Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:7686

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
07-11-2017
Datum publicatie
24-11-2017
Zaaknummer
6294854 OV VERZ 17-7879 en 6294916 OV VERZ 17-7880
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

: Beslissing op verzoek van beide ouders tot instelling van een bewind over de goederen van en tot instelling van mentorschap over hun -op dat moment- nog minderjarige dochter met ingang van de datum waarop zij (rechthebbende) meerderjarig wordt, met gelijktijdige benoeming van de beide ouders tot bewindvoerders en mentoren. Rechthebbende geeft aan de noodzaak tot stelling van genoemde beschermende maatregelen niet in te zien. Kantonrechter willigt de beide verzoeken toch in. Verzoekers/ouders hebben hun verzoekschrift uitvoerig onderbouwd. Kantonrechter spreekt wel de hoop uit dat rechthebbende niet te zeer teleurgesteld is nu niet in overeenstemming met haar wens wordt beslist. Kantonrechter motiveert zijn beslissing uitvoerig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2018/78
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster III Insolventie en kanton beheerszaken

Bergen op Zoom

Zaak/rolnrs.: 6294854 OV VERZ 17-7879 en 6294916 OV VERZ 17-7880

beschikking d.d. 7 november 2017 op een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind en een mentorschap

van

[naam en gegevens verzoekers]

.

1 Het procesverloop

1.1

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het op 6 september 2017 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen), waaronder een schriftelijke bijlage houdende Redenen voor onder beschermings- bewindstelling tevens Redenen voor mentorschap, en verder een getuigenverslag d.d.

29 augustus 2017 t.b.v. de aanvraag mentorschap en beschermingsbewind, opgesteld namens

[naam zorginstelling] , een tussentijdse berichtgeving d.d. 4 november 2016, opgesteld door behandelend kinder- en jeugdpsychiater van de GGZ WNB, een besluit pgb-aanvraag d.d.

11 augustus 2016, afkomstig van het Centrum voor Jeugd en Gezin Etten-Leur / Zundert, alsmede twee akkoordverklaringen en de bereidverklaringen van de voorgestelde bewindvoerders en mentoren;

b. het proces-verbaal van de griffier met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van 2 november 2017.

1.2

De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.

2 De beoordeling

2.1

Het verzoek strekt tot de instelling van een bewind over de goederen van en tot instelling van een mentorschap over [naam en gegevens rechthebbende] , onder gelijktijdige benoeming van [naam bewindvoerders] , beiden voornoemd, tot bewindvoerders en mentoren, met ingang van de datum waarop rechthebbende meerderjarig wordt. Verzoekers zijn de ouders van rechthebbende.

2.2

Verzoekers motiveren in een schriftelijke bijlage behorende bij het verzoekschrift zeer uitvoerig hun verzoek. Zij geven hierbij aan op welke feiten zij het onderhavige verzoek baseren. De kantonrechter heeft kennis kunnen nemen van de inhoud van deze bijlage.

De inhoud van deze bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Uit privacyoverwegingen vermeldt de kantonrechter deze feiten niet expliciet in deze beschikking. Ter zitting hebben de verzoekers (de ouders) -zakelijk weergegeven- hun verzoekschrift nader toegelicht en geven zij blijk (nog) volledig achter hun schriftelijke verzoeken te staan.

2.3

Rechthebbende heeft ter zitting desgevraagd aangegeven dat zij de noodzaak tot het instellen van een bewind over haar goederen en tot het instellen van een mentorschap over haar niet ziet. Zij begrijpt dat zij -ook na het bereiken van haar meerderjarigheid- nog hulp en advies van haar ouders nodig heeft. Zij is echter van mening dat zij deze hulp en adviezen ook zo van haar ouders kan krijgen c.q. aan haar ouders kan vragen zonder dat de verzochte beschermende maatregelen worden toegepast.

2.4

Aan de orde is de beantwoording van de vraag of er wel of niet voldoende grond is voor de toepassing van de verzochte wettelijke beschermende maatregelen. Uitgangspunt in het burgerlijk recht is de zelfbeschikking van het individu. Helaas blijkt echter dat niet iedereen die verantwoordelijkheid aankan. Uitgangspunt is ook dat beschermende maatregelen niet verder moeten ingrijpen in het zelfbeschikkingsrecht van een individu dan noodzakelijk en dat -waar mogelijk- de zelfredzaamheid wordt bevorderd. Anders dan rechthebbende is de kantonrechter van oordeel dat het enkele feit, dat zij altijd advies en hulp aan haar ouders kan vragen, niet voldoende is voor het waarborgen van een behoorlijke belangenbehartiging voor rechthebbende. Deze behoorlijke belangenbehartiging moet immers ook gewaarborgd zijn wanneer rechthebbende zelf niet het initiatief neemt tot deze advies-/hulpvraag.

2.5

Uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat de rechthebbende als gevolg van haar geestelijke toestand (nog) niet in staat is zelf ten volle haar belangen van vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen, reden waarom de kantonrechter de beide verzoeken zal inwilligen.

2.6

De kantonrechter spreekt de hoop uit dat rechthebbende niet te zeer teleurgesteld is nu niet in overeenstemming met haar wens wordt beslist. De ouders blijken al jarenlang bezig te zijn met het bevorderen van de zelfredzaamheid van rechthebbende en zij zullen dit ook beslist in de toekomst (moeten) blijven doen. Rechthebbende zal vooral door moeten gaan met de beschreven positieve ontwikkelingen in haar leven, zoals haar start om -na het behalen van haar Havodiploma- inmiddels het reguliere VWO-onderwijs te volgen.

2.7

De taak van de -te benoemen- bewindvoerders en mentoren is om ook in de toekomst de zelfredzaamheid van rechthebbende te stimuleren. Zij moeten ook periodiek aan de kantonrechter rapporteren of de onderhavige beschermende maatregelen nog moeten voortduren of kunnen worden vervangen door een minder verstrekkende voorziening (art. 1:446a, lid 3 BW en art. 1:459, lid 3 BW).

2.8

De kantonrechter heeft zich vergewist van de bereidheid en de geschiktheid van de voorgestelde bewindvoerders en mentoren. Het benoemen van de beide ouders is volledig in overeenstemming met de wettelijke voorkeur (art. 1:435, lid 4 BW en art, 1:452, lid 4 BW).

2.9

Ter zitting is de kantonrechter gebleken dat rechthebbende in staat is om zelf aan de bewindvoerder toestemming te geven voor het doen van beschikkingshandelingen.

De rechthebbende wordt tevens in staat geacht de rekening en verantwoording ter goedkeuring te ondertekenen.

2.10

Op grond van de bevoegdheid als omschreven in artikel 1:436 lid 3 BW bepaalt de kantonrechter dat de onderhavige beschikking wordt ingeschreven in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister. De kantonrechter acht deze bescherming noodzakelijk voor rechthebbende. Het verzoek tot inschrijving wordt hiermee toegewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

stelt -met ingang van 9 november 2017- een bewind in over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [naam en gegevens rechthebbende] voornoemd;

stelt -met ingang van 9 november 2017- een mentorschap in over [naam en gegevens rechthebbende] voornoemd;

benoemt tot bewindvoerders en tot mentoren: [naam bewindvoerders]

, beiden voornoemd;

draagt de griffier op deze uitspraak in te schrijven in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 november 2017.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.