Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:5616

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
01-09-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
AWB 17_2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Plaatsing in een andere functie dan de voorkeursfunctie. Er is gekeken of de belangstellingen van functievolgers gehonoreerd kunnen worden. Voor de situatie dat er onvoldoende formatieruimte is om alle wensen te honoreren, heeft de plaatsingsadviescommissie bepaald dat er een ranking moet worden aangebracht. Bij de ranking wordt uitgegaan van de reisafstand tussen woonplaats en de beoogde plaats van tewerkstelling. De rechtbank heeft de ranking van elk van de geplaatste functionarissen gecontroleerd in de gebruikte routeplanner. De rechtbank is gebleken dat het woonadres van eiser verder van de beoogde plaats van tewerkstelling is dan dat van de zeven personen die op de lijst staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 17/2 AW

uitspraak van 1 september 2017 van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [woonplaats] , eiser,

gemachtigde: S.A.J.T. Hoogendoorn,

en

de korpschef van politie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 23 november 2016 (bestreden besluit) van de korpschef inzake zijn plaatsing in de functie van Generalist GGP, [team A] . Eiser wil geplaatst worden in de functie van Generalist GGP, Flexteam.

Voorafgaand aan de zitting is de korpschef gevraagd om toezending van de ranking die is gebruikt ten behoeve van het plaatsen van medewerkers in de functie van Generalist GGP, Flexteam. De korpschef heeft dit stuk opgestuurd en aan de rechtbank gevraagd om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in die zin dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis zal mogen nemen.

Bij beslissing van 6 april 2017 heeft de rechtbank geoordeeld dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Eiser heeft de rechtbank toestemming verleend om kennis te nemen van de stukken waarop artikel 8:29 van de Awb is toegepast.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 10 april 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. van Hoof en mr. F.W.J. van der Steen.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, om de korpschef in de gelegenheid te stellen de ranking nogmaals over te leggen, voorzien van de namen van de betreffende medewerkers. Daarnaast is de korpschef in de gelegenheid gesteld te reageren op een vraag van de rechtbank. De korpschef heeft de ranking (met namen) opgestuurd en heeft daarbij wederom aan de rechtbank gevraagd om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:29 van de Awb.

Bij beslissing van 21 april 2017 heeft de rechtbank geoordeeld dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Eiser heeft de rechtbank toestemming verleend om kennis te nemen van de stukken waarop artikel 8:29 van de Awb is toegepast.

Partijen hebben vervolgens over en weer nog op elkaar gereageerd.

Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven uitspraak te doen zonder nadere zitting, waarna de rechtbank het onderzoek op 9 augustus 2017 heeft gesloten.

Overwegingen

1. Eiser is aangesteld als Generalist GGP. Hij is vanaf 2012 werkzaam in het [team A] in [naam locatie1] . Hij is vanuit dit team gedetacheerd in het [team B] in het district [naam locatie2] .

Bij brief van 15 december 2014 heeft de korpschef eiser geïnformeerd dat hij naar verwachting wordt geplaatst in de functie van Generalist GGP bij district [naam locatie3] , [team C] . Eiser heeft in een belangstellingsregistratie aangegeven dat hij geplaatst wil worden in de functie van Generalist GGP bij district [naam locatie2] , Flexteam. In november 2015 heeft de Plaatsingsadviescommissie (PAC) de korpschef geadviseerd om eiser te plaatsen in de functie van Generalist GGP, district [naam locatie3] , [team C] .

Bij brief van 1 december 2015 heeft de korpschef eiser laten weten dat hij van plan is om hem als functievolger te plaatsen in de functie van Generalist GGP, district [naam locatie3] , [team C] . Eiser heeft tegen dit voornemen bedenkingen ingediend en aangegeven dat hij geplaatst wil worden in het Flexteam.

2. Op 15 april 2016 heeft de PAC de korpschef geadviseerd over de plaatsing van eiser. Er is gekeken of de belangstellingen van de functievolgers gehonoreerd kunnen worden. Bij de beoordeling van de opties is de PAC uitgegaan van vier criteria. Voor de situatie dat aan deze vier criteria wordt voldaan maar er onvoldoende formatieruimte is om alle wensen te honoreren, heeft de PAC bepaald dat er een ranking moet worden aangebracht. Daarbij moet zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de ranking van artikel 55lb, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Met toepassing van die ranking is er volgens de PAC geen grond om eiser te plaatsen bij het Flexteam. Er was geen formatieruimte om eiser te plaatsen in de functie van zijn eerste voorkeur, omdat de reisafstand van eisers woning tot de plaats van tewerkstelling in [plaats tewerkstelling] 15 kilometer bedraagt en andere kandidaten voorgingen. De medewerker die op basis van de ranking als laatste geplaatst kon worden, heeft volgens de PAC een reisafstand van 14 kilometer. De PAC heeft de korpschef geadviseerd om de plaats van tewerkstelling te wijzigen naar [naam locatie1] .

3. Bij besluit van 10 juni 2016 (primair besluit) heeft de korpschef eiser per 1 juli 2016 geplaatst in de functie van Generalist GGP, [team A] te [naam locatie1] .

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Bij het bestreden besluit heeft de korpschef de bezwaren van eiser ongegrond verklaard, onder verwijzing naar het advies van de Bezwaaradviescommissie (commissie).

4. De korpschef stelt zich in het bestreden besluit, kort samengevat, op het volgende standpunt. Bij plaatsing van eiser op de functie van Generalist GGP bij het Flexteam zou er sprake zijn van (extra) overbezetting. Op de gewenste functie is immers al sprake van overbezetting. Inwilliging zou betekenen dat er nog meer overbezetting zou ontstaan; dit is onwenselijk. Het bezwaar is geen reden om het primaire besluit te herroepen. De commissie heeft de ranking akkoord bevonden op grond van de verklaring zoals ter (hoor-)zitting door de korpschef is gegeven. De commissie heeft geen inzage verkregen in de adresgegevens van eisers collega’s. De commissie ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de ter zitting van de korpschef verkregen informatie.

5. Eiser voert in beroep, samengevat, het volgende aan. De korpschef heeft het bestreden besluit niet in redelijkheid op het advies van de commissie kunnen baseren. De commissie heeft geen inzage verkregen in de ranking en de ranking daarom niet kunnen toetsen. Daarnaast is de standplaats van het Flexteam niet vastgesteld. Definitieve inrichtingsplannen zijn ook niet ingebracht. Het is verder niet duidelijk hoe de commissie tot de conclusie komt dat het primaire besluit in overeenstemming met de plaatsingsregels is genomen en dat van de juiste standplaats van het Flexteam is uitgegaan.

Totstandkoming ranking

6. In het PAC-advies van 15 april 2016 is uitgelegd hoe de ranking tot stand is gekomen:

“Anders dan bij herplaatsingskandidaten gelden er voor functievolgers geen plaatsingsregels op basis waarvan bepaald kan worden wie op wie voor gaat indien er onvoldoende ruimte is om alle medewerkers tegemoet te komen die aan de […] criteria voldoen. Om die reden heeft de PAC bepaald dat in die gevallen dat voldaan wordt aan alle criteria, maar er onvoldoende formatieruimte is om alle voorkeuren voor dezelfde functie te honoreren, een ranking moet worden aangebracht. Daarbij heeft de PAC als lijn gehanteerd om bij gebreke aan een regel hiervoor, zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij de ranking zoals opgenomen in artikel 55lb tweede lid van het Barp.”

Uit het dossier blijkt dat bij de ranking wordt uitgegaan van de afstand van het woonadres van de functievolger ten opzichte van de beoogde plaats van tewerkstelling (artikel 55lb, tweede lid, aanhef en onder b, van het Barp). Dit is ook in het geval van eiser gebeurd.

7. Anders dan namens eiser ter zitting is betoogd, gelden ter zake van deze plaatsing geen rechtstreeks toepasselijke voorschriften uit het Barp.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de korpschef in navolging van de PAC in redelijkheid als vaste gedragslijn kunnen aansluiten bij het voorschrift van artikel 55lb, tweede lid, aanhef en onder b, van het Barp.

Standplaats Flexteam

8. De korpschef heeft in beroep een pagina uit het concept-personeelsplaatsingsplan overgelegd, met daarin de formatie van het Flexteam. In dit plan is onder meer opgenomen dat de plaats van tewerkstelling van het Flexteam (vooralsnog) [plaats tewerkstelling] is.

Eiser heeft niet nader gemotiveerd waarom hier niet van mag worden uitgegaan. De enkele stelling dat dat mogelijk niet de definitieve plaats van tewerkstelling zal zijn, maakt niet dat de korpschef bij de plaatsing niet van die locatie kon uitgaan. Het beroep van eiser kan op dit punt dan ook niet slagen.

Gebruik Andes routeplanner

9. De korpschef heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de Andes routeplanner ten tijde van het primaire besluit door de minister was aangewezen als routeplanner. Eiser heeft na de zitting nog gesteld dat Andes voorafgaand aan het bestreden besluit niet meer de aangewezen routeplanner was, maar routes.datachecken.nl. Volgens eiser heeft de korpschef hier ten onrechte geen rekening mee gehouden.

10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de korpschef ook bij het bestreden besluit uit mogen gaan van de Andes routeplanner. Zeker als het risico bestaat dat bij gebruik van een andere routeplanner de afstanden wijzigen en daarmee de ranking zou wijzigen, brengt het rechtszekerheidsbeginsel met zich mee dat de korpschef op goede gronden zowel bij het primaire besluit als bij het besluit op bezwaar vasthoudt aan het gebruik van dezelfde routeplanner. Overigens is de rechtbank gebleken dat het gebruik van de door eiser genoemde routeplanner geen voor eiser relevante wijziging in de ranking met zich meebrengt.

Ranking

11. Uit het concept-personeelsplaatsingsplan blijkt dat er voor de functie van Generalist GGP bij het Flexteam een formatieruimte was van 7,00 fte.

12. De rechtbank heeft de ranking van elk van de geplaatste functionarissen gecontroleerd in de Andes routeplanner. Daarbij is (net als door de PAC) gekeken naar de kortste route, waarbij dus uitgegaan wordt van de kortste afstand tussen woonplaats en beoogde standplaats. Dat is, zoals ook werd beoogd bij het vaststellen van het criterium, een objectief gegeven, omdat het niet afhankelijk is van de tijd van de dag waarop gereisd wordt.

De rechtbank is gebleken dat het woonadres van eiser verder van de beoogde plaats van tewerkstelling is dan dat van de zeven personen die op de lijst staan. Bij nummer zeven is er sprake van een afstand van 14 kilometer, terwijl eiser op 15 kilometer van de standplaats af woont.

13. Ten aanzien van de andere drie medewerkers die als Generalist GGP geplaatst zijn bij het Flexteam, overweegt de rechtbank als volgt.

13.1

In de brief van de korpschef van 18 april 2017 is aangevoerd dat één medewerker ten onrechte niet was meegenomen bij de ranking. De PAC heeft aangegeven dat deze medewerker op grond van zijn reisafstand (7 kilometer) geplaatst had moeten worden bij het Flexteam. Deze medewerker is bij besluit van 10 juni 2016 alsnog geplaatst bij het Flexteam. Volgens de korpschef is medewerker nummer zeven op de ranking (feitelijk doorgeschoven naar plaats nummer acht) op grond van het vertrouwensbeginsel toch definitief geplaatst bij het Flexteam.

Over de stelling van eiser dat de korpschef ten onrechte gebruik heeft gemaakt van het vertrouwensbeginsel om de doorgeschoven medewerker op plaats acht ook definitief te plaatsen op het Flexteam, overweegt de rechtbank dat eiser door deze keuze niet is benadeeld. Het heeft geen gevolgen voor eiser omdat hij op grond van de ranking niet is geplaatst. Dat het teleurstellend voor eiser is dat voor hem niet ook in afwijking van de plaatsingsregels alsnog tot plaatsing wordt overgegaan, vormt geen grond voor het oordeel dat de korpschef eiser ten onrechte niet plaatst. De korpschef kan niet om deze reden worden verplicht nog verder van het formatieplan af te wijken.

13.2

Uit de brief van 18 april 2017 blijkt verder dat de tweede medewerker per 1 juli 2016 is geplaatst bij het Flexteam in de functie van Medewerker GGP; een andere functie dan eisers functie. Deze Medewerker GGP is bij besluit van 9 februari 2017 per 1 januari 2017 bevorderd naar Generalist GGP. De rechtbank overweegt dat die bevordering dateert van na het bestreden besluit, zodat deze bevordering geen rol kan spelen in deze zaak.

13.3

Tot slot staat in de brief van 18 april 2017 dat de derde medewerker in het kader van het loopbaanbeleid is bevorderd naar Generalist GGP. Met deze functiewijziging is deze medewerker direct geplaatst op een formatieplaats binnen de Nationale Politie. Deze medewerker is volgens de korpschef niet meer meegenomen in de plaatsingsprocedure van de personele reorganisatie. Per 1 juli 2016 is de medewerker verplaatst naar het Flexteam, aldus de korpschef.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de toelichting van de korpschef dat de derde medewerker is geplaatst buiten de plaatsingsronde om. In zoverre ziet de rechtbank geen aanleiding om de plaatsing van eiser bij een ander team dan het Flexteam voor onjuist te houden.

Conclusie

14. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzitter, en mr. D. van Kralingen en mr. E.S.M. van Bergen, leden, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.