Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:2668

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
02-05-2018
Zaaknummer
02-700217-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

schieten op woning in Terneuzen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/700217-17

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 april 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

raadsman mr. J. Wouters, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 april 2018, waarbij de officier van justitie mr. M.C. Fimerius en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

feit 1

hij op of omstreeks 09 september 2017 te Terneuzen, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1]

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, van het leven te

beroven,

opzettelijk na kalm beraad en/of rustig overleg, althans opzettelijk,

meermalen, althans eenmaal met een of meer vuurwapen(s) in de richting van die

[slachtoffer 1] heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 09 september 2017 te Terneuzen, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, en/of met zware mishandeling, door dreigend met een of meer

vuurwapen(s) in de richting van die [slachtoffer 1] en/of in de richting van de

woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te schieten, in elk geval dreigend met een

of meer vuurwapen(s) in de nabijheid/omgeving van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

te schieten;

feit 2

hij op of omstreeks 09 september 2017 te Terneuzen, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie

III, onder 1, te weten een of meer vuurwapen(s) in de vorm van een pistool,

en/of munitie van categorie III, te weten een aantal scherpe patronen,

voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van bedreiging met een vuurwapen en het medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen en munitie. Zij vordert vrijspraak van het ten laste gelegde medeplegen van moord c.q. doodslag, omdat zij niet bewijsbaar acht dat door verdachte en diens medeverdachten vooraf werd afgesproken om op [slachtoffer 1] te schieten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten (feit 1 in al zijn varianten) nu niet is vast te stellen dat verdachte bij het schietincident aanwezig is geweest.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Voordat de rechtbank de onderscheiden feiten zal bespreken, zal eerst worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Betrouwbaarheid van de verklaringen

Door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn bij de politie en de rechter-commissaris verklaringen afgelegd over hun wetenschap van de namen van de personen die bij de schietpartij aanwezig zouden zijn geweest. De rechtbank constateert dat zowel [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hierover enigszins wisselend hebben verklaard. [slachtoffer 1] heeft echter al binnen enkele uren na het incident op 9 september 2017 ten overstaan van een verbalisant een eerste verklaring afgelegd waarin hij [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) als schutter aanwijst. Dit maakt dat de rechtbank deze verklaring als betrouwbaar aanmerkt. [slachtoffer 2] daarentegen wordt pas op 18 september 2017 door de politie gehoord. Hij heeft verklaard dat hij vier personen heeft gezien, te weten verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Bij de rechter-commissaris komt hij gedeeltelijk terug op die verklaring. Aldaar heeft hij verklaard dat hij zeker weet dat hij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft herkend, van de anderen weet hij dat niet. Dit deel van zijn verklaring wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, waardoor de rechtbank zijn verklaring voor wat betreft dit deel wél als betrouwbaar aanmerkt, maar voor het overige niet gebruikt.

Feiten en omstandigheden

Op zaterdag 9 september 2018 omstreeks 04.05 uur kwam bij de politie Zeeland-West-Brabant een melding binnen dat er meerdere vechtpartijen en conflicten plaatsvonden op de Grote Markt te Hulst. Naar aanleiding van deze melding zijn er verschillende eenheden ter plaatse gegaan. Aldaar bleek dat [medeverdachte 1] vermoedelijk door [slachtoffer 2] met een fles was gestoken dan wel was geslagen. [slachtoffer 2] bevestigt later dat hij met zijn glas het hoofd van verdachte heeft geraakt. [medeverdachte 1] is vervolgens in ieder geval met verdachte in de auto die [medeverdachte 3] bestuurde in de richting van Terneuzen gereden. De rechtbank destilleert vervolgens uit het dossier de volgende tijdlijn tussen het moment van voornoemd glasincident en het tenlastegelegde.

04.15

uur: verbalisant [naam 1] ziet dat de man met het bebloede gezicht in een grijs/zilverkleurige Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] wordt gezet.

De rechtbank begrijpt uit het voorgaande dat dit [medeverdachte 1] moet zijn geweest.

04.19

uur: op camerabeelden is te zien dat voornoemde auto de Grote Markt te Hulst verlaat.

Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn van Hulst naar Terneuzen gereden. De afstand tussen de Grote Markt te Hulst en Terneuzen bedraagt volgens Google Maps 21,3 kilometer en behelst 23 minuten reistijd met de auto.

04.39

uur: met de telefoon van verdachte, een Alcatel Pixi wordt een foto gemaakt van [medeverdachte 1] met een bebloed gezicht, ontbloot bovenlijf, grijs t-shirt met bloedvlekken in zijn hand en een donkerblauwe boxershort met lichtblauwe band.

04.43

uur: met voornoemde telefoon wordt een foto gemaakt waarop een persoon is te zien met ontbloot bovenlijf, met een soortgelijk t-shirt als dat van [medeverdachte 1] (grijs met bloedvlekken), met een donkerblauwe boxershort met lichtblauwe band aan, met in zijn hand een vuurwapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.

De rechtbank gaat er gelet op de zeer korte tijdspanne tussen beide foto’s en de overeenkomstige uiterlijke kenmerken vanuit dat de persoon op deze foto [medeverdachte 1] is.

05.02

uur: met voornoemde telefoon wordt een foto gemaakt van verdachte met in zijn hand een vuurwapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.

05.05

uur: de foto’s waarop [medeverdachte 1] te zien is met een bebloed gezicht en met een vuurwapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp worden verstuurd aan het telefoonnummer [telefoonnummer] , het telefoonnummer van de dochter ( [naam 2] ) van de vriendin van verdachte ( [naam 3] ).

Aangever [slachtoffer 1] heeft enkele uren na de schietpartij ten overstaan van een verbalisant verklaard dat hij via het raam van de badkamer op de eerste verdieping zag dat er vier Antilliaanse gasten bij hem voor de woning stonden (rechtbank: dit betreft de woning gelegen aan de [adres 1] te Terneuzen). Hierop heeft hij het raam geopend en geroepen wat zij wilden. Hij zou vervolgens meerdere vuurwapens hebben gezien en gezien hebben dat één van de personen een vuurwapen op hem richtte. Hij heeft verklaard dat hij geroepen heeft dat hij naar beneden zou komen en dat als ze echte mannen waren ze dan ook op hem moesten schieten. Er zou een aantal maal vanaf de straat voor de woning in zijn richting zijn geschoten op het moment dat hij via het badkamerraam aan het roepen was. Hij is vervolgens naar beneden gelopen en via de voordeur naar buiten gegaan. Toen hij buiten liep zag hij dat de vier mannen vanuit de richting van de Lindelaan een aantal malen in zijn richting schoten en daarna snel wegrenden. Hij hoorde roepen dat ze hem naar buiten zagen komen en dat er geschoten moest worden.

De persoon die een vuurwapen op hem richtte en die ook in zijn richting schoot was een persoon met lange dreads waarvan hij weet dat deze persoon [medeverdachte 1] wordt genoemd. De rechtbank merkt op dat met [medeverdachte 1] verdachte wordt bedoeld.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] heeft zien schieten. In eerste instantie verklaart hij dat hij vier personen heeft gezien, maar hij nuanceert dit later door te zeggen dat hij alleen zeker weet dat hij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft herkend. Hij weet niet of [medeverdachte 2] heeft geschoten. De rechtbank merkt op dat met [medeverdachte 2] verdachte [medeverdachte 2] wordt bedoeld.

Getuige [naam 4] , bewoonster van de woning aan de [adres 2] , heeft verklaard dat zij rond 05.30 uur uit het badkamerraam naar buiten heeft gekeken. Zij zag drie vermoedelijk Antilliaanse mannen voor haar woning staan. Eén van deze mannen had een pistool in zijn rechter hand en schoot gericht de straat in richting nummer [adres 1] . Zij hoorde vervolgens dat de mannen met elkaar spraken en ze zag dat één van de mannen het pistool overpakte. Deze man had niet zo’n donkere huidskleur als de andere twee mannen. Ook deze man schoot gericht in de richting van nummer [adres 1] . Ze zag en hoorde dat hij vijf à zes keer schoot. Hierna zag zij alle drie de mannen weglopen door de brandgang langs haar woning.

Getuige [naam 5] , bewoonster van de woning aan de [adres 3] , heeft verklaard dat zij omstreeks 05.30 uur harde klappen hoorde op straat en vervolgens uit het slaapkamerraam keek. Zij zag vier mannen staan, waarvan er één plotseling een pistool uit zijn kleding pakte. Ze zag en hoorde dat deze man het pistool vier keer naar boven richtte en afvuurde. De man heeft niet alle schoten achter elkaar gelost. Er werd één schot gelost toen hij voor nummer [adres 1] stond en nog drie schoten toen de mannen wegliepen in de richting van de Lindelaan. [naam 5] heeft 112 gebeld en tijdens het gesprek hoorde zij nog twee schoten.

Uit voorgaande verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [naam 4] en [naam 5] concludeert de rechtbank dat er in ieder geval drie personen bij het schietincident aanwezig waren en dat er door twee verschillende personen gericht op [slachtoffer 1] is geschoten. Immers [naam 4] heeft gezien dat het pistool van de ene op de andere schutter is overgaan en dat beiden hebben geschoten. De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte in de richting van

[slachtoffer 1] heeft geschoten op het moment dat deze vanuit het badkamerraam naar buiten keek en dat de tweede persoon in diens richting heeft geschoten toen [slachtoffer 1] naar buiten liep.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij na het schietincident de voordeur open deed, een auto hoorde rijden en in de richting van de Beukenstraat is gerend. Hij zag vanaf links de grijze Golf aan komen rijden. De politie is achter deze auto aangereden de Beukenstraat in, waarna ook [slachtoffer 2] met zijn vader en broertje er achteraan is gereden. De Golf werd klemgereden en de inzittenden werden aangehouden.

Op zaterdag 9 september 2018 omstreeks 05.30 uur kwam bij de politie Zeeland-West-Brabant de opdracht binnen om te gaan naar de [adres 1] te Terneuzen, alwaar geschoten zou zijn. Verbalisanten zijn ter plaatse gegaan. Op het moment dat zij door de Iepenlaan te Terneuzen, in de richting van de Goudenregenstraat reden, zagen zij, al rijdend op de Beukenlaan, komend vanuit de richting Goudenregenstraat, een zilverkleurig klein model auto wegrijden. Verbalisanten zijn de auto gevolgd de Dokweg op, recht de Azaleastraat in en vervolgens de Geraniumstraat in. De auto werd wegens wegwerkzaamheden voor de Rozenstraat tot stilstand gebracht. Het voertuig betrof de zilverkleurige Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken] , waarin eerder in Hulst de betrokkenen bij het eerder genoemde conflict weg waren gereden. De inzittenden, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , werden aangehouden.

Gelet hierop kan het niet anders zijn dan dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] bij het schietincident aanwezig dan wel betrokken zijn geweest. [slachtoffer 2] is immers direct na het schietincident de auto gevolgd die bij het schietincident betrokken is geweest. Hij ziet vervolgens een politiewagen ook achter de auto aanrijden, waarna vervolgens [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] door de politie worden aangehouden. De rechtbank stelt vervolgens vast dat de drie personen die in ieder geval bij het schietincident aanwezig zijn geweest [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn geweest.

De rechtbank overweegt voorts dat uit het dossier blijkt dat verdachte voorafgaand aan het schietincident in de Goudenregenstraat samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in Hulst is geweest. Hij is vervolgens samen met hen weer terug naar Terneuzen gereden. Uit de op zijn telefoon aangetroffen afbeeldingen maakt de rechtbank op dat verdachte tot tenminste 05.05 uur in de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] heeft gezeten. Dit laat echter onverlet dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte tussen het tijdstip van de foto (05.05 uur) en het tijdstip van de melding van het schietincident (05.30 uur), samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] is geweest, en dat hij derhalve aanwezig moet zijn geweest bij het schietincident. Verdachte verklaart voorts ten stelligste dat hij niets met de schietpartij te maken heeft gehad. Nu geen van de getuigen van het schietincident dan wel aangever

[slachtoffer 1] verdachte op de plaats delict plaatsen, en [slachtoffer 2] op zijn eerdere verklaring op dit punt nadien terugkomt, kan de rechtbank verdachte niet kwalificeren als medepleger van de tenlastegelegde poging tot moord, de poging tot doodslag of de bedreiging. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 2

Gelet op de vrijspraak van feit 1 in samenhang met de hiervoor weergegeven motivering is de rechtbank van oordeel dat ook feit 2 voor wat betreft het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie niet kan worden bewezen.

Voor zover de officier van justitie ook bedoeld heeft ten laste te leggen het voorhanden hebben van het vuurwapen dat op de foto’s op de telefoon van verdachte te zien is, merkt de rechtbank hierover het volgende op. Zij is van oordeel dat enkel en alleen op grond van een foto van verdachte met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp niet kan worden vastgesteld tot welke categorie uit de Wet Wapens en Munitie dit behoort. Nu de rechtbank gelet op vorenstaande niet kan vaststellen onder welke categorisering dit afgebeelde vuurwapen valt, moet verdachte ook voor het voorhanden hebben van dit afgebeelde vuurwapen worden vrijgesproken.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.M. de Jager, voorzitter, mr. R.A. Borm en

mr. E.J. Zuijdweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Willeboordse, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 april 2018.