Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:3000

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18-05-2018
Datum publicatie
23-05-2018
Zaaknummer
02/820509-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Betreft het onderzoek “Lantana”.Verdachte heeft bij een woninginbraak autosleutels weggenomen, met als doel het wegnemen van een dure personenauto. Voorts was hij de heler van twee dure gestolen personenauto’s. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van een jaar, waarvan 189 dagen voorwaardelijk, waarmee het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest (ruim 6 maanden). Daarnaast wordt een taakstraf opgelegd van 120 uren, waarbij rekening is gehouden werd gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn en met het feit dat verdachte na de voorlopige hechtenis nog 11 maanden onder elektronisch toezicht heeft gestaan..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/820509-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 mei 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Van Rooijen, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 18 april 2018 en 4 mei 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Bezem, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat:

1.

Feit 4 relaaspv

hij op of omstreeks 13 maart 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning,

gelegen aan de van [adres 1] aldaar, heeft weggenomen twee

autosleutels (van een BMW 328I, kenteken [kenteken 1] en een VW Golf, kenteken

[kenteken 2] ) toebehorende aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of van [naam 3]

, waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs hebben verschaft door een of meerdere gaatjes te boren in de

achterdeur van die woning;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

Feit 4 relaaspv

hij op of omstreeks 13 maart 2015, te Waalwijk tezamen en in vereniging met

een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

twee personenauto's ( een BMW 328I met kenteken [kenteken 1] en een VW Golf met

kenteken [kenteken 2] ) en/of een hoeveelheid goederen (die in de auto's lagen),te

weten: een HP laptop (Probook 45090) en/of twee (zonne)brillen (Ray Ban en/of

Marc Jacobs) en/of een jas (Tommy Hilfiger) en/of 6 DVD's en/of een werktas

toebehorende aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of van [naam 3]

waarbij verdachte(n) de auto's en/of de genoemde goederen onder hun bereik

hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2015 tot en met 29 mei 2015,in elk

geval op of omstreeks 29 mei 2015 te Moergestel,tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal telkens

een of meer goed(eren), te weten een of meer onderde(e)l(en) (een stuurairbag

en/of een dashboard en/of een voorstoel en/of een navigatiesysteem en/of twee

portieren en/of twee gordijnairbags) van een Volkswagen Golf (met kenteken

[kenteken 2] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2015 tot en met 01 juli 2015,in

elk geval op of omstreeks 01 juli 2015, te Udenhout,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal telkens een of meer goed(eren), te weten een of

meer onderde(e)l(en) (een dashboardunit en/of een

kast van een motormanagement en/of een navigatiesysteem en/of een rempedaal

en/of een ABS-systeem en/of een stuurnok met stuur) van een BMW (kenteken

[kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art. 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

Feit 3 relaaspv

hij op of omstreeks 13 april 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning,

gelegen aan de [adres 2] aldaar, heeft weggenomen een sleutelbos

(met o.a. autosleutels) toebehorende aan [naam 4] en/of [naam 5] ,

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking van een

raam van die woning

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

Feit 3 relaaspv

hij op of omstreeks 13 april 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto ( een VW Golf met kenteken [kenteken 3] ) en/of een (sport)jas

(merk:Adidas) toebehorende aan [naam 4] en/of [naam 5] waarbij

verdachte(n) de auto en/of de jas onder hun bereik hebben gebracht door middel

van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

Feit 2 relaaspv

hij op een of meerdere tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 05 mei

2015 tot en met 18 mei 2015, in elk geval op of omstreeks 18 mei 2015 te

Tilburg en/of te Zaltbommel, in elk geval (ergens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een personenauto (Range Rover Evoque met kenteken [kenteken 4] )

heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

Feit 1 relaaspv

hij op een of meerdere tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 28 mei

2015 tot en met 29 mei 2015, in elk geval op of omstreeks 29 mei 2015 te

Tilburg en/of te Moergestel, in elk geval (ergens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een personenauto (Mercedes-Benz,A-klasse, kenteken:

[kenteken 5] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

7.

Feit 4 relaaspv

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2015 tot en met 23 juni 2015,in

elk geval op of omstreeks 23 juni 2015 te Tilburg, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen van een

voorwerp, te weten een stuurairbag (afkomstig van een gestolen VW Golf met

kenteken [kenteken 2] ), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld,

althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat

voorwerp, te weten [naam 1] en/of [naam 2] , althans een ander dan

verdachte en/of zijn mededaders, was of wie bovenomschreven voorwerp,

voorhanden heeft/hebben gehad en/of verworven heeft/hebben en/of overgedragen

heeft/hebben en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben gebruik gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit

enig misdrijf (diefstal valse sleutel), immers heeft hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) dat genoemde voorwerp (stuurairbag) gemonteerd of laten monteren

op een personenauto op naam van hem, verdachte en/of op naam van [naam 6]

(een VW Golf met kenteken [kenteken 6] ) en/of daarmee onderdeel gemaakt

of laten maken van die VW Golf (op naam van verdachte en/of [naam 6] )

met kenteken [kenteken 6] .

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 420quater lid 1 ahf/ond a en b Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1, 2 subsidiair, 3, 4 primair, 5, 6 en 7 primair wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de volgende feiten en omstandigheden:

feiten 1, 2 en 7

 de aangifte;

 het aantreffen van auto-onderdelen in een door [naam 7] gehuurde loods te Moergestel en de identificatie van die onderdelen;

 de verklaring van [naam 8] ;

 een tapgesprek waaruit blijkt dat [naam 7] en [verdachte] (hierna telkens: [verdachte] ) met de verhuurder willen gaan praten;

 het aantreffen van auto-onderdelen in een door [naam 9] gehuurde loods te Udenhout en de identificatie van die onderdelen;

 tapgesprekken en observaties waaruit blijkt dat [verdachte] contact onderhield met [naam 9] ;

 het aantreffen van een airbag afkomstig uit de VW Golf [kenteken 2] in de VW Golf met het kenteken [kenteken 6] , in gebruik bij [verdachte] ;

 het te koop aanbieden op Marktplaats van de VW Golf [kenteken 6] , met het telefoonnummer van [verdachte] ;

feiten 3 en 4

 de aangifte;

 tapgesprekken tussen [naam 10] (hierna telkens: [naam 10] ), [verdachte] en [naam 11] , tapgesprekken tussen [verdachte] en [naam 7] ; een tapgesprek tussen [naam 10] en [naam 12] , een tapgesprek tussen [naam 9] en [verdachte] en een tapgesprek tussen [naam 10] en [verdachte] ;

 de herkenning van [naam 10] of [verdachte] in de Volkswagen Golf [kenteken 3] door de politie;

 de transactie tussen [verdachte] en [naam 9] betreffende het motorblok;

 de inkijk in de loods [adres 3] te Moergestel en het volledige onderzoek daarna in die loods;

 het onderzoek in de loods aan de [adres 4] te Tilburg;

feit 5

 de aangifte;

 de verklaring van [naam 13] ;

 tapgesprekken tussen [naam 13] en [naam 10] ;

 de observaties bij de garagebox [adres 5] ;

 OVC gesprekken [naam 10] over “pakken van een Range Rover”;

 een tapgesprek tussen [verdachte] en [naam 10] ;

 tapgesprekken tussen [verdachte] en [naam 14] ;

 een tapgesprek tussen [verdachte] en [naam 13] ;

feit 6

 aangifte;

 tapgesprekken over een voornemen te gaan stelen op 22 mei 2015;

 de controle van [verdachte] door de politie op 22 mei 2015;

 de gegevens van het peilbaken op de Seat Ibiza in gebruik bij [naam 10] ;

 OVC-gesprekken [naam 10] en [naam 11] ;

 het waarnemen van de gestolen Mercedes in de garagebox [adres 5] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en heeft daartoe aangevoerd dat:

 veel tap- en OVC-gesprekken enkel quotes zijn waar de politie bedenkingen bij heeft, maar die niet concreet zien op een bepaald ten laste gelegd feit;

 de aanname van de politie dat verdachte één van de huurders/gebruikers was van de garagebox aan het [adres 5] nergens op gebaseerd is;

 de verklaring van [naam 8] van het bewijs dient te worden uitgesloten omdat de verdediging niet de mogelijkheid heeft gehad om haar belastende verklaringte toetsen en omdat die verklaring ook niet betrouwbaar zou zijn omdat [naam 8] de partner is van [naam 7] en zij ook zelf als verdachte is aangemerkt;

Naast de hiervoor genoemde algemene verweren heeft de verdediging met betrekking tot de tenlastegelegde feiten voorts nog aangevoerd:

feiten 1 en 2

 er is alleen TCI-informatie die richting verdachte wijst;

 het onderzoek van de plaats delict (PD) heeft geen bewijs richting verdachte opgeleverd;

 uit het dossier blijkt niet hoe en door wie de verschillende auto-onderdelen in de loodsen te Moergestel en Udenhout terecht zijn gekomen en er is in ieder geval geen link naar verdachte;

 niet duidelijk is hoe de airbag in de Volkswagen Golf [kenteken 6] terecht is gekomen, of verdachte daarmee van doen had en of verdachte wist of moest vermoeden dat die airbag van diefstal afkomstig zou zijn;

feiten 3 en 4

 niets plaatst verdachte bij de PD en niets plaatst verdachte in of bij de auto in kwestie;

 het enige wat er tegen verdachte ligt zijn telefoongesprekken waaraan verdachte heeft deelgenomen, waar onder meer over een “snelle 7” wordt gesproken, en waar vraagtekens bij te plaatsen zijn, waarbij de verdediging opmerkt dat gewaakt moet worden voor gissingen en het te veel zelf invullen van feiten;

feit 5

 verdachte zou de bewuste auto uit de garagebox aan het [adres 5] hebben gereden hetgeen volgens de verdediging geen opzetheling oplevert omdat niet duidelijk is wat tegen verdachte is gezegd en niet duidelijk is waaruit verdachte op moest maken dat het een gestolen voertuig betrof;

feit 6

 de aanwezigheid van verdachte in de garagebox waar de Mercedes stond is onvoldoende om te kunnen spreken van opzet en ander bewijs daarvoor is er ook niet;

feit 7

 de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 6] is een eerlijk gekochte auto;

 er kan bij verdachte geen wetenschap worden aangetoond dat de stuurairbag in die auto van diefstal afkomstig was;

 de feiten 1, 2 en 7 vormen één feitencomplex.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot de feiten 1, 2 primair en subsidiair en 7 heeft de rechtbank vastgesteld dat de onder feit 1 en 2 genoemde personenauto’s werden weggenomen en dat onderdelen van die auto’s werden aangetroffen in een loods aan de [adres 3] te Moergestel en in een loods aan de [adres 6] te Udenhout en voorts dat een stuurairbag afkomstig uit de Golf met kenteken [kenteken 2] werd aangetroffen in de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 6] . Deze Volkswagen Golf was, op verzoek van [verdachte] , op naam gesteld van zijn broer, [naam 6] .

Aan de orde is allereerst de vraag in hoeverre [verdachte] betrokken is geweest bij voornoemde loodsen en bij de in die loodsen aangetroffen gestolen goederen.

Uit het eind-proces-verbaal is vast komen te staan dat de loods aan de [adres 3] werd gehuurd door [naam 7] (hierna telkens: [naam 7] ) en dat [verdachte] bij een observatie ook gezien werd bij die loods, samen met [naam 9] (hierna telkens: [naam 9] ) en voornoemde [naam 7] . Ook had [verdachte] telefonisch contact met [naam 7] en [naam 9] en zou uit het versluierde taalgebruik kunnen worden opgemaakt dat men het had over een auto of auto-onderdelen. Het enige concrete bewijs voor de stelling dat [verdachte] ook gebruik heeft gemaakt van de loods aan de [adres 3] en daarmee ook verantwoordelijk kan worden gehouden voor de gestolen goederen die daar werden aangetroffen, is de verklaring van [naam 8] (hierna telkens: [naam 8] ). Zij heeft namelijk verklaard dat deze loods van [naam 7] en [verdachte] samen was. De rechtbank stelt echter met betrekking tot deze verklaring vast dat [naam 8] in het onderzoek Lantana ook als verdachte werd aangemerkt omdat zij degene was die voor [naam 7] auto’s en auto-onderdelen aanbood op Marktplaats. Voorts was zij, in ieder geval in de periode dat zij een verklaring heeft afgelegd, de vriendin van [naam 7] en had zij er belang bij om een voor [verdachte] belastende verklaring af te leggen om op die manier haar vriend [naam 7] te ontlasten. De rechtbank is van oordeel dat de door [naam 8] afgelegde verklaring derhalve onvoldoende betrouwbaar is en dat zij daarom die verklaring buiten beschouwing zal laten en niet voor het bewijs zal gebruiken.

Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank van oordeel is dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om [verdachte] verantwoordelijk te houden voor de in de loods aan de [adres 3] aangetroffen gestolen auto-onderdelen.

Hetzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor de gestolen goederen die in de loods aan de [adres 6] te Udenhout werden aangetroffen. Die loods werd namelijk gehuurd door [naam 9] en voorts blijkt alleen dat [verdachte] contacten onderhield met [naam 9] . De rechtbank is van oordeel dat dit onvoldoende is om [verdachte] verantwoordelijk te houden voor de in die loods aanwezige gestolen goederen.

Dit geldt zowel voor de tenlastegelegde inbraak en diefstal als voor de heling. Met betrekking tot de tenlastegelegde inbraak en diefstal met behulp van een valse sleutel overweegt de rechtbank nog het volgende. Er is CIE-informatie dat [verdachte] betrokkenheid heeft gehad bij de diefstal van de auto’s. Dergelijke informatie kan echter niet dienen als bewijsmiddel. In het dossier zijn verder geen bewijsmiddelen voorhanden voor betrokkenheid van [verdachte] bij de diefstallen.

Tot slot is er nog de weggenomen stuurairbag die in de bij [verdachte] in gebruik zijnde VW Golf met het kenteken [kenteken 6] werd aangetroffen. De rechtbank stelt vast dat met betrekking tot de historie van die VW Golf niets bekend is. Uit het dossier is niets gebleken omtrent de herkomst van die auto en ook is niet duidelijk sinds welke datum die auto op naam van [naam 6] stond of bij [verdachte] in gebruik was. Het gegeven dat de aangetroffen stuurairbag door een verbalisant eerder in de loods aan de [adres 3] te Moergestel is gezien, wil nog niet zeggen dat [verdachte] specifieke wetenschap met betrekking tot die stuurairbag had. Ook overigens is niet vast komen te staan dat hij wist dat in zijn auto een stuurairbag zat die van diefstal afkomstig was.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is voor de onder 1, 2 primair en subsidiair en 7 tenlastegelegde feiten en zij zal [verdachte] dan ook van die feiten vrijspreken.

De feiten 3 en 4

In de nacht van 12 op 13 april 2015 werd er ingebroken in de woning op het adres [adres 2] te Waalwijk. [naam 4] heeft van die inbraak aangifte gedaan, mede namens de benadeelde [naam 5] en heeft verklaard dat het raam van de keuken was ingeslagen met een stoeptegel. Bij die inbraak bleek dat de contactsleutel van een Volkswagen Golf VII, kenteken [kenteken 3] , [nummer] was weggenomen. Voornoemd voertuig bleek ook te zijn weggenomen. In het voertuig bevond zich nog een jas, merk Adidas1. Op 17 april 2015 wordt deze Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 3] gezien in Tilburg en de verbalisant meende de bestuurder te herkennen als een van de tweelingbroers [naam 10] of [verdachte]2. Uit opgenomen tapgesprekken is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat in de periode van 12 en 13 april 2015 telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen [naam 10] , [verdachte] , [naam 11] , en [naam 7] en dat uit het versluierde taalgebruik in die telefoongesprekken kan worden afgeleid dat [naam 10] en [verdachte] bij de diefstal van de Golf VII betrokken zijn geweest3. Zo belt [verdachte] op 12 april 2015 met een onbekende en zegt hij dat hij de volgende dag een kadootje komt brengen4. Voorts vinden op 12 april 2015 tussen 23.00 uur en 24.00 uur telefoongesprekken plaats tussen [verdachte] , [naam 10] , [naam 7] en [naam 11] , waarin afspraken worden gemaakt om die nacht op pad te gaan5. Na eerdergenoemde inbraak vinden er telefoongesprekken plaats, waarin [naam 10] en [verdachte] meedelen dat ze er maar eentje hebben en waarbij [verdachte] ook aangeeft dat ze “een snelle 7” hebben en waarin voorts [naam 10] en [verdachte] met elkaar over de prijs praten6. [verdachte] heeft op 13 april 2015 nog telefonisch contact met [naam 9] , waarbij wordt gesproken over de “snelle 7”.7 Daarna vinden er telefoongesprekken plaats tussen [verdachte] en [naam 9] waarin wordt gesproken over de afname van auto-onderdelen en dat een maat van [naam 9] de spullen op komt halen.8

Op 14 april 2015 spreken [verdachte] en [naam 9] af bij de shoarmatent in Tilburg9 en bij een observatie wordt gezien dat één van de broers [naam 15] een ontmoeting had met een onbekende man bij een shoarmazaak in Tilburg. Samen rijden ze naar een autoschadebedrijf in Tilburg, waar [naam 7] instapt, waarna het drietal naar de loods aan de [adres 3] te Moergestel rijdt10. Op 16 april 2015 wordt gezien dat [verdachte] met [naam 7] naar de loods aan de [adres 3] te Moergestel rijdt. Vanaf het terrein van Bo-rent vertrekt een klein model vrachtauto naar de loods aan de [adres 3] te Moergestel en wordt gezien dat de vrachtauto achteruit wordt geparkeerd, half in een van de geopende loodsdeuren. Na een uur is de vrachtauto naar de loods aan de [adres 6] te Udenhout gereden. Bij die loods kwam een BMW aangereden11, welke BMW op naam is gesteld van [naam 9] .12

Vervolgens werden op 29 mei 2015 in een loods aan de [adres 3] te Moergestel een navigatiesysteem, een stuurairbag en een rechter en linker voorstoel met [nummer] waargenomen, voor welk voertuig met [nummer] het kenteken [kenteken 3] was afgegeven.13

Bij een zoeking in de bij [naam 9] in gebruik zijnde loods aan de [adres 4] te Tilburg, werden op 1 juni 2015 een motor en een versnellingsbak aangetroffen, die bleken te behoren bij een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 3]14.

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat [verdachte] actief betrokken is geweest bij de tenlastegelegde inbraak in de woning op het adres [adres 2] te Waalwijk en bij de diefstal van de Volkswagen Golf VII, kenteken [kenteken 3] , en vervolgens ook bij het verhandelen van onderdelen van die Volkswagen Golf. [verdachte] is betrokken geweest bij de voorbereiding, bij de daadwerkelijke uitvoering van het feit en bij het verkopen van gestolen onderdelen en de rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen [verdachte] en zijn mededaders en hij kan daarom dan ook als medepleger van de onder 3 en 4 genoemde feiten worden aangemerkt.

Feit 5

In de nacht van 4 op 5 mei 2015 wordt te Tilburg een Range Rover Evoque, kenteken

[kenteken 4] weggenomen. [naam 16] heeft van deze diefstal mede namens [naam 17] aangifte gedaan. Bij de diefstal werd de achterruit van het voertuig verwijderd15. [naam 13] heeft verklaard dat hij de betreffende Range Rover heeft gestolen. Hij heeft het achterraam eruit gehaald. Hij was niet degene die de auto heeft gestart. Voorts heeft hij de auto naar Noord gereden. Hij wil verder niet over andere mensen praten.16 Op 16 mei 2015 werd diezelfde Range Rover gezien in een garagebox aan de het [adres 5] te Tilburg17. Uit bevindingen met betrekking tot het GPS-baken op de Seat Ibiza van [naam 10] is vast komen te staan dat de Seat Ibiza op 5 mei 2015 naar Tilburg reed, naar de wijk Reeshof, en omstreeks 03.03 uur werd geparkeerd aan de [adres 7] in Tilburg18. Uit OVC gesprekken in de Seat Ibiza werd duidelijk dat de Seat zich heeft verplaatst vanaf de [adres 7] te Tilburg naar de [adres 8] te Tilburg. Voorafgaand aan de diefstal van 5 mei 2015 heeft [naam 10] meermalen telefonisch contact met [naam 13] waarbij werd gezegd dat ze iets hebben gezien, dat werd gesproken om op pad te gaan en dat [verdachte] heeft gezegd dat [naam 10] maar met [naam 13] moet gaan. [naam 10] en [naam 13] spreken af om dan maar met zijn tweeën te gaan en uiteindelijk spreken [naam 10] en [naam 13] telefonisch af om in de nacht van 4 op 5 mei 2015 op pad te gaan19. Na de ontdekking op 16 mei 2015 van de Range Rover in de garagebox aan het [adres 5] te Tilburg, heeft op 18 mei 2015 een observatie van die garagebox plaatsgevonden en werd door de observanten waargenomen dat omstreeks 13.50 uur een zwarte Opel Corsa vanuit de Perosistraat de parkeerplaats bij de [naam 20] kwam oprijden en daar parkeerde. Vervolgens zagen de observanten een grijze Seat Ibiza vanuit de Perosistraat ook het parkeerterrein oprijden en parkeren. Vanuit de Opel Corsa liep een man in de richting van de Seat Ibiza. Vervolgens zien observanten twee mannen vanuit de richting van de grijze Seat Ibiza in de richting van de garagebox lopen. Een van de mannen werd herkend als een van de tweelingbroers [naam 15] , [naam 10] of [verdachte] . De onbekende man liep met twee handelaarskentekenplaten met laatste cijfercombinatie 44.

Beide mannen stopten ter hoogte van garagebox [adres 5] en [naam 15] opende de garagebox.

Een paar minuten later werd gezien dat een personenauto, merk Range Rover, type Evoque, kleur zwart, uit de garagebox kwam rijden. Achterop het voertuig zat een groene kentekenplaat [kenteken 7] . Ook werd gezien dat de achterruit van het voertuig versplinterd was.

Observanten zagen dat de onbekende man naar de bestuurderskant liep en dat [naam 15] de garagebox dicht deed. [naam 15] liep in de richting van het parkeerterrein en de Range Rover reed in de richting van de Perosistraat en stopte aan het eind van de garageboxen ter hoogte van de Seat Ibiza en de Opel Corsa. [naam 15] had aan de bestuurderszijde van de Range Rover nog contact met de bestuurder. [naam 15] liep daarna in de richting van de Opel Corsa en de Range Rover reed in de richting van de Perosistraat. Gezien werd dat de Seat Ibiza achter de Range Rover stil stond. Vervolgens werd gezien dat de zwarte Opel Corsa achter de Seat Ibiza ging staan. Het kenteken van de Opel Corsa betrof [kenteken 8]20. De Opel Corsa met het kenteken [kenteken 8] staat op naam van [naam 14]21. Uit de gegevens van het baken, geplaatst op de Seat Ibiza [kenteken 9] , in gebruik bij [naam 10] is vast komen te staan dat het betreffende voertuig geparkeerd stond op het Verdiplein te Tilburg en om 13.47 uur stopt in de Perosistraat, in de directe omgeving van het [adres 5] . Om 13.52 uur vertrekt het voertuig naar Zaltbommel.22 In een op diezelfde dag en tijdstip opgenomen OVC-gesprek in de Seat Ibiza in gebruik bij [naam 10] , is [naam 10] in gesprek met [verdachte] . [verdachte] spreekt over [naam 14] en “Corsa”. [naam 10] zegt “met de Corsa vanuit Zaltbommel kan hij gelijk weg”. [naam 10] , [verdachte] en NN-man begroeten elkaar. Voorts wordt gesproken over het wegpakken van sleutels bij een huis in de Reeshof en heeft [verdachte] het over de Range Rover en daarover heeft hij gezegd dat hij met tweeënhalf of drie kwam23.

De rechtbank is op grond van vorenstaande bevindingen, alles in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat [verdachte] na het wegnemen van de Range Rover betrokken is geweest bij de aflevering van die Range Rover op 18 mei 2015 en het overbrengen van die auto naar Zaltbommel. De omstandigheden dat [verdachte] kort vóór het wegnemen van de Range Rover heeft aangegeven dat [naam 10] maar met [naam 13] op pad moest gaan, de Range Rover ook nu werd veilig gesteld in de garagebox van [naam 10] aan het [adres 5] en in aanmerking nemende dat het zichtbaar was dat de achterruit van de Range Rover ontbrak, maakt dat de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen acht dat [verdachte] op het moment dat hij met anderen de Range Rover voorhanden had, wist dat die Range Rover van diefstal afkomstig was en zich daarmee heeft schuldig gemaakt aan opzetheling van die Range Rover.

Feit 6

[naam 19] heeft aangifte gedaan van inbraak in zijn woning te Goirle en de diefstal van een Mercedes-Benz, A-klasse, kenteken [kenteken 5] , kleur wit.24

Tijdens OVC-gesprekken van 21 mei 2015, opgenomen in de Seat Ibiza van [naam 10] , wordt door [naam 10] en [naam 11] (hierna telkens: [naam 11] ) gesproken over auto’s die ze zien staan in de omgeving waar ze op dat moment rijden. Voorts wordt gesproken over camera’s die door hen worden waargenomen en de mogelijkheid om zo snel mogelijk weg te komen uit de wijk. Tijdens het rondrijden valt hun oog op een A-4, waarbij een deel van het kenteken door [naam 10] wordt genoemd, te weten: “ [kenteken 10] ” en wordt gezegd dat ze die morgen “gaan kleppen”.25 Het onderzoeksteam heeft deze diefstal op dat moment kunnen voorkomen. In de nacht van 21 op 22 mei 2015 werd omstreeks 00.20 uur vernomen dat de mobiele telefoon van [verdachte] gebruik maakte van een zendmast in de directe omgeving van de locatie [adres 9] te Goirle. Op die locatie zien verbalisanten een Opel Astra geparkeerd staan, waar twee mannen bij stonden. Een van deze mannen werd door de verbalisanten herkend als [verdachte]26 en beide mannen werden gecontroleerd. Kort na die controle om 00.35 uur belt [verdachte] naar [naam 10] en [verdachte] zegt in dit gesprek dat [naam 10] vandaag moet skippen en dat er politie was. Om 00.37 uur belt [naam 10] naar [naam 11] en [naam 10] zegt dat [verdachte] daar in de buurt was en dat er de hele dag insecten zijn.27

Op 28 mei 2015 rijden [naam 10] en [naam 11] opnieuw in de Seat Ibiza en stoppen om 02.43 uur op de Everhardus Potgieterdreef in Goirle. Deze locatie is in de omgeving van de [adres 9] te Goirle en [naam 11] zegt dan dat ze eerst moeten verkennen waar ze zijn. Vervolgens lijkt het erop dat ze het voertuig verlaten. Daarna begeeft de auto van [naam 10] zich om 02.55 uur naar de Haydnstraat te Tilburg, een locatie in de omgeving van de woning van [naam 10] , en om 03.19 uur verplaatst de auto zich van de Haydnstraat naar de Perosistraat te Tilburg28. Om 03.19 uur zitten [naam 10] en [naam 11] weer in de auto en in een gesprek geven zij details die passen bij wat er bij het wegnemen van de Mercedes-Benz is gebeurd.29

Op 28 mei 2015 heeft een verbalisant de garagebox aan het [adres 5] te Tilburg betreden en heeft daar een witte Mercedes A klasse, kenteken [kenteken 5] aangetroffen.30 Van die garagebox zijn door het onderzoeksteam na het aantreffen video-opnames gemaakt en op die videobeelden is te zien dat op 29 mei 2015 om 17.07 uur een van de tweelingbroers [naam 15] aan komt lopen met een onbekende man. [naam 15] opent de garagebox en gaat samen met een onbekende man de garagebox binnen en sluit de deur. De andere broer [naam 15] komt aanlopen met een tweede onbekende man. Ook zij gaan de garagebox binnen. Omstreeks 17.13 uur komen ze allemaal weer uit de garagebox. Om 20.00 uur loopt de tweede onbekende man naar de garagebox, opent deze en gaat naar binnen. Nu is de eerste broer [naam 15] bij hem. Er komt een witte Mercedes de garagebox uitrijden, waarvan de tweede onbekende man de bestuurder is. De tweede onbekende man rijdt met de Mercedes weg. De genoemde broer [naam 15] sluit de garagebox en rijdt weg in een blauwe Fiat, kenteken [kenteken 11] . Deze auto staat op naam van [verdachte] . Verbalisant heeft de tweede onbekende man herkend als [naam 7]31. Voornoemde Mercedes werd op 29 mei 2015 aangetroffen in de hiervoor bij de feiten 3 en 4 genoemde loods aan de [adres 3] te Moergestel32.

De rechtbank is op grond van vorenstaande bevindingen, alles in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat [verdachte] van het wegnemen van de Mercedes Benz op de hoogte was en daarna betrokken is geweest bij de aflevering van die Mercedes Benz op 29 mei 2015.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] op het moment dat de Mercedes in de garagebox aan het [adres 5] stond en hij die auto samen met [naam 10] op 29 mei 2015 voorhanden heeft gehad en aan anderen heeft overgedragen, wist dat die Mercedes Benz van diefstal afkomstig was.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

3.

hij op of omstreeks 13 april 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning,

gelegen aan de [adres 2] aldaar, heeft weggenomen een sleutelbos

(met o.a. autosleutels) toebehorende aan [naam 4] en/of [naam 5],

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking van een

raam van die woning;

4.

hij op of omstreeks 13 april 2015 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een

ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto ( een VW Golf met kenteken [kenteken 3] ) en/of een (sport)jas

(merk: Adidas) toebehorende aan [naam 4] en/of [naam 5] waarbij

verdachte(n) de auto en/of de jas onder hun bereik hebben gebracht door middel

van een valse sleutel;

5.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 05 mei

2015 tot en met 18 mei 2015, in elk geval op of omstreeks 18 mei 2015 te

Tilburg en/of te Zaltbommel, in elk geval (ergens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een personenauto (Range Rover Evoque met kenteken [kenteken 4] )

heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 28 mei

2015 tot en met 29 mei 2015, in elk geval op of omstreeks 29 mei 2015 te

Tilburg en/of te Moergestel, in elk geval (ergens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een personenauto (Mercedes-Benz,A-klasse, kenteken:

[kenteken 5] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de dagen die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij de strafbepaling rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en ook te kijken naar de straffen die aan de medeverdachten in deze zaak zijn opgelegd. Voorts is volgens de verdediging het verloop van de procedure van belang, waarbij het inmiddels bijna drie jaar geleden is dat verdachte voor deze feiten werd aangehouden. De verdediging heeft verzocht hier rekening mee te houden en met de omstandigheden dat de voorlopige hechtenis van verdachte na ruim een half jaar werd geschorst onder een aantal voorwaarden, waaronder het plaatsen van een enkelband gedurende een periode van elf maanden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich in de periode van half april 2015 tot eind mei 2015 schuldig gemaakt aan een in vereniging gepleegde woninginbraak, met het enkele doel om een autosleutel weg te nemen, de diefstal in vereniging van een personenauto en het medeplegen van opzetheling van twee dure personenauto’s.

Voor wat betreft de woninginbraak overweegt de rechtbank dat dit een feit is waar zwaar aan wordt getild, ook als die woninginbraak enkel als doel heeft het wegnemen van de sleutel van de personenauto die op de oprit staat. Een woninginbraak veroorzaakt nu eenmaal niet alleen de nodige materiële schade, maar veroorzaakt voor de bewoners ook gevoelens van angst en onveiligheid. Die ernst van het feit komt tot uitdrukking in de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken, waar voor een woninginbraak in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden geldt.

Op grond van diezelfde oriëntatiepunten is op het wegnemen van een personenauto 120 uren taakstraf gesteld en voor de heling van personenauto’s geldt naar het oordeel van de rechtbank hetzelfde nu het de helers zijn die het voor de stelers aantrekkelijk maken om goederen weg te nemen.

Dit zou betekenen dat voor verdachte op grond van de landelijke oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tenminste negen maanden het uitgangspunt zou moeten zijn. De rechtbank heeft dan nog geen rekening gehouden met het strafblad van verdachte en met de strafverzwarende omstandigheden waaronder de feiten werden gepleegd, zoals het in vereniging plegen van de feiten en de constatering dat het plegen van de feiten een min of meer georganiseerd karakter had.

Voor wat betreft de persoonlijke omstandigheden van verdachte geldt dat verdachte ook daaromtrent ter terechtzitting een beroep heeft gedaan op zijn zwijgrecht. De rechtbank beschikt dan ook alleen over informatie die daarover door de raadsman naar voren is gebracht en hetgeen uit het inmiddels verouderde reclasseringsadvies van 14 augustus 2015 blijkt. In dit rapport is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of een werkstraf geadviseerd. De rechtbank constateert dat verdachte ruim zes maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en dat hij, na de schorsing van die voorlopige hechtenis, nog 11 maanden onder elektronische controle heeft gestaan middels een enkelband. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat een dergelijke elektronische controle een ingrijpende voorwaarde is, waardoor verdachte nog gedurende 11 maanden in zijn vrijheid werd beperkt.

Voorts zal de rechtbank rekening houden met een overschrijding van de redelijke termijn in die zin dat, zoals de verdediging heeft aangevoerd het niet aan de verdediging te wijten is geweest dat de termijn van twee jaar is overschreden. Wel maakt de rechtbank daarbij de kanttekening dat het onderzoek Lantana een omvangrijk onderzoek is geweest met een groot aantal verdachten en dat die bijzondere omstandigheden op zich een langere termijn voor afdoening van de zaak rechtvaardigen, echter niet in de mate die thans aan de orde is.

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en het ondergane elektronisch toezicht zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op leggen die qua duur gelijk is aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Verdachte hoeft thans dan ook niet terug naar de gevangenis.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte nog wel een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, teneinde verdachte ervan te weerhouden om zich in de toekomst opnieuw aan dergelijke feiten schuldig te maken en zal zij aan verdachte een taakstraf opleggen van 120 uren, dit om de ernst van de bewezenverklaarde feiten te benadrukken.

7 Het beslag

7.1

De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

7.2

De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat die voorwerpen aan verdachte toebehoren en die voorwerpen tot het begaan van misdrijven zijn vervaardigd of bestemd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 33, 33a, 47, 57, 63, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2 primair en subsidiair en 7 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 3: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 4: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

feiten 5 en 6, telkens: Medeplegen van opzetheling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 189 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende

hechtenis zal worden toegepast van 2 maanden;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1, 2, 3, 5, 11, 12, 13 en 14;

- verklaart verbeurd de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 6, 7, 8, 9 en 10;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Weert, voorzitter, mr. Collombon en mr. Schild, rechters, in tegenwoordigheid van Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 mei 2018.

Mr. Collombon en mr. Schild zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal in het onderzoek “Lantana van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 2162. Het proces-verbaal van aangifte door [naam 4] , pagina 398.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 404.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 378.

4 Het geschrift, pagina 383, als bijlage gevoegd bij het onder voetnoot 3 genoemde proces-verbaal van bevindingen.

5 De geschriften, pagina’s 384 en 389, als bijlagen gevoegd bij het onder voetnoot 3 genoemde proces-verbaal van bevindingen.

6 De geschriften, pagina’s 390 en 393, als bijlagen gevoegd bij het onder voetnoot 3 genoemde proces-verbaal van bevindingen.

7 Het geschrift, pagina 396, als bijlage gevoegd bij het onder voetnoot 3 genoemde proces-verbaal van bevindingen.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2124.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1331.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1333 en 1341

11 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1381.

12 Het geschrift, pagina 1386.

13 De processen-verbaal identiteitsonderzoek aangetroffen voertuigonderdelen, pagina’s 407 en 408.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 378.

15 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 302.

16 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 13] , pagina 824.

17 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 18] , pagina 306.

18 Hert proces-verbaal van bevindingen m.b.t. het GPS-baken, pagina 308.

19 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 257.

20 Het proces-verbaal van observaties, pagina 314.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 336.

22 Het proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, Pagina 347.

23 Het proces-verbaal OVC-gesprek, pagina 347.

24 Proces-van aangifte door [naam 19] , pagina 164.

25 Proces-verbaal van bevindingen OVC gesprekken voorverkenning, pagina 179.

26 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 189.

27 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 191.

28 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 194.

29 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 221.

30 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 227.

31 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 240.

32 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1404 en proces-verbaal identificatieonderzoek personenauto Mercedes A, pagina 1417.