Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:6057

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-05-2018
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
344649 / HA RK 18-93
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/641
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer

zaaknummer: 344649 / HA RK 18-93.

Beslissing op het verzoek tot verschoning ex artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:

mr. Goofers,

kantonrechter

1 Het procesverloop

Op 8 mei 2018 heeft mr. Goofers een verzoek tot verschoning ingediend in de zaak betreffende het bewinds- en mentorschapsdossier van de heer [naam] (BM 7711 en MB 3094).

2 Het verzoek

Mr. Goofers legt aan haar verzoek ten grondslag dat er in de procedure van de heer [naam] klachten door de moeder van de heer [naam] , zijnde mevrouw [naam] , en door de heer [naam] zijn ingediend tegen haar bij de rechtbank en Hoge Raad over haar optreden ter zitting van 1 februari 2018. Deze klachten zouden haar onpartijdigheid en onbevooroordeeldheid aan de orde stellen. Hoewel de tegen haar gerichte klachten door de rechtbank deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk zijn verklaard, voelt mr. Goofers zich niet vrij om zaken te behandelen in het dossier van de heer [naam] waarbij mevrouw [naam] en de heer [naam] betrokken zijn. Dit maakt volgens mr. Goofers dat zich een situatie voordoet als bedoeld in de artikelen 36 en 40 Rv. Vanwege een te vermijden schijn van partijdigheid verzoekt mr. Goofers zich van de zaak te mogen onttrekken.

3 Het wettelijk kader

Op grond van artikel 40, eerste lid, Rv kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv.

Ingevolge artikel 36 Rv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

In artikel 41, tweede lid, Rv is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan partijen en de rechter, die het verzoek heeft gedaan, medegedeeld.

4 De beoordeling

4.1.

Uit artikel 41 Rv valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting hoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.

4.2.

Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.

4.3.

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.

4.4.

Uit het verzoek van mr. Goofers blijkt dat er sprake is van zodanige omstandigheden, dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in onderhavige zaak te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen.

5 De beslissing

De verschoningskamer:

  • -

    wijst het verzoek van mr. Goofers tot verschoning toe;

  • -

    bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de procedure met zaaknummers BM 7711 en MB 3094 wordt voortgezet in de stand waarin de procedure zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning.

Deze beslissing is gegeven op 22 mei 2018, door mr. Poerink, voorzitter, mr. de Roos en mr. van Noort, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van Schuurmans-Knoop, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.