Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:4456

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-07-2018
Datum publicatie
24-07-2018
Zaaknummer
02-665036-16 meerderjarig
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2019:1880, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

“seksueel binnendringen bij minderjarige, schadevergoeding, minderjarige en meerderjarige verdachte”

“Verdachte wordt veroordeeld voor misbruik van zijn nichtje in de periode dat zij jonger dan 12 jaar was en in de periode dat zij tussen de 12 en 16 jaar was. De verdachte was zelf deels minderjarig en deels minderjarig ten tijde van de feiten. Er is een dagvaarding uitgebracht voor de periode van minderjarigheid en één voor de periode van meerderjarigheid. Daarom zijn er twee vonnissen. Schadevergoeding van € 10.100,= toegewezen. Zaak hangt samen met ECLI;ECLI:NL:RBZWB:2018:4455.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/665036-16

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 juli 2018

in de strafzaak tegen

[Verdachte]

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] , [straatnaam]

raadsman mr. J. van Breukelen, advocaat te Rotterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 10 juli 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

De rechtbank merkt op dat er eerder sprake was van één dagvaarding. Ter terechtzitting van 20 maart 2018 heeft de officier van justitie uitgelegd dat deze dagvaarding is ingetrokken, om vervolgens twee dagvaardingen uit te brengen; één voor de periode dat verdachte minderjarig was en één voor de periode dat verdachte meerderjarig was. Dit betekent dat er twee vonnissen zijn. Beide dagvaardingen betreffen verdachte en aangeefster [slachtoffer] en een verdenking van een zelfde soort strafbare feiten. Bij de bespreking ter terechtzitting van 10 juli 2018 is er door geen van de procesdeelnemers een heel duidelijk onderscheid gemaakt tussen de beide dagvaardingen. Om die reden zal de rechtbank grotendeels dezelfde standpunten van de verdediging, de officier van justitie en de benadeelde partij in beide vonnissen opnemen. Waar mogelijk en noodzakelijk zal de rechtbank een onderscheid maken, maar ook de overwegingen van de rechtbank zelf zullen voor het overgrote deel gelijkluidend zijn.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2005 tot en met 18 juni 2009 te Tilburg en Bergen op Zoom en/of althans elders in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte telkens althans eenmaal

- het ontklede lichaam van die [slachtoffer] betast en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- de borsten en/of vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- die [slachtoffer] zijn penis getoond en/of

- die [slachtoffer] zijn penis laten betasten en/of

- die [slachtoffer] hem laten pijpen;

art 245 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2005 tot en met 18 juni 2009 te Tilburg en Bergen op Zoom en/of althans elders in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het ontklede lichaam van die [slachtoffer] betasten en/of

- het tongzoenen van die [slachtoffer] en/of

- het betasten van de borsten en/of vagina van die [slachtoffer] en/of

- het likken van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- het tonen van zijn penis aan die [slachtoffer] en/of

- het door die [slachtoffer] laten betasten van zijn penis en/of

- het zich laten pijpen door die [slachtoffer]

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

Hij in of omstreeks 19 juni 2009 tot en met 19 juni 2011 te Tilburg en/of Bergen op Zoom en/of althans elders in Nederland, met [slachtoffer] geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte telkens althans eenmaal;

- het ontklede lichaam van die [slachtoffer] betast en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- de borsten en/of vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- die [slachtoffer] zijn penis getoond en/of

- die [slachtoffer] zijn penis laten betasten en/of

- die [slachtoffer] hem laten pijpen;

art 245 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks 19 juni 2009 tot en met 19 juni 2011 te Tilburg en Bergen op Zoom en/of althans elders in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het ontklede lichaam van die [slachtoffer] betasten en/of

- het tongzoenen van die [slachtoffer] en/of

- het betasten van de borsten en/of vagina van die [slachtoffer] en/of

- het likken van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- het tonen van zijn penis aan die [slachtoffer] en/of

- het door die [slachtoffer] laten betasten van zijn penis en/of

- het zich laten pijpen door die [slachtoffer]

art 247 Wetboek van Strafrecht.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan. Ten aanzien van feit 1 kan bewezen worden verklaard dat verdachte het betasten van de borsten en de vagina van [slachtoffer] heeft, het likken van de vagina van [slachtoffer] en het laten betasten van zijn penis door [slachtoffer] . Ten aanzien van feit 2 kan het tongzoenen, het betasten van de borsten en het laten pijpen bewezen worden verklaard. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte, het proces-verbaal van bevindingen van het studioverhoor van [slachtoffer] , de bekennende verklaring van verdachte, de verklaring van [naam 1] en van de ouderlingen [naam 2] en [Naam 3] . Gelet op de verklaringen in het dossier is de officier van justitie van mening dat de verklaring van [slachtoffer] oprecht, consistent en betrouwbaar is. Voorts bevestigen de verklaringen van de moeder van [slachtoffer] en van [naam 1] de verklaring van [slachtoffer] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank deels tot een bewezenverklaring kan komen. Verdachte heeft bekend dat hij begin 2011 de borsten van [slachtoffer] heeft betast over haar kleding heen. Ten aanzien van hetgeen verdachte niet heeft bekend, stelt de verdediging zich primair op het standpunt dat de verklaring van [slachtoffer] onvoldoende wettig bewijs oplevert om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Er is geen steunbewijs. De verklaringen van [naam 4] , [naam 5] en [naam 1] zijn verklaringen van horen zeggen. Voor zover de verklaringen van [naam 4] en [naam 1] iets zeggen over het latere gedrag of de emoties van [slachtoffer] geldt dat er sprake is van een te ver verwijderd verband tussen de vermeende feiten en hetgeen [naam 4] en [naam 1] zeggen. Dat de verklaring van [slachtoffer] misschien – op sommige punten – kan worden beschouwd als concreet, consistent en gedetailleerd is niet relevant in het kader van het bewijsminimum van artikel 242 lid 2 Sv. Overwegingen over de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] bieden op zichzelf geen steunbewijs (HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR: 2010:BM2452). Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de verklaring van [slachtoffer] in combinatie met de verklaringen van [naam 4] en [naam 1] onvoldoende overtuigend zijn. Zowel [slachtoffer] als [naam 4] denken dat alle problemen van [slachtoffer] worden veroorzaakt door verdachte. Het is niet uitgesloten dat bepaalde zaken zijn verzonnen of overdreven. De verklaring van [slachtoffer] moet dus met de nodige voorzichtigheid worden bekeken. De verklaring van [naam 1] is enkel van horen zeggen. De verklaringen van [naam 4] zijn op meerdere punten tegenstrijdig. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van de onderdelen van de tenlastelegging die hij niet heeft bekend.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verklaringen aangeefster [naam 4]

Aangeefster [naam 4] heeft namens haar dochter [slachtoffer] aangifte gedaan van het seksueel misbruik van haar dochter door verdachte. Zij heeft bij de politie verklaard dat verdachte in mei 2011 voor het eerst heeft verteld dat hij [slachtoffer] had betast toen zij vier was en dat hij [slachtoffer] toen zij 13 jaar was ook heeft gezoend en betast. Hij vertelde dat hij haar had aangeraakt bij haar borsten en haar schaamgedeelte. Hij vertelde letterlijk dat hij met zijn hand in haar onderbroek had gezeten. Toen zij later [slachtoffer] hiermee confronteerde, zei [slachtoffer] : “Wat, is dat het enige dat hij heeft verteld?” Toen begon [slachtoffer] te huilen. [slachtoffer] vertelde dat verdachte haar jarenlang had betast en haar zijn piemel aan had laten raken. Zij kreeg een huilbui en speelde een moment na dat zij met verdachte had meegemaakt. Ze waren bij opa en oma achter in het paadje en verdachte had naar haar geroepen: “Kom maar [slachtoffer] , ik heb een lolly voor jou”. Toen zei [slachtoffer] tegen aangeefster: “Hij kleedde me altijd uit, daar in de Pastoor Kuipersstraat en dat deed hij ook bij [naam 5] ”. Hij is daar altijd mee doorgegaan. In de auto en als ik bij [naam 6] logeerde. Ze zei: “Stomme [naam 6] , ik moest altijd bij hem op de kamer slapen want dat wilde hij altijd”. Als de familie bij opa en oma op bezoek ging, ging [slachtoffer] naar haar tante. Aangeefster vond het logisch dat [slachtoffer] bij verdachte op de kamer sliep. De kamer van zijn zusje was heel klein. Bij hem stond een slaapbankje. [slachtoffer] vertelde dat verdachte haar altijd uitkleedde. Aangeefster is daar een keer getuige van geweest. [slachtoffer] en haar neef [naam 5] waren aan het spelen boven. Verdachte is toen naar boven gestuurd om te kijken. Toen de man van aangeefster naar boven liep, zag hij dat [slachtoffer] en [naam 5] uitgekleed waren. Het kan niet anders dan dat verdachte ook boven was. De dagen na het eerste gesprek met [slachtoffer] heeft aangeefster dagelijks met [slachtoffer] gesproken. Er kwamen steeds kleine stukjes los. Ze zag weer dat zij bij hem in de auto zat en dat zij hem oraal moest bevredigen. Dat ze in zijn slaapkamer was, dat hij dan 's nachts bij haar was geweest. Hij was haar dan aan het likken aan haar vagina. [slachtoffer] zag weer dat hij met haar tongzoende. Dat van die lolly, daar kwam ze vaak mee. Ze noemde ook dat hij heel vaak op de webcam ging via MSN en dat hij zichzelf uitkleedde.1

Bij de rechter-commissaris heeft [naam 4] verklaard dat verdachte haar verteld heeft dat hij [slachtoffer] had betast en dat hij dingen heeft gedaan waarvan hij spijt had, toen hij 14 jaar was en [slachtoffer] 4 jaar. Toen zij [slachtoffer] confronteerde met het gesprek, begon [slachtoffer] eerst te huilen maar dat was meer opluchting dan alleen verdriet. [slachtoffer] was ook heel boos dat hij alleen dat had verteld. [slachtoffer] heeft aangegeven dat verdachte [naam 5] en haar had ontkleed. [slachtoffer] vertelde ook dat zij hem moest pijpen of met de hand moest bevredigen. Achter het huis bij de ouders van [naam 4] moest zij aan een lolly likken. Hij betaste haar en zoende haar. [slachtoffer] heeft een paar keer bij de zus van [naam 4] gelogeerd. Dat kan 4 of 5 keer zijn geweest. Verdachte zat aan [slachtoffer] kruis of aan haar borsten. Zodra verdachte ergens met [slachtoffer] apart was, dan betastte hij haar. Dat was dus in huizen van de ouders van [naam 4] , de broers of zussen. Verdachte zat dan aan [slachtoffer] kruis of aan haar borsten. Toen [slachtoffer] 6 jaar was is [naam 4] met haar gezin verhuisd naar Tilburg. Toen heeft het alleen kunnen gebeuren op de momenten dat ze in Bergen op Zoom waren.2

Verklaring [slachtoffer]

heeft bij de politie in het studioverhoor verteld dat verdachte met haar moeder had afgesproken. De volgende dag had haar moeder aan haar gevraagd of het klopte wat ze van verdachte gehoord had. [slachtoffer] heeft toen gezegd dat hij al 10 jaar aan haar zat en dat er nog veel meer gebeurd was. Verdachte zoende haar altijd wel als hij deze dingen deed. Ook zat verdachte altijd wel aan haar borsten. 3

Gelet op voornoemde verklaring van [slachtoffer] stelt de rechtbank vast dat er bij het samen zijn met verdachte sprake was van zoenen en aan de borsten aanraken. De rechtbank stelt vast dat er daarnaast een aantal specifieke incidenten hebben plaatsgevonden, die de rechtbank in het navolgende zal benoemen.

Doktertje spelen

[slachtoffer] heeft verklaard dat zij bij opa en oma was. Zij was toen nog heel klein; het was op haar 4de jaar tot een leeftijd die zij niet meer weet. Ze denkt dat ze 4 à 5 jaar oud was. Zij was dan met een ander neefje boven aan het spelen en verdachte moest dan vaak naar boven komen om te kijken of het nog allemaal goed ging. Toen moesten ze zich altijd uitkleden. Dit moesten zij van verdachte. Hij zat dan aan haar en haar neefje. Ook moesten zij elkaar aanraken bij de penis, de ballen en de borsten en hij noemde het doktertje spelen. Verder vertelde [slachtoffer] dat verdachte ook een keer zijn broek naar beneden had en dat ze toen zag dat hij een stijve penis had.4

Incident poortje opa en oma

[slachtoffer] verklaarde dat ‘het’ ook een keer gebeurd was bij het poortje achter bij het oude huis van opa en oma. Verdachte had haar daar mee naartoe genomen. Hij zei daarbij dat hij wat lekkers, een lolly, voor haar had. [slachtoffer] vertelde dat ze toen op haar knieën moest gaan zitten en hij stond voor haar. Hij had gezegd: “Ga maar op je knieën zitten, dan kan je er makkelijker bij”. Verdachte deed toen zijn knoop open en zijn onderbroek iets naar beneden en haalde zijn penis uit zijn broek. Hij kwam toen iets naar voren en deed helemaal voor wat [slachtoffer] moest doen. Verdachte zei: “Je moet gewoon zo doen net als een lolly”. Vervolgens begeleidde hij met zijn ene hand haar hoofd op en neer en zijn andere hand hing langs zijn lichaam. [slachtoffer] vertelde dat verdachte vervolgens zijn penis uit haar mond haalde en zich omdraaide. Hij kwam vervolgens klaar en liet het sperma in de bosjes aldaar komen. [slachtoffer] dacht dat ze toen tussen de 6 en de 8 jaar oud was.5

Incident bij verdachte thuis

[slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte heeft gevraagd of zij kon blijven slapen. Zij sliep dan bij hem op de kamer, omdat daar de slaapbank stond. [slachtoffer] hoorde op een gegeven moment dat [Verdachte] thuis kwam en ook in zijn bed ging liggen. Die nacht rond een uur of 3:00-3:30 uur werd [slachtoffer] wakker en hoorde dat verdachte uit zijn bed kwam. Zij lag op haar rug. Verdachte deed toen haar dekens opzij en deed haar pyjama broek bij haar knieholte naar beneden tot haar knieholtes. Hierna deed verdachte haar onderbroek naar beneden ook tot haar knieholtes. Hij deed vervolgens haar benen een beetje wijd zodat hij erbij kon en begon haar vervolgens te likken op haar vagina. Hij lag op haar met zijn handen op haar bovenbenen en likte met zijn tong tussen haar schaamlippen en over haar clitoris. Hij raakte haar vagina ook aan met zijn vinger, maar had er niet ingezeten. [slachtoffer] denkt dat ze toen 9 of 10 jaar oud was, maar dat weet ze niet zeker. [slachtoffer] vertelde dat ze ook nog wist dat ze 3 keer wakker werd en dan was hij haar daar beneden tussen haar benen aan het likken.6

Opa en oma boven, in lift en in auto

[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat zij in het nieuwe huis was van opa en oma om te gaan eten. Toen is zij gaan computeren op een kamer boven. Haar neef kwam toen de kamer binnen lopen. [slachtoffer] vertelde verder dat ze toen van haar neef op moest gaan staan en bij hem op schoot moest gaan zitten. Toen zat haar neef met zijn beide handen aan haar borsten en zei hij hoe leuk en mooi hij haar vond. Dit was wel onder haar T-shirt, maar wel op haar hemd en haar bh. Vervolgens tongzoende hij haar. Daarna vroeg respectievelijk eiste haar neef dat ze meeging om haar andere neefje, [naam 5] en haar nicht, op te gaan halen van atletiek. Toen waren ze samen met de lift naar beneden gegaan. Vervolgens had hij haar weer geprobeerd te tongzoenen. Zijn tong kwam wel in haar mond. Toen waren ze beneden de lift uitgestapt, naar de auto gelopen en ingestapt. Bij een parkeerplaats van de ING of de Rabobank waren ze gestopt. toen vroeg hij: ”mag ik eens voelen”. Benadeelde zei daar niets op. Hij ging toen met één hand naar kruis en probeerde in haar broek te komen. Dit lukte niet omdat haar broek te strak zat. Vervolgens deed hij zijn riem los, zijn gulp open en zijn onderbroek naar beneden. Hij haalde zijn stijve penis uit zijn broek en toen moest ze hem pijpen. Hij pakte met één hand haar hoofd en begeleiden haar hoofd naar zijn penis. Hij vroeg:” Wil je mij likken?” en toen moest ze dat doen. Hij zei daarbij dat ze moest likken en zijn penis in haar mond moest doen, net als een lolly. Dit deed ze toen. Hij begeleidde haar hoofd op en neer en ze voelde dat zijn penis in haar mond zat. [slachtoffer] vertelde verder dat ze toen 13 a 14 jaar oud was.7

Webcam/MSN

Tot slot heeft [slachtoffer] verklaard dat dat [Verdachte] altijd met haar wilde MSN’en en dat hij ook ongeveer vijf keer zijn blote geslachtsdeel had laten zien op MSN.8

Verklaring [naam 1]

Getuige [naam 1] heeft bij de politie verklaard dat hij getrouwd is geweest met de zus van verdachte. Getuige [naam 1] heeft een periode met zijn ex-vrouw bij de ouders van zijn ex-vrouw ingewoond. In die tijd had [naam 1] een goed contact met verdachte, hij zag hem gemiddeld 1 keer per maand. Ze gingen wel eens samen voer kopen in de dierenwinkel en wel eens samen naar de bioscoop. Op een gegeven moment merkte [naam 1] dat verdachte wat dwars zat. Verdachte vertelde toen dat er iets was wat onvergefelijk was en wat hij nooit zou kunnen vertellen en wat zijn wil om te leven beperkte of beëindigde. [naam 1] vertelde verdachte toen dat verdachte met de ouderlingen moest praten. Kort daarna is verdachte naar [naam 4] gegaan. Verdachte is ook naar de ouderlingen van Bergen op Zoom gegaan. [naam 1] kent één seksuele handeling die tussen verdachte en [slachtoffer] had plaatsgevonden. [naam 1] , zijn ex-vrouw en [slachtoffer] gingen naar een tante in Bergen op Zoom. [slachtoffer] werd emotioneel en wilde daar niet naartoe. [slachtoffer] vertelde dat zij als kind was meegenomen door verdachte naar een steegje en daar moest ze zijn lolly likken. Uit de context waarin het verteld werd, interpreteerde [naam 1] dat [slachtoffer] de penis van verdachte in de mond moest nemen.9

Verklaring [naam 2]

Getuige [naam 2] heeft verklaard dat hij ouderling is bij de Jehovah’s Getuigen. Verdachte heeft in 2011 een gesprek met hem en onder meer getuige [Naam 3] gehad. Verdachte heeft verteld dat hij in de periode daarvoor seksuele handelingen heeft verricht bij [slachtoffer] . Verdachte wist dat [slachtoffer] toen minderjarig was. Dat is gebeurd in de auto van verdachte. Die handelingen bestonden uit aanraken onder de kleding van geslachtsorganen. Later bleek dat het twee keer gebeurd was. Verdachte heeft verteld dat hij de borsten van [slachtoffer] heeft aangeraakt en dat zij onder zijn kleding zijn geslachtsdeel heeft betast.10

Verklaring [Naam 3]

Getuige [Naam 3] heeft verklaard dat hij ouderling is van de Jehovah’s Getuigen. In 2011 is verdachte op gesprek gekomen. Hierbij was onder meer getuige [naam 2] aanwezig. Verdachte heeft verteld dat hij met het slachtoffer bepaalde dingen heeft gedaan in het verleden en dat hij het daarover wilde hebben. Het ging erom dat verdachte haar in de auto heeft meegenomen. Toen hebben ze elkaar betast op een onzedelijke manier. Het ging erom dat zij met de handen in zijn broek heeft gezeten. Er was sprake van het betasten van de genitaliën. Zij heeft met haar hand zijn penis aangeraakt. Verdachte had het vaker over “mijn nichtje”. [Naam 3] dacht dat het enkele keren is geweest in deze setting, 2 of 3 keer misschien. Ook zou het gaan om uitkleden. Met uitkleden bedoelt [Naam 3] naakt vertonen. Dit zou zomaar via het internet kunnen zijn gebeurd. [Naam 3] kan zich herinneren dat dit gebeurde toen zij rond 14 jaar oud was.11

Verklaring verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij toen hij 13 of 14 jaar oud was op aangeven van een familielid met [slachtoffer] naar het toilet is gegaan, omdat zij naar het toilet moest. Hij heeft toen uit nieuwsgierigheid haar vagina aangeraakt. Dit ging verder dan alleen afvegen. Hij heeft haar vagina bekeken en aangeraakt, om te voelen hoe dat voelde. Verdachte heeft tevens verklaard over een tweede incident. Dit vond plaats op een moment dat hij met de hele familie bij opa en oma was. [slachtoffer] was toen ongeveer 13 of 14 jaar oud. Eén van de familieleden vroeg of verdachte met de auto zijn neef en nicht wilde ophalen, die nog thuis waren. [slachtoffer] is met verdachte meegereden. In de auto is er het een en ander gebeurd. [slachtoffer] heeft verdachte betast en verdachte heeft haar betast. [slachtoffer] heeft met haar hand aan de broek van verdachte gezeten, in zijn kruis en ook heeft verdachte aan haar borsten gezeten.12

Oordeel rechtbank ten aanzien van het bewijs

Wettig bewijs

Om te bepalen of er sprake is van voldoende wettig bewijs voor het primair dan wel subsidiair ten laste gelegde feit, dient te worden vastgesteld of de aangifte en de verklaring van [slachtoffer] steun vinden in ander bewijsmateriaal. De aangifte en de verklaring van [slachtoffer] alleen zijn onvoldoende om te voldoen aan de bewijsminimumregel van artikel 342 lid 2 Sv, inhoudende dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze verklaring en aangifte moeten in voldoende mate steun vinden in ander bewijsmateriaal, gelet op de deels ontkennende verklaring van verdachte. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt echter dat deze bepaling ziet op de tenlastelegging in haar geheel, zodat niet ieder onderdeel van de tenlastelegging, waaronder begrepen de kern van de strafrechtelijke gedraging, dubbele bevestiging behoeft. Daarbij is van belang dat er sprake moet zijn van steunbewijs dat niet (alleen) van dezelfde bron afkomstig mag zijn.

De verklaring van [slachtoffer] vindt naar het oordeel van de rechtbank steun in overige bewijsmiddelen. De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat ook verdachte erkent dat er seksueel grensoverschrijdend gedraag door hem heeft plaatsgevonden. Daarmee steunt hij in ieder geval een deel van de verklaring van [slachtoffer] , met name waar het een incident betreft dat in de auto heeft plaatsgevonden toen [slachtoffer] ongeveer 14 jaar oud was, maar ook dat het is begonnen toen [slachtoffer] ongeveer 4 jaar oud was. Voorts is er de getuigenverklaring van [Naam 3] . Deze getuige heeft met verdachte gesproken en heeft verklaard dat er volgens hem 2 à 3 incidenten in de setting van de auto hebben plaatsgevonden tussen verdachte en zijn nichtje, ook zou er een ander incident zijn geweest, dat met uitkleden te maken had en dat volgens [Naam 3] via internet plaats zou kunnen hebben gevonden. Dit komt overeen met de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte haar via MSN benaderde, waarbij verdachte zich uitkleedde. Bovendien komt dit overeen met de verklaring van [slachtoffer] in de zin dat er meer incidenten hebben plaatsgevonden dan verdachte zelf heeft verklaard ter zitting. De verklaring van getuige [naam 1] is van belang omdat hij heeft waargenomen dat [slachtoffer] emotioneel werd en niet naar Bergen op Zoom wilde gaan. [slachtoffer] vertelde daarbij over een incident tussen haar en verdachte waarbij zij de ‘lolly’ van verdachte moest likken. De emoties die getuige [naam 1] heeft waargenomen passen bij haar verklaring en de aangifte. Tot slot is er de waarneming van de moeder van [slachtoffer] ; [naam 4] . [naam 4] heeft in de eerste plaats verklaard dat zij heeft meegemaakt dat [slachtoffer] en haar neefje [naam 5] op jonge leeftijd naakt werden aangetroffen boven in de woning bij opa en oma, waarbij verdachte ook boven was. Dit past eveneens bij de verklaring van [slachtoffer] over het eerste incident dat zij zich herinnerde. In de tweede plaats verklaart [naam 4] over logeren dat plaatsvond van [slachtoffer] bij verdachte thuis en waarbij [slachtoffer] bij verdachte op de slaapkamer op een slaapbank sliep. Ook dit is een bevestiging van de verklaring van [slachtoffer] . Al met al is de rechtbank dan ook van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] op diverse onderdelen ondersteund wordt, zodat er niet slechts sprake is van één bewijsmiddel of één bron.

Overtuigend bewijs

De verdediging heeft voorts betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer] , [naam 4] en [naam 1] onvoldoende overtuigend bewijs opleveren. De rechtbank overweegt dat zij de verklaringen van [slachtoffer] en [naam 4] betrouwbaar acht. [slachtoffer] en [naam 4] hebben gedetailleerd en consistent verklaard, voor wat betreft het handelen van verdachte. Dit is des te opmerkelijker waar het [naam 4] betreft. Zij verklaart immers meermalen in essentie gelijkluidend, terwijl zij een weergave geeft van wat haar dochter [slachtoffer] heeft verteld. Verder komt met name het gedeelte waarin [naam 4] vertelt hoe [slachtoffer] reageerde toen [naam 4] een gesprek met verdachte had gehad waarbij verdachte had verklaard dat er twee incidenten hadden plaatsgevonden komt op de rechtbank zeer authentiek en betrouwbaar over. [slachtoffer] reageerde daarbij volgens [naam 4] boos en met de mededeling dat er veel meer was gebeurd; zij was vanaf haar 4e jaar meermalen seksueel misbruikt door verdachte. Dit was de eerste confrontatie van [slachtoffer] met het verhaal van verdachte. Tot slot zijn [slachtoffer] en [naam 4] niet over één nacht ijs gegaan bij het doen van aangifte. Na een informatief gesprek in 2012 is pas in 2015 overgegaan tot het daadwerkelijk doen van aangifte. Toch zijn het eerste informatieve gesprek, de aangifte en het studioverhoor van [slachtoffer] consistent met elkaar. Dat [slachtoffer] en [naam 4] boos zouden zijn op verdachte en daarom deze (valse) verklaringen hebben afgegeven, zoals door de verdediging wordt betoogd, vindt op geen enkele wijze steun in het dossier. De rechtbank heeft tot slot op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting voorts geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van [naam 1] . De rechtbank stelt vast dat er sprake is van voldoende overtuigend bewijs voor het primair ten laste gelegde feit. Zij zal het verweer van de verdediging op dit punt dan ook verwerpen.

Gelet op de vorenstaande bewijsmiddelen staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer] toen zij jonger was dan twaalf jaar en toen zij tussen de twaalf en zestien jaar was, zoals primair onder 1 en 2 ten laste is gelegd.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2005 tot en met 18 juni 2009 te Tilburg en Bergen op Zoom en/of althans elders in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte telkens althans eenmaal

- het ontklede lichaam van die [slachtoffer] betast en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- de borsten en/of vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- die [slachtoffer] zijn penis getoond en/of

- die [slachtoffer] zijn penis laten betasten en/of

- die [slachtoffer] hem laten pijpen;

2.

Hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2009 tot en met 19 juni 2011 te Tilburg en/of Bergen op Zoom en/of althans elders in Nederland, met [slachtoffer] geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte telkens althans eenmaal;

- het ontklede lichaam van die [slachtoffer] betast en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- de borsten en/of vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- die [slachtoffer] zijn penis getoond en/of

- die [slachtoffer] zijn penis laten betasten en/of

- die [slachtoffer] hem laten pijpen.

Ten gevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging, is in de eerste regel van het onder feit 2 tenlastegelegde weggevallen de woorden ‘de periode van’. De rechtbank herstelt deze omissie en leest voormelde zinsnede zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarden vordert de officier van justitie aan verdachte op te leggen een meldplicht en een ambulante behandeling bij het Dok of een soortgelijke instelling. De officier van justitie benadrukt dat de onderhavige feiten ernstige feiten zijn, die meermalen zijn gepleegd. De officier van justitie houdt rekening met de justitiële documentatie, het rapport van de reclassering en de overschrijding van de redelijke termijn. De officier van justitie merkt in het kader van de overschrijding van de redelijke termijn op dat zij oorspronkelijk een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, zou hebben geëist.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging betoogt dat de situatie een grote impact heeft gehad op het leven van verdachte. Ten gevolge van zijn bekentenis is verdachte in eerste instantie uitgesloten uit de Jehova Getuige Gemeenschap. Verdachte is in 2011 op non-actief gesteld voor zijn baan als beveiliger. Sinds februari 2017 kan verdachte als gevolg van de verdenking niet meer als tolk werken. Doordat verdachte geen inkomen meer had, heeft hij een volmacht moeten tekenen voor de verkoop van zijn woning. Verdachte is in een ernstige depressie terecht gekomen en is op enig moment ook suïcidaal geweest. Verdachte was nog maar 14 jaar oud toen de eerste feiten zich afspeelden. De verdediging benadrukt dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht niet aan orde is, nu de onderhavige feiten zich afspeelden voor inwerkingtreding van voornoemd artikel. Verdachte heeft, op wat verkeersdelicten na, geen strafblad. Het gaat tot slot om oude feiten. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat een straf wenselijk is, verzoekt de verdediging de zaak af te doen met een taakstraf, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke straf. Gelet op alle feiten en omstandigheden van het geval is het opleggen van een behandeling in het kader van de bijzondere voorwaarden niet noodzakelijk.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft [slachtoffer] in de ten laste gelegde periode (zes jaar) seksueel misbruikt. Vast staat dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht, die mede bestonden uit het tongzoenen van [slachtoffer] , het betasten van de borsten van [slachtoffer] , het aan [slachtoffer] tonen van de penis en het laten pijpen van hem door [slachtoffer] . Dit betreft een ernstig feit. Door zijn handelen heeft verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] , zijn jonge nichtje. Verdachte heeft zich laten leiden door zijn seksuele gevoelens en heeft kennelijk in het geheel niet stilgestaan bij de gevolgen die het bewezenverklaarde voor [slachtoffer] zouden hebben. Daarbij heeft dit alles plaatsgevonden in de familiesfeer, een plek waar [slachtoffer] zich veilig zou moeten voelen. Hoe ingrijpend dit alles voor [slachtoffer] is geweest blijkt ook uit de slachtofferverklaring, waarin [slachtoffer] beschrijft dat het heel lang niet goed is gegaan met haar. [slachtoffer] had veel psychische en psychosomatische klachten. Zij had last van angsten, nachtmerries, agressie, opstandigheid en lichamelijke klachten. Als gevolg van het gebeurde is [slachtoffer] alcohol en drugs gaan gebruiken en heeft zij veel problemen met vrienden en in relaties gekregen. Ook heeft zij haar school nooit kunnen afmaken. Het bewezenverklaarde heeft niet alleen een grote impact gehad op [slachtoffer] , maar ook op haar ouders en op haar omgeving. Vast staat daarnaast dat een dergelijk feit in de samenleving in het algemeen gevoelens van afschuw oproept.

Naast de ernst van het feit heeft de rechtbank bij de bepaling van de straf rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor rijden onder invloed, maar niet voor soortgelijke feiten als de onderhavige verdenking.

Ook heeft de rechtbank bij de bepaling van de straf in ogenschouw genomen de rapporten van de reclassering van 14 april 2017 en 15 mei 2018. Het gedrag en de denkwijze van verdachte kunnen worden aangemerkt als criminogene factoren. Een probleemgebied is de verstoorde gezins- en familierelatie. Doordat verdachte zijn familie meldde dat hij zijn nichtje had betast, ontstond er spanning in de familie. Hem werd, mede door de geloofsovertuiging, binnen de familie de rug toegekeerd. Verdachte was werkzaam als tolk/vertaler. Doordat verdachte geen nieuwe VOG heeft kunnen krijgen, kreeg hij na het tweede kwartaal van 2017 geen opdrachten meer. Verdachte raakte gefrustreerd, wat zich uitte in somberheid. Ook betaalde hij zijn hypotheeklasten niet meer. Verdachte woont nu bij zijn ouders in Bergen op Zoom. Verdachte bleek slecht voor zichzelf te hebben gezorgd. De koopwoning van verdachte is door de bank verkocht. Verdachte heeft sinds november 2017 weer werk. Verdachte heeft een schuld bij de belastingdienst. Het recidiverisico kan op basis van de beschikbare informatie niet ingeschat worden. Geadviseerd wordt aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandeling bij Het Dok of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar worden gegeven. Een behandeling gericht op het beperkte probleembesef- en inzicht is noodzakelijk, aangezien verdachte een groot deel van de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag bij [slachtoffer] neerlegt en aangezien verdachte het grootste deel van het ten laste gelegde ontkent.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de straf de oriëntatiepunten van de LOVS als uitgangspunt. Voor meerderjarigen geldt als oriëntatiepunt voor een dergelijk feit 10 maanden gevangenisstraf.

De officier en de verdediging hebben betoogd dat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank is eveneens van oordeel dat dit het geval is. Daarbij gaat de rechtbank uit van een start van de redelijke termijn op 17 augustus 2015. De rechtbank stelt op grond van het dossier namelijk vast dat verdachte op 17 augustus 2015 een ontbiedingsbrief is verstuurd en dat hij op 10 september 2015 als verdachte is gehoord. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. Dit betekent dat de redelijke termijn in beginsel zou verstrijken op 17 december 2016, terwijl tot aan het wijzen van het eindvonnis op 24 juli 2018 een periode van meer dan 35 maanden is verstreken. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden, die de lange duur tot de behandeling zouden kunnen verklaren of rechtvaardigen. De ontstane vertraging beoordeelt de rechtbank dan ook als een overschrijding van de redelijke termijn die de rechtbank met de officier van justitie ten voordele van verdachte meeweegt in de hoogte van de op te leggen straf.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden passend en noodzakelijk is. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn komt de rechtbank dan tot oplegging van zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte. Daarnaast wordt verdachte een taakstraf opgelegd voor de duur van 240 uren. De reden dat de rechtbank niet tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf komt is dat het hier feiten betreft die zijn gepleegd tussen de zeven en dertien jaar geleden. Het strafrecht heeft een aantal doelen om een straf op te leggen. Daarbij horen vergelding en het voorkomen dat een verdachte opnieuw in de fout gaat. Gelet op het grote tijdsverloop is met een onvoorwaardelijke detentie het doel van voorkomen van herhaling niet of nauwelijks meer te behalen. Ten aanzien van het doel van vergelding, overweegt de rechtbank dat al sinds 2011 is gesproken over het doen van aangifte en verdachte dus sinds dat moment mogelijke strafvervolging boven het hoofd heeft gehangen. Dit heeft er ook toen al toe geleid dat hij zijn baan is kwijtgeraakt. Zijn nieuwe baan is hij later kwijtgeraakt, eveneens door deze strafzaak. De rechtbank houdt dan ook in strafverlagende zin rekening met deze gevolgen voor verdachte, hoewel die gevolgen voor verdachte in het niet vallen bij het leed dat [slachtoffer] door de gepleegde strafbare feiten is aangedaan. Daarbij zal de rechtbank verdachte, naast de algemene voorwaarden een meldplicht en het volgen van een ambulante behandeling als bijzondere voorwaarden opleggen. Met deze voorwaardelijke straf en de daarbij behorende voorwaarden wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 100,- ter zake van materiële schade (€ 50,- voor reiskosten en € 50,- voor telefoonkosten) en € 10.000,- ter zake van immateriële schade.

De rechtbank stelt vast dat de onderhavige vordering benadeelde partij niet alleen ziet op de onderhavige feiten, maar ook op een feit dat verdachte tijdens zijn minderjarigheid zou hebben gepleegd. De rechtbank zal ten aanzien van voornoemde feiten twee vonnissen wijzen. Teneinde de vordering benadeelde partij ten volle te kunnen beoordelen, zal de rechtbank deze vordering derhalve splitsen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 100,- ter zake van materiële schade en € 6.000,- ter zake van immateriële schade een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij de vordering tot dat bedrag toewijzen. Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit is gepleegd. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 244 en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

feit 2 primair: Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

* dat verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering nodig achten, meewerkt aan ambulante behandeling door TSD bij het Dok of een soortgelijke instelling;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 6.100,-, waarvan € 100,- ter zake van materiële schade en € 6.000,- ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 19 juni 2011 tot aan de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , € 6.100,- te betalen, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 19 juni 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 65 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd. (BP.04A)

Dit vonnis is gewezen door mr. Tempel, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. Hamburger en mr. Van Gessel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Saelman, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 juli 2018.

Mr. Hamburger en mr. Van Gessel zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] , pagina’s 30 tot en met 33 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

2 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 4] bij de rechter-commissaris in strafzaken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (los document), blad 3 en blad 4.

3 Het proces-verbaal van bevindingen studioverhoor, pagina’s 44, 45, 47 en 48 van voornoemd eindproces-verbaal.

4 Het proces-verbaal van bevindingen studioverhoor, pagina’s 44 en 48 van voornoemd eindproces-verbaal.

5 Het proces-verbaal van bevindingen studioverhoor, pagina’s 46 tot en met 47 van voornoemd eindproces-verbaal.

6 Het proces-verbaal van bevindingen studioverhoor, pagina’s 44, 45 en 47 van voornoemd eindproces-verbaal.

7 Het proces-verbaal van bevindingen studioverhoor, pagina’s 45 tot en met 46 van voornoemd eindproces-verbaal.

8 Het proces-verbaal van bevindingen studioverhoor, pagina 49 van voornoemd eindproces-verbaal.

9 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 1] , pagina 54 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 2] , pagina’s 62 tot en met 63 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [Naam 3] , pagina’s 17 tot en met 20 van de aanvulling einddossier 2.

12 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 10 juli 2018.