Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:4556

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-07-2018
Datum publicatie
06-11-2018
Zaaknummer
AWB- 18_4147 VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening bezwaarfase. Geen acute financiële noodsituatie. Betrokkene heeft nog inkomsten.

Beslissing op bezwaar over twee weken. Geen spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 18/4147 PW VV

uitspraak van 16 juli 2018 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [woonplaats verzoekster] , verzoekster,

gemachtigde: mr. H. Goedegebure,

en

het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren (Orionis), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 mei 2018 (bestreden besluit) van Orionis over de intrekking van haar bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 11 juli 2018. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Orionis heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.M. Feijtel.

Overwegingen

1. Verzoekster ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet naar de norm van een alleenstaande ouder. Orionis heeft onderzoek gedaan naar de leefsituatie van verzoekster en heeft geconstateerd dat zij een gezamenlijke huishouding voert met de heer [naam partner] ( [naam partner] ).

Bij het bestreden besluit heeft Orionis gesteld dat verzoekster de inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van die gezamenlijke huishouding. Zij heeft daarom geen recht meer op een uitkering. Per 18 mei 2018 is de uitkering ingetrokken. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

2. Verzoekster heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding met [naam partner] . Zij hebben samen drie kinderen, die door hem zijn erkend.

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4. De voorzieningenrechter dient allereerst te beoordelen of verzoekster een spoedeisend belang heeft bij de verzochte voorziening. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval. Hij overweegt daartoe als volgt.

5.1

Als het gaat om een besluit waarbij uitsluitend een financiële aanspraak wordt ontzegd, kan in het algemeen alleen dan een voorlopige voorziening worden getroffen als sprake is van een dusdanig acute financiële noodsituatie, dat gelet op de betrokken belangen tot onverwijlde verlening van bijstand moet worden overgegaan.

5.2

De voorzieningenrechter stelt vast dat op de zitting is gebleken dat de hoorzitting van de bezwaarprocedure vandaag zal plaatsvinden. Daarbij is namens Orionis verklaard dat vervolgens de beslissing op bezwaar binnen twee weken zal worden genomen.

5.3

Ook is op de zitting gebleken dat verzoekster nog over de volgende inkomsten beschikt: € 150,- aan alimentatie per maand voor de kinderen, € 100,- per maand aan WAZO-uitkering, € 459,- per maand aan kindgebonden budget en € 690,- per kwartaal aan kinderbijslag. Daarnaast ontvangt zij maandelijks zorg- en huurtoeslag.

5.4

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoekster, mede gezien die inkomsten, niet aannemelijk gemaakt dat het bestreden besluit bij haar tot een financiële noodsituatie in voornoemde zin heeft geleid. Uit de verklaringen van verzoekster blijkt ook niet dat vanwege dat besluit binnenkort een beëindiging van de huurovereenkomst van haar woning en/of afsluiting van gas, water en/of licht dreigt. Enkel het stellen dat zij haar schulden en/of vaste lasten niet meer kan betalen is dan ook onvoldoende om die noodsituatie aan te nemen.

5.5

Voorts is ook op andere wijze niet gebleken van een voor verzoekster zo zwaarwegend belang dat de beslissing op bezwaar, die binnen twee weken na vandaag wordt verwacht, niet door haar kan worden afgewacht.

5.5

Aldus bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

6. De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook afwijzen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.