Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:2233

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12-04-2018
Datum publicatie
07-05-2018
Zaaknummer
02-800286-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht en medeplegen van belaging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800286-17

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 april 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1992, te [geboorteplaats] ,

verblijvende aan de [adres] ,

raadsman mr. G.N. Weski, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 maart 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Nieuwenhuis en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

1.

hij op of omstreeks 15 april 2017 te Roosendaal [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- voornoemde [slachtoffer 1] bij de nek/keel vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) een mes op de keel van voornoemde [slachtoffer 1] gezet en/of

- een mes op voornoemde [slachtoffer 1] gericht en/of gericht gehouden en/of

- een mes aan voornoemde [slachtoffer 1] getoond;

2.

hij op of omstreeks 15 april 2017 te Roosendaal [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes op voornoemde [slachtoffer 2] gericht en/of gericht gehouden en/of een mes aan voornoemde [slachtoffer 2] getoond;

3.

hij in of omstreeks 01 juni 2014 tot en met 24 december 2015 te Zundert en/of Krimpen aan den IJssel en/of Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] en/of haar ouders, in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 3] en/of haar ouders, in elk geval die ander(en) te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal

- voornoemde [slachtoffer 3] en/of haar ouder(s) gebeld, althans laten bellen en/of

- een bestelling van shoarma laten bezorgen bij die [slachtoffer 3] en/of haar ouders en/of

- de tuin behorende bij de woning van die [slachtoffer 3] en/of haar ouders betreden, althans laten betreden en/of

- een brievenbus bij de woning van die [slachtoffer 3] en/of haar ouders vernield/beschadigd, althans laten vernielen/beschadigen;

4.

hij op of omstreeks 24 december 2015 te Krimpen aan den IJssel en/of Dordrecht en/of Zundert, althans in Nederland [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Je komt er wel achter als ik vrijkom wat voor psychopaat ik ben. Wat denk je wel niet, mij voor drie en een half jaar opsluiten. Je gaat alles terug betalen wat ik kwijt ben. Je gaat de grond in.", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Ten aanzien van de bedreiging van [slachtoffer 1] (feit 1) baseert hij zich op de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] en getuige [slachtoffer 2] alsmede het geconstateerde letsel.

De officier van justitie baseert zich ten aanzien van de bedreiging van [slachtoffer 2] (feit 2) op de verklaring van aangever [slachtoffer 2] en op de verklaring van verdachte dat hij een mes in zijn handen had.

Met betrekking tot de belaging (feit 3) gaat de officier van justitie uit van een kortere periode dan ten laste is gelegd, te weten van 11 november 2015 tot en met 24 december 2015. De officier van justitie is van mening dat alleen het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het bellen en laten bellen naar [slachtoffer 3] en haar ouders wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat verdachte van de overige onderdelen moet worden vrijgesproken. Hij baseert zich hierbij op de aangifte, het onderzoek naar de telefoon- en mastgegevens en de stemherkenning door [slachtoffer 3] en haar ouders op 24 december 2015.

De officier van justitie baseert zich ten aanzien van de bedreiging van [slachtoffer 3] (feit 4) op de aangifte en de hiervoor genoemde stemherkenningen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft verdachte een alternatieve lezing gegeven. De verklaring van aangever en getuige [slachtoffer 2] staan lijnrecht tegenover de ontkennende verklaring van verdachte. De raadsman merkt hierbij op dat [slachtoffer 1] zwaar onder invloed van alcohol was en hij ook onjuist heeft verklaard dat hij alleen in de auto zou zijn gestapt. De raadsman geeft aan zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank aan wiens verklaring de meeste waarde wordt gehecht.

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 2 en wijst daarbij op het feit dat het opzettelijk karakter ontbreekt. De gemoederen waren hoog opgelopen door wat eraan vooraf ging, maar verdachte ontkent [slachtoffer 2] te hebben bedreigd. Verdachte heeft dan ook zelf contact gezocht met de politie en zijn mes afgegeven.

De verdediging bepleit ook vrijspraak van feit 3. De raadsman betoogt dat niet kan worden vastgesteld dat de legio nummers waarmee gebeld is onder verdachte zijn aangetroffen. Er is maar één moment waarop de stem van verdachte wordt herkend. Verdachte heeft slechts twee keer naar de familie [naam 5] gebeld, hetgeen volgens de verdediging niet kan worden aangemerkt als een stelselmatige inbreuk. Verder ontkent verdachte dat hij tegen anderen zou hebben gezegd dat ze [slachtoffer 3] moesten bedreigen. Hij was er ook niet bij op het moment dat anderen belden zodat verdachte eveneens dient te worden vrijgesproken van het medeplegen.

De verdediging is van mening dat de rechtbank ook niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 4. De raadsman betoogt dat verdachte heeft ontkend [slachtoffer 3] te hebben bedreigd en dat ook overigens uit de bewoordingen geen ondubbelzinnige bedreiging volgt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 (bedreiging [slachtoffer 1] ) en feit 2 (bedreiging [slachtoffer 2] )

[slachtoffer 1] heeft op 15 april 2017 aangifte gedaan van mishandeling c.q. bedreiging. Hij verklaarde die dag om ongeveer 4:00 uur uit het café [naam 1] in Roosendaal te zijn weggegaan richting de taxistandplaats. Daar is hij in een taxi gestapt waar een conflict gaande was tussen de taxichauffeur en een man met een Marokkaans uiterlijk, die op de bijrijdersstoel zat. Deze man draaide zich om en richtte zich op hem. Hij had een mes in zijn hand en dreigde hiermee en viel hem aan. De man zette een mes op zijn keel. Dit is ook te zien aan zijn nek. Hij voelde zich bedreigd en hij had pijn en letsel op zijn arm en nek. Bij de aangifte zijn foto’s gevoegd van de verwondingen bij aangever.1

Ook de taxichauffeur, [slachtoffer 2] , heeft op 15 april 2017 aangifte gedaan. Hij verklaarde dat hij omstreeks 5:25 uur in de bocht bij de kruising Molenstraat met de Dominestraat stond toen drie jongens instapten. Eén jongen met een donker getint uiterlijk en twee jongens met een Marokkaans uiterlijk. De jongen met een Marokkaans uiterlijk, vrij lang, ongeveer 1.90 meter en met zwart (grijs wordend) lang haar dat hij achterover in een knot droeg, ging voorin naast hem zitten. Op de kruising Phillipslaan met de Bredaseweg is [slachtoffer 2] gestopt en is de Marokkaanse jongen achterin uitgestapt. Toen hij weer verder reed zag hij dat de jongen die naast hem zat, zich omdraaide in zijn stoel. Hij zag dat hij een klapmes in zijn rechterhand had. Het mes had een zwart handvat en een lemmet van ongeveer 10 centimeter lang. Hij zag dat hij dit mes bij de jongen achterin op zijn keel zette. Hij zag dat hij met het mes zijn keel raakte en hoorde de jongen “au” roepen en zeggen “waarom zet je een mes op mijn keel”. Hij hoorde dat de jongen met het mes riep of hij dood wilde . Hij riep vervolgens dat hij de auto moest stoppen. Toen hij stopte, stapte de jongen die achterin zat uit. De jongen met het mes richtte zich toen ineens op hem. Hij had het mes nog steeds in zijn rechterhand en hield het mes met de punt naar hem toe op zo’n 30 centimeter bij hem vandaan. Hij kwam dreigend op hem over en hij voelde zich bedreigd.2

[naam 2] , werkzaam bij hetzelfde taxibedrijf als [slachtoffer 2] , zag die dag rond 4:45 uur dat [slachtoffer 2] binnen kwam lopen en dat hij overstuur was en het leek alsof hem iets ergs was overkomen. Hij hoorde [slachtoffer 2] vertellen dat hij zojuist in Roosendaal was bedreigd met een mes in zijn taxi terwijl hij personen aan het vervoeren was.3

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de man die achterin de taxi zat, heeft bedreigd door hem met zijn linkerhand vast te pakken bij zijn nek, terwijl hij in zijn hand een mes vasthield.4

Verdachte ontkent dat hij het mes bij [slachtoffer 1] tegen zijn keel heeft gehouden en zegt dat het letsel moet zijn ontstaan doordat hij erg lange nagels had. Dit door verdachte geschetste scenario, rijmt niet met de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, zodat de rechtbank aan die verklaring als ongeloofwaardig voorbij zal gaan.

Ten aanzien van de bedreiging van [slachtoffer 2] geldt dat de rechtbank meer waarde hecht aan de door de (nuchtere) taxichauffeur, [slachtoffer 2] , afgelegde verklaring, dan aan de door verdachte afgelegde verklaring die op het moment van het incident (behoorlijk) onder invloed was van alcohol en drugs. De verklaring van [slachtoffer 2] vindt bovendien steun in de verklaring van [naam 2] die [slachtoffer 2] direct na het incident overstuur bij de taxicentrale heeft zien binnenkomen, waar [slachtoffer 2] onmiddellijk heeft verteld over de hem overkomen bedreiging.

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd, zoals onder 1 en 2 ten laste is gelegd.

Feit 3 (belaging) en feit 4 (bedreiging [slachtoffer 3] )

Op 21 januari 2016 heeft [naam 3] mede namens zijn vrouw [naam 4] en dochter [slachtoffer 3] aangifte gedaan van stalking door verdachte, de ex-vriend van zijn dochter. Hij verklaarde dat zijn dochter in 2012 aangifte tegen verdachte had gedaan van wederrechtelijke vrijheidsberoving en openlijk geweld in vereniging met zware mishandeling . Hij verklaarde verder dat hij in september 2014 telefonisch contact had gehad met de politie omdat ze al enige tijd lastig werden gevallen. Nadat het ongeveer een jaar rustig was geweest, werden zij weer telefonisch lastig gevallen. Op 13 november 2015 werd er 25 keer gebeld. Op 9 december 2015 werd er op hun vaste telefoonlijn in een uur tijd wel een keer of tien gebeld met nummer [telefoonnummer 1] . Dit nummer is in gebruik als er vanuit de gevangenis wordt gebeld. Meestal als er werd opgenomen bleef het stil en werd er niets gezegd. Na een halve minuut of een minuut werd er dan opgehangen. Op 14 december 2015 om 21:08 uur werd er gebeld naar de huistelefoon door nummer [telefoonnummer 2] . Toen hij opnam werd er gezegd: “he kankerlijer, geef mij die hoer eens”. Op 24 december 2015 werd er twee keer achter elkaar anoniem gebeld, maar niets gezegd. Tussen 19:10 en 19:17 uur werd er twaalf keer anoniem gebeld. Om 19:17 uur werd er naar de huistelefoon gebeld en nam hij op en zette de luidspreker aan zodat ze alle drie, [naam 3] , zijn vrouw en zijn dochter, konden meeluisteren. Deze keer herkenden ze overduidelijk de stem van [verdachte] . Ze hoorde hem op een gefrustreerde toon zeggen: “waarom zeggen jullie niets”. Om 19:17 uur werd er weer anoniem gebeld en nam hij weer op. Zij zeiden niets en het duurde wel eventjes voordat zij een stem hoorden die zei: ”domme mensen zijn jullie. Je hoopt dat ik er iets van geleerd heb in de gevangenis. Maar ik heb er niets van geleerd, is alleen maar erger geworden. Je komt er wel achter als ik vrij kom wat voor psychopaat ik ben. Wat denk je wel niet, mij voor 3,5 jaar opsluiten. Je gaat alles terugbetalen wat ik kwijt ben. je gaat de grond in. Ben je dat op een bandje aan het opnemen, maar mij niks uit, ik ben toch vrijgesproken. Die kankerhoer krijg ik nog wel.“ Zij herkenden alle drie wederom overduidelijk de stem van [verdachte] . Zij voelden zich niet veilig in hun eigen huis en waren bang dat de ramen ingegooid werden omdat dit in het verleden namelijk ‘s nachts al tot twee keer toe was gebeurd.5

Op 21 januari 2016 verklaarde [slachtoffer 3] dat er op 24 december 2015 om 19:17 uur iemand anoniem naar de huistelefoon had gebeld. De telefoon was op de luidspreker gezet. Ze hoorde de stem van haar ex-vriend [verdachte] en ze hoorde hem de passage, zoals in de door haar vader gedane aangifte genoemd staat, zeggen. Namelijk onder andere dat ze er wel achter zou komen wat voor psychopaat hij is en dat ze de grond in zou gaan. Ze herkende de stem als die van verdachte doordat ze een relatie met hem heb gehad. Ze voelde zich door die woorden die hij zei bedreigd en was echt bang dat hij die woorden en bedreigingen ten uitvoer zou brengen.6

Ook [naam 4] heeft verklaard dat er door verdachte is gebeld op 24 december 2015 en dat hij bovenstaande heeft gezegd. Ze herkende zijn stem als de stem van verdachte en zij herkende zijn snelle manier van praten.7

Op 19 februari 2016 deed [slachtoffer 3] zelf ook aangifte van bedreiging door verdachte op 24 december 2015 en verklaarde dat er in 2014 tussen juni en oktober meerdere malen anoniem werd gebeld. Hierna is het een hele tijd stil geweest, maar in november 2015 begon het weer.8

Jacobs heeft een logboek bijgehouden aangaande de ontvangen telefoontjes op hun huistelefoonnummer [telefoonnummer 3] . Hierin staat onder andere het volgende:

Op zaterdag 14 november 2015 werd er om 21:08 uur gebeld met nummer [telefoonnummer 4] en gezegd: “He kankerlijer geef mij die hoer eens”.

Vandaag 09-12-2015 is er op onze vaste telefoonlijn in een uur tijd weer een keer of 10 gebeld, deze keer weer met het nummer [telefoonnummer 1] . Met dit nummer werd ongeveer een jaar geleden ook gebeld. Dit nummer is in gebruik als er vanuit de gevangenis wordt gebeld. De eerste keer is er opgenomen door [slachtoffer 3] omdat ze dacht dat het voor haar was. Een mannenstem zei weet je wie ik ben, denk maar eens goed na. Hierna heb ik de volgende keren opgenomen en alleen maar geluisterd. Meestal werd er gezegd hallo” en een keer werd er gezegd “ Hee depressief persoon zeg eens iets”.

Van 12 november 2015 tot en met 24 december 2015 werd er ruim vijftig keer anoniem gebeld.9

De telefoongegevens van het Telio telefoonnetwerk, welk wordt gebruikt binnen de penitentiaire inrichtingen in Nederland, zijn vervolgens uitgeluisterd.

Uit onderzoek bleek dat er op 14 november 2015 om 21:08 uur een telefoongesprek heeft plaatsgevonden van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] naar de huistelefoon van de familie [naam 5] . Dit komt overeen met de logboekgegevens. 10

Het telefoonnummer [telefoonnummer 5] heeft tussen 11 november 2015 en 18 november 2015 48 keer contact opgenomen met het telefoonnummer van de familie [naam 5] . Het telefoonnummer [telefoonnummer 6] heeft op 24 december 2015 14 keer contact opgenomen met het telefoonnummer van de familie [naam 5] .11 Het bleek dat bij deze contacten de masten werden aangestraald rond de PI Krimpen aan den IJssel (PI Rijnmond). Verdachte verbleef vanaf 16 juni 2015 in de PI Krimpen aan den IJssel.12

In de periode van 9 december 2015 tot 16 december werd er met telefoonnummer [telefoonnummer 1] twaalf maal contact opgenomen met het telefoonnummer van de familie [naam 5] .13 Op het eerste contact dat dateert van 9 december 2015 14:47 uur is de stem van verdachte door verbalisant herkend. Hij herkende de stem omdat hij hem in het initiële onderzoek ook had beluisterd en hoorde dat dit dezelfde stem betrof.14

Verdachte heeft verklaard dat hij zich altijd genaaid had gevoeld en hij daarom het huistelefoonnummer van de familie [naam 5] expres aan andere gedetineerden heeft gegeven om hen zo een beetje terug te naaien.15 Hij verklaarde verder dat hij [slachtoffer 3] in 2015 en 2016 twee of drie keer heeft gebeld .16

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank het medeplegen van belaging (feit 3) wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft zelf gebeld en een ander of anderen laten bellen. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging echter wel van oordeel dat de bewezenverklaarde periode aanzienlijk dient te worden ingekort tot de periode van 11 november 2015 tot en met 24 december 2015. De rechtbank is verder van oordeel dat alleen ten aanzien van het eerste gedachtestreepje (bellen en laten bellen) een bewezenverklaring kan volgen en zal verdachte van de overige onderdelen vrijspreken.

De rechtbank is gelet op de stemherkenning door drie personen van oordeel dat vaststaat dat verdachte op 24 december 2015 de tenlastegelegde bewoordingen heeft geuit jegens [slachtoffer 3] . De genoemde bedreiging kon , zowel objectief beschouwd qua woordgebruik, als gelet op de omstandigheden waaronder deze zijn geuit waarbij verdachte op langdurige en agressieve wijze contact bleef zoeken met zijn ex-partner, bij [slachtoffer 3] de redelijke vrees doen ontstaan dat verdachte zijn dreigementen zou uitvoeren. De woorden “je gaat de grond in” kunnen daarbij niet anders opgevat worden dan als een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank acht de onder 4 ten laste gelegde bedreiging van [slachtoffer 3] met een misdrijf tegen het leven gericht en het opzet daarop van verdachte dan ook wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op of omstreeks 15 april 2017 te Roosendaal [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- voornoemde [slachtoffer 1] bij de nek/keel vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) een mes op de keel van voornoemde [slachtoffer 1] gezet en/of

- een mes op voornoemde [slachtoffer 1] gericht en/of gericht gehouden en/of

- een mes aan voornoemde [slachtoffer 1] getoond;

2.

hij op of omstreeks 15 april 2017 te Roosendaal [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes op voornoemde [slachtoffer 2] gericht en/of gericht gehouden en/of een mes aan voornoemde [slachtoffer 2] getoond;

3.

hij in of omstreeks de periode van 11 november 2015 tot en met 24 december 2015 te Zundert en/of Krimpen aan den IJssel en/of Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] en/of haar ouders, in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 3] en/of haar ouders, in elk geval die ander(en) te dwingen iets te doen, niet te doen, te

dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal

- voornoemde [slachtoffer 3] en/of haar ouder(s) gebeld, en/of althans laten bellen en/of

- een bestelling van shoarma laten bezorgen bij die [slachtoffer 3] en/of haar ouders en/of

- de tuin behorende bij de woning van die [slachtoffer 3] en/of haar ouders betreden, althans laten betreden en/of

- een brievenbus bij de woning van die [slachtoffer 3] en/of haar ouders vernield/beschadigd, althans laten vernielen/beschadigen;

4.

hij op of omstreeks 24 december 2015 te Krimpen aan den IJssel en/of Dordrecht en/of Zundert, althans in Nederland [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Je komt er wel achter als ik vrijkom wat voor psychopaat ik ben. Wat denk je wel niet, mij voor drie en een half jaar opsluiten. Je gaat alles terug betalen wat ik kwijt ben. Je gaat de grond in.", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 76 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden een contactverbod met de familie [naam 5] alsmede de voorwaarden zoals de reclassering in haar rapport van 15 juni 2017 heeft geadviseerd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de eis van de officier van justitie in die zin dat verdachte bij een bewezenverklaring in ieder geval niet meer terug moet naar de gevangenis. Verdachte is bezig om zijn leven op de rails te krijgen en heeft al een flink aantal stappen gezet, waarbij het contact met de begeleider van Work-Wise goed verloopt.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van drie personen en belaging van zijn voormalige partner en haar ouders. De rechtbank acht dit ernstige feiten. Slachtoffers van dergelijke misdrijven ondervinden vaak gedurende langere periode gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid. Dit blijkt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [naam 4] en [slachtoffer 3] , waarin zij vragen om volledig met rust te worden gelaten en verzoeken om een gebieds- en contactverbod op te leggen. Verdachte lijkt echter de reikwijdte, ernst en de gevolgen van zijn gedragingen niet of onvoldoende te beseffen, zo valt (mede) uit zijn houding ter zitting af te leiden.

Ten nadele van de verdachte weegt de rechtbank mee dat is komen vast te staan dat verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 27 februari 2018, eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten.

De rechtbank heeft kennis genomen van het advies van Reclassering Nederland van 15 juni 2017. De reclassering schat gezien het delictverleden, de frequentie van de justitiecontacten ondanks eerder opgelegde sancties, de al langer bestaande problemen op een groot deel van de leefgebieden en de ambivalente veranderingsmotivatie van verdachte, het recidiverisico in als hoog. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld een meldplicht bij de reclassering en de verplichting om een actieve houding aan te nemen ten behoeve van het vinden en behouden van een passende dagbesteding of huisvesting ook wanneer dit een instelling voor begeleid wonen of soortgelijke instelling betreft. Verdachte dient zich volgens de reclassering verder te houden aan het (dag)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld. Daarnaast dient hij zich te conformeren aan de afspraken en aanwijzingen omtrent zijn financiële situatie en middelengebruik, waarbij het laatste kan worden ondersteund middels urinecontroles.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan de duur van het voorarrest noodzakelijk is. De rechtbank zal daarnaast een voorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen. Het voorwaardelijk strafdeel heeft enerzijds als doel verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit en anderzijds om een contact- en straatverbod op te kunnen leggen. De rechtbank acht het van belang dat [slachtoffer 3] en haar familie rust krijgen in hun leven en zal dan ook aan de voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarden een contactverbod alsmede een gebiedsverbod koppelen, zoals door hen ook is verzocht. Nu verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven dat hij - gelet op de moeizame samenwerking in het verleden - niet wenst mee te werken aan reclasseringstoezicht en hij in het vrijwillig kader al begeleiding heeft van Work-Wise, hetgeen goed lijkt te verlopen en waarbij al een paar stappen zijn gezet in de richting zoals door de reclassering is voorgesteld (zoals het vinden van passende huisvesting, het regelen van een ID-kaart en het behalen van een rijbewijs), ziet de rechtbank af van het opleggen van reclasseringstoezicht.

Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 76 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld het contact- en gebiedsverbod zoals hierna vermeld, passend en geboden is.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 63, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 3: medeplegen van belaging;

feit 4: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 76 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 3] en haar ouders [naam 3] en [naam 4] ;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in de Laarakkerstraat te Zundert;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Collombon, voorzitter, mr. Hertsig en mr. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van den Hurk-van der Zanden, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 april 2018.

De oudste rechter is verhinderd om dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt ten aanzien van de feiten 1 en 2 - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2017087490 Z van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 47 en ten aanzien van de feiten 3 en 4 een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2016109706 Z van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 130 Proces-verbaal aangifte, met bijlagen, p. 16-21

2 Proces-verbaal aangifte, p. 22-24 en proces-verbaal verhoor aangever, p. 25-26

3 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 27

4 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 29 maart 2018

5 Proces-verbaal aangifte, p. 18-21

6 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 27-28

7 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 29

8 Proces-verbaal aangifte, p. 66-68

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 23-25

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 46-49

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 38

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 39-40

13 Proces-verbaal bevindingen uitwerken printlijsten, p. 37

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31-35

15 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 29 maart 2018

16 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 29 maart 2018