Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:6462

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
06-11-2018
Datum publicatie
27-01-2019
Zaaknummer
BRE 18_4186
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:CRVB:2020:13, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

nvt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 18/4186 PW

uitspraak van 6 november 2018 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,

gemachtigde: mr. J.L.A.M. van Os,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 mei 2018 (bestreden besluit) van het college. Dit besluit gaat over de afwijzing van zijn aanvraag om een bijstandsuitkering.

De zaak is behandeld in Breda op 31 oktober 2018. Eiser was daarbij niet aanwezig. Namens het college is verschenen mr. K. Koers.

Wat is in het kort het oordeel van de rechtbank?

De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende informatie heeft gegeven over zijn woon- en leefsituatie. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of eiser recht heeft op een bijstandsuitkering. Het college heeft daarom de aanvraag van eiser kunnen afwijzen.

Overwegingen

1. Eiser ontving eerder een bijstandsuitkering van het college. Deze uitkering is ingetrokken per 1 augustus 2017. Dit omdat het college bankafschriften bij eiser had opgevraagd en eiser deze niet heeft ingeleverd. Hierdoor kon het college niet vaststellen of eiser nog recht had op een uitkering.

2. Eiser heeft op 31 augustus 2017 bij het college een aanvraag ingediend om een bijstandsuitkering. Deze aanvraag is op 11 oktober 2017 afgewezen, omdat er onduidelijkheid bestond over eisers woon- en leefsituatie.

Aanvraag bijstandsuitkering

3. Eiser heeft op 2 januari 2018 bij het college opnieuw een aanvraag ingediend om een bijstandsuitkering. Het college heeft aan eiser gevraagd om een aantal stukken in te leveren.

Besluiten van het college

4. Op 7 februari 2018 heeft het college de aanvraag van eiser afgewezen. Volgens het college heeft eiser (1) niet met objectieve en controleerbare bewijsstukken aangetoond hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien, en (2) geen volledig huurcontract ingeleverd. Hierdoor kan het niet worden vastgesteld of eiser recht heeft op een uitkering, aldus het college.

5. Eiser was het hier niet mee eens. Hij heeft daarom bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 februari 2018.

6. In het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Beoordelingsperiode van de rechtbank

7. De beoordelingsperiode voor de rechtbank loopt van 2 januari 2018 (datum aanvraag) tot en met 7 februari 2018 (datum eerste besluit, zie overweging 4). Dit betekent dat de rechtbank alleen voor deze periode kijkt of het besluit van het college stand kan houden.

Oordeel van de rechtbank

8. Eiser heeft gevraagd om een bijstandsuitkering. Het college moet beoordelen of eiser recht heeft op deze uitkering. Dit kan alleen als het college over voldoende informatie beschikt. Het is aan eiser om ervoor te zorgen dat het college over deze informatie beschikt.

9. Volgens het college heeft eiser onvoldoende informatie verstrekt over zijn woon- en leefsituatie. Waar iemand woont, is van belang voor het recht op uitkering. Het college moet namelijk weten of eiser in zijn gemeente woont, of hij alleen woont of dat hij samenwoont, en of er sprake is van medebewoners. Indien nodig, moet het college die informatie ook kunnen controleren.

10. Eiser staat sinds 20 december 2017 ingeschreven op het adres [adres] in [plaatsnaam] . Volgens eiser huurt hij een kamer in deze woning en betaalt hij hiervoor een bedrag van € 550,-. Hij heeft bij het college een huurcontract ingeleverd, maar die is nauwelijks ingevuld. Zo staat er bijvoorbeeld niet in:

  • -

    vanaf wanneer er een kamer wordt gehuurd;

  • -

    wat het adres is van de gehuurde kamer;

  • -

    voor welk bedrag de kamer wordt gehuurd.

Het college heeft aan eiser gevraagd om een volledig huurcontract in te leveren, maar dit heeft eiser niet gedaan.

Uit het dossier blijkt dat het adres van eiser bij de gemeente (burgerzaken) in onderzoek is. De eigenaar van de woning aan de [adres] heeft op 16 januari 2018 verklaard dat eiser van plan is om daar te gaan wonen, maar dat hij er op dat moment nog niet woonde. Medewerkers van de gemeente hebben de door eiser gehuurde kamer gezien, maar die was helemaal leeg. Daarnaast heeft eiser op 5 februari 2018 een inlichtingenformulier bij het college ingeleverd, waarin staat dat eisers huur € 450,- per maand bedraagt (in plaats van € 550,-).

De rechtbank vindt daarom dat het college aan eiser mocht vragen om een volledig huurcontract in te leveren. Nu eiser dit niet heeft gedaan, heeft hij onvoldoende informatie verstrekt over zijn woon- en leefsituatie. Hierdoor kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.

11. De rechtbank stelt vast dat het college ook heeft gezegd dat eiser onvoldoende informatie heeft gegeven over hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Omdat het standpunt van het college over eisers woon- en leefsituatie stand kan houden, ziet de rechtbank geen aanleiding om het punt van het levensonderhoud ook te bespreken.

12. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.