Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:5982

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-10-2018
Datum publicatie
26-10-2018
Zaaknummer
02-810600-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor afpersing, zware mishandeling en bedreiging tot 18 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0908
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/810600-16

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 oktober 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. R. van ‘t Land, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 maart en 23, 24, 28 en 29 augustus 2018, waarbij de officieren van justitie mr. Van Dorst en mr. Van Damme en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op de zitting van 25 oktober 2018.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De volledige tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Aan verdachte zijn 3 feiten tenlastegelegd. Kort samengevat wordt hij verdacht van:

Onderzoek Jonkoping

1. afpersing van [slachtoffer] in 2014/2015;

2. zware mishandeling van [slachtoffer] in september 2014;

3. bedreiging van [slachtoffer] in 2014/2015.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officieren van justitie zijn ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen hem is tenlastegelegd (afpersing, zware mishandeling en bedreiging van [slachtoffer] ) heeft gepleegd en baseren zich daarbij onder meer op de aangifte en verklaringen van [slachtoffer] , op tapgesprekken, op opnames van gesprekken, afkomstig van de gsm van [slachtoffer] , op medische informatie over [slachtoffer] , op verklaringen van diverse getuigen en op verklaringen van beide verdachten.

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar en geloofwaardig zijn.

De officieren van justitie zijn van mening dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] . In de zienswijze van de officieren van justitie is het verdachte [verdachte] geweest die [slachtoffer] naar zijn woning heeft gelokt, waarna deze zwaar mishandeld werd door verdachte [medeverdachte] . Het is verdachte [verdachte] geweest die, nadat [slachtoffer] in het ziekenhuis lag, contact met hem heeft gehad over het klaarleggen van de boot. Ook is verdachte [verdachte] meerdere malen op het bedrijf van [slachtoffer] geweest waarbij bedreigingen zijn geuit.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Het volledige standpunt van de verdediging is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting van 28 augustus 2018.

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Ten aanzien van feit 1 is allereerst aangevoerd dat sprake is van een impliciet cumulatief tenlastegelegd feit hetgeen met zich brengt dat van ieder deelfeit afzonderlijk dient te worden vastgesteld of, en zo ja op welke wijze, verdachte daar feitelijk bij betrokken is geweest en of verdachte daarbij pleger dan wel medepleger is geweest.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer] met betrekking tot de mishandeling en afpersing onbetrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen en mogen worden gebruikt. Uit de rol en feitelijk vast te stellen betrokkenheid van verdachte blijkt op geen enkele wijze dat hij wetenschap heeft gehad van een eventuele wederrechtelijke bevoordeling van medeverdachte [medeverdachte] , laat staan dat hij het voorwaardelijk opzet had om de tenlastegelegde afpersing te plegen. Gelet op alle tegenstrijdigheden en het ontbreken van voldoende en deugdelijk steunbewijs is er onvoldoende (betrouwbaar) wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van feit 1.

Ten aanzien van de verwondingen die [slachtoffer] opgelopen zou hebben is gewezen op een verklaring van zijn ex-partner die aangegeven heeft dat hij wel vaker zo thuiskwam omdat hij spart met een kickbokser. Verricht deskundigenonderzoek biedt zeer weinig steun voor een schop of een slag als oorzaak van het letsel in het gelaat van [slachtoffer] . Ook overige (steun)bewijsmiddelen, waaronder getuigenverklaringen, ontbreken.

[slachtoffer] had redenen om de medeverdachte [medeverdachte] valselijk te beschuldigen.

Evenmin zijn er feiten en omstandigheden die bewijs vormen dat sprake is geweest van voorbedachte raad.

Ten aanzien van de bedreiging is aangevoerd dat de omschreven uitlatingen/gedragingen niet voldoen aan de wettelijke vereisten om te kunnen spreken van bedreiging.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Naar aanleiding van een schietincident in België op 20 maart 2015 waarbij [naam 1] op verdachte [medeverdachte] heeft geschoten, zijn door [naam 1] diverse verklaringen afgelegd. In een van die verklaringen heeft [naam 1] aangegeven dat ook [slachtoffer] slachtoffer is van afpersingen en geweld, gepleegd door verdachte [medeverdachte] . Naar aanleiding daarvan heeft de politie contact gezocht met [slachtoffer] . Aanvankelijk wilde [slachtoffer] niets verklaren, maar uiteindelijk heeft hij toch diverse malen uitgebreid verklaard bij de politie. Zoals hiervoor al aangegeven, heeft de verdediging gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer] onbetrouwbaar zijn. De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor de veronderstelling van de verdediging dat [slachtoffer] ten eigen gunste verdachte en de medeverdachte heeft willen belasten. De rechtbank acht dat temeer onaannemelijk, nu voldoende steunbewijs voor zijn verklaringen in het dossier voorhanden is.

Op 12 juli 2016 heeft op het politiebureau in Breda een gesprek plaatsgevonden met [slachtoffer] . Tijdens dit gesprek heeft [slachtoffer] aangegeven dat hij bang is om aangifte te doen uit angst dat zijn gezin iets aangedaan wordt als blijkt dat hij een verklaring heeft afgelegd tegen verdachte [medeverdachte]1. Verdachte [medeverdachte] zou tot alles in staat zijn. Voor [slachtoffer] is dit reden geweest om gesprekken, die hij met de verdachte en de medeverdachte heeft gehad, op te nemen.

Via [naam 2] is [slachtoffer] in contact is gekomen met verdachte [medeverdachte] . Voor hem repareerde hij auto’s. Langzaamaan werd [medeverdachte] steeds dwingender in het contact en in zijn opdrachten. In september 2014 kreeg [slachtoffer] voor het eerst problemen met verdachte [medeverdachte] toen een monteur een fout had gemaakt bij het repareren van een oldtimer. Net op het moment dat de fout nog niet hersteld was kwam verdachte [medeverdachte] kijken naar de auto. Hij zag welke fout er was gemaakt waarna verdachte [medeverdachte] erg kwaad werd en begon te schreeuwen. Enkele dagen na dit incident werd [slachtoffer] gebeld door verdachte [verdachte] met de vraag om naar een auto te komen kijken die bij de woning van [verdachte] stond. Omdat verdachte [verdachte] aandrong is hij naar diens woning (gelegen aan de [adres] in Bergen op Zoom) gegaan. Hij moest van verdachte [verdachte] gaan zitten waarna ook verdachte [medeverdachte] binnenkwam en op hem in begon te slaan met een stok. Verdachte [medeverdachte] begon tegen hem te schreeuwen dat hij moest betalen. Doordat [slachtoffer] de stok afweerde, brak deze. Verdachte [medeverdachte] is vervolgens met de punt van de kapotte stok gaan steken. Op enig moment moest [slachtoffer] op handen en knieën gaan zitten waarbij hij door verdachte [medeverdachte] werd geschopt, onder meer tegen het hoofd waardoor hij buiten bewustzijn is geraakt. Hij zag nog dat verdachte [medeverdachte] een groot mes uit de keuken pakte. Verdachte [verdachte] was er continue bij aanwezig. Toen [slachtoffer] weer bijkwam hoorde hij dat zowel verdachte [medeverdachte] als verdachte [verdachte] aan het schreeuwen was. Ook verdachte [verdachte] sloeg [slachtoffer] een paar keer in het gezicht toen hij op de grond lag.

Verdachte [medeverdachte] heeft vervolgens een snijplank gepakt en daarop de hand van [slachtoffer] gelegd. Met het mes in zijn hand zei verdachte [medeverdachte] dat hij zijn ( [slachtoffer] vinger eraf ging snijden. Hierbij werd het mes dreigend boven de hand van [slachtoffer] gehouden.

Daarna moest [slachtoffer] op de bank gaan zitten terwijl verdachte [medeverdachte] continue met de botte kant van het mes tegen zijn gezicht aansloeg en hem daarbij zei dat hij moest gaan betalen. Verdachte [medeverdachte] zei hem ervoor verantwoordelijk te houden dat hij [naam 2] ) had geholpen met vluchten. [naam 2] zou iets van verdachte [medeverdachte] hebben gestolen en omdat hij [naam 2] had geholpen, moest [slachtoffer] hem terugbetalen.

Verdachte [medeverdachte] haalde vervolgens een geschreven briefje uit zijn broekzak. [slachtoffer] moest de tekst van dat briefje overschrijven. Op het briefje stonden opdrachten over een Mercedes SL die opgeknapt en geld dat betaald moest worden. Hij mocht de woning pas verlaten als hij het briefje had overgeschreven. Hij kreeg de opdracht (het briefje) mee en hij moest direct een gedeelte betalen. [slachtoffer] is kort daarna naar de bank gegaan om geld over te schrijven en te pinnen.

Het ging om een bedrag van € 9.500,=; ongeveer 10 minuten nadat hij het geld had gepind, kwam verdachte [verdachte] het geld bij hem ophalen. Kort daarna is [slachtoffer] naar het huis van een vriend, [naam 3] , gegaan. Zijn hele gezicht was opgezwollen en blauw.

De maandag erop is hij naar het ziekenhuis gegaan, omdat hij zich helemaal niet goed voelde.

In het ziekenhuis werd hem verteld dat hij een gebroken jukbeen had dat was losgekomen van zijn schedel. Zijn jukbeen was hierdoor naar beneden gezakt. Een operatie volgde. Door het incident is hij 2 of 3 maanden niet of nauwelijks op zijn bedrijf geweest. Hij is in die periode alleen maar bezig geweest met het regelen van geld en spullen om verdachte [medeverdachte] te kunnen betalen.

Door [slachtoffer] is verder tijdens het gesprek met de politie gezegd dat verdachte [medeverdachte] hem ook een keer foto’s van zijn ( [slachtoffer] ) kinderen heeft laten zien en heeft gezegd dat hij het moest regelen. Gevraagd werd of hij anders wilde dat verdachte [medeverdachte] de oren van zijn kinderen zou afsnijden. Ook heeft verdachte [medeverdachte] gezegd dat hij een paar jongens van zijn club in het bedrijf (van [slachtoffer] ) zou zetten ter controle.

[slachtoffer] heeft verder verklaard dat hij voor verdachte [medeverdachte] een Mercedes SL heeft gerestaureerd. De kosten hiervan bedroegen € 80.000,= à € 90.000,=. Ook de boot met registratienummer [kenteken 1] , zijn Audi met kenteken [kenteken 2] en een Opel Vivaro bus werden door verdachte [medeverdachte] van hem afgepakt.

Door verbalisanten zijn aan [slachtoffer] foto’s getoond die op een onder hem inbeslaggenomen USB-stick zijn aangetroffen. Op deze foto’s staat [slachtoffer] waarbij hij duidelijke verwondingen aan zijn gezicht heeft. Over deze foto’s heeft hij verklaard dat verwondingen te zien zijn die het gevolg zijn geweest van de zware mishandeling in de woning van verdachte [verdachte] door de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] . De foto met de zichtbare zuurstofslang en waarop [slachtoffer] een tape op zijn hoofd heeft met de tekst: “niet op linkerzijde liggen” is in het ziekenhuis gemaakt door [naam 3]2. Op de andere foto is een blauw oog te zien.

Daarnaast zijn aan [slachtoffer] foto’s getoond van een Audi die voor het bedrijf [naam 4] stond met kenteken [kenteken 2] en een speedboot met registratienummer [kenteken 1] , model Wake Setter3. Over deze Audi en boot heeft [slachtoffer] aangegeven dat hij deze heeft moeten inleveren bij verdachte [medeverdachte] als betaling.

Bij zijn aangifte heeft [slachtoffer] hetgeen hij op 12 juli 2016 bij de politie heeft verklaard, bevestigd. Meer in detail heeft hij nog aangegeven dat ook verdachte [verdachte] aan het schreeuwen was dat hij, [slachtoffer] , niet naar de politie moest gaan want anders zou hij met hem, verdachte [verdachte] , te maken krijgen4. Zij kregen altijd hun geld. Verdachte [verdachte] zei tegen [slachtoffer] dat, als verdachte [medeverdachte] vast zou komen te zitten, hij dan met hem te maken zou krijgen.

Op het briefje dat hij moest overschrijven stond onder meer dat hij een bedrag van 100.000 euro moest betalen. Na het pinnen van het bedrag van € 9.500,= is [slachtoffer] naar zijn zaak gereden, waarna kort daarna verdachte [verdachte] kwam aanrijden en het geld heeft aangepakt. Daarbij werd gezegd dat hij gewoon moest betalen anders zou er nog meer ellende komen. Diezelfde avond zijn verdachten [verdachte] en [medeverdachte] nog op de zaak geweest om de sleutel van de Audi te pakken. De Audi werd dezelfde avond nog meegenomen door verdachte [verdachte] . Enkele dagen na zijn ziekenhuisopname kwam verdachte [verdachte] bij [slachtoffer] met een vrijwaring van de Audi en de boot met trailer. De Audi zou € 35.000,= opgeleverd hebben en de boot zou € 45.000,= opgeleverd hebben. Omdat [slachtoffer] al € 9.500,= had betaald, zou er nog een bedrag van € 10.500,= openstaan. Dit bedrag werd uiteindelijk betaald met een Opel Vivaro bus, die opgehaald werd door beide verdachten. De werkzaamheden aan de Mercedes die op het briefje stonden, hebben [slachtoffer] ongeveer € 80.000,= gekost.

[slachtoffer] heeft nadien aan de politie het bewuste briefje overhandigd. Op het briefje staan diverse auto-onderdelen en werkzaamheden (onder andere: “motor kap” “complete uitlaat” “alle chroom nieuw”), “NL kenteken” en het getal 100.000.5 Tegenover de rechter-commissaris heeft [slachtoffer] verklaard dat [medeverdachte] geen cent heeft betaald voor de restauratie van de (Mercedes) SL.6 Hij moest de auto compleet restaureren en daarvoor zou hij niets krijgen. Dat werd gezegd tijdens de mishandeling. Van [slachtoffer] heeft de politie ook een map met bescheiden ontvangen waarin alle facturen met betrekking tot de Mercedes SL zijn opgenomen7.

Tijdens een telefoongesprek tussen [slachtoffer] en [naam 2] op 6 juli 2016 is hetgeen [slachtoffer] bij de politie heeft verklaard nog eens bevestigd8. In dat gesprek vertelt [slachtoffer] wat hem is overkomen en dat hij is geslagen met een stok omdat hij [naam 2] heeft geholpen met vluchten. Gezegd wordt: “(…) en jij weet waar die zit en jij gaat mij zoveel ton betalen en jij gaat al die centen die ik kwijt ben aan die...aan die...aan die verliezer, die ga je maar terug betalen. (…) Dus toen is hij gaan slaan met die stok en die stok die brak af en toen begon hij mij te prikken overal mee en...en...op den duur ehh . dat weet ik nog wel, van en ga op je knieën zitten, ik was al zover weg natuurlijk, die...die ...die...is gaan trappen, mijn licht is uitgegaan. Ik werd op den duur wel wakker en toen had hij een mes, toen lag mijn vinger op een plank en...en...en...ja, toen waren ze...toen probeerden ze mijn vinger zeg maar zo'n plank met zo’n broodmes (…)”.

De mishandeling van [slachtoffer] in zijn bedrijf [naam 4] heeft plaatsgevonden op 24 september 2014 en de dag dat [slachtoffer] naar de woonwagen van verdachte [verdachte] moest komen was de dag erop, 25 september 20149. Volgens [slachtoffer] heeft hij verdachte [medeverdachte] op 27 februari 2015 voor het laatst gezien10.

Uit medische informatie blijkt dat in het ziekenhuis werd geconstateerd dat bij [slachtoffer] sprake was van een gedisloceerde fractuur, zygoma (jukbeen) links11, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank zwaar lichamelijk letsel oplevert. [slachtoffer] heeft een operatie moeten ondergaan en ondervindt ook nu nog, 4 jaren later, hinder van de mishandeling. Het geconstateerde letsel past ook bij de verklaringen van [slachtoffer] dat hij tegen zijn hoofd is geschopt en in zijn gezicht is geslagen.

In een telefoongesprek met de politie heeft [naam 3] aangegeven dat hij, nadat hij een paar dagen weggeweest was, thuis [slachtoffer] aantrof. Hij zag dat [slachtoffer] flink was toegetakeld en amper naar het toilet kon lopen12. Zijn halve gezicht was opgezwollen. [slachtoffer] werd ook elke keer duizelig. [naam 3] was geschrokken hoe [slachtoffer] eruitzag. Omdat hij dacht dat [slachtoffer] een zware hersenschudding had is hij met hem naar het ziekenhuis gegaan. Daar bleek dat [slachtoffer] botbreuken had opgelopen. Vlak na de toetakeling van [slachtoffer] maakte hij een afspraak met verdachte [medeverdachte] , echter deze wilde niet horen wat hij te zeggen had.

De verdediging heeft omtrent het letsel nog aangevoerd dat [slachtoffer] regelmatig thuiskwam met een blauw oog als gevolg van het sparren met [naam 3] . Daarbij is onder meer gewezen op de verklaring van de ex-partner van [slachtoffer] .

De rechtbank overweegt dat [naam 3] hierover heeft gezegd dat je bij het sparren wel eens een blauw oog op kon lopen, maar dat dat absoluut niet te vergelijken was met de verwondingen die [slachtoffer] had opgelopen; zelfs bij een normale wedstrijd werd niemand zo toegetakeld.13

Bovendien, gelet op de tijdslijn zoals geschetst door [slachtoffer] en de datum van opname en behandeling in het ziekenhuis, is de rechtbank van oordeel dat het letsel waarvoor verdachte in het ziekenhuis is opgenomen, kort daarvoor moet zijn ontstaan. Dit ondersteunt de verklaring van [slachtoffer] dat het letsel is veroorzaakt op 25 september 2014.

De rechtbank wenst over het letsel nog het volgende op te merken. De officieren van justitie hebben het bewijs voor zware mishandeling mede gebaseerd op een rapport van het NFI. De verdediging heeft vrijspraak bepleit mede onder verwijzing naar een rapport van het IFS. De rechtbank gebruikt beide rapporten niet voor het bewijs. Beide rapporteurs hebben zich onder meer uitgelaten over het slaan met een stok. Het slaan met een stok maakt echter geen onderdeel uit van de tenlastelegging inzake zware mishandeling. Dit slaan met een stok maakt wel onderdeel uit van de tenlastegelegde afpersing, echter verdachte kan bij die afpersing gebruik hebben gemaakt van een stok zonder dat dit het hiervoor vermelde letsel heeft opgeleverd. Voor afpersing is ook niet vereist dat geweld is gevolgd door letsel.

Op basis van de hiervoor aangehaalde informatie uit het ziekenhuis stelt de rechtbank vast dat de door verdachte en de medeverdachte gepleegde geweldshandelingen, bestaande uit het met kracht schoppen of trappen tegen het hoofd en stompen/slaan in het gezicht, hebben geleid tot het hiervoor aangehaalde letsel.

Door getuige [naam 5] is aangegeven dat hij werkzaam is geweest voor [slachtoffer] en dat hij in de periode van half september tot november 2014 heeft gewerkt aan een Mercedes van “ [medeverdachte] ” (de rechtbank begrijpt: verdachte [medeverdachte] )14. Nadat verdachte [medeverdachte] en [slachtoffer] een woordenwisseling kregen over deze auto is [naam 5] weggelopen. Over een mishandeling kan hij niets verklaren, wel heeft hij gehoord dat [slachtoffer] is geopereerd en dat hij 2 weken niet op de zaak is geweest. Dat was in de periode dat hij aan het sleutelen was aan de Mercedes.

Door de verdediging is aangevoerd dat onduidelijkheid bestaat over het bedrag van € 9.500,= waarover [slachtoffer] heeft verklaard.

De rechtbank ziet echter geen reden om aan de juistheid hiervan te twijfelen. Op 25 september 2014 is van de rekening-courant van [naam 4] , het bedrijf van [slachtoffer] , in totaal € 4.500,= opgenomen bij de Rabobank in Bergen op Zoom15. Op diezelfde dag is van de rekening van [slachtoffer] zelf een bedrag opgenomen van € 5.000,=16.

Dit bedrag wordt ook bevestigd in een door [slachtoffer] opgenomen gesprek. Op een onder [slachtoffer] inbeslaggenomen USB-stick staat een aantal opgenomen gesprekken. De naam van één van de bestanden luidt: “ [verdachte] opgenomen op 28-10-14”17. Verbalisanten herkennen de stemmen van de 2 mannen als die van [slachtoffer] en verdachte [verdachte] . In dit gesprek zegt [slachtoffer] : “Ik had 9 en een half duizend euro over. Die hebben jullie”. Verdachte [verdachte] reageert hierop door te zeggen: “Ja” en “je hebt 9 en een halve rug betaald”.

In ditzelfde gesprek zegt verdachte [verdachte] :

“Je moet gewoon 10 duizend 500 euro betalen”,

“Maat, luister even, ik ga je een ding vertellen (…) Ja dan moet je heel snel voor zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [slachtoffer] dat is heel lullig dat ik het zo door moet geven maar het is niet anders maat”,

“Ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou hele andere dingen van plan”,

“Ja Ja daarvoor vinden ze wel eens iemand langs de weg...snap je keeltje er af en zo”,

“Ik zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het beter met mij afregelen”,

“Nee er moet gewoon flink betaald worden. Beetjes beetjes helpen niet” en

“Maat luister ik stuur hem zelf maar langs. Ga je lekker met hem zelf. goed moet je gewoon lekker tegen hem zeggen dat ze maar twee handjes hebben”.

[verdachte] zegt in dat gesprek ook: “Die Audi is weggegaan voor 35 rooien. Die boot kan weg voor 45 rooien.”

Op deze USB-stick is nog een opgenomen gesprek aangetroffen tussen deze twee personen, gevoerd op 12 februari 201518. In dat gesprek zegt verdachte [verdachte] tegen [slachtoffer] :

“Ja, nou jij mag [medeverdachte] spreken. We gaan dat van de week even oplossen. Je mag het ook met mij oplossen (…)” en “”doe in ieder geval reageren. Reageer op ons. Want je hoef je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin”.

Ook een tussen verdachte [medeverdachte] en [slachtoffer] gevoerd gesprek is aangetroffen of de USB-stick. Verbalisant herkent daarbij de stemmen van verdachte [medeverdachte] en [slachtoffer] . Het gesprek heeft plaatsgevonden op 13 februari 2015. In dit gesprek zegt verdachte [medeverdachte] :19

“Ik weet in hoeverre jij ermee te maken had. Jij had niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he”,

“anders was je nou een doodskist he. Dood he! (…) Nee, ik ga je nou wat uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. (…) Iedereen die van mij steelt, maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben”,

“een week lang hebben ze jou te pakken. Een week lang. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die kleine van jou... .geen probleem..”20,

“Moet je zorgen dat er geld komt jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat”21,

“Geef mij die bus… ruggen waard” en

“Ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel.”.

In de gsm van [slachtoffer] is daarnaast nog een aantal sms-berichten aangetroffen.

Op 26 september 201422:

“reageer maat”

“Ik ben nu in het ziekenhuis ga maandagochtend de boot halen staat tie maandag om 13 klaar”

“Als je klaar ben daar wil ik je even zien”

“Ik wil je zien”

“op welke afdeling ben je dan kom ik naar jou”

Op 29 september 2014:23

“Hoelaat kan ik je zien grt [verdachte] ”

“Ik word geopereerd”

“Lig die boot klaar maatje”

Deze berichten zijn afkomstig van een persoon die in de contactlijst op de telefoon van [slachtoffer] voorkomt als “ [verdachte] ”24, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat dit verdachte [verdachte] is.

Verdachte [verdachte] heeft ter zitting ook verklaard dat hij zich dit laatste bericht kan herinneren en dat hij die boot met een vrachtwagen heeft opgehaald25.

Op 29 september 2014:26

“Hoe laat heb je tijd en hoe laat is de boot er grt [medeverdachte] ”

“ik word geopereerd”

“Oke waneer ben je terug”

“Hoi maat al geopereerd alles goed gegaan? Grt [medeverdachte] ”

Op 2 oktober 2014:27

“Hoi zit het maat het word nu wel tijd dat ik je zie he”

“Zorg dat ik morgen het kopie van de auto op kan halen”

Deze berichten zijn afkomstig van een persoon die in de contactlijst voorkomt als “ [medeverdachte] ”.

Op 2 oktober 2014 volgt er nog een bericht:

“vuil kanker flikertje als jij niet heel snel alles regel dan weet ik waar je zit ik kom daar langs en ik trek ook alles uit je garage tod de laatste sleutel als jij niet snel kom dan gaan we er van uit dat jij het niet wil regelen dan word het geregeld deze foon ga nu uit”28.

Gelet op met name de inhoud van dit laatste bericht gaat de rechtbank ervan uit dat ook dit bericht, evenals de twee voorgaande, door verdachte [medeverdachte] is verzonden.

Door de verdediging is ten aanzien van de tenlastegelegde afpersing gewezen op een alternatief scenario. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij al het geld en de goederen moest afstaan aan de verdachten. Door de verdediging is gewezen op de omstandigheid dat [slachtoffer] in een echtscheiding verwikkeld was en dat hij daarom zelf goederen verduisterde om zodoende beter uit zijn echtscheiding te komen. De rechtbank overweegt hierover dat het dossier, behoudens de verklaringen van beide verdachten, onvoldoende aanknopingspunten bevat voor het geschetste scenario. Anders dan de verklaringen van beide verdachten, vinden de verklaringen van [slachtoffer] , zoals hiervoor is overwogen, wel in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen.

Verder heeft de verdediging erop gewezen dat het opvallend is dat de speedboot over is gegaan op naam van de moeder van [slachtoffer] , om vervolgens een paar maanden later weer op een andere naam over te worden geschreven. Met betrekking tot de tenlastegelegde afpersing ziet de rechtbank de relevantie hiervan niet. Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat de boot weg kon voor € 45.000,=. Uit gegevens van de RDW blijkt inderdaad dat de boot tot 28 april 2014 op naam van [slachtoffer] heeft gestaan. Dat de boot vervolgens tot 24 oktober 2014 op naam heeft gestaan van [naam 6] , de moeder van [slachtoffer] , en daarna tot 9 januari 2015 op naam van [naam 7] en vanaf laatstgenoemde datum op naam van [naam 8] betekent niet dat die boot geen object van afpersing onder [slachtoffer] kan zijn geweest. Dat verweer treft dan ook geen doel.

Ten aanzien van de bestelauto, de Opel Vivaro, is door de verdediging gesteld dat dit voertuig in goed overleg is overgegaan van [slachtoffer] naar verdachte [medeverdachte] . Gelet op de geuite bedreigingen, zoals hiervoor al aangegeven, is dit onaannemelijk, temeer nu de rechtbank ervan uitgaat dat in het geheel geen sprake is geweest van een lening van € 100.000,=. Uit het gesprek tussen verdachte [medeverdachte] en [slachtoffer] op 13 februari 2015 blijkt ook allerminst van ‘goed overleg’.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de door verdachten gebruikte bewoordingen wel degelijk zijn aan te merken als bedreigend. De gebruikte bewoordingen zijn, in combinatie met de eerder gepleegde mishandelingen zonder meer bedreigend. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de combinatie van woorden met de eerder gepleegde mishandelingen, bij [slachtoffer] in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij bij een confrontatie met de verdachten daadwerkelijk (opnieuw) zou worden mishandeld of zou worden gedood. De in deze zaak gebruikte bewoordingen zijn naar het oordeel van de rechtbank zeker niet te vergelijken met de bewoordingen die zijn gebruikt in de zaak waar de verdediging naar verwezen heeft (ECLI:NL:HR:2018:909). Het verweer dan ook geen doel.

Conclusie

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat [slachtoffer] is afgeperst, zwaar is mishandeld en is bedreigd.

De rechtbank is verder van oordeel dat de verdachten de feiten in het onderzoek Jonkoping tezamen hebben gepleegd omdat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen.

Verdachte [verdachte] wist dat er sprake was van een conflict tussen verdachte [medeverdachte] en [slachtoffer]29. Met die wetenschap heeft [verdachte] [slachtoffer] naar zijn woning gelokt, in welke woning vervolgens [slachtoffer] zwaar werd mishandeld door verdachte [medeverdachte] . Ook verdachte [verdachte] heeft zich daarbij niet onbetuigd gelaten, ook hij heeft [slachtoffer] immers in het gezicht geslagen. Nadat [slachtoffer] een bedrag van € 9.500,= van zijn rekening had opgenomen, was het verdachte [verdachte] die dat bedrag kwam ophalen op het bedrijf van [slachtoffer] . Ook is verdachte [verdachte] betrokken geweest bij het ophalen van de boot met trailer.

Zowel verdachte [medeverdachte] als verdachte [verdachte] heeft bedreigingen geuit. Ook nadat [slachtoffer] in het ziekenhuis was beland, hebben beiden druk op [slachtoffer] uitgeoefend door hem te sms-en.

Met de verdediging heeft de rechtbank geen feiten en omstandigheden kunnen vaststellen die duiden op voorbedachte rade ten aanzien van de tenlastegelegde zware mishandeling. In zoverre wordt verdachte vrijgesproken.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september

2014 tot en met 28 februari 2015 te Bergen op Zoom en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen

tot de afgifte van:

-een of meer geldbedrag(en) en/of

-een (speed)boot (model Wake Setter, registratienummer [kenteken 1] ) en/of een

(bijbehorende) trailer en/of

-een personenauto merk Audi (kenteken [kenteken 2] ) en/of

-een (bestel)auto (Opel Vivaro) en/of

-een of meer auto-onderdelen t.b.v. een te repareren Mercedes SL

in elk geval van een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tot het aangaan van een schuld (van 80.000 a 90.000 euro, althans enige

tienduizenden euro's) (in relatie tot de reparatie van een Mercedes SL)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

* die [slachtoffer] naar de woning van [verdachte] heeft/hebben gelokt

en/of er bij die [slachtoffer] op aan heeft/hebben gedrongen om naar de

woning van [verdachte] (naar een auto) te komen (kijken) en/of

* die [slachtoffer] in de woning van [verdachte] met een

stok/(honkbal)knuppel althans een hard voorwerp heeft/hebben

geslagen en/of (daarbij) (vervolgens) die [slachtoffer] opzettelijk

dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij moest betalen, althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] met die althans een (afgebroken) stok/(honkbal)knuppel

tegen/in diens lichaam heeft/hebben geprikt en/of gestoken en/of

* die [slachtoffer] gedwongen heeft/hebben om op zijn knieën te gaan

zitten en/of

* die [slachtoffer] tegen diens hoofd en/of overige lichaam heeft/hebben

geschopt/getrapt en/of

* die [slachtoffer] tegen diens hoofd en/of in diens gelaat heeft/hebben

geslagen/gestompt en/of een mes heeft/hebben gepakt en/of getoond aan die

[slachtoffer] en/of (vervolgens) de hand van die [slachtoffer] op een plank

heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben gedreigd om de/een

vinger van die [slachtoffer] eraf te snijden en/of

* (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen om op een bank te

gaan zitten en/of die [slachtoffer] (vervolgens) met een mes tegen diens

gezicht heeft/hebben geslagen en/of die [slachtoffer] (daarbij) (vervolgens)

opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij moest

betalen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen om een briefje over te schrijven

met daarin opdrachten over een te repareren auto en/of geld dat betaald

moest worden en/of

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben

toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer] " [naam 2] )

heeft/hebben geholpen te vluchten en/of dat die [slachtoffer] al die centen

die verdachte en/of zijn mededader(s) kwijt is aan die verliezer

( [naam 2] ) terug gaat/moet betalen en/of dat die [slachtoffer] gewoon gaat

betalen of anders beschoten wordt, althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] foto's van diens kinderen heeft/hebben laten zien en/of

die [slachtoffer] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk dreigend heeft/hebben

gevraagd/medegedeeld of hij wilde dat de oren van zijn kinderen werden

afgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] hebben medegedeeld dat er een paar jongens van de "club"

( [naam 9] ) in het bedrijf van die [slachtoffer] zouden komen ter

controle en/of

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:

"je moet gewoon 10.500 euro betalen" en/of "ja dan moet je heel snel voor

zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [slachtoffer] dat

is heel lullig dat ik het zo moet doorgeven maar het is niet anders maat"

en/of "ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou

hele andere dingen van plan" en/of "daarvoor vinden ze wel eens iemand

langs de weg snap je keeltje eraf en zo, dat is die wereld maat" en/of "ik

zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het

beter met mij afregelen" en/of "nee er moet gewoon flink betaald worden.

Beetjes beetjes helpen niet" en/of "maat luister ik stuur hem zelf maar

langs. Ga je lekker met hem zelf. Goed moet je gewoon lekker tegen hem

zeggen dat ze maar twee handjes hebben" en/of "reageer op ons want je hoeft

je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin" en/of "jij had

niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he"

en/of "anders was je nou een doodskist he. Dood he" en/of "ik ga je nou wat

uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. Iedereen die van mij steelt

maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben" en/of "een

week lang hebben ze jou te pakken. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die

kleine van jou geen probleem" en/of "moet je zorgen dat er geld komt

jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat" en/of "geef mij die

bus, ruggen waard" en/of ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij

regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2. primair

hij op of omstreeks 25 september 2014 te Bergen op Zoom, althans in of

omstreeks de periode van 24 september 2014 tot en met 26 september 2014, in

elk geval in de maand september 2014, te Bergen op Zoom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer]

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar

lichamelijk letsel, te weten een of meer aangezichtfractu(u)r(en) (o.a.

gebroken jukbeen(deren)) en/of een gedisloceerde fractuur zygoma links,

heeft toegebracht door deze meermalen, althans eenmaal met kracht tegen diens

hoofd en/of in diens gelaat te schoppen/trappen en/of in zijn gelaat te

stompen/slaan;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 28 februari

2015 te Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd dat hij moest

betalen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* een mes gepakt en/of getoond aan die [slachtoffer] en/of (vervolgens)

de hand van die [slachtoffer] op een plank gelegd en/of (vervolgens)

gedreigd om de/een vinger van die [slachtoffer] eraf te snijden en/of

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd - zakelijk

weergegeven - dat die [slachtoffer] " [naam 2] ) heeft/hebben geholpen

te vluchten en/of dat die [slachtoffer] al die centen die verdachte en/of

zijn mededader(s) kwijt is aan die verliezer ( [naam 2] ) terug gaat/moet

betalen en/of dat die [slachtoffer] gewoon gaat betalen of anders beschoten

wordt althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] foto's van diens kinderen laten zien en/of

die [slachtoffer] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk dreigend

gevraagd/medegedeeld of hij wilde dat de oren van zijn kinderen werden

afgesneden althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] medegedeeld dat er een paar jongens van de club ( [naam 9]

) in het bedrijf van die [slachtoffer] zouden komen ter controle

en/of

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd:

"je moet gewoon 10.500 euro betalen" en/of "ja dan moet je heel snel voor

zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [slachtoffer] dat

is heel lullig dat ik het zo moet doorgeven maar het is niet anders maat"

en/of "ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou

hele andere dingen van plan" en/of "daarvoor vinden ze wel eens iemand

langs de weg snap je keeltje eraf en zo, dat is die wereld maat" en/of "ik

zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het

beter met mij afregelen" en/of "nee er moet gewoon flink betaald worden.

Beetjes beetjes helpen niet" en/of "maat luister ik stuur hem zelf maar

langs. Ga je lekker met hem zelf. Goed moet je gewoon lekker tegen hem

zeggen dat ze maar twee handjes hebben" en/of "reageer op ons want je hoeft

je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin" en/of "jij had

niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he"

en/of "anders was je nou een doodskist he. Dood he" en/of "ik ga je nou wat

uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. Iedereen die van mij steelt

maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben" en/of "een

week lang hebben ze jou te pakken. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die

kleine van jou geen probleem" en/of "moet je zorgen dat er geld komt

jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat" en/of "geef mij die

bus.....ruggen waard" en/of "ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij

regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officieren van justitie vorderen aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest. Daarbij zijn zij uitgegaan van een bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. Daarnaast hebben zij verzocht om opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht, voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring en strafoplegging komt, rekening te houden met de volgende omstandigheden.

Op één incident na is de schorsing van verdachte uit de voorlopige hechtenis normaal en goed verlopen. Verdachte wil gewoon werken en rust in zijn leven. Uit een rapportage van de reclassering blijkt dat de verdachte zich heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarden en dat hij zich steeds coöperatief heeft opgesteld. Zijn woon- en werksituatie is momenteel stabiel. Er zijn geen aanwijzingen voor het gebruik van middelen. Evenmin is het contactverbod overtreden.

Verzocht is verder rekening te houden met een overschrijding van de redelijke termijn met in ieder geval 2 maanden, hetgeen tot strafkorting moet leiden. Daar komt bij dat het tijdsverloop ook leidt tot een afnemend strafnut. Ten slotte is verzocht een eventuele straf te matigen omdat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toegepast moet worden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van afpersing, zware mishandeling en bedreiging. In een periode van ongeveer een half jaar hebben verdachte en zijn mededader door fors geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] gedwongen tot afgifte van geld, een boot met trailer en 2 voertuigen. [slachtoffer] heeft daarbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen waarvan hij nu, 4 jaar later, nog steeds hinder ondervindt.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van ernstige feiten. Niet alleen werd [slachtoffer] zelf bedreigd, ook werd gedreigd zijn kinderen iets aan te doen.

Bij de bepaling van de soort en de hoogte van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de rol die verdachte heeft gespeeld. Zijn rol is aanzienlijk kleiner dan de rol van zijn mededader. Wel is het verdachte geweest die [slachtoffer] naar zijn woning heeft gelokt, waarna deze werd mishandeld. Het toegepaste geweld ging met name uit van de mededader. Verdachte heeft zich daarbij echter niet geheel onbetuigd gelaten, ook hij heeft [slachtoffer] geslagen en bedreigd en het was verdachte die het geld en de goederen vervolgens incasseerde bij [slachtoffer] .

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank er wel rekening mee dat hij zelf geen profijt lijkt te hebben ondervonden van de gepleegde afpersing. Het geld en de goederen zijn naar de mededader gegaan. Voorts is het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing in verband met het vonnis van de rechtbank van 8 maart 2018.

Door de verdediging is nog aangevoerd dat sprake is van een overschrijding van de redelijke

termijn. De rechtbank stelt vast de redelijke termijn is aangevangen met de inverzekeringstelling van verdachte op 13 juli 2016, en dat dit vonnis ruim 2 jaar en 3 maanden later wordt gewezen. Evenwel is de rechtbank van oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden. De verdediging heeft immers ingestemd met een gelijktijdige behandeling met de zaak van de mededader, ook toen die zaak een aanzienlijke vertraging opliep door het optreden van diens voormalige raadslieden die de verdediging neerlegden. Consequentie daarvan was dat ook afdoening van de zaak van verdachte ruim 5 maanden langer duurde. De vertraging komt dan ook geheel voor rekening van verdachte, zodat de redelijke termijn niet is overschreden.

Rekening houdend met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en voormelde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden - met aftrek van het voorarrest - past bij de ernst van de feiten en de omstandigheden zoals hiervoor aangehaald.

De rechtbank ziet in de hoogte van de op te leggen straf aanleiding om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 273.579,83 voor de feiten 1 tot en met 3, waarvan € 10.000,= voor immateriële schade. De rechtbank zal deze vordering per schadepost bespreken.

Audi € 39.500,=

Hoewel in de vordering wordt gesproken over een Audi RS6, blijkt uit de toelichting dat het gaat om de Audi A6 die [slachtoffer] heeft afgestaan. Anders dan de verdediging heeft bepleit, is de door [slachtoffer] betaalde aanschafprijs niet relevant voor bepaling van het schadebedrag. Het gaat immers om de waarde van de auto ten tijde van het afstaan. Dat [slachtoffer] in het kader van zijn echtscheiding heeft gesteld dat hij de Audi heeft verkocht voor € 20.000,= acht de rechtbank evenmin van belang, aangezien die stelling onjuist is, gelet op de bewezenverklaring van de afpersing van deze auto. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de auto destijds in ieder geval een waarde had van € 35.000,=, gelet op dit door [verdachte] in het gesprek met [slachtoffer] genoemde bedrag. Tot dat bedrag is vordering voldoende aannemelijk gemaakt.

Speedboot en trailer € 73.000,=

Ten tijde van de afpersing stonden de speedboot en de trailer op naam van de moeder van [slachtoffer] . Gelet hierop is onvoldoende duidelijk in hoeverre [slachtoffer] door de afpersing van deze goederen schade heeft geleden. Dit vergt nader onderzoek, wat een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De vordering zal daarom op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.

Opel Vivaro € 4.132,23

Uit het dossier blijkt dat de Opel Vivaro op naam stond van [naam 10] . Gelet hierop is onvoldoende duidelijk in hoeverre [slachtoffer] door de gedwongen afgifte van deze auto schade heeft geleden. Dit vergt nader onderzoek, wat een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De vordering zal daarom op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.

Geldbedrag € 9.500,=

Dit afgeperste geldbedrag komt geheel voor toewijzing in aanmerking.

Opknappen Mercedes € 63.576,55

De rechtbank ziet in wat de verdediging heeft aangevoerd geen aanleiding om eraan te twijfelen dat [slachtoffer] de geclaimde materiaalkosten ten behoeve van de Mercedes heeft gemaakt. Ook het aantal van 622 arbeidsuren is voldoende aannemelijk. Dit geldt echter niet voor de kosten per arbeidsuur. De rechtbank schat die kosten op € 30,- per uur. Toegewezen wordt € 32.476,55 aan materiaalkosten plus 622 x € 30,= = € 18.660,= aan arbeidsuren, in totaal € 51.136,55.

Ziektekosten € 198,16

Verblijf ziekenhuis € 28,=

Reiskosten € 240,70

Verlofuren € 149,82

Deze vier schadeposten komen geheel voor toewijzing in aanmerking.

Boete CJIB € 30,=

Dit betreft een verkeersboete voor een feit dat is gepleegd met de Audi nadat [slachtoffer] deze heeft afgestaan. Verdachte is dan ook aansprakelijk voor deze schade, zodat deze schadepost wordt toegewezen.

Incassokosten € 424,30

Uit de vordering en de toelichting daarop blijkt onvoldoende of deze schadepost een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten, zodat deze niet voor toewijzing in aanmerking komt.

Gederfde winst € 72.800,07

De rechtbank acht het op zich aannemelijk dat de mishandeling van [slachtoffer] , waardoor hij enige tijd niet heeft kunnen werken, en de tijd die is gestoken in het opknappen van de Mercedes nadelige financiële gevolgen hebben gehad voor zijn bedrijf. De onderbouwing van (de omvang van) deze schadepost is echter dermate summier dat de rechtbank de schade niet kan vaststellen of schatten zonder nader onderzoek. Dat zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De vordering zal daarom op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.

Immateriële schade € 10.000,=

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer] aannemelijk gemaakt dat hij door het toegebrachte letsel, waaronder ook blijvend letsel (een loopneus en een gevoelloze linker bovenkaak) in combinatie met de angst voor verdachte en de medeverdachte ook immateriële schade heeft geleden. Die schade acht de rechtbank tot een bedrag van € 4.000,= voldoende aannemelijk.

Samengevat is de rechtbank van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 100.283,23 voldoende aannemelijk is gemaakt en een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten, waarvan € 96.283,23 ter zake van materiële schade en € 4.000,= ter zake van immateriële schade, en dat verdachte aansprakelijk is voor die schade. De rechtbank zal de vordering dan ook tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2015, het einde van de ten laste gelegde periode.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van het overige deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Hij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Nu [slachtoffer] bij het indienen van de vordering is bijgestaan door een advocaat, zal de rechtbank verdachte tevens veroordelen in de daarvoor gemaakte kosten van € 437,50.

Omdat sprake is van meer daders wordt de toegekende vordering hoofdelijk opgelegd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 47, 55, 63, 285, 302, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,

feit 2 primair: medeplegen van: zware mishandeling;

feit 3: medeplegen van: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven

gericht, meermalen gepleegd,

begaan in eendaadse samenloop;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 100.283,23, waarvan € 96.283,23 ter zake van materiële schade en € 4.000,= ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht; (BP.22)

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 437,50 ter zake van rechtsbijstand;

- bepaalt dat voor zover deze bedragen door de mededader zijn betaald, verdachte niet gehouden is deze bedragen aan de benadeelde partij te betalen; (BP.20)

Schadevergoedingsmaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] (feiten 1 tot en met 3), € 100.283,23 te betalen en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04A)

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kouwenhoven, voorzitter, mr. Peters en mr. Breeman, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 oktober 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september

2014 tot en met 28 februari 2015 te Bergen op Zoom en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen

tot de afgifte van:

-een of meer geldbedrag(en) en/of

-een (speed)boot (model Wake Setter, registratienummer [kenteken 1] ) en/of een

(bijbehorende) trailer en/of

-een personenauto merk Audi (kenteken [kenteken 2] ) en/of

-een (bestel)auto (Opel Vivaro) en/of

-een of meer auto onderdelen tbv een te repareren Mercedes SL

in elk geval van een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tot het aangaan van een schuld (van 80.000 a 90.000 euro, althans enige

tienduizenden euro's) (in relatie tot de reparatie van een Mercedes SL)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

* die [slachtoffer] naar de woning van [verdachte] heeft/hebben gelokt

en/of er bij die [slachtoffer] op aan heeft/hebben gedrongen om naar de

woning van [verdachte] (naar een auto) te komen (kijken) en/of

* die [slachtoffer] in de woning van [verdachte] met een

stok/(honkbal)knuppel, althans een hard voorwerp heeft/hebben

geslagen en/of (daarbij) (vervolgens) die [slachtoffer] opzettelijk

dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij moest betalen, althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] met die, althans een (afgebroken) stok/(honkbal)knuppel

tegen/in diens lichaam heeft/hebben geprikt en/of gestoken en/of

* die [slachtoffer] gedwongen heeft/hebben om op zijn knieën te gaan

zitten en/of

* die [slachtoffer] tegen diens hoofd en/of overige lichaam heeft/hebben

geschopt/getrapt en/of

* die [slachtoffer] tegen diens hoofd en/of in diens gelaat heeft/hebben

geslagen/gestompt en/of een mes heeft/hebben gepakt en/of getoond aan die

[slachtoffer] en/of (vervolgens) de hand van die [slachtoffer] op een plank

heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben gedreigd om de/een

vinger van die [slachtoffer] eraf te snijden en/of

* (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen om op een bank te

gaan zitten en/of die [slachtoffer] (vervolgens) met een mes tegen diens

gezicht heeft/hebben geslagen en/of die [slachtoffer] (daarbij) (vervolgens)

opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij moest

betalen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen om een briefje over te schrijven

met daarin opdrachten over een te repareren auto en/of geld dat betaald

moest worden en/of

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben

toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer] " [naam 2] )

heeft/hebben geholpen te vluchten en/of dat die [slachtoffer] al die centen

die verdachte en/of zijn mededader(s) kwijt zijn aan die verliezer ( [naam 2]

terug gaat/moet betalen en/of dat die [slachtoffer] gewoon gaat

betalen of anders beschoten wordt, althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] foto's van diens kinderen heeft/hebben laten zien en/of

die [slachtoffer] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk dreigend heeft/hebben

gevraagd/medegedeeld of hij wilde dat de oren van zijn kinderen werden

afgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] heeft medegedeeld dat er een paar jongens van de "club"

( [naam 9] ) in het bedrijf van die [slachtoffer] zouden komen ter

controle en/of

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:

"je moet gewoon 10.500 euro betalen" en/of "ja dan moet je heel snel voor

zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [slachtoffer] dat

is heel lullig dat ik het zo moet doorgeven maar het is niet anders maat"

en/of "ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou

hele andere dingen van plan" en/of "daarvoor vinden ze wel eens iemand

langs de weg snap je keeltje eraf en zo, dat is die wereld maat" en/of "ik

zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het

beter met mij afregelen" en/of "nee er moet gewoon flink betaald worden.

Beetjes beetjes helpen niet" en/of "maat luister ik stuur hem zelf maar

langs. Ga je lekker met hem zelf. Goed moet je gewoon lekker tegen hem

zeggen dat ze maar twee handjes hebben" en/of "reageer op ons want je hoeft

je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin" en/of "jij had

niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he"

en/of "anders was je nou een doodskist he. Dood he" en/of "ik ga je nou wat

uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. Iedereen die van mij steelt

maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben" en/of "een

week lang hebben ze jou te pakken. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die

kleine van jou geen probleem" en/of "moet je zorgen dat er geld komt

jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat" en/of "geef mij die

bus, ruggen waard" en/of ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij

regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 24 september 2014 te Bergen op Zoom, althans in of

omstreeks de periode van 24 september 2014 tot en met 26 september 2014, in

elk geval in de maand september 2014, te Bergen op Zoom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer]

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar

lichamelijk letsel, te weten een of meer aangezichtfractu(u)r(en) (o.a.

gebroken jukbeen(deren)) en/of een gedisgeloceerde fractuur zygoma links,

heeft toegebracht door deze meermalen, althans eenmaal met kracht tegen diens

hoofd en/of in diens gelaat te schoppen/trappen en/of in zijn gelaat te

stompen/slaan;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 september 2014, althans in of omstreeks de periode van

24 september 2014 tot en met 26 september 2014, in elk geval in de maand

september 2014, te Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer]

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen met een stok/(honkbal)knuppel

op die [slachtoffer] heeft/hebben in geslagen, althans die [slachtoffer]

meermalen (met kracht) met een stok/(honkbal)knuppel heeft/hebben geslagen

en/of die [slachtoffer] meermalen (met kracht) (met geschoeide voet) tegen

diens hoofd en/of in diens gelaat en/of tegens diens overige lichaam

heeft/hebben getrapt/geschopt en/of die [slachtoffer] meermalen in diens

gelaat heeft/hebben gestompt/geslagen, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 september 2014 te Bergen op Zoom, althans in of

omstreeks de periode van 24 september 2014 tot en met 26 september 2014, in

elk geval in de maand september 2014, te Bergen op Zoom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] heeft

mishandeld door deze meermalen met een stok/(honkbal)knuppel te slaan

en/of meermalen, althans eenmaal met kracht tegen diens hoofd en/of in diens

gelaat te schoppen/trappen en/of in/tegen diens gelaat te stompen/slaan,

tengevolge waarvan die [slachtoffer] letsel en/of pijn heeft bekomen;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 28 februari

2015 te Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd dat hij moest

betalen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* een mes gepakt en/of getoond aan die [slachtoffer] en/of (vervolgens)

de hand van die [slachtoffer] op een plank gelegd en/of (vervolgens)

gedreigd om de/een vinger van die [slachtoffer] eraf te snijden en/of

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd - zakelijk

weergegeven - dat die [slachtoffer] [naam 2] heeft/hebben geholpen

te vluchten en/of dat die [slachtoffer] al die centen die verdachte en/of

zijn mededader(s) kwijt zijn aan die verliezer ( [naam 2] ) terug gaat/moet

betalen en/of dat die [slachtoffer] gewoon gaat betalen of anders beschoten

wordt, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] foto's van diens kinderen laten zien en/of

die [slachtoffer] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk dreigend

gevraagd/medegedeeld of hij wilde dat de oren van zijn kinderen werden

afgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [slachtoffer] medegedeeld dat er een paar jongens van de club ( [naam 9]

) in het bedrijf van die [slachtoffer] zouden komen ter controle

en/of

* die [slachtoffer] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd:

"je moet gewoon 10.500 euro betalen" en/of "ja dan moet je heel snel voor

zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [slachtoffer] dat

is heel lullig dat ik het zo moet doorgeven maar het is niet anders maat"

en/of "ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou

hele andere dingen van plan" en/of "daarvoor vinden ze wel eens iemand

langs de weg snap je keeltje eraf en zo, dat is die wereld maat" en/of "ik

zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het

beter met mij afregelen" en/of "nee er moet gewoon flink betaald worden.

Beetjes beetjes helpen niet" en/of "maat luister ik stuur hem zelf maar

langs. Ga je lekker met hem zelf. Goed moet je gewoon lekker tegen hem

zeggen dat ze maar twee handjes hebben" en/of "reageer op ons want je hoeft

je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin" en/of "jij had

niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he"

en/of "anders was je nou een doodskist he. Dood he" en/of "ik ga je nou wat

uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. Iedereen die van mij steelt

maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben" en/of "een

week lang hebben ze jou te pakken. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die

kleine van jou geen probleem" en/of "moet je zorgen dat er geld komt

jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat" en/of "geef mij die

bus.....ruggen waard" en/of "ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij

regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRAB16012 Jonkoping van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 1569 Het proces-verbaal van bevindingen, verhoor [slachtoffer] , pagina 181.

2 De geschriften, inhoudende twee foto-afbeeldingen, pagina’s 185-186.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 126.

4 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , pagina 230.

5 Het geschrift, inhoudende een handgeschreven briefje, pagina 336.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] door de rechter-commissaris d.d. 13 maart 2017.

7 De geschriften, inhoudende bestellingen en facturen, pagina’s 345-378.

8 Het geschrift, inhoudende een tapgesprek, pagina 294.

9 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , pagina 236.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 213.

11 Het geschift, inhoudende medische informatie betreffende [slachtoffer] , pagina 274.

12 Het proces-verbaal van bevindingen van telefoongesprek met [naam 3] , pagina 1049.

13 Het proces-verbaal van bevindingen van telefoongesprek met [naam 3] , pagina 1049.

14 Het proces-verbaal van verhoor [naam 5] , pagina 946.

15 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , pagina 237 n de daarbij gevoegde details van transacties, pagina’s 238-239.

16 Het geschrift, inhoudende een banktransactie, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van de zitting van 29 augustus 2018.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 113.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 116.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 119.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 121.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 122.

22 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 245.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, bijlage, pagina 252.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 246.

25 De verklaring van verdachte [verdachte] ter zitting van 9 maart 2018.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 245.

27 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 246.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 246.

29 De verklaring van verdachte [verdachte] ter zitting van 9 maart 2018.