Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:5812

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21-08-2018
Datum publicatie
10-10-2018
Zaaknummer
7022477_E21082018
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 7:673 lid 1 sub a onder 3 BW. Transitievergoeding verschuldigd wanneer het initiatief van het einde van de arbeidsovereenkomst uitgaat van de werkgever. Einde van de arbeidsovereenkomst is door werkgever aangezegd. Dat na die aanzegging, hetgeen overigens is betwist, meerdere functies aan werknemer zijn aangeboden, zodat de aanzegging inhoudelijk is gewijzigd, brengt niet met zich dat daardoor het initiatief tot einde van de arbeidsovereenkomst niet meer bij de werkgever ligt. Toewijzing van de transitievergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2018/289 met annotatie van mr. M. Faber
AR-Updates.nl 2018-1149
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 7022477 AZ VERZ 18-41

beschikking d.d. 21 augustus 2018

inzake

[voornamen] [eiseres],

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

verder te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. S. Ramautar, advocaat te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Green Talent B.V.,

statutair gevestigd te ’s-Gravenzande, kantoorhoudende te (4651 RZ) Steenbergen,

Prins Reinierstraat 18A,

verwerende partij,

verder te noemen: Green Talent,

gemachtigde: mr. E. Thijssen, advocaat te Roosendaal.

1 Het procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende stukken:

  1. het verzoekschrift met producties, voor het eerst ter griffie ontvangen op 26 juni 2018;

  2. het verweerschrift met producties, ter griffie ontvangen op 12 juli 2018;

  3. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling van partijen, gehouden op 24 juli 2018, met bijbehorend audiëntieblad.

1.2

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1

[eiseres] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] , is op 4 mei 2015 op basis van een arbeidsovereenkomst, meer specifiek een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd Fase A, in dienst getreden bij Green Talent. De uitzendovereenkomst had de duur van één jaar en is daarna voor dezelfde duur tweemaal verlengd, derhalve van rechtswege eindigend op 27 maart 2018. Op de uitzendovereenkomst is de ABU-cao van toepassing. Er is geen vaste arbeidsduur tussen partijen afgesproken.

2.2

[eiseres] is (laatstelijk) werkzaam geweest bij 4 Evergreen B.V. te Steenbergen. De functie die [eiseres] vervulde, was die van Medewerker glastuinbouw II, met een uurloon van € 10,58 bruto.

2.3

Bij brief van 14 februari 2018 is aan [eiseres] het einde van de arbeidsovereenkomst aangezegd. In deze brief is het volgende vermeld: ‘Hierbij bevestigen wij dat uw dienstverband met Green Talent B.V. van rechtswege eindigt per 27-03-2018. Na het verstrijken van de contractdatum bestaan er geen rechten en plichten meer tussen werkgever en werknemer.’

2.4

In de periode na de aanzegging zijn door Green Talent aan [eiseres] diverse functies met dezelfde arbeidsvoorwaarden aangeboden.

3 Het verzoek

3.1

[eiseres] verzoekt de kantonrechter Green Talent te veroordelen om binnen twee dagen na deze beschikking aan [eiseres] te voldoen het netto equivalent van de verschuldigde transitievergoeding ten bedrage van € 1.089,78, onder verstrekking van een schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificatie, waarin het bedrag en de betaling van de transitievergoeding is verwerkt, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00 voor elke dag na betekening van deze beschikking dat Green Talent niet voldoet aan de beschikking. Tevens verzoekt [eiseres] Green Talent te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de verschuldigde transitievergoeding vanaf het opeisbaar worden van dat bedrag, te weten 26 april 2018, tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Green Talent tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten.

3.2

Aan dit verzoek legt [eiseres] ten grondslag dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen ten minste 24 maanden heeft geduurd en dat de arbeidsovereenkomst na einde van rechtswege op initiatief van Green Talent niet is voortgezet. Het einde van de arbeidsovereenkomst is immers door Green Talent aangezegd bij brief van 14 februari 2018. Zodoende maakt [eiseres] aanspraak op een transitievergoeding conform artikel 7:673 lid 1 sub a onder 3 BW. Ten aanzien van de hoogte van de transitievergoeding stelt [eiseres] dat het maandloon € 1.307,73 is, zodat daarmee de transitievergoeding € 1.089,78 bruto bedraagt.

4 Het verweer

4.1

Green Talent voert verweer en stelt dat het verzoek om haar te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding moet worden afgewezen.

4.2

Aan het verweer legt Green Talent ten grondslag dat voorafgaand aan de einddatum van de arbeidsovereenkomst diverse functies aan [eiseres] zijn aangeboden, waardoor de aanzegging naar de mening van Green Talent inhoudelijk is gewijzigd. [eiseres] heeft de voorstellen echter afgewezen, zodat zij er zelf voor heeft gekozen om geen nieuwe arbeidsovereenkomst te sluiten. De arbeidsovereenkomst is daardoor op initiatief van [eiseres] niet voortgezet. Een grondslag voor toekenning van een transitievergoeding ontbreekt dan ook, aldus Green Talent. Ten aanzien van de hoogte van de transitievergoeding voert Green Talent aan dat deze onjuist is berekend door [eiseres] , nu het gemiddelde bruto maandsalaris is berekend over een periode van 13 weken, terwijl dit berekend had moeten worden over een periode van 15 weken.

5 De beoordeling

5.1

[eiseres] heeft haar verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.2

Niet in geschil is dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen ten minste 24 maanden heeft geduurd. Wel is in geschil of aan het vereiste van artikel 7:673 lid 1 sub a onder 3 BW is voldaan. Het gaat in onderhavige zaak dan ook om de vraag op wiens initiatief een einde is gekomen aan de arbeidsovereenkomst.

5.3

Uit de wettekst van artikel 7:673 BW volgt dat uitgangspunt dient te zijn dat een transitievergoeding is verschuldigd wanneer het initiatief van het einde van de arbeidsovereenkomst uitgaat van de werkgever. In onderhavige zaak heeft Green Talent bij brief van 14 februari 2018 het einde van de arbeidsovereenkomst aangezegd per 27 maart 2018. Mitsdien moet ervan uit worden gegaan dat het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst kwam van Green Talent. Alhoewel Green Talent aanvoert, hetgeen overigens is betwist door [eiseres] , dat zij in de periode na de aanzegging meerdere functies aan [eiseres] heeft aangeboden, zodat de aanzegging inhoudelijk is gewijzigd, brengt dat niet met zich dat daardoor het initiatief tot einde van de arbeidsovereenkomst bij [eiseres] is komen te liggen. De aanzegging van het einde van de arbeidsovereenkomst had immers op dat moment [eiseres] al bereikt. Die aanzegging is leidend en het aanbieden van andere functies voor het einde van de arbeidsovereenkomst maakt niet dat daarmee de aanzegging is komen te vervallen. Op geen enkele wijze is gebleken dat Green Talent haar aanzegging nadrukkelijk heeft willen laten vervallen, zodat [eiseres] er terecht vanuit is gegaan dat met de aanzegging de arbeidsovereenkomst beëindigd werd. Op grond van het voorgaande is Green Talent initiatiefnemer geweest en gebleven, zodat zij op grond van artikel 7:673 lid 1 sub a onder 3 BW een transitievergoeding aan [eiseres] is verschuldigd.

5.4

Het verweer van Green Talent ten aanzien van de hoogte van de transitievergoeding heeft zich toegespitst op het tijdvak van twee verlofweken, inhoudende dat deze twee weken bij het berekenen van het gemiddelde maandloon dienen te worden meegenomen. [eiseres] stelt daarentegen dat zij voor het gemiddelde maandloon is uitgegaan van het verdiende salaris in de laatste 13 representatieve weken (kennelijk representatief voor een geheel jaar), waarbij de twee verlofweken buiten beschouwing zijn gelaten. Ter discussie staat aldus de vraag over welk tijdvak de gemiddelde arbeidsduur en het daaruit voortvloeiende maandloon moet worden berekend, 13 of 15 weken. Voor berekening van een arbeidsduur zijn in artikel 2 lid 1 van de Regeling looncomponenten en arbeidsduur (hierna “de Regeling”) nadere regels gesteld. Dat deze regeling van toepassing is op de hoogte van de transitievergoeding volgt uit artikel 7:673 lid 10 BW en het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding. Bepaald is in artikel 2 lid 1 van de Regeling dat indien er geen of een wisselende arbeidsduur is overeengekomen, bij de berekening van de gemiddelde arbeidsduur periodes waarin de werknemer verlof genoot, niet in aanmerking worden genomen. Er is geen vaste arbeidsduur overeengekomen, zodat voormeld artikel van toepassing is. Derhalve behoeven bij de berekening van het gemiddelde maandloon voor de transitievergoeding de twee genoten weken verlof niet te worden meegenomen. Het verweer van Green Talent (die er kennelijk ook van uitgaat dat de door [eiseres] gekozen periode representatief is voor een geheel jaar) dat gerekend moet worden met een tijdvak van 15 weken is in het licht van de Regeling onvoldoende onderbouwd en zal derhalve worden gepasseerd. Daarmee komt vast te staan dat het maandloon een bedrag van € 1.307,73 betreft. Gelet op artikel 7:673 lid 2 BW heeft de werknemer aanspraak op een transitievergoeding van € 1.089,78 bruto. Green Talent zal daarom worden veroordeeld tot betaling van het netto equivalent daarvan.

5.5

Met toepassing van artikel 7:686a lid 1 BW zal de gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding worden toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Hoewel wordt verzocht om de wettelijke rente toe te kennen vanaf 26 april 2018, is de rente – gelet op artikel 7:686a lid 1 BW – pas toewijsbaar vanaf 28 april 2018. De arbeidsovereenkomst is immers geëindigd per 27 maart 2018.

5.6

De vordering tot verstrekking van een schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificatie, waarin het bedrag en betaling van de transitievergoeding is verwerkt, is als onbetwist eveneens toewijsbaar. [eiseres] heeft recht en belang bij afgifte hiervan. Deze vordering zal dan ook worden toegewezen, waarbij de dwangsom wordt gemaximeerd op een bedrag van € 2.000,00.

5.7

De proceskosten komen voor rekening van Green Talent, omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten worden begroot op een bedrag van € 226,00 aan griffierecht en een bedrag van

€ 200,00 aan gemachtigdensalaris (2 punten à € 100,00), zijnde een totaalbedrag van

€ 426,00. De gevorderde nakosten zullen worden afgewezen nu niet, althans onvoldoende is gesteld of onderbouwd dat na het vonnis kosten zullen worden gemaakt, anders dan de eventuele kosten van tenuitvoerlegging van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1

veroordeelt Green Talent tot betaling – binnen twee dagen na heden – aan [eiseres] van het netto equivalent van het brutobedrag van € 1.089,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 april 2018 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2

veroordeelt Green Talent om binnen twee dagen na heden aan [eiseres] te verstrekken een schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificatie, waarin het bedrag en betaling van de transitievergoeding is verwerkt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 100,00 per dag voor iedere dag na de betekening van deze beschikking dat Green Talent hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 2.000,00;

6.3

veroordeelt Green Talent in de kosten van dit geding, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op € 426,00, bestaande uit € 200,00 als salaris voor de gemachtigde van [eiseres] en € 226,00 aan griffierecht;

6.4

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.A.M. van Dijke, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 augustus 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.