Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:1148

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26-02-2018
Datum publicatie
26-02-2018
Zaaknummer
02-700177-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Noordgouwe. Belaging, meermalen gepleegd, en mishandeling. Strafmaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummers: 02/700177-14 en 02/688123-16 (gevoegd ttz)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 februari 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres ] ,

raadsman mr. H.J. Andel, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 februari 2018. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie

mr. M.C. Fimerius en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Parketnummer 02/700177-14

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007, in elk geval 28 februari

2014 tot en met 15 juli 2014 te Noordgouwe, gemeente Schouwen-Duiveland, in

elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3]

en/of [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] en/of [benadeelde partij 6]

en/of één of meer familieleden van voornoemde perso(o)n(en) en/of één

of meer (andere) (direct) omwonenden van het adres van verdachte, in elk geval

van (een) ander(en), met het oogmerk voormelde perso(o)n(en), in elk geval die

ander(en) te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te

jagen, immers heeft hij, verdachte, in bovengenoemde periode (telkens) het

rustig woongenot verstoord en/of overlast veroorzaakt voor voornoemde

perso(o)n(en) door:

- hinderlijk geluid te produceren (onder andere middels klepperen met een

deksel van een container en/of luid claxonneren en/of met planken/stukken

hout tegen elkaar slaan en/of het laten klinken van harde muziek) en/of

- hinderlijk met een zaklamp in hun richting te schijnen en/of

- hinderlijk te schijnen met het groot licht van zijn/een auto, en/of

- stankoverlast te veroorzaken (onder andere door (na 22.00 uur) zodanig vuur

te stoken in een vuurkorf dat (enorme) rookontwikkeling ontstaat) en/of

- hinderlijk vuurwerk af te steken en/of

- ( intimiderend) gas te geven met zijn/een auto en/of

- ( intimiderend) te schreeuwen en/of te schelden en/of te (schater)lachen

en/of hoongelach te laten horen in de richting van voornoemde perso(o)n(en)

en/of

- intimiderende bewegingen richting voornoemde perso(o)n(en) te maken (onder

andere het opsteken van een middelvinger) en/of

- voornoemde perso(o)n(en) ongewenst te fotograferen.

Parketnummer 02/688123-16

hij op of omstreeks 2 augustus 2015, te Noordgouwe, in de gemeente

Schouwen-Duiveland, [benadeelde partij 6] heeft mishandeld door die [benadeelde partij 6]

(meermalen) te slaan (met een stuk hout) op/tegen zijn (boven)lichaam.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de belaging gedurende de periode van 1 januari 2007 tot en met 15 juli 2014 en de mishandeling van [benadeelde partij 6] op 2 augustus 2015 wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie baseert zich ten aanzien van feit 1, de stalking, op de aangiften, de klachten, de bij de politie afgelegde en bij de rechter-commissaris bevestigende verklaringen van getuigen en de processen-verbaal van bevindingen.

Ten aanzien van feit 2, de mishandeling, baseert zij zich op de aangifte van [benadeelde partij 6] en de getuigenverklaringen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [getuige 1] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank voor beide feiten niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte van de feiten vrij te spreken. Verdachte ontkent de gestelde stankoverlast, het schijnen met een zaklantaarn en autokoplampen, schreeuwen, schelden, intimiderend zijn middelvinger opsteken en stelselmatig fotograferen.
Voor zover er sprake zou zijn van de aan verdachte verweten geluidsoverlast, zoals het sluiten van de kliko, de motorzaag, de harde muziek, het lachen, het gas geven met zijn auto, dan is dit niet bedoeld om hinder te veroorzaken en daarmee opzettelijk inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van de buurtbewoners.

Verdachte ontkent voorts de tenlastegelegde mishandeling van [benadeelde partij 6] .

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1
Bij de politie komen bij herhaling meldingen over overlast door verdachte binnen van buurtbewoners van de Zuiddijk in Noordgouwe, gemeente Schouwen-Duiveland.

[benadeelde partij 1] doet op 30 januari 2014 aangifte en klacht van stalking in de periode van 11 mei 2009 tot 30 januari 2014. Hij ervaart overlast van verdachte door het tegen elkaar slaan van planken, stenen en metalen voorwerpen, het langdurig en wisselend gas geven met de kettingzaag, het veelvuldig slaan met een kliko-deksel, schreeuwen, schelden, vuurwerk afsteken zodra verdachte hen zag, psychologische oorlogsvoering door geluiden te beantwoorden/spiegelen en intimiderend de middelvinger opsteken.12

Op 6 juni 2014 verklaart [benadeelde partij 1] over de periode van 28 februari 2014 tot en met 5 juni 2014 met betrekking tot de volgende handelingen van verdachte: het slaan met het containerdeksel, ’s nachts claxonneren, extra gas geven met de auto als hij langs de woning van aangever rijdt, overdreven hard lachen en veelvuldig de middelvinger opsteken.3 Op 18 juni 2015 bevestigt [benadeelde partij 1] bij de rechter-commissaris op 18 juni 2015 zijn bij de politie afgelegde verklaringen en maakt hij daarnaast melding van overlast veroorzaakt door verdachte door harde muziek en het verblinden met groot licht.4

[benadeelde partij 2] verklaart op 30 januari 2014 dat zij overlast ondervindt van verdachte omdat hij schreeuwt, scheldt, claxonneert, harde muziek draait, stank verspreidt door het stoken van plastic in een vuurkorf, vuurwerk afsteekt en zijn middelvinger opsteekt.5

Bij de rechter-commissaris op 18 juni 2015 bevestigt [benadeelde partij 2] haar bij de politie afgelegde verklaring.6

Op 12 februari 2018 verklaart [benadeelde partij 2] tegenover de officier van justitie dat zij haar verklaring als getuige heeft afgelegd in de veronderstelling dat zij aangifte deed. Zij doet ten overstaan van de officier van justitie klacht tegen verdachte.7

[benadeelde partij 3] doet op 12 februari 2014 aangifte van belaging/stalking tussen 1 juni 2013 en 12 februari 2014. Verdachte maakt harde geluiden en klappen, harde muziek van een geluidsapparaat in het open venster. Afgelopen oud en nieuw, eind december 2013 gooide verdachte rotjes op de Zuiddijk. Dit heeft verdachte zo’n 14 dagen volgehouden, tot half januari. Elke avond stak hij er tussen 22.00 en 22.30 uur een af. Elke avond bereidde [benadeelde partij 3] zich voor op de klap. Het waren enorme klappen.
Verdachte is bezig met stelselmatig herrie maken om de buurt te pesten. [benadeelde partij 3] kan daardoor niet meer genieten van de rust in de tuin.8

[benadeelde partij 4] doet op 12 februari 2014 aangifte en klacht van stalking in de periode van 12 juli 2013 tot 12 februari 2014. Zij ervaart overlast van het slaan met het deksel van een kliko, ijzer en hout tegen elkaar slaan, het zagen, met groot licht van de auto in huis schijnen, ‘s avonds pallets opstoken en er dingen opgooien waardoor extra rookontwikkeling ontstaat.910

Op 23 juni 2014 legt [benadeelde partij 4] een aanvullende verklaring af over de periode na haar eerste aangifte. Zij verklaart over overlast van het slaan op het deksel van de container, harde muziek met open ramen, schreeuwen, groot licht in de woning schijnen, plastic in de vuurkorf verbranden en opzettelijk gas geven bij het passeren van haar woning.11
Bij de rechter-commissaris op 8 juni 2015 bevestigt [benadeelde partij 4] haar eerdere verklaringen en meldt dat dit tot 8 juni 2015 is blijven doorgaan.12

[benadeelde partij 5] doet op 19 februari 2014 aangifte en klacht van stalking in de periode van 1 juli 2013 tot 19 februari 2014. Hij ervaart geluidsoverlast door herhaaldelijk keiharde muziek, gillende slijpmachine en/of kettingzaag en het tegen elkaar slaan van hout,

’s avonds vuur stoken en het afsteken van vuurwerk.1314
Bij de rechter-commissaris op 28 mei 2015 bevestigt [benadeelde partij 5] zijn verklaring bij de politie en voegt daaraan toe dat het begon met het klappen met de kliko en het slaan van hout. Hij ervaart daarnaast hinder van een slijptol en de rookontwikkeling van een vuur.15

[benadeelde partij 6] doet op 26 februari 2014 aangifte en klacht van stalking in de periode 26 juni 2013 tot 26 februari 2014. Hij ervaart overlast van verdachte door het geklepper met de kliko, het toeteren, schaterlachen, middelvinger opsteken en schelden. In juli 2013 liep hij langs de weg en kon hij ternauwernood wegspringen om een botsing met de auto van verdachte te voorkomen.1617
Op 19 juni 2014 verklaart [benadeelde partij 6] over de periode van 26 februari 2014 tot 19 juni 2014 met betrekking tot de volgende handelingen van verdachte: geklepper met een rolcontainer, gas geven en schreeuwen en de groter wordende vrees.18

Bij de rechter-commissaris op 18 juni 2015 bevestigt [benadeelde partij 6] zijn verklaringen bij de politie en maakt hij daarnaast melding van overlast door harde muziek, gas geven als hij met de auto langs de woning rijdt, hoongelach en het verblinden met groot licht.19

[getuige 2] , direct omwonende op het adres [adre 1] te Schuddebeurs, verklaart op 23 juni 2014 als getuige dat hij overlast ervaart van verdachte omdat zijn gasten van de hostellerie klagen over geluidsoverlast van hele dagen slijpen, hakken, schuren en zagen. Dat heeft hij zelf ook gehoord evenals het slaan met het deksel van een container.20

Bij de rechter-commissaris op 5 juni 2015 bevestigt [getuige 2] zijn verklaring en spreekt over een repeterend geluid van een deksel van de kliko en geluiden van bouwkundige aard.21

[getuige 3] , direct omwonende op het adres [adres 2] te Noordgouwe, verklaart op 13 februari 2014 over de pesterijen van verdachte tegen de buren, zoals het met de auto luid toeteren en meer en minder gas geven, het klepperen met een afvalcontainer als hij mensen in de buurt ziet, het tegen elkaar slaan van planken en het afsteken van vuurwerk.22

[getuige 4] , direct omwonden op het adres [adres 3] te Noordgouwe, verklaart op 22 februari 2014 over het terroriseren van de buurt door verdachte. Verdachte slaat met het containerdeksel of gaat heel hard gillen en scheldt je vaak uit voor “hoer” als je langs zijn woning fietst.23


[getuige 5] , direct omwonende op het adres [adres 4] te Noordgouwe, verklaart op 2 juli 2014 dat zij regelmatig hoort dat verdachte overlast veroorzaakt, buitengewoon veel lawaai. In september 2013 was het een gigantische herrie. Zij liep naar de woning van verdachte en zag dat hij met een stok op de container aan het slaan was. Dat heeft zeker wel een uur geduurd.24
In april 2014 was zij op visite bij [benadeelde partij 1] . Toen zij in de tuin zaten kwam er een auto langs en stopte ter hoogte van de woning van [benadeelde partij 1] . [getuige 5] hoorde dat verdachte heel hard en overdreven schaterlachte.
Ook stookt verdachte in een vuurkorf waarin ook plastic wordt opgebrand. Dit veroorzaakt enorme rookwolken.25

[getuige 6] , inwonende dochter van [benadeelde partij 6] , verklaart op 30 juni 2014 dat zij het gevoel heeft in de gaten te worden gehouden door verdachte. Als zij in de buurt van de woning van verdachte komt laat hij weten dat hij haar gezien heeft door met een zaklamp te schijnen of te klepperen met het deksel van de container. Zij is de laatste tijd doodsbang dat verdachte haar iets zal aandoen.26

[getuige 7] , inwonende dochter van [benadeelde partij 6] , verklaart op 30 juni 2014 dat verdachte laat weten dat hij je gezien heeft. Zij is angstig dat verdachte haar of haar familie iets aan zal doen, omdat hij haar vader al eens van de weg heeft gereden. Zij sluit zich aan bij de verklaring van haar zus [getuige 6] .27

Op 16 januari 2014 zijn verbalisanten naar de woning van verdachte aan de [adres ] gegaan naar aanleiding van meerdere meldingen van vuurwerkoverlast door omwonenden. Verdachte verklaarde dat hij zijn laatste rotjes de afgelopen dagen had afgestoken en dat ze nu op waren. Na meerdere malen aandringen vertelde verdachte dat hij toch nog wat vuurwerk had en toonde nog drie stuks. Uit een la kwamen nog eens drie stuks vuurwerk.28

Verbalisant [verbalisant] kreeg een telefonische melding van aangever [benadeelde partij 4] dat verdachte altijd met zijn deuren slaat en met het deksel kleppert als zij op zondag omstreeks 09.45 uur naar de kerk gaan.
Op 15 juni 2014 was verbalisant [verbalisant] te voet aanwezig op de Zuiddijk en zag dat een vrouw uit de woning van [adres 5] stapte. Vervolgens werd er vanaf de woning van verdachte vier keer geslagen met het deksel van de vuilnisemmer en werd twee keer met deuren geslagen. Een vrouwspersoon die een stuk verderop woont zei bekend te zijn met deze geluiden en dat zij met regelmaat hoort dat er op deze wijze overlast wordt veroorzaakt. Een paar maanden geleden had zij drie dagen lang een zaaggeluid gehoord bij verdachte. Ze zag dat er niemand thuis was en de zaag zonder persoon erbij geluid produceerde.29

De rechtbank is, gelet op genoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat de aard, de frequentie, de duur en de intensiteit van het samenstelsel van de variëteit aan gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers – naar objectieve maatstaven bezien – zodanig zijn geweest dat door verdachte opzettelijk en wederrechtelijk, stelselmatig inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] , hun familieleden en andere omwonenden van het adres van verdachte. Door deze gedragingen heeft verdachte in de kleine dorpsgemeenschap Noordgouwe telkens het rustig woongenot van buurtbewoners verstoord en overlast veroorzaakt.

De verdediging heeft betoogd dat het juist verdachte is die wordt belaagd door de buurtbewoners, dat zij tegen hem samenspannen en een hetze tegen hem hebben ontketend.
De rechtbank stelt vast dat de spanningen tussen verdachte en de buurtbewoners hoog zijn opgelopen en dat dat over en weer leidt tot groot ongenoegen. Zij stelt tegelijkertijd vast dat het dossier in zijn geheel beschouwd onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de stelling dat het de buurtbewoners zijn die verdachte het leven zuur maken.
Uit de verklaringen van de buurtbewoners blijkt juist dat zij verdachte zoveel mogelijk mijden en uit de weg gaan om hem geen aanleiding tot intimiderende confrontaties te geven. Uit de aangiftes en verklaringen van getuigen is op te maken dat de buurtbewoners inmiddels gezamenlijk optrekken naar aanleiding van de al gedurende lange tijd bestaande overlast door verdachte. Dat is naar het oordeel van de rechtbank geen samenspanning tegen verdachte of het voeren van een hetze tegen hem, maar het is te beschouwen als het delen door lotgenoten van frustratie en ongenoegen door het verstoorde woongenot en de ervaren overlast.

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde.

Nu de aangiften en getuigenverklaringen stammen uit 2014 en voornamelijk wordt verklaard over de tweede helft van 2013 tot juli 2014 acht de rechtbank de periode van 1 juni 2013 tot en met 15 juli 2014 bewezen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs om de periode vanaf 1 januari 2007 bewezen te verklaren.

Feit 2
Op 2 augustus 2015 werden verbalisanten op Zuiddijk 1 te Noordgouwe aangesproken door aangever [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 1] . De verbalisanten zagen dat [benadeelde partij 6] verwondingen had aan de rechterzijde van zijn borst en bebloed was.30
Aangever [benadeelde partij 6] verklaarde dat hij met zijn auto langs de woning van verdachte reed, die met een plank in zijn hand langs de kant van de weg stond. Verdachte riep “kommaar, kommaar, kommaar”, waarna [benadeelde partij 6] uitstapte omdat er een gesprek in het kader van mediation zou komen en verdachte nu toch weer uitdagend op de weg stond. Aangever vroeg verdachte “hoezo mediation?”, waarna verdachte uithaalde met het stuk hout en tot driemaal toe op [benadeelde partij 6] insloeg. De laatste slag kon [benadeelde partij 6] niet ontwijken en kwam hard op zijn borst terecht. De slagen deden hem erg veel pijn. Hierdoor heeft [benadeelde partij 6] letsel opgelopen aan zijn borst en armen.31

De verklaring van [benadeelde partij 6] wordt ondersteund door de verklaringen van [benadeelde partij 2]32, de verklaringen van [benadeelde partij 1]33, de verklaring van [getuige 1]34 en een aan [benadeelde partij 6] gerichte brief van [benadeelde partij 5] en [naam] .35

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [benadeelde partij 6] en de ondersteunende verklaringen van [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 1] , [getuige 1] , [benadeelde partij 5] en [naam] de mishandeling van [benadeelde partij 6] wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 02/700177-14

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007, in elk geval 28 februari 1 juni 2013

tot en met 15 juli 2014 te Noordgouwe, gemeente Schouwen-Duiveland, in

elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3]

en/of [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] en/of [benadeelde partij 6]

en één of meer/of familieleden van voornoemde perso(o)n(en) en/of één

of meer (andere) (direct) omwonenden van het adres van verdachte, in elk geval

van (een) ander(en), met het oogmerk voormelde perso(o)n(en), in elk geval die

ander(en) te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te

jagen, immers heeft hij, verdachte, in bovengenoemde periode (telkens) het

rustig woongenot verstoord en/of overlast veroorzaakt voor voornoemde

perso(o)n(en) door:

- hinderlijk geluid te produceren (onder andere middels klepperen met een

deksel van een container en/of luid claxonneren en/of met planken/stukken

hout tegen elkaar slaan en/of het laten klinken van harde muziek) en/of

- hinderlijk met een zaklamp in hun richting te schijnen en/of

- hinderlijk te schijnen met het groot licht van zijn/een auto, en/of

- stankoverlast te veroorzaken (onder andere door (na 22.00 uur) zodanig vuur

te stoken in een vuurkorf dat (enorme) rookontwikkeling ontstaat) en/of

- hinderlijk vuurwerk af te steken en/of

- ( intimiderend) gas te geven met zijn/een auto en/of

- ( intimiderend) te schreeuwen en/of te schelden en/of te (schater)lachen

en/of hoongelach te laten horen in de richting van voornoemde perso(o)n(en)

en/of

- intimiderende bewegingen richting voornoemde perso(o)n(en) te maken (onder

andere het opsteken van een middelvinger) en/of

- voornoemde perso(o)n(en) ongewenst te fotograferen;

Parketnummer 02/688123-16

hij op of omstreeks 2 augustus 2015, te Noordgouwe, in de gemeente

Schouwen-Duiveland, [benadeelde partij 6] heeft mishandeld door die [benadeelde partij 6]

(meermalen) te slaan (met een stuk hout) op/tegen zijn (boven)lichaam.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 een beroep gedaan op noodweer. Volgens verdachte was het aangever die op hem afkwam en hem met een vuist meerdere keren op zijn hoofd sloeg, waartegen verdachte zich moest verweren. Ook zou verdachte daardoor letsel hebben opgelopen. Hij heeft hier op 3 augustus 2015 aangifte van gedaan. De huisarts van verdachte heeft in een brief van 4 augustus 2015 vermeld dat bij verdachte diverse krassen en schaafwonden zijn geconstateerd.

Volgens de officier van justitie komt verdachte geen geslaagd beroep op noodweer toe, nu de door hem gestelde verdediging niet noodzakelijk en geboden was. De verdediging met een stuk hout was daarnaast niet proportioneel.

Naar het oordeel van de rechtbank is de gestelde noodweersituatie als door verdachte geschetst niet aannemelijk geworden. De stellingen van verdachte zouden volgens de verdediging steun vinden in de door [getuige 8] en [getuige 9] afgelegde verklaringen en in het bij verdachte geconstateerde letsel. De rechtbank stelt vast dat verdachte in zijn aangifte van 3 augustus 2015 niet refereert aan het feit dat genoemde personen getuige zijn geweest van het incident tussen verdachte en aangever. Pas in zijn verklaring van 22 december 2015 noemt hij [getuige 8] en [getuige 10] als zijnde personen die toen zij bij hem op visite waren het voorval hebben zien gebeuren. De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [getuige 8] ten overstaan van de rechter-commissaris dateert van 18 april 2017 en dat door de verdediging afstand is gedaan van de getuige [getuige 10] . Deze is dan ook niet gehoord. De verklaring van [getuige 9] is pas in maart 2017 door de verdediging aan de rechter-commissaris in strafzaken toegezonden. De rechtbank heeft, gelet op deze feitelijke gang van zaken, serieuze twijfel of de door verdachte opgevoerde getuigen wel aanwezig waren bij het incident, zeker ook gelet op het feit dat de overige getuigen ook geen melding maken van de aanwezigheid van genoemde personen. Het bij verdachte geconstateerde letsel is naar het oordeel van de rechtbank evenmin ondersteunend aan de stellingen van verdachte aangezien niet met voldoende zekerheid is vast te stellen van wanneer het letsel dateert, of het letsel door de gestelde mishandeling door [benadeelde partij 6] is ontstaan of dat dit mogelijk op andere wijze is toegebracht. Gelet op het voorgaande wordt het beroep op noodweer verworpen.

Er zijn derhalve geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte groot 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar waarbij verdachte onder toezicht zal worden gesteld van de reclassering.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. In die lijn moet geen straf worden opgelegd.
Subsidiair bepleit de raadsman het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich als inwoner van de kleine dorpsgemeenschap Noordgouwe gedurende ruim een jaar schuldig gemaakt aan belaging van meerdere buurtbewoners. Hij heeft hen op verschillende manieren het leven zuur gemaakt door pesterijen met geluids- en stankoverlast, intimiderend gedrag door schelden, schreeuwen, hoongelach, middelvinger opsteken, vuurwerk afsteken en gas geven met zijn auto. Door zijn handelen heeft verdachte het woongenot in ernstige mate verstoord en veel overlast veroorzaakt. Hij heeft bij hen gevoelens van dwang, stress, onrust, angst, boosheid en onveiligheid teweeggebracht en daarmee hun levenswijze/gedrag in belangrijke mate bepaald. Dat is de rechtbank door de reacties van een aantal ter zitting aanwezige buurtbewoners en door de toelichting bij de ingediende vorderingen van benadeelde partijen op indringende wijze duidelijk gemaakt.

De rechtbank rekent verdachte deze gevolgen aan. Hij is met zijn handelen volkomen voorbijgegaan aan de gevoelens van anderen en heeft slechts oog gehad voor zijn eigen belangen. Voorts heeft hij een van de buurtbewoners zonder enige aanleiding mishandeld. Dit heeft bij betrokkene tot pijn en letsel geleid en heeft de onrustgevoelens, ook bij de buurtbewoners, verder versterkt. De rechtbank beschouwt dit ook als een ernstig feit.

In verband met de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het documentatieregister van verdachte van 19 december 2017, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor belaging en mishandeling, de reclasseringsrapporten van 18 juli 2014, 23 juli 2014, 10 maart 2015 en het psychologisch rapport Pro Justitia van 27 november 2014 van het NIFP.

Verdachte heeft nauwelijks meegewerkt aan het tot stand komen van de rapporten. Hij heeft niet willen praten over de hem tenlastegelegde feiten.
Uit de rapporten komt naar voren dat verdachte zichzelf vooral slachtoffer voelt. De contacten met het NIFP leidden bij verdachte tot boosheid en uiteindelijk tot het verbreken van het contact.

De reclassering en het NIFP hebben daardoor geen strafadvies kunnen uitbrengen en ook de vragen over de achtergrond van verdachte en het tenlastegelegde niet kunnen beantwoorden, zodat de rechtbank daarmee geen rekening kan houden bij de bepaling van de op te leggen straf.

De rechtbank heeft bij de strafbepaling acht geslagen op de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is. Zij zal daarmee uitgaan boven de eis van de officier van justitie, nu deze een langere periode bewezen acht. De rechtbank ziet echter gelet op de aard en de ernst van de feiten, de duur, de frequentie en de indringendheid daarvan, geen aanleiding voor een andere of lichtere sanctie.
Vanwege de verstoorde relatie van verdachte met hulpverleners, zoals uit de rapporten van de reclassering en de aan het NIFP verbonden psycholoog naar voren komt, ziet de rechtbank geen mogelijkheid om aan verdachte een werkstraf of reclasseringstoezicht op te leggen. De rechtbank heeft er geen vertrouwen in dat verdachte in staat is om een werkbare relatie met de reclassering vorm te geven en naar behoren een werkstraf te verrichten.

Met het opleggen van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds het voorkomen van nieuwe strafbare feiten beoogd.
Nu er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte mogelijk opnieuw soortgelijke feiten zal begaan, zal de rechtbank aan de voorwaardelijke straf een proeftijd van drie jaren verbinden.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde partij 6] vordert voor feit 1 een bedrag aan schadevergoeding van € 47.500,-- en voor feit 2 een bedrag van € 48.175,-- .
De rechtbank acht beide gevorderde bedragen onvoldoende aannemelijk gemaakt, nu de vorderingen in het geheel niet zijn onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partijen [benadeelde partij 4] , [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] vorderen elk een schadevergoeding van € 1,-- voor feit 1. De vorderingen zijn niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vorderingen zullen worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde partij 5] vordert een schadevergoeding van € 750,-- voor feit 1. De hoogte van de vordering is door de verdediging betwist.
De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 27, 57, 285b en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Belaging, meermalen gepleegd

feit 2: Mishandeling

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van drie (3) jaren na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 6] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 6] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen

[benadeelde partij 4] van € 1,-- ter zake van immateriële schade;

[benadeelde partij 1] van € 1,-- ter zake van immateriële schade;

[benadeelde partij 2] van € 1,-- ter zake van immateriële schade;

[benadeelde partij 5] van € 750,-- ter zake van immateriële schade;

en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen [benadeelde partij 4] ,

[benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 5] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [benadeelde partij 4] (feit 1), € 1,--, 1 dag hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 1), € 1,--, 1 dag hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feit 1), € 1,--, 1 dag hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij 5] (feit 1), € 750,--, 15 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. R.A. Borm en

mr. E.J. Zuijdweg, rechters, in tegenwoordigheid van A.S. Heberlein-Guiran, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 februari 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld het proces-verbaal van Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, district Zeeland, basisteam Walcheren, met registratienummer PL2000-2016028190, opgemaakt en gesloten op 1 februari 2016 en doorlopend genummerd van 1 tot en met 157. Proces-verbaal van aangifte, dossier-pagina 15, 5e en 6e alinea.

2 Proces-verbaal van klacht, dossier-pagina 24.

3 Proces-verbaal van aangifte, dossier-pagina’s 27, laatste alinea, 28 en 29.

4 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 1] bij de rechter-commissaris, blad 2 en 3.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige, dossier-pagina 57.

6 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 2] bij de rechter-commissaris, blad 2.

7 Proces-verbaal van bevindingen van de officier van justitie mr. M.C. Fimerius, los en ongenummerd.

8 Proces-verbaal van aangifte, dossier-pagina’s 32 en 33.

9 Proces-verbaal van aangifte, dossier-pagina 35, laatste alinea, 36, 1e t/m 3e alinea.

10 Proces-verbaal van klacht, dossier-pagina 40.

11 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina 41, laatste 4 alinea’s, 42 en 43.

12 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 4] bij de rechter-commissaris, blad 3, laatste alinea.

13 Proces-verbaal van aangifte, dossier-pagina’s 44, 45 en 46.

14 Proces-verbaal van klacht, dossier-pagina 47.

15 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 5] bij de rechter-commissaris, blad 2 en 3.

16 Proces-verbaal van aangifte, dossier-pagina’s 48, tweede helft, 49, 1e, 3e en 4e alinea.

17 Proces-verbaal van klacht, dossier-pagina 50.

18 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina’s 51 en 52.

19 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 6] bij de rechter-commissaris, blad 2.

20 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina 65, 3e en 6e alinea.

21 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] bij de rechter-commissaris, blad 7 laatste alinea, blad 8, een na laatste alinea.

22 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina 59, laatste twee alinea’s.

23 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina 64, 1e alinea.

24 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina 71, 3e alinea.

25 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina 72.

26 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina 67, 3e, 4e en 5e alinea.

27 Proces-verbaal van verhoor, dossier-pagina 69.

28 Proces-verbaal van bevindingen, dossier-pagina 76, 4e en 5e alinea.

29 Proces-verbaal van bevindingen, dossier-pagina 79. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld het proces-verbaal van Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, district Zeeland, basisteam Walcheren, met registratienummer PL2000-2016028190Z, opgemaakt en gesloten op 1 februari 2016 en doorlopend genummerd van 1 tot en met 39.

30 Proces-verbaal van bevindingen, dossier-pagina 7, 2e alinea.

31 Proces-verbaal van aangifte, dossier-pagina’s 8, laatste alinea, 9, 1e, 2e en 3e alinea.

32 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 25, laatste alinea en schriftelijke verklaring van 22 januari 2018.

33 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 27, laatste alinea en schriftelijke verklaring van 21 januari 2018.

34 Proces-verbaal van getuige, pagina 29, 3e alinea.

35 Brief van 20 januari 2018.