Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:5036

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
29-08-2018
Zaaknummer
6816200 OV VERZ 18-3711
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing op een verzoek van de algemeen gevolmachtigde (van rechthebbende) tot instelling meerderjarigenbewind over rechthebbende. Ontvankelijkheid verzoek? De kantonrechter stelt allereerst vast dat verzoeker -als algemeen gevolmachtigde van rechthebbende- formeel niet behoord tot de verzoekers genoemd in artikel 1:432 Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter acht dit een omissie in de wet. Heel formeel zou de kantonrechter verzoeker niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn verzoek. Met een dergelijke beslissing is naar het oordeel van de kantonrechter echter niemand gediend. Zeker rechthebbende niet. Bij gebreke van een verzoeker in familiekring zou de kantonrechter verzoeker naar het openbaar ministerie (artikel 1:432, lid 2 BW) moeten verwijzen. Gelet op het belang van het treffen van een spoedige wettelijke beschermende maatregel acht de kantonrechter dit omslachtig en niet zinvol. Om die reden verklaart de kantonrechter verzoeker -zijnde de algemeen gevolmachtigde van rechthebbende- hierna toch ontvankelijk in zijn verzoek. Kantonrechter wijst verzoek verder toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2019/13
PFR-Updates.nl 2018-0209
FJR 2019/16.6
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster III Insolventie en kanton beheerszaken

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 6816200 OV VERZ 18-3711

beschikking d.d. 26 juli 2018 op een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind

van

[naam en gegevens verzoeker] .

1 Het procesverloop

1.1

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het op 12 april 2018 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen, waaronder een kopie van een medische verklaring d.d. 29 september 2017 en een kopie van een afschrift van een levenstestament d.d. 18 maart 2016);

b. het proces-verbaal van de griffier met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van donderdag 5 juli 2018.

1.2

De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.

2 De beoordeling

2.1

Het verzoek strekt tot de instelling van een bewind over de goederen van
[naam en gegevens rechthebbende] , onder gelijktijdige benoeming van [naam en gegevens bewindvoerder]
tot bewindvoerder.

2.2

Rechthebbende is op dit moment ongehuwd en is weduwe van [naam overleden echtgenoot] . Rechthebbende heeft geen kinderen. Bij voormeld levenstestament heeft zij verzoeker een algemene volmacht verleend. Met het levenstestament heeft rechthebbende mede willen voorzien in de situatie dat zij om wat voor reden dan ook niet meer zelf kan handelen. Zij heeft de algemene volmacht gegeven om haar vermogensrechtelijke en andere zakelijke belangen te laten behartigen, zoals nader omschreven in het levenstestament.

Zij heeft [verzoeker] tevens aangewezen als haar medisch gevolmachtigde.

2.3

Uit voormelde medische verklaring blijkt onder meer dat het ziekte-inzicht en het beoordelingsvermogen van rechthebbende fors gestoord is. Zij is voorts zorg mijdend en heeft een slecht gehoor waardoor de communicatie moeizaam verloopt. Het korte termijn geheugen van rechthebbende is gestoord.

2.4

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de locatie waar rechthebbende thans verblijft, te weten: [adresgegevens rechthebbende] . Tijdens het horen van rechthebbende waren aanwezig: rechthebbende, verzoeker, [voorgestelde bewindvoerder] , alsmede kantonrechter mr. W.E.M. Verjans en mevrouw M. de Graauw als griffier. Tijdens het horen herhaalt rechthebbende een aantal malen dat zij ervan uitgaat dat de aanwezige [verzoeker] alles voor haar regelt. Zij geeft blijk niet goed te begrijpen waarom iemand anders zou moeten worden aangesteld om haar vermogensrechtelijke belangen te regelen.

2.5

Verzoeker geeft tijdens de mondelinge behandeling een toelichting op het verzoekschrift. Hij geeft hierbij onder meer aan waarom hij -als algemeen gevolmachtigde van rechthebbende- toch dit verzoek heeft ingediend. Hij geeft hierbij -zakelijk weergegeven- aan dat hij sinds zijn benoeming als algemeen gevolmachtigde met een aantal financiële problemen is geconfronteerd waarvoor hij zich niet dan wel onvoldoende (financieel) deskundig acht. Om verdere financiële risico’s voor rechthebbende te vermijden acht hij het wenselijk dat een deskundig onafhankelijk persoon in de toekomst de vermogensrechtelijke belangen van rechthebbende gaat behartigen.

Ontvankelijkheid verzoek.

2.6

De kantonrechter stelt allereerst vast dat verzoeker -als algemeen gevolmachtigde van rechthebbende- formeel niet behoord tot de verzoekers genoemd in artikel 1:432 Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter acht dit een omissie in de wet. Heel formeel zou de kantonrechter verzoeker niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn verzoek.

Met een dergelijke beslissing is naar het oordeel van de kantonrechter echter niemand gediend. Zeker rechthebbende niet. Bij gebreke van een verzoeker in familiekring zou de kantonrechter verzoeker naar het openbaar ministerie (artikel 1:432, lid 2 BW) moeten verwijzen.

Gelet op het belang van het treffen van een spoedige wettelijke beschermende maatregel acht de kantonrechter dit omslachtig en niet zinvol. Om die reden verklaart de kantonrechter verzoeker -zijnde de algemeen gevolmachtigde van rechthebbende- hierna toch ontvankelijk in zijn verzoek.

Verdere beoordeling.

2.7

Uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat de rechthebbende als gevolg van haar geestelijke toestand duurzaam niet in staat is zelf ten volle haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, reden waarom de kantonrechter het verzoek zal inwilligen.

2.8

Ter zitting is de kantonrechter gebleken dat rechthebbende niet in staat is om zelf aan de bewindvoerder toestemming te geven voor het doen van beschikkingshandelingen.

De rechthebbende wordt niet in staat geacht de rekening en verantwoording ter goedkeuring te ondertekenen.

2.9

Tegen de voorgestelde bewindvoerder zijn geen bezwaren gerezen. Deze bewindvoerder heeft zich schriftelijk bereid verklaard benoemd te worden tot bewindvoerder ten behoeve van rechthebbende. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat de voorgestelde (professionele) bewindvoerder voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren (Stb. 2014, 46). De kantonrechter acht de voorgestelde bewindvoerder geschikt voor zijn taak.

Gelet op bovenstaande zal de kantonrechter de voorgestelde (professionele) bewindvoerder hierna direct benoemen tot bewindvoerder ten behoeve van rechthebbende (artikel 1:435,

lid 1 BW).

2.10

Op grond van artikel 5 van voormeld Besluit kwaliteitseisen is de te benoemen professionele (beschermings)bewindvoerder gehouden -voor zover mogelijk in overleg met rechthebbende- het doel van de onderbewindstelling vast te stellen en de wederzijdse afspraken om dit doel te bereiken. De kantonrechter heeft kennis kunnen nemen van de inhoud van het -door de te benoemen bewindvoerder- overgelegde plan van aanpak, zijnde het document als bedoeld in voormeld artikel 5. De kantonrechter gaat ervan uit dat dit plan nader wordt geëvalueerd en -waar nodig- wordt bijgesteld. Dit plan van aanpak is niet door rechthebbende ondertekend omdat zij kennelijk niet in staat is te ondertekenen. Het is de kantonrechter bekend dat de communicatie met rechthebbende -mede door haar slechte gehoor- moeizaam verloopt. De kantonrechter adviseert de te benoemen bewindvoerder om verzoeker in dat verband te blijven raadplegen. Dit klemt te meer nu verzoeker algemeen gevolmachtigde blijft ten behoeve van rechthebbende op het gebied van medische aangelegenheden.

2.11

De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 519,40 (excl. BTW).

2.12

De kantonrechter zal de jaarbeloning van de te benoemen bewindvoerder, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen

overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (basistarief).

2.13

Op grond van de bevoegdheid als omschreven in artikel 1:436 lid 3 BW bepaalt de kantonrechter dat de onderhavige beschikking wordt ingeschreven in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart verzoeker ontvankelijk in zijn verzoek;

stelt een bewind in over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan:

[rechthebbende] voornoemd;

benoemt tot bewindvoerder: [naam en gegevens bewindvoerder] voornoemd;

stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast op een bedrag van € 519,40 (excl. BTW);

stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;

draagt de griffier op deze uitspraak in te schrijven in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 juli 2018.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.