Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:6878

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27-10-2017
Datum publicatie
30-10-2017
Zaaknummer
C/02/319262 FA RK 16-4669
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:4854, Overig
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Verzoek Openbaar Ministerie tot verbetering geboorteakte. Poolse ontkenning vaderschap werkt terug tot geboorte kind. Verzoek tot opneming vadergegevens in de geboorteakte afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/319262 FA RK 16-4669

beschikking betreffende de registers van de burgerlijke stand

op het verzoek van

het openbaar ministerie,

arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 3 augustus 2016 ontvangen verzoek van het openbaar ministerie met bijlagen;

- de akte met nummer [aktenummer] van het jaar 2015 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom;

- de brieven van het openbaar ministerie van 30 augustus 2016 (met bijlagen) en

6 maart 2017;

- de brieven van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom van 10 februari 2017 (met bijlagen) en 12 april 2017;

- het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting van 2 juni 2017;

- het op 14 juli 2017 ontvangen aanvullend verzoek van het openbaar ministerie met bijlage;

- de brief van de griffier van deze rechtbank aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom van 15 augustus 2017;

- de brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom van 29 augustus 2017.

Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:

1. mevrouw [naam moeder] , moeder van de minderjarige;

2. de heer [naam X] , hierna te noemen de heer [naam X] ;

3. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom.

2 Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank verbetering van voormelde akte zal gelasten.

3 De beoordeling

3.1

In voormelde akte, opgemaakt op 23 december 2015 is opgenomen dat op

[geboortedatum] te [geboorteplaats] is geboren de mannelijke minderjarige:

Geslachtsnaam : [naam minderjarige]

Voornamen : [naam minderjarige]

Voorts is in voormelde akte opgenomen dat zijn ouders zijn:

Geslachtsnaam vader : -

Voornamen vader : -

Plaats van geboorte vader : -

Dag van geboorte vader : -

Geslachtsnaam moeder : [naam moeder]

Voornamen moeder : [naam moeder]

Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats]

Dag van geboorte moeder : [geboortedatum]

De aangifte van de geboorte is gedaan door [naam moeder] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .

3.2

Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, aangezien het verzoekschrift is ingediend door voormeld openbaar ministerie. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd nu het verzoek ziet op verbetering van een akte welke is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.

3.3

Het openbaar ministerie verzoekt voormelde geboorteakte aldus te verbeteren dat de vadergegevens worden opgenomen, en wel als volgt:

Geslachtsnaam vader : [naam X]

Voornamen vader : [naam X]

Plaats van geboorte vader : [geboorteplaats]

Dag van geboorte vader : [geboortedatum] .

Daarnaast wordt verzocht om de geslachtsnaam van moeder (tevens aangever) en de geslachtsnaam van het kind te verbeteren in ‘ [naam X] ’.

3.4

Aan het verzoek is het volgende ten grondslag gelegd. Gebleken is dat de moeder met de heer [naam X] gehuwd is geweest en dat de moeder door dit huwelijk de geslachtsnaam ‘ [naam X] ’ heeft verkregen. Dit huwelijk is ontbonden door echtscheiding op

[datum echtscheiding] , aldus vóór de geboorte van de minderjarige op [geboortedatum] . Uit het Poolse afstammingsrecht blijkt dat een kind, dat binnen 300 dagen na de ontbinding van het huwelijk wordt geboren, de ex-echtgenoot als vader heeft. De heer [naam X] dient derhalve als vader te worden opgenomen op de geboorteakte van de minderjarige. Aangezien niet is gebleken dat de moeder reeds op het moment van de geboorte van de minderjarige weer haar meisjesnaam had aangenomen, dient voorts de in de geboorteakte genoemde geslachtsnaam van de moeder (tevens aangever) te worden verbeterd in ‘ [naam X] ’. Uit het voorgaande volgt dat ook de geslachtsnaam van de minderjarige moet worden gewijzigd in ‘ [naam X] ’, aldus het openbaar ministerie.

3.5

Het openbaar ministerie is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen, overeenkomstig de aankondiging van niet verschijnen in voormelde brief van

6 maart 2017.

3.6

De moeder en de heer [naam X] hebben beiden ter terechtzitting verklaard dat zij niet willen dat de heer [naam X] wordt aangemerkt als de vader van de minderjarige, aangezien de heer [naam X] niet de biologische vader van de minderjarige is. De moeder heeft voorts aangegeven dat zij sinds 21 april 2016 weer haar meisjesnaam ‘ [naam moeder] ’ heeft en dat zij graag wil dat de minderjarige op de geboorteakte wordt opgenomen met de geslachtsnaam van zijn biologische vader, te weten ‘ [naam biologische vader] ’.

Huwelijk

3.7

Uit de overgelegde kopie van de Poolse huwelijksakte (met nummer [aktenummer] ) blijkt dat mevrouw [naam moeder] op

[datum huwelijk] te [huwelijkslaats] , is gehuwd met de heer [naam X] . Na het huwelijk draagt de vrouw de geslachtsnaam ‘ [naam X] ’. Ingevolge het bepaalde in artikel 10:31 van het Burgerlijke Wetboek (BW) wordt dit huwelijk in Nederland erkend.

Echtscheiding

3.8

In voornoemde huwelijksakte staat voorts vermeld dat het huwelijk tussen de moeder en de heer [naam X] op [datum echtscheiding] te [plaats] , is ontbonden. Op grond van het bepaalde in artikel 10:57 BW wordt deze ontbinding van het huwelijk erkend in Nederland.

Afstamming

3.9

Ingevolge artikel 10:92 BW wordt de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde man, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de vrouw of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en de man elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Er wordt hierbij aangeknoopt bij het moment van de geboorte van het kind.

3.10

De rechtbank zal allereerst beoordelen of er sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit. Uit de overgelegde stukken blijkt dat zowel de moeder als de heer [naam X] enkel de Poolse nationaliteit bezitten. Aldus is Pools recht van toepassing op de afstammingsrelatie tussen de moeder en de heer [naam X] enerzijds en de minderjarige anderzijds.

3.11

Ingevolge artikel 61/9 van het Poolse Wetboek van Familie en Voogdij van

25 februari 1964 (Fw) – kenbaar uit “Bergmann/Ferid/Henrich, Internationales Ehe- und Kindschaftsrecht” – wordt als moeder van een kind beschouwd de vrouw die het kind ter wereld heeft gebracht. Nu de moeder is opgenomen in de geboorteakte staat vast dat zij de moeder van de minderjarige is.

3.12

Volgens artikel 62 § 1 Fw wordt vermoed, dat een tijdens het huwelijk of een binnen 300 dagen na de beëindiging van het huwelijk geboren kind, de echtgenoot van de moeder als vader heeft. Artikel 62 § 3 Fw bepaalt dat voornoemd vermoeden kan worden weggenomen door een ontkenning van het vaderschap.

3.13

Aangezien het huwelijk van de moeder en de heer [naam X] is ontbonden door echtscheiding op [datum echtscheiding] en de minderjarige is geboren op [geboortedatum] , stelt de rechtbank vast dat de minderjarige binnen voornoemde termijn van 300 dagen na de beëindiging van het huwelijk is geboren. Dit betekent dat ten tijde van de geboorte van de minderjarige het in artikel 62 § 1 Fw omschreven vermoeden bestond dat de heer [naam X] de vader van de minderjarige is.

3.14

Bij vonnis van 14 september 2016 van de Districtsrechtbank in Bielsko-Biało, Afdeling IV Gezinszaken en Minderjarigen, is in de door de moeder tegen de heer [naam X] aangespannen zaak inzake de ontkenning van het vaderschap vastgesteld dat de heer [naam X] niet de vader van de minderjarige is. Nu dit vonnis blijkens de op het vonnis geplaatste stempel d.d. 30 december 2016 onherroepelijk is geworden op 7 oktober 2016, wordt dit vonnis op grond van artikel 10:100 lid 1 BW van rechtswege in Nederland erkend. Gelet op

- het gegeven dat artikel 62 § 3 Fw bepaalt dat het in artikel 62 § 1 Fw omschreven vermoeden van vaderschap kan worden weggenomen door een ontkenning van het vaderschap,

- de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 september 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:6577), waarin is vermeld dat het kantongerecht te Polen het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden desgevraagd heeft bericht dat een ontkenning vaderschap naar Pools recht terugwerkende kracht heeft tot de geboorte, en

- de aard van een ontkenning vaderschap,

gaat de rechtbank ervan uit dat het vonnis van 14 september 2016, waarin is vastgesteld dat de heer [naam X] niet de vader van de minderjarige is, naar Pools recht terugwerkende kracht heeft tot de geboorte van de minderjarige. Het voorgaande in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat het in artikel 62 § 1 Fw omschreven vermoeden van vaderschap is weerlegd en dat alleen het moederschap ten tijde van de geboorte van de minderjarige vaststond.

3.15

Op grond van vorenoverwogene zal de rechtbank het verzoek van het openbaar ministerie om de vadergegevens in de geboorteakte van de minderjarige op te nemen afwijzen.

Geslachtsnaam moeder

3.16

De meisjesnaam van de moeder is ‘ [naam moeder] ’. Blijkens de overgelegde huwelijksakte heeft de moeder na de huwelijkssluiting de geslachtsnaam van haar echtgenoot, te weten ‘ [naam X] ’, aangenomen. Uit zowel de op 30 juni 2016 uitgegeven Poolse identiteitskaart als het vonnis van de Districtsrechtbank van Bielsko-Biała van 14 september 2016 blijkt dat de moeder inmiddels weer haar meisjesnaam ‘ [naam moeder] ’ draagt. Aangezien er geen stukken beschikbaar zijn waaruit blijkt dat de moeder reeds ten tijde van de geboorte van de minderjarige op [geboortedatum] haar meisjesnaam terug had en zij ook desgevraagd ter terechtzitting heeft bevestigd dat zij destijds nog de geslachtsnaam ‘ [naam X] ’ droeg, zal het verzoek van het openbaar ministerie tot wijziging van de geslachtsnaam van de moeder (tevens aangever) in ‘ [naam X] ’ worden toegewezen.

Geslachtsnaam kind

3.17

Ingevolge artikel 10:19 BW wordt de naam van een vreemdeling bepaald door het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Onder recht zijn mede begrepen de regels van internationaal privaatrecht. Uitsluitend voor de vaststelling van de geslachtsnaam en de voornaam worden de omstandigheden waarvan deze afhangen beoordeeld naar dat recht.

3.18

Uit het uittreksel uit de basisregistratie personen blijkt dat de minderjarige de Poolse nationaliteit heeft. Dit betekent dat Pools recht van toepassing is op de naam van de minderjarige.

3.19

Artikel 89 § 3 Fw bepaalt dat, indien een kind geen juridische vader heeft, het kind de geslachtsnaam van de moeder heeft. Zoals hiervoor onder 3.16 is overwogen, droeg de moeder op het moment van de geboorte van de minderjarige de geslachtsnaam ‘ [naam X] ’. Het voorgaande betekent dat de minderjarige in de geboorteakte moet worden opgenomen met de geslachtsnaam ‘ [naam X] ’. Het betreffende verzoek van het openbaar ministerie ligt aldus eveneens voor toewijzing gereed.

4 De beslissing

De rechtbank

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom om de akte met nummer [aktenummer] van het jaar 2015 van het onder hem berustende register van geboorten te verbeteren, en wel als volgt:

KIND

Geslachtsnaam : [naam X]

OUDERS

Geslachtsnaam moeder : [naam X]

AANGEVER

Geslachtsnaam : [naam X]

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Speekenbrink, en, in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

1

1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.