Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:8544

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13-12-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
6274992 OV VERZ 17-7631
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek zoon tot instelling meerderjarigenbewind over zijn moeder wordt afgewezen door kantonrechter. Moeder (en overige meerderjarige kinderen) niet akkoord met instellen bewind over goederen van moeder. Moeder heeft recent bij notaris levenstestament opgesteld juist met het doel te voorzien in de situatie dat zij om welke reden dan ook niet meer zelf kan handelen. Kantonrechter is van oordeel dat met dit levenstestament op dit moment een deugdelijke voorziening is getroffen voor de belangenbehartiging van moeder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster III Insolventie en kanton beheerszaken

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 6274992 OV VERZ 17-7631

beschikking d.d. 13 december 2017 op een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind

van

[verzoeker A] .

1 Het procesverloop

1.1

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het op 28 augustus 2017 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen);

b. het op 29 augustus 2017 door de griffie van de rechtbank ontvangen origineel van bovengenoemd verzoekschrift;

c. de brief d.d. 29 augustus 2017 van de griffie aan verzoeker;

d. de reactie van verzoeker hierop bij brief van 31 augustus 2017;

e. de ontvangst van een kopie/afschrift van het levenstestament van [rechthebbende] ;

f. het op 29 september 2017 door de griffie ontvangen (gewijzigde) verzoekschrift, met bijlagen, waaronder een kopie van een (vertaald) neuropsychologisch verslag betreffende [rechthebbende] d.d. 31 januari 2017;

g. de op 25 oktober 2017 door de griffie van de rechtbank ontvangen schriftelijke reactie van [rechthebbende] ;

h. de mailwisselingen met de (niet) akkoordverklaringen van de overige broers en zussen van verzoeker;

i. de op 27 oktober 2017 door de griffie van de rechtbank ontvangen schriftelijke bereidverklaring van de door verzoeker voorgestelde bewindvoerder;

j. het proces-verbaal van gehoor met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van

1 november 2017, tijdens welke zitting de rechthebbende afzonderlijk is gehoord op de plaats waar zij verblijft;

k. de op 21 november 2017 en 23 november 2017 ter griffie ingekomen schriftelijke reacties van [kind B] ;

l. het proces-verbaal van gehoor met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van

23 november 2017, tijdens welke zitting verzoeker, de verder verschenen twee broers en een zus van verzoeker zijn gehoord. Niet verschenen was -met bericht van verhindering- eerder genoemde [kind B] .

1.2

De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.

2 De beoordeling

2.1

Het (gewijzigde) verzoek van verzoeker strekt tot de instelling van een bewind over de goederen van [rechthebbende] thans verblijvende bij [naam instelling] , onder gelijktijdige benoeming van [naam bewindvoerder] , tot bewindvoerder.

In het verzoekschrift wordt door verzoeker gesteld dat voornoemde rechthebbende als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.

2.2

Gelet op de (inmiddels) binnengekomen stukken heeft de kantonrechter er bewust voor gekozen om rechthebbende afzonderlijk (lees: buiten aanwezigheid van verzoeker en haar andere meerderjarige kinderen) te horen. De kantonrechter wenste te voorkomen dat rechthebbende tijdens het horen enige druk zou ervaren van de aanwezigheid van een of meer van haar kinderen. Rechthebbende heeft in totaal 5 (vijf) meerderjarige kinderen, waaronder verzoeker. Zij heeft drie zonen en twee dochters welke allen door de kantonrechter als belanghebbende zijn aangemerkt in het kader van deze procedure. Het betreft [verzoeker A] , [kind C] , [kind B] , [kind D] en [kind E] . Tussen voormelde meerderjarige kinderen van rechthebbende blijkt een verstoorde relatie te bestaan, Verzoeker staat hierbij kennelijk aan de ene kant en zijn beide broers en zijn beide zussen gezamenlijk aan de andere kant. Deze verstoorde relatie vertaalt zich ook in een verschillend standpunt wat betreft de noodzakelijke/wenselijke belangenbehartiging van rechthebbende (hun moeder), waarover hierna meer.

2.3

Verzoeker vraagt aan de kantonrechter om een wettelijke beschermende maatregel, te weten beschermingsbewind, in te stellen ten behoeve van zijn moeder en haar kinderen. Verzoeker wenst dat een externe bewindvoerder wordt aangesteld die open, ordentelijk en adequaat de financiën van zijn moeder regelt. Volgens hem heeft [kind E] en [kind D] zonder overleg, zonder toestemming van een kantonrechter, en zonder een medische verklaring over moeder, de financiën van zijn moeder heimelijk overgenomen. Zij voeren volgens hem een administratie die illegaal is en geen recht doet aan moeder. [kind E] en [kind D] weigeren inzage te geven in hun (illegale) administratie en [kind C] en [kind B] zouden hen hierin steunen, aldus verzoeker. Door het aanstellen van een professionele externe bewindvoerder, in overleg met de rechtbank, zou volgens hem het recht van moeder en het belang van ieder kind in gelijke mate worden behartigd. Verzoeker voert verder aan dat zijn moeder, 80 jaar oud, psychische klachten heeft die lijken op Alzheimer.

Het lukt haar volgens hem niet meer om zelf haar administratie op orde te houden en te regelen. Daarnaast zou ze een motorische storing hebben waardoor ze niet meer kan schrijven/typen of een handtekening zetten. Verzoeker verwijst naar de inhoud van de overgelegde (vertaalde) neurologische test. Volgens verzoeker is zijn moeder -zakelijk weergegeven- een vermogende vrouw. [kind E] en [kind D] zouden geen openheid willen geven over transacties die hebben plaatsgevonden sinds de overname van de administratie.

Verzoeker heeft tijdens het horen door de kantonrechter op 23 november zijn verzoek nader toegelicht en heeft desgevraagd verklaard zijn verzoek te handhaven. Hij blijft van mening, dat er een transparant onafhankelijk persoon de belangen van zijn moeder moet gaan behartigen.

2.4

Uit het overgelegde levenstestament blijkt dat rechthebbende op 11 september 2017 ten over staan van een notaris een levenstestament heeft opgesteld met als doel te voorzien in de situatie dat zij om welke reden dan ook zelf niet meer kan handelen. Zij geeft hierbij een algemene volmacht om haar vermogensrechtelijke en andere zakelijke belangen te behartigen, zoals genoemd onder I tot en met IV van het levenstestament.

Voorts wijst zij een medisch gevolmachtigde aan om haar te vertegenwoordigen op medisch gebied (V). Verder zijn haar wensen ter uitvoering van de beide volmachten geformuleerd. “Deze volmacht is er op gericht geen bewind, mentorschap of curatele te hoeven aanvragen. Stelt de kantonrechter desondanks een bewind en/of mentorschap in, of stelt hij een curatele in, dan geldt het volgende.

Inzake bewind.

Ik spreek de uitdrukkelijke voorkeur uit dat de rechter een door mij in I. aangewezen gemachtigde als bewindvoerder benoemt. Als mijn vermogen onder bewind wordt gesteld eindigt de onder I. verleende volmacht ten aanzien van het gedeelte van het vermogen dat onder bewind is gesteld.

Inzake mentorschap.

Ik spreek de uitdrukkelijke voorkeur uit dat de rechter een door mij onder V. aangewezen medische gevolmachtigde als mentor benoemt. Als voor mij een mentor is benoemd, eindigt de onder V. verleende volmacht niet.

Inzake curatele.

Ik wens niet onder curatele te worden gesteld als de regeling voor bewind en/of mentorschap een juiste behartiging van mijn belangen meebrengen. Mocht ik desondanks onder curatele worden geplaatst, dan spreek ik uitdrukkelijk de voorkeur uit dat de rechter een door mij onder I. aangewezen gevolmachtigde benoemd.”

De kantonrechter heeft verder kennis kunnen nemen van het feit, dat rechthebbende in voormeld levenstestament [kind D] en [kind E] onder I.

heeft aangewezen als haar algemeen gevolmachtigden dat zij onder V. dezelfde personen heeft aangewezen als haar medisch gevolmachtigden.

2.5

Rechthebbende heeft in haar reactie op het verzoekschrift ingekomen 25 oktober 2017 -zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd. “Vanwege een conflict over de noodzaak tot toewijzing van een externe bewindvoerder voor mij heeft [verzoeker A] een rechtszaak aangespannen. Ikzelf en mij andere kinderen vinden dit niet wenselijk noch noodzakelijk. Ik heb vertrouwen dat mijn twee jongste kinderen [kind D en E] mijn zaken goed regelen en ik heb daarom op 11-09-2017 een levenstestament op laten stellen door de [notaris]. Het levens- testament heeft [kind E] (op 23-10-2017) digitaal naar jullie opgestuurd. De notaris heeft aangegeven dat dit ook via het levenstestamentenregister voor jullie toegankelijk is. Op deze manier heb ik geprobeerd een rechtszaak te voorkomen. Omdat de bewindvoering al geregeld is, verzoek ik U om deze zaak te seponeren. Ik maak dus bezwaar dat deze zaak is opgestart. Mocht er, ondanks mijn levenstestament, toch een verhoor plaatsvinden, dan verzoek ik U dit te laten plaatsvinden zonder de aanwezigheid van [verzoeker A] . Ik heb de inhoud van deze brief opgesteld samen met mijn gevolmachtigde [kind D] . Ik hoop dat mijn verzoek tot seponering van deze rechtszaak wordt gehonoreerd. In afwachting van uw antwoord, verblijf ik”.

Tijdens het horen van rechthebbende op 1 november 2017 geeft rechthebbende naar het oordeel van de kantonrechter aan goed te begrijpen waar het in het kader van deze procedure om gaat. Zij handhaaft hierbij haar bezwaar tegen toewijzing van het onderhavige verzoek van haar oudste zoon. Zij is -zo begrijpt de kantonrechter- van mening, dat in haar vastgesteld levenstestament haar belangenbehartiging voor de toekomst deugdelijk geregeld is. Zij heeft al haar wensen op dit punt in het onderhavige levenstestament vastgelegd.

2.6

De andere meerderjarige kinderen hebben ieder voor zich maar eensluidend aangegeven, dat zij niet akkoord gaan met het verzoek tot onderbewindstelling van de goederen van hun moeder. Zij benadrukken hierbij dat hun moeder ook tegen is. De door hun oudste broer/verzoeker gemaakte aantijgingen tegen de huidige belangenbehartigers van hun moeder worden ook betwist. Zij blijken -zo begrijpt de kantonrechter- unaniem van mening dat hun moeder hulp nodig heeft maar deze belangenbehartiging is middels het levenstestament voldoende afgedekt.

2.7

De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:431, lid 1 BW kan de kantonrechter wanneer een meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van onder meer “zijn lichamelijke of geestelijke toestand” een bewind instellen over een of meer goederen die rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren. Uit de stukken en de behandeling tijdens de terechtzittingen is voldoende aannemelijk geworden dat de rechthebbende als gevolg van de lichamelijke of geestelijke toestand -hoewel zij in de directe communicatie nog zeer helder is- niet meer zelf ten volle in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Deze vaststelling is voor de kantonrechter echter geen reden om het onderhavige verzoek in te willigen. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat rechthebbende met het vaststellen van haar levenstestament een passende voorziening heeft bewerkstelligd voor de belangenbehartiging waartoe ze zelf op dit moment niet meer of niet meer voldoende in staat is. De kantonrechter verwijst in dat verband ook naar de expliciete doelstelling van dit levenstestament. Uitgangspunt van ons burgerlijk recht is de zelfbeschikking van het individu. Het is van belang van het individu, in dit geval rechthebbende, om niet verder in te grijpen dan noodzakelijk is. Het onder bewind stellen van één of meer goederen van rechthebbende acht de kantonrechter op dit moment niet noodzakelijk. De kantonrechter benadrukt hierbij dat in het kader van de belangenbehartiging van rechthebbende het belang van rechthebbende voorop dient te staan en niet een hiervan afgeleid belang van één of meer belanghebbenden.

Het beweerdelijk gebrek aan transparantie wat betreft de door gevolmachtigden gevoerde administratie is -wat hier ook van zij- onvoldoende om tot instelling van een beschermings- bewind te besluiten. Een sepot van deze rechtszaak, zoals door rechthebbende verzocht, kan de kantonrechter niet uitspreken. De kantonrechter zal het verzoek hierna wel afwijzen.

2.8

Wellicht ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat, ook al zou hij besloten hebben tot het instellen van een beschermingsbewind, hij bij de benoeming van een bewindvoerder gehouden zou zijn geweest om ingevolge artikel 1:435 lid 3 BW de uitdrukkelijke voorkeur van rechthebbende te volgen. Er bestaan immers geen gegronde redenen die zich tegen een zodanige benoeming zouden verzetten. Ook in dat geval zou de expliciete wens van verzoeker, inhoudende de benoeming van een externe professionele bewindvoerder, niet in vervulling zijn gegaan.

2.9

Overigens zouden juist in het belang van rechthebbende alle overige belanghebbenden moeten streven naar een harmonisering van de familieverhoudingen. Basis hiervoor is een transparante communicatie!

3 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het onderhavige verzoek tot instelling van een bewind over de goederen van voormelde rechthebbende af.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 december 2017.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.