Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:7022

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-10-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
C/02/323287 / HA ZA 16-810
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Zorgplicht jachtmakelaar; Onduidelijkheid ten aanzien van bevoegd vertegenwoordiger van opdrachtgever. Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid? Tekortkoming jachtmakelaar vanwege onder meer niet opvolgen betaalinstructies en uitbetaling netto koopsom aan een ander dan de opdrachtgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5949
NTHR 2018, afl. 1, p. 38
NTHR 2018, afl. 1, p. 55
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Locatie Breda

Cluster II Handelszaken

zaaknummer / rolnummer: C/02/323287 / HA ZA 16-810

Vonnis van 25 oktober 2017

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht
BILLAGIO ENTERPRISES LTD,

gevestigd te Gibraltar,

eiseres,

advocaat: mr. D. Komen te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat: mr. I.M.F. van Emstede te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Billagio en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 juni 2017 met de daarin vermelde stukken,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie gehouden op 26 september 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Billagio vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:
[gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 329.227,--, vermeerderd met de rente en kosten;

subsidiair:

een veroordeling te treffen die de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;

primair en subsidiair:

[gedaagden] te veroordelen tot betaling van de volledige proces- en nakosten, vermeerderd met de rente.

2.2.

[gedaagden] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

In het onderhavige geval wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

a. Billagio is op 8 februari 2013 opgericht door de heer [naam oprichter] (hierna: [naam oprichter] ) en is in Gibraltar gevestigd. Het enige actief van Billagio is een motorjacht genaamd “Timeless” (hierna: het motorjacht), welke omstreeks augustus 2012 door [naam oprichter] is aangekocht en om fiscale redenen ingebracht in Billagio. De kadastrale registratie van het motorjacht vond plaats door de in Raamsdonkveer gevestigde onderneming Altena Yachting. Thans is de enige aandeelhouder van Billagio de op de Britse Virgin eilanden gevestigde vennootschap Lynsberg Holdings Ltd (hierna: Lynsberg).

b. [gedaagde sub 1] exploiteert onder meer een onderneming in koop en verkoop van jachten, waaronder begrepen import en export hiervan én de bemiddeling hierin. De heer [gedaagde sub 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde sub 1] .

c. Op 16 mei 2014 is tussen Billagio en [gedaagde sub 1] een zogeheten order agreement gesloten inhoudende de opdracht van Billagio aan [gedaagde sub 1] om het motorjacht te verkopen tegen een verkoopprijs van € 745.000,--. Hierbij is een courtage voor [gedaagde sub 1] van 6% van de verkoopprijs afgesproken. De order agreement is namens Billagio ondertekend door [naam oprichter] .

d. [naam oprichter] en [gedaagden] hebben aanvankelijk enkel via e-mail contact gehad waarbij [naam oprichter] gebruik heeft gemaakt van een e-mailadres van de vennootschap Tannery. Later heeft [naam oprichter] een aantal bezoeken aan [gedaagden] gebracht.

e. Vanaf omstreeks oktober 2014 hebben [gedaagden] naast [naam oprichter] tevens met de heer [naam A] (hierna: [naam A] ) gecorrespondeerd over het motorjacht.

f. In een e-mailbericht van 2 oktober 2014 van Altena Yachting gericht aan [naam oprichter] en [naam A] staat onder meer dat Billagio 100% eigenaar van het bewuste schip is.

g. Naar aanleiding van voormeld bericht schrijft [naam A] bij e-mailbericht van
13 november 2015 onder meer het navolgende aan de heer [gedaagde sub 2] en [naam B] (hierna: [naam B] ), met in de “cc” [naam oprichter] :

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

I was informed that you ask the docs about cadastral registration of the Timeless. The ship-owner is Billagio Enterprises Ltd. I have contact with the directors of Billagio Enterprises Ltd. [naam oprichter] has had no relation to Billagio Enterprises Ltd or Timeless now according to my knowledge. He reads us in a copy.

Please find attaches the doc as well as relevant correspondence below. Should I make a call to you to clarify the issue?

h. Bij e-mailbericht van 16 november 2015 van 11.07u van [naam A] gericht aan de heer [gedaagde sub 2] en [naam B] staat onder meer het navolgende:

“(…)

Let me remind you that i’m waiting for the list of documents about Bellagio and/or Lynsberg.(…)

During our conversation you was woried about the person who is in charge to sign the agreement. If you are not happy the agreement be signed by Billagio and/or Lynsberg’s director (i.e. fully authorized and registered legal representatives of Billagio), it is possible to issue a special power of attorney.(…)’

i. Hierop antwoordt de heer [gedaagde sub 2] om 5:16 PM aan [naam A] , met in de “cc” [naam oprichter] , op dezelfde dag onder meer als volgt:

“(…)

Dear [naam A] ,

I think I don’t need all of this.

I can make aan agreement between Bellagio and our American client; I can ask [naam oprichter] to sign that agreement.(…)”

j. Op dezelfde dag antwoordt [naam A] om 16:07u aan de heer [gedaagde sub 2] en [naam B] , met in de “cc” [naam oprichter] :

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

Noted that you don’t request any additional documents.

Regarding the signing of the agreement, please, be advice that

Billagio Enterprises Ltd is your client and strongly protesting against the signature of Mr. [naam oprichter] under this agreement.

The second demand is that the full payment for the boat should be done to the bank account of Lynsberg. (…)”

Bij e-mailbericht van dezelfde dag om 16:18u aan de heer [gedaagde sub 2] vervolgt [naam A] :

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

Additional information only for you. The Billagio shareholders ordered to seek assistance from police if [naam oprichter] is continuing to steal the boat. Sure it is not a joke, they are really angry and don’t understand the involvement of Mr. [naam oprichter] , if you contact really with him instead of another person. Mr. [naam oprichter] does not answer me, but I kept him copied, as you see.(…)”

Om 16:24u antwoordt de heer [gedaagde sub 2] hierop aan [naam A] :

“(…)

Dear [naam A] ,

Don’t worry, I can’t take the risk to sell a Yacht from somebody that is not the owner!!(…)”

Op dezelfde dag vraagt de heer [gedaagde sub 2] per e-mailbericht aan [naam oprichter] :

“(…)

What’s happening??(…)”

k. In een e-mailbericht van 17 november 2015 van 10:56u van [naam oprichter] aan de heer [gedaagde sub 2] staat het navolgende:

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

The only one owner of Timeless and Billagio is me. You can see it from a lot of documents you have. I already talk and wrote a lot of times with this people asking them to stop any intention to manipulate and fraud but unfortunately with no success. Can I comment to them your forwarded messages?

Once again, please receive my apologies for any inconvenience(…)”

l. In een e-mailbericht van 17 november 2015 van 15:14u van de heer [gedaagde sub 2] aan [naam oprichter] , met in de “cc” [naam A] , staat het volgende:

“(…)

Dear [naam oprichter] ,

I kindly ask you or [naam A] to show me a recent certificate from the Chamber of Commerce that proves who is the owner of Billagio.(…)”

[naam A] antwoordt op dezelfde dag om 19:02u het volgende aan de heer [gedaagde sub 2] en [naam oprichter] het volgende:

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

After our telcall last week I have ordered from directors of Billagio to prepare and to send to Lynsberg:

• Certificate of Incorporation together with Memorandum and Articles of Association, duly notarised and legalised;

• Certificate of Good Standing which includes the information requested on Shareholder, Director, Address, etc., duly notarised and legalised.

The above docs will be sent you ASAP. Do you request these docs in scans or in papers? (…)

I hope [naam oprichter] just to speed up will confirm that Lynsberg Holding Limited was and is a sole shareholder of Billagio under the attached certificate.(…)”

Op dezelfde dag om 20:19u antwoordt [naam oprichter] het volgende aan [naam A] en de heer [gedaagde sub 2] :

“(…)

Dear [naam A] ,

As I told you several time, you can prepare any set of paper company, but all of them are false. Hope police will find you.

Even i willed to register on the company name it was never payed accordingly.

Till we are finding out with Billagio, i attach the basic documents which I believe have importance.(…)”

m. Op 18 november 2015 schrijft de heer [gedaagde sub 2] het navolgende aan [naam A] :

“(…)

Dear [naam A] ,

I only need a daily statement of the chamber of commerce that proves ownership of Billagio. In the Netherlands from any company we can have that kind of information within one minute!!(…)”

Hierop heeft [naam A] de heer [gedaagde sub 2] het volgende geantwoord:

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

I know how it works in Netherlands. But it is not the same in case of Bellagio.

All the certificates we receive notarised and legalized from Gibraltar’s lawyers. I will call to push them today an let you know.(…)”

Op dezelfde dag bericht [naam A] tevens het volgende aan de heer [gedaagde sub 2] :

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

Please find attached the certificate of goodstanding, including the shareholders, and the e-mail of gibraltar’s lawyer below with more information and timetable.(…)”

De heer [gedaagde sub 2] antwoordt op dezelfde het volgende aan [naam A] :

“(…)

Dear [naam A] ,

Thanks for the document, I’ll forward it to [naam oprichter] (…)”

n. Op 18 november 2015 is een exemplaar van de koopovereenkomst ter zake het motorjacht getekend door de koper [naam C] Trust en door [naam oprichter] - op de plaats waar de handtekening van de vertegenwoordiger van Billagio - alsmede door de heer [gedaagde sub 2] als makelaar.

o. Op 20 november 2015 bericht de heer [gedaagde sub 2] het volgende aan [naam A] :

“(…)

Dear [naam A] ,

Attached the agreement to be signed by a representative of Billagio.(…)”

Op 23 november 2015 bericht de heer [gedaagde sub 2] verder het volgende aan [naam A] :

“(…)

Dear [naam A] ,

Can you please return the signed agreement today, we want to do the survey this week, the purchaser wants a signed agreement before he starts making costs.(…)”

Hierop antwoordt [naam A] op dezelfde dag:

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

The contract provides all the payment to your account. Could you advice when and under what circumstances the price shall be paid to Lynsberg bank account?

Could you calculate the sum to be paid to Lynsberg (minus your fee, some other expenses at owner’s pocket)?

What other documents/assistance should be done by the seller?(…)”

De heer [gedaagde sub 2] antwoordt hierop:

“(…)

Dear [naam A] ,

- It is our escrow account.

- The agreed price is € 355.000,--

- After deducting our provision (6% excl. 21% vat) that will be netto for owner: € 329.227,00(…)

After a positive survey and after the Yacht is out of the Dutch register we can pay the vendor, by transfer.(…)”

De reactie van [naam A] van dezelfde dag luidt onder meer als volgt:

“(…)

Dear [gedaagde sub 2] ,

your calculation was confirmed.

I’ve sent the contract to be signed by Billagio directors.(…)

Let you know after the reply from Gibraltar(…)”.

Op dezelfde dag antwoordt de heer [gedaagde sub 2] in drie separate berichten het volgende aan [naam A] :

“(…)

Dear [naam A] ,

Please return the agreement signed by the vendor back to me; otherwise I’m afraid that our cliënt from the USA is going to cancel his flight fort his week!(…)”

“(…)

Dear [naam A] ,

I also need a copy with apostille from his passport.

Otherwise I can’t close the registration in the Dutch register.

The agreement I need today, the rest we can do later.(…)”

“(…)

Yes, the reprensentative of Billagio, who is authorized to sign the documents, and who signs the agreement.(…)”

p. De heer [gedaagde sub 2] en [naam A] corresponderen op 24 en 25 november 2015 over het toezenden van kopieën van de eigendomsdocumenten van het motorjacht aan Billagio omdat die volgens [naam A] nimmer door [naam oprichter] aan Billagio zijn verstrekt. [naam A] vraagt de heer [gedaagde sub 2] of hij over deze documenten beschikt en als dat niet het geval is of deze uit de registers aangevraagd kunnen worden en of de heer [gedaagde sub 2] hierbij kan assisteren. De heer [gedaagde sub 2] bericht aan [naam A] dat hij op door een bevoegd persoon van Billagio ondertekende overeenkomst wacht, dat hij de situatie merkwaardig vindt, alsmede dat de gevraagde documenten in het bezit van de eigenaar van Billagio dienen te zijn. Verder meldt de heer [gedaagde sub 2] in één van zijn berichten van
25 november 2015 aan [naam A] op dat Billagio zijn inziens de eigendom van het motorjacht niet kan aantonen. [naam A] antwoordt de heer [gedaagde sub 2] hierop dat Billagio de geregistreerde eigenaar van het motorjacht is en dat bij gebreke van assistentie van de heer [gedaagde sub 2] bij het verkrijgen van de bewuste documenten [naam A] hem zal berichten op het moment dat de koopovereenkomst getekend is door de directeuren en aandeelhouders van Billagio.

q. Op 1 december 2015 vraagt de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] wederom naar bewijzen van eigendom waarop [naam A] hem documenten toezendt. Hiervoor bedankt de heer [gedaagde sub 2] [naam A] op 2 december 2015 waarbij hij meldt dat hij hierbij geen getekende overeenkomst van een bevoegd persoon bij Billagio voor de verkoop van het motorjacht kan vinden. Later op dezelfde dag meldt de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] dat ná inspectie van het motorjacht samen met de koper gebleken is dat hieraan gebreken kleven, reden dat de koper een koopprijs van € 345.000,-- wil betalen zodat een nettobedrag van € 320.000,-- voor de verkoper resteert, minus aanvullende kosten. Daarnaast vraagt de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] :

“(…)

One more question, is it possible to buy the Billagio Company, or is not only the Yacht in this??

Please inform me today if this is accepatable for het vendor, so that we can close the deal with our cliënt, before he leaves back tot he USA.(…)”

Hierop antwoordt [naam A] op dezelfde dag dat het motorjacht het enige actief van Billagio is en dat er verder geen activiteiten door Billagio worden ontplooid. Hierbij vraagt [naam A] of de heer [gedaagde sub 2] de door hem in dat bericht weergegeven berekening van de netto koopsom kan bevestigen. Hierop bevestigt de heer [naam A] op dezelfde dag de berekening van de heer [gedaagde sub 2] waarbij hij tevens informeert naar de koopprijs van de onderneming van Billagio. Hierop antwoordt [naam A] dat de prijs van de aandelen van Billagio enkel de koopsom van het motorjacht betreft. Vervolgens corresponderen [naam A] en de heer [gedaagde sub 2] verder over de vraag of en zo ja welke extra kosten gemoeid zijn bij een eventuele verkoop van de aandelen in Billagio. Op 4 december 2015 én
11 december 2015 bericht de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] dat hij nog steeds op de getekende overeenkomst wacht en vraagt hij aan [naam A] wat het probleem is. Op 15 december 2015 bericht de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] dat hij nog een laatste poging doet, waarbij hij vraagt waarom [naam A] niet meer reageert. Hierop antwoordt [naam A] aan de heer [gedaagde sub 2] dat hij de overeenkomst naar zijn opdrachtgever heeft gezonden en dat hij ná ontvangst van de getekende overeenkomst de heer [gedaagde sub 2] hierover zal informeren. Laatstgenoemde reageert op dezelfde dag door aan te geven dat hij vanaf 25 november 2015 vraagt naar de getekende overeenkomst, alsmede dat hij vermoedt nog jaren op een getekende overeenkomst te kunnen wachten omdat Billagio volgens hem niet de eigenaar van het motorjacht is.

r. Op 22 januari 2016 is van de derdengeldenrekening van de Stichting Beheer Derdengelden [gedaagde sub 1] een bedrag van € 316.239,36 overgemaakt naar een bankrekening op naam van [naam oprichter] onder vermelding van de naam van het motorjacht.

s. Op 22 januari 2016 én 9 februari 2016 vraagt [naam A] aan de heer [gedaagde sub 2] waarom hij geen facturen meer stuurt. Hierop antwoordt de heer [gedaagde sub 2] dat [naam A] de door hem in december gestelde vragen nimmer heeft beantwoord, waarbij hij hem verzoekt om hem niet langer lastig te vallen met het geschil tussen [naam A] en [naam oprichter] . Ten slotte geeft de heer [gedaagde sub 2] aan dat [naam oprichter] sinds lange tijd zijn facturen betaalt.

t. Bij brief van 12 februari 2016 is de heer [gedaagde sub 2] aangeschreven door een juridisch adviseur van Lynsberg ter zake Billagio en het motorjacht, waarbij wordt aangegeven dat alle instructies en communicatie ter zake het motorjacht door Lynsberg en/of haar vertegenwoordigingsbevoegden zal worden gegeven. Hierbij wordt verzocht om geen instructies van [naam oprichter] op te volgen, bij gebreke waarvan dit in een aansprakelijkstelling zal resulteren. Hierna hebben de heer [gedaagde sub 2] , [naam oprichter] en de juridisch adviseur van Lynsberg verder gecorrespondeerd over deze kwestie.

u. Bij brief van 18 juli 2016 bericht de heer [gedaagde sub 2] aan de gemachtigde van Lynsberg dat hij over veel correspondentie beschikt afkomstig van Billagio, [naam oprichter] en [naam A] waaruit hij heeft afgeleid dat [naam oprichter] de eigenaar van het motorjacht was en bevoegd was om te tekenen voor de verkoop van het motorjacht. De heer [gedaagde sub 2] meldt dat hij niet is geïnformeerd dat [naam oprichter] vanaf
2 juni 2014 niet meer bevoegd was om namens Billagio te handelen en dat [naam oprichter] hem heeft opgedragen het motorjacht te verkopen, alsmede dat het motorjacht in november 2015 aan een Amerikaanse klant is verkocht en dat [naam oprichter] heeft zorggedragen voor de deregistratie hiervan .

v. Bij verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van
24 oktober 2016 is aan Billagio toegestaan om ten laste van [gedaagden] conservatoir derdenbeslag te doen leggen.

w. Bij brief van 25 oktober 2016 zijn [gedaagden] door Billagio aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en te lijden schade.

Bevoegdheid en toepasselijk recht

3.2.

Onderhavige zaak heeft een internationaal karakter nu partijen in verschillende lidstaten van de Europese Unie zijn gevestigd. Billagio is in Gibraltar gevestigd terwijl [gedaagden] in Nederland woonachtig en/of gevestigd zijn. Gelet hierop dient de rechtbank allereerst te beoordelen welk recht op het onderhavige geschil van toepassing is en welke rechter bevoegd is hiervan kennis te nemen. Ter comparitiezitting hebben partijen verklaard dat deze rechtbank bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen, alsmede dat zij kiezen voor de toepasselijkheid van het Nederlands recht, zodat dit recht bij de beoordeling van het geschil zal worden toegepast.

Grondslagen vorderingen en verweer

3.3.

Billagio baseert haar vordering primair op nakoming van [gedaagde sub 1] van de op haar rustende verbintenis tot (door)betaling aan Billagio van de koopsom van het motorjacht “Timeless”. In dit verband stelt Billagio dat zij [gedaagde sub 1] middels een tussen partijen overeengekomen bemiddelingsovereenkomst heeft opgedragen te bemiddelen bij de verkoop van voormeld motorjacht, e.e.a. zoals vastgelegd in de overeenkomst van opdracht van 16 mei 2014, alsmede dat zij bij e-mailberichten van
16 november 2015 en 23 november 2015 aan [gedaagde sub 1] instructie heeft gegeven tot doorbetaling van de koopsom op de bankrekening van de aandeelhouder van Billagio (Lynsberg). Volgens Billagio heeft [gedaagde sub 1] niet voldaan aan voormelde betaalinstructie zodat zij om die reden jegens Billagio toerekenbaar tekortschiet. Aan de sommatie tot doorbetaling d.d. 25 oktober 2016 heeft [gedaagde sub 1] niet voldaan, aldus Billagio, zodat zij in verzuim is komen te verkeren.

3.3.1.

Subsidiair legt Billagio, op dezelfde feitenconstellatie, wanprestatie aan haar vordering ten grondslag. Meer subsidiair legt Billagio aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde sub 1] gehandeld heeft in strijd met de op haar als opdrachtnemer rustende zorgplicht. Daarbij betoogt Billagio dat [gedaagde sub 1] niet heeft voldaan aan de op haar als opdrachtnemer rustende informatieplicht ex artikel 7:403 lid 1 BW omdat zij heeft verzuimd om Billagio op de hoogte te houden van de door haar verrichte werkzaamheden. Volgens Billagio heeft [gedaagde sub 1] haar vanaf 1 december 2015 “aan het lijntje gehouden” en Billagio niet meer op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen ten aanzien van de verkoop van het bewuste motorjacht. Daarnaast voert Billagio aan dat [gedaagde sub 1] niet conform het bepaalde in artikel 7:403 lid 2 BW rekening en verantwoording heeft afgelegd.

3.3.2.

Uiterst subsidiair legt Billagio onrechtmatige daad aan haar vordering ten grondslag, stellende dat het toerekenbaar en zonder enkel recht of titel onder zich houden van de opeisbare koopsom en/of het doorbetalen hiervan aan een derde door [gedaagde sub 1] onrechtmatig is jegens Billagio. In dit verband voert Billagio aan dat [gedaagden] wisten dat [naam oprichter] niet bevoegd was om Billagio te vertegenwoordigen. Daarnaast betoogt Billagio dat de teboekstelling van het bewuste motorjacht met assistentie van [gedaagde sub 1] en zonder medeweten van Billagio is doorgehaald en geleverd, alsmede dat zowel het motorjacht als de koopsom verdwenen zijn, zonder dat [gedaagde sub 2] Yachtig hierover tot op heden opheldering heeft gegeven. Dit alles kwalificeert als onrechtmatig handelen van [gedaagden] jegens Billagio.

3.3.3.

De vordering van Billagio tegen de heer [gedaagde sub 2] is gebaseerd op onrechtmatige daad, meer specifiek bestuurdersaansprakelijkheid.

3.3.4.

Billagio vordert op voormelde grondslagen betaling door [gedaagde sub 1] van een bedrag van € 329.227,-- als schade c.q. de koopsom minus de provisie en kosten.

3.4.

[gedaagden] stellen zich op het standpunt dat zij naar behoren hebben gehandeld en dat de bewuste opdracht naar behoren is afgewikkeld. [gedaagden] betogen geen enkel belang gehad te hebben om de betreffende gelden naar [naam oprichter] over te maken in plaats van Lynsberg. In de visie van [gedaagden] is het betreffende bedrag terecht naar de bankrekening van [naam oprichter] overgemaakt omdat gebleken is dat het bewuste motorjacht eigendom van [naam oprichter] was. In dit verband betwisten [gedaagden] dat sprake is van een verkoopovereenkomst waarmee [naam oprichter] zijn motorjacht aan Billagio heeft verkocht, noch dat ter zake hiervan sprake is van enige betaling door Billagio aan [naam oprichter] . Daarnaast betogen [gedaagden] dat Billagio ondanks herhaalde verzoeken geen verificatoire bescheiden heeft overgelegd waaruit zij konden afleiden dat [naam oprichter] geen enkele zeggenschap meer had in Billagio én geen recht hadden op het bedrag van
€ 316.239,36. [gedaagden] ontkennen dat zij op 20 mei 2014 een e-mailbericht van de heer [naam A] zouden hebben ontvangen waaruit volgt dat hij én niet [naam oprichter] rechtsgeldig de vertegenwoordiger van Billagio was. [gedaagden] stellen voorts dat zij ook ná 20 mei 2014 nimmer een e-mail van [naam A] en/of Billagio hebben ontvangen waaruit volgt dat zij zich uitsluitend tot [naam A] als vertegenwoordiger van Billagio dienden te richten.

Bemiddelingsovereenkomst/overeenkomst van opdracht

3.5.

Als vaststaand dient te worden aangenomen dat de rechtsverhouding tussen Billagio en [gedaagde sub 1] is aan te merken als een overeenkomst tot bemiddeling ex artikel 7:425 BW. In dit verband merkt de rechtbank op dat [gedaagden] in diverse alinea’s van haar conclusie van antwoord innerlijk tegenstrijdige stellingen poneert ter zake de vraag wie te gelden heeft als opdrachtgever van [gedaagde sub 1] . De rechtbank merkt op dat [gedaagden] in punt 3 van de conclusie van antwoord erkennen dat tussen [gedaagde sub 1] en Billagio een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen terwijl zij op diverse andere punten van die conclusie (11,13 en 26) spreken over [naam oprichter] als opdrachtgever van [gedaagde sub 1] . Gezien echter de stellingname van Billagio, in onderling samenhang en verband beschouwd met voormelde erkenning van [gedaagden] én gezien de inhoud van de order agreement van 16 mei 2014 stelt de rechtbank vast dat sprake is van een opdrachtrelatie tussen enerzijds [gedaagde sub 1] en anderzijds Billagio. De omstandigheid dat [gedaagden] menen dat de koopsom aan [naam oprichter] toekomt omdat hij het motorjacht in privé heeft aangekocht en louter om fiscale redenen in de Billagio heeft ingebracht, [naam oprichter] de order agreement heeft ondertekend, alsmede het betoog dat [naam oprichter] niet betaald is voor de aandelen van Billagio, doet geenszins af aan de conclusie dat in juridische zin een overeenkomst in voormelde zin tussen [gedaagde sub 1] en Billagio tot stand is gekomen. Het vorenstaande nog daargelaten dat voormelde door [gedaagden] aangevoerde omstandigheden [gedaagde sub 1] in haar relatie tot Billagio niet regardeert, nu dit een kwestie tussen Billagio en [naam oprichter] betreft.

3.5.1.

Op de overeenkomst tussen Billagio en [gedaagde sub 1] zijn naast de artikelen ter zake de overeenkomst van bemiddeling (art. 7:425 e.v.) tevens de algemene regels inzake de overeenkomst van opdracht van toepassing (art. 7:400 e.v. BW). Dit betekent dat [gedaagde sub 1] als opdrachtnemer jegens Billagio aansprakelijk is indien zij tekort is geschoten in de op haar rustende verplichtingen. Dit kan bestaan uit een tekortkoming ten aanzien van een concrete contractuele verplichting of ten aanzien van de zorgplicht die de opdrachtnemer ex art. 7:401 BW bij de uitvoering van zijn werkzaamheden ten opzichte van zijn opdrachtgever in acht dient te nemen, te weten de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval. Bij aansprakelijkheid uit wanprestatie is in het bijzonder de inhoud van de overeenkomst bepalend. Voorts zijn de aard van de opdracht en de bij de opdracht betrokken belangen van de opdrachtgever van invloed op de vereiste mate van zorg. Verder geldt dat de rechtmatige en contractuele belangen van de opdrachtgever (i.c. Billagio) kunnen meebrengen dat [gedaagde sub 1] als opdrachtnemer voldoende informatie inwint en verstrekt - desgevraagd of uit eigen beweging - en zich kritisch opstelt ter zake aspecten die uitdrukkelijk tot onderwerp van de opdracht zijn gemaakt. Dit laatste komt er, kort gezegd, op neer dat [gedaagde sub 1] bij het uitvoeren van de aan haar verstrekte opdracht het belang van Billagio als opdrachtgeefster centraal diende te stellen en belangenverstrengeling diende te voorkomen.

3.6.

Gelijk hiervoor is overwogen is tussen partijen niet in geschil dat Billagio geldt als de opdrachtgeefster van [gedaagde sub 1] . Verder is tussen partijen niet in geschil dat [gedaagde sub 1] de voor haar opdrachtgeefster Billagio bestemde gelden - onder aftrek van de tussen hen overeengekomen courtage vermeerderd met de door [gedaagde sub 1] gemaakte kosten - aan Billagio diende af te dragen, dan wel haar instructies op dit punt diende op te volgen. Het geschil tussen partijen betreft het antwoord op de vraag of [gedaagde sub 1] op enigerlei wijze tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Billagio, in het bijzonder de verplichting ter zake het afdragen van de koopsom (minus overeengekomen provisie en kosten). Teneinde echter voormelde vraag te kunnen beantwoorden is van belang om vast te stellen welke specifieke opdrachten door Billagio op dit punt aan [gedaagde sub 1] is verstrekt, waarbij tevens gekeken dient te worden naar de gehele handelwijze van [gedaagde sub 1] ter zake van de uitvoering van de op haar rustende verplichtingen.

Vertegenwoordigingsbevoegdheid/schijn van vertegenwoordiging

3.7.

Tussen partijen bestaat verschil van mening over wie te gelden heeft als de vertegenwoordigingsbevoegde namens Billagio en de hoedanigheid waarin [naam oprichter] en/of [naam A] hebben opgetreden, zodat de rechtbank hierna eerst de kwestie ter zake de vertegenwoordigingsbevoegdheid zal behandelen. Het processueel debat tussen partijen is geënt op het antwoord op de vraag naar de rol en bevoegdheden van [naam oprichter] en [naam A] ; meer specifiek of [naam oprichter] bevoegd was om namens Billagio de koopovereenkomst te ondertekenen en de bewuste gelden in ontvangst te nemen, dan wel of bij [gedaagden] door toedoen van Billagio toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [naam oprichter] is gewekt. In dit verband betoogt Billagio dat de aandelen in Billagio per 2 juni 2014 zijn overgedragen aan Lynsberg en dat [naam A] vanaf die datum geldt als de vertegenwoordigingsbevoegde van Billagio ter zake de verkoop van het motorjacht was. Volgens Billagio is [naam oprichter] enkel vanwege transitie-activiteiten nog enige tijd ná voormelde aandelenoverdracht betrokken gebleven bij Billagio. [gedaagden] stellen daarentegen dat [naam A] een vertegenwoordiger van [naam oprichter] was en dat [naam oprichter] de vertegenwoordigingsbevoegde van Billagio was in de kwestie ten aanzien van de verkoop van het motorjacht.

3.7.1.

Het enkele feit dat [naam oprichter] de order agreement namens Billagio had getekend, de vorige eigenaar van het motorjacht was en de enige contactpersoon van [gedaagden] met Billagio betekent, anders dan [gedaagden] betogen, op zichzelf niet dat evident was dat [naam oprichter] namens Billagio bevoegd was om de koopovereenkomst met betrekking tot het motorjacht te ondertekenen en de uit de koop verkregen netto-opbrengst in ontvangst. Gelet hierop dient derhalve beoordeeld te worden of sprake is geweest van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hierbij geldt als uitgangspunt dat voor toerekening van die schijn aan [naam oprichter] door Billagio op de voet van art. 3:61 lid 2 BW plaats kan zijn ingeval [gedaagden] gerechtvaardigd hebben vertrouwd op volmachtverlening aan de in werkelijkheid onbevoegde tussenpersoon [naam oprichter] op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van Billagio komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid (vgl. o.m. HR
3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142). Hierbij heeft de Hoge Raad overwogen dat de rechter in zijn uitspraak feiten en omstandigheden dient vast te stellen die voor risico komen van de onbevoegd vertegenwoordigde en die rechtvaardigen dat laatstgenoemde in zijn verhouding tot de wederpartij het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt
(vgl. ook HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115). Dit risicobeginsel gaat niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover [gedaagden] gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon; (vgl. HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142, NJ 2017/78) én HR, 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1356.

Ingeval de onbevoegd vertegenwoordiger en onbevoegd vertegenwoordigde deel uitmaken van een ondoorzichtige groep van organisaties met een eveneens ondoorzichtige bevoegdhedenverdeling kan dit onder omstandigheden bijdragen aan het oordeel dat schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid in de zin van artikel 3:61 lid 2 BW aanwezig is (vgl. HR 3 februari 2012, NJ 2012/390). De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan ook berusten op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan ná de totstandkoming van de betrokken rechtshandeling (vgl. HR 12 januari 2001, NJ 2001/157). Ingevolge het bepaalde in artikel 150 Rv rust de stelplicht en bewijslast bij Billagio.

3.7.2.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn op dit punt de volgende omstandigheden van belang.

Vast staat dat [gedaagden] vanaf aanvang van de opdracht van 16 mei 2014 met [naam oprichter] als de op dat moment bevoegde vertegenwoordiger van Billagio contact heeft onderhouden; [naam oprichter] heeft ook de betreffende opdracht namens Billagio ondertekend. Op dat moment was aldus sprake van vertegenwoordingsbevoegdheid van [naam oprichter] . Gezien de betwisting door [gedaagden] kan niet als vaststaand worden aangenomen dat Billagio bij e-mailbericht van 20 mei 2014 aan [gedaagden] heeft medegedeeld dat vanaf dat moment [naam A] gold als de vertegenwoordigingsbevoegde van Billagio. Wél staat vast dat met ingang van oktober 2014 [gedaagden] naast [naam oprichter] tevens met [naam A] over het motorjacht hebben gecorrespondeerd. Vast staat bovendien dat bij e-mailbericht van [naam A] van 13 november 2015 aan de heer [gedaagde sub 2] - met een kopie hiervan aan [naam oprichter] - is medegedeeld dat Billagio de eigenaar van het motorjacht is en dat de directeuren van Billagio desgevraagd hebben aangegeven dat [naam oprichter] op dat moment geen enkele relatie met Billagio had; e.e.a. zoals hiervoor weergegeven in r.o. 3.1 sub g.

Het beroep van [gedaagden] op de door [naam oprichter] opgestelde autorisatie zoals overgelegd als prod. 13 bij dagvaarding wordt verworpen nu Billagio onweersproken heeft aangevoerd dat zij niet bekend was met het bestaan hiervan en uit de stellingname van [gedaagden] evenmin valt op te maken dat zij hiervan melding heeft gemaakt richting Billagio als haar opdrachtgeefster, zodat hieraan niet de door [gedaagden] bepleite rechtsgevolgen verbonden kunnen worden.

3.7.3.

Vervolgens hebben de heer [gedaagde sub 2] en [naam A] bij e-mailberichten van
16 november 2015 (zie r.o. 3.1 sub h en i) verder gecorrespondeerd over onder meer de vertegenwoordigingsbevoegde van Billagio waarbij [naam A] een voorstel heeft gedaan tot het opstellen van een “special power of attorney”; hierop heeft de heer [gedaagde sub 2] geantwoord dit niet nodig te vinden, waarbij hij tevens aan [naam A] mededeelt dat hij aan [naam oprichter] kan vragen om de koopovereenkomst te ondertekenen, zulks ondanks voormelde mededeling van [naam A] van 13 november 2015 dat [naam oprichter] niet aan Billagio was gerelateerd. In ieder geval staat vast dat [naam A] in antwoord hierop uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden heeft geprotesteerd tegen de gedane suggestie om [naam oprichter] de koopovereenkomst namens Billagio te laten ondertekenen. [naam A] heeft immers op
16 november 2015 onder meer het volgende aan de heer [gedaagde sub 2] bericht (zie r.o. 3.1 sub j): Regarding the signing of the agreement, please, be advice that

Billagio Enterprises Ltd is your client and strongly protesting against the signature of Mr. [naam oprichter] under this agreement.

The second demand is that the full payment for the boat should be done to the bank account of Lynsberg.

3.7.4.

Daarnaast heeft [naam A] op dezelfde dag in een separaat e-mailbericht aan de heer [gedaagde sub 2] bericht dat de aandeelhouders van Billagio hebben opgedragen om de politie in te schakelen als [naam oprichter] doorgaat met het ontvreemden van het motorjacht en dat de aandeelhouders van Billagio boos zijn indien de heer [gedaagde sub 2] hierover contact heeft met [naam oprichter] in plaats van met een ander persoon, alsmede dat de aandeelhouders van [naam oprichter] de bemoeienis van [naam oprichter] in de kwestie niet begrijpen; e.e.a. zoals weergegeven in r.o. 3.1 sub j: Additional information only for you. The Billagio shareholders ordered to seek assistance from police if [naam oprichter] is continuing to steal the boat. Sure it is not a joke, they are really angry and don’t understand the involvement of Mr. [naam oprichter] , if you contact really with him instead of another person. Mr. [naam oprichter] does not answer me, but I kept him copied, as you see.

Op voormeld bericht heeft de heer [gedaagde sub 2] op dezelfde dag [naam A] geantwoord dat hij zich geen zorgen hoeft te maken omdat hij niet het risico kan nemen om het motorjacht te verkopen van een persoon die niet de eigenaar hiervan is (zie r.o. 3.1 sub j). Uit de gedingstukken volgt dat de heer [gedaagde sub 2] voormeld bericht van [naam A] naar [naam oprichter] heeft doorgezonden met de vraag wat er aan de hand was waarop laatstgenoemde heeft geantwoord bij e-mailbericht van 17 november 2015 met de mededeling dat hij de rechtmatige eigenaar van zowel het motorjacht als Billagio is; hierbij wijst hij op diverse documenten en de mededeling dat hij al meerdere keren gesproken en gecorrespondeerd heeft met “this people asking them to stop any intention to manipulate and fraud but unfortunately with no success”. Uit de stukken valt niet vast te stellen dat [gedaagde sub 1] hiervan melding heeft gemaakt bij haar opdrachtgeefster Billagio, dit ondanks de eerdere berichten van [naam A] over eigendom van het motorjacht en dat [naam oprichter] niet bij Billagio betrokken was.

3.7.5.

In het licht van vorenstaande feiten en omstandigheden staat vast dat bij [gedaagden] in de genoemde periode onduidelijkheid was gerezen ter zake zowel de eigendom van het motorjacht als de vertegenwoordigingsbevoegde van Billagio. Dit blijkt ook uit de eigen stellingname van [gedaagden] zoals opgenomen in punt 13 van de conclusie van antwoord waar zij het volgende betoogt: “Omdat [gedaagde sub 1] niet wist wat er nou precies aan de hand was, verzocht zij [naam oprichter] en [naam A] om haar met verificatoire bescheiden aan te tonen wie de rechtsgeldige eigenaar van Billagio was die dus bevoegdheid was om de (te sluiten) sales agreement tussen [naam C] en Billagio, namens laatstgenoemde te ondertekenen”. Vast staat dat [gedaagden] herhaaldelijk aan [naam A] heeft verzocht om toezending van verificatoire bescheiden waaruit zou blijken wie namens Billagio bevoegd was de koopovereenkomst te ondertekenen. Hierbij betogen [gedaagden] dat [gedaagde sub 1] “de sales agreement, namens Billagio, door een bevoegd persoon ondertekend, nimmer retour gezonden kreeg”. In het licht van voormelde feiten en omstandigheden volgt reeds dat geenszins geconcludeerd kan worden tot het wekken van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [naam oprichter] door Billagio.

3.7.6.

Zelfs indien wordt uitgegaan van de stellingname van [gedaagden] dat zij ervan uit gingen dat [naam oprichter] gold als de vertegenwoordigingsbevoegde van Billagio dan valt deze stellingname naar het oordeel van de rechtbank niet te verenigen met de uitdrukkelijke verzoeken van de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] om toezending van stukken waaruit zowel de eigendom van het motorjacht als de tekeningsbevoegdheid voor de verkoop hiervan volgt. Uit het betoog van [gedaagden] op dit punt leidt de rechtbank af dat [gedaagde sub 1] zèlf de conclusie heeft getrokken dat [naam oprichter] de vertegenwoordiger van Billagio was omdat - zoals zij heeft betoogd - [naam oprichter] de vermeende eigenaar van het motorjacht was én omdat [naam oprichter] de facturen van [gedaagden] betaalde - hetgeen overigens door Billagio is weersproken - alsmede omdat [naam oprichter] als gevolmachtigde van Billagio bij de rechtbank te Rotterdam is opgetreden in verband met de doorhaling van de registratie van het motorjacht op naam van Billagio. Wat hier ook van zij, naar het oordeel van de rechtbank kan uit deze geschetste gang van zaken in ieder geval niet rechtens worden geconcludeerd dat [naam oprichter] namens Billagio bevoegd was te handelen. Evenmin kan aan deze omstandigheden de gevolgtrekking worden verbonden dat sprake is van feiten en omstandigheden die voor risico van Billagio komen en waaruit naar verkeersopvattingen enige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [naam oprichter] kan worden afgeleid. Dát [gedaagden] in de veronderstelling verkeerden dat [naam A] de vertegenwoordiger van [naam oprichter] was, zoals ter comparitiezitting is verklaard, acht de rechtbank gezien het vorenstaande in dit verband niet relevant. Deze stellingname valt bovendien niet te verenigen met de uitdrukkelijke verzoeken van de heer [gedaagde sub 2] aan [naam A] om toezending van stukken waaruit de vertegenwoordigingsbevoegdheid zijdens Billagio blijkt, hetgeen voorts evenmin rijmt met het betoog van [gedaagden] dat [gedaagde sub 1] [naam oprichter] terecht als bevoegde vertegenwoordiger van Billagio heeft mogen beschouwen. Te minder niet nu [gedaagden] zèlf aanvoeren dat zij nimmer van Billagio een door een bevoegd persoon ondertekende overeenkomst geretourneerd hebben gekregen. Uit het vorenstaande volgt dat niet kan worden geconcludeerd dat [gedaagden] gerechtvaardigd hebben mogen vertrouwen op de bevoegdheid van [naam oprichter] .

Tekortkoming

3.8.

Gelet op het vorenstaande en gelet op de inhoud van de e-mailberichten tussen [naam A] en [gedaagden] en gezien de bij [gedaagden] gerezen twijfel ter zake de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de zijde van Billagio, diende [gedaagde sub 1] in haar relatie tot Billagio als redelijk bekwaam en redelijk handelend opdrachtneemster de situatie kritisch in ogenschouw te nemen en zich te vergewissen van de bevoegdheid van [naam oprichter] . Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde sub 1] als opdrachtnemer van Billagio vanaf dat moment waakzaam en alert diende te zijn ter zake alle handelingen verband houdend met de opdracht van Billagio tot verkoop van het motorjacht en afdracht van de koopsom. Uit het uitgebreide betoog van [gedaagden] op dit punt leidt de rechtbank af dat [gedaagde sub 1] niet de opdrachtrelatie met Billagio voorop heeft gesteld maar zich vrijwel uitsluitend heeft laten leiden door het antwoord op de vraag wie zij als eigenaar van het motorjacht beschouwde. Naar het oordeel van de rechtbank hadden [gedaagden] zich in ieder geval dienen te onthouden van rechtshandelingen waarmee de belangen van Billagio zouden kunnen worden geschaad, althans had zij ieder risico hiertoe dienen te vermijden. Hetgeen [gedaagden] verder in dit verband hebben aangevoerd is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht om te komen tot een andere slotsom. Op basis van het vorenstaande concludeert de rechtbank dat [gedaagde sub 1] als opdrachtneemster jegens Billagio niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Dit betreft aldus een tekortkoming van [gedaagde sub 1] .

3.9.

Dát [gedaagde sub 1] niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend makelaar mag worden verwacht, volgt eveneens uit de navolgende feiten en omstandigheden. Gelijk hiervoor is overwogen staat vast dat bij [gedaagde sub 1] omstreeks november 2015 twijfels zijn gerezen ter zake de vertegenwoordigingsbevoegde namens haar opdrachtgeefster Billagio én over de eigendom van het motorjacht; dit gezien de omstandigheid dat zowel [naam oprichter] als [naam A] namens Billagio claimden eigenaar van het motorjacht te zijn en hierbij elkaar van fraude en diefstal hebben beticht. Ondanks deze diffuse en uiterst merkwaardige situatie heeft [gedaagde sub 1] de keus gemaakt om hierover met zowel [naam A] en [naam oprichter] te corresponderen en beiden een koopovereenkomst toe te zenden ter ondertekening en kennelijk ervoor gekozen heeft om de eerst geretourneerde getekende koopovereenkomst (van [naam oprichter] ) mede te ondertekenen, terwijl zij daarna met [naam A] hierover is blijven corresponderen. De heer [gedaagde sub 2] en [naam A] hebben immers naast de hiervoor genoemde e-mailberichten vanaf 18 november 2015 tot omstreeks 15 december 2015 verder gecorrespondeerd over toezending van documenten waaruit onder meer de eigendom van het motorjacht zou blijken; dit ondanks dat vast staat dat op 18 november 2015 de koopovereenkomst ter zake het motorjacht namens Billagio getekend is door [naam oprichter] en medeondertekend door de heer [gedaagde sub 2] namens [gedaagde sub 1] . Indien [gedaagde sub 1] op voormelde datum gerechtvaardigd heeft vertrouwd dat [naam oprichter] de eigenaar van het motorjacht was én bevoegd was, geldt dat niet wordt ingezien waarom zij desondanks meerdere verzoeken aan [naam A] heeft gestuurd (zie r.o. 3.1 sub o t/m q) om ondertekening van de koopovereenkomst door een bevoegde van Billagio én om toezending van documenten waaruit de eigendom van het bewuste motorjacht volgt, alsmede waarbij zij tevens een berekening aan [naam A] zendt ter zake de koopsom. Dit zonder hierbij aan [naam A] mede te delen dat [naam oprichter] de koopovereenkomst namens Billagio reeds op 18 november 2015 had ondertekend en dat [gedaagde sub 1] als makelaar het document heeft medeondertekend. Door op voormelde wijze te handelen heeft [gedaagde sub 2] geenszins rekening gehouden met de contractuele belangen van Billagio en heeft zij niet gehandeld zoals van een zorgvuldig makelaar mag worden verwacht.

3.10.

Naar het oordeel van de rechtbank is [gedaagde sub 1] daarnaast tevens tekort geschoten in de op haar rustende verplichting ter zake afdracht van de netto koopsom aan Billagio omdat dit bedrag niet conform instructie van haar opdrachtgeefster Billagio heeft overgemaakt op de door haar opgegeven bankrekening maar in plaats daarvan heeft uitbetaald op een bankrekening op naam van [naam oprichter] . Vast staat immers dat op 22 januari 2016 van de derdengeldenrekening van de Stichting Beheer Derdengelden [gedaagde sub 1] een bedrag van € 316.239,36 overgemaakt is naar een bankrekening op naam van [naam oprichter] en dat dit geld niet aan Billagio ten goede is gekomen. Op dit punt geldt dat over de wijze van betaling [gedaagde sub 1] bij e-mailberichten van 16 november 2015 (zie r.o. 3.1 sub j) én 23 november 2015 (zie r.o. 3.1 sub o) door [naam A] namens Billagio is geïnstrueerd tot betaling van de koopsom van het motorjacht op de bankrekening van haar aandeelhouder Lynsberg. Hiertegen heeft [gedaagde sub 1] niet geprotesteerd; in ieder geval heeft zij nimmer richting Billagio en/of [naam A] aangegeven dat aan deze instructie geen uitvoering gegeven zou kunnen worden. Daarentegen heeft [gedaagde sub 1] in antwoord op de door [naam A] gegeven instructies aan hem bericht dat de koopsom door de koper op haar derdengeldenrekening zou worden uitbetaald, waarbij [gedaagde sub 1] tevens een berekening heeft gemaakt van de netto-opbrengst ten behoeve van Billagio. Vervolgens heeft [gedaagde sub 2] verder met [naam A] gecorrespondeerd over toezending van documenten. Enige andere of nadere instructie op dit punt van bijvoorbeeld [naam oprichter] is niet, althans onvoldoende, gesteld noch is hiervan gebleken. Uit deze gang van zaken concludeert de rechtbank dat [gedaagde sub 1] voormelde betaalinstructies van Billagio heeft aanvaard, zodat zij gelet op bepaalde in artikel 7:402 lid 1 BW gehouden was hieraan uitvoering te geven. Vast staat dat [gedaagde sub 1] uitdrukkelijk hiervan is afgeweken, hetgeen kwalificeert als een tekortkoming door [gedaagde sub 1] in de nakoming van haar verbintenis jegens haar opdrachtgeefster Billagio.

3.10.1.

De door [gedaagde sub 1] ter comparitiezitting op dit punt gegeven verklaring, te weten dat uit haar eigen onderzoek gebleken was dat [naam oprichter] in privé de boot had gekocht en om fiscale redenen in Billagio had ondergebracht, alsmede dat zij om deze reden het gerechtvaardigd vond om de koopsom aan [naam oprichter] uit te betalen, ontslaat haar geenszins van haar contractuele verplichtingen jegens Billagio. Anders dan [gedaagden] betogen is in dit verband de vraag naar de eigendom van het motorjacht niet van doorslaggevende betekenis, nu slechts van belang is hetgeen [gedaagde sub 1] en Billagio op dit punt hebben afgesproken. Gezien de ontstane discussie tussen [naam oprichter] en [naam A] ter zake de eigendom van het motorjacht én gezien de hierdoor bij [gedaagde sub 1] gerezen twijfels is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde sub 1] als zorgvuldig handelend opdrachtneemster haar opdrachtgeefster Billagio had dienen te verwittigen van de uitkomsten van haar recherche én van de conclusies die zij hieraan verbond, alsmede haar behoren mede te delen dat zij om die reden de gegeven betaalinstructie niet zou uitvoeren. Hierbij merkt de rechtbank voorts op dat [gedaagde sub 1] ieder risico in het nadeel van haar opdrachtgeefster Billagio had kunnen vermijden indien zij had geopteerd voor een minder risicovolle handeling, bijvoorbeeld door de koopsom op de bewuste derdengeldenrekening te laten staan, met melding hiervan richting haar opdrachtgeefster, totdat één en ander deugdelijk geverifieerd was en bij [gedaagde sub 1] iedere onduidelijkheid was weggenomen.

3.11.

Uit het vorenstaande volgt dat [gedaagde sub 1] toerekenbaar tekort is geschoten is jegens Billagio zodat de vorderingen van Billagio jegens [gedaagde sub 1] toewijsbaar zijn.

Bestuurdersaansprakelijkheid

3.12.

Billagio vordert verder hoofdelijke veroordeling van de heer [gedaagde sub 2] uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Volgens Billagio heeft de heer [gedaagde sub 2] in zijn hoedanigheid van bestuurder van [gedaagde sub 1] en van meergenoemde Stichting Derdengelden bewerkstelligd of toegelaten dat [gedaagde sub 1] haar contractuele verplichtingen jegens Billagio niet is nagekomen. Ter zake hiervan komt aan de heer [gedaagde sub 2] een persoonlijk en ernstig verwijt toe, aldus Billagio. In dit verband stelt Billagio verder dat de heer [gedaagde sub 2] persoonlijk reeds op of vóór 1 december 2015 de verkoopovereenkomst ten aanzien van het motorjacht zonder medeweten van Billagio samen met [naam oprichter] heeft getekend en de koopsom zonder medeweten van Billagio aan een derde heeft doorbetaald, de teboekstelling van het motorjacht zonder medeweten van Billagio heeft doorgehaald, alsmede dat de levering van het motorjacht met medeweten van de heer [gedaagde sub 2] en zonder medeweten van Billagio heeft plaatsgevonden aan [naam C] en op zijn naam te boek is gesteld, waarbij woonplaats is gekozen en kantore van [gedaagde sub 1] . Verder betoogt Billagio dat zowel het motorjacht als de koopsom verdwenen zijn, terwijl de heer [gedaagde sub 2] hier tot op heden geen opheldering over heeft willen geven.

3.13.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de vordering van Billagio uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid te worden afgewezen. Bij bestuurdersaansprakelijkheid geldt immers dat indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval (vgl. HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627 (RCI Financial Services).

3.14.

Nu Billagio geenszins heeft gesteld dat de vennootschap [gedaagde sub 1] haar verplichtingen niet zal nakomen en geen verhaal zal bieden voor haar vordering geldt dat zij op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan, zodat reeds hierom de vordering van Billagio jegens de heer [gedaagde sub 2] dient te worden afgewezen. Dit geldt evenzo voor de vordering tegen de heer [gedaagde sub 2] als bestuurder van de Stichting Beheer Derdengelden [gedaagde sub 1] .

Conclusie

3.15.

Uit het vorenstaande volgt dat enkel de vordering van Billagio jegens [gedaagde sub 1] wordt toegewezen, zulks echter met inachtneming van het volgende. Billagio vordert over het door haar gevorderde bedrag primair betaling van de wettelijke handelsrente en subsidiair de wettelijke rente. Ter zake het moment waarop [gedaagde sub 1] in verzuim is komen te verkeren met betaling van het gevorderde bedrag heeft Billagio onvoldoende gesteld. Vast staat dat in de opdracht van 16 mei 2014 noch in de latere betaalinstructie zijdens Billagio een betalingstermijn is genoemd. Wel staat vast dat [gedaagde sub 1] c.s. bij brief van 25 oktober 2016 zijn gesommeerd om binnen
7 dagen ná dagtekening van voormelde brief over te gaan tot betaling van het gevorderde bedrag, aan welke sommatie [gedaagde sub 1] geen gehoor heeft gegeven. Dit betekent dat [gedaagde sub 1] met ingang van 3 november 2016 in verzuim zijn komen te verkeren zodat de rechtbank de wettelijke handelsrente over het gevorderde bedrag met ingang van voormelde datum zal toewijzen; één en ander zoals hierna in het dictum verwoord.

(Proces)kosten

3.16.

[gedaagde sub 1] zal als de jegens Billagio in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Billagio worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op:

- dagvaarding € 100,65

- griffierecht € 3.284,00

- salaris advocaat € 4.000,00 (2 punten × tarief € 2.000,--)

Totaal € 7.384,65

De gevorderde veroordeling in de nakosten en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de proces- en nakosten is niet weersproken en zal dan ook worden toegewezen op de wijze zoals hierna in het dictum vermeld. De (proces)kostenveroordeling wordt, zoals door Billagio verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

veroordeelt [gedaagde sub 1] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Billagio te voldoen een bedrag van € 329.227,-- (zegge: driehonderdnegenentwintigduizend tweehonderdzevenentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW met ingang van 3 november 2016, telkens na afloop van één jaar ná voormelde datum te vermeerderen met de over dat jaar verschuldigde wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;

4.2.

veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten, aan de zijde van Billagio tot op heden begroot op € 7.384,65, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

4.3.

veroordeelt [gedaagde sub 1] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen
14 dagen na aanschrijving door Billagio volledig aan dit vonnis voldoen, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening;

4.4.

verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Poerink en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2017.