Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:8792

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
09-05-2018
Zaaknummer
02-821160-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Belaging. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van een tweetal slachtoffers door stelselmatig al dan niet anoniem of onder andermans naam via verschillende telefoonnummers te bellen, te sms’en en te appen. Ook heeft verdachte op internet een nep-account voor een datingsite namens een van zijn slachtoffers aangemaakt en hierop privégegevens en foto’s van het slachtoffer vermeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/821160-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 oktober 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. R.W.J.H.A. Neijndorff, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 september 2017, waarbij de officier van justitie, mr. Van Aalst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt, waarna het onderzoek op de zitting van 10 oktober 2017 is gesloten.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht terzake dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 september tot en met 4 november 2015 te Etten-Leur, althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij 1] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door

- in de periode van 22 tot 26 september 2014 zonder toestemming de woning van die [benadeelde partij 1] te betreden en/of vervolgens een camera uit de woning mee te nemen en/of in de auto van die [benadeelde partij 1] te rijden en/of

- die [benadeelde partij 1] telkens meermalen ongewenst telefonisch te benaderen en/of

- die [benadeelde partij 1] telkens onder zijn eigen naam en/of anoniem en/of onder een valse naam meermalen - al dan niet bedreigende - berichten/teksten te sturen en/of

- zich voor te doen als [benadeelde partij 1] en/of vervolgens de partner(s) van de werkgever van die [benadeelde partij 1] en/of de automonteur van die [benadeelde partij 1] valselijk berichten dat zij [benadeelde partij 1] seksueel contact met hen zou hebben en/of

- een of meer account(s) aan te maken op een of meer datingsites onder de naam van die [benadeelde partij 1] en/of op dit/deze accounts naaktfoto’s van die [benadeelde partij 1] te plaatsen en/of diverse privégegevens die [benadeelde partij 1] te plaatsen en/of

- een of meer (nep)accounts op Facebook aan te maken onder de naam van die [benadeelde partij 1] en/of

- een bericht naar de werkgever van die [benadeelde partij 1] te sturen inhoudende dat die [benadeelde partij 1] kleding zou stelen en/of

- op Marktplaats goederen te koop aanbieden onder de naam van die [benadeelde partij 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal de auto van die [benadeelde partij 1] te vernielen en/of

- meermalen, althans eenmaal de sloten van de voordeur en/of poort van die [benadeelde partij 1] te vernielen.

artikel 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 en met 7 juni 2015 te Oosterhout en/of Etten-Leur althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 2] in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij 2] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door

- die [benadeelde partij 2] telkens - en/of al dan niet onder een valse naam en/of anoniem - een (groot) aantal maal ongewenst telefonisch te benaderen en/of berichten te sturen

- de werkgever van die [benadeelde partij 2] (een) bericht(en) te sturen dat die [benadeelde partij 2] de kantjes ervan af zou lopen en/of goederen zou gaan wegnemen.

artikel 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De feiten 1 en 2 kunnen volgens de officier van justitie wettig en overtuigend worden bewezen, gelet op de processen-verbaal van aangiften en de processen-verbaal bevindingen van de verbalisanten. De feiten en omstandigheden vermeld achter de 6e, 8e, 9e en 10e gedachte streepjes onder feit 1 kunnen echter niet bewezen worden en hiervan dient verdachte vrij gesproken te worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent de feiten 1 en 2 te hebben begaan. De verdediging voert aan dat verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 dient te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verklaring verdachte ter zitting

4.3.1

Alvorens de bewijsmiddelen inzake beide feiten te bespreken, geeft de rechtbank haar oordeel over de verklaring zoals verdachte die ter zitting heeft afgelegd. Samengevat stelt verdachte zich daarin op het standpunt dat al wat op hem wijst als dader van de hem ten laste gelegde stalking, is opgezet door [benadeelde partij 1] zelf. Zowel wat haar zelf betreft als wat [benadeelde partij 2] betreft. Zij heeft ofwel zelf alle handelingen en berichten die hem worden verweten geconstrueerd dan wel daarbij door anderen verrichte handelingen betrokken en die in zijn schoenen geschoven. [benadeelde partij 2] heeft zij daarbij tot slachtoffer gemaakt omdat zij ziekelijk jaloers was op zijn contacten met [benadeelde partij 2] .

De rechtbank hecht aan deze versie van de gebeurtenissen geen geloof om de volgende redenen:

4.3.1.1 Hetgeen verdachte in zijn verhoor bij de politie heeft verklaard over het contact met [benadeelde partij 1] , is op geen enkele wijze te rijmen met de houding van [benadeelde partij 1] zoals verdachte die ter zitting beschrijft. In zijn verhoor op 4 november 2015 verklaarde verdachte dat het sinds april/mei rustig was geweest, op het maken van een foto van zijn auto in de zomervakantie na, maar die verklaring van verdachte over de wijze waarop de relatie is geëindigd, wijkt aanzienlijk af van hetgeen hij daarover op zitting verklaart. In zijn verklaring bij de politie komt niet de gedrevenheid van [benadeelde partij 1] naar voren om hem, zoals verdachte ter zitting heeft verklaard, een oor aan te naaien. Op basis van zijn verklaring bij de politie kan het einde van de relatie niet anders worden omschreven dan als redelijk rustig, terwijl dat alles behalve het beeld is dat uit verdachtes verklaring ter zitting naar voren komt. Bij het vorenstaande past dat de verdenkingen die [benadeelde partij 1] heeft geuit, niet alleen zijn geuit tegen verdachte, maar ook (en in eerste instantie juist meer) jegens haar (andere) ex-partners [naam 1] en [naam 2] .

4.3.1.2 Verdachte heeft in zijn verklaringen bij de politie nooit het – ter zitting gehuldigde – standpunt ingenomen dat [benadeelde partij 1] de technische kennis heeft om berichten zo te fabriceren dat het lijkt alsof zij van hem afkomstig zijn. Hij maakte bij de politie slechts terloops de opmerking dat het hem niet zou verbazen dat het allemaal van haar afkomstig zou zijn.

4.3.1.3 Verdachte heeft voor diverse handelingen, die [benadeelde partij 1] had moeten verrichten om deze gang van zaken mogelijk te maken, een niet verifieerbare of niet aannemelijke verklaring gegeven. Met betrekking tot de twee in zijn bezit aangetroffen telefoons, de Sony-Ericsson aangetroffen in de locker van verdachte op zijn werk, de Samsung bij de aanhouding van verdachte en de Nokia, aangetroffen in een lade bij verdachte thuis, is in het dossier geen enkele aanwijzing te vinden voor de bewering van verdachte dat deze telefoons via een openstaand raam van zijn auto respectievelijk via de brievenbus bij hem thuis in zijn bezit zijn gekomen. Op grond van het dossier is ook niet aannemelijk dat [benadeelde partij 1] beide telefoons in haar bezit heeft gehad. Daar komt bij dat de redenen waarom hij die telefoons dan nog in zijn bezit zou hebben, onaannemelijk en niet verifieerbaar zijn. Zo heeft verdachte niet willen verklaren voor wie de Sony-Ericsson telefoon in zijn locker bedoeld was. Bovendien zou [benadeelde partij 1] , indien zij inderdaad heeft gedaan wat verdachte oppert, met die handelwijze volstrekt geen zekerheid hebben gehad dat de betreffende telefoons in een door haar nog te verrichten aangifte zouden kunnen worden gebruikt. Zij had het immers niet in de hand dat verdachte deze – zonder aanleiding verkregen – telefoons in zijn bezit zou houden.

4.3.1.4 Verdachte heeft ter zitting geopperd dat [benadeelde partij 1] de gelegenheid heeft gehad om zijn iPhone te manipuleren, omdat zij in zijn huis kon en hij zijn telefoon meestal thuis liet liggen. Dat laatste strookt evenwel niet met de bevinding dat verdachte deze telefoon bij zich had ten tijde van zijn aanhouding en ook niet met zijn verklaring dat hij een “iPhone-man” is, omdat dan des te meer aannemelijk is dat hij zijn telefoon voor dagelijks gebruik altijd bij zich heeft. Bovendien is niet aannemelijk dat [benadeelde partij 1] de code van die telefoon kende, die zij nodig had om die te manipuleren, nu verdachte zelf in zijn verhoor zegt dat de beveiliging van zijn iPhone op een vingerafdruk werkt en hij de code niet weet.

4.3.1.5 De ontkenning van verdachte dat hij voor zijn telefoon Hema-prepaid telefoonkaartjes koopt, is in strijd met wat [benadeelde partij 2] daarover tot twee keer toe heeft verklaard. Daarbij is van belang dat [benadeelde partij 2] die verklaring heeft afgelegd zonder kennis van het dossier.

4.3.1.6 Hetgeen verdachte bij de politie heeft verklaard over de aankoop van de camera wijkt wezenlijk af van hetgeen hij ter zitting verklaart. Bij de politie heeft verdachte nooit verklaard dat hij met [benadeelde partij 1] de aankoop door hem heeft besproken en afgesproken. Bij de politie verklaart hij haar pas geïnformeerd te hebben toen hij de camera had gekocht.

Zijn verklaring ter zitting dat er contact werd gezocht met de aanbieder van de camera om te zien of er een ex-partner van [benadeelde partij 1] achter het aanbod zat, is voorts niet te rijmen met de aankoop van die camera toen duidelijk was dat het niet om een ex-partner ging. Als het er om ging de camera te kopen omdat het om de camera van [benadeelde partij 1] zou gaan, dan past daarbij niet dat die camera werd gekocht terwijl deze het niet deed, omdat aldus niet te controleren viel of wel sprake was van de bewuste camera. Overigens heeft verdachte voor het eerst ter zitting gesteld dat de camera niet meer werkte; bij de politie verklaarde hij daar niet over.

4.3.1.7 Verdachte gaf bij de politie als reden waarom [benadeelde partij 1] een sleutel van zijn auto had, het gebruik van zijn auto, terwijl hij dit ter zitting in de sleutel zette van de achterdocht die zij tegenover hem koesterde en de openheid die hij zegt te hebben willen betrachten naar haar.

4.3.1.8 Verdachte oppert pas ter zitting dat het bericht over de boete door haar verstuurd zou zijn. Zijn reactie bij de politie kan naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet gelezen worden als een ontkenning dat het bericht van hem afkomstig is, integendeel. Hij gaat zelfs uitdrukkelijk in op een onderdeel van het bericht, namelijk de velgen.

4.3.1.9 De reden die verdachte ter zitting noemt over het vele malen bellen met [benadeelde partij 1] toen zij in Duitsland verbleef, namelijk bezorgdheid, past niet in de beschrijving van zijn relatie met haar in het verhoor op 4 november 2015, maar ook niet bij wat hij zegt bij de politie dat zijn reactie was. Hij rept daar in het geheel niet over ongerustheid, maar zegt alleen dat hij gewoon even wilde praten. De door verdachte geuite bezorgdheid in enkele van hem afkomstige berichten, waren naar het oordeel van de rechtbank dan ook niets anders dan een gezochte reden om contact te zoeken.

4.3.1.10 Het dossier bevat geen aanwijzingen dat de berichten die verstuurd zijn aan de werkgever van [benadeelde partij 1] , door anderen dan verdachte zijn verstuurd, terwijl de mogelijkheid dat [benadeelde partij 1] dat zelf gedaan zou hebben hoogst onaannemelijk is, omdat zij daarmee dan bewust de kans zou hebben aanvaard dat zij haar baan en inkomen zou verliezen.

4.3.1.11 Tenslotte is hoogst onwaarschijnlijk dat [benadeelde partij 1] aan de vriendin van de monteur die haar auto repareerde, zonder enige aanleiding, een bericht zou sturen dat hij haar auto had gerepareerd in ruil voor seks.

4.3.1.12 Dat enkele telefoonnummers die zijn gebruikt bij de stalking van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] niet via digitaal onderzoek aan verdachte konden worden gelinkt, is ook geen aanwijzing voor de suggestie van verdachte dat mogelijk ook een andere persoon (tegelijkertijd) bij deze stalking betrokken was, te meer nu uit het dossier naar voren komt dat verdachte op zeer geraffineerde wijze te werk is gegaan, met meerdere telefoons en een groot aantal telefoonnummers.

4.3.1.13 Verdachte heeft van al hetgeen hij stelt geen (begin van) bewijs geleverd en dat ook onvoldoende aannemelijk gemaakt. Hij heeft ook geen bewijs aangeboden van zijn stellingen, terwijl de rechtbank op basis van het dossier ook geen aanwijzingen ziet om ambtshalve nader onderzoek te gelasten.

Belaging [benadeelde partij 1] (feit 1)

4.3.2

Betreden woning van [benadeelde partij 1] zonder toestemming, wegnemen camera en rijden in haar auto

4.3.2.1 [benadeelde partij 1] heeft op 8 april 2017 aangifte gedaan van diefstal uit haar woning van een camcorder (hierna ook te noemen (digitale) (foto) camera) van het merk Philips en een iPod in de periode 22 september tot en met 25 september 2014, terwijl zij op vakantie was in Duitsland. Op enig moment kreeg zij van verdachte een bericht met de mededeling dat op Marktplaats haar gestolen camcorder, iPod en haar zakhorloge te koop aangeboden werden. Zij zag vervolgens op Markplaats dat haar spullen inderdaad werden aangeboden. Deze spullen lagen ook niet meer in de woning. Een paar dagen later kreeg zij van verdachte een berichtje dat hij haar spullen terug had gekocht en dat deze inmiddels in zijn bezit waren. Zij heeft aan hem gevraagd wanneer zij de spullen terugkreeg. De ene keer zei hij dat hij de spullen verkocht had, de andere keer zei hij dat hij deze niet meer had, en tot slot zei hij dat zij de spullen terug kreeg in ruil voor seks.1

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte op 4 november 2015 werd onder andere in beslag genomen een digitale fotocamera van het merk Philips. Op 11 november 2015 werden er twee filmpjes aangetroffen op de camera. Op een filmpje stond een jong zwart-wit poesje en op het tweede filmpje was [benadeelde partij 1] te zien met lange haardracht. 2

4.3.2.2 Voor de rechtbank staat vast dat de bij verdachte aangetroffen camcorder van [benadeelde partij 1] was, gezien het daarop aangetroffen filmpje van haar. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aangifte van [benadeelde partij 1] en het feit dat de camcorder in de woning van verdachte is aangetroffen, het onderdeel van de tenlastelegging “het wegnemen van camera uit de woning van [benadeelde partij 1] ” kan worden bewezen. De verklaring van verdachte dat hij de camera zou hebben gekocht via Marktplaats acht de rechtbank ongeloofwaardig (zie overweging 4.3.1.6), te meer aangezien verdachte geen enkel bewijs heeft overgelegd ter ondersteuning van zijn verklaring.

4.3.2.3 Er is echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte in diezelfde periode zonder haar toestemming heeft gereden in de auto van [benadeelde partij 1] , zodat hij van dit onderdeel wordt vrijgesproken.

4.3.3

[benadeelde partij 1] meermalen ongewenst telefonisch benaderen

4.3.3.1 In de aangifte van [benadeelde partij 1] van 3 december 2014 heeft zij aangegeven dat zij tijdens haar vakantie in Duitsland in de periode 22 tot en met 25 september 2014 wel 100 keer is gebeld door verdachte via zijn mobiele nummer [telefoonnummer 1] en via de huistelefoon in haar eigen woning.3 De vriendin van [benadeelde partij 1] , [naam 3] , die met haar op vakantie was, bevestigt dat [benadeelde partij 1] continu, dag en nacht werd gebeld.4

Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie5 en ter zitting6 verklaard dat hij wel 40 keer heeft gebeld naar [benadeelde partij 1] . Hij verklaarde bij de politie en ter zitting dat hij zo vaak belde omdat hij erg ongerust was omdat hij niet wist waar zij was.

4.3.3.2 De rechtbank is van oordeel dat, nu zij bewezen acht dat verdachte tijdens de vakantie van [benadeelde partij 1] in haar woning is geweest (zie overweging 4.3.2), daarmee ook bewezen kan worden verklaard dat verdachte tijdens het verblijf van [benadeelde partij 1] in Duitsland met haar huistelefoon meerdere malen heeft gebeld naar [benadeelde partij 1] . Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte zeer vaak heeft gebeld met het mobiele nummer [telefoonnummer 1] , gelet op de aard van de berichtjes die met dat nummer naar [benadeelde partij 1] zijn gestuurd, zoals “Maak me zorgen om je. Waar ben je?”.7 Bovendien heeft [benadeelde partij 2] verklaard dat verdachte dit telefoonnummer gebruikte.8

4.3.3.3 Daarnaast is [benadeelde partij 1] in de periode 26 februari 2015 tot 16 september 2015 in totaal 123 keer gebeld door verdachte met de volgende telefoonnummers9: [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4].

4.3.3.4 Dat verdachte degene was die gebruik maakte van deze telefoonnummers staat voor de rechtbank vast op grond van het volgende.

Bij de aanhouding van verdachte op zijn werk is in zijn locker een mobiele telefoon van het merk Sony Ericsson aangetroffen en in beslag genomen.10 Na een onderzoek van deze telefoon, met IMEI-nummer [imeinummer 1] , is gebleken dat in de periode 26 februari 2015 tot 16 september 2015 negen prepaid nummers van de Hema in gebruik zijn geweest bij dit IMEI-nummer, waaronder [telefoonnummer 2], [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4].11

[benadeelde partij 2] heeft in haar aangifte verklaard dat verdachte regelmatig prepaid telefoonkaarten kocht bij de Hema.12

Aan de verklaring van verdachte dat de Sony Ericsson telefoon niet van hem was, maar dat hij deze in zijn auto zou hebben gevonden, nadat die er door een open raam in zou zijn gegooid, hecht de rechtbank geen geloof (zie overweging 4.3.1.3).

4.3.3.5 Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte [benadeelde partij 1] meerdere malen ongewenst heeft gebeld.

4.3.4

[benadeelde partij 1] telkens onder eigen naam, anoniem of onder een valse naam meermalen (al dan niet bedreigende) berichten sturen

4.3.4.1 [benadeelde partij 1] heeft in haar aangiften en verhoren bij de politie 13 verklaard dat zij werd lastig gevallen door (bedreigende) berichten van personen die zij niet kent. Bij het uitlezen van haar telefoon van het merk Alcatel, bleek zij de volgende berichten van de volgende telefoonnummers te hebben ontvangen: 14

- Op 8 augustus 2015 ontving [benadeelde partij 1] de onderstaande berichten van het nummer

[telefoonnummer 4] :

“ Whahaha de vernieling in! Hoe verder des te beter!”

“En sorry is genoeg om het te stoppen! Dus?”

Oké. Het is aan jou en 1 woordje”

- Op 8 en 9 augustus 2015 ontving [benadeelde partij 1] de onderstaande berichten van het nummer [telefoonnummer 3]:

“Whahaha dit is leuk”

“Grappig he? Whahaha”

“Zouden er nog meer komen? En wanneer:-) Whahaha”

“Wat zag ik. Schutting weggezakt? Nieuwe paal te lang. Whahaha zelf gedaan zeker!”

“Whahaha hoeveel komen er nog:)”

“Vanavond nog meer mensen aan de deur. Gezellig!”

Op 10 augustus 2015 en 11 augustus 2015 ontving [benadeelde partij 1] de onderstaande berichten van het nummer [telefoonnummer 2]:

“Het gaat natuurlijk steeds vervelender worden. Mannen die op je werk langs gaan komen. Enz enz. Succes”

“En let op je auto, dat hij niet ontploft of in de fik vliegt als je hem start.”

- Op 11 augustus 2015 en 12 augustus 2015 ontving [benadeelde partij 1] de onderstaande berichten van het nummer [telefoonnummer 7]:

“Hallo [benadeelde partij 1] ! Leuke match! Wij kennen elkaar al, leuk dat je mij je nummer geeft. Ik ben [naam 4] en werk bij [naam 5] (confectie groothandel) in breda. Kom regelmatig bij jullie in de winkel. Vond je altijd al een lekker ding. Jij mij dus ook. Wat denk je van een date? Mag vast wel van [naam 6] . Haha. Xxx”

“Goedemorgen [benadeelde partij 1] , ik dacht bel je even om wat af te spreken. Koffie kan toch wel?

X [naam 4] ”

“Ik kom binnenkort weer even langs, hoop dat ik je dan ook even zie. X [naam 4] .

Verder ontving [benadeelde partij 1] op 15 augustus 2015 een bericht van het nummer [telefoonnummer 2]:

“lees op Facebook dat je vader is overleden, gecondoleerd”. 15

4.3.4.2 Zoals onder 4.3.3.4 is overwogen, waren de nummers [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] in gebruik bij verdachte.

4.3.4.3 Bij de doorzoeking van de woning van verdachte is een mobiele telefoon van het merk Nokia in de lade van een kast in de woonkamer aangetroffen en in beslag genomen.16 Na onderzoek van het IMEI-nummer [imeinummer 2] behorende bij de Nokia is gebleken dat in totaal 25 prepaid nummers van de Hema in gebruik zijn geweest bij dit IMEI-nummer, waaronder de volgende: [telefoonnummer 5] , [telefoonnummer 6] , [telefoonnummer 7] en [telefoonnummer 8].17 Daarnaast heeft [benadeelde partij 2] verklaard dat verdachte prepaid telefoonkaarten kocht bij de Hema.18

Voor de rechtbank staat op grond hiervan vast dat verdachte degene was die gebruik maakte van deze vier telefoonnummers.

4.3.4.4 Uit de uitgelezen telefoon van [benadeelde partij 1]19 volgt dat zij in de periode van 2 december 2014 tot en met 15 december 2014 minstens 76 berichten heeft ontvangen van verdachte van zijn mobiele telefoonnummers [telefoonnummer 9] en [telefoonnummer 1].

Verdachte heeft verklaard dat [telefoonnummer 9] zijn telefoonnummer is en ten aanzien van [telefoonnummer 1] is onder 4.3.3.2 al overwogen dat dit nummer bij verdachte in gebruik was.

4.3.4.5 De rechtbank is van oordeel dat door de match van de telefoonnummers die gebruikt zijn om berichten naar [benadeelde partij 1] te sturen, met de IMEI-nummers van de bij verdachte thuis en op zijn werk aangetroffen telefoons, bewezen kan worden geacht dat verdachte onder eigen naam, onder valse naam en anoniem [benadeelde partij 1] berichten heeft gestuurd, waaronder ook een bedreigend bericht zoals “En let op je auto, dat hij niet ontploft of in de fik vliegt als je hem start.”

De verklaring van verdachte ter zitting dat [benadeelde partij 1] zelf deze berichten gestuurd zou hebben en dat zij toegang had tot de telefoons, acht de rechtbank, zoals reeds overwogen in onderdeel 4.3.1.3, niet geloofwaardig.

Daarnaast heeft [benadeelde partij 2] in haar aangifte, zonder kennis van het strafdossier verklaard dat verdachte prepaid telefoonkaarten kocht bij de Hema.20

4.3.5

Zich voordoen als [benadeelde partij 1] en de partners van de werkgever en van de automonteur van [benadeelde partij 1] valselijk berichten dat zij seksueel contact met hen zou hebben gehad

4.3.5.1 De vriendin van de werkgever van [benadeelde partij 1] , [naam 7] ,21 ontving op 12 mei 2015 een bericht dat [benadeelde partij 1] naar bed zou gaan met haar werkgever [naam 6] . Het bericht: “ik ga met [naam 6] naar bed” - met een foto van [benadeelde partij 1] - was verstuurd vanaf het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 10].

Met hetzelfde mobiele telefoonnummer is op 31 mei 2015 het volgende bericht gestuurd naar [naam 8] , de werkgever van [benadeelde partij 2] (feit 2), onder de naam [naam 9]2223: “Je weet dat [benadeelde partij 2] , de eerste paar weken keihard werkt en daarna de kantjes er af loopt. En als ze kans krijgt alles weghaalt en verkoopt.”

Daarna zijn ook onder de naam [naam 10] berichten naar de werkgever van [benadeelde partij 2] verstuurd24, waarin verwezen werd naar het eerdere bericht. “ [naam 10] ” gebruikte voor het versturen van deze berichten het telefoonnummer [telefoonnummer 8].

4.3.5.2 Gezien de inhoud van de berichten aan de werkgever van [benadeelde partij 2] gaat de rechtbank ervan uit dat achter “ [naam 9] " en “ [naam 10] ” dezelfde persoon schuil gaat. Onder

4.3.4.3 is al vastgesteld dat het telefoonnummer dat “ [naam 10] ” gebruikte, van verdachte was. Nu met het voormelde mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 10] zowel de vriendin van de werkgever van [benadeelde partij 1] als de werkgever van [benadeelde partij 2] (door “ [naam 9] ”) is benaderd, is de rechtbank van oordeel, dat alles in onderlinge samenhang bezien, bewezen is dat verdachte het bericht als vermeld in 4.3.5.1 naar de partner van de werkgever van [benadeelde partij 1] heeft verzonden. Hiervoor vindt de rechtbank ook steun in het feit dat ook aan de werkgever van [benadeelde partij 1]25 vergelijkbare berichten zijn gestuurd waarin zij wordt beticht van diefstal.

4.3.5.3 Hoewel het er alle schijn van heeft dat verdachte ook de partner van de automonteur van [benadeelde partij 1] heeft benaderd met een dergelijk bericht over seksueel contact, bevat het dossier daarvoor onvoldoende wettig bewijs, zodat verdachte van dit onderdeel moet worden vrijgesproken.

4.3.6.

Accounts aanmaken op datingsites onder de naam van die [benadeelde partij 1] en op deze accounts naaktfoto’s en diverse privégegevens van die [benadeelde partij 1] plaatsen

4.3.6.1 Op 6 januari 2015 heeft [benadeelde partij 1] zelf op Badoo, een ontmoetingssite, een account aangemaakt, omdat ze van iemand had gehoord had dat er een nep-account onder haar naam was aangemaakt. Onder de naam “ [benadeelde partij 1] ” ziet zij dat er een (nep)account is aangemaakt en hierop foto’s van haar in lingerie staan, welke foto’s op de weggenomen camcorder hebben gestaan. Verder staan er naaktfoto’s, haar mobiele telefoonnummer, haar telefoonnummer van het werk en haar adresgegevens op dit account. Zij heeft vervolgens contact gezocht met dit (nep)account. Toen er werd gereageerd zag zij dat degene met wie zij aan het chatten was op 1000 meter afstand van haar was. Verdachte woont op 800 meter van [benadeelde partij 1] . 26

4.3.6.2 Na digitale recherche van de bij verdachte inbeslaggenomen iPhone, met IMEI-nummer [imeinummer 3] , blijkt dat verdachte op 6 januari 2015 een e-mail heeft ontvangen van Badoo op zijn e-mailadres [emailadres] .27 In de e-mail van Badoo28 staat het volgende vermeld: “Hoi [benadeelde partij 1] , bekijk wat er allemaal op je Badoo profiel is gebeurd.”

4.3.6.3 De rechtbank is gelet op de aangetroffen gegevens op de iPhone van verdachte van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte een nep account op naam van [benadeelde partij 1] heeft aangemaakt met daarop naaktfoto’s en privé gegevens van [benadeelde partij 1] .

4.3.7

Ten aanzien van de overige gedachtestreepjes onder feit 1 (nepaccounts op Facebook op naam van [benadeelde partij 1] , goederen te koop aanbieden op Marktplaats onder de naam van [benadeelde partij 1] , vernieling van de auto en van de sloten van de voordeur en de poort van [benadeelde partij 1]) overweegt de rechtbank dat er weliswaar aanwijzingen zijn dat verdachte ook dit heeft gedaan, maar dat daarvoor onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Verdachte zal daarom van deze onderdelen worden vrijgesproken.

4.3.8

Ten aanzien van de overige gedragingen van verdachte die de rechtbank wel bewezen acht, zoals de flinke hoeveelheid (telefonische) berichten, al dan niet bedreigend, het benaderen van de vriendin van haar werkgever, het aanmaken van een nep-account met het daarop vermelden van haar privé gegevens en privé naaktfoto’s, het wegnemen van spullen uit haar woning, is de rechtbank van oordeel dat hiermee wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte [benadeelde partij 1] opzettelijk en stelselmatig belaagd heeft.

Belaging [benadeelde partij 2] (feit 2)

4.3.9

[benadeelde partij 2] telkens al dan niet onder een valse naam of anoniem een groot aantal maal ongewenst telefonisch benaderen en berichten sturen

4.3.9.1 [benadeelde partij 2] heeft op 9 september 2015 aangifte gedaan van stalking 29. Zij had vanaf november 2014 via Facebook weer contact met verdachte. In maart/april en nogmaals in mei 2015 heeft zij aan verdachte aangegeven dat zij niet meer met hem wilde afspreken. Vanaf mei 2015 ontving zij opeens allemaal vreemde berichten via sms, onder verschillende valse namen en onbekende namen zoals [naam 10] , [naam 11] en [naam 12] , welke verstuurd zijn met de mobiele telefoonnummers [telefoonnummer 5], [telefoonnummer 6] en [telefoonnummer 8] . Die nummers behoren bij de Nokia die bij verdachte in de woning is aangetroffen met IMEI-nummer [imeinummer 2] , zie ook overweging 4.3.4.3.30 Daarnaast heeft verdachte haar vanaf 23 mei 2015 tot en met 4 juni 2015 continu bestookt met e-mails.31 Verdachte heeft bij de politie, nadat hij was geconfronteerd met het e-mailverkeer met [benadeelde partij 2] , erkend dat dit stalking was.32

4.3.9.2 De rechtbank acht, met name gelet op de match tussen de telefoonnummers en het IMEI-nummer van de Nokia van verdachte, bewezen dat verdachte [benadeelde partij 2] ongewenst, al dan niet onder valse naam, berichten heeft gestuurd.

4.3.10

De werkgever van [benadeelde partij 2] berichten sturen dat die [benadeelde partij 2] de kantjes ervan af zou lopen en goederen zou gaan wegnemen.

4.3.10.1 Onder verwijzing naar de overwegingen 4.3.5.1 en 4.3.5.2, acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte onder een valse naam berichten heeft gestuurd naar de werkgever van [benadeelde partij 2] dat zij de kantjes ervan af zou lopen en goederen zou gaan wegnemen. 33

4.3.11

Anders dan de verdediging heeft betoogd, is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op (de combinatie van) de flinke hoeveelheid berichten aan [benadeelde partij 2] en het benaderen van haar werkgever, sprake van belaging. Dit betekent dat ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen is.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 september tot en met 4 november 2015 te Etten-Leur, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij 1] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door

- in de periode van 22 tot 26 september 2014 zonder toestemming de woning van die [benadeelde partij 1] te betreden en/of vervolgens een camera uit de woning mee te nemen en/of in de auto van die [benadeelde partij 1] te rijden en/of

- die [benadeelde partij 1] telkens meermalen ongewenst telefonisch te benaderen en/of

- die [benadeelde partij 1] telkens onder zijn eigen naam en/of anoniem en/of onder een valse naam meermalen - al dan niet bedreigende - berichten/teksten te sturen en/of

- zich voor te doen als [benadeelde partij 1] en/of vervolgens de partner(s) van de werkgever van die [benadeelde partij 1] en/of de automonteur van die [benadeelde partij 1] valselijk te berichten dat zij [benadeelde partij 1] seksueel contact met hen hem zou hebben gehad en/of

- een of meer accounts aan te maken op een of meer datingsites onder de naam van die [benadeelde partij 1] en/of op dit/deze accounts naaktfoto’s van die [benadeelde partij 1] te plaatsen en/of diverse privégegevens van die [benadeelde partij 1] te plaatsen en/of

- een of meer (nep)accounts op Facebook aan te maken onder de naam van die [benadeelde partij 1] en/of

- een bericht naar de werkgever van die [benadeelde partij 1] te sturen inhoudende dat die [benadeelde partij 1] kleding zou stelen en/of

- op Marktplaats goederen te koop aanbieden onder de naam van die [benadeelde partij 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal de auto van die [benadeelde partij 1] te vernielen en/of

- meermalen, althans eenmaal de sloten van de voordeur en/of poort van die Van

Gils te vernielen.

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 en met 7 juni 2015 te Oosterhout en/of Etten-Leur althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 2] in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij 2] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door

- die [benadeelde partij 2] telkens - en/of al dan niet onder een valse naam en/of anoniem - een groot aantal maal ongewenst telefonisch te benaderen en/of berichten te sturen

- de werkgever van die [benadeelde partij 2] (een) berichten te sturen dat die [benadeelde partij 2] de kantjes ervan af zou lopen en/of goederen zou gaan wegnemen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 106 dagen, waarvan 90 voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een taakstraf van 200 uur. Aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zouden daarbij de voorwaarden moeten worden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd, te weten reclasseringsbegeleiding, ambulante behandeling bij Het Dok en een contactverbod met beide slachtoffers. De officier van justitie heeft daarbij met name rekening gehouden met de richtlijnen van het OM, de ernst van de geuite bedreigingen en het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij al twee keer eerder voor belaging is veroordeeld. Daarnaast speelt de ouderdom van de feiten een matigende rol.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat gewezen op het grote tijdsverloop sinds de feiten en het feit dat verdachte reeds enige tijd in voorlopige hechtenis heeft gezeten. De eerdere veroordelingen waar de officier van justitie naar verwijst betreffen oude zaken.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan stalking (of in de terminologie van het Wetboek van Strafrecht: belaging) van twee (ex)vriendinnen. Hij heeft op verschillende, soms slinkse manieren ernstig inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer, onder andere via e-mail-, sms- en WhatsApp-berichten. Dit niet alleen naar de betrokkenen, maar ook naar mensen in hun omgeving, waarbij hij zich voordeed als zijn slachtoffers of als bekenden van hen. Zeer kwalijk is dat hij ook de werkgevers van beide vrouwen heeft benaderd met insinuerende berichten dat zij hun werkgever bestalen. Het tweede slachtoffer is daardoor zelfs haar nieuwe baan kwijt geraakt. Minstens zo kwalijk is dat hij onder de naam van het eerste slachtoffer een account aanmaakte op een datingsite en daarop naaktfoto’s van haar plaatste.

Verdachte is berekenend, geraffineerd en manipulatief te werk gegaan. Daarbij neemt hij zelf een slachtofferrol aan en probeert hij zelfs de stalking van het tweede slachtoffer in de schoenen te schuiven van het eerste slachtoffer.

Dit betreffen ernstige vormen van stalking met grote gevolgen voor de slachtoffers.

Het eerste slachtoffer heeft hiervan heel veel last gehad. Uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat zij het vertrouwen in mensen verloor en angstig en achterdochtig werd, omdat zij niemand in haar omgeving meer durfde te vertrouwen. Door de raadselachtige dingen die er rond haar gebeurden, ook op haar werk, gingen mensen aan haar twijfelen en namen haar niet meer serieus. Daardoor werd zij op den duur ook verward en verbitterd. Zij kampt nog steeds met de psychische gevolgen.

Zoals gezegd is het tweede slachtoffer door de manipulaties van verdachte zelfs haar baan kwijtgeraakt. Zij heeft ook psychische gevolgen hiervan ondervonden, met slapeloze nachten, veel stress en gevoelens van angst en machteloosheid.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het strafblad van verdachte en de over hem uitgebrachte rapportages en adviezen, te weten een milieuonderzoek, een rapportage van klinisch psycholoog F. van Nunen en een reclasseringsadvies van 12 mei 2017.

Uit zijn strafblad en het milieuonderzoek blijkt dat verdachte zich al eerder schuldig heeft gemaakt aan stalking, namelijk van zijn ex-vrouw en een andere ex-vriendin. Bij die laatste ging hij op een vergelijkbare manier te werk, zoals onder meer het benaderen van de werkgever en het zich voordoen als bekende van het slachtoffer.

Volgens de psycholoog is bij verdachte geen sprake van een stoornis, maar wel van een zekere persoonlijkheidsproblematiek, te weten een narcistisch/afhankelijke persoonlijkheid en een borderline getinte kwetsbare persoonlijkheidsorganisatie. Bij een bewezenverklaring ligt volgens de psycholoog (voortgezette) behandeling van het stalkingsgedrag bij een daarin gespecialiseerde instelling voor de hand.

De reclassering heeft zich daarbij aangesloten en schat de kans op herhaling in als hoog.

De rechtbank onderschrijft deze adviezen. Gezien het herhaalde en ernstige stalkingsgedrag van verdachte heeft de eerdere behandeling bij Het Dok (die niet helemaal kon worden afgerond) kennelijk geen (voldoende) resultaat gehad, waarbij de rechtbank overigens ook twijfels heeft over de inzet van verdachte bij die behandeling. Het is van groot belang dat verdachte leert om op een andere, ook voor hemzelf mindere ingrijpende wijze om te gaan met mogelijke tegenslagen in zijn relaties. Ter voorkoming van herhaling acht de rechtbank hernieuwde ambulante behandeling bij Het Dok dan ook noodzakelijk. Daarbij is ook een flinke stok achter de deur nodig om te zorgen dat verdachte daaraan écht meewerkt, alsmede toezicht daarop door de reclassering.

Verder acht de rechtbank, gelet op de aard en ernst van de strafbare feiten, het geadviseerde contactverbod passend en geboden, ter bescherming van beide slachtoffers.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte. Ook omdat eerdere taakstraffen geen effect hebben gehad, acht de rechtbank het opleggen van een nieuwe taakstraf een gepasseerd station en is alleen gevangenisstraf passend en geboden. Dat het gaat om wat oudere feiten uit 2015 is onvoldoende reden om die gevangenisstraf te beperken tot de 15 dagen voorlopige hechtenis die verdachte reeds heeft ondergaan. Naar het oordeel van de rechtbank is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden passend en geboden, plus een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van twee jaar, waaraan als bijzondere voorwaarden de eerder genoemde behandeling, reclasseringsbegeleiding en contactverbod worden verbonden.

7 De benadeelde partijen

[benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert een schadevergoeding van € 4.776,92 voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 3.767,92 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 267,92 ter zake van materiële schade (reiskosten) en € 3.500,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2015 tot de dag van algehele voldoening.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert een schadevergoeding van € 2.566,61 voor feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.816,61 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 66,61 ter zake van materiële schade (telefoon- en reiskosten) en € 1.750,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2015 tot de dag van algehele voldoening.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot beide toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen 1 t/m 46, zoals vermeld in de bijgevoegde beslaglijst, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

De digitale (foto)camera van het merk Philips zal worden teruggeven aan de rechthebbende [benadeelde partij 1] . Teruggave van de camera zal echter pas mogen plaatsvinden, zodra er een onherroepelijke beslissing is.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Belaging

feit 2: Belaging

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 3 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich binnen 3 dagen nadat dit vonnis onherroepelijk is zal melden bij Reclassering Nederland aan de Langendijk 54 te Breda en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, onder behandeling zal stellen van FPP Het Dok, of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, waarbij hij zich houdt aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling of behandelaar zullen worden gegeven;

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] , zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1 tot en met 46, met uitzondering van de digitale fotocamera van het merk Philips, welke zal mogen worden teruggeven aan [benadeelde partij 1] , zodra er een onherroepelijke beslissing is;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van € 3.767,92, waarvan € 267,92 ter zake van materiële schade en € 3.500,- ter zake van materiële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] van € 1.816,61, waarvan € 66,61 ter zake van materiële schade en € 1.750,- ter zake van materiële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 7 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit1), € 3.767,92, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, 47 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feit2), € 1.816,61, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 7 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, 28 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Goossens en mr. Breeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Heel, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 oktober 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2015270371 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 737. Proces-verbaal van de aangifte van [benadeelde partij 1] , pagina 516

2 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 735

3 Proces-verbaal van de aangifte van [benadeelde partij 1] , pagina 300

4 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 603

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 146

6 De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 29 september 2017

7 Proces-verbaal van de aangifte van [benadeelde partij 1] , pagina 305

8 Proces-verbaal aangifte van [benadeelde partij 2] , pagina 564-594

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 665

10 Proces-verbaal van de aanhouding, pagina 80.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 219

12 Proces-verbaal aangifte van [benadeelde partij 2] , pagina 564-594

13 Proces-verbaal van de aangifte van [benadeelde partij 1] , pagina 305, 341, 359 en 522

14 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 400, 401, 402, 403, 406

15 Proces-verbaal bevindingen, pagina 549

16 Kennisgeving inbeslagname, pagina 93

17 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 220

18 Proces-verbaal aangifte [benadeelde partij 2] , pagina 553

19 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 422 t/m 497

20 Proces-verbaal aangifte [benadeelde partij 2] , pagina 553

21 Proces-verbaal verhoor getuige, pagina 607

22 Proces-verbaal aangifte van [benadeelde partij 2] , pagina 553, 561

23 Proces-verbaal verhoor getuige, pagina 599

24 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 223

25 Proces-verbaal bevindingen, pagina

26 Proces-verbaal verhoor [benadeelde partij 1] , pagina 339

27 Proces-verbaal verstrekking gebruikersgegevens verdachte, pagina 623-626, 630-632

28 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 98, 100 en 127

29 Proces-verbaal aangifte van [benadeelde partij 2] , pagina 553

30 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 219 - 223

31 Proces-verbaal aangifte van [benadeelde partij 2] , pagina 564-594

32 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 163

33 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 551