Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:6980

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
02-11-2017
Datum publicatie
02-11-2017
Zaaknummer
02-820169-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verduistering in dienstbetrekking door consulent afdeling schuldhulpverlening van de gemeente Goes. Strafmaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/820169-16

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 november 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

raadsvrouw mr. J.J.J. Jansen, advocaat te Kapelle.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 oktober 2017, waarbij de officier van justitie, mr. L. van den Oever, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Aan verdachte wordt, met inachtneming hiervan, ten laste gelegd dat:

zij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 31 december 2015 te Goes en/of (elders) in Nederland,

opzettelijk een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal ongeveer 200.874,73 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de gemeente Goes en/of de gemeenschappelijke regeling De Bevelanden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking van/als medewerkster (consulent) bij de afdeling schulphulpverlening van GR de Bevelanden, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, door

- bij de reguliere betalingen die vanuit Budgetbeheer worden gedaan betaalopdrachten klaar te zetten op een betaalbatch waarbij zij, verdachte,

o een of meerdere fictieve klant(en) en/of schuldeiser(s) van de schuldhulpverlening heeft ingevoerd/ingevuld en/of als begunstigde een bankrekeningnummer en/of kredietrekeningnummer en/of een of meerdere rekeningnummer(s) gekoppeld aan (een) creditcard(s), (telkens) op naam van haarzelf, verdachte, en/of haar (ex-)man, heeft ingevoerd/vermeld, en/of

o een of meerdere rekeningnummer(s) van (een) schuldeiser(s) van haar, verdachte, en/of haar (ex-)man en/of haar dochter heeft ingevoerd/ingevuld, en/of

- bij de (lijst) uitdelingen aan andere schuldeisers de ING toe te voegen onder vermelding van een op haar, verdachte’s, naam staand krediet (kredietnummer [kredietnummer] ) en/of zich (aldus) de rol van schuldeiser toe te kennen,

en/of (aldus) een of meerdere betaling(en) en/of aflossing(en) op/van op naam van haar en/of haar (ex-) man en/of haar dochter staande bankrekening(en) en/of kredietrekening(en) en/of creditcardrekening(en) en/of facturen heeft (laten) voldoen en/of heeft ontvangen;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde verduistering in dienstbetrekking en baseert zich daarbij op de aangifte door gemeente Goes en Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden, de rapporten van [naam 3] en [naam 4] met bijlagen, de processen-verbaal van bevindingen en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging voert aan dat tot een bewezenverklaring kan worden gekomen, maar merkt op dat verdachte zelf de enige fictieve klant is die zij in het systeem heeft ingevoerd. Daarnaast heeft verdachte geen bedragen overgemaakt naar een rekening op naam van haar dochter. Van die onderdelen van de tenlastelegging dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken. De tenlastegelegde periode moet, gelet op de vastgestelde eerste en laatste onregelmatigheid, worden beperkt van 17 maart 2010 tot en met 2 december 2015. Ten aanzien van de exacte hoogte van het verduisterde bedrag is van belang dat verdachte dit bedrag niet heeft kunnen controleren.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit het rapport van [naam 3] . van 8 januari 2016 volgt dat verdachte in totaal een bedrag van € 200.874,73 toebehorende aan de gemeente Goes en/of de gemeenschappelijke regeling de Bevelanden heeft verduisterd. Dit bedrag is naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk onderbouwd en volgt genoegzaam uit voornoemd rapport. Zij neemt de conclusies uit dit rapport dan ook over en maakt deze tot de hare.

Uit het rapport blijkt tevens dat verdachte met de verduisteringshandelingen is begonnen op 17 maart 2010. Op 2 december 2015 heeft zij voor de laatste keer een bedrag verduisterd. Deze twee data vallen derhalve in de tenlastegelegde periode. De rechtbank zal deze periode dan ook niet beperken.2

Uit het rapport van [naam 3] volgt verder dat uit een eerste analyse bleek dat door verdachte een bedrag van € 66.477,96 onrechtmatig naar privé bankrekeningen, kredietrekeningen en creditcards is overgeboekt, waarbij ook een deel is gebruikt om nota’s te betalen van onder andere [naam 1] , de verzekeraar van de dochter van verdachte. Deze betalingen zijn gedaan vanuit de beheersrekening [rekeningnummer] van de afdeling Budgetbeheer. Daarmee is vast komen te staan dat er vanaf deze rekening betalingen van privénota’s van de dochter van verdachte hebben plaatsgevonden, waarbij onder andere [naam 1] door verdachte als schuldeiser is ingevoerd/ingevuld. De rechtbank acht dan ook bewezen het tenlastegelegde onderdeel dat verdachte een rekeningnummer van een schuldeiser van haar dochter heeft ingevoerd/ingevuld.3

In het dossier ontbreekt bewijs dat verdachte, naast zichzelf, ook andere fictieve klanten heeft ingevoerd in het systeem. Van dat onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken. Aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit overigens een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, kan voor het overige worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte4;

- het proces-verbaal van aangifte van 20 januari 20165;

- het rapport van [naam 3] van 8 januari 20166.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

zij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 31 december 2015 te Goes en/of (elders) in Nederland,

opzettelijk een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal ongeveer 200.874,73 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de gemeente Goes en/of de gemeenschappelijke regeling De Bevelanden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking van/als medewerkster (consulent) bij de afdeling schuldhulpverlening van GR de Bevelanden, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, door

- bij de reguliere betalingen die vanuit Budgetbeheer worden gedaan betaalopdrachten klaar te zetten op een betaalbatch waarbij zij, verdachte,

o een of meerdere fictieve klant(en) en/of schuldeiser(s) van de schuldhulpverlening heeft ingevoerd/ingevuld en/of als begunstigde een bankrekeningnummer en/of kredietrekeningnummer en/of een of meerdere rekeningnummer(s) gekoppeld aan (een) creditcard(s), (telkens) op naam van haarzelf, verdachte, en/of haar (ex-)man, heeft ingevoerd/vermeld, en/of

o een of meerdere rekeningnummer(s) van (een) schuldeiser(s) van haar, verdachte, en/of haar (ex-)man en/of haar dochter heeft ingevoerd/ingevuld, en/of

- bij de (lijst) uitdelingen aan andere schuldeisers de ING toe te voegen onder vermelding van een op haar, verdachte’s, naam staand krediet (kredietnummer [kredietnummer] ) en/of zich (aldus) de rol van schuldeiser toe te kennen,

en/of (aldus) een of meerdere betaling(en) en/of aflossing(en) op/van op naam van haar en/of haar (ex-) man en/of haar dochter staande bankrekening(en) en/of kredietrekening(en) en/of creditcardrekening(en) en/of facturen heeft (laten) voldoen en/of heeft ontvangen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en 180 uren taakstraf, te vervangen door 90 dagen hechtenis. Zij wijst er op dat verdachte over een lange periode een aanzienlijk bedrag heeft verduisterd voor eigen gewin en voor het voeren van een bepaalde levensstandaard. Zij heeft daarbij zeer kwetsbare personen benadeeld en het vertrouwen van haar werkgever, haar collega’s en de gemeenschap geschaad. Anderzijds is verdachte haar werk en sociale netwerk kwijtgeraakt en staat zij op het punt haar woning te verliezen. Verdachte heeft vanaf het begin af aan spijt getoond, heeft bekennend verklaard, heeft een blanco strafblad en het recidiverisico is laag.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw betoogt dat moet worden volstaan met een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Zij voert daartoe aan dat de gemeente Goes onvoldoende controle heeft uitgeoefend om de verduistering te voorkomen, terwijl zich in het verleden al een soortgelijk geval heeft voorgedaan. Verdachte is daarnaast al genoeg gestraft door de psychische toestand waarin zij nu verkeert en het verlies van haar baan, haar woning en haar sociale netwerk. Indien een taakstraf wordt opgelegd, kan verdachte haar huidige werkzaamheden als schoonmaakster voortzetten en haar therapie blijven volgen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Vertrouwen in het openbaar bestuur is een belangrijke pijler van de rechtstaat. Aan personen die werkzaam zijn bij de overheid worden dan ook terecht hoge eisen gesteld. Een van de eisen is dat ambtenaren integer handelen. Tegen ambtenaren die welbewust en voor eigen gewin dit vertrouwen schaden, moet passend strafrechtelijk worden opgetreden.

Verdachte heeft zich als ambtenaar in de functie van consulent schuldhulpverlening over een periode van jaren schuldig gemaakt aan het steeds opnieuw verduisteren van geld. Zij heeft telkens besloten om dit weer te doen en zij is daarmee niet uit eigen beweging gestopt, maar pas toen haar handelen aan het licht kwam door een melding van een bank. Op dat moment had verdachte zich al een zeer aanzienlijk totaalbedrag toegeëigend. Omdat verdachte werkzaam was op de afdeling schuldhulpverlening, heeft verdachte met haar handelen een financieel kwetsbare groep getroffen die zij juist vanuit haar functie had moeten helpen. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Zij heeft vanuit haar positie van consulent schuldhulpverlening misbruik gemaakt van mensen die van haar afhankelijk waren. Daarbij heeft zij de positie van de schuldeisers van haar cliënten op grove wijze veronachtzaamd. Naast de substantiële financiële schade die verdachte teweeg heeft gebracht heeft zij het vertrouwen dat in haar als ambtenaar mocht worden gesteld ernstig beschaamd en het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in de overheid moet kunnen worden gesteld schade toegebracht.

De aanleiding voor het feit is gelegen in het willen ophouden van de schone schijn en een daarmee samenhangende levensstijl. Verdachte heeft louter haar eigen belang voorop gesteld en heeft gehandeld uit motief van geldelijk gewin. Niet alleen om haar schulden af te lossen, maar ook om er goed van te leven, met restaurantbezoek en reizen naar het buitenland. Ze voelde zich niet gelukkig en heeft ten koste van anderen zichzelf beter willen voelen.

De rechtbank stelt, gelet op de lange periode dat het handelen van verdachte heeft kunnen voortduren, vast dat de interne controle op het handelen van medewerkers van de betreffende financiële afdelingen van de gemeente Goes en de gemeenschappelijke regeling De Bevelanden kennelijk tekort is geschoten. Dit is opmerkelijk gelet op het vonnis van deze rechtbank van 27 januari 2011 (ECLI:NL:RBMID:2011:BP2130), waarin een medewerker van de gemeente Goes is veroordeeld voor valsheid in geschrift en oplichting in de periode van 2007-2009. Het ging toen ook om een substantieel bedrag.

De rechtbank houdt verder rekening met de omstandigheden dat verdachte een blanco strafblad heeft, dat zij vanaf het begin heeft bekend en spijt heeft betoond, dat zij haar baan en sociale netwerk is kwijtgeraakt en dat zij psychisch te lijden heeft onder de strafzaak. Dat de strafzaak als deze (media)aandacht krijgt is inherent aan de maatschappelijke impact van het strafbare feit.

Verduistering in dienstbetrekking is een ernstig delict. De positie van ambtenaren is een onderwerp dat bij herhaling in het publieke debat aan de orde wordt gesteld en altijd is de conclusie dat ambtenaren integer moeten zijn en dat de samenleving er op moet kunnen vertrouwen dat een ambtenaar zijn positie niet misbruikt ten behoeve van zijn privébelang.

Naar het oordeel van de rechtbank doet een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval geen recht aan de ernst van het feit.

De aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de hoogte van het verkregen bedrag, de lange periode waarin de strafbare handelingen hebben plaatsgevonden, alsmede de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële duur. Dat is in lijn met landelijk geldende oriëntatiepunten voor straftoemeting voor fraude van deze omvang (te weten: 9 tot 12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf) en jurisprudentie in vergelijkbare zaken. De rechtbank wijkt daarom fors af van de eis van de officier van justitie. In de door verdachte gestelde persoonlijke belangen ziet de rechtbank aanleiding een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar passend en geboden.

7 De benadeelde partijen

Benadeelde partij gemeente Goes verzoekt om vergoeding van een bedrag van € 285.209,05, bestaande uit € 26.014,50 kosten onderzoek [naam 3] bedragen van € 123.402,91 en € 13.374,84 die zijn verduisterd van rekeningen van de gemeente, € 12.091,32 dat is verduisterd van cliënten in de schuldhulpverlening en € 110.325,48 dat is verduisterd van schuldeisers van cliënten in de schuldhulpverlening.

Benadeelde partij Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden verzoekt om vergoeding van een bedrag van € 62.965,98, bestaande uit interne onderzoekskosten om de omvang van de verduistering vast te stellen.

De benadeelde partijen voeren aan dat de geleden schade volgens de rechtspraak mag worden geschat en dat zij in het onderhavige geval, met de rapporten van [naam 3] en [naam 4] meer dan dat hebben gedaan.

De officier van justitie stelt dat de vorderingen van de benadeelde partijen helder en goed onderbouwd zijn. De vorderingen zijn dan ook geheel toewijsbaar met, in beide gevallen, de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging betoogt dat de vorderingen ingewikkeld zijn en zonder inzage in de dossiers van de gemeente Goes niet controleerbaar zijn. Zij voert daarnaast een eigen schuld verweer. De vorderingen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard en de benadeelde partijen dienen hun vorderingen bij de civiele rechter aanhangig te maken.

De rechtbank overweegt als volgt.

Gemeente Goes

Ter onderbouwing van de onderzoekskosten is een factuur van [naam 3] overgelegd van € 26.014,50. Een specificatie van deze factuur ontbreekt. De rechtbank kan om die reden niet vaststellen of deze kosten kunnen worden aangemerkt als redelijke kosten ter vaststelling van de schade.

Om te kunnen bepalen of de kosten voor vergoeding in aanmerking komen, zou de strafzaak moeten worden aangehouden, wat een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Reden waarom de gemeente in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Ten aanzien van de overige posten overweegt de rechtbank dat deze bedragen weliswaar voortvloeien uit de rapporten van [naam 3] en [naam 4] , maar niet kan met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat een deel van deze schade op grond van eventuele eigen schuld, bijvoorbeeld voor zover het de duur van de bewezenverklaarde periode betreft, gedeeltelijk voor rekening van de gemeente Goes blijft. Op basis van het hiervoor genoemde vonnis van 27 januari 2011 is het de rechtbank bekend dat bij de gemeente Goes eerder jarenlang en voor een substantieel bedrag is gefraudeerd. Die fraude kwam aan het licht door de oplettendheid van een directe collega van de toenmalige verdachte. De rechtbank overwoog destijds in het vonnis onder meer dat het opvallend was dat de interne controle op het handelen van medewerkers van de betreffende financiële afdelingen kennelijk ernstig te kort was geschoten. Thans is opnieuw bij de gemeente Goes gefraudeerd en is deze fraude opnieuw pas door een derde aan het licht gekomen. Kennelijk heeft de gemeente Goes geen of onvoldoende lering getrokken uit de eerdere fraudezaak.

Om vast te kunnen stellen of en, zo ja, in welke mate sprake is van eigen schuld aan de zijde van de gemeente, zou de strafzaak moeten worden aangehouden. Daarmee zou deze strafzaak onevenredig worden belast. Reden waarom de gemeente Goes ook voor dit deel van haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden

Ter onderbouwing van de onderzoekskosten is een factuur van [naam 4] overgelegd van € 62.965,98. Een specificatie van deze factuur ontbreekt. De rechtbank kan om die reden niet vaststellen of deze kosten kunnen worden aangemerkt als redelijke kosten ter vaststelling van de schade. Daarbij neemt de rechtbank mee dat dit onderzoek van [naam 4] volgt op het onderzoek dat door [naam 3] is uitgevoerd, welk onderzoek de kern van onderhavige strafzaak is.

Om te kunnen bepalen of de kosten voor vergoeding in aanmerking komen, zou de strafzaak moeten worden aangehouden. Daarmee zou deze strafzaak onevenredig worden belast. Dit is de reden waarom de Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

verduistering door haar die het goed uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking of beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijk deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partijen, gemeente Goes en Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat deze vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. E.J. Zuijdweg en mr. H.E. Goedegebuur, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. van Wijk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 november 2017.

Mr. Zuijdweg en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld het proces-verbaal met dossiernummer PL2000-2016018003 van politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, District Zeeland, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 291.

2 Het rapport van [naam 3] van 8 januari 2016, pagina’s 78, laatste alinea, en 141 tot en met 144 (bijlage 19, schematisch overzicht verduisterde bedragen).

3 Het rapport van [naam 3] van 8 januari 2016, pagina 73, tweede tot en met vierde alinea, pagina 74, eerste alinea, pagina 143, overboekingen op 5 januari 2015 en 1 mei 2015 naar [naam 1] .

4 De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting op 19 oktober 2017.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] namens Gemeente Goes en Gemeenschappelijke Regeling De Bevelanden van 20 januari 2016, pagina’s 57 tot en met 59.

6 Het rapport van [naam 3] . van 8 januari 2016, pagina’s 62 tot en met 161.