Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:4619

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11-04-2018
Datum publicatie
02-08-2018
Zaaknummer
02-800263-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Belaging. Gedurende periode van vijf maanden compromitterende teksten gestuurd via Facebook. Wederrechtelijkheid ontkend door verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800263-16

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 april 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. S. Arts, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 maart 2018, waarbij de officier van justitie, mr. J. Zondervan, en de verdediging, verdachte bijgestaan door mr. C.G. Matze, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

hij in of omstreeks de periode van 4 december 2015 tot en met 14 april 2016

te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van

een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te

dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers

heeft hij in voornoemde periode:

- veelvuldig/meermalen facebook-messenger/berichten verzonden aan [slachtoffer]

met compromiterende teksten als "goedenavond lieverd, goddelijke pornospetter,

non stop xxl pornolullen in je pornogaten [slachtoffer] , keiharde zwarte xxl

hengstelullen die je aan alle kanten volpompen [slachtoffer] en/of "ik zit net naar je

nieuwe foto te kijken [slachtoffer] , samen met je zoontje, allereerst een compliment

voor hoe je eruit ziet; wauwwww, die ogen, dat gezicht, dat gave gebit, wat is

je zoontje een vrolijk ventje, valt me elke keer weer op;

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de tenlastegelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het wederrechtelijk en stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster (hierna ook: [slachtoffer] / slachtoffer/benadeelde partij) door haar veelvuldig berichten te sturen via Facebook Messenger, die zij moest dulden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd. Verdachte heeft bekend de berichten naar aangeefster te hebben verzonden, maar heeft daarbij de kanttekening geplaatst dat er sprake was van interactie tussen hem en aangeefster, hetgeen volgens verdachte uit de op zijn laptop aanwezige datagegevens blijkt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Aangezien verdachte ten aanzien van het hem tenlastegelegde feit met betrekking tot de hoeveelheid verzonden berichten en de inhoud daarvan een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie d.d. 29 december 20151;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 29 december 20152;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 15 april 20163;

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie d.d. 26 april 20184, alsmede tijdens de zitting d.d. 28 maart 2018.

Omtrent de wederrechtelijkheid van de verzonden berichten door verdachte overweegt de rechtbank nog het volgende. Verdachte heeft namelijk weliswaar bekend dat hij de vele berichten naar [slachtoffer] heeft gestuurd via Facebook Messenger, maar min of meer ontkend dat [slachtoffer] dit vervelend vond omdat er sprake zou zijn van interactie tussen hen via andere Facebook accounts en via Skype. Verdachte stelt daarbij dat het gaat om de Facebook accounts [naam 1] en [naam 2], waarbij deze accounts door [slachtoffer] zouden worden gebruikt om met hem te communiceren, alsmede dat [slachtoffer] via Skype met verdachte communiceerde.

Uit het dossier blijkt dat de politie de laptop van verdachte in beslag heeft genomen en de daarop aanwezige datagegevens heeft uitgelezen. Daaruit is niet gebleken en evenmin is op andere wijze komen vast te staan dat er sprake is geweest van wederkerig contact tussen verdachte en [slachtoffer] . Er is geen enkele aanwijzing aangetroffen dat aangeefster in verband kan worden gebracht met de personen met wie verdachte chatconversaties had via Facebook Messenger en Skype.5

De rechtbank acht de verklaring van verdachte derhalve ongeloofwaardig op dat punt en hecht geloof aan de verklaring van [slachtoffer] dat zij op geen van de berichten heeft gereageerd en er geen sprake is geweest van wederzijdse communicatie. Uit de diverse aangiftes van [slachtoffer] blijkt dat verdachte handelde zonder haar instemming en niet is aannemelijk geworden dat zij op andere wijze instemde met deze berichten. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank aan het bestanddeel betreffende de wederrechtelijkheid van de door verdachte verzonden berichten voldaan.

De rechtbank is op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel, dat verdachte zich in de tenlastegelegde periode aan belaging heeft schuldig gemaakt.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

hij in of omstreeks de periode van 4 december 2015 tot en met 14 april 2016

te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van

een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te

dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers

heeft hij in voornoemde periode:

- veelvuldig/meermalen facebook-messenger/berichten verzonden aan [slachtoffer]

met compromitterende teksten als "goedenavond lieverd, goddelijke pornospetter,

non stop xxl pornolullen in je pornogaten [slachtoffer] , keiharde zwarte xxl

hengstelullen die je aan alle kanten volpompen [slachtoffer] en/of "ik zit net naar je

nieuwe foto te kijken [slachtoffer] , samen met je zoontje, allereerst een compliment

voor hoe je eruit ziet; wauwwww, die ogen, dat gezicht, dat gave gebit, wat is

je zoontje een vrolijk ventje, valt me elke keer weer op.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 134 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast vordert hij een maximale taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis. Gelet op de persoonlijke problematiek van verdachte acht de officier van justitie, in tegenstelling tot de verdediging en de reclassering, het recidivegevaar hoog. Hij verwijst hiervoor naar het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat er sprake is van recidive. Daaruit blijkt tevens dat de Wet beperking taakstraffen van toepassing is. De officier van justitie houdt er overigens wel rekening mee dat de belaging is geëindigd op 14 april 2016. Het opleggen van een contactverbod met het slachtoffer als bijzondere voorwaarde acht hij niet noodzakelijk, nu verdachte er inmiddels mee bekend is dat hij opnieuw een strafbaar feit zal begaan als hij contact zoekt met het slachtoffer. Hij verwacht dan ook niet dat verdachte dat nog zal doen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de eis van de officier van justitie. Volgens haar is er sprake van enkel verliezers, nu zowel verdachte als het slachtoffer dagelijks lijden onder hetgeen gebeurd is. De verdediging benadrukt dat het met name van belang is dat het slachtoffer wordt beschermd en geeft daarom in overweging mee de door de officier van justitie geëiste taakstraf af te wijzen dan wel te matigen en in plaats daarvan als bijzondere voorwaarde een contactverbod via Facebook met het slachtoffer aan verdachte op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer] gedurende een periode van ruim vijf maanden. Hij heeft haar stelselmatig – in de zin van duizenden – berichten met compromitterende teksten gestuurd, terwijl zij daar niet van was gediend. [slachtoffer] heeft eerder al eens aangifte gedaan jegens verdachte, waarna verdachte is veroordeeld voor belaging van haar. Die veroordeling heeft hem er niet van weerhouden berichten naar [slachtoffer] te blijven sturen. Belaging is hinderlijk en veroorzaakt gevoelens van ongemak en angst bij slachtoffers. De handelswijze van verdachte heeft dan ook een grote impact gehad op het leven van het slachtoffer. Dit blijkt ook uit de aangiftes van [slachtoffer] , waarin zij aangeeft dat zij zich ongemakkelijk voelt bij de situatie, dat het gewoon niet ophoudt, dat verdachte zelfs bij [slachtoffer] aan de deur heeft gestaan en dat hij haar familieleden heeft lastig gevallen.

Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . Verdachte heeft zich slechts laten leiden door zijn eigen gevoelens, zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor aangeefster. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het voortgangsverslag van Reclassering Nederland d.d. 21 maart 2018 en de toelichting van de deskundige ter zitting op het verloop van het reclasseringstoezicht. Hieruit blijkt dat er sprake is van diverse problematiek bij verdachte, waaronder slechte communicatie en seksuele frustraties binnen de partnerrelatie, werkloosheid en het moeizaam uiten van gevoelens. Verdachte erkent wel fout te zijn geweest, maar maakt ten aanzien van het tenlastegelegde denkfouten die vallen te karakteriseren als minimaliserend, vermijdend, externaliserend en bagatelliserend. Verdachte imponeert als een (boven-)gemiddeld intelligente man met (naast de kenmerken van ass-problematiek) ook kenmerken van een narcistische persoonlijkheidsproblematiek. Er zijn geen aanwijzingen voor het bestaan van pedofilie. De door verdachte geuite opvatting dat hij in seksueel opzicht niet zal recidiveren komt deels (op basis van de ass-problematiek) weinig doorleefd en deels extern gemotiveerd over. De kans dat verdachte alsnog op seksueel gebied recidiveert wordt niet erg hoog ingeschat, maar is wel aanwezig vanwege het gebrek aan communicatie en seksueel contact binnen de relatie van verdachte en zijn vrouw in combinatie met oplopende frustratie hieromtrent. Voortzetting van een reclasseringstoezicht zal echter geen toegevoegde waarde en/of recidive verlagende functie hebben. Geadviseerd wordt om aan verdachte een sanctie zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte tweemaal eerder is veroordeeld voor belaging. Verdachte is op 3 september 2014 wegens belaging van hetzelfde slachtoffer veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte heeft onderhavig feit gepleegd tijdens de proeftijd van deze veroordeling. Dat neemt de rechtbank hem extra kwalijk.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte dient te worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 134 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest. Zij legt daarbij als bijzondere voorwaarde aan verdachte een contactverbod met [slachtoffer] (direct en/of indirect) op. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat verdachte sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis contact met [slachtoffer] heeft opgenomen, acht de rechtbank een dergelijk verbod toch wenselijk, omdat verdachte eerder voor belaging van [slachtoffer] is veroordeeld en hem dit er niet van heeft weerhouden haar opnieuw te belagen. Hoewel het gaat om een bijzondere voorwaarde, zal de rechtbank de reclassering niet belasten met het toezicht op de naleving ervan. dat heeft, nu het gaat om een contactverbod, weinig toegevoegde waarde. Dat betekent dat, gelet op artikel 14d lid 1 Sr, het openbaar ministerie met dit toezicht is belast.

Tevens legt de rechtbank aan verdachte op een taakstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis. Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank – naast de hiervoor geschetste problematiek – met name acht geslagen op de impact die het gepleegde feit op het slachtoffer heeft gehad. Nu verdachte reeds eerder is veroordeeld voor belaging van [slachtoffer] , wordt met het voorwaardelijk deel van de straf en het contactverbod beoogd te voorkomen dat verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan belaging.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert ten aanzien van het tenlastegelegde feit een schadevergoeding van € 500,00 wegens immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde immateriële schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voorts voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de wettelijke rente toekennen vanaf de dag waarop het feit werd gepleegd, te weten 4 december 2015, en de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 22b, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

belaging

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan

134 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze (direct noch indirect), ook niet via elektronische weg, contact zal hebben met [slachtoffer] ;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 500,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf

4 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer] € 500,00 en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, te betalen, bij niet betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter, mr. T. Peters en

mr. R.J.H. van der Linden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.I.F. van Beek, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 april 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het proces-verbaal van de politie Zeeland-West-Brabant uit het dossier met proces-verbaalnummer PL2000—2015286207 opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 101, hierna het eindproces-verbaal. Het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, eindproces-verbaal p. 25.

2 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, eindproces-verbaal p. 23.

3 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, eindproces-verbaal p. 34.

4 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, eindproces-verbaal p. 100-101.

5 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 januari 2017, ongenummerd.