweest. Op 4 september 2015 omstreeks 15.00 uur zag [naam 20] dat in de garage bij de woning een voor hem onbekende auto stond. Dit betrof een blauwe BMW, voorzien van het kenteken [kenteken 6] . [naam 20] zag dat de auto wit was geworden door een laag poeder en dat er twee brandblussers bij de auto stonden die niet van hem waren. Op een tafel lagen kledinghangers. [naam 20] miste een damesfiets.

Hij zag dat de deur naar de schuur geforceerd was. De cilinder lag op de grond. Een ander deel van de cilinder zat in het slot. In de serre was een raam geforceerd. In de badkamer zag hij een pak koeken – waaruit er één ontbrak – en een fles siroop staan, die afkomstig waren uit een kastje in de keuken. In een aanvullend verhoor heeft [naam 20]9 aangegeven dat er uit de keuken nog drie afstandsbedieningen en enkele mokken waren weggenomen.

Ook verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 13]10 namen waar dat in de garage aan de [adres 2] te Oisterwijk een BMW station met kenteken [kenteken 6] stond, die zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde bedekt was door een laag wit poeder. Vervolgens zagen zij een grote hoeveelheid kledinghangers en een kledinglabel met de barcode van de kledingzaak [kledingwinkel] liggen. Volgens voornoemde verbalisanten waren de deur naar de schuur en een kiepraam tussen de serre en de schuur geforceerd.

Aan de voornoemde eigenaar van [kledingwinkel] , [naam 17] , werd het aangetroffen kledinglabel getoond, op welk label ook de tekst ‘Stone Island blauwe sweat’ was vermeld. Dit kledinglabel is volgens [naam 17]11 afkomstig van een uit zijn winkel ontvreemde sweater.
Op 5 september 2015 is een dertigtal kledinghangers geretourneerd aan [naam 17]12.

In de woning aan [adres 2] Oisterwijk is een sporenonderzoek13 verricht, waarbij een peuk – die lag op de vloer van de badkamer naast de toiletpot, voorzien van SIN-code AAIU4702NL – is veilig gesteld, bemonsterd en voor nader onderzoek naar het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) is verzonden.

Uit het NFI-onderzoek14 volgt dat de peuk een enkelvoudig DNA-profiel bevat, dat een match vertoont met het DNA-profiel van [verdachte] . Dit betekent dat het celmateriaal afkomstig kan zijn van [verdachte] . De berekende frequentie van het DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering is kleiner dan één op één miljard. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Door verbalisant [verbalisant 14]15 is nader onderzoek verricht naar de blauwe BMW, die in de garage van het pand aan [adres 2] was aangetroffen, voorzien van kenteken [kenteken 6] . Het ingeslagen chassisnummer betrof: [chassisnummer 1] . Na bevraging in het RDW-register werd geconstateerd dat dit chassisnummer toebehoort aan een blauwe BMW met kenteken [kenteken 2] .
De BMW Touring type 535 met laatstgenoemd kenteken en voormeld chassisnummer was volgens de aangifte van [naam 7]16 tussen 24 juli 2015 18.00 uur en 14 augustus 2015 08.00 uur gestolen op een bedrijventerrein te Klazienaveen.

De kentekenplaten ( [kenteken 6] ) op de aangetroffen BMW bleken te zijn gestolen te Oisterwijk tussen 3 en 4 september 201517.

Vanuit de Volkswagen Polo, met kenteken [kenteken 5] , die op naam staat van [naam 24]18, de vriendin van medeverdachte [naam 2] , zijn velerlei OVC-gesprekken uitgeluisterd, zoals:

- Sessie 90 op 22-02-2016 vanaf 6.54.04 uur19:

[verdachte] : Hé maar [naam 1] , wij moeten vanavond gewoon letterlijk 40 seconden daar binnen zijn he; 40 seconden bezig zijn met laden.

[naam 2] : Dat lukt wel man. Nou is het ook niet netjes achterin leggen toch? Nou is het gewoon zo gooien.

[verdachte] : Ge moet ‘m vol gooien, alle twee een lus pakken en dan meeslepen rennend. Maar vorige keer ging ik op m’n bakkes jongen toen ik al die spijkerbroeken moest meenemen jonge. Hij bleef hangen achter een tafel jonge he. Ik flikkerde zo recht vooruit. Dat was echt kut daar bij [kledingwinkel] he. Daar was alles dicht op elkaar zo jonge.

- Sessie 251 op 21-03-2016 vanaf 15.43.53 uur20:

[verdachte] : September man.

[naam 3] : September!!!

[naam 3] : Hier zie je, september, klopt in ieder geval.

[naam 1] : Maat ik zeg jou, is in november gebeurd.

[verdachte] : 2014?

[naam 3] : Nee man, kan dat nou, dat hebben we in 2015 toch gedaan, voor Nieuwjaar hebben we dat toch gedaan, in 2015, ja jongen… Ik dacht november.

[verdachte] : Ooh hier, 4 september. Ja, inbrekers hebben in de nacht van donderdag op vrijdag een ramkraak gepleegd op een kleren, kledingwinkel op [adres 1] in Oisterwijk aldus de politie, het is nog onbekend wie er met de gestolen auto.

[naam 3] : Wat, 4 september?

[verdachte] : Ja.

[naam 3] : Ja, zie je wel, hoe komen wij dan bij december maat, er zit 3 maanden verschil, dus dat klopt sowieso dat verhaal niet, kunnen wij het niet in december aangeboden hebben, ik bedoel, je zit nooit 3 maanden met kleren, dat klopt al niet dat verhaal.

Vanaf 15.46.08 uur:

[naam 3] : je ziet al sowieso dat er iets niet klopt, want in september hebben wij die kleren gepakt, dat was niet in december dus dan kunnen we ze ook niet in december hebben aangeboden, dus dan klopt dat hele verhaal niet. Maar in decembermaand hebben wij helemaal geen klerenwinkel, helemaal geen Stone Island gehad.

- Sessie 350 op 18-05-2016 vanaf 00.57.27 uur21:

[naam 1] : Ja. Ik weet nog, die avond, de auto.

[naam 2] : Welke auto?
[naam 1] : 535. Die hebben we achtergelaten daar. Nadat we die shit grepen, waren we in zo’n osso gaan zitten…Je weet toch. Daarna hebben we die daar laten staan en hebben we die brandblussers erin leeggespoten.
[naam 2] : In de auto hebben jullie die leeggespoten?
[naam 1] : Ja.

Vanuit de blauwe Peugeot 307, met kenteken [kenteken 8] , die op naam staat van [naam 23] , zijnde de (ex)partner van [verdachte] , zijn eveneens OVC-gesprekken uitgeluisterd, zoals:

- Sessie 37B op 4 maart 2016, vanaf 17.34.25 uur22:
[naam 1] : We hebben een filmpje te pakken.
[verdachte] : Welk filmpje.
[naam 1] : Maandag Opsporing Verzocht, nee Bureau Brabant.
[naam 2] : Bureau Brabant.
[verdachte] : Echt!!?? Da mende nie. Hou ik van, hou ik van, is er weer een bij voor op de usb-stick.

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5]23 is vermeld dat bij de opsporingsprogramma’s Bureau Brabant en Opsporing Verzocht de ramkraak bij [kledingwinkel] aan de orde is geweest. [verbalisant 5] geeft aan dat het regionale opsporingsprogramma Bureau Brabant op maandag 7 maart 2016 zendtijd besteedde aan een reconstructie van de ramkraak bij [kledingwinkel] . Op donderdag 3 maart 2016 werd daarvan door Bureau Brabant een aankondiging gedaan. [verbalisant 5] relateert dat slechts een gedeelte van de originele opnamen die waren gemaakt met de beveiligingscamera’s van [kledingwinkel] op 7 maart op televisie werd getoond. Zo werd bijvoorbeeld niet uitgezonden dat op de camerabeelden op 4 september 2015 te 03.30.16 uur was te zien dat één van de drie daders op de grond viel voordat hij de winkel kon verlaten.
In het programma werd verteld dat de gebruikte vluchtauto, de BMW, werd aangetroffen in een schuur behorende bij een woning gelegen aan [adres 2] te Oisterwijk. Daarbij werden de woning en de schuur vanaf de buitenzijde in beeld gebracht. Tevens werd een foto getoond van de bewuste blauwe BMW met de gestolen kentekenplaten [kenteken 6] .

Verbalisant [verbalisant 5] heeft voorts gerelateerd dat [naam 1] over een osso en leegspuiten van brandblussers in een 535 heeft gesproken, 17 uur voor de eerste uitzending bij Bureau Brabant. In die uitzending is niet verteld dat de auto was ondergespoten met poeder uit poederblussers.24

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat uit de omschreven camerabeelden van [kledingwinkel] kan worden afgeleid dat de ramkraak bij deze winkel door drie personen is begaan, die gebruik hebben gemaakt van een tweetal auto’s. Eén daarvan betrof een stationwagen. Het mag als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat bij een ramkraak door de daders veelal gestolen auto’s worden aangewend. Gelet op de op de plaats delict aangetroffen beschadigde Opel Astra en de aangetroffen BMW 535 Touring met gestolen kentekenplaten in de garage van [adres 2] met daarbij een grote hoeveelheid kledinghangers en een kledinglabel van [kledingwinkel] en de omstandigheid dat medeverdachte [naam 1] in een gesprek zegt dat ze een auto hebben achtergelaten en brandblussers daarin hebben leeggespoten, kan worden vastgesteld dat deze Opel en BMW voor de ramkraak zijn gebruikt. De Opel is gebruikt als ramauto en de BMW als laad- en vluchtauto. De op de camerabeelden waargenomen stationwagen past ook bij het uiterlijk van de BMW, in die zin dat de achtergelaten BMW ook een stationwagen model is. Ook staat op grond van de aangiftes vast dat deze auto’s voorafgaand aan de ramkraak zijn gestolen. De rechtbank legt tevens een link tussen de ramkraak, de diefstal van de BMW en de inbraak in de woning aan [adres 2] te Oisterwijk, nu de bij de ramkraak gebruikte BMW kort daarna in de garage van deze woning is aangetroffen en in dezelfde tijdspanne zowel uit de garage als de woning diverse goederen zijn ontvreemd, terwijl naast die BMW goederen werden aangetroffen afkomstig van [kledingwinkel] .

De rechtbank ziet zich ten aanzien van feit 2 voor de vraag gesteld of [verdachte] één van de drie personen is geweest, die bij de ramkraak betrokken is geweest.

In de badkamer van de woning aan de [adres 2] , waarvan in de garage van die woning de BMW, een kledinglabel en kledinghangers van [kledingwinkel] zijn aangetroffen, is een peuk aangetroffen met daarop celmateriaal (DNA) van [verdachte] . Daarnaast heeft de rechtbank in het bijzonder de inhoud van de aangehaalde OVC-gesprekken in ogenschouw genomen, aan welke gesprekken [verdachte] heeft deelgenomen.

In de OVC-gesprekken wordt door [verdachte] , [naam 1] en [naam 3] openlijk over de in september gepleegde ramkraak bij [kledingwinkel] gesproken. Zij spreken daarbij over een auto, een ‘535’ (BMW) die is achtergelaten bij een “osso” (is straattaal voor huis), waar ze “nadat ze die shit grepen” naar toe zijn gegaan. Ook praten ze in relatie tot de ramkraak op

4 maart 2016 over de aangekondigde uitzending van Bureau Brabant (de aankondiging dateert van 3 maart 2016). De rechtbank hecht met name waarde aan de opmerking van [naam 1] dat in de BMW 535 “brandblussers zijn leeggespoten”, alsmede aan de opmerking van [verdachte] dat hij “de vorige keer op z’n bakkes ging toen hij al die spijkerbroeken moest meenemen. Daar bij [kledingwinkel] .” Dit duidt op daderwetenschap. De omstandigheden van het leegspuiten van brandblussers en de val van één van de daders bij het verlaten van de winkel van [kledingwinkel] , zijn immers (bewust) niet tijdens de opsporingsprogramma’s Bureau Brabant en Opsporing Verzocht bekend gemaakt dan wel getoond. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat op de beelden goed is te zien dat één van de daders onderuit is gegaan en is zij er van overtuigd geraakt dat [verdachte] deze “vallende” dader is geweest.

Gelet op de onderlinge samenhang van de bewijsmiddelen, concludeert de rechtbank dat [verdachte] één van de personen is geweest op de camerabeelden, die de ramkraak bij [kledingwinkel] heeft gepleegd. De rechtbank acht daarmee feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Op basis van met name de OVC-gesprekken is zij van oordeel dat [verdachte] dit feit tezamen en in vereniging met [naam 1] en [naam 3] heeft gepleegd.

Gezien het geschetste verband tussen de ramkraak bij [kledingwinkel] en de gestolen Opel Astra, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [naam 1] en [naam 3] eveneens betrokken zijn geweest bij het plegen van feit 3.

De rechtbank overweegt dat, blijkens de tijdstippen van de camerabeelden en de aangifte [naam 17] , de inbraak bij [kledingwinkel] te Oisterwijk op 4 september omstreeks 04.27/04.30 uur heeft plaatsgevonden. De Opel is korte tijd tevoren weggenomen op een adres te Dongen, liggend ongeveer op 27 kilometer afstand van Oisterwijk; volgens de aangifte van [naam 6] tussen 3 september 2015 te 21.00 uur en 4 september 2015 te 04.30 uur. Nu er sprake is van een kort tijdsbestek tussen het voorhanden hebben van de Opel tijdens de ramkraak en het plegen van de diefstal van de Opel en deze feiten zich beide (nagenoeg) in de nachtelijke uren hebben voorgedaan, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [naam 1] en [naam 3] degenen zijn geweest die zich hebben schuldig gemaakt aan de diefstal van de Opel. Daarin heeft de rechtbank de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (zie bijvoorbeeld Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:644) aangaande het onderscheid tussen diefstal, heling en witwassen meegewogen. Verdachten hebben immers geen redelijke, geloofwaardige en ontzenuwende verklaring gegeven voor het feit dat zij de auto, kort nadat deze was gestolen, bij de ramkraak voorhanden hebben gehad.

De rechtbank acht dan ook feit 3 primair wettig en overtuigend bewezen.

Voor het gebruik van de gestolen BMW ligt dit anders. Het tijdsverloop tussen het moment van de diefstal van dit voertuig – gelegen tussen 24 juli 2015 en 14 augustus 2015 – en het tijdstip van de ramkraak – op 4 september 2015 – is te groot om aan te nemen dat [verdachte] en/of medeverdachten direct bij de diefstal betrokken zijn geweest. Dat de valse kentekenplaten op de BMW wél kort te voren – tussen 3 september 23.30 uur en het tijdstip van de ramkraak op 4 september 2015 te 04.27/04.30 uur – zijn ontvreemd te Oisterwijk, maakt dit niet anders. Verder zijn er geen aanknopingspunten aanwezig die op het plegen van de diefstal door [verdachte] kunnen duiden. De rechtbank zal daarom [verdachte] vrijspreken van de onder feit 4 primair tenlastegelegde diefstal.

Ook voor opzet- of schuldheling ziet de rechtbank onvoldoende bewijs, nu niet kan worden vastgesteld dat [verdachte] op het moment van het verwerven of voorhanden hebben van de BMW de wetenschap had dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de auto van misdrijf afkomstig was. De rechtbank zal [verdachte] om die reden vrijspreken van het onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde.

De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie dat het voorhanden hebben en het gebruik van de BMW door [verdachte] en de medeverdachten [naam 1] en [naam 3] is te kwalificeren als opzetwitwassen. Hoewel het precieze moment van verkrijging van de auto niet kan worden vastgesteld, moeten de verdachten op enig moment hebben geweten dat de auto uit misdrijf afkomstig was. De rechtbank slaat verder acht op de omstandigheden dat zij dit voertuig bij de ramkraak hebben gebruikt, dat zeer kort voorafgaand aan de ramkraak gestolen kentekenplaten op de BMW zijn aangebracht (zijnde een verhullingshandeling) en dat de auto werd achtergelaten in een leegstaande garage van derden nadat deze eerst aan de binnen- en buitenkant met bluspoeder werd bedekt om kennelijk eventuele sporen te wissen.

De rechtbank acht derhalve feit 4 meer subsidiair, opzetwitwassen, wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft hiervoor gewezen op het verband tussen de feiten 2 tot en met 5. In het bijzonder neemt de rechtbank ter zake van feit 5 als bewijsmiddelen in aanmerking de aangifte van [naam 20] , de bevindingen van de politie aangaande het aantreffen van de BMW op voornoemd adres (met het kledinglabel en de kledinghangers van [kledingwinkel] ), de aangetroffen sigarettenpeuk met DNA van [verdachte] in de woning en OVC-gesprek 350 tussen [naam 1] en [naam 2] . Uit dit gesprek is af te leiden dat [naam 1] en anderen de BMW 535 hadden achtergelaten nadat ze een diefstal hadden gepleegd en ze in een huis waren gaan zitten. Tevens heeft de rechtbank in de beoordeling betrokken het gegeven dat de ramkraak bij [kledingwinkel] en de inbraak aan [adres 2] op dezelfde dag en in dezelfde plaats zijn gepleegd. Het aantreffen van de peuk met daarop het DNA-materiaal van [verdachte] wijst rechtstreeks op de betrokkenheid van [verdachte] bij feit 5. De uitlatingen van [naam 1] in OVC-gesprek 350 wijzen concreet op de betrokkenheid van [naam 1] .

De rechtbank gaat er voorts van uit dat ook [naam 3] na de ramkraak is meegegaan naar [adres 2] en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan de inbraak. Zij baseert zich daarbij op de camerabeelden van [kledingwinkel] waarop drie personen te zien zijn die het winkelpand zijn binnengegaan en ook weer hebben verlaten, en vervolgens in een auto zijn gestapt. Verder betrekt de rechtbank hierbij het aangehaalde OVC-gesprek, waaruit kan worden geconcludeerd dat de plegers van de ramkraak aansluitend met de BMW zijn doorgereden naar De Logt. Noch uit dit gesprek noch uit andere al dan niet beschreven omstandigheden in het dossier volgt dat [naam 3] tussentijds de auto heeft verlaten of dat hij niet in de woning of garage aan De Logt zou zijn geweest. De rechtbank oordeelt derhalve dat ook [naam 3] van het begin tot het eind, bij het plegen van de feiten 2 tot en met 5 aanwezig is geweest.

De raadsman heeft opgeworpen dat de sigarettenpeuk met daarop het DNA van [verdachte] een verplaatsbaar voorwerp betreft en dat deze mogelijk in het reliëf van een zool van een schoen door een ander dan [verdachte] mee in de woning kan zijn gelopen.

De rechtbank overweegt daartoe dat de enkele vondst van aangetroffen DNA op een sigarettenpeuk – zijnde een verplaatsbaar object –, dat een match met verdachte oplevert, in het pand waar de diefstal is gepleegd onder omstandigheden onvoldoende is om tot wettig en overtuigend bewijs te kunnen dienen. Deze vondst wordt evenwel door de rechtbank bezien in het licht van de overige beschikbare bewijsmiddelen. Daarnaast geldt dat van een verdachte in het geval van een dergelijke belastende omstandigheid kan worden gevergd dat hij een ontzenuwende en aannemelijke verklaring daarover aflegt. Uit de jurisprudentie (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2018:796) volgt dat, indien een dergelijke verklaring achterwege blijft, deze belastende omstandigheid kan bijdragen tot het bewijs.

Nu [verdachte] geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een dergelijke redengevende verklaring af te leggen, zal de rechtbank het resultaat van het DNA-onderzoek, aldus naast de andere bewijsmiddelen, voor het bewijs bezigen.

De rechtbank acht feit 5 wettig en overtuigend bewezen.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de onder feit 6 tenlastegelegde huisvredebreuk.

Het huis aan [adres 2] te Oisterwijk stond ten tijde van de aangifte al anderhalf jaar leeg en te koop. De eigenaren, aangever [naam 20] en zijn echtgenote, waren sinds die tijd woonachtig op een ander adres. Zij kwamen enkel nog drie maal per week naar de woning aan De Logt om te controleren of alles in orde was en om koffie te drinken.

Gelet op deze situatie kan niet worden gesteld dat er sprake is geweest van feitelijke bewoning, van een vaste verblijfplaats van personen en daarmee van een “woning bij een ander in gebruik” zoals in de tenlastelegging en in artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht is opgenomen. Het belang, het recht dat genoemd artikel beoogd te beschermen – te weten het huisrecht van een ander dat wordt ontleend aan de feitelijke bewoning – wordt dan ook niet geschonden.

feit 7:

Bewijs

[naam 9] 25, zijnde mede-eigenaar van het bedrijf [bedrijf 8] aan de [adres 3] heeft bij zijn aangifte verklaard dat hij het bedrijf op 13 februari 2016 tussen 13.00 uur en 14.00 uur had afgesloten en hij het alarmsysteem destijds niet in werking had gesteld. Op 15 februari 2016 omstreeks 06.30 uur werd ontdekt dat er was ingebroken in het bedrijf. Toen [naam 9] ter plaatse kwam, zag hij dat de voordeur en andere toegangsdeuren waren geforceerd, cilinders waren afgebroken, een zijruit kapot was en dat kantoorruimtes waren doorzocht. In het achterste kantoor stond op een whiteboard: “kakka fox de wijkagent.” Volgens [naam 9] zijn de volgende goederen ontvreemd: een recorder van een camerasysteem, een kluis, reservesleutels van drie auto’s, een bedrag tussen € 12.000,00 en 13.000,00 in biljetten, € 1.000,00 kleingeld, een iPhone 5, een iPhone 6 en buitenlands geld ter waarde van maximaal € 3.000,00 (waaronder Hong Kong dollars).

In een gesprek tussen verbalisant [verbalisant 3]26 en de eigenaren [naam 9] en [naam 40] van [bedrijf 8] komt naar voren dat de daders ook nog een brandblusser en een politiedossier, dat in de kluis had gelegen, hadden weggenomen.

Aangever [naam 40] heeft verklaard dat de buitenlandse valuta die zijn weggenomen onder meer betrof valuta uit China, Denemarken, Dubai, Engeland, Hong Kong, India, Indonesië, Maleisië, Oekraïne, Polen, Suriname, Thailand, Zweden, Hongarije, en mogelijk ook Senegal, Rusland en Zuid-Afrika. Verder is de derde vennoot van het bedrijf in Vietnam geweest.27

Door verbalisant [verbalisant 3]28 zijn beelden bekeken van een beveiligingscamera van het nabijgelegen bedrijfsterrein van [bedrijf 10] te Tilburg, waarbij rechtsboven in beeld het bedrijf [bedrijf 8] zichtbaar was.

Op de beelden werd door [verbalisant 3] waargenomen dat op 14 februari 2016 om 01.40.23 uur een persoon zichtbaar was, die gezien vanuit de camerapositie van rechts naar links liep en vermoedelijk achter een aldaar gelegen elektriciteitshuisje ging staan.

Om 01.40.29 uur was een tweede persoon zichtbaar, die van rechts naar links liep en vermoedelijk achter een aldaar gelegen elektriciteitshuisje ging staan.

Om 02.16.13 uur liep een persoon langs de linker voorgevel in de richting van de voordeur van het bedrijf [bedrijf 1] .

Om 02.16.19 uur liep een tweede persoon langs de linker voorgevel in de richting van de voordeur van [bedrijf 1] .

Om 02.16.19 uur liep een derde persoon langs de linker voorgevel in de richting van de voordeur van [bedrijf 1] .

Om 02.21.17 uur was de verlichting op de eerste verdieping van het gebouw van [bedrijf 1] aan de straatzijde met de Zevenheuvelenweg nog uit.

Om 02.21.17 uur werd de verlichting in de ruimte bij raam 1 ontstoken, op de eerste verdieping aan de straatzijde.

Om 02.25.34 uur werd de verlichting in de ruimte bij raam 2 ontstoken. Op de eerste verdieping, aan de straatzijde met de Zevenheuvelenweg.

Om 02.46.57 uur ging de verlichting in de ruimte bij raam 2 uit.

Door verbalisant [verbalisant 3] werden tevens de camerabeelden van 14 februari 2016 bekeken, die werden verkregen van het [naam 41] ’ ( [bedrijf 9] ) gevestigd aan de [adres 16] te Tilburg29.

Op de beelden werd door [verbalisant 3] waargenomen dat op 14 februari 2016 om 02.52.51 uur een blauwe Peugeot 307 aan kwam rijden en stopte bij de middelste benzinepomp.

Om 02.52.56 uur stapte er een blanke manspersoon (man 1) uit aan de passagierszijde van de Peugeot en liep in de richting van de shop van de benzinepomp.

Om 02.52.58 uur stapte er achter de bestuurder van de Peugeot een manspersoon (man 2) uit.

Om 02.53.02 uur liep man 2 richting de shop van de benzinepomp. Deze man was blank. Om 02.53.30 uur stond man 2 voor de kassa.

[verbalisant 3] herkende man 2 ambtshalve als zijnde [naam 3] aan zijn postuur, gezicht, haardracht en tatoeages welke op zijn linkerhand zichtbaar waren.

Om 02.53.43 uur zag [verbalisant 3] dat [naam 3] een bundeltje bankbiljetten pakte en met één bankbiljet afrekende.

Om 02.54.31 uur stond man 1 bij de kassa. [verbalisant 3] herkende man 1 ambtshalve als zijnde [naam 1] , aan zijn postuur, gezicht, haardracht, lichte ringbaard en wenkbrauwen. [verbalisant 3] zag dat [naam 1] een bundeltje (met daarin vermoedelijk bankbiljetten) pakte en dit op de balie legde.

[naam 3] en [naam 1] liepen na het afrekenen terug naar eerder genoemde blauwe Peugeot 307. Gezien werd dat [naam 1] als passagier rechts voorin stapte en dat [naam 3] als bijrijder linksachter de bestuurder instapte.

Om 02.55.42 uur verliet de Peugeot het [naam 41] en reed weg.

Vanuit de eerder genoemde Peugeot 307, met kenteken [kenteken 4] , zijn met betrekking tot de datum van de inbraak bij [bedrijf 1] de volgende OVC-gesprekken uitgeluisterd en uitgewerkt:

- Sessie 37 op 14 februari 2016 vanaf 02.46.24 uur30.

Locatie start: [adres 17] . Locatie eind: [adres 18]

Onbekend: Ik duik zo mn nest in oehh…

[naam 3] : Ik heb nog steeds die kluissleutels in mijn zak hey kutzooi.

[naam 1] : Hey, ik ben wel blij dat we die camerabeelden niet eh…

[naam 3] : Wat moet ik daarmee doen, met die kluissleutels?

[verdachte] : … in een put gooien ergens.

[naam 3] : camera’s meegenomen, ja jongen snap ik.

02.48.57

uur:

[naam 1] : Ik heb daar nog een stukje tekst geschreven met fok de wijkagent (fon).

Jij ook he, jij met kaka.

02.53.49-02.55.23 uur: opmerking verbalisant: Peugeot staat volgens de GPS stil ter hoogte van de [adres 19] , waarschijnlijk bij het [bedrijf 9] tankstation.

03.13.35

uur:

Opmerking verbalisant: [verdachte] en [naam 1] , de inzittenden van de Peugeot voeren een gesprek met twee andere mannen die niet in de Peugeot zitten aangezien hun stemmen veel zachter klinken.

[verdachte] : Maar wij gingen net een torrie doen ergens he. Snel snel eigenlijk he. Autootje voor de deur. Deur open gegooid. Rent naar binnen. Er ligt nog best wel een grote koeloe (fon). Maar die alarm, die alarm gaat gewoon helemaal niet af toch. Wij maken die cruiser (fon) daar open. Wij zien allemaal. Wij zien daar nog 2 kluissleutels. Want wij gaan terug, maar die gebouw is letterlijk net zo groot als dit, en daar de helft.

[naam 1] : Maar wij zijn niet in de loods geweest.

[verdachte] : autosleutels van de vier TRI twee GTE sleutels.

[naam 1] : die vent bleek nog een pedo te zijn.

[verdachte] : Ja, strafdossier erin zitten van een pedo… zijn strafdossier vonden wij in die kluis.

[naam 1] : Weet je wat ik op die bord had geschreven daarbinnen? Fuck de wijkagent. Wollah en hij had gezegd kaka.

[verdachte] : Wij hebben letterlijk buitenlands geld van 20 verschillende landen… Ja maar allemaal, weinig… D (fon) die zit erbij Dubai. En Zweedse kronen en Zwitsers geld.

[naam 38] : Wollah, is dat, is het een groot bedrijf, soort van miljoenen?

[verdachte] : Ja, jongen.

03.22.23

uur:

[verdachte] : Toen gingen we vanavond weer naar terug om die camerakoffer (fon) mee te nemen… We waren helemaal niet uit de auto, de tweede keer. Eerst keer snel snel die auto (fon) meegenomen en daarna zijn we teruggegaan te voet. Maar wij lopen daarheen wij stappen uit op een weg. Een industrieterrein, daar hebben wij helemaal niks te zoeken wij stappen met z’n drieën uit. … Je kunt aan de andere kant zo naar binnen, wij moesten via een hek…Wij zijn voor naar binnen gegaan, controlepost, daar hing een alarmkap en die staat gewoon op ‘groen lampje’. Toen heb ik een raam ingetikt, dat je zal ik maar zeggen in die bedrijfshal komt.

Daarnaast heeft verbalisant [verbalisant 4]31 bemerkt dat met een telefoon in gebruik bij [naam 1] (nummer [telefoonnummer] ) in twee verschillende sessies naar twee websites voor valutakoersen was gekeken. Zo werd op 14 februari 2016 omstreeks 13.46 uur, in sessie 11992, gekeken naar de koers van de Hong Kong dollar op www.wisselkoers.nl. Dezelfde dag omstreeks 14.53 uur, in sessie 11993, werd gekeken naar de koers van de Hong Kong dollar op www.valuta.nl.

Op 12 april 2016 is de woning aan de [adres 20] , waar [naam 3] regelmatig verbleef, doorzocht. In de slaapkamer waar hij regelmatig verbleef werden vreemde valuta aangetroffen. Het betrof Russische roebels, Surinaamse dollars, Vietnamese Dong, Omaanse rial en Senegalese franks32.

[naam 3] heeft zichzelf en [naam 1] op printscreens van de camerabeelden van het tankstation herkend.33

Bewijsoverweging

Op grond van het vorenstaande, in onderling samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat het [verdachte] , [naam 1] en [naam 3] zijn geweest die de inbraak bij [bedrijf 8] hebben gepleegd. De rechtbank heeft daarvoor met name in ogenschouw genomen dat op de camerabeelden afkomstig van [bedrijf 10] is waar te nemen dat drie personen bij het gebouw van [bedrijf 8] rondliepen en dat blijkens de camerabeelden van het [bedrijf 9] benzinestation aan de Ringbaan-Oost ongeveer zes minuten na het uitgaan van het licht in dit gebouw een blauwe Peugeot 307 bij dit benzinestation kwam aanrijden waarin in elk geval drie personen moeten hebben gezeten. De rechtbank acht bewezen dat [naam 1] en [naam 3] twee van deze personen zijn geweest, die ook zijn uitgestapt bij het benzinestation. Zij zijn immers herkend door verbalisanten. Ook [naam 3] heeft zichzelf herkend op deze camerabeelden.

De afstand tussen de adressen van [bedrijf 8] en het benzinestation is ongeveer 4,5 kilometer en is met de normale, toegestane rijsnelheid binnen zeven minuten af te leggen. Het is in het geheel niet ondenkbaar dat door de bestuurder harder is gereden, omdat de verdachten zich na het plegen van de inbraak snel uit de voeten hebben willen maken. Bovendien zijn in de nachtelijke uren minder verkeersdeelnemers op de weg, hetgeen de reistijd kan verkorten. Het verschil van één minuut reistijd valt derhalve met deze combinatie van omstandigheden te verklaren.

Tevens komt uit de OVC-gesprekken vanuit de Peugeot, die direct na de inbraak zijn gevoerd, naar voren dat [verdachte] , [naam 1] en [naam 3] in de bewuste nacht samen in die Peugeot hebben gezeten, samen op pad zijn geweest en net een ‘torrie’ (is straattaal voor ‘inbraak’) hebben gedaan. Deze omstandigheden wijzen er op dat deze drie verdachten de inbraak bij [bedrijf 8] hebben gepleegd en onmiddellijk daarna naar het tankstation zijn gereden.

De rechtbank gaat er aldus van uit dat [verdachte] de bestuurder van de Peugeot is geweest, gezien de gevoerde OVC-gesprekken en het gegeven dat deze auto aan zijn (ex)partner toebehoorde. [verdachte] heeft ook geen verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid in deze auto kort na de inbraak, waaruit zou kunnen volgen dat hij desalniettemin niet betrokken was bij de diefstal of dat zijn rol niet valt te bestempelen als die van medepleger.

Tot slot is gebleken dat in de OVC-gesprekken door de verdachten specifieke voorwerpen en omstandigheden worden genoemd die eveneens in de aangifte en – in mindere mate – op de camerabeelden terugkomen, zoals het straf/politiedossier, de kluis(sleutels)/“kloezoe”, de buitenlandse valuta, de op het whiteboard geschreven woorden “kakka, fock de wijkagent”, het meenemen van (de recorder) van de beveiligingscamera en dat het alarm niet was ingesteld/afging. [verdachte] en zijn mededaders hadden dus zeer kort na de inbraak specifieke daderkennis. Bovendien heeft [naam 1] op dezelfde dag, als dat bij [bedrijf 8] Hong Kong dollars werden gestolen, de wisselkoersen gecheckt van deze niet alledaagse valuta. Ten slotte zijn bij [naam 3] diverse buitenlandse valuta aangetroffen, die door een van de aangevers zijn genoemd als zijnde weg genomen bij de inbraak.

De rechtbank passeert het verweer van de raadsman dat [verdachte] niet als één van de daders kan worden aangemerkt, omdat hij zich ten tijde van de inbraak bij [bedrijf 8] bij het tankstation bevond. Gelet op de voormelde tijdstippen van de camerabeelden, kan de redenering van de raadsman niet juist zijn. Het verweer wordt verworpen.

De rechtbank acht feit 7 wettig en overtuigend bewezen.

feit 8:

Bewijs

Aangever [naam 10]34 heeft verklaard dat zijn vriendin op 17 februari 2016 omstreeks 23.00 uur zijn auto, een zwarte Audi S5, voorzien van kenteken [kenteken 3] op de oprit van zijn woning te Tilburg parkeerde. Op 18 februari 2016 omstreeks 11.05 uur ontdekte zijn vriendin dat de auto was verdwenen. Het chassisnummer van de auto is [chassisnummer 2] , het bouwjaar is 2012.

Verbalisant [verbalisant 6]35 zag ter plaatse dat op de oprit waar de auto had gestaan ter hoogte van de bestuurderszijde op de grond een slotplaatje lag, dat kennelijk afkomstig was van het slot van het ontvreemde voertuig.

Op 14 maart 201636 vond een inkijkoperatie van de politie plaats in de garagebox aan het [adres 12] te Tilburg, waarbij een zwarte Audi S5 werd aangetroffen. De kentekenplaten op deze Audi, [kenteken 7] , waren gedupliceerd van een ander voertuig. In een hoek van de garage stond een verfspuitbus, kleur matzwart.

Aan en in de aangetroffen Audi S5, voorzien van kenteken [kenteken 7] , werd een sporenonderzoek37 verricht. Het chassisnummer dat bij deze auto behoort is [chassisnummer 2] . Verbalisant [verbalisant 15] merkt op dat het slot van het portier van de bestuurder ontbrak en dat rondom dit portierslot krassporen zichtbaar waren die mogelijk waren ontstaan door het gebruik van een slotentrekker.

In het proces-verbaal van bevindingen38 aangaande de tactische zoeking van de Audi S5 is omschreven dat de lak van de buitenspiegels van het voertuig er doffer uitzag dan de lak op andere plaatsen van het voertuig.

Vanuit de eerder genoemde Peugeot 307, met kenteken [kenteken 4] , zijn met betrekking tot feit 8 de volgende OVC-gesprekken uitgeluisterd en uitgewerkt:

- Sessie 91 op 18 februari 2016 vanaf 16.44.50 uur39:

[verdachte] : Ik ben er toch blij mee met die andere werkauto ik zweer het.

[naam 1] : Gaat hij dan?

[verdachte] : Zo is hij ook fijn, zo is hij ook goed een goede auto…. Een ding is jammer dat het een nieuw type is. Je hebt A5 die begint zeg maar vanaf 2010 2009.

- Sessie 93 op 18 februari 2016 vanaf 18.22.00 uur40.

Locatie start Bergeijkstraat Tilburg, locatie eind Perosistraat Tilburg.

[naam 1] : En die slotje van die auto?

[verdachte] : Ja die moeten we eentje ergens eruit halen man vandaag. Bij een andere Audi.

[naam 1] : Wat dan, is die er uit bij euh?

[verdachte] : Ja volgens mij, ja die is er uit en hij die gooit ie weer weg. Kun je gewoon eruit halen bij een andere.

Vanuit de eerder genoemde VW Polo met kenteken [kenteken 5] zijn met betrekking tot feit 8 de volgende OVC-gesprekken uitgeluisterd en uitgewerkt:

- Sessie 92 op 22 februari 2016 vanaf 17.19 uur41:

[verdachte] : Ik heb kentekens laten drukken he. [naam 42] is net langs geweest die heb ik geld meegegeven.

[naam 1] : Ik wilde het net aan hem vragen hoe gaan we dat doen met die kentekens.

[verdachte] : We moeten nog schuurpapier, terpentine, afplaktape, kranten. Ik ga natuurlijk dat niet doen als een beunhaas he, die spiegels spuiten.

[naam 1] : Heb je die spuitbus al wel dan?

[verdachte] : Die ga ik halen bij de bouwmarkt, gewoon matzwart is een mooi effect. Maar proberen ook met een mesje die S5 aan de achterkant er af te halen.

- Sessie 165 op 25 februari 2016 vanaf 19.37.11 uur42:

[naam 2] : [naam 35] ging er zo vandoor, als hij maar niet langs de controle komt.

NN vrouw: Wat heeft hij voor auto dan?

[naam 2] : S5, Audi, gestolen.

(Uit het onderzoek is gebleken dat ‘ [naam 35] ’ de bijnaam is van verdachte [verdachte]43)

- Sessie 258 op 1 maart 2016 vanaf 19.05.28 uur44:

[verdachte] wil naar de garage. [naam 2] vraagt of [verdachte] de sleutel bij zich heeft. [verdachte] zegt ja. [naam 2] vraagt wat [verdachte] daar moet gaan doen. [verdachte] zegt spullen eruit halen zoals betonschaar, tas met zo’n apparaat erin, bivakmuts, handschoenen, zaklamp.

19.10.56

uur:

[naam 2] : Spullen pakken en weg.

[verdachte] : Ja, want het is helemaal donker, kan ik niets meer zien in het donker.

19.13.36

uur:

Hoorbaar dat er een portier wordt dicht geslagen

(Auto staat stil in de Perosistraat)

19.15.13

uur:

Portier geopend en dicht geslagen

(Auto vertrekt uit Perosistraat)

De politie heeft tevens aan de hand van peilbakengegevens geconstateerd dat de Volkswagen Polo, voorzien van kenteken [kenteken 5] meermalen in de [adres 13] aanwezig is geweest, zoals op 22 februari 2016 te 03.45.35 uur45, 25 februari 2016 te 17.53.08 uur46 en 1 maart 2016 te 19.17.31 uur47.

[naam 2] 48 en [verdachte] hebben feit 10, de poging tot diefstal bij [bedrijf 3] bekend, bij welk feit de daders volgens onder meer de getuigen [naam 29]49 en [naam 30]50 gebruik hebben gemaakt van een grote zwarte Audi met zilverkleurige spaakvelgen, met vijf, in ieder geval meer dan vier, spaken.

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, in hun samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] , tezamen met [naam 1] en [naam 2] de gestolen Audi S5 voorhanden heeft gehad, dat zij onder meer de spiegels van die auto hebben gespoten en dat die auto is verborgen in de garagebox aan de [adres 13] . In de OVC-gesprekken wordt herhaaldelijk over een Audi of S5 gesproken, ook al zeer kort na de diefstal op 18 februari 2016. Het is in dit verband kenmerkend dat door [verdachte] en [naam 1] over het vervangen van het slot van de auto is gesproken, nu volgens verbalisant [verbalisant 6] een deel van het slot van de ontvreemde Audi is achtergebleven op de oprit van de aangever.

De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachten de Audi eigenhandig hebben weggenomen. Daarvoor is onvoldoende bewijs voorhanden. Bovendien zou uit een telefoongesprek tussen [verdachte] en [naam 1] op 15 maart 2016 en een OVC-gesprek tussen [verdachte] en een onbekende man op 21 februari 2016 kunnen worden opgemaakt dat ene “ [naam 43] ” de auto heeft gestolen. De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van de diefstal, zoals primair is tenlastegelegd.

Gelet op de omstandigheid dat korte tijd na de diefstal van de Audi door [verdachte] en [naam 1] wordt gesproken over “een andere werkauto” en over het vervangen van het slotje, dat bij een andere Audi er uit kan worden gehaald, acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] en [naam 1] (reeds) ten tijde van het verwerven en het voorhanden hebben van de auto wisten dat de auto van diefstal afkomstig was. Bovendien moet het voor de verdachten zichtbaar en merkbaar zijn geweest dat een deel van het slot van de portierdeur ontbrak. Daarmee acht de rechtbank de opzetheling, hetgeen subsidiair is tenlastegelegd, wettig en overtuigend bewezen.

feit 9:

Bewijs

Door [naam 28]51 is aangifte gedaan van diefstal gepleegd bij [bedrijf 2] aan de [adres 4] . [naam 11] zag op maandag 22 februari 2016 omstreeks 08.15 uur dat bij de bowlingbaan het inbraakalarm was afgegaan. Zij zag dat de keukenruit kapot was en dat de kantoordeur was opengebroken. De deur van de nooduitgang stond open.

De eigenaar van [bedrijf 2] , [getuige]52, heeft verklaard dat tijdens de inbraak het alarm, dat was ingesteld, wel was afgegaan met licht en geluid in het bedrijfsgebouw, maar niet was doorgezet naar het beveiligingsbedrijf. Door de alarminstallateur werd volgens [getuige] geconstateerd dat de stekker van het modem uit het contact was gehaald en daarom het alarm niet was doorgezet. [getuige] geeft aan dat een klein groen kluisje met daarin € 300,00 kassageld en de fooienpot/afstortkluis van het personeel met daarin ongeveer € 3.000,00 waren weggenomen tijdens de inbraak. Ook lagen er in dat kluisje sleutels waarmee de grote kluis in de kantoorruimte of het afroomkluisje was te openen. [getuige] heeft uitgelegd dat in de keuken zich gelijk in de linker muur, gezien vanaf de Ringbaan-Oost, een deur bevindt die toegang geeft tot de kast waar het modem en het groene kluisje stonden.

De verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 4]53 hebben een aanvullend verhoor van getuige [getuige] afgenomen. [getuige] vertelde dat de cashomzet van het bedrijf elke week tussen € 10.000,00 en

€ 20.000,00 bedroeg. Dit bedrag werd bewaard in de grote kluis in het kantoortje, die zo groot en zwaar is dat je die niet zo maar open krijgt of meeneemt. Het geld werd meestal maandagochtend afgestort.

Verbalisant [verbalisant 8]54 heeft opnamen bekeken die door een videobewakingssysteem bij [bedrijf 2] waren gemaakt op 22 februari 2016 tussen 05.00 uur en 09.00 uur. De tijdinstellingen van de camerabeelden zijn volgens aangever 1 uur 15 minuten en 35 seconden later dan de daadwerkelijke tijd.

[verbalisant 8] zag op de beelden van spoor 13, de camera die was gericht op de hoofdingang, om 05:36:37 uur (werkelijke tijd ca. 04.21 uur) een personenauto die recht voor de hoofdingang van het bedrijf deels op het trottoir en het fietspad stopte. Hij zag dat deze personenauto aan de rechterzijde voorzien was van lichtkleurige spaakvelgen en dat de buitenspiegel lichter was dan de kleur van de carrosserie. [verbalisant 8] zag toen dat er aan de rechterzijde van de personenauto twee personen uit het voertuig stapten. Om 05:37:32 uur begon een wit licht te knipperen in de hal van het bedrijf, alsof het alarm in werking trad. [verbalisant 8] zag dat de personen om 05:38:19 uur weer in het voertuig stapten, waarna het voertuig wegreed.

[verbalisant 8] zag dat de camera van spoor 15 was gericht op de kassa van het bedrijf.

Hij zag om 07.30.50 uur dat er een persoon aan kwam gelopen, die in zijn rechterhand een langwerpig breekvoorwerp vasthield.

Hij zag om 07:30:53 uur dat een tweede persoon kwam aangelopen.

Om 07:51:40 uur zag [verbalisant 8] dat de eerder genoemde personen met vermoedelijk een breekvoorwerp de deur tegenover de kassa open braken.

Om 07:51:48 uur zag hij dat de deur werd opengebroken en dat beide personen de ruimte in gingen welke zojuist was opengebroken. Beide personen kwamen om 07:52:18 uur weer uit deze ruimte en liepen in versnelde pas richting de linkerzijde van het pand.

Het is verbalisant [verbalisant 8] ambtshalve bekend dat aan die zijde van het pand zich de toiletten en de nooduitgang bevinden.

In het proces-verbaal van bevindingen naar de mogelijke vluchtroute van de daders is door verbalisant [verbalisant 5]55 opgenomen dat buiten bij de nooduitgang van [bedrijf 2] er ongeveer op anderhalve meter van het bedrijf een stenen muur stond van ongeveer 1.85 meter hoog. Deze liep helemaal evenwijdig aan het bedrijf naar zowel de voorzijde aan de Ringbaan-Oost als naar de achterzijde, die uitkomt op een parkeerplaats. [verbalisant 5] bezocht

met politiemedewerker [verbalisant 4] het woonhuis dat links naast [bedrijf 2] gelegen is. Volgens [verbalisant 5] was opmerkelijk dat aan de achterzijde van de tuin bij de woning bijna tegen de muur aan een grote stapel kunststof schotten lag opgestapeld. Via deze stapel was het eenvoudig om over de muur te klimmen.

Medeverdachte [naam 2]56 heeft verklaard dat hij bij dit feit betrokken is geweest. Hij heeft daarbij aangegeven dat de inhoud van het kluisje en de fooienpot tezamen € 1.000,00 was. Dit geld werd geteld en verdeeld in de auto. “Dat kwam neer op € 250,00 de man”.

Op 14 maart 2016 werd in de garagebox [adres 12] Tilburg een zwarte Audi S5 in beslag genomen (feit 8). Het voertuig bleek uitgerust te zijn met 5 spaaks-velgen.57 De zijspiegels waren geverfd.58

Ook met betrekking tot dit feit zijn OVC-gesprekken aanwezig vanuit de eerder genoemde Volkswagen Polo, te weten:

- Sessie 57 op 21 februari 2016 vanaf 19.30.53 uur59:

[naam 2] : Draait ie zo goed dan die bowling of euh...valt het mee?

[verdachte] : Ja, hun zei, de tip is rond de 20 ruggen jongen. Dat kan ook wel, maandag gaat het geld weg he.

[naam 2] : Ja, dat is eigenlijk van 1 week dan zeg maar.

[verdachte] : Maar als we dat met zijn vieren doen en er zitten 12 ruggen in dan ben ik al blij, ik zweer het…. Als het zo makkelijk is als dat we zeggen, want het is dan wel zo, als die kast open gaat en er staat iets waar we denken waar we moeite mee gaan krijgen dan kun je beter wegwezen, gewoon gas geven want euh.

[naam 2] : Moker en zo wel mee.

- Sessie 71 op 22 februari 2016 vanaf 05.33.49 uur60:

Locatie start: Oisterwijksebaan Tilburg. Locatie eind: Ringbaan-Oost Tilburg.

[naam 3] : …Kom kom rijden rijden rijden.

[naam 2] : Maar waar zijn de sleutels.

[naam 3] : Weet ik niet, die liggen daar. Interesseert me niks, ik ga gewoon terug naar binnen gek… Weet je wat het is maat, die kluus (fon) zo staat nog ergens anders. Die kan misschien wel groot zijn, maar hoeft net supergroot te zijn. Misschien krijg je hem wel gewoon mee. Je gaat gewoon naar binnen toe door dat raam snel… als er geen auto’s aankomen.

[naam 2] : Ja.

[naam 3] : Dat is het gewoon jongen. Er ging wel alarm af he.

[naam 2] : Die ging gelijk al af volgens mij toch… Maar daar stonden de wouten en zo jongen dan een uur geleden pas he.

[naam 2] : Het was toen al half zes. We waren er tegen half vijf. Want jullie waren een beetje laat voor vandaag he.

[naam 3] : We weten waar de kluis staat.

Opmerkingen verbalisant: Uit de gegevens van het peilbaken bleek dat het voertuig na voornoemd gesprek is doorgereden naar het [adres 13] te Tilburg alwaar het om 05.40.59 uur stopte. Daar stapte om 05.41.25 uur [verdachte] bij [naam 2] en [naam 3] terug in het voertuig.

05.53.29

uur:

[naam 3] : Hoe kan dat nou toch man. Die alarm ...

[naam 2] : Moet gewoon die alarmdingen er uit trekken.

[naam 3] : Kabel?

[naam 2] : Ja. Allebei.

[naam 3] : Die kluis zit daar denk ik he of niet waar die bowlingshit op staat?

[verdachte] : Ja ja.

[naam 2] : Hij gaat nog steeds af hoor. Ik zie hem nog af gaan hoor volgens mij.

[verdachte] : Waar? Waar?

[naam 2] : Er gebeurt helemaal niks.

[naam 3] : Hoe kan dat dan?

[verdachte] : Ja gewoon niet doorgemeld.

05:55:40 uur:

[naam 2] : Zie je het waaien? Dat gordijn dat waait euh.

[naam 3] : Ja, die dinge dan, die vent van die dinge dan? Die vent van die krijgt toch een melding dan thuis?

[verdachte] : Ja jongen das een foutmelding jongen, dat is toch vaker. Ik heb het al vaker meegemaakt.

[naam 2] : Ja jongen, bij zulke dingen dat het af en toe niet wordt doorgemeld jongen, die gaat naar zijn telefoon als hij niet wakker wordt ja dan.

[verdachte] : Maar oké, wie gaat het doen?

[naam 3] : Even snel binnen kijken? Eventjes erin en eruit. Geen zaklamp niks he.

[naam 2] : Waar moet het kantoor in dan?

[verdachte] : Links.

[naam 3] : Ja, links.

[naam 2] : Bij die muur dan.

[verdachte] : Gewoon ja, gewoon daar als je daar rechtdoor gaat, ga je links de keuken uit en dan links lopen gewoon en dan weer je weet toch, links zit die kantoordeur er zit maar 1 kantoor.

[naam 2] : Uiteindelijk kom ik gewoon naar buiten toe.

[naam 3] : Eigenlijk moet je gewoon als je binnen bent het raam dicht doen of niet?

[verdachte] : Ja, die nooddeur kun je open doen aan de achterkant.

Opmerking verbalisant: Uit de gegevens van het peilbaken in OVC-Polo sessie 71 blijkt dat nadat [verdachte] in het voertuig stapte het voertuig weer terug is gereden naar de ingang van het bedrijf [bedrijf 2] .

Sessie 72 op 22 februari 2016 vanaf 05.57.42 uur61:

Locatie start sessie: Ringbaan-Oost Tilburg. Locatie eind: Perosistraat Tilburg.

[naam 2] : Twee man kan naar binnen.

[verdachte] : Links gelijk die kast, gelijk die dinge eraf trekken, die kabels.

[naam 3] : Kom je daar dan uit?

[verdachte] : Ja daar ja, achter dat huis zal ik maar zeggen.

- Sessie 73 op 22 februari 2016 vanaf 06.50.12 uur62:

[naam 3] : Ik heb geld.

(op de achtergrond is het knisperen van papier te horen)

[naam 3] : Allemaal vijftigjes en zo. Een vijftigjes zitten er niet veel tussen… Das allemaal dat kruimelwerk he deze.

[naam 2] : Het is gewoon de dagopbrengst volgens mij gewoon jongen

[naam 3] : Denk het ook ja. Maat die kluis die heb je gezien he, die was groot

he?

[verdachte] : … Wij hebben een keer een kluis.

- Sessie 74 op 22 februari 2016 vanaf 07.08.31 uur63:

[naam 2] : Ja dat was wel een kluiske ja.

07.08.59

uur:

[naam 2] : Denk wel een dagomzet misschien.

[verdachte] : Nee man, weet je wat voor omzet dat was, de omzet van dat de eigenaars weggaan, de laatste ronde misschien of zo.

07.09.41

uur:

[naam 2] : ging op mijn bek jongen, op die platen. Lagen van die platen, je weet wel van die oprijplaten, van die bruine, hoe noemen ze die, die gewoon op de vloer liggen, die bruine, die waren glad jonge. Ik sprong van dat muurtje af, de tweede muur waar ik overheen moest.

- Sessie 276 op 3 maart 2016 vanaf 11.14.00 uur:

[naam 2] : Ok, mond dichthouden he. Weet je welke plek wij waren gegaan? Op de

Ringbaan Oost. Ken je die ehhh, die bowling?

[naam 38] : Ja.

[naam 2] : Die. Langs de weg. Gewoon via voor erin. Ken je die?

[naam 38] : Was het daarmee, die geldkistjes?... Hebben jullie buit gepakt daar?

[naam 2] : Ja, bietje wel… Dikke kluis jongen. De goeie kluis hebben we niet kunnen meenemen. Maar wij zijn eh, het alarm is afgegaan.

Bewijsoverweging

Uit het voorgaande, met name uit de OVC-gesprekken en de camerabeelden, volgt dat in de nacht van 22 februari 2016 op twee tijdstippen bij [bedrijf 2] activiteit is geweest, waarbij de tweede keer twee personen naar binnen zijn gegaan. [naam 2] heeft schriftelijk verklaard dat hij in elk geval één van de daders is geweest. De buit zou volgens hem door vier personen zijn gedeeld. De vraag die moet worden beantwoord is of [verdachte] een van de mededaders is.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat [verdachte] , [naam 2] en [naam 3] diverse keren op 21 en 22 februari 2016 openlijk, onverbloemd spreken over een inbraak bij een bowling, waarin ook tot uitdrukking komt dat ze er op 22 februari tweemaal zijn geweest. Zo zegt [naam 3] in het OVC-gesprek 71: “Ik ga gewoon terug naar binnen gek…” Voorts komen de volgende aspecten in de OVC-gesprekken terug, die zijn te koppelen aan de inhoud van de aangifte en de overige bevindingen: dat [verdachte] een tip heeft gekregen dat er bij ‘die bowling’ ‘20 ruggen’ te halen vielen, dat er op maandag werd afgestort, dat het ging om een bowling aan de Ringbaan-Oost, dat het alarm niet was doorgemeld, dat ze in het gebouw aan de linkerkant moesten zijn, dat in het pand naast een kleine kluis een grote kluis aanwezig was, dat er een moker/breekijzer werd gebruikt, dat gesproken werd over een te openen nooddeur aan de achterzijde van het pand en dat er buiten het gebouw een muur was gesitueerd waar ook platen lagen. De rechtbank leidt hieruit af dat door de drie verdachten over de inbraak bij [bedrijf 2] is gesproken, waarbij specifieke daderkennis aanwezig is. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de Audi S5 (feit 8) hier wederom als werkauto is aangewend, gezien de waargenomen auto op de camerabeelden. Het kan dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat dit feit is begaan door [naam 2] , [verdachte] en [naam 3] . Niet kan worden vastgesteld dat [verdachte] de bowling daadwerkelijk binnen is gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel gesproken worden van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [naam 2] en [naam 3] en heeft [verdachte] ook een wezenlijke rol gespeeld. Zo blijkt uit de OVC-gesprekken dat het [verdachte] is geweest die de tip heeft gekregen, geeft [verdachte] aanwijzingen over waar de kluis zit en hoe ze weg kunnen komen. Voorts volgt uit de schriftelijke verklaring van medeverdachte [naam 2] dat [verdachte] heeft gedeeld in de buit.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigen is bewezen dat [verdachte] , [naam 2] en [naam 3] de inbraak bij de [bedrijf 2] hebben gepleegd.

feit 10:

Aangezien [verdachte] ten aanzien van feit 10 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van [verdachte] afgelegd tijdens de zitting van 27 augustus 201864;
- de aangifte van [naam 21] namens [bedrijf 3] te Breda d.d. 25 februari 201665.

De rechtbank gaat er gelet op de camerabeelden van uit dat [verdachte] dit feit samen met anderen heeft gepleegd. De rechtbank slaat daarbij ook acht op de schriftelijke verklaring van medeverdachte [naam 2] die heeft bekend de poging inbraak bij [bedrijf 3] te hebben gepleegd.

feit 11:

De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit, de voorbereiding van een overval of afpersing op een vrachtwagen(chauffeur) met sigaretten, gewezen op een aantal OVC-gesprekken, camerabeelden en de aangetroffen blauwe zwaailamp en de aangetroffen Audi. De tenlastegelegde voorbereidingshandelingen zien op deze zwaailamp en Audi alsmede de Volkswagen Polo die in gebruik is bij medeverdachte [naam 2] .
Uit de gesprekken en de camerabeelden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid op welke wijze en op welk tijdstip een eventuele overval of afpersing zou plaatsvinden. De plannen daarvoor waren niet concreet genoeg, en daarom te algemeen van aard. Verschillende plannen, mogelijkheden passeerden immers bij de verdachten de revue. Ogenschijnlijk wisten de verdachten zelf nog niet goed hoe zij hun ideeën tot uitvoering zouden brengen en bevonden zij zich daarom nog in een aftastende, een oriënterende fase en niet in een voorbereidend stadium.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de voorwerpen die de verdachten hebben verworven of voorhanden hebben gehad – zowel afzonderlijk als in gezamenlijkheid – niet dienstig zijn geweest aan de overval of afpersing.

Het blauwe zwaailicht komt weliswaar terug in een gesprek tussen [verdachte] en [naam 1] en is later in de Audi S5 die de verdachten in gebruik hadden aangetroffen, maar dat gesprek houdt geen verband met de eventuele overval op de vrachtwagen. Dat gesprek wordt immers gevoerd op een moment dat [verdachte] blijkens het dossier nog niet gesproken heeft over de mogelijkheid om de vrachtwagen te overvallen en op dat moment is [verdachte] blijkens het dossier ook nog niet op de plek geweest waar hij en medeverdachte [naam 2] de vrachtwagen en sigaretten waarnemen. In de gesprekken die zien op de mogelijke overval wordt over de blauwe zwaailamp niet gesproken.

Hoewel [verdachte] en medeverdachten een Audi S5 in hun bezit hadden die werd gebruikt als werkauto om strafbare feiten te plegen en dit type auto daarbij als “snelle (vlucht)auto” kan worden bestempeld, kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat die auto voor het bepaalde misdadig doel als bedoeld in de tenlastelegging was aangeschaft of geprepareerd. De plannen waren nog niet dusdanig concreet dat gebleken is dat de Audi een rol zou spelen bij de overval of afpersing. Bovendien constateert de rechtbank, met het oog op de tenlastegelegde periode, dat verdachten de Audi vanaf 14 maart 2017 al niet meer in hun bezit hadden.

Tevens is onbekend gebleven of en op welke manier de Volkswagen Polo bij een overval of een dergelijk feit daadwerkelijk zou worden gebruikt. Gelet op de modus operandi van [verdachte] en medeverdachten, waarbij veelal gebruik werd gemaakt van gestolen auto’s, lijkt het tegendeel eerder het geval. De Volkswagen Polo is daarnaast een alledaags goed. Dat de auto wel is gebruikt om ‘polshoogte’ te nemen bij de vrachtwagen, maakt dat hoogstens geoordeeld zou kunnen worden dat de Volkswagen Polo is gebruikt bij de voorbereiding, maar dat is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen te komen (HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1956).

Nu de rechtbank van oordeel is dat voormelde voorwerpen niet bestemd waren tot het plegen van een misdrijf en het misdrijf, het misdadige doel, ook onvoldoende concreet is gebleken, zal de rechtbank [verdachte] vrijspreken van de ten laste gelegde voorbereidingshandeling.

feit 12:

De rechtbank is van oordeel, evenals de officier van justitie en de verdediging, dat onvoldoende bewijs aanwezig is om [verdachte] terzake van de poging ramkraak op [bedrijf 4] te veroordelen, nu te weinig concrete beschrijvingen van de daders bekend zijn geworden die kunnen wijzen op de betrokkenheid van [verdachte] . Er is één OVC gesprek waarin [verdachte] refereert aan een ramkraak bij [bedrijf 4] . Uit dit gesprek valt echter niet met voldoende zekerheid op te maken dat hij bij [bedrijf 4] daadwerkelijk heeft getracht in te breken en dat dit gesprek op dit ten laste legde feit ziet. De rechtbank zal [verdachte] daarom vrijspreken van dit feit.

feit 13:

Bewijs
[naam 22] 66, eigenaar van café [café] , gelegen aan het [adres 7] te Tilburg, heeft aangifte gedaan van inbraak in zijn café. Hij heeft verklaard dat op 24 januari 2016 omstreeks 23.55 uur een medewerkster als laatste in het café aanwezig was en de zaak had afgesloten. Een dag later omstreeks 09.00 uur werd volgens [naam 22] door een andere medewerker ontdekt dat boven in het café een deur was opengebroken. Later zag [naam 22] ook zelf dat de deur aan de buitenkant braakschade had. Ook viel hem op dat de beveiligingscamera’s op de eerste verdieping van het pand waren weggedraaid dan wel vernield. Op het kantoor en op de tweede verdieping werden twee koevoeten aangetroffen. [naam 22] beschrijft dat het dakterras van het café gemakkelijk is te bereiken via andere gebouwen, via het dak van de [adres 21] of de aangrenzende parkeergarage.
Op de tweede verdieping had [naam 22] naast een grote kluis een kleine kluis, die geankerd in de vloer zat. Deze kluis was echter verplaatst naar een andere ruimte. De kluis stond open. Een slijptol van de zaak lag ernaast. De kluis was met die slijptol opengeslepen. Uit deze kluis was € 675,00 weggenomen.
heeft voorts aangegeven dat het pand niet is ingericht met een alarmsysteem.

Later vertelde de bedrijfsleidster aan verbalisant [verbalisant 5] dat de daders het pand via de voordeur hadden verlaten67.

Door verbalisant [verbalisant 8]68 zijn de camerabeelden bekeken van het videobewakingssysteem van [café] . Op de beelden van 25 januari 2016 omstreeks 01.13 uur was te zien dat de deur werd geopend op de eerste etage van het pand. Er kwamen door deze deur twee personen naar binnen. Eén van deze personen droeg in zijn broekzak een portofoon en een muts. De andere persoon droeg een bivakmuts. [verbalisant 8] merkt daarbij op dat op 18 maart 2016 ten tijde van de doorzoeking in de woning van [verdachte] aan de Bergeijkstraat 11 te Tilburg een Kenwood portofoonsysteem inclusief portofoon werd aangetroffen.

In een OVC-gesprek69 tussen [naam 1] en [naam 2] vanuit de eerder genoemde Volkswagen Polo wordt over ‘ [bedrijf 13] ’ gesproken:
- Sessie 345 op 6 maart 2016 vanaf 21.15.30 uur:
[naam 1] : Ja, die was kleinmaar, die was kapot klein maat.
[naam 2] : Wat laatst?
[naam 1] : Ja, bij die [bedrijf 13] .
[naam 2] : Maar die grote, die moest je eigenlijk hebben toch.
[naam 1] : Ja, die moesten we hebben ja.
[naam 2] : Maar geen alarm.
[naam 1] : Die hadden, geen,…pik.
[naam 2] : Jullie deden eerst die kleine, die grote niet gepakt.
[naam 1] : Dat was makkelijker.
[naam 2] : Waarom zijn jullie daar weggegaan dan?
[naam 1] : Ja, hij zo, wouten enne, we hadden die voordeur open laten staan en paniek.
[naam 2] : Oh, jullie zijn gelijk weggegaan.
[naam 1] :… Via [adres 21] gegaan via dak… zij we gelijk via voor naar buiten gegaan je weet maar we hebben… die deur open, maar zijn we gelijk aangelopen met bivak oh we zijn gelijk overgestoken mensen zagen ons.

Ook [verdachte] spreekt met [naam 2] over ‘ [bedrijf 13] ’ vanuit de Volkswagen Polo:
- Sessie 297 op 4 maart 2016 vanaf 13.16.03 uur70:
[naam 2] : Het is bij kluizen altijd zo, of hij gaat open of je denkt, laat maar zitten of gaan slijpen.
[verdachte] : Ja, want de vorige keer bij de [bedrijf 13] was echt een rotzak jonge, dat zag ik al van te voren… Ja dat was het wel bij de [bedrijf 13] , ik had ook helemaal geen moker bij, daar boven dus, uh, misschien dat had wel geholpen.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op de inhoud van de OVC-gesprekken in combinatie bezien met de verklaringen van de aangever en bedrijfsleidster en de bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] . Zo leidt de rechtbank uit de gesprekken af dat door [naam 1] wordt gesproken over [bedrijf 13] , waar een kleine en een grote kluis aanwezig waren, waar geen alarm was, waar hij met een ander de voordeur open had laten staan, waar ze via het dak van de [adres 21] waren ‘gegaan’ en via de voordeur naar buiten zijn gegaan. Ook [verdachte] spreekt expliciet over [bedrijf 13] en in dit verband over een grote kluis (‘een rotzak’) die ‘boven’ was. De bevindingen omtrent de portofoon van [verdachte] heeft de rechtbank ook meegewogen, even als het feit dat [verdachte] en [naam 1] vaker samen bedrijfsinbraken hebben gepleegd. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [naam 1] dit feit tezamen en in vereniging hebben gepleegd.


De verklaring van [verdachte] ter zitting van 27 augustus 2018, dat hij in het OVC-gesprek mogelijk het [bedrijf 13] te Goirle bedoelde, acht de rechtbank ongeloofwaardig, nu zich in Goirle geen school bevindt met die benaming. Daar is wel een school genaamd het [bedrijf 13] . Bovendien valt niet in te zien waarom hij een moker mee naar een school zou moeten nemen. [verdachte] heeft daar ook geen verklaring voor kunnen geven. De rechtbank is ervan op de hoogte dat in Nederland meerdere cafés met de naam [café] gevestigd zijn, maar nu [naam 1] heeft gesproken over [bedrijf 13] bij de [adres 21] , lijdt het geen twijfel dat daarmee café [café] in Tilburg wordt bedoeld.

feit 14:

De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van de inbraak bij [bedrijf 5] .
Op basis van de aangifte en één getuigenverklaring staat weliswaar vast dat aldaar een inbraak is gepleegd, maar betrokkenheid van [verdachte] daarbij kan niet worden vastgesteld. Dat er een Audi is gezien die lijkt op de door [verdachte] gebruikte Audi S5 (feit 8), acht de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring van feit 14 te kunnen concluderen.

feit 15:
Bewijs
Binnen de politiesystemen werd door verbalisant [verbalisant 11]71 een zoekvraag gesteld op de eerder genoemde Audi S5, voorzien van kenteken [kenteken 7] (feit 8), waarbij hij zijn bevindingen neerlegde in een proces-verbaal. Daarbij kwam de melding van een poging tot inbraak naar voren bij [bedrijf 6] Door [naam 36] was telefonisch gemeld dat hij op 25 februari 2016 omstreeks 23.00 uur aan kwam bij voornoemd bedrijf gevestigd aan de [adres 9] te Yerseke en zag dat er personen op het terrein waren. [naam 36] had destijds ook een grote zwarte Audi met kenteken [kenteken 7] gezien, die voor het bedrijf stond. Volgens [naam 36] was de heftruck gebruikt en was het contactslot van dit voertuig vernield. [verbalisant 11] heeft nader telefonisch contact gezocht met [naam 36] . Laatstgenoemde verklaarde telefonisch dat er een kluis in het pand aanwezig was. Toen hij aan kwam, liepen drie of vier personen weg, waarna de zwarte Audi snel weg reed. [naam 36] had op camerabeelden gezien dat die mannen een soort gereedschapskoffer uit de Audi haalden. Voorts had hij geconstateerd dat over een bewakingscamera op het terrein een vuilniszak was gehangen. Ook met mede-eigenaar
[naam 37] heeft verbalisant [verbalisant 11] telefonisch contact gehad. Hij heeft verklaard dat met de heftruck was gereden, dit was te zien op de camerabeelden. Door verbalisant [verbalisant 11] is verder vermeld dat hij foto’s heeft ontvangen van de camerabeelden, waarvan hij de volgende beschrijving geeft:
Foto 1: betreft een buitenopname, waarbij zichtbaar is dat twee personen, donker gekleed en voorzien van bivakmutsen, op het terrein lopen.
Foto 2, 3 en 4: betreft een opname binnen in het gebouw met zichtbaar twee personen, eveneens in het donker gekleed en met donkerkleurige hoofdbedekking.
Foto 5: een buitenopname waarbij zichtbaar is dat een van de daders in een heftruck zit, die met behoorlijke snelheid wordt voortgereden.
Foto 6, 7, 8: Toont het beeld van twee personen. Een van hen draagt een vouwladder.

De zendmastgegevens van 25 en 26 februari 2016 met betrekking tot de mobiele telefoons van [verdachte] en [naam 1] zijn eveneens bekeken72.
- Op 25-02-16 21.32.42 uur verschijnt het bericht ‘IMSI losmaken’ op de telefoon van [verdachte] . De telefoon straalt daarbij aan op de zendmast [adres 22] Tilburg (bij de woning van [verdachte] ).

- Op 25-02-16 21.04.48 uur verschijnt het bericht ‘IMSI losmaken’ op de telefoon van [naam 1] . De telefoon straalt daarbij aan op de zendmast [adres 23]

- Op 26-02-16 00.34.27 uur verschijnt het bericht ‘IMSI bijvoegen’ op de telefoon van [verdachte] . De telefoon straalt daarbij aan op de zendmast [adres 24]

- Op 26-02-16 00.32.47 uur verschijnt het bericht ‘IMSI bijvoegen’ op de telefoon van [naam 1] . De telefoon straalt daarbij aan op de zendmast [adres 15] .

De politie relateert dat uit het onderzoek blijkt dat [verdachte] en zijn medeverdachte(n) ook bij andere feiten vooraf hun telefoons uitschakelen en na afloop van het plegen van het strafbare feit weer inschakelen. Dit is onder andere het geval bij de hiervoor besproken feiten 7 ( [bedrijf 1] ), 9 ( [bedrijf 2] ) en 10 ( [bedrijf 3] ). 73 Bij dit laatste feit zijn [verdachte] en zijn mededaders door de politie achtervolgd. In een OVC-gesprek spreken [verdachte] en medeverdachten over de achtervolging, waarbij de strekking is dat ze maar net zijn ontkomen. [verdachte] zegt daarbij dat hij sowieso zijn telefoon nog niet gaat aanzetten.74

Op 14 maart 2016 werd bij het aantreffen van de Audi S5 met de kentekenplaten [kenteken 7] in de garagebox aan de [adres 12] te Tilburg door de politie tevens een opgeklapte grijze vouwladder in een hoek van de garagebox gevonden75.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] met [naam 1] de poging bedrijfsinbraak te Yerseke heeft gepleegd. De rechtbank overweegt in dat verband allereerst dat de Audio S5 met [kenteken 7] is gezien bij de [bedrijf 6] rond dit misdrijf en dat de daders daar gebruik maakten van een vouwladder, die qua uiterlijk zeer sterk lijkt op de vouwladder die in de garagebox is gevonden bij voornoemde Audi S5, gelet op de foto van voornoemde camerabeelden waarop de vouwladder te zien is en de foto van de in de garagebox aangetroffen ladder. De rechtbank heeft reeds overwogen en geoordeeld dat [verdachte] en [naam 1] de beschikking hadden over deze auto. Daarnaast valt het op dat [verdachte] en [naam 1] hun telefoons beiden uitschakelen in Tilburg ongeveer twee tot anderhalf uur voor het incident in Yerseke en ongeveer anderhalf uur na het incident weer inschakelen. Ook rond bewezenverklaarde inbraken of een poging daartoe bij [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 3] schakelden [verdachte] en [naam 1] hun telefoon uit en vervolgens weer aan. De rechtbank leidt hieruit af dat dit een vaste werkwijze van [verdachte] en zijn medeverdachten was, om betrapping en opsporing te bemoeilijken. De opmerking van [verdachte] na afloop van de achtervolging inzake feit 10 bevestigt dit beeld. Daarnaast overweegt de rechtbank in dit specifieke geval dat de telefoons van [verdachte] en [naam 1] op een tijdstip en plaats zijn uitgezet die zouden kunnen passen bij de reistijd die er voor nodig is om in Yerseke aan te komen rond het moment dat de poging inbraak werd gepleegd. De telefoons van [verdachte] en [naam 1] zijn na het plegen van het feit aangezet op een plaats en tijdstip die zouden kunnen passen bij het volgen van een logische route en de tijd die daarvoor nodig is vanuit de Kreeft te Yerseke naar de [adres 13] te Tilburg. Tot slot overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet is gebleken dat [verdachte] en/of [naam 1] de Audi aan derden beschikbaar stellen of dat deze wordt gebruikt zonder dat zij daarbij aanwezig zijn.

feit 16:
Bewijs
Volgens de aangifte van [naam 14]76, eigenaar van het bedrijf [naam 15] gevestigd op het adres [adres 10] te Rijen, werd zijn pand op 9 maart 2016 omstreeks 18.15 uur afgesloten. Op 10 maart 2016 omstreeks 01.12 uur werd [naam 14] gebeld door de meldkamer van het beveiligingsbedrijf dat het alarm van het bedrijf was afgegaan. [naam 14] zag later dat de glazen toegangsdeur tot zijn bedrijf was ingeslagen. Hij ontdekte dat een blauw geldkistje, waarin zich € 300,00 bevond, van een bureau in het kantoor op de eerste verdieping was weggenomen. Uit de modus-operandi omschrijving blijkt tevens dat binnen met geweld een toegangsdeur in de kantoorruimte was verwijderd.

Verbalisant [verbalisant 19]77 heeft bij het opstellen van de aangifte opgemerkt dat hij beelden van beveiligingscamera’s was terug gaan kijken en zag aan het tijdstip van deze opnamen dat op 10 maart 2016 te 01.06 uur de ruit van de toegangsdeur van het bedrijf [naam 15] werd ingeslagen en dat twee personen het pand binnen gingen. Op 10 maart te 01.08 uur verlieten de twee personen het pand.

Een tweetal filmfragmenten van de inbraak zijn eveneens bekeken door verbalisant [verbalisant 16]78.
- Het eerste fragment is benoemd als kantoor. [verbalisant 16] zag dat er een persoon de trap op komt lopen. Beneden aan de trap doet hij iets waarbij de verlichting aan de bovenzijde aangaat. De persoon is geheel in het zwart gekleed en heeft een soort bivakmuts op waarbij zijn gezicht niet zichtbaar is. Hij heeft een voorwerp in zijn handen, in de vorm van een grote hamer c.q. moker. De kop van dit voorwerp is zwartkleurig en het heeft groene kleuren aan de steel. [verbalisant 16] zag dat een paar seconden later een tweede persoon de trap op komt lopen, ook geheel in zwart gekleed en een bivakmuts op. Hij heeft een rood voorwerp in zijn hand in de vorm van een breekijzer. Beide personen lopen naar een deur bovenaan de trap aan de straatzijde. Beiden blijven enkele minuten in die ruimte. Na een aantal minuten zag [verbalisant 16] beide personen uit deze ruimte komen lopen. Eén persoon had de eerder genoemde voorwerpen vast. De tweede persoon heeft een blauwe kist in zijn handen vast. Zij lopen samen naar beneden.
- Het tweede fragment is benoemd als voordeur.
zag op de beelden dat de ruit van de voordeur kapot gaat. Hij zag dat er buiten een persoon met een voorwerp in zijn handen staat in de vorm van een moker. Hij zag dat er vervolgens door de vernielde ruit een persoon in het zwart gekleed met een bivakmuts naar binnen loopt. Enkele seconden later loopt een tweede persoon door deze vernielde ruit naar binnen. Door de weerspiegeling van de ruit aan de deur zag [verbalisant 16] dat beide personen de trap oplopen naar boven. Na enkele minuten zag hij beide personen de trap aflopen. Eén van deze twee personen draagt een blauwe kist in zijn handen. Beide personen lopen door de vernielde ruit naar buiten.

Verbalisant [verbalisant 5]79 heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen aangegeven dat het bedrijf [naam 15] accuspeelgoed verkoopt alsmede onder meer zogenaamde ‘waveboards’.

Verbalisant [verbalisant 5] heeft tevens genoteerd dat op 14 maart 2015 in [adres 25] aan de [adres 13] Tilburg de gestolen Audi S5 werd teruggevonden, de werkauto van de verdachten (feit 8). In de kofferbak van deze Audi werden een grote moker met een groene steel en een groot rood breekijzer aangetroffen die beide zeer sterke gelijkenissen vertonen met de moker met de groene steel en het rode breekijzer die de daders van de inbraak bij [naam 15] met zich droegen volgens (prints van) de camerabeelden8081.


Voorts noemt [verbalisant 5]8283 de locatiebepaling en inzittenden van de OVC-gesprekken 387 en 388 van de eerder genoemde Volkswagen Polo:

387: Op 9 maart 2016 rijden [verdachte] , [naam 1] en [naam 2] omstreeks 22.07 uur in de Polo naar de [adres 13] , parkeren daar omstreeks 22.17 uur en stappen uit.

388: Op 10 maart 2016 omstreeks 01.34 uur stappen [verdachte] , [naam 1] en [naam 2] weer in de geparkeerde Polo op de [adres 13] en rijden weg.


Er is een OVC-gesprek aanwezig waarin [naam 2] spreekt over een bedrijf te Rijen vanuit de eerder genoemde Volkswagen Polo:
- Sessie 411 op 11 maart 2016 vanaf 10.38.43 uur84:

[naam 2] : Weet je hoe we het doen, wij weten waar ongeveer geld zit, hun zien bijvoorbeeld drankenhandel België, hun zien die kantoortje is klein, hun gaan gewoon openbreken, Audi voor de deur, een minuut zoeken, twee minuten, wij gingen naar België gewoon, wij waren daar toevallig langsgereden dan zie je zo, zie dit, wij zijn toen die avond teruggegaan, pak je kluisje, 1200. Daarna zijn we naar Rijen gereden, daar verkopen ze van die bordjes waar je op kan staan, ik ging voor de kluis, heb achter 200 neergelegd op die bureau.

Tevens is een OVC-gesprek85 beschikbaar, waarin door [verdachte] , [naam 1] en [naam 2] voorafgaand aan de inbraak over Rijen wordt gesproken in de eerder genoemde Volkswagen Polo:
- Sessie 375 op 9 maart vanaf 16.16.13 uur:

[naam 2] : Waar moeten we eigenlijk naar toe? Rijen?

[verdachte] : Ja.

16.27.14

uur:

[naam 2] : Moet er wel iets gas te geven zijn.

[naam 1] : Oh ja, en deze hier, kunnen we ook nog doen.

(rijden nu locatie omgeving Rijen)

[verdachte] : Speelgoedauto dus.

[naam 2] : Die autootjes meenemen?

[verdachte] : Nee, geld.

[naam 2] : Ligt daar geld denk je dan?

[verdachte] : Denk het wel boven.

[naam 2] : Wel een… veel deuren… trap op 1 deur misschien.

[naam 1] : 1 deur ja.

16.29

uur:

[naam 2] : Rijen doe ik toch niet graag iets hoor.

Uit het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen betreffende onder meer de verdachten [verdachte] , [naam 2] en [naam 1] , d.d. 24 januari 201886 volgt dat [verdachte] , [naam 1] en [naam 2] op 9 maart 2016 tussen 23.41 uur en 23.49 uur tezamen een inbraak hebben gepleegd bij een drankenhandel te Paal (Beringen, België). In het vonnis is ook vermeld dat de bewuste avond/nacht door het ANPR camerasysteem (Automatic NumberPlate Recognition) de Audi met kenteken [kenteken 7] is gedetecteerd om 22.30 uur aan de grensovergang te Poppel in de rijrichting van Turnhout en om 00.50 uur in de rijrichting van Nederland.

Bewijsoverweging

De rechtbank overweegt het volgende. In de OVC-gesprekken wordt op de dag van de inbraak door de verdachten gesproken over speelgoedautootjes en bordjes waarop je kan staan (waveboards), zijnde artikelen die door [naam 15] worden verkocht. Opmerkelijk is verder dat de verdachten ook praten over het wegnemen van geld boven in het bedrijfsgebouw waarvoor ze een trap op moeten lopen en dat blijkens de aangifte en de camerabeelden de daders gebruik hebben gemaakt van een trap en zij op de eerste verdieping een geldkistje met geld hebben weggenomen. Daarnaast volgt uit het gesprek tussen [naam 2] en een onbekende dat hij met anderen naar Rijen is geweest om voor een kluis te gaan, na een inbraak in België bij een drankenhandel, waarvoor ook [verdachte] en [naam 1] zijn veroordeeld. Dit gesprek past bij de constatering dat [verdachte] , [naam 1] en [naam 2] op 9 maart 2016 in de Polo naar de [adres 13] rijden en daar om 22.17 uur uitstappen, en vervolgens op 10 maart 2016 om 01.34 uur aldaar weer in de Polo stappen en wegrijden. Zoals hiervoor reeds meermalen overwogen bevond zich in de garagebox aan de [adres 13] in Tilburg de werkauto van verdachten, de Audi S5.

Verder vormen de overeenkomsten tussen de groene moker en het rode breekijzer, te zien op de camerabeelden en aangetroffen in de Audi S5 die in gebruik is geweest bij de verdachten, een sterke aanwijzing van de betrokkenheid van [verdachte] , [naam 1] en [naam 2] bij dit feit. De rechtbank heeft daarbij in ogenschouw genomen dat dergelijke voorwerpen niet voorzien zijn van een standaardkleur en afwerking, zoals de raadsman heeft opgeworpen, maar dat beide voorwerpen in diverse kleuren en uitvoeringen verkrijgbaar zijn. Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op het vorenstaande in combinatie met de voornoemde bewijsmiddelen worden vastgesteld dat [verdachte] en zijn medeverdachten de inbraak in Gilze-Rijen hebben gepleegd.


Ten aanzien van het verweer dat [verdachte] , gelet op het door hem gepleegde feit in België, het onderhavige feit niet gepleegd kan hebben, overweegt de rechtbank als volgt.
Tussen het tijdstip van het passeren van het ANPR-camerasysteem te Poppel (00.50 uur) en het betreden van het bedrijfspand [naam 15] (01.06 uur) zit 16 minuten. De afstand tussen de grensovergang te Poppel (Ravels) en de [adres 10] te Rijen is ongeveer 20,5 km met een reguliere reistijd van ongeveer 17 minuten (het is niet duidelijk waar het ANPR-camerasysteem exact is bevestigd). Het is goed mogelijk dat in werkelijkheid met een (veel) hogere snelheid is gereden, zodat niet gesteld kan worden dat [verdachte] , [naam 1] en [naam 2] , nu vast staat dat zij ook in België een inbraak hebben gepleegd, onmogelijk hebben kunnen inbreken bij [naam 15] om 01.06 uur.
Ook als de totale reistijd tussen de drankenhandel te Paal (waar de verdachten om 23.49 uur zijn vertrokken) en [naam 15] te Rijen (waar zij om 01.06 uur zijn binnengegaan) wordt bezien, kan niet geoordeeld worden dat [verdachte] onmogelijk beide feiten gepleegd kan hebben. Het tijdsverschil beslaat 1 uur en 17 minuten, terwijl daar een reguliere reistijd van 1 uur en 15 minuten voor staat.

De raadsman heeft voorts nog betoogd dat op de terugweg is omgereden via Reusel en dat verdachten daar de kluis die in België was gestolen hebben gedumpt.

De rechtbank overweegt in dat verband echter dat in het Belgische vonnis niet naar voren komt dat een tussenstop in Reusel zou zijn gemaakt. Over het aantreffen van een in Paal gestolen kluis te Reusel, welke kluis ook in die plaats is opengemaakt, zijn noch door het OM noch door de verdediging stukken overgelegd.


De rechtbank oordeelt dat het verweer van de raadsman moet worden verworpen.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande bewezen dat [verdachte] met [naam 2] en [naam 1] heeft ingebroken bij [naam 15] te Rijen.


feit 17:
Bewijs
Op 10 maart 2016 omstreeks 16.45 uur verliet aangever [naam 16]87 het pand van Ten [bedrijf 7] gevestigd aan de [adres 11] te Zutphen. Omstreeks 23.40 uur werd hij door de politie gebeld dat in het bedrijf was ingebroken. Ter plaatse zag hij dat de voordeur was geforceerd en dat het raam van de voordeur was vernield. In het pand zijn de ruimtes geheel doorzocht. [naam 16] zag in de werkplaats dat zijn heftruck was gebruikt om de kluis van twee meter hoog te forceren. Dat is niet gelukt, maar de daders hebben door hard tegen de kluis aan te rijden de buitenmuur van het pand beschadigd. Een van de vorken van de heftruck stak in de muur en er zat een groot gat in de muur aan de andere kant van de heftruck.

Getuige [naam 44]88 zag op 10 maart 2016 omstreeks 22.30 uur dat de lampen van het pand aan de [adres 11] brandden en dat de buitenmuur kapot was. Daarin zat volgens [naam 44] een gat.

Ook bevindt zich in het dossier een beschrijving van camerabeelden afkomstig van [bedrijf 12] ., met een bewakingscamera gericht op het pand Ten [bedrijf 7] Op de beelden van 10 maart 2016 is volgens verbalisant [verbalisant 20]89 het volgende te zien:

20.34

uur:

Vanuit de richting van de Industrieweg komt een grote zwarte personenauto rijden, die draait net voorbij het bedrijfspand en rijdt weer richting de Industrieweg.

20.36

uur:

Vanuit de richting Industrieweg komt dezelfde personenauto aanrijden. Het stopt voor het bedrijfspand [bedrijf 7] . De auto parkeert naast het bedrijfspand achterwaarts in. De verlichting van de auto wordt gedoofd.

20.45

uur:

Er komt een zilvergrijze auto langsrijden. Op dat moment brandt de verlichting in het kantoor. Tevens is beweging te zien in het bedrijfspand. Ook staat de deur van de werkplaats open, waarin ook verlichting brandt.

20.48

uur:

Op de beelden is te zien dat een persoon met donkere kleding uit de werkplaats komt lopen. Hierop wordt de verlichting in het kantoor uitgezet, waarop er 3 personen uit de hoofdingang komen lopen.

20.49

uur:

Te zien is dat de donkere personenauto zijn verlichting aan doet en vervolgens wegrijdt in de richting van de Industrieweg. Op dat moment is ook het gat in de muur zichtbaar.

De donkere personenauto is vermoedelijk een groot model donkere Audi.

(Er zit twee minuten verschil in de daadwerkelijke tijd van beelden)

De beschikbare camerabeelden die door verbalisant [verbalisant 20] zijn bekeken en beschreven, zijn nader door de verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 5] bekeken. [verbalisant 11]90 vermeldt hierover:

Om 20.35.04 uur is heel kort aan de voorzijde van de auto het autologo van een Audi zichtbaar. Tijdens het draaien op de weg is zichtbaar dat het voertuig, in ieder geval het wiel rechts achter, is voorzien van een 5 spaaks-velg.

Op 14 maart 2016 werd in de [adres 12] een zwarte Audi S5 in beslag genomen (feit 8). Het voertuig bleek uitgerust te zijn met 5 spaaks-velgen91.

Vanuit de eerder genoemde Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken 5] is een dag voor de onderhavige inbraak het volgende OVC-gesprek gevoerd:

- Sessie 375, op 9 maart 2016, vanaf 16.45.56 uur92:

[verdachte] : Kijk zeg ik: vanavond is er wel geen concreet plan, maar morgen is er wel een concreet plan, dus morgen kun je eigenlijk niks anders doen als dat.

[naam 1] : Als…

[verdachte] : Als daar in dinge… waar wij heenrijden. Dat is een uur/anderhalf uur rijden. Laat zeggen dat we met geluk tussen 10 en 11 terug zijn, maar ja. Als we… doen… die auto is ook op de donderdag maar dan moet je alles paraat hebben staan.

[naam 2] : ’s Middags al regelen.

[verdachte] : Dan is het realistisch, snap je. Dat ’s middags daar die bus heen wordt gereden en dat daar alles daar al in de buurt staat. Dat je alleen maar met die Audi rechtstreeks naartoe hoeft te rijden, dakkoepel open en dat je daar je ding doet.

16.48.00

uur:

[verdachte] : We rijden om 7 uur aan en dan zijn we om 10 uur wel terug hoor.

In de Volkswagen Polo is op 11 maart 2016, na de inbraak, het volgende besproken:

- Sessie 411 op 11 maart 2016 vanaf 10.34.52 uur93:

[naam 2] : De S5, geen station he, 5-deurs. Je ziet die auto en zo, en zie je in een keer brrrrum. Die [verdachte] is ook een kei goede chauffeur. Heb je dat gezien die shovel bij tankstation.

[naam 38] : ja?

[naam 2] : Die jongens, met hun werk ik.

[naam 38] : shovel?

[naam 2] : Ze hebben met shovel de kluis.

[naam 38] : Oh ja, die kluis hebben ze daar gepakt.

[naam 2] : We hebben alleen maar goede tips. We zijn gisteren met de heftruck, hun zijn eerst voordat we naar België gingen, we waren al bij Apeldoorn, bij Zutphen gegaan, weet je wat ze daar gedaan hebben, was geen alarm, hun hebben met de heftruck dwars door de kluis heen gereden maar de kluis was zo groot, die is niet uh.

10.41.32

uur:

[naam 2] : We gaan niet zomaar inbreken, hij gaat van te voren kijken bij een winkel, geen alarm, oké we pakken deze, we hebben een lijstje. Dan eentje in Zutphen, dan in Gilze.

In het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons94 wordt uiteengezet dat op de mobiele telefoon van [verdachte] op 10 maart 2016 te 18.47.11 uur het bericht ‘IMSI losmaken’ is verschenen. De telefoon straalde toen aan op zendmast aan de [adres 26]
Op de telefoon van [naam 1] is op 10 maart 2016 te 18.37.42 uur het bericht ‘IMSI losmaken’ verschenen, terwijl de telefoon aanstraalde op de zendmast [adres 22] (thuismast).

De telefoon van [verdachte] werd op 10 maart tussentijds een keer aangezet gedurende ongeveer een minuut en weer uitgezet, te weten aan om 19.37.48 uur en uit om 19.38.43 uur, waarbij telkens als zendmast de Zevenbergseweg te Berghem (nabij Oss) is geregistreerd.

Op de telefoon van [verdachte] is te 21.34.40 uur het bericht ‘IMSI bijvoegen’ verschenen. De telefoon straalde aan op de zendmast [naam 45] te Heteren (nabij de A50 ter hoogte van Arnhem).

Op de telefoon van [naam 1] is dit bericht verschenen te 22.19.47 uur en straalde de telefoon aan op de zendmast [adres 27] .

Tevens is afzonderlijk onderzoek verricht naar de aangestraalde zendmasten van de telefoon van [verdachte] middels tapgesprekken tussen [verdachte] en [naam 2]95.

Uit dit onderzoek vloeit voort dat op 10 maart 2016 op een tijd rondom het gesprek dat [verdachte] met [naam 2] voerde om 21.35 uur de telefoon van [verdachte] drie masten aanstraalde juist ten zuiden van Arnhem, alle rond de A50:

Om 21.34.38 uur straalde zijn telefoon een mast aan ter hoogte van Renkum.

Om 21.36.54 uur straalde zijn telefoon een mast aan ter hoogte van Valburg.

Om 21.36.55 uur straalde zijn telefoon een mast aan ter hoogte van Renkum/Wageningen.

Uit de laatste registraties viel op te maken dat het toestel zich vermoedelijk via de A50 vanuit de noordelijke richting in de zuidelijke richting begaf.

Om 22.35.49 uur straalde de telefoon een mast aan in Tilburg-Noord ter hoogte van de Offenbachstraat-Bynatszkystraat.

Bewijsoverweging

De rechtbank overweegt dat een dag voor de inbraak, op 9 maart 2016, door [verdachte] met onder meer [naam 1] wordt gesproken over een plan voor de volgende dag, dat het dan een uur/anderhalf uur rijden is, dat het de bedoeling is om omstreeks 7 uur weg te rijden en om 10 uur weer terug te zijn. Deze uitlatingen van [verdachte] passen bij de tijden rondom de inbraak te Zutphen op 10 maart 2016, zoals de reistijd tussen Tilburg en Zutphen van ongeveer anderhalf uur en het uitzetten van de telefoons door [verdachte] en [naam 1] tegen 19.00 uur en het weer aanzetten van hun telefoons in Tilburg tussen 22.19 uur en 22.35 uur. Dit uit- en inschakelen van de telefoons door [verdachte] en [naam 1] komt ook bij een groot aantal andere bewezenverklaarde feiten terug, als hiervoor vermeld. Daarnaast kan uit de telefoon/zendmastgegevens van [verdachte] worden afgeleid dat hij in de avond van 10 maart 2016 in de regio Zutphen/Arnhem is geweest. De gegevens passen bij een afgelegde route via Oss in noordoostelijke richting, richting de plaats delict te Zutphen en een terugweg rond 21.35 uur via de A50 langs Renkum, Heteren en Wageningen naar Tilburg.

Tevens is treffend dat [naam 2] , die veelvuldig optrekt met [verdachte] en [naam 1] , bijzondere omstandigheden noemt die ook in de aangifte terugkomen, zoals het gebruik van een heftruck, het daarmee dwars door de kluis (muur) heenrijden en dat dit alles in Zutphen heeft plaatsgevonden. Uit andere feiten die binnen onderzoek Kepel vallen, volgt ook dat [naam 2] samenwerkt met [verdachte] en [naam 1] .
Bovendien blijkt uit de camerabeelden dat bij de poging diefstal bij Ten [bedrijf 7] een donkerkleurige Audi is gebruikt met vijfspaak-velgen en dat een dergelijke auto ook als werkauto in gebruik is geweest bij [verdachte] en [naam 1] .
Op grond van deze feiten en omstandigheden, in samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] tezamen met [naam 1] de onderhavige poging diefstal heeft begaan.

feit 18:

Bewijs
Op 18 maart 2016 werd de woning van [verdachte] doorzocht. Daarbij werden in beslag genomen drie iPhones96, een balance board97 en een hoeveelheid kleding98. De waarde van deze in beslag genomen kleding wordt voorzichtig geschat op € 12.334,-.99 Ook zijn in de woning 14 paar schoenen aangetroffen100, die niet in beslag zijn genomen.

De telefoon van [verdachte] is afgeluisterd. Op 11 februari 2016 belde [verdachte] met Accu autoshop over problemen met een balanceboard dat hij de dag ervoor heeft gekocht101. Later die dag werd hij gebeld door zijn vriendin [naam 23] , waarbij onder andere wordt besproken dat ‘men dat ding gaat maken’ en dat ‘hij er 500 voor heeft betaald’102.
Op 20 februari 2016103 en op 27 februari 2016104 is te horen dat [verdachte] bij [naam 46] een suite reserveert.
[verdachte] heeft ook meerdere telefoongesprekken gevoerd die verband houden met de aanschaf van dure kleding. Op 8 februari 2016 vertelde hij over de telefoon aan [naam 1] dat hij een jas heeft gekocht voor acht en een halve meier105, een dag later belde hij met een Amsterdamse kledingwinkel over een trui van het merk Parajumpers die hij de dag ervoor heeft gekocht. Hij moest eigenlijk een maatje kleiner hebben.106.

Voorts zijn er gesprekken van [verdachte] opgenomen die hij heeft gevoerd in de Volkswagen en de Peugeot, die betrekking hebben op het kopen van kleding. Op 14 februari 2016 heeft hij het erover dat de eerste dag in Amsterdam hem 800 heeft gekrompen en die broek die hem ‘400 heeft gekrompen’ en toen is hij nog een keer naar Amsterdam gegaan, heeft hem weer 300 gekrompen en dan heeft hij het nog niet eens over eten, tanken. Hij heeft [naam 23] twee en een halve meier gegeven. [verdachte] zegt dat dit het vooruitzicht is. Je kunt niets met je geld, alleen goed leven, zo heeft hij gezegd. Een aantal minuten later heeft hij gezegd dat er nieuwe trainingspakken komen en hij er dan vijf in slaat107. Op 20 februari 2016 heeft [verdachte] gezegd dat hij ‘zoveel kleren heeft gekocht sinds hij vrij is, dat het nergens over gaat’108, later die dag zegt hij dat hij een nieuwe kast moest kopen die ook alweer te klein begint te worden109. Op 22 februari 2016 heeft [naam 2] gezegd “1 outfit is 9 meier” waarop [verdachte] zegt: “dit is ook 9 meier”110.

Er is onderzoek gedaan naar het inkomen van [verdachte] en zijn partner [naam 23] over de jaren 2010 tot en met 2015. Over de jaren 2010 tot en met 2015 bedroeg het netto inkomen van [verdachte] in totaal € 11.303,-.111 [naam 23] had over deze jaren een netto inkomen van in totaal € 18.205,-.112 Beiden beschikten niet over noemenswaardig vermogen.

Bewijsoverweging
De rechtbank stelt vast dat het bekende legale inkomen van [verdachte] en zijn partner volstrekt ontoereikend is om de hiervoor besproken luxe uitgaven te doen. Er bestaat dan ook een vermoeden van witwassen, er uit bestaande dat [verdachte] met ‘crimineel’ geld deze goederen heeft aangeschaft. [verdachte] heeft bij de politie niet willen verklaren hoe hij aan het geld komt om dergelijke goederen aan te schaffen. Ter zitting heeft hij weliswaar verklaard dat hij een auto heeft verkocht voor € 10.000,-, maar die verklaring is niet verifieerbaar. Datzelfde geldt voor zijn verklaring dat hij een groot deel van de kleren cadeau heeft gekregen, net zoals het balanceboard. Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen blijkt immers dat [verdachte] dat balanceboard zelf heeft gekocht. Dat [verdachte] het merendeel van de kleren gekregen zou hebben, acht de rechtbank hoogst onwaarschijnlijk gelet op de gesprekken die hij voert over de aanschaf van kleding en de hoeveelheid aan bonnen/facturen die in zijn woning zijn gevonden en betrekking hebben op de aanschaf van dure kleding.

Dat de kleding is vernietigd, leidt naar het oordeel van de rechtbank niet tot vrijspraak. Voor de rechtbank staat vast dat het om merkkleding gaat uit het duurdere segment, terwijl [verdachte] geen begin van een verifieerbare verklaring heeft gegeven over die kleding of de wijze waarop die kleding is betaald.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] geldbedragen heeft omgezet en goederen voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die geldbedragen onmiddellijk en die goederen middellijk afkomstig waren van enig misdrijf. Nu het gaat om een langere periode en een hoge frequentie, het gaat immers om een grote hoeveelheid aan goederen, acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] een gewoonte heeft gemaakt van witwassen.

De rechtbank spreekt [verdachte] vrij van de tenlastegelegde verhullings- en verbergingshandelingen. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om vast te stellen dat sprake is van dergelijke handelingen.


feit 1:

Zoals aan het begin van de bewijsoverwegingen is overwogen, komt de rechtbank nu toe aan het bespreken van het als eerste laste gelegde feit.

[verdachte] wordt onder feit 1 verweten dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, strafbaar gesteld in artikel 140, eerste lid, Sr. Blijkens vaste jurisprudentie betekent een criminele organisatie een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen minimaal twee personen, dat tot het oogmerk heeft het plegen van meer misdrijven. De deelnemers aan een dergelijke organisatie dienen niet ieder voor zich, maar in het verband van deze organisatie te participeren en dus te behoren tot de organisatie, zonder dat vereist is dat zij met alle personen in de organisatie samenwerken of alle personen in de organisatie kennen. Het oogmerk van de criminele organisatie dient gericht te zijn op het plegen van misdrijven. Verdachte moet in zijn algemeenheid weten – in de zin van onvoorwaardelijk opzet – dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Het opzet van verdachte moet gericht zijn op het deelnemen aan de organisatie. Verdachte hoeft in dit verband geen opzet te hebben gehad op één of meerdere concrete door de criminele organisatie beoogde misdrijven. Elke bijdrage aan een organisatie, met een zekere duur en intensiteit, kan strafbaar zijn. De bijdrage behoeft daarom niet alleen te bestaan uit het (mede)plegen van een misdrijf, maar kan ook bestaan uit het verrichten van hand- en spandiensten.

Uit de bewezenverklaarde feiten, met verwijzing naar de bewijsmiddelen en bewijsmotivering daaromtrent, concludeert de rechtbank dat [verdachte] tezamen met de medeverdachten [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] in wisselende samenstelling een reeks vermogensdelicten heeft gepleegd. De rechtbank is, gelet op die bewezenverklaarde feiten, van oordeel dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband met voldoende structuur en duurzaamheid om te kunnen spreken van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank verwerpt daarmee het verweer van de raadsman, die stelt dat er geen samenwerkingsverband aan de orde zou zijn.

Uit observatiegegevens, de aangehaalde OVC-gesprekken en overige bewijsmiddelen, zoals beschreven in het voorgaande, volgt dat [verdachte] , [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] (in wisselende samenstelling) vrijwel dagelijks als groep met elkaar optrokken en op inbrekerspad gingen. De contacten beslaan een periode van ruim een half jaar, gezien de pleegdata van de bewezenverklaarde feiten vanaf 4 september 2015 en 18 maart 2016 de datum waarop [verdachte] en [naam 2] zijn aangehouden. Aldus kan gesproken worden van een intensieve samenwerkingsperiode met nagenoeg dagelijkse omgang tussen de verdachten. Daarbij werden soms op één dag meerdere strafbare feiten gepleegd, zoals de feiten gepleegd op 4 september 2015 bij [kledingwinkel] en de woning aan De Logt en de feiten gepleegd op 10 maart 2016 bij [naam 15] en [bedrijf 7]

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat niet amateuristisch maar met een zekere mate van professionaliteit en structuur door de verdachten is gehandeld. Er is immers gebruik gemaakt van gestolen auto’s om daarmee andere delicten te plegen. Voor de gestolen werkauto, de Audi S5, is via een derde, mogelijk een katvanger, een garagebox aan de [adres 13] te Tilburg gehuurd113. [verdachte] heeft dit, blijkens een OVC-gesprek van 24 februari 2016 geregeld114. De huurprijs zou door vier personen worden voldaan. [verdachte] zegt namelijk: “Die garage kost zeven tientjes maar we geven hem wel twee meier elke maand… Dat betaal je met vier man, da’s 50 euro.” Voorafgaand aan het plegen van een delict werd niet alleen de werkauto in de garagebox opgehaald, maar ook inbrekersbenodigdheden (die al dan niet in de auto lagen), zoals een betonschaar, bivakmuts, handschoenen en een zaklamp, gezien OVC-gesprek 258 tussen [verdachte] en [naam 2]115. In de Audi zijn door de politie ook meerdere breekijzers, een voorhamer en een bouwsleutel aangetroffen116.

Uit eerdere bewijsmiddelen volgt verder dat de verdachten beveiligingssystemen/camera’s uitschakelden en hun mobiele telefoons voor en na het plegen van de feiten uitzetten en aanzetten, zodat zij niet zouden kunnen worden herkend op camerabeelden, niet kunnen worden gestoord door een alarm en om te voorkomen dat de politie hun aanwezigheid op de plaatsen delict zou traceren.

In dit licht kan voorts worden geconstateerd dat door de verdachten niet impulsief werd opgetreden, maar dat de inbraken in meer of mindere mate werden voorbereid of voorverkend. Zo wist [verdachte] dat ze bij [bedrijf 2] binnen de linkerkant op moesten gaan en dat ze in het bedrijfsgebouw van [naam 15] de trap op moesten lopen om de kluis te vinden.

Ook verwijst de rechtbank op deze plaats nogmaals naar OVC-sessie 411, waarin [naam 2] zegt: “We gaan niet zomaar inbreken, hij gaat van te voren kijken bij een winkel, geen alarm, oké we pakken deze, we hebben een lijstje. Dan eentje in Zutphen, dan in Gilze.”

Uit de OVC-gesprekken tussen de verdachten, waarin openlijk werd gecommuniceerd over de te plegen en/of de reeds gepleegde feiten, is ondubbelzinnig te destilleren dat de verdachten wisten dat de organisatie waaraan zij deelnamen tot het oogmerk had het plegen van vermogensdelicten. Bovendien is uit de door de verdachten uitgevoerde (inbrekers)handelingen onmiskenbaar hun gemeenschappelijke doel op te maken: om door middel van het plegen van vermogensdelicten inkomsten te genereren.

Naar het oordeel van de rechtbank kan hiermee worden vastgesteld dat de verdachten het onvoorwaardelijk opzet gericht op de deelname aan de criminele organisatie hebben gehad.

De rechtbank heeft in dit verband naast de bewijsmiddelen bij de overige feiten in het bijzonder acht geslagen op OVC-sessie 57117, zijnde een gesprek tussen [verdachte] en [naam 2] op 21 februari 2016 vanaf 19.36.01 uur, waaruit is af te leiden dat er een auto is gekocht waaraan verdachten ‘8 meier’ moesten meebetalen. [naam 2] zegt dan: “Ja maar kijk acht meier ja is wel geld natuurlijk maar ja. Je moet kijken als jullie een keer op pad zijn geweest…Nee, maar je hoeft niet echt vaak op pad te gaan om hem terug te hebben, snap je.” [verdachte] zegt daarop: “Ik heb hem al terug verdiend, maar ja wie ben ik.” De rechtbank gaat er van uit dat de verdachten hiermee bedoelen dat ze op inbrekerspad gaan om het ingelegde geld voor de (werk)auto terug te verdienen.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat sprake is geweest van een criminele organisatie, waarvan [verdachte] , [naam 2] , [naam 1] en [naam 3] deel hebben uitgemaakt. Deze organisatie is actief geweest van 1 september 2015 tot en met 18 maart 2016, de dag waarop [verdachte] en [naam 2] zijn aangehouden.


Gelet op het aantal gepleegde feiten, de samenstelling waarin deze zijn gepleegd en de informatie waarover de verdachten ten aanzien van het plegen van de feiten hebben beschikt, kan aan [verdachte] en [naam 1] een prominentere rol in de organisatie worden toegedicht dan aan [naam 2] en [naam 3] . [verdachte] had in de feiten ook een grote intellectuele bijdrage, hij had vaak de informatie/tips en deelde aan anderen opdrachten uit. De rol van [naam 2] was beperkter. [naam 3] heeft in de organisatie het kleinste aandeel gehad.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 18 maart 2016

te Tilburg en/of te Oosterhout, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan

een organisatie, bestaande uit (een samenwerkingsverband van natuurlijke

personen, te weten) verdachte en:

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van o.a. de volgende misdrijven:

- het plegen van (een of meer vormen van gekwalificeerde) diefstallen

(310/311/312/317 Wetboek van Strafrecht) (o.a. blijkend uit de door hem en/of

zijn mededader(s) gepleegde feiten 2, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 7, 8

primair, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 17) en/of

- het plegen van (een of meer vormen van) heling (416/417/417bis Wetboek van

Strafrecht) (o.a. blijkend uit de het door hem en/of zijn mededader(s) gepleegde

feiten 3 subsidiair, 4 subsidiair, alsmede 8 subsidiair) en/of

- het plegen van (een of meer vormen van) witwassen (420bis/420ter/420quater)

Wetboek van Strafrecht (o.a. blijkend uit de door hem en/of zijn mededader(s)

gepleegde feiten 3 meer subsidiair, 4 meer en nog meer subsidiair, 8 meer en

nog meer subsidiair, alsmede 18);

feit 2:

hij op of omstreeks 4 september 2015 te Oisterwijk tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een kledingwinkel ( [kledingwinkel] , gelegen aan de [adres 1]

) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid kleding (circa 234 stuks

kleding, merken: Stone Island en/of 7 jeans), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [naam 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen kleding onder zijn/hun bereik hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking van de (voor)deur en/of (een deel

van de) pui van die winkel;

feit 3 primair:

hij in of omstreeks de periode van 3 september 2015 tot en met 4 september 2015

te Dongen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Opel

Astra (kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 5] en/of [naam 6] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

feit 4 meer subsidiair:

hij op of omstreeks 4 september 2015 te Oisterwijk, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een

voorwerp, te weten een personenauto (merk BMW, type 535 met (oorspronkelijk)

kenteken [kenteken 2] , chassisnummer: [chassisnummer 1] ), althans een goed,

de herkomst en/of vindplaats en/of de verplaatsing en/of de rechthebbende, heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of voornoemd voorwerp, voorhanden heeft gehad en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 5 primair:

hij in of omstreeks de periode van 3 september 2015 tot en met 4 september

2015 te Oisterwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanuit een

woning/huis aan [adres 2] aldaar) heeft weggenomen voedingswaar en/of

koffiemokken en/of 3 afstandsbedieningen en/of een damesfiets, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 8] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij

verdachte en/of zijn mededaders die weg te nemen goederen onder zijn/hun

bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

feit 7:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 14 februari 2016 tot en met 15 februari 2016 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (van [bedrijf 1] aan de [adres 3] aldaar) heeft weggenomen een geldbedrag van circa 13.000,- euro en/of een geldbedrag van circa 3.000,- euro aan buitenlandse

valuta (w.o. Hongkong dollars) en/of reservesleutels van 3 voertuigen en/of

twee iPhones en/of een brandblusser, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [naam 9] en/of [bedrijf 1] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (van een

(voor)deur van dat pand) en/of inklimming;

feit 8 subsidiair:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 17

februari 2016 tot en met 14 maart 2016, in elk geval op of omstreeks 14 maart

2016 te Tilburg en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een Audi S5 (met kenteken

[kenteken 3] , chassisnummer [chassisnummer 2] ) heeft verworven, voorhanden gehad

en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

feit 9:

hij op of omstreeks 22 februari 2016 te Tilburg tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijf, zijnde [bedrijf 2] heeft weggenomen een

of meer kluizen (inhoudende o.a. een of meerdere geldbedragen, groot circa

3500 euro, althans een geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [naam 11] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij

verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kluis/kluizen

en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

van een of meerdere ra(a)m(en) en/of deur(en) van dat

bedrijfspand (gelegen aan de [adres 4] aldaar) en/of door middel van

een valse sleutel;

feit 10:

hij op of omstreeks 23 februari 2016 te Breda ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een winkelpand (van [bedrijf 3] , gelegen aan de [adres 5] aldaar) weg te nemen een hoeveelheid kleding en/of (andere) goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 3] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de

toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen kleding onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, hebbende, hij, verdachte en/of zijn mededader(s) met (inbrekers)gereedschap een deur

en/of deurkozijn van dat winkelpand geprobeerd te openen, in elk geval te

forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 13:

hij op of omstreeks 25 januari 2016 te Tilburg tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijf, zijnde café [café] (gelegen aan het

[adres 7] aldaar) heeft weggenomen een kluis (inhoudende o.a. een of

meerdere geldbedrag(en), groot circa 675 euro, althans een geldbedrag), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 13]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kluis

en/of geld onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking van een of meerdere ra(a)m(en) en/of deur(en) van dat

bedrijfspand (gelegen aan het [adres 7] aldaar);

feit 15:

hij op of omstreeks 25 februari 2016 te Yerseke ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer

anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een bedrijfspand (van [bedrijf 6] , gelegen aan de [adres 9] aldaar) weg te nemen een hoeveelheid goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6] , in geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich

daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat

weg te nemen goed(eren)onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak

en/of verbreking en/of inklimming, hebbende, hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) een hekwerk geforceerd en/of een zak om een camera gedaan en/of

het slot van een heftruck geforceerd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

feit 16:

hij op of omstreeks 10 maart 2016 te Rijen tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres 10] aldaar)

heeft weggenomen een geldkistje met daarin een hoeveelheid geld, groot circa

300 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 14] en/of [naam 15] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn

mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft

en/of die/dat weg te nemen kluisjes en/of het geld onder zijn/haar/hun bereik

hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking van een of meerdere

ra(a)m(en) en/of (toegangs)deur(en) van dat bedrijfspand;

feit 17:

hij op of omstreeks 10 maart 2016 te Zutphen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een bedrijfspand (van [bedrijf 7] , gelegen aan de [adres 11] aldaar) weg te nemen een kluis en/of een hoeveelheid andere goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan Ten [bedrijf 7] en/of [naam 16] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en

zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die weg te nemen kluis en/of andere goederen onder zijn/hun bereik te brengen

door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, hebbende, hij, verdachte en/of zijn mededader(s) met een heftruck geprobeerd die kluis te openen, in elk geval te forceren (waardoor forse schade is ontstaan), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

feit 18:

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2015 tot en met 18 maart 2016, te Tilburg, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s), van meerdere (contante) geldbedragen, waaronder:

een bedrag van 445,- euro en/of 95,- euro en/of 269,- euro en/of 245,- euro

en/of 829,95 euro en/of 550,- euro en/of 179,99 euro en/of 475,- euro en/of

375,- euro en/of 73,85 euro en/of 239,95 euro en/of 50,- euro en/of 259,99

euro en/of 134,98 euro en/of 159 euro en/of 999,95 euro en/of 850,- euro

en/of 12.334,- euro en/of 398,- euro en/of 469,- euro en/of 500,- euro,

althans van enig(e)(contante) geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de

herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing

verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is

en/of

enig(e) (andere) geldbedrag(en) voorhanden gehad en/of omgezet en/of goed(eren) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen (in o.a. luxe kleding en/of schoenen

en/of iPhones en/of een Balance board en/of aan een of meer

hotelovernachtingen), terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze (contante)

geldbedrag(en) en/of goed(eren) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

[verdachte] is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan [verdachte] op te leggen een gevangenisstraf van vijf jaar met aftrek van voorarrest, gezien de ernst van de feiten, het uitgebreide strafblad van [verdachte] en de centrale, intellectuele rol die [verdachte] binnen de criminele organisatie heeft vervuld. Verder heeft de officier van justitie bij zijn eis rekening gehouden met de impact van de door verdachten gepleegde feiten op de slachtoffers en de samenleving. Hij heeft hierbij ook aangegeven welke gevolgen het gedrag van verdachten hebben gehad voor een persoon in het bijzonder, die haar huis heeft moeten verlaten omdat verdachten hun auto hebben geparkeerd op de oprit van haar woning, en men vreesde dat de woning betrokken zou worden in het plegen van strafbare feiten.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , zoals het feit dat hij vader is en dat hij voor de ramkraak op het [naam 41] -nog niet onherroepelijk is veroordeeld. Voorts is betoogd dat rekening gehouden dient te worden met de straf die [verdachte] reeds in België heeft uitgezeten in verband met een aantal zaken die samenhangen met de onderhavige zaak.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

[verdachte] heeft in de periode 1 september 2015 tot en met 18 maart 2018 samen met anderen binnen een crimineel georganiseerd verband een reeks vermogensdelicten, dan wel pogingen daartoe, gepleegd. Het betreft met name bedrijfsinbraken, waarbij [verdachte] het voorzien had op de inhoud van kluizen. Ook aan het wegnemen van dure merkkleding in een exclusieve modezaak heeft hij zich schuldig gemaakt. Om de bedrijfspanden te kunnen betreden en goederen van zijn gading te kunnen bemachtigen heeft [verdachte] onder meer ramen en deuren geforceerd en ruiten vernield. Bij het bedrijf Ten [bedrijf 7] te Zutphen heeft [verdachte] met anderen zelfs met gebruik making van een heftruck een groot gat in een muur gereden, omdat hij probeerde een kluis te forceren. Bij kledingwinkel [kledingwinkel] te Oisterwijk pleegde [verdachte] met behulp van gestolen auto’s een ramkraak, waardoor de voorgevel van de winkel beschadigd raakte. De bedrijven zien zich dan ook niet alleen geconfronteerd met het verlies van geld of goederen, maar ook met de reparatiekosten van de braakschade. Zij hebben door toedoen van [verdachte] ongetwijfeld veel hinder en ongemak ervaren. Naast de bedrijfsinbraken heeft [verdachte] een inbraak in een leegstaande woning gepleegd, heeft hij auto’s geheeld en gestolen om daarmee andere strafbare feiten te plegen en heeft hij door middel van witwaspraktijken de opbrengsten van zijn criminele activiteiten in het reguliere betalingsverkeer gebracht. De vermenging van crimineel geld met legaal geld ontwricht het economisch evenwicht in de samenleving.

[verdachte] heeft geen enkel respect getoond voor de eigendommen en belangen van anderen. Hij was er alleen op uit om ten koste van anderen veel cash te verdienen. De rechtbank rekent [verdachte] het bewezenverklaarde zwaar aan.

Uit het dossier komt het beeld naar voren van [verdachte] als een persoon die er welbewust voor kiest om niet voor zijn geld te werken, maar middels misdrijven wenst te voorzien in zijn luxe uitgavepatroon. [verdachte] kan als een beroepscrimineel worden beschouwd, die niet van plan lijkt te zijn om zijn levensstijl te veranderen en ogenschijnlijk een gevangenisstraf incalculeert als ‘een risico van het vak’. [verdachte] heeft zelf gezegd hoe hij een en ander ziet. In een OVC-gesprek zegt hij tegen zijn vriendin Klinrit: ‘ik kan me daar niet in verplaatsen. Die niks spannends meemaken, nooit een ander verhaal, werken en…’.even later zegt hij: “jij moet werken, ik niet”. Deze houding tekent [verdachte] .

De rechtbank heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , voor zover deze ter zitting aan de orde zijn gekomen. Er ligt weliswaar een tweetal rapporten van gedragsdeskundigen – te weten van psychiater J.K. Harts d.d. 14 juni 2016 en psycholoog W.J.P. Gaertner d.d. 31 mei 2016 – maar omdat [verdachte] heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan het psychiatrisch en psychologisch onderzoek, hebben de deskundigen geen conclusies en adviezen uitgebracht.

Ten nadele van [verdachte] neemt de rechtbank in aanmerking dat hij frequent ter zake van vermogensdelicten met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank zoekt aansluiting bij de richtlijnen van het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (LOVS). Zij heeft in het bijzonder acht geslagen op de oriëntatiepunten voor de straftoemeting aangaande de gepleegde vermogensdelicten, in combinatie bezien met de recidive. Voor wat betreft deelname aan de criminele organisatie heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de proactieve rol die [verdachte] in de organisatie heeft vervuld.

Op grond van het vorenstaande, met name om de ernst van de feiten te benadrukken en gelet op de houding van [verdachte] ten aanzien van het plegen van strafbare feiten, acht de rechtbank een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Omdat de officier van justitie, anders dan de rechtbank, de strafbare voorbereidingshandelingen (feit 11) bewezen acht – voor welk feit een hoge straf kan gelden – en hij inzake feit 1 rekening houdt met een voorverkenningssituatie bij een woning van een hoogbejaarde vrouw te Assen/Oud-Leusden en de gevolgen daarvan – komt de rechtbank op een lagere straf uit dan is gevorderd. De rechtbank betrekt het gebeuren in Assen/Oud-Leusden namelijk niet bij de strafmaat, nu dit geen onderdeel uitmaakt van enig tenlastegelegd feit, ook niet van deelname aan een criminele organisatie en naar het oordeel van de rechtbank ook niet valt te beschouwen als een omstandigheid die relevant is voor de bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank ziet geen aanleiding om bij de strafoplegging rekening te houden met de aan [verdachte] opgelegde straf in België. Artikel 63 Sr is niet van toepassing op in het buitenland opgelegde straffen. De rechtbank is van oordeel dat het de eigen keus is geweest van [verdachte] om zowel in België als Nederland strafbare feiten te plegen en dat hij wist dat hij daarvoor dan ook in beide landen vervolgd en bestraft zou kunnen worden.


De rechtbank zal [verdachte] veroordelen tot een gevangenisstraf van 45 maanden.

Gelet op de ernst van de feiten en de langdurige gevangenisstraf die wordt opgelegd zal de rechtbank daarbij de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam 34] vordert een schadevergoeding van € 1.500,-.

Met de raadsman en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de vordering niet is te koppelen aan enig tenlastegelegd feit, ook niet aan feit 1 (de deelname aan een criminele organisatie). Er is dan ook sprake van onvoldoende causaal verband tussen het tenlastegelegde en de opgegeven geleden schade. [naam 34] behoort niet tot de kring van personen die in deze procedure zich als benadeelde partij kunnen voegen. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

De benadeelde partij [naam 21] / [bedrijf 3] vordert een materiële schadevergoeding van € 500,00 voor feit 10.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, nu de vordering niet is onderbouwd en daarom een nader onderzoek naar de toegebrachte schade zou moeten worden ingesteld. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8 Het beslag

8.1

De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

1. G1521497, 9 stuks kleding, jas

2 G1521500, 10 stuks kleding, trainingspakken

3 G1521506, 12 stuks kleding, 10 lange broeken en 2 korte broeken

4 G1521529, 2 stuks kleding, sjaal

5 G1521546, 1 stuk kleding, blouse/overhemd

6 G1521553, 7 stuks kleding, sport, 2 broeken en 5 jassen

7 G1521560, 1 stuk kleding, kleur groen, Parajumpers jas, maat 1,

8 G1521565, 7 stuks sigaretten Marlboro
9 G1521568, 6 stuks munten, Nederland t.w.v. 2.85

10 G1521509, 46 stuks kleding, trui, 30 lange mouw en 16 korte mouw 11 G1516051, 1 mobiele telefoon, mobiele telefoon, kleur wit, iPhone

12 G1516115, 1 nephorloge, kleur zwart, Cartier, in rood/wit doosje

14 G1516147 1 mobiele telefoon, kleur zwart, Apple Iphone

15 G1518937 1 mobiele telefoon, kleur wit, Apple Iphone 6 met beschermhoes

16 G1373075 1 personenauto [kenteken 4] Peugeot 307, kleur blauw

18 G1516048 geld euro’s, inbeslaggenomen op 18-03-2016, 2x50 7x20

19 G1516060 geld euro’s, inbeslaggenomen op 18-03-2016, 4x50
20 G1516061 geld euro’s, inbeslaggenomen op 18-03-2016, 4x20

8.2

De teruggave

De rechtbank gelast de teruggave van de in beslag genomen bromfiets, onder nummer G1456999 1 bromfiets, Piaggo Vespa Sprint 2015, DDKDK86B

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 45, 47, 57, 140, 310, 311, 416, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing


De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 4 primair, 4 subsidiair, 6, 8 primair, 11, 12 en 14 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

* feit 1:
deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

* feit 2, feit 3 primair, feit 5 primair, feit 7, feit 16, telkens:
diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
* feit 4 meer subsidiair:

medeplegen van witwassen;

* feit 8 subsidiair:
medeplegen van opzetheling;

* feit 9:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;
* feit 10, feit 15, telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

* feit 13:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg te nemen

goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

* feit 17:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg

te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
* feit 18:

gewoontewitwassen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 45 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd de onder 8.1 genoemde inbeslaggenomen voorwerpen;
- gelast de teruggave van het onder 8.2 genoemde voorwerp;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [naam 34] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam 34] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

- verklaart de benadeelde partij [naam 21] / [bedrijf 3] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam 21] / [bedrijf 3] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Weert, voorzitter, mr. Van der Linden en mr. Schnitzler, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Roebroeks, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 oktober 2018.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2015230185/ZB4R015037 van politie Midden- en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 3598. Het proces-verbaal van aangifte [naam 4] , pagina 825 en 826.

2 Het proces-verbaal van verhoor aangever [naam 4] , pagina 829 en 830.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 836 en 837.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 838.

5 Het proces-verbaal aantreffen gesignaleerd motorvoertuig, pagina 847.

6 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 6] , pagina 921.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 18] , pagina 924.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 8] , pagina 853 en 854.

9 Het proces-verbaal van verhoor aangever [naam 8] , pagina 857.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 859 en 860.

11 Het proces-verbaal van aangever [naam 4] , pagina 829.

12 Het proces-verbaal van verhoor aangever [naam 4] , pagina 827.

13 Het proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 886 en 889.

14 Het geschrift, zijnde een deskundigenrapport van het NFI, d.d. 4 november 2015, pagina 893 t/m 895.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 956.

16 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 7] , pagina 952.

17 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 33] , pagina 949 en 950.

18 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 90, 22 februari 2016, pagina 2260.

19 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 90, 22 februari 2016, pagina 2260 en 2264, nader uitgewerkt in het herstelproces-verbaal 3 fragmenten uit 3 OVC-sessies, pv-nummer 438, d.d. 18 oktober 2017, separaat gevoegd.

20 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 251, 1 maart 2016, pagina 2439 en 2440, nader uitgewerkt in het herstelproces-verbaal 3 fragmenten uit 3 OVC-sessies, pv-nummer 438, d.d. 18 oktober 2017, separaat gevoegd.

21 Het proces-verbaal van bevindingen met uitwerking OVC-sessie 350, 18 mei 2016, pv-nummer 308, d.d. 10 november 2016, separaat gevoegd.

22 Het OVC-gesprek, Peugeot 307, sessie 37B, 4 maart 2016, pagina 2163.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 960, 961, 962 en 964.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van 20 november 2016, nummer 325, los.

25 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 32] , pagina 1207 en 1208.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1214 en 1215.

27 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 40] , pagina 1230.

28 Het proces-verbaal camerabeelden [bedrijf 10] pagina 1249 en 1250.

29 Proces-verbaal bevindingen [bedrijf 9] , pagina 1278-1279.

30 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 37, 14 februari 2016, pagina 2139, 2140, 2144, 2145 en 2147.

31 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1274.

32 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1276.

33 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 359

34 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 10] , pagina 1424 en 1426.

35 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1427.

36 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1446.

37 Het proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 1474 en 1475.

38 Het proces-verbaal van bevindingen tactische zoeking Audi S5, pagina 1482.

39 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 91, 18 februari 2016, pagina 1430.

40 De OVC-gesprekken, Peugeot 307, 18 februari 2016, pagina 2289 en 2290.

41 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 92, 22 februari 2016, pagina 2272 en 2273.

42 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 165, 25 februari 2016, pagina 2417 en 2418.

43 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1090.

44 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 258, 1 maart 2016, pagina 1468.

45 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 69, 22 februari 2016, pagina 2198 en 2199.

46 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 162, 25 februari 2016, pagina 1432.

47 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 258, 1 maart 2016, pagina 1468.

48 Het geschrift, zijnde een schriftelijke verklaring van medeverdachte [naam 2] , betreffende een bekennende verklaring ten aanzien van feit 10, de poging tot diefstal bij [bedrijf 3] , separaat gevoegd.

49 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 29] , pagina 1118.

50 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 30] , pagina 1122 en 1123.

51 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 28] , pagina 1018 en 1019.

52 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 31] , pagina 1024 en 1025.

53 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1051.

54 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1059 t/m 1061.

55 Het proces-verbaal van bevindingen mogelijke vluchtroute, pagina 1052 en 1053.

56 Het geschrift, zijnde de schriftelijke verklaring van [naam 2] , separaat gevoegd.

57 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbraak Zutphen, pagina 2029.

58 Het relaasproces-verbaal, pagina 99.

59 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-gesprek sessie 57, 21 februari 2016, pagina 2177 en 2178.

60 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 71, 22 februari 2016, pagina 2213, 2214, 2218, 2219.

61 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 72, 22 februari 2016, pagina 2221.

62 Het proces-verbaal van bevindingen, uitwerking OVC-sessie 73, 22 februari 2016, pagina 2225 en 2226.

63 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 74, 22 februari 2016, pagina 2231 en 2232.

64 De verklaring van [verdachte] , afgelegd ter zitting van 27 augustus 2018.

65 Het proces-verbaal van aangifte [naam 21] , pagina 1110 en 1111.

66 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 26] , pagina 1927 en 1928.

67 Het proces-verbaal van bevindingen fotomap [café] , pagina 1937.

68 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1931.

69 Het proces-verbaal van bevindingen fotomap [café] , pagina 1936.

70 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 297, 4 maart 2016, pagina 2456 en 2457.

71 Het proces-verbaal onderzoek poging inbraak Yerseke, pagina 1996 t/m 2000.

72 Het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons, pagina’s 2085 en 2086.

73 Het proces-verbaal van bevindingen pagina 3328-3338.

74 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC sessie Polo 107, pagina 2326-2328.

75 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1446.

76 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 14] , pagina 2011 tot en met 2013.

77 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 14] , pagina 2012.

78 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2015.

79 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2016.

80 De foto’s van de groene moker en het rode breekijzer in/uit de kofferbak van de Audi S5, pagina 2019 t/m 2021.

81 De fotoprint van de camerabeelden met een dader dragend voorwerpen met een groene of een rode steel, pagina 2018.

82 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2017.

83 De fotoprints van de locatiebepalingen van de Volkswagen Polo van 9 en 10 maart 2016, pagina 2023.

84 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 411, 11 maart 2016, pagina 2520 en 2522.

85 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 375, 9 maart 2016, pagina 2034 t/m 2038.

86 Het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen betreffende onder meer de verdachten [verdachte] , [naam 2] en [naam 1] , dossiernummer 16T000972, d.d. 24 januari 2018, separaat gevoegd, onder 2.1.5, tenlastelegging B.5.

87 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 16] , pagina 2052 en 2053.

88 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 44] pagina 2062.

89 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2066 en 2067.

90 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbraak Zutphen, pagina 2027.

91 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbraak Zutphen, pagina 2029.

92 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 375, 9 maart 2016, pagina 2041 en 2042.

93 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 411, 11 maart 2016, pagina 2048 en 2049.

94 Het proces-verbaal van bevindingen uitzetten mobiele telefoons, pagina 2086.

95 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek inbraak Zutphen, pagina 2028.

96 De kennisgevingen van inbeslagneming, pagina’s 1735 tot en met 1737.

97 De kennisgeving van inbeslagneming, pagina 1744.

98 Overzicht in beslag genomen kleding [verdachte] , pagina’s 1598 en 1599.

99 Het proces-verbaal deelonderzoek witwassen, pagina 1590.

100 Foto van 14 paar schoenen, pagina 1734.

101 Tapgesprek sessienummer 13464, pagina 1739.

102 Tapgesprek sessienummer 13544, pagina 1740.

103 Tapgesprek sessienummer 17215, pagina 1706.

104 Tapgesprek sessienummer 22030, pagina’s 1709 en 1710.

105 Tapgesprek sessienummer 10776, pagina 1696.

106 Tapgesprek sessienummer 11182, pagina 1698.

107 Proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 37 Polo, 14 februari 2016, pagina’s 2154 en 2159.

108 Proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 34 Polo, 20 februari 2016, pagina 2121.

109 Proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 35 Polo, 20 februari 2016, pagina 2131.

110 Proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 92 Polo, 22 februari 2016, pagina 2275.

111 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1600.

112 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1603.

113 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1434 en 1435.

114 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 142, 24 februari 2016, pagina 2366.

115 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1468.

116 Het proces-verbaal van bevindingen tactische zoeking Audi S5, pagina 1482 en 1483.

117 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerking OVC-sessie 57, 21 februari 2016, pagina 2177 en 2178.