Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:622

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30-01-2018
Datum publicatie
05-02-2018
Zaaknummer
02/340289/HA RK 18-7
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: [procedurenummers]

Beslissing van 30 januari 2018 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoeker 1] ,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoeker 2] .,

beiden gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam 2] ,

gemachtigde [gemachtigde verzoekers] .

1 Procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:

  • -

    de aantekeningen van de op 9 januari 2018 door mr. [gewraakte rechter] , kantonrechter in deze rechtbank, gehouden comparitiezitting in na te noemen zaken;

  • -

    het proces-verbaal van wraking, opgemaakt naar aanleiding van het op die zitting door de gemachtigde van verzoeksters, [gemachtigde verzoekers] , gedane wrakingsverzoek

  • -

    de processtukken zoals opgenomen in de procesdossiers van de hierna te noemen zaken;

  • -

    de van mr. [gewraakte rechter] op 19 januari 2018 ingekomen schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek,

  • -

    de brief van 23 januari 2018 van mr. [gemachtigde eiseres] gemachtigde van [eiseres] , eiseres in na te noemen zaken, en

  • -

    de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 24 januari 2018, waarbij is verschenen de gemachtigde van verzoeksters, [gemachtigde verzoekers] . Ofschoon daartoe uitgenodigd is mr. [gewraakte rechter] niet verschenen, waarvan hij in zijn hiervoor genoemde schriftelijke reactie aankondiging heeft gedaan. Evenmin is namens [eiseres] iemand verschenen. Ook hiervan is bij de hiervoor aangehaalde brief van de gemachtigde mr. [gemachtigde eiseres] aankondiging gedaan.

2 Het verzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van mr. [gewraakte rechter] voornoemd, in zijn hoedanigheid van kantonrechter, belast met de behandeling van de zaken van [eiseres] ., verder te noemen [eiseres] , tegen verzoekster [verzoeker 1] en verzoekster [verzoeker 2] . met procedurenummers [procedurenummers] .

2.2.

Blijkens de van hem ingekomen schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek berust mr. [gewraakte rechter] niet in het verzoek tot wraking.

3 De feiten en de gronden van het wrakingsverzoek

3.1.

In de hiervoor genoemde zaken vordert [eiseres] veroordeling van ieder van verzoeksters tot betaling van een bedrag van respectievelijk € 11.029,52 en € 12.966,50, te vermeerderen met de wettelijke rente, zulks ter zake van onbetaald gebleven facturen voor ten behoeve van verzoeksters verrichte werkzaamheden.

3.2.

In de zaken is door de kantonrechter op 9 januari 2018 een comparitie van partijen gehouden, waarbij zijn verschenen namens verzoeksters, hun gemachtigde [gemachtigde verzoekers] en namens [eiseres] , haar directeur [directeur eiseres] en haar gemachtigde mr. [gemachtigde eiseres] .

3.3.

Blijkens de van die comparitie gemaakte zittingsaantekeningen (ondertekend door de kantonrechter en de griffier), heeft de kantonrechter de gemachtigde van verzoeksters voorgehouden dat het verweer tegen de vorderingen niet tijdig na ontvangst van de facturen naar voren is gebracht en onvoldoende is gespecificeerd. Nadat de gemachtigde van verzoeksters alsook [eiseres] ter zake daarvan nader hebben verklaard, blijkt verder uit die aantekeningen het volgende verloop van de zitting.

[gemachtigde verzoekers] : Ik heb overwogen om de tuchtraad vanwege [eiseres] [plaatsnaam 2] in te schakelen, omdat het niet kan zoals zij het deden. Zij deden het op een manier waarop u er nooit uit zal komen. Ze hebben tegengewerkt om de administratie af te geven aan de andere accountant. Ze zetten mij met de rug tegen de muur en met het mes op de keel.

Ik heb de laatste brief van een derde die adviseert om een klacht in te dienen. Deze wil ik overleggen.

Ktr: Kent [eiseres] de inhoud daarvan?

[gemachtigde verzoekers] : Nee.

Ktr: Dan kan u die nu niet overleggen, zonder toestemming van [eiseres] .

[gemachtigde verzoekers] : Dat dacht al. Ik merk dat u partijdig bent.

Ktr: Waarom denkt u dat ik partijdig ben?

[gemachtigde verzoekers] : Ik heb een bericht waarin mij geadviseerd wordt om een klacht in te dienen bij [eiseres] of het tuchtcollege. Maar u weigert die te lezen.

Ktr: Ik mag die brief niet lezen. U mag wel producties in het geding brengen, maar dan moeten die eerst aan de wederpartij worden toegezonden. Zo heeft [eiseres] ook een aantal producties toegezonden daags voor de zitting.

[gemachtigde verzoekers] : Dat heb ik niet gedaan.

Ktr: Dat klopt, want u kent de kunst van het procederen niet.

[gemachtigde verzoekers] : Dat wil ik ook niet kennen. Ik ben klaar dan, u hebt gewonnen.

Ktr: Ik heb niets gewonnen. Ik ben scheidsrechter.

[gemachtigde verzoekers] : U bent duidelijk partijdig.

Ktr: Waarom?

[gemachtigde verzoekers] : Dat is aan alles te merken. U valt mij constant aan, met dat ik het op mezelf heb afgeroepen. Maar ik heb tienduizenden euro’s wel betaald aan hun. Ik heb een accountantskantoor die de helft nog niet kost en de belastingdienst heeft alles goedgekeurd.

Ktr: Moet een andere ktr de zaak behandelen?

[gemachtigde verzoekers] : Ja graag, want u bent partijdig.

[directeur eiseres] : Mag ik een vraag stellen? Kan dit allemaal zomaar? Meneer komt met niks, maar hij loopt alleen maar te tetteren en roept van alles, maar onderbouwt niets.

Ktr: Ik vind dat de wens om een andere ktr te hebben duidelijker moet worden onderbouwd Ik blijf de zaak behandelen.

[gemachtigde verzoekers] : U gaat nu bepalen hoe het proces moet verlopen, terwijl ik zeg dat u partijdig bent.

Ktr: Dus u wraakt mij?

[gemachtigde verzoekers] : Ja, omdat u partijdig bent.

Ktr: En waarom? De kantonrechter reageert boos en vraagt: ‘waarom ben ik partijdig?’

[gemachtigde verzoekers] : Omdat u alleen maar richting mij heeft gestuurd. Ik ga het bij de bode aangeven dat u partijdig bent. De zaak wordt nu geschorst. Ik ben bang van u. Ik krijg nog net geen slaag.

Ktr: De zaak wordt geschorst.

[gemachtigde verzoekers] loopt de zaal uit. De griffier vraagt [gemachtigde verzoekers] de zaal weer binnen te komen.

Ktr: U bent boos.

[gemachtigde verzoekers] : Ja ik ben boos op u.

Ktr: Dat merk ik, maar ik weet nog niet waarom.

[gemachtigde verzoekers] (zegt schreeuwend/boos) Ik ga u te kakken zetten op facebook. Ik heb een eigen bedrijf in de mediawereld. Er komt nu een cameraman aan. U bent mij aan het kleineren. Ik zet dit op facebook en vertel mijn volgers dat de rechter heel agressief tegen mij tekeergaat, omdat hij mij wilt kleineren. Ik ben geen klein kind.

[gemachtigde verzoekers] wordt gebeld en zegt door de telefoon: De cameraman moet naar [plaatsnaam 1] komen. Hij mag vast niet naar binnen. Maar hij moet het gebouw opnemen en daarna doe ik het woord. De kantonrechter is volledig partijdig. Ik wil dat op facebook hebben, op al mijn media. We gaan onderzoeken wie de rechter is. Hij is partijdig en agressief en loopt mij te kleineren. We gaan heel duidelijk aangeven dat er een geschil bestaat met [eiseres] en noem maar op. Alles moet gepubliceerd worden.

Ktr: We maken een pv wraking op. Dan moet de rechtbank beslissen of de wraking gegrond is. Zo ja, dan komt er een ander. Zo niet, dan kan ik de zaak voortzetten. Wat ik ook kan doen, is mezelf terugtrekken, zodat een ander het kan doen. U kunt op de gang nog proberen een regeling te treffen.

[gemachtigde verzoekers] (zegt schreeuwend/boos): We gaan er niet uitkomen. Ik ga alles publiceren, over de rechter en over [eiseres] . Ik laat alle rekeningen zien die wel betaald zijn. We hebben 300.000 volgers op facebook. Ik laat ook zien de brief die ik bij heb, maar die u niet wilde zien. Daarin stond duidelijk dat mij is geadviseerd om naar de tuchtrechter te gaan, omdat de [eiseres] zaak tuchtzaak waardig is.

Ktr: Ik moet partijen aan horen en ik vraag naar de motivering van standpunten. Ik word verdrietig als ik beticht word van partijdigheid.

[gemachtigde verzoekers] (boos/schreeuwend): Ik word ook verdrietig als de administratie niet goed wordt gedaan maar ik er wel moet voor betalen. Ik ben alleen maar tegengewerkt door [eiseres] . We komen er niet uit.

De ktr wil een pv wraking opmaken, maar [gemachtigde verzoekers] loopt de zittingzaal uit en komt niet meer terug.

De ktr maakt vervolgens het pv wraking op en schorst de zaak. “

3.4.

Het opgemaakte proces-verbaal van wraking vermeldt het volgende.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van gedaagden de kantonrechter gewraakt. Hij beschuldigt de kantonrechter van partijdigheid. Gevraagd naar de argumentatie voor deze partijdigheid stelt de heer [gemachtigde verzoekers] dat hij zich door de kantonrechter gekleineerd voelt en dat de kantonrechter helemaal op de hand is van [eiseres] . De kantonrechter heeft gevraagd om dit nader uit te leggen. Desgevraagd zegt de heer [gemachtigde verzoekers] dat de kantonrechter geweigerd heeft om stukken in ontvangst te nemen die hij ter zitting wil overleggen. Deze stukken zijn bij [eiseres] niet bekend en de gemachtigde van [eiseres] maakt bezwaar tegen het overleggen van deze stukken. Nadat de heer [gemachtigde verzoekers] wederom heeft gezegd dat hij de kantonrechter wraakt en de kantonrechter en [eiseres] via sociale media ten schande zal maken, heeft hij de zittingszaal verlaten en is hij daarin niet meer teruggekomen.

3.5.

Bij gelegenheid van de behandeling ter zitting van het wrakingsverzoek heeft de gemachtigde van verzoeksters dit nog toegelicht en daarbij aangevoerd dat de kantonrechter nagenoeg vanaf het begin van de comparitiezitting zich ten faveure van [eiseres] heeft opgesteld en volstrekt geen oog had voor zijn standpunten. De gemachtigde stelt verder dat hij zich gekleineerd voelde. Volgens de gemachtigde gedroeg de kantonrechter zich agressief en sloeg hij diverse malen met de vuist op tafel.

4 Het standpunt van de kantonrechter

4.1.

In zijn schriftelijke reactie betwist de kantonrechter dat hij jegens de gemachtigde van verzoeksters blijk heeft gegeven van vooringenomen of partijdigheid. De kantonrechter voert aan dat hij, gezien de inhoud van de procesdossiers, en met name het globale verweer namens verzoeksters, hun gemachtigde heeft uitgenodigd, en deze wellicht heeft geprikkeld, om het standpunt van verzoeksters te preciseren en te onderbouwen. Dit past volgens hem in de rol van de comparitierechter.

4.2.

De kantonechter voert verder aan dat de gemachtigde van verzoeksters op zeker ogenblik de inhoud van een nog niet in het geding gebrachte brief meedeelde. Daarin zou zijn vermeld dat hij door juristen was geadviseerd een klacht tegen [eiseres] in te dienen. Dit stuk was aan [eiseres] onbekend en is ter zitting geweigerd. De gemachtigde van verzoeksters raakte volgens de kantonrechter op enig moment over zijn toeren en was door hem op geen enkel wijze tot bedaren te brengen.

4.3.

De kantonrechter voert nog aan dat de gemachtigde van verzoeksters hem verweet partijdig te zijn, waarop hij heeft geconcludeerd dat de gemachtigde hem wenste te wraken. Na diens bevestiging is het proces-verbaal van wraking opgemaakt; de gemachtigde had voordien de zittingszaal al definitief verlaten.

5 De beoordeling en de gronden daarvoor

5.1.

Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

5.2.

Daarbij moet voorop worden gesteld, dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt dient, dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

5.3.

Naar het oordeel van de wrakingskamer is van een dergelijke omstandigheid in dit geval geen sprake.

5.4.

Uitgegaan moet worden van het verloop van de zitting bij de kantonrechter, zoals dit blijkt uit de zittingsaantekeningen en uit het proces-verbaal van die zitting. Weliswaar heeft de gemachtigde van verzoeksters op de zitting van de wrakingskamer het standpunt ingenomen dat de zittingsaantekeningen onvolledig zouden zijn, maar de wrakingskamer ziet voor de juistheid van dat standpunt onvoldoende indicaties.

5.5.

Uit de zittingsaantekeningen blijkt dat sprake was van enige irritatie of frictie tussen de gemachtigde van verzoeksters en de kantonrechter, nadat hij de gemachtigde bleef doorvragen om het tegen de vorderingen [eiseres] ingebrachte verweer nader te verduidelijken. Dit was echter niet van dien aard dat op grond daarvan een objectief gerechtvaardigde vooringenomenheid van de kantonrechter jegens die gemachtigde moet worden aangenomen. Bovendien paste deze vraagstelling, naar de kantonrechter terecht aanvoert, in zijn rol van comparitierechter.

5.6.

Het is op zich ongelukkig dat de kantonrechter (op enig moment) richting de gemachtigde van verzoeksters boos heeft gereageerd, zoals gemachtigde van verzoeksters tijdens de wrakingszitting nog nader heeft toegelicht en zoals ook in de zittingsaantekeningen blijkt. Dit kan echter, bezien in het licht van het gehele verloop van de zitting, evenmin tot wraking leiden.

5.7.

Ook de omstandigheid dat de kantonrechter het alsnog overleggen ter zitting door de gemachtigde van verzoeksters van een brief, waarin wordt geadviseerd een klacht tegen [eiseres] in te dienen, niet heeft toegestaan, maakt niet dat de kantonrechter daarmee blijk heeft gegeven van partijdigheid. Dit betreft een procedurele beslissing, waartegen niet met het middel van wraking kan worden opgekomen. Dit is slechts anders wanneer die beslissing dermate onbegrijpelijk is, dat op grond daarvan moet worden aangenomen, dat deze door vooringenomenheid is ingegeven. Hiervan is echter geen sprake; in tegendeel, de weigering van de brief is geheel in lijn met het in de zaken toepasselijke procesrecht op grond waarvan het in strijd is met een goede procesorde om ter zitting bij de wederpartij niet bekende stukken in het geding te brengen.

5.8.

Dit leidt ertoe dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

6 De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek tot wraking af;

bepaalt dat de behandeling van de zaken met procedurenummers [procedurenummers] zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.

Deze beslissing is gegeven op 30 januari 2018 door mrs. Peters, van Voorthuizen en de Roos, in tegenwoordigheid van de Jong, griffier, en in het openbaar uitgesproken.