Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:4608

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-07-2018
Datum publicatie
01-08-2018
Zaaknummer
02-700138-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Raadkamer gevangenhouding. Voorlopige hechtenis. Ernstige bezwaren. Geschokte rechtsorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht, locatie Middelburg

BEVEL TOT GEVANGENHOUDING

Beschikking op de vordering van de Officier van Justitie in dit arrondissement

van 19 juli 2018 strekkende tot het bevelen van de gevangenhouding van:

parketnummer 02/700138-18

naam : [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren : [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats]

wonende : [woonplaats]

adres : [adres]

thans verblijvende: PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht;

1. De overwegingen.

Tegen verdachte is op 13 juli 2018 een bevel tot bewaring verleend.

De rechtbank heeft op de vordering tot gevangenhouding de officier van

justitie, verdachte en diens raadsman gehoord.

De rechtbank is na onderzoek gebleken dat hetgeen in het bevel tot bewaring is

overwogen omtrent de verdenking, bezwaren en gronden die tot dat bevel hebben

geleid, ook thans nog geldt.

Bij de beoordeling van de beslissing ter zake de voorlopige hechtenis geldt als

uitgangspunt het in artikel 5 van het Europees Verdrag van de Rechten van de

Mens vastgelegde recht op vrijheid en veiligheid.

De rechtbank overweegt over de ernstige bezwaren het volgende en legt daaraan

het volgende ten grondslag.

De door [naam 1] gegeven signalementen moeten met behoedzaamheid

worden beschouwd aangezien zij heeft verklaard dat zij gewekt werd vanuit

haar slaap en alles heel snel ging. Zij heeft daarbij verklaard dat zij van

dader 1 het gezicht amper heeft gezien en dat zij het gezicht van dader 2

niet heeft gezien. [naam 2] heeft verklaard dat hij de daders niet heel

goed kan omschrijven, de mannen hadden volgens hem allebei een donkere

huidskleur maar ook dat weet hij niet zeker. Een van de mannen droeg een

capuchon.

Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juli 2017, pag. 169 met de

beschrijving van de beelden van de camera's van vrijdag 14 juli 2017, vanaf

00:00 tot en met 06:00 uur. Op de beelden worden twee personen beschreven tot

ongeveer 04:00 uur. Uit de foto's op pagina 198 en 199 en dan in het bijzonder

de onderste foto op pagina 199 maakt de rechtbank op dat de huidskleur van de

linker persoon lichter is dan de huidskleur van de rechter persoon.

Het proces-verbaal van bevindingen van 9 april 2018, pag. 294 betreffende de

herkenning van verdachte door verbalisant [naam 3] die op de bijgevoegde

foto's 1 en 2 (foto's van camerabeelden als vermeld in het proces-verbaal van

bevindingen van 20 juli 2017, pag. 169 e.v.) verdachte denkt te herkennen aan

zijn houding, haardracht en met name het matje in zijn nek. Hij heeft met

verdachte veelvuldig contact gehad tijdens zijn werkzaamheden in Terneuzen. De

verbalisant durft het niet met 100% zekerheid vast te stellen. Hij vermeldt

voorts nog dat hem bekend is dat verdachte in die tijd een relatie met [naam 4]

heeft gehad.

Getuige [naam 4] verklaart op 15 juni 2018 over haar vroegere relatie

met verdachte. Als haar een reactie wordt gevraagd op de foto's 5 tot en met 7

op de pagina's 314 tot en met 316 (foto's van camerabeelden als vermeld in het

-------------------------------------------------------------------------------

proces-verbaal van bevindingen van 20 juli 2017, pag. 169 e.v.) zegt zij dat

zij op de foto's mensen herkent maar liever niet te willen zeggen wie het

zijn. Zij verklaart wel dat een van de twee al veroordeeld is en dat de andere

nog rond loopt. Zij zegt met die andere een relatie te hebben gehad en zij

zegt verder nog: 'Jullie zitten sowieso goed'. Voor de rechtbank is voldoende

aannemelijk dat de getuige het in haar verklaring over verdachte heeft.

De rechtbank stelt vast er geen beelden van camera's zijn van de tijdsperiode

van 04:00:37 uur tot 05:24:17 uur. Volgens de verklaring van het slachtoffer

[naam 1] vond het feit plaats tussen 04:30 uur en 05:00 uur. Er zijn aldus

geen beelden van camera's waarop te zien is dat beide daders de woning binnen

gaan of daaruit vertrekken. Dit betekent dat in deze fase van het onderzoek

op basis van camerabeelden niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de

beide personen die op genoemde foto's te zien zijn ook als daders van het feit

kunnen worden aangemerkt. Feit is wel dat de beide personen op de foto's

relatief kort voor het tijdstip waarop [naam 1] het feit in de tijd plaatst in

de directe omgeving van de plaats delict zijn waargenomen.

Het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, vormt naar het oordeel van de

rechtbank voldoende basis voor het bestaan van ernstige bezwaren jegens

verdachte. Er zijn gronden namelijk de twaalfjaarsgrond en de herhalingsgrond.

De rechtbank acht, gelet op de aard en ernst van het feit waarvan verdachte

wordt verdacht en het gegeven dat verdachte [naam 5] inmiddels voor het

betreffende feit door de rechtbank is veroordeeld tot een langdurige

gevangenisstraf, te verwachten dat bij vrijlating van verdachte in Terneuzen

en omgeving sprake kan zijn maatschappelijke onrust. Er is in de opvatting van

de rechtbank dan ook nog steeds sprake van een geschokte rechtsorde. De

rechtbank ziet in het feit dat de getuige [naam 4] nog door de

rechter-commissaris zal worden gehoord, aanleiding de vordering toe te wijzen

voor een periode van 30 dagen.

De afweging van het gestelde persoonlijke belang van verdachte tegenover het

strafvorderlijke belang dat de voorlopige hechtenis blijft voortduren, valt in

het nadeel van verdachte uit. Om die reden wordt het verzoek tot schorsing van

de voorlopige hechtenis afgewezen.

2. De beslissing.

De rechtbank beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van

30 ( dertig) dagen ingaande op het ogenblik van de tenuitvoerlegging; bepaalt

dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring.

De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

De rechtbank geeft de officier van justitie opdracht om getuige [naam 4]

binnen de periode van de thans bevolen periode van gevangenhouding te laten

horen door de rechter-commissaris.

Deze beschikking is gegeven op 24 juli 2018 door

mr. G.H. Nomes, voorzitter,

mr. M.L. Weerkamp, rechter,

mr. E.J. Zuijdweg, rechter,

in tegenwoordigheid van R. de Moor, griffier.

===============================================================================

parketnr. 02/700138-18, datum behandeling 24 juli 2018,verdachte […]

De officier van justitie gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande

beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.