Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:3010

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18-05-2018
Datum publicatie
23-05-2018
Zaaknummer
02-820440-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Betreft het onderzoek “Lantana”. Verdachte heeft bij woninginbraken autosleutels weggenomen, met als doel het wegnemen van dure personenauto. Voorts heeft hij ruim dertigduizend euro witgewassen. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van een jaar, waarvan 189 dagen voorwaardelijk, waarmee het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest (ruim 6 maanden). Daarnaast wordt een taakstraf opgelegd van 240 uren, waarbij rekening is gehouden werd gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn en met het feit dat verdachte na de voorlopige hechtenis nog 11 maanden onder elektronisch toezicht heeft gestaan..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/820440-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 mei 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Van Gils, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 18 april 2018 en 4 mei 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Bezem, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat:

1.

Feit 4 relaaspv

hij op of omstreeks 13 maart 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning,

gelegen aan de van [adres 1] aldaar, heeft weggenomen twee

autosleutels (van een BMW 328I, kenteken [kenteken 1] en een VW Golf, kenteken

[kenteken 2] ) toebehorende aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of van [naam 3]

waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs hebben verschaft door een of meerdere gaatjes te boren in de

achterdeur van die woning;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

Feit 4 relaaspv

hij op of omstreeks 13 maart 2015, te Waalwijk tezamen en in vereniging met

een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

twee personenauto's ( een BMW 328I met kenteken [kenteken 1] en een VW Golf met

kenteken [kenteken 2] ) en/of een hoeveelheid goederen (die in de auto's lagen),te

weten: een HP laptop (Probook 45090) en/of twee (zonne)brillen (Ray Ban en/of

Marc Jacobs) en/of een jas (Tommy Hilfiger) en/of 6 DVD's en/of een werktas

toebehorende aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of van [naam 3]

waarbij verdachte(n) de auto's en/of de genoemde goederen onder hun bereik

hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2015 tot en met 29 mei 2015,in

elk geval op of omstreeks 29 mei 2015 te Moergestel,tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal telkens

een of meer goed(eren), te weten een of meer onderde(e)l(en) (een stuurairbag

en/of een dashboard en/of een voorstoel en/of een navigatiesysteem en/of twee

portieren en/of twee gordijnairbags) van een Volkswagen Golf (met kenteken

[kenteken 2] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2015 tot en met 01 juli 2015,in

elk geval op of omstreeks 01 juli 2015, te Udenhout,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal telkens een of meer goed(eren), te weten een of

meer onderde(e)l(en) (een dashboardunit en/of een

kast van een motormanagement en/of een navigatiesysteem en/of een rempedaal

en/of een ABS-systeem en/of een stuurnok met stuur) van een BMW (kenteken

[kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art. 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

Feit 3 relaaspv

hij op of omstreeks 13 april 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning,

gelegen aan de [adres 2] aldaar, heeft weggenomen een sleutelbos

(met o.a. autosleutels) toebehorende aan [naam 4] en/of [naam 5] ,

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking van een

raam van die woning

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

Feit 3 relaaspv

hij op of omstreeks 13 april 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto ( een VW Golf met kenteken [kenteken 3] ) en/of een (sport)jas

(merk:Adidas) toebehorende aan [naam 4] en/of [naam 5] waarbij

verdachte(n) de auto en/of de jas onder hun bereik hebben gebracht door middel

van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

Feit 2 relaaspv

hij in of omstreeks de periode van 04 mei 2015 tot en met 05 mei 2015 te

Tilburg tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (een Range

Rover Evoque met kenteken [kenteken 4] ) toebehorende aan [naam 6] en/of

[naam 7] waarbij verdachte(n) de auto onder hun bereik hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking van een ruit van

die auto;

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht

6.

Feit 1 relaaspv

hij op of omstreeks 28 mei 2015, te Goirle tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning,

gelegen aan de [adres 3] aldaar, heeft weggenomen (een) autosleutel(s) (van

een Mercedes-Benz A klasse met kenteken [kenteken 5] ) toebehorende aan [naam 8]

, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking van een

ruit van die woning;

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht

7.

Feit 1 relaaspv

hij op of omstreeks 28 mei 2015, te Goirle tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto (een Mercedes-Benz A klasse met kenteken [kenteken 5] ) en/of twee

(zonne)brillen (merk:Oakley) toebehorende aan [naam 8] waarbij

verdachte(n) de auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een

valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

hij op of omstreeks 23 juni 2015 te Tilburg en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een

voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 8845 euro (in diverse

coupures verspreid/verborgen in meerdere ruimtes aangetroffen in een woning

aan de [adres 4] aldaar), de werkelijke aard, de herkomst, de

vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft

verhuld, althans heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op

bovenomschreven voorwerp was en/of wie bovenomschreven voorwerp voorhanden

had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

9.

hij in of omstreeks de periode van 06 mei 2015 tot en met 23 juni 2015, in elk

geval op of omstreeks 23 juni 2015 te Tilburg en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een

voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 26.880 euro (in diverse

coupures verspreid/verborgen in meerdere ruimtes aangetroffen in een woning

van [naam 9] aan de [adres 5] aldaar), in elk geval een of

meerdere geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld,

althans heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op

bovenomschreven voorwerp was en/of wie bovenomschreven voorwerp voorhanden

had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

10.

Feit 23 relaaspv

hij op een of meerdere tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 17

november 2014 tot en met 23 juni 2015, in elk geval op of omstreeks 23 juni

2015 te Tilburg, een goed, te weten een Samsung tablet heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed

wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof.

art 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Omdat er volgens de officier van justitie geen aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van verdachte bij de feiten 1 en 2, acht de officier van justitie deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen. Wel acht de officier van justitie de feiten 3, 4 primair, 5 primair, 6, 7 primair, 8, 9 en 10 primair wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie baseert zich daarbij op de volgende feiten en omstandigheden:

feiten 3 en 4

 de aangifte;

 tapgesprekken tussen [verdachte] (hierna telkens: [verdachte] ), [naam 10] (hierna telkens: [naam 10] ) en [naam 11] , tapgesprekken tussen [naam 10] en [naam 12] ; een tapgesprek tussen [verdachte] en [naam 13] , een tapgesprek tussen [naam 14] en [naam 10] en een tapgesprek tussen [verdachte] en [naam 10] ;

 de herkenning van [verdachte] of [naam 10] in de Volkswagen Golf [kenteken 3] door de politie;

 de transactie tussen [naam 10] en [naam 14] betreffende het motorblok;

 de inkijk in de loods [adres 6] te Moergestel en het volledige onderzoek daarna in die loods;

 het onderzoek in de loods aan de [adres 7] te Tilburg;

feit 5

 de aangifte;

 de verklaring van [naam 15] ;

 tapgesprekken tussen [naam 15] en [verdachte] ;

 de observaties bij de garagebox [naam 16] ;

 OVC gesprekken [verdachte] over “pakken van een Range Rover”;

feiten 6 en 7

 de aangifte;

 de gegevens van het peilbaken op de Seat Ibiza in gebruik bij [verdachte] ;

 OVC-gesprekken [verdachte] en [naam 11] ;

 het waarnemen van de gestolen Mercedes in de garagebox [naam 16] ;

feiten 8 en 9:

 het aantreffen van de contante geldbedragen;

 een tapgesprek waaruit blijkt van hennepteelt;

 het ontbreken van legale inkomsten;

 het ontbreken van een verklaring van verdachte (in zijn eigen zaak) voor de geldbedragen;

feit 10

 de aangifte;

 de verklaring van [naam 13] ;

 het aantreffen van de tablet in de slaapkamer van verdachte;

 het sms-bericht met “CSU-tablet-dief”;

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de feiten 1 en 2 en voert daartoe aan:

 het sporenonderzoek heeft geen DNA of Dacty- en schoensporen van verdachte op de plaats delict opgeleverd;

 [naam 10] en [naam 12] maakten gebruik van de opslagloods [adres 6] te Moergestel;

 uit het dossier volgt niet dat [verdachte] is betrokken bij de loods in Moergestel.

Ook de feiten 3 en 4 kunnen volgens de verdediging niet worden bewezen omdat:

 er blijkt nergens uit dat [verdachte] de inhoud van de opgenomen telefoongesprekken van de anderen kende;

 de tapgesprekken zijn onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat ze betrekking hadden op het specifieke incident aan de [adres 2] in Waalwijk;

 het proces-verbaal van herkenning van een van de tweelingbroers [naam 17] als bestuurder van de betrokken auto, kan niet voor het bewijs worden gebruikt omdat een groot gedeelte van het gezicht van de bestuurder bedekt was;

 er is geen bewijs voor de aanwezigheid van de auto van [verdachte] bij de plaats delict, terwijl op die auto op 23 maart 2015 een baken was geplaatst;

 er is geen bewijs in de vorm van DNA, Dacty- of schoensporen van verdachte aangetroffen op de plaats delict.

Met betrekking tot feit 8 stelt de verdediging dat het bedrag door de officier van justitie is aangepast naar € 7.700,=. De raadsman heeft ter verdediging gewezen op hetgeen is aangevoerd in het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. Daarin is aangevoerd dat het bedrag van € 6.000,= (aangetroffen in de slaapkamer van [verdachte] ) en

€ 1.250,= (aangetroffen in een handtas) spaargeld van de moeder van verdachte is.

Met betrekking tot het onder 10 tenlastegelegde heeft de verdediging aangevoerd dat onvoldoende bewijs voorhanden is voor de wetenschap bij verdachte van de dubieuze herkomst van de tablet ten tijde van het voorhanden krijgen. Ook van dit feit dient verdachte vrijgesproken te worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De feiten 1 en 2

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte direct kan worden gelinkt aan de loods aan de [adres 6] te Moergestel en daarmee geen betrokkenheid van verdachte is vast komen te staan bij de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Voor wat betreft de tenlastegelegde inbraak en diefstal met valse sleutel overweegt de rechtbank dat er CIE-informatie is die [verdachte] aanwijst als de dader van deze feiten. Deze informatie kan echter niet dienen als bewijsmiddel. Overigens zijn er in het dossier geen bewijsmiddelen waaruit betrokkenheid van [verdachte] bij de voornoemde diefstallen kan worden afgeleid.

De rechtbank zal verdachte dan ook van die feiten vrijspreken.

De feiten 3 en 4

In de nacht van 12 op 13 april 2015 werd er ingebroken in de woning op het adres [adres 2] te Waalwijk. [naam 4] heeft van die inbraak aangifte gedaan, mede namens de benadeelde [naam 5] en heeft verklaard dat het raam van de keuken was ingeslagen met een stoeptegel. Bij die inbraak bleek dat de contactsleutel van een Volkswagen Golf VII, kenteken [kenteken 3] , [nummer] was weggenomen. Ook was voornoemd voertuig weggenomen. In het voertuig bevond zich nog een jas, merk Adidas1. Op 17 april 2015 wordt deze Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 3] gezien in Tilburg en de verbalisant meende de bestuurder te herkennen als een van de tweelingbroers [verdachte] of [naam 10]2. Uit opgenomen tapgesprekken is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat in de periode van 12 en 13 april 2015 telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen [verdachte] , [naam 10] , [naam 11] , en [naam 12] en dat uit het versluierde taalgebruik in die telefoongesprekken kan worden afgeleid dat [verdachte] en [naam 10] bij de diefstal van de Golf VII betrokken zijn geweest3. Zo belt [naam 10] op 12 april 2015 met een onbekende en zegt hij dat hij de volgende dag een kadootje komt brengen4. Voorts vinden op 12 april 2015 tussen 23.00 uur en 24.00 uur telefoongesprekken plaats tussen [naam 10] , [verdachte] , [naam 12] en [naam 11] , waarin afspraken worden gemaakt om die nacht op pad te gaan5. Na eerdergenoemde inbraak vinden er telefoongesprekken plaats, waarin [verdachte] en [naam 10] meedelen dat ze er maar eentje hebben en waarbij [naam 10] ook aangeeft dat ze “een snelle 7” hebben en waarin voorts [verdachte] en [naam 10] met elkaar over de prijs praten6. [naam 10] heeft op 13 april 2015 nog telefonisch contact met [naam 14] , waarbij wordt gesproken over de “snelle 7”.7 Daarna vinden er telefoongesprekken plaats tussen [naam 10] en [naam 14] waarin wordt gesproken over de afname van auto-onderdelen en dat een maat van [naam 14] de spullen op komt halen.8

Op 14 april 2015 spreken [naam 10] en [naam 14] af bij de shoarmatent in Tilburg9 en bij een observatie wordt gezien dat één van de broers [naam 17] een ontmoeting had met een onbekende man bij een shoarmazaak in Tilburg. Samen rijden ze naar een autoschadebedrijf in Tilburg, waar [naam 12] instapt, waarna het drietal naar de loods aan de [adres 6] te Moergestel rijdt10. Op 16 april 2015 wordt gezien dat [naam 10] met [naam 12] naar de loods aan de [adres 6] te Moergestel rijdt. Vanaf het terrein van Bo-rent vertrekt een klein model vrachtauto naar de loods aan de [adres 6] te Moergestel en wordt gezien dat de vrachtauto achteruit wordt geparkeerd, half in een van de geopende loodsdeuren. Na een uur is de vrachtauto naar de loods aan de [adres 8] te Udenhout gereden. Bij die loods kwam een BMW aangereden11, welke BMW op naam is gesteld van [naam 14] .12

Vervolgens werden op 29 mei 2015 in een loods aan de [adres 6] te Moergestel een navigatiesysteem, een stuurairbag en een rechter en linker voorstoel met [nummer] waargenomen, voor welk voertuig met [nummer] het kenteken [kenteken 3] was afgegeven.13

Bij een zoeking in de bij [naam 14] in gebruik zijnde loods aan de [adres 7] te Tilburg, werden op 1 juni 2015 een motor en een versnellingsbak aangetroffen, die bleken te behoren bij een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 3]14.

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat [verdachte] actief betrokken is geweest bij de tenlastegelegde inbraak in de woning op het adres [adres 2] te Waalwijk en bij de diefstal van de Volkswagen Golf VII, kenteken [kenteken 3] , en vervolgens ook bij het verhandelen van onderdelen van die Volkswagen Golf. [verdachte] is betrokken geweest bij de voorbereiding, bij de daadwerkelijke uitvoering van het feit en bij het verkopen van gestolen onderdelen en de rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen [verdachte] en zijn mededaders en hij kan daarom dan ook als medepleger van de onder 3 en 4 genoemde feiten worden aangemerkt.

Feit 5

In de nacht van 4 op 5 mei 2015 wordt te Tilburg een Range Rover Evoque, kenteken

[kenteken 4] weggenomen. [naam 6] heeft van deze diefstal mede namens [naam 7] aangifte gedaan. Bij de diefstal werd de achterruit van het voertuig verwijderd15. [naam 15] heeft verklaard dat hij de betreffende Range Rover heeft gestolen. Hij heeft het achterraam eruit gehaald. Hij was niet degene die de auto heeft gestart. Voorts heeft hij de auto naar Noord gereden. Hij wil verder niet over andere mensen praten.16 Op 16 mei 2015 werd diezelfde Range Rover gezien in een garagebox aan het [adres 9] te Tilburg17. Uit bevindingen met betrekking tot het GPS-baken op de Seat Ibiza van [verdachte] is vast komen te staan dat de Seat Ibiza op 5 mei 2015 naar Tilburg reed, naar de wijk Reeshof, en omstreeks 03.03 uur werd geparkeerd aan de [adres 10] in Tilburg18. Uit OVC-gesprekken in de Seat Ibiza werd duidelijk dat de Seat zich heeft verplaatst vanaf de [adres 10] te Tilburg naar de [adres 11] te Tilburg. Voorafgaand aan de diefstal van 5 mei 2015 heeft [verdachte] meermalen telefonisch contact met [naam 15] waarbij werd gezegd dat ze iets hebben gezien, dat werd gesproken om op pad te gaan en dat [naam 10] heeft gezegd dat [verdachte] maar met [naam 15] moet gaan. [verdachte] en [naam 15] spreken af om dan maar met zijn tweeën te gaan en uiteindelijk spreken [verdachte] en [naam 15] telefonisch af om in de nacht van 4 op 5 mei 2015 op pad te gaan19. Na de ontdekking op 16 mei 2015 van de Range Rover in de garagebox aan het [adres 9] te Tilburg, heeft op 18 mei 2015 een observatie van die garagebox plaatsgevonden en werd door de observanten waargenomen dat omstreeks 13.50 uur een zwarte Opel Corsa vanuit de [adres 11] de parkeerplaats bij de [naam 18] kwam oprijden en daar parkeerde. Vervolgens zagen de observanten een grijze Seat Ibiza vanuit de [adres 11] ook het parkeerterrein oprijden en parkeren. Vanuit de Opel Corsa liep een man in de richting van de Seat Ibiza. Vervolgens zien observanten twee mannen vanuit de richting van de grijze Seat Ibiza in de richting van de garagebox lopen. Een van de mannen werd herkend als een van de tweelingbroers [naam 17] , [verdachte] of [naam 10] . De onbekende man liep met twee handelaarskentekenplaten met laatste cijfercombinatie 44.

Beide mannen stopten ter hoogte van garagebox [adres 9] en [naam 17] opende de garagebox.

Een paar minuten later werd gezien dat een personenauto, merk Range Rover, type Evoque, kleur zwart, uit de garagebox kwam rijden. Achterop het voertuig zat een groene kentekenplaat [kenteken 6] . Ook werd gezien dat de achterruit van het voertuig versplinterd was.

Observanten zagen dat de onbekende man naar de bestuurderskant liep en dat [naam 17] de garagebox dicht deed. [naam 17] liep in de richting van het parkeerterrein en de Range Rover reed in de richting van de [adres 11] en stopte aan het eind van de garageboxen ter hoogte van de Seat Ibiza en de Opel Corsa. [naam 17] had aan de bestuurderszijde van de Range Rover nog contact met de bestuurder. [naam 17] liep daarna in de richting van de Opel Corsa en de Range Rover reed in de richting van de [adres 11] . Gezien werd dat de Seat Ibiza achter de Range Rover stil stond. Vervolgens werd gezien dat de zwarte Opel Corsa achter de Seat Ibiza ging staan. Het kenteken van de Opel Corsa betrof [kenteken 7]20. De Opel Corsa met het kenteken [kenteken 7] staat op naam van [naam 20]21. Uit de gegevens van het baken, geplaatst op de Seat Ibiza [kenteken 8] , in gebruik bij [verdachte] is vast komen te staan dat het betreffende voertuig geparkeerd stond op het Verdiplein te Tilburg en om 13.47 uur stopt in de [adres 11] , in de directe omgeving van het [adres 9] . Om 13.52 uur vertrekt het voertuig naar Zaltbommel.22 In een op diezelfde dag en tijdstip opgenomen OVC-gesprek in de Seat Ibiza in gebruik bij [verdachte] , is [verdachte] in gesprek met [naam 10] . [naam 10] spreekt over [naam 20] en “Corsa”. [verdachte] zegt “met de Corsa vanuit Zaltbommel kan hij gelijk weg”. [verdachte] , [naam 10] en NN-man begroeten elkaar. Voorts wordt gesproken over het wegpakken van sleutels bij een huis in de Reeshof en heeft [naam 10] het over de Range Rover en daarover heeft hij gezegd dat hij met tweeënhalf of drie kwam23. In OVC gesprekken van 21 mei24 en 25 mei 201525 heeft [verdachte] verteld over [naam 13] uit Sprang en dat hij haar voor veel dingen gebruikte. Dat hij een garagebox heeft op haar naam en dat zij bij haar komen indien daar een keer een gestolen auto gepakt mocht worden. Voorts heeft [verdachte] verteld over de Range Rover en over de wijze waarop zij zo’n Range Rover pakken, waarover hij zegt “wij sprongen die achterraam, stappen hier in”. [naam 13] heeft verklaard dat zij een garagebox in het [adres 9] te Tilburg heeft gehuurd, dat [verdachte] een sleutel van die garagebox had en dat [verdachte] haar in april 2015 heeft gevraagd of zij een garagebox op haar naam wilde zetten26. [naam 20] heeft zich herkend van de foto’s die zijn gemaakt tijdens de observatie op 18 mei 2015 en hij heeft verklaard dat hij die dag eigenlijk de Seat van [verdachte] wilde kopen, maar dat die koop niet door is gegaan en dat één van de tweeling hem heeft gevraagd om de Range Rover weg te rijden en dat hij ook met één van de tweeling naar de garagebox in Tilburg Noord is gereden. Die dag had hij groene handelaarskentekenplaten bij zich die op de Range Rover zijn gebruikt. Een van de tweeling is voorop gereden en de Range Rover is naar Zaltbommel gebracht.27

De rechtbank is op grond van het vorenstaande, alles in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat [verdachte] zich samen met [naam 15] in de nacht van 4 op 5 mei 2015 schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de Range Rover met het kenteken [kenteken 4] .

Feiten 6 en 7

[naam 8] heeft aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres 3] te Goirle, gepleegd op 28 mei 2015. Daarbij werd een raam van de keuken vernield door een betonnen parasolvoet naar binnen te gooien. Bij die inbraak werd de autosleutel weggenomen en met die autosleutel werd tevens de Mercedes-Benz, A-klasse, kenteken

[kenteken 5] , kleur wit, weggenomen. Hij zag vanuit zijn slaapkamerraam twee personen, waarvan er al een in zijn auto zat en de ander net instapte. Aangever heeft tevens verklaard dat de groencontainer voor de achterdeur was gezet en de andere container voor de voordeur.28

Tijdens OVC-gesprekken van 21 mei 2015, opgenomen in de Seat Ibiza van [verdachte] , wordt door [verdachte] en [naam 11] (hierna telkens: [naam 11] ) gesproken over auto’s die ze zien staan in de omgeving waar ze op dat moment rijden. Voorts wordt gesproken over camera’s die door hen worden waargenomen en de mogelijkheid om zo snel mogelijk weg te komen uit de wijk. Tijdens het rondrijden valt hun oog op een A-4, waarbij een deel van het kenteken door [verdachte] wordt genoemd, te weten: “ [kenteken 9] ” en wordt gezegd dat ze die morgen “gaan kleppen”.29 Het onderzoeksteam heeft deze diefstal op dat moment kunnen voorkomen. In de nacht van 21 op 22 mei 2015 werd omstreeks 00.20 uur vernomen dat de mobiele telefoon van [naam 10] gebruik maakte van een zendmast in de directe omgeving van de locatie [adres 3] te Goirle. Op die locatie zien verbalisanten een Opel Astra geparkeerd staan, waar twee mannen bij stonden. Een van deze mannen werd door de verbalisanten herkend als [naam 10]30 en beide mannen werden gecontroleerd. Kort na die controle om 00.35 uur belt [naam 10] naar [verdachte] en [naam 10] zegt in dit gesprek dat [verdachte] vandaag moet skippen en dat er politie was. Om 00.37 uur belt [verdachte] naar [naam 11] en [verdachte] zegt dat [naam 10] daar in de buurt was en dat er de hele dag insecten zijn.31

Op 28 mei 2015 rijden [verdachte] en [naam 11] opnieuw in de Seat Ibiza en stoppen om 02.43 uur op de Everhardus Potgieterdreef in Goirle. Deze locatie is in de omgeving van de [adres 3] te Goirle en [naam 11] zegt dan dat ze eerst moeten verkennen waar ze zijn. Vervolgens lijkt het erop dat ze het voertuig verlaten. Daarna begeeft de auto van [verdachte] zich om 02.55 uur naar de Haydnstraat te Tilburg, een locatie in de omgeving van de woning van [verdachte] , en om 03.19 uur verplaatst de auto zich van de Haydnstraat naar de [adres 11] te Tilburg32. Om 03.19 uur zitten [verdachte] en [naam 11] weer in de auto en in een gesprek geven zij details die passen bij wat er bij het wegnemen van de Mercedes-Benz is gebeurd. Zo zegt [verdachte] : “Heb je die man gezien trouwens. Die man was aan het kijken jongen. Ja. Hij bleef gewoon staan, hij durfde niet naar beneden te komen”. [naam 11] zegt dat het kankersnel was gegaan, waarop [verdachte] antwoordt: “ja, door die kliko voor de deur en die achter….die man staan wij , waren al bij de….bij die auto”.33

Op 28 mei 2015 heeft een verbalisant de garagebox aan het [adres 9] te Tilburg betreden en heeft daar een witte Mercedes A klasse, kenteken [kenteken 5] aangetroffen.34 Van die garagebox zijn door het onderzoeksteam na het aantreffen video-opnames gemaakt en op die videobeelden is te zien dat op 29 mei 2015 om 17.07 uur een van de tweelingbroers [naam 17] aan komt lopen met een onbekende man. [naam 17] opent de garagebox en gaat samen met een onbekende man de garagebox binnen en sluit de deur. De andere broer [naam 17] komt aanlopen met een tweede onbekende man. Ook zij gaan de garagebox binnen. Omstreeks 17.13 uur komen ze allemaal weer uit de garagebox. Om 20.00 uur loopt de tweede onbekende man naar de garagebox, opent deze en gaat naar binnen. Nu is de eerste broer [naam 17] bij hem. Er komt een witte Mercedes de garagebox uitrijden, waarvan de tweede onbekende man de bestuurder is. De tweede onbekende man rijdt met de Mercedes weg. De genoemde broer [naam 17] sluit de garagebox en rijdt weg in een blauwe Fiat, kenteken [kenteken 10] . Deze auto staat op naam van [naam 10] . Verbalisant heeft de tweede onbekende man herkend als [naam 12]35. Voornoemde Mercedes werd op 29 mei 2015 aangetroffen in de hiervoor bij de feiten 3 en 4 genoemde loods aan de [adres 6] te Moergestel36.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande, alles in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] samen met [naam 11] heeft ingebroken in de woning [adres 3] te Goirle en daar een autosleutel heeft weggenomen en dat [verdachte] vervolgens samen met [naam 11] met die weggenomen autosleutel de Mercedes-Benz heeft weggenomen.

Feit 8

Bij een doorzoeking ter inbeslagneming op 23 juni 2015 op het adres [adres 4] te Tilburg werd contant geld aangetroffen en inbeslaggenomen tot een bedrag van € 8.845,=. Op het adres staan ingeschreven: [naam 21] en haar zonen [naam 10] en [verdachte] .37 Uit het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel is met betrekking tot het aangetroffen geld vast komen te staan dat bij [verdachte] € 6.000,= en € 450,= aan contant geld werd aangetroffen. In de slaapkamer van de moeder van [verdachte] en [naam 10] werd, in een zwart tasje achter de verwarming van de slaapkamer, een bedrag van € 1.250,= aan contant geld aangetroffen. Bij [naam 10] werd een bedrag van € 1.145,= aan contant geld aangetroffen. Dit laatste bedrag heeft de officier van justitie niet aan [verdachte] toegerekend, op grond waarvan de officier van justitie bewezen acht dat [verdachte] € 7.700,= heeft witgewassen. De redenering van de officier van justitie dat het uitgesloten is dat het in de slaapkamer van de moeder van [verdachte] aangetroffen geldbedrag van € 1.250,= aan haar zou toebehoren omdat zij een keer € 100,= wilde lenen van [verdachte] , is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om bewezen te verklaren dat die € 1.250,= dan aan [verdachte] zouden hebben toebehoord. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden uitgesloten dat [naam 21] , ondanks haar beperkte inkomen en vermogen, die € 1.250,= zelf had gespaard. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat [verdachte] op 23 juni 2015 € 6.450,= aan contant geld in zijn bezit heeft gehad.

[verdachte] had geen legale inkomsten in 2014 en 2015, zoals blijkt uit de inhoud van de ICOV-rapportage. Daaruit blijkt ook dat [verdachte] zorgtoeslag ontving, gebaseerd op een rekeninkomen van € 0,=38. In een tussen [verdachte] en [naam 9] gevoerd telefoongesprek van 8 juni 2015 heeft [verdachte] aan [naam 9] verteld dat hij geld nodig had om de knippers te betalen en wordt gesproken over drogen, de prijs, gewicht, nat of droog en waar het wordt gedroogd39.

Weliswaar acht de rechtbank, zoals hiervoor en hierna overwogen, bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstallen en opzetheling, maar uit de bewijsmiddelen valt geen rechtstreeks verband te leggen tussen het aangetroffen geld en een bepaald misdrijf. Gelet op de hoogte van het contante geldbedrag, het ontbreken van legale inkomsten van verdachte en het gesprek over hennepteelt, en -oogst met zijn broer [naam 9] , is er wel zonder meer sprake van een witwasvermoeden. Van verdachte mag onder de gegeven omstandigheden worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld, welke verklaring concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Verdachte heeft zich echter op zijn zwijgrecht beroepen en geen verklaring gegeven voor het aangetroffen geld.

Bij het ontbreken van een acceptabele verklaring over een legale herkomst van het geld, concludeert de rechtbank dat de enige aanvaardbare verklaring voor de herkomst van de aangetroffen € 6.450,-, een criminele herkomst is.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande dan ook van oordeel dat het onder 8 tenlastegelegde witwassen van € 6.450,= wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Feit 9

Bij een zoeking op 23 juni 2015 in een woning aan de [adres 5] te Tilburg, de woning van [naam 9] (hierna telkens: [naam 9] ), de oudste broer van [verdachte] en [naam 10] , werd op de zolderkamer in een kledingkast een rode plastic zak aangetroffen met daarin een bundel bankbiljetten tot een totaalbedrag van € 16.120,=. Daarnaast werd in de ouderslaapkamer in de grote kledingkast een bundel geld aangetroffen tot een totaalbedrag van € 10.000,=40. [naam 9] heeft verklaard dat zijn broer [verdachte] hem een tijdje geleden had gevraagd of hij geld voor [verdachte] wilde bewaren en dat het geld dat in zijn woning werd aangetroffen dan ook van [verdachte] was. [verdachte] zou ruim € 25.000,= bij hem hebben gelegd41. Voorts heeft [naam 9] over zijn broer [verdachte] verklaard dat zijn broer geen baan had en van een bijstandsuitkering moest leven42. Uit telefoongesprekken tussen [naam 9] en [verdachte] , kan naar het oordeel van de rechtbank ook worden geconcludeerd dat [naam 9] het geld van zijn broer [verdachte] bewaarde en ook min of meer beheerde. [verdachte] nam meerdere keren contact op met [naam 9] , waaruit kan worden afgeleid dat [verdachte] geld bij [naam 9] op kwam halen. Voorts werd er tussen [verdachte] en [naam 9] gesproken over het storten van geld en op 13 juni 2015 werd tussen beiden gesproken over het bedrag dat op dat moment bij [verdachte] zou liggen, waarbij [naam 9] het had over een bedrag van € 25.470,=43.

Met betrekking tot de vraag of het geldbedrag van € 26.120,= een criminele herkomst had, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hieromtrent hiervoor heeft overwogen bij feit 8.

Daarnaast overweegt de rechtbank ten aanzien van dit feit nog dat voor de door verdachte in de zaak tegen [naam 9] afgelegde verklaring - het geld dat bij [naam 9] is aangetroffen zou hij gewonnen hebben in het casino - geldt dat hij daarover geen nadere informatie heeft gegeven en ook geen vragen daarover heeft willen beantwoorden. De stelling van de raadsman dat het geld afkomstig was van het casino, is dan ook onvoldoende onderbouwd en daarmee ook onvoldoende controleerbaar. Voor zover er onderzoek gedaan kon worden, is dit door het Openbaar Ministerie uitgevoerd, maar dat onderzoek heeft niets opgeleverd.

Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander een bedrag van € 26.120,= heeft witgewassen.

Feit 10

Op 17 november 2014 is in een huisje van de Efteling/Bosrijk een tablet, merk Samsung, in een paarse hoes, blijven liggen en verdwenen nadat in het betreffende huis was schoongemaakt.44 [naam 13] heeft verklaard dat zij bij de CSU werkte en schoonmaakte bij Bosrijk. Ze heeft bekend dat zij in dat huisje had schoongemaakt, dat ze die tablet daar had gevonden en mee naar huis had genomen. Toen haar leidinggevende de volgende dag naar de tablet vroeg, heeft zij niet gezegd dat ze die mee naar huis had genomen. Voorts heeft zij verklaard dat [verdachte] die tablet bij haar heeft meegenomen en dat hij wist dat die tablet van haar werk was omdat ze dat tegen hem heeft gezegd. Dat was ook de reden dat [verdachte] haar de CSU tablet dief noemde.45 Uit een kennisgeving van inbeslagneming is vast komen te staan dat bij de zoeking in de slaapkamer van [verdachte] =, in de woning [adres 4] te Tilburg een tablet, merk Samsung in een paarse hoes, in beslag is genomen46.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de aan verdachte onder 10 tenlastegelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

3.

hij op of omstreeks 13 april 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning,

gelegen aan de [adres 2] aldaar, heeft weggenomen een sleutelbos

(met o.a. autosleutels) toebehorende aan [naam 4] en/of [naam 5] ,

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking van een

raam van die woning;

4.

hij op of omstreeks 13 april 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto (een VW Golf met kenteken [kenteken 3] ) en/of een (sport)jas

(merk:Adidas) toebehorende aan [naam 4] en/of [naam 5] waarbij

verdachte(n) de auto en/of de jas onder hun bereik hebben gebracht door middel

van een valse sleutel;

5.

hij in of omstreeks de periode van 04 mei 2015 tot en met 05 mei 2015 te

Tilburg tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (een Range

Rover Evoque met kenteken [kenteken 4] ) toebehorende aan [naam 6] en/of

[naam 7] waarbij verdachte(n) de auto onder hun bereik hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking van een ruit van

die auto;

6.

hij op of omstreeks 28 mei 2015, te Goirle tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning,

gelegen aan de [adres 3] aldaar, heeft weggenomen (een) autosleutel(s) (van

een Mercedes-Benz A klasse met kenteken [kenteken 5] ) toebehorende aan [naam 8]

, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking van een

ruit van die woning;

7.

hij op of omstreeks 28 mei 2015, te Goirle tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto (een Mercedes-Benz A klasse met kenteken [kenteken 5] ) en/of twee

(zonne)brillen (merk:Oakley) toebehorende aan [naam 8] waarbij

verdachte(n) de auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een

valse sleutel;

8.

hij op of omstreeks 23 juni 2015 te Tilburg en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een

voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 6.450 euro (in diverse

coupures verspreid/verborgen in meerdere ruimtes aangetroffen in een woning

aan de [adres 4] aldaar), de werkelijke aard, de herkomst, de

vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft

verhuld, althans heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op

bovenomschreven voorwerp was en/of wie bovenomschreven voorwerp voorhanden

had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

9.

hij in of omstreeks de periode van 06 mei 2015 tot en met 23 juni 2015, in elk

geval op of omstreeks 23 juni 2015 te Tilburg en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een

voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 26.120 euro (in diverse

coupures verspreid/verborgen in meerdere ruimtes aangetroffen in een woning

van [naam 9] aan de [adres 5] aldaar), in elk geval een of

meerdere geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld,

althans heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op

bovenomschreven voorwerp was en/of wie bovenomschreven voorwerp voorhanden

had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

10.

hij op een of meerdere tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 17

november 2014 tot en met 23 juni 2015, in elk geval op of omstreeks 23 juni

2015 te Tilburg, een goed, te weten een Samsung tablet heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed

wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij de strafbepaling rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is inmiddels getrouwd, heeft met zijn echtgenote net een nieuwe woning gekregen en heeft inmiddels werk. Wanneer verdachte opnieuw naar de gevangenis moet, raakt hij zijn huis en zijn baan kwijt. Voorts heeft de verdediging verzocht rekening te houden met een overschrijding van de redelijke termijn en met de omstandigheid dat de voorlopige hechtenis van verdachte na ruim een half jaar werd geschorst onder een aantal voorwaarden, waaronder het plaatsen van een enkelband gedurende een periode van elf maanden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich in de periode van half april tot eind juni 2015 schuldig gemaakt aan twee woninginbraken met het enkele doel om autosleutels weg te nemen, drie diefstallen van dure personenauto’s, het witwassen van een bedrag van € 6.450,=, het medeplegen van witwassen van een bedrag van € 26.120,= en de opzetheling van een Samsung tablet.

Voor wat betreft de woninginbraken overweegt de rechtbank dat dit feiten zijn waar zwaar aan wordt getild, ook als die woninginbraak enkel als doel heeft het wegnemen van de sleutel van de personenauto die op de oprit staat. Woninginbraken veroorzaken nu eenmaal niet alleen de nodige materiële schade, maar veroorzaken voor de bewoners ook gevoelens van angst en onveiligheid. Die ernst van het feit komt tot uitdrukking in de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken, waar voor een woninginbraak in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden geldt.

Op grond van diezelfde oriëntatiepunten is op het wegnemen van een personenauto120 uren taakstraf gesteld. Voor wat betreft de strafmaat bij de witwasfeiten bestaat er geen LOVS-oriëntatiepunt. Wel zal de rechtbank aansluiting zoeken bij het oriëntatiepunt voor fraude. Witwassen wordt immers, net als fraudedelicten, ernstiger en strafwaardiger naarmate de bedragen waar het om gaat hoger worden. De maximale strafbedreiging op witwassen (zes jaar) is zelfs hoger dan die bij de meeste fraudedelicten. Volgens het oriëntatiepunt geldt als uitgangspunt bij een benadelingsbedrag tussen de € 10.000,- en de € 70.000 een gevangenisstraf van tussen de twee en de vijf maanden. Bij een bedrag van ongeveer

€ 32.500,- komt daarom een gevangenisstraf van drie tot vier maanden in beeld.

Dit zou betekenen dat voor verdachte op grond van de landelijke oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tenminste 16 maanden het uitgangspunt zou moeten zijn. De rechtbank heeft dan nog geen rekening gehouden met het strafblad van verdachte en met de strafverzwarende omstandigheden waaronder de feiten werden gepleegd, zoals het in vereniging plegen van de feiten en de constatering dat het plegen van de feiten een min of meer georganiseerd karakter had.

Voor wat betreft de persoonlijke omstandigheden van verdachte geldt dat verdachte heeft verklaard dat hij getrouwd is, een woning heeft en dat hij werkt bij [naam 22] . De rechtbank beschikt daarnaast over informatie die daarover door de raadsman naar voren is gebracht en uit het inmiddels verouderde reclasseringsadvies van 1 september 2015 blijkt.

De rechtbank stelt gelet daarop vast dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte sinds 2015 zijn gewijzigd, dat hij inmiddels getrouwd is, een woning heeft en werk heeft als maaltijdbezorger. Voorts constateert de rechtbank dat verdachte ruim zes maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en dat hij, na de schorsing van die voorlopige hechtenis, nog 11 maanden onder elektronische controle heeft gestaan middels een enkelband. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat een dergelijke elektronische controle een ingrijpende voorwaarde is, waardoor verdachte nog gedurende 11 maanden in zijn vrijheid werd beperkt.

Voorts zal de rechtbank rekening houden met een overschrijding van de redelijke termijn in die zin dat, zoals de verdediging heeft aangevoerd, het niet aan de verdediging te wijten is geweest dat de termijn van twee jaar is overschreden. Wel maakt de rechtbank daarbij de kanttekening dat het onderzoek Lantana een omvangrijk onderzoek is geweest met een groot aantal verdachten en dat die bijzondere omstandigheden op zich een langere termijn rechtvaardigen, echter niet in de mate die thans aan de orde is.

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, het ondergane elektronisch toezicht en de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte, zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op leggen die qua duur gelijk is aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Verdachte hoeft thans dan ook niet terug naar de gevangenis.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte nog wel een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, teneinde verdachte ervan te weerhouden om zich in de toekomst opnieuw aan dergelijke feiten schuldig te maken en zal zij aan verdachte een taakstraf opleggen van 240 uren, dit om de ernst van de bewezenverklaarde feiten te benadrukken.

7 Het beslag

7.1

De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in beslag genomen TomTom navigator, kleur zwart, aan verdachte, aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in beslag genomen € 1.250,- aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon, te weten de moeder van verdachte, [naam 21] .

7.2

De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien de bewezenverklaarde witwas feiten met betrekking tot dit geld is begaan.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 33, 33a, 47, 57, 310, 311, 416 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 3: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feiten 4 en 7, telkens: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

feit 5: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feit 6: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking;

feit 8: Witwassen;

feit 9: Medeplegen van witwassen;

feit 10: Opzetheling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 189 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende

hechtenis zal worden toegepast van 4 maanden;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een TomTom Navigator, kleur zwart;

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen geld tot een bedrag van € 32.570,= (dit is inclusief de opbrengst van de personenauto Seat Ibiza, kenteken [kenteken 8] );

- gelast de teruggave aan [naam 21] (de moeder van verdachte) van € 1.250,=;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Weert, voorzitter, mr. Collombon en mr. Schild, rechters, in tegenwoordigheid van Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 mei 2018.

Mrs. Collombon en Schild zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal in het onderzoek “Lantana van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 2162. Het proces-verbaal van aangifte door [naam 4] , pagina 398.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 404.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 378.

4 Het geschrift, pagina 383, als bijlage gevoegd bij het onder voetnoot 3 genoemde proces-verbaal van bevindingen.

5 De geschriften, pagina’s 384 en 389, als bijlagen gevoegd bij het onder voetnoot 3 genoemde proces-verbaal van bevindingen.

6 De geschriften, pagina’s 390 en 393, als bijlagen gevoegd bij het onder voetnoot 3 genoemde proces-verbaal van bevindingen.

7 Het geschrift, pagina 396, als bijlage gevoegd bij het onder voetnoot 3 genoemde proces-verbaal van bevindingen.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2124.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1331.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1333 en 1341

11 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1381.

12 Het geschrift, pagina 1386.

13 De processen-verbaal identiteitsonderzoek aangetroffen voertuigonderdelen, pagina’s 407 en 408.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 378.

15 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 302.

16 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 15] , pagina 824.

17 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 19] , pagina 306.

18 Hert proces-verbaal van bevindingen m.b.t. het GPS-baken, pagina 308.

19 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 257.

20 Het proces-verbaal van observaties, pagina 314.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 336.

22 Het proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, Pagina 347.

23 Het proces-verbaal OVC-gesprek, pagina 347.

24 Het proces-verbaal OVC-gesprek, pagina 368.

25 Het proces-verbaal OVC gesprek, pagina 368.

26 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 13] , pagina 1212.

27 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 20] pagina 961.

28 Proces-van aangifte door [naam 8] , pagina 164.

29 Proces-verbaal van bevindingen OVC gesprekken voorverkenning, pagina 179.

30 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 189.

31 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 191.

32 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 194.

33 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 221.

34 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 227.

35 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 240.

36 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1404 en proces-verbaal identificatieonderzoek personenauto Mercedes A, pagina 1417.

37 Proces-verbaal doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 1757.

38 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1049.

39 Het proces-verbaal verdenking witwassen, pagina 1045.

40 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1827.

41 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1118.

42 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1070.

43 Het proces-verbaal verdenking witwassen, pagina 1045.

44 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 619.

45 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 13] , pagina 1233.

46 Het geschrift, te weten een kennisgevingen van inbeslagneming.