Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:5

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-01-2017
Datum publicatie
13-01-2017
Zaaknummer
AWB 16_9790 VV en 16_9797 VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Sluiting woning en schuur voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Ramen voorzien van ondoorzichtig folie is niet nodig om te sluiten en de sluiting naar buiten kenbaar te maken. In zoverre is de last te verstrekkend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 16/9790 en 16/9797 WET VV

uitspraak van 3 januari 2017 van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

1 [naam eiser1] , te [woonplaats 1] ,

verzoeker in de procedure met kenmerk 16/9790, en

2 [naam eiser2] , te [plaats] ,

verzoekster in de procedure met kenmerk 16/9797,

gemachtigde beide verzoekers: mr. A.P.E. de Brouwer,

en

de burgemeester van de gemeente Zundert, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de aan hen gerichte besluiten van 25 november 2016 (bestreden besluiten) van de burgemeester inzake de sluiting van de woning en de schuur op het perceel [adres] te [plaats] met ingang van 15 december 2016 voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 20 december 2016. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Tevens was verzoeksters echtgenoot aanwezig. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. T.N. Sanders.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verzoekers zijn samen eigenaar van het perceel aan de [adres] te [plaats] (het perceel). Verzoeker sub 1 is de vader van verzoekster sub 2. Verzoekster woont samen met haar echtgenoot in de woning op het perceel.

Uit de “Melding ontmanteling hennepkwekerij” blijkt dat de politie op 18 oktober 2016 op het perceel een in werking zijnde hennepkwekerij heeft aangetroffen met in totaal 219 planten en 9900 stekken. De hennepkwekerij werd aangetroffen in het achterste gedeelte van de schuur achter een gesloten schuifdeur. Door de fraude inspecteur van Enexis werd diefstal van stroom vastgesteld. Op basis van de aangetroffen situatie gaat de politie uit van eerdere oogsten.

Bij brieven van 21 oktober 2016 heeft de burgemeester verzoekers medegedeeld dat hij voornemens is aan hen een last onder bestuursdwang op te leggen, inhoudende dat de woning en het bijbehorende bijgebouw op het erf voor de duur van drie maanden dienen te worden gesloten. Verzoekers hebben hiertegen hun zienswijze naar voren gebracht.

Bij de bestreden besluiten heeft de burgemeester besloten gebruik te maken van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet en verzoekers te gelasten de woning en de schuur op het erf met ingang van 15 december 2016 voor de duur van drie maanden te sluiten en gesloten te houden.

Bij brief van 13 december 2016 heeft de burgemeester aangegeven zijn besluiten op te schorten tot het moment dat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.

2. Ter zitting hebben verzoekster en haar echtgenoot verklaard dat ze de (voormalige) koelcel, het achterste gedeelte van de schuur, hebben verhuurd. Zij wisten dat de huurder van plan was deze te gebruiken voor hennep, maar niet in die mate als nu is aangetroffen. Zij hebben zich niet met de kwekerij bemoeid en hadden geen wetenschap van de omvang daarvan.

Verzoekers stellen zich, samengevat, op het standpunt dat er bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan de burgemeester moet afzien van sluiting. Zij betwisten dat het woon- en leefklimaat is aangetast en dat er gevoelens van onveiligheid zijn ontstaan. Handhaving is alleen aan de orde in situaties waar de overtreding nog voortduurt, en daarvan is geen sprake. Dan blijft enkel het doel over om herhaling van de overtreding te voorkomen. Het gaat echter om een incident geheel buiten verzoekers om. De huurder heeft het gehuurde definitief verlaten. De situatie zal zich dan ook niet herhalen. Er zijn ook geen gevolgen van de overtreding die weggenomen of beperkt moeten worden. Omwonenden hebben immers aangegeven dat zij niet eens op de hoogte waren van het feit dat er een hennepkwekerij was op het perceel.

Ten aanzien van de omvang van de sluiting wijzen verzoekers erop dat de kwekerij is aangetroffen in een kleine aanbouw van de schuur. Er is geen enkele reden om ook de woning te sluiten. De stelling van de burgemeester dat de woning mogelijk onderdeel uitmaakt van een crimineel circuit, is nergens op gebaseerd. Er is ook geen sprake geweest van gevaarzetting of van aftappen van elektriciteit. De burgemeester had kunnen volstaan met een waarschuwing.

Verzoekers wijzen erop dat de burgemeester alle omstandigheden van het geval dient te betrekken bij zijn besluit. Die omstandigheden leiden ertoe dat de sluiting in dit geval niet in verhouding staat tot het te dienen doel. Sluiting tijdens de naderende feestdagen zou extra bezwarend zijn en wordt leedtoevoegend. Dat is ook in strijd met artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Ook wijzen verzoekers op het belang van de aanwezige dieren. Verzoekers vinden het daarnaast bezwaarlijk om alle ramen van ondoorzichtige folie te voorzien. Ten slotte wordt verzocht de begunstigingstermijn te verlengen zodat een goed onderkomen voor de dieren gezocht kan worden.

Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht het bestreden besluit te schorsen.

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoeker een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

4. Op grond van artikel 5:21 van de Awb wordt onder last onder bestuursdwang verstaan: de herstelsanctie inhoudende (a) een last tot het geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en (b) de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

In artikel 3 van de Opiumwet is bepaald dat het verboden is een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:

  1. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;

  2. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leven, te verstrekken of te vervoeren;

  3. aanwezig te hebben;

  4. te vervaardigen.

Hennep is op lijst II, bedoeld in artikel 3 van de Opiumwet, geplaatst.

Ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot

oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

5. De voorzieningenrechter ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of de burgemeester bevoegd is om de woning en de schuur te sluiten.

Niet in geschil is dat in een aanbouw van de schuur (de voormalige koelcel) een hennepkwekerij is aangetroffen met in totaal 219 hennepplanten en 9900 hennepplantstekken. De gemachtigde van verzoekers heeft ter zitting erkend dat het aantreffen van deze hoeveelheid softdrugs de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet oplevert.

De burgemeester heeft terecht gesteld dat persoonlijke verwijtbaarheid, wat daar ook van zij, geen rol speelt bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting noopt. In dit verband wordt gewezen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:299. Een besluit tot sluiting is immers een objectgebonden besluit, en geen persoonsgebonden besluit.

Voor het ontstaan van de bevoegdheid van de burgemeester tot sluiting van een pand is evenmin vereist dat gebleken is van verstoring van de openbare orde of van overlast door de aanwezigheid van de hennepkwekerij (AbRS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:185).

De verklaringen van de buren dat zij niets hebben gemerkt van de aanwezigheid van de hennepkwekerij maken dan ook niet dat de burgemeester niet bevoegd zou zijn tot sluiting over te gaan.

Volgens vaste rechtspraak strekt een op artikel 13b van de Opiumwet gebaseerd sluitingsbevel tot uitoefening van bestuursdwang in de zin van artikel 5:21 van de Awb, waarmee wordt opgetreden tegen schending van verboden, neergelegd in de Opiumwet. Overeenkomstig laatstgenoemde bepaling mag de toepassing van bestuursdwang slechts strekken tot beëindiging en voorkoming van overtredingen van de Opiumwet, zoals geconstateerd door de burgemeester (AbRS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1447).

De burgemeester heeft een sluiting noodzakelijk geacht om herhaling van de overtreding te voorkomen. De burgemeester deelt de opvatting van verzoekers niet dat de situatie zich niet zal herhalen. De voormalige koelcel is een aanlokkelijke locatie om een hennepkwekerij te vestigen. Het is goed bereikbaar, maar verdekt opgesteld. Daarnaast is de koelcel geschikt gemaakt om als hennepkwekerij te functioneren en staat deze voorlopig als zodanig bekend.

De burgemeester stelt dat het doel van de herstelsanctie ook het voorkomen van een nieuwe overtreding is en dat het in dat kader van belang is dat de indruk dat de hennepkwekerij nog bestaat, moet worden voorkomen. De voorzieningenrechter kan de burgemeester in deze motivering volgen.

De hennepkwekerij werd aangetroffen in een aanbouw van de schuur op het perceel, maar de burgemeester heeft besloten de sluiting te gelasten van zowel de gehele schuur als de woning op het perceel. Voor de beoordeling of de bevoegdheid van de burgemeester zich uitstrekt tot de schuur en de woning, is van belang is of er een dusdanige relatie bestaat tussen de bouwwerken dat deze als één geheel moeten worden beschouwd (AbRS 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:130).

De voorzieningenrechter is van oordeel dat die relatie in onderhavige situatie moet worden aangenomen. Daarbij acht zij onder meer van belang dat de meterstanden in de woning waren teruggedraaid en dat vanuit de woning elektriciteit werd geleverd ten behoeve van de hennepkwekerij in de aanbouw van de schuur.

Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat aan de voorwaarden van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is voldaan. De burgemeester was dan ook bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen tot sluiting van de woning en de schuur op het perceel.

6. Vervolgens ligt ter beoordeling aan de voorzieningenrechter de vraag voor of de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

De burgemeester hanteert ter zake van de toepassing van zijn bevoegdheid op grond van dit artikel het beleid dat is neergelegd in de op 20 januari 2014 vastgestelde en vervolgens gepubliceerde “Beleidsregel handhaving op artikel 13b Opiumwet in de gemeente Zundert 2014”.

De voorzieningenrechter acht dit beleid niet kennelijk onredelijk. De voorzieningenrechter constateert voorts dat de burgemeester overeenkomstig dit beleid heeft besloten tot een sluiting van 3 maanden.

In het verweerschrift en ter zitting heeft de burgemeester toegelicht dat hij van geval tot geval beoordeelt of afwijken van het beleid door een waarschuwing te geven, aangewezen is. In geval van een woning is de burgemeester zich ervan bewust dat sprake is van een ingrijpende maatregel die als ultimum remedium moet worden gezien nu deze ertoe leidt dat bewoners de toegang tot hun woning wordt ontzegd. De burgemeester wijst er echter op dat er in dit geval 219 hennepplanten en 9900 hennepplantstekken zijn aangetroffen. Het betreft hier naar het oordeel van de burgemeester daarom een zeer ernstig geval waardoor de openbare orde ernstig is verstoord. Onder die omstandigheden vindt de burgemeester niet dat hij kan volstaan met een waarschuwing. De voorzieningenrechter kan de burgemeester hierin volgen. De stelling dat niet is gebleken dat de burgemeester bij andere aangetroffen hennepkwekerijen ook tot sluiting is overgegaan, acht de voorzieningenrechter vooralsnog onvoldoende onderbouwd.

7. Het bestuursorgaan dient alle omstandigheden van het geval te betrekken in zijn beoordeling en dient te bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb die maken dat het handelen overeenkomstig de beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen (AbRS 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840).

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de door verzoekers geschetste omstandigheden niet dermate bijzonder dat de burgemeester had moeten afzien van zijn beleid. De feestdagen zijn ten tijde van deze uitspraak voorbij en verzoekers hebben sinds het voornemen tot sluiting (21 oktober 2016) ruim de tijd gehad om passende opvang voor de dieren te regelen.

8. In de bestreden besluiten heeft de burgemeester opgenomen dat de sluiting voor het publiek eenduidig dient te zijn. Daartoe dienen verzoekers de ramen gedurende de sluiting te voorzien en voorzien te houden van ondoorzichtig folie.

Verzoekers vinden dit bezwaarlijk. Volgens verzoekers geeft folie voor de ramen juist de indruk dat er illegale praktijken plaatsvinden. Dit komt de veiligheid niet ten goede, vanwege het risico op inbraak. Verzoekers vragen zich af wat de toegevoegde waarde is van ondoorzichtige folie voor de ramen, als de sluiting aan de buitenzijde van de woning en de schuur al kenbaar wordt gemaakt.

De voorzieningenrechter is met verzoekers van oordeel het aanbrengen van ondoorzichtige folie achter de ramen niet nodig is om de woning en de schuur te sluiten en de sluiting naar buiten kenbaar te maken. In zoverre acht de voorzieningenrechter de last dan ook te verstrekkend. De voorzieningenrechter ziet aanleiding op dit punt een voorziening te treffen.

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst de bestreden besluiten voor zover de ramen gedurende de sluiting moeten worden voorzien van ondoorzichtig folie.

Voor het overige wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

De voorzieningenrechter bepaalt dat de opschorting van de begunstigingstermijn eindigt drie dagen na deze uitspraak.

10. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, dient de burgemeester aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht te vergoeden.

11. De voorzieningenrechter veroordeelt de burgemeester in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting in samenhangende zaken, met een waarde per punt van € 495, en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst de bestreden besluiten voor zover de ramen gedurende de sluiting moeten worden voorzien van ondoorzichtig folie;

  • -

    wijst het verzoek om voorlopige voorziening voor het overige af;

  • -

    bepaalt dat de opschorting van de begunstigingstermijn eindigt drie dagen na deze uitspraak;

  • -

    draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 336,- (2 x € 168,-) aan verzoekers te vergoeden;

  • -

    veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 990,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2017. De voorzieningenrechter is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.