Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:4845

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-08-2018
Datum publicatie
16-08-2018
Zaaknummer
C/02/347040 / KG ZA 18-437
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Inventarisatie en afwikkeling van een nalatenschap. Tot de nalatenschap behoort onder meer de coffeeshop die erflater exploiteerde. Als executeur en afwikkelingsbewindvoerder verkeert eiseres in de positie om de exploitatie van de coffeeshop voort te zetten en daaruit inkomsten te genereren ten behoeve van de erfgenamen. Eiseres heeft bij het college van burgemeester en wethouders een aanvraag voor een exploitatievergunning ingediend en wenst in dat verband dat de lopende huurovereenkomst met betrekking tot het winkelpand wordt geformaliseerd middels een op schrift gestelde en ondertekende huurovereenkomst. De voorzieningenrechter volgt het argument van gedaagden dat deze vergunningsaanvraag de besprekingen over de voortzetting van de coffeeshop doorkruist, terwijl van een noodzaak tot het indienen van deze aanvraag vooralsnog niets is gebleken. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2018-0160
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/347040 / KG ZA 18-437

Vonnis in kort geding van 16 augustus 2018

in de zaak van

[eiseres in conventie] ,

in haar hoedanigheid van executeur/afwikkelingsbewindvoerder en erfgename in de nalatenschap van wijlen [naam A] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.M.Y. Wertenbroek te Tilburg,

tegen

[gedaagde in conventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.C. Hissink te Tilburg,

en

1 [tussenkomende partij A] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [tusenkomende partij B] ,

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [tussenkomende partij A] ,

wonende te [woonplaats] ,

tussenkomende partij,

advocaat: mr. J.O. de Wilde te ‘s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna ‘ [eiseres in conventie] ’ en ‘ [gedaagde in conventie] ’ worden genoemd. De tussenkomende partij onder 1 zal worden aangeduid als ‘ [tussenkomende partij A] ’. Haar bewindvoerder wordt aangeduid als [tusenkomende partij B] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de op 24 juli 2018 aan [gedaagde in conventie] betekende dagvaarding met de producties 1 t/m 16 van [eiseres in conventie] ;

  • -

    de aanvullende productie 17 van [eiseres in conventie] ;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van [gedaagde in conventie] , met haar producties 1 t/m 23;

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van [tussenkomende partij A] en [tusenkomende partij B] , met hun producties 1 t/m 22;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 2 augustus 2018;

  • -

    de pleitnota van [eiseres in conventie]

1.2.

Na [gedaagde in conventie] en [eiseres in conventie] te hebben gehoord op de incidentele vordering, heeft de voorzieningenrechter de tussenkomst van [tussenkomende partij A] en [tusenkomende partij B] toegestaan.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

a. [gedaagde in conventie] is op 11 september 1998 onder uitsluiting van elke gemeenschap van goederen gehuwd met [naam A] (hierna: erflater). Hun echtelijke woning is gelegen aan de [adres A] .

b. [gedaagde in conventie] leeft van inkomsten uit de verhuur van diverse panden in Tilburg, waarvan de meesten mede eigendom van erflater zijn. Erflater heeft zijn inkomen betrokken uit de exploitatie van coffeeshop [bedrijfsnaam] , gevestigd aan het [adres B] in Tilburg. Dat pand is gezamenlijke eigendom van erflater en [gedaagde in conventie] en wordt verhuurd aan de coffeeshop. Die huurovereenkomst is niet op schrift gesteld.

c. [tussenkomende partij A] is de dochter van [gedaagde in conventie] en erflater. Zij is thans 20 jaar oud.

d. In 2014 heeft erflater een relatie gekregen met [eiseres in conventie] , met wie hij voor zijn huwelijk met [gedaagde in conventie] kortstondig getrouwd is geweest. In dat jaar heeft erflater de echtelijke woning verlaten om elders te gaan wonen.

e. Op 22 februari 2016 heeft erflater bij deze rechtbank een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend.

f. Op 4 november 2017 is erflater overleden. Op dat moment was de echtscheiding nog niet uitgesproken.

g. Het meest recente testament van erflater is opgemaakt op 28 januari 2015. Daarin is [gedaagde in conventie] uitgesloten als erfgenaam. [tussenkomende partij A] en [eiseres in conventie] zijn benoemd tot enige en algemene erfgenamen. Het erfdeel van [tussenkomende partij A] is onder bewind gesteld totdat [tussenkomende partij A] de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. De huidige bewindvoerder over dat erfdeel is [tusenkomende partij B] . Tot slot is [eiseres in conventie] benoemd tot verzorger van de crematie, tot executeur van het testament en tot afwikkelingsbewindvoerder over de nalatenschap.

h. [eiseres in conventie] heeft conservatoir beslag laten leggen op de echtelijke woning, op elf verhuurde panden in Tilburg en op vijf bankrekeningen bij de Rabobank.

i. Op 26 januari 2018 hebben [eiseres in conventie] en [gedaagde in conventie] een vaststellingsovereenkomst gesloten omtrent de opheffing van voornoemde beslagen. In de overeenkomst is onder meer het navolgende bepaald:

6. [gedaagde in conventie] verklaart dat zij niet over zal gaan tot verkoop en bezwaring van haar aandeel in de panden die zij in gemeenschappelijke eigendom heeft met de erven [tussenkomende partij A] , tenzij met toestemming van de erven.

7. [gedaagde in conventie] werkt eraan mee dat [eiseres in conventie] inzage kan verkrijgen in de hiervoor genoemde en / of bankrekeningen.

8. De netto-inkomsten uit de verhuur van de panden worden bij helfte verdeeld.

9. [gedaagde in conventie] is akkoord met de verkoop van [adres A] te Tilburg.

10. Fit Beheer B.V. gaat het beheer doen van de in de gemeenschappelijk verhuurde panden. Partijen zullen de overeenkomst die zij daarvoor ontvangen ondertekenen.

11. Alle uitgaven van € 1.000,00 inclusief BTW of hoger die verband houden met het beheer en het onderhoud van de gemeenschappelijk verhuurde panden worden niet anders dan na gezamenlijk akkoord tussen [gedaagde in conventie] en de erven [tussenkomende partij A] gemaakt.

12. Partijen zullen op de kortst mogelijke termijn in overleg treden met derden ter zake van de exploitatie van [bedrijfsnaam] .

j. Op 23 mei 2018 heeft [eiseres in conventie] bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg een aanvraagformulier ingediend voor een exploitatievergunning voor de coffeeshop aan het [adres B] in Tilburg. Op die aanvraag is nog geen beslissing genomen vanwege het ontbreken van een aantal documenten, waaronder een ondertekende schriftelijke huurovereenkomst van het bedrijfspand, en het ontbreken van informatie over de financiële afwikkeling van de inventaris/goodwill van de coffeeshop zoals bepaald in het testament.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiseres in conventie] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

1. [gedaagde in conventie] veroordeelt, om binnen 48 uur na het wijzen van dit vonnis, haar medewerking te verlenen aan het ondertekenen van de schriftelijke huurovereenkomst voor de eenmanszaak aan het [adres B] te Tilburg en deze direct aan [eiseres in conventie] te verstrekken, bij gebreke waarvan [gedaagde in conventie] een dwangsom verbeurt jegens [eiseres in conventie] , althans de erven in

de nalatenschap van erflater, van € 5.000,- per dag of een gedeelte daarvan nadat de 48 uren na het wijzen van het vonnis zijn verstreken en met een maximum van € 500.000,-, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom per tijdseenheid, waarbij de verbeurde dwangsom dient te worden vermeerderd met wettelijke rente indien de dwangsom(men) niet binnen veertien dagen na iedere datum van verbeuren worden voldaan;

2. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen 48 uur na het wijzen van dit vonnis aan [eiseres in conventie] de

navolgende ontbrekende stukken te verstrekken:

a. de saldi van alle bankrekeningen van zowel erflater als van erflater/ [gedaagde in conventie] gezamenlijk, zowel per datum verzoekschrift (22-02-2016) als per datum overlijden van erflater (04-11-2017);

b. de dagafschriften c.q. een uitdraai van de bij- en afschrijvingen van alle bankrekeningen van zowel erflater als van erflater/ [gedaagde in conventie] vanaf 22-02-2016 tot en met heden;

c. jaaropgaven van alle bankrekeningen van erflater als van erflater/ [gedaagde in conventie] gezamenlijk over 2017, waaruit tevens de maandelijks te betalen rente blijkt;

d. saldi van alle bankrekeningen ten name van [gedaagde in conventie] per datum verzoekschrift (22-02-2016);

e. jaaropgaven 2017 van de hypothecaire geldleningen;

f. bewijsstuk waaruit de voor de [adres A] te betalen vaste lasten blijken en van welke rekening(en) dit wordt betaald;

g. WOZ-beschikking [adres A] 2018;

h. volledig overzicht huurinkomsten en uitgaven met bewijsstukken vanaf 04-11-2017;

i. kopieën van de kamerhuurvergunningen ter zake het onroerend goed;

j. bewijsstukken van de bankrekeningen die enkel op naam van [tussenkomende partij A] staan gesteld (die vallen dan buiten de verdeling/verrekening);

bij gebreke waarvan [gedaagde in conventie] jegens [eiseres in conventie] althans de erven in de nalatenschap van erflater een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per dag of een gedeelte daarvan, met een maximum van € 500.000,-, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom per tijdseenheid, waarbij de verbeurde dwangsom dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente indien de dwangsom(men) niet binnen veertien dagen na iedere datum van verbeuren worden voldaan;

3. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen 48 uur na het wijzen van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan het sluiten van een opdrachtovereenkomst met De Huissleutel voor het

volledige beheer van de gezamenlijke onroerendgoedportefeuille conform de offerte die is

overgelegd als productie 13, bij gebreke waarvan [gedaagde in conventie] jegens [eiseres in conventie] althans de erven in de nalatenschap van erflater een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per dag of een gedeelte daarvan, met een maximum van € 500.000,-, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom per tijdseenheid, waarbij de verbeurde dwangsom dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente indien de dwangsom(men) niet binnen veertien dagen na iedere datum van verbeuren worden voldaan;

subsidiair, ten aanzien van de huurovereenkomst

4. te bepalen dat de uitspraak in kort geding in de plaats treedt van de schriftelijke

huurovereenkomst tussen [gedaagde in conventie] en de erven van erflater voor het gehuurde aan het [adres B] te Tilburg, voor onbepaalde tijd tegen een huurprijs van € 2.500,- per maand;

primair en subsidiair

5. [gedaagde in conventie] veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder begrepen het verschuldigde griffierecht en het tot aan deze uitspraak volgens het toepasselijke liquidatietarief begrote bedrag aan salaris, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf de datum van dit vonnis.

3.2.

Aan deze vorderingen legt [eiseres in conventie] het volgende ten grondslag. [eiseres in conventie] wenst haar taak als executeur/afwikkelingsbewindvoerder naar behoren uit te oefenen, in het belang van de erfgenamen. Vanwege de verstoorde verhoudingen wil zij tevens voorkomen dat [tussenkomende partij A] haar ooit kan aanspreken wegens onbehoorlijke taakvervulling. Dat betekent dat [eiseres in conventie] een volledige boedelbeschrijving moet kunnen maken en de bestanddelen van de nalatenschap moet kunnen veiligstellen. Met medewerking van [gedaagde in conventie] kan de boedelbeschrijving compleet worden gemaakt. [gedaagde in conventie] is in staat de gevraagde informatie eenvoudigweg te verschaffen.

De waarde van de coffeeshop vormt een aanzienlijk deel van de nalatenschap en moet worden veiliggesteld. In dat kader is het van belang dat de exploitatievergunning op naam van [eiseres in conventie] kan worden gesteld. Die vergunning wordt niet verleend wanneer er geen schriftelijke huurovereenkomst wordt overgelegd.

Verder kan de omvang van de nalatenschap pas worden bepaald nadat de huwelijksvermogensrechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld, verrekend en verdeeld. Zo bestaat er onduidelijkheid over het beheer van het onroerend goed van erflater en [gedaagde in conventie] . Daarom heeft [eiseres in conventie] met [gedaagde in conventie] afgesproken dat er een beheerder zal worden aangesteld, zijnde De Huissleutel in Tilburg.

3.3.

[gedaagde in conventie] voert verweer. Zij voert aan dat haar huwelijk met erflater is ontbonden door diens overlijden, niet door echtscheiding. [eiseres in conventie] heeft dan ook alleen belang bij een boedelbeschrijving per de sterfdag van erflater. Het is niet de taak van [gedaagde in conventie] om die boedelbeschrijving te completeren. Bovendien heeft [gedaagde in conventie] reeds alle gegevens verstrekt die zij kon verstrekken. Het beheer van de verhuurde panden zou niet aan De Huissleutel maar aan Fit Beheer B.V. worden overgedragen, staat in de vaststellingsovereenkomst van 26 januari 2018. Overigens heeft [gedaagde in conventie] naderhand met een vertegenwoordigster van [eiseres in conventie] afgesproken dat [gedaagde in conventie] het beheer blijft doen en dat de huurinkomsten bij helfte worden verdeeld. Onder bepaalde voorwaarden kan [gedaagde in conventie] alsnog instemmen met beheer door De Huissleutel. Bij een exploitatievergunning voor de coffeeshop heeft [eiseres in conventie] vooralsnog geen belang. Sinds het overlijden van erflater is de exploitatie immers gedoogd en de gemeente is vooral in afwachting van de afwikkeling van de nalatenschap. Verder doorkruist de vergunningsaanvraag van [eiseres in conventie] de onderhandelingen met [tussenkomende partij A] over de voortzetting van de coffeeshop. Ook de pachtvariant is nog niet onderzocht. Het is [gedaagde in conventie] bekend dat [tussenkomende partij A] niet wil meewerken aan de vergunningsaanvraag van [eiseres in conventie] In het kader van de huurovereenkomst kan [eiseres in conventie] [tussenkomende partij A] niet vertegenwoordigen.

3.4.

[tussenkomende partij A] en [tusenkomende partij B] voeren aan dat de vorderingen van [eiseres in conventie] tegen [gedaagde in conventie] moeten worden afgewezen. [tussenkomende partij A] wenst de coffeeshop van haar vader voort te zetten. Die kans is verkeken wanneer [eiseres in conventie] een exploitatievergunning verkrijgt. De gestelde noodzaak van die vergunningsaanvraag voor het behoud van de coffeeshop blijkt nergens uit.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie tussen [gedaagde in conventie] en [eiseres in conventie]

4.1.

[gedaagde in conventie] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres in conventie] veroordeelt tot nakoming van de door [gedaagde in conventie] met [eiseres in conventie] op 26

januari 2018 gesloten overeenkomst door [eiseres in conventie] te veroordelen tot het verlenen van haar medewerking aan de betaling aan [gedaagde in conventie] binnen een week na dit vonnis, althans binnen een week na betekening daarvan, van een bedrag van € 15.000,- als voorschot op de tussen partijen plaats te vinden verdeling van de ontvangen huuropbrengsten, alsmede aan de betaling van een bedrag van € 3.000,- per maand als maandelijks voorschot op een uit hoofde van de plaats te vinden verdeling van de nog te ontvangen huuropbrengsten voor het eerst met ingang van 1 oktober 2018, althans tot betaling van door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedragen, alles onder verbeurte van een voor rekening van [eiseres in conventie] (in privé) komende dwangsom van € 500,- voor iedere dag of een gedeelte daarvan, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom per tijdseenheid, waarbij de verbeurde dwangsommen zullen worden verhoogd met de wettelijke rente indien deze niet binnen veertien dagen na iedere dag van verbeurte zijn of worden voldaan,

althans [eiseres in conventie] veroordeelt om aan [gedaagde in conventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 15.000,- binnen een week na dit vonnis, althans na betekening daarvan, alsmede maandelijks, voor het eerst met ingang van 1 oktober 2018 en zolang partijen gezamenlijk gerechtigd zijn tot de huurinkomsten een bedrag van € 3.000,- aan [gedaagde in conventie] te voldoen, alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de eerste dag waarop [eiseres in conventie] jegens [gedaagde in conventie] in verzuim zal verkeren tot aan de dag der uiteindelijke voldoening,

en met veroordeling van [eiseres in conventie] (in privé) in de kosten van deze procedure, een tegemoetkoming in de kosten van juridische bijstand en de wettelijke nakosten daaronder begrepen, met bepaling dat over voornoemde bedragen wettelijke rente zal zijn verschuldigd binnen veertien dagen na datum vonnis.

4.2.

Aan deze vorderingen legt [gedaagde in conventie] het volgende ten grondslag. Uit de met [eiseres in conventie] op 26 januari 2018 gesloten vaststellingsovereenkomst blijkt dat de inkomsten uit de verhuur van de gemeenschappelijke panden bij helfte zullen worden gedeeld. Tot op heden heeft nog geen enkele betaling door [eiseres in conventie] plaatsgevonden, terwijl [eiseres in conventie] weet dat [gedaagde in conventie] altijd heeft geleefd van die huurinkomsten. [gedaagde in conventie] vordert thans nakoming van de vaststellingsovereenkomst van 26 januari 2018.

4.3.

[eiseres in conventie] voert verweer. Zij stelt dat het feitelijk nog niet mogelijk is om nu al betalingen aan [gedaagde in conventie] te doen, aangezien [eiseres in conventie] thans niet weet of er onder de streep een creditsaldo overblijft na vereffening en verdeling van de nalatenschap. [eiseres in conventie] kan het zich niet permitteren dat zij straks door [tussenkomende partij A] wordt aangesproken op het betalen van voorschotten terwijl er een negatieve nalatenschap overblijft. Eigenlijk vraagt [gedaagde in conventie] om een partiële verdeling van de nalatenschap vóór vereffening. Daartoe is [eiseres in conventie] als erfgenaam niet bevoegd. Toch is [eiseres in conventie] best bereid tot betaling van voorschotten, mits zij door [gedaagde in conventie] wordt gevrijwaard dat zij niet door [gedaagde in conventie] wordt aangesproken als blijkt dat de nalatenschap uiteindelijk onvoldoende saldo had om de voorschotten uit te betalen en de voorschotten worden terugbetaald aan de nalatenschap.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 Het geschil in reconventie tussen [tussenkomende partij A] en [eiseres in conventie]

5.1.

[tussenkomende partij A] en [tusenkomende partij B] vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

[eiseres in conventie] in haar hoedanigheid van executeur/afwikkelingsbewindvoerder veroordeelt om aan [tusenkomende partij B] althans [tussenkomende partij A] te voldoen een bedrag groot € 10.000,-, alsmede maandelijks, met ingang van 1 september 2018 totdat de nalatenschap van erflater zal zijn verdeeld, een bedrag groot € 3.000,- ten titel van voorschot op de nalatenschap van erflater;

subsidiair

[eiseres in conventie] in haar hoedanigheid van executeur/afwikkelingsbewindvoerder veroordeelt om aan [tusenkomende partij B] althans [tussenkomende partij A] te voldoen een bedrag groot € 15.000,-;

primair en subsidiair

[eiseres in conventie] veroordeelt in de kosten van deze procedure, een tegemoetkoming in de kosten van juridische bijstand en de wettelijke nakosten daaronder begrepen, met bepaling dat over voornoemde bedragen wettelijke rente zal zijn verschuldigd binnen veertien dagen na datum vonnis.

5.2.

Aan deze vorderingen leggen [tussenkomende partij A] en [tusenkomende partij B] het volgende ten grondslag. Vóór het overlijden van haar vader ontving [tussenkomende partij A] van erflater altijd € 500,- per maand als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud. Na diens overlijden heeft zij niet meer dan € 2.500,- ontvangen uit de nalatenschap. [tussenkomende partij A] heeft behoefte aan een regelmatige bijdrage om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien en om haar de benodigde rust te brengen. Zij moet in de gelegenheid komen om op zichzelf te gaan wonen en zo nodig haar moeder bij te staan. Gegeven het aanzienlijke positieve saldo in de nalatenschap van erflater en de stroom van inkomsten uit de coffeeshop en uit de huurinkomsten is er geen redelijke grond om [tussenkomende partij A] de betreffende voorschotbetalingen niet te verschaffen.

5.3.

[eiseres in conventie] voert verweer. Zij stelt dat het feitelijk nog niet mogelijk is om nu al betalingen aan [tussenkomende partij A] te doen, aangezien [eiseres in conventie] thans niet weet of er onder de streep een creditsaldo overblijft na vereffening en verdeling van de nalatenschap. [eiseres in conventie] kan het zich niet permitteren dat zij straks door [tussenkomende partij A] wordt aangesproken op het betalen van voorschotten terwijl er een negatieve nalatenschap overblijft. Eigenlijk vraagt [tussenkomende partij A] om een partiële verdeling van de nalatenschap vóór vereffening. Daartoe is [eiseres in conventie] als erfgenaam niet bevoegd. Toch is [eiseres in conventie] bereid tot betaling van voorschotten, mits zij door [tussenkomende partij A] wordt gevrijwaard dat zij niet wordt aangesproken indien blijkt dat de nalatenschap uiteindelijk onvoldoende saldo had om de voorschotten uit te betalen en de voorschotten worden terugbetaald aan de nalatenschap.

5.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6 De beoordeling in conventie

6.1.

Dit geding gaat over de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. Erflater heeft bij testament [eiseres in conventie] aangewezen als degene die, in het gezamenlijke belang van alle rechthebbenden, de nalatenschap moet beheren en tot afwikkeling moet brengen. De andere direct betrokkenen zijn erflaters echtgenote en hun meerderjarige dochter.

6.2.

Als executeur zal [eiseres in conventie] om te beginnen moeten inventariseren welke vermogensbestanddelen behoren tot de nalatenschap van erflater. In dat kader stelt [eiseres in conventie] dat zij nog niet beschikt over alle gegevens die nodig zijn om haar inventarisatie tijdig, dat wil zeggen binnen negen maanden na het overlijden van erflater, compleet te maken. Zij vordert die gegevens thans van [gedaagde in conventie] . De voorzieningenrechter constateert dat [eiseres in conventie] zich daarbij beroept op haar belang om haar taak behoorlijk te kunnen vervullen. Zij stelt niet op welke grondslag [gedaagde in conventie] verplicht is die gegevens te verstrekken. Verder ontbreekt er een onderbouwing van haar specifieke belang bij elke van de gevorderde gegevens.

6.3.

Onder a, b en c vordert [eiseres in conventie] documenten die verband houden met de bankrekeningen die (alleen of mede) op naam stonden van erflater. Aangenomen mag worden dat die documenten in het bezit van erflater zijn geweest en dus ter beschikking van [eiseres in conventie] staan. Bovendien is [eiseres in conventie] gerechtigd om desgewenst de door haar verlangde informatie op te vragen bij de onderscheiden financiële instellingen. Hetzelfde geldt voor de documenten met betrekking tot de panden die (mede) aan erflater toebehoorden en onder e, g en i worden gevorderd.

6.4.

De bankrekeningen die uitsluitend op naam van [gedaagde in conventie] en van [tussenkomende partij A] staan, vallen buiten de nalatenschap van erflater. De onder d en j gevorderde gegevens met betrekking tot die bankrekeningen raken aan de privacy van [gedaagde in conventie] en [tussenkomende partij A] . [eiseres in conventie] licht niet toe waarom zij die gegevens nodig heeft en op grond waarvan zij recht heeft op die informatie. Zij stelt niet eens dat [gedaagde in conventie] beschikt over de gevraagde gegevens omtrent de bankrekening(en) van [tussenkomende partij A] .

6.5.

De vaste lasten met betrekking tot de echtelijke woning (gevorderd onder f) kunnen worden ontleend aan de afschriften van de bankrekening die [gedaagde in conventie] heeft overgelegd. Over de inkomsten en uitgaven met betrekking tot de verhuurde panden (gevorderd onder h) stelt [gedaagde in conventie] onweersproken dat zij alle inkomsten en uitgaven reeds heeft doorgenomen met een vertegenwoordigster van [eiseres in conventie] en dat zij niet over meer gegevens beschikt. Vordering 2 van [eiseres in conventie] zal dan ook worden afgewezen vanwege een gebrek aan belang.

6.6.

Tot de nalatenschap behoort in ieder geval de coffeeshop die erflater exploiteerde aan het [adres B] in Tilburg. Als executeur en afwikkelingsbewindvoerder verkeert [eiseres in conventie] in de positie om de exploitatie van de coffeeshop voort te zetten en daaruit inkomsten te genereren ten behoeve van de erfgenamen. [eiseres in conventie] heeft bij het college van burgemeester en wethouders een aanvraag voor een exploitatievergunning ingediend en wenst in dat verband dat de lopende huurovereenkomst met betrekking tot het winkelpand wordt geformaliseerd middels een op schrift gestelde en ondertekende huurovereenkomst. [tussenkomende partij A] en [gedaagde in conventie] betwisten het belang van [eiseres in conventie] bij die vergunningsaanvraag en wijzen erop dat de gemeente nog geen strobreed in de weg heeft gelegd aan de feitelijke voortzetting van de exploitatie van de coffeeshop ten behoeve van de erven. Verder wijzen zij erop dat partijen nog in overleg zijn over de mogelijkheden om de coffeeshop voort te zetten en dat er niet op de vergunningsaanvraag zal worden beslist zolang de afwikkeling van de inventaris/goodwill van de coffeeshop niet is geregeld. De voorzieningenrechter volgt hun argument dat deze vergunningsaanvraag de besprekingen over de voortzetting van de coffeeshop doorkruist, terwijl van een noodzaak tot het indienen van deze aanvraag vooralsnog niets is gebleken. Daar komt bij dat de tekst van de overgelegde schriftelijke huurovereenkomst op onderdelen afwijkt van de thans lopende huurovereenkomst en dat partijen nog niet op alle punten overeenstemming hebben bereikt over die verschillen. Dat betekent dat ook de vorderingen 1 en 4 zullen worden afgewezen.

6.7.

Tot de nalatenschap behoren verder een aantal verhuurde woningen in Tilburg. In het verleden lag het beheer van die woningen bij [gedaagde in conventie] . Sinds het overlijden van erflater is niet duidelijk bij wie het beheer van die woningen ligt. Bij vaststellingsovereenkomst van

26 januari 2018 hebben partijen daarover alsnog een regeling getroffen: het beheer wordt belegd bij Fit Beheer B.V. Vordering 3 van [eiseres in conventie] wijkt in zoverre van die regeling af dat [eiseres in conventie] het beheer wil beleggen bij De Huissleutel. Desondanks wil [gedaagde in conventie] toch akkoord gaan met De Huissleutel, onder de voorwaarden dat De Huissleutel geen courtage of bemiddelingskosten in rekening brengt bij nieuwe huurders, dat er bij het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan de betreffende panden gebruik wordt gemaakt van de huidige onderhoudsman [naam B] , dat een incassotraject tegen een huurder alleen na overleg met de opdrachtgevers wordt ingezet, en dat de te sluiten opdrachtovereenkomst met De Huissleutel met inachtneming van een opzegtermijn van maximaal een maand kan worden opgezegd. In reactie daarop stelt [eiseres in conventie] dat die voorwaarden voor haar aanvaardbaar zijn. Dat er bij kosten hoger dan € 1.000,- overleg tussen partijen zal plaatsvinden, is reeds neergelegd in de vaststellingsovereenkomst van

26 januari 2018. Met inachtneming van het voorgaande kan vordering 3 van [eiseres in conventie] alsnog worden toegewezen. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen indicatie dat [gedaagde in conventie] niet zal meewerken aan het ondertekenen van de opdrachtovereenkomst met de beheerder. Voor het versterken van deze veroordeling met een dwangsom bestaat daarom geen aanleiding.

6.8.

Het onderhavige geding vertoont kenmerken van een familieruzie. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7 De beoordeling in reconventie

7.1.

[gedaagde in conventie] verlangt nakoming van de vaststellingsovereenkomst van 26 januari 2018 door [eiseres in conventie] , met name met betrekking tot punt 8, waarin is bepaald dat de inkomsten uit de verhuur van de woningen worden gedeeld. Als executeur/afwikkelingsbewindvoerder was [eiseres in conventie] bevoegd die afspraak met [gedaagde in conventie] te maken. Van een verdeling van de nalatenschap is geen sprake aangezien [gedaagde in conventie] geen erfgenaam is. De angst van [eiseres in conventie] voor een negatief saldo in de nalatenschap lijkt voorshands ongegrond aangezien de nalatenschap elke maand toeneemt met nieuwe inkomsten uit verhuur, ook wanneer de helft van die inkomsten wordt uitgekeerd aan [gedaagde in conventie] . Bovendien hebben [gedaagde in conventie] en [tussenkomende partij A] ter zitting toegezegd dat zij [eiseres in conventie] niet zullen aanspreken op betaling van voorschotten uit de nalatenschap aan [gedaagde in conventie] en [tussenkomende partij A] . De gevorderde nakoming is dan ook in beginsel toewijsbaar.

7.2.

[gedaagde in conventie] begroot de inkomsten uit verhuur op een bedrag van ongeveer € 11.500,- per maand. Die begroting wordt door [eiseres in conventie] bevestigd. [gedaagde in conventie] wenst € 3.000,- per maand te ontvangen als voorschot op haar aandeel. De voorzieningenrechter acht dit bedrag redelijk. Ook vindt de voorzieningenrechter het redelijk dat de ontstane betalingsachterstand wordt gedekt met een eenmalig voorschot van € 15.000,-. De toekenning van het vanaf

1 oktober 2018 gevorderde bedrag van € 3.000,- per maand als voorschot op toekomstige termijnen wil de voorzieningenrechter limiteren tot een periode van maximaal zes maanden, zodat recht wordt gedaan aan het voorlopige karakter van een voorziening in kort geding. Verder zal worden bepaald dat elke toekomstige termijn op de eerste dag van de maand dient te zijn betaald. Het met een dwangsom versterken van een verplichting tot betaling van een geldsom is in strijd met de wet. Een dergelijke stok achter de deur acht de voorzieningenrechter vooralsnog ook niet nodig.

7.3.

[tussenkomende partij A] vordert wel een voorschot op de verdeling van de nalatenschap. Met dat maandelijkse voorschot wil zij kunnen voorzien in de kosten van haar levensonderhoud. [eiseres in conventie] is bereid haar formele bezwaren tegen zo’n bevoorschotting opzij te zetten mits [tussenkomende partij A] haar vrijwaart van eventuele aanspraken wegens die bevoorschotting. Ter zitting heeft [tussenkomende partij A] toegezegd dat zij [eiseres in conventie] niet zal aanspreken op de uitbetaling van voorschotten uit de nalatenschap aan haar en aan [gedaagde in conventie] . Daarmee is aan de door [eiseres in conventie] gestelde voorwaarde voldaan.

7.4.

[tussenkomende partij A] vraagt een voorschot van € 10.000,- ineens en een voorschot van € 3.000,- per maand. [eiseres in conventie] wijst erop dat [tussenkomende partij A] ook inkomsten uit haar nagelstudio geniet en biedt een voorschot van € 1.250,- per maand aan. De voorzieningenrechter acht een nabetaling van € 10.000,- plus een bedrag van € 1.250,- per maand redelijk. Om recht te doen aan het voorlopige karakter van een voorziening in kort geding zal de bevoorschotting van toekomstige termijnen in tijd worden beperkt tot een periode van maximaal zeven maanden. Verder zal worden bepaald dat elke toekomstige termijn op de eerste dag van de maand moet zijn betaald. Omdat het gaat om betalingen uit de nalatenschap van erflater, acht de voorzieningenrechter het geïndiceerd dat de voorschotten worden betaald aan de bewindvoerder over het aandeel van [tussenkomende partij A] in die nalatenschap.

7.5.

Het onderhavige geding vertoont kenmerken van een familieruzie. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

8 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

8.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan het sluiten van een opdrachtovereenkomst met De Huissleutel voor het volledige beheer van de gezamenlijke onroerendgoedportefeuille conform de offerte die is overgelegd als productie 13 bij dagvaarding, met dien verstande dat in de opdrachtovereenkomst tevens wordt opgenomen dat De Huissleutel geen courtage of bemiddelingskosten in rekening brengt bij nieuwe huurders, dat bij het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan de betreffende panden gebruik wordt gemaakt van de huidige onderhoudsman [naam B] , dat een incassotraject tegen een huurder alleen na overleg met de opdrachtgevers wordt ingezet, en dat de opdrachtovereenkomst met De Huissleutel met inachtneming van een opzegtermijn van maximaal een maand kan worden opgezegd;

8.2.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

8.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

8.4.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

in reconventie

8.5.

veroordeelt [eiseres in conventie] om, ten titel van voorschot op de verdeling van de inkomsten uit verhuur, binnen een week na betekening van dit vonnis en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde in conventie] te betalen een bedrag van € 15.000,00 (vijftienduizend euro);

8.6.

veroordeelt [eiseres in conventie] om, ten titel van voorschot op de verdeling van de inkomsten uit verhuur, binnen een week na betekening van dit vonnis en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde in conventie] te betalen een bedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro) op 1 oktober 2018, op 1 november 2018, op 1 december 2018, op 1 januari 2019, op 1 februari 2019 en op 1 maart 2019;

8.7.

veroordeelt [eiseres in conventie] om, ten titel van voorschot aan [tussenkomende partij A] op de verdeling van de nalatenschap van erflater, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [tusenkomende partij B] te betalen een bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro);

8.8.

veroordeelt [eiseres in conventie] om, ten titel van voorschot aan [tussenkomende partij A] op de verdeling van de nalatenschap van erflater, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [tusenkomende partij B] te betalen een bedrag van € 1.250,00 (éénduizendtweehonderdvijftig euro) op 1 september 2018, op

1 oktober 2018, op 1 november 2018, op 1 december 2018, op 1 januari 2019, op 1 februari 2019 en op 1 maart 2019;

8.9.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

8.10.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

8.11.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Poerink en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2018.1

1 type: B coll: